blog | werkgroep caraïbische letteren

Wereldwijd lezen en schrijven

door Els Moor

Van koloniale naar postkoloniale naar wereldliteratuur, dat is de thematiek van de lezing die Wim Rutgers woensdagavond 21 januari hield in het Staatoliegebouw van de ADEK-Universiteit voor geïnteresseerden.

Wim Rutgers DSC_0133 (2)

Wim Rutgers. Foto © Michiel van Kempen

Wim Rutgers , professor aan de Universiteit van Curaçao, zelf wonend op Aruba, is voor de zoveelste keer in Suriname om colleges te verzorgen, deze keer voor de studenten van de masteropleiding van het IOL onder leiding van Lila Gobardhan (taalkunde) en Hilde Neus (letterkunde). De lezing van 21 januari was een extraatje, voor eenieder die maar wilde komen en de belangstelling was redelijk: studenten en docenten, schrijvers en journalisten en gewoon geïnteresseerden in literatuurwetenschap en -geschiedenis. Vooral ook in de positie van de eigen literatuur in de globaliserende moderne wereld.

 

koerswest

Van koloniale naar postkoloniale naar wereldliteratuur, het is een proces van vermenging van het lokale met het globale dat parallel loopt met een stuk geschiedenis: van kolonisering van veroverde gebieden van Europese landen , gebieden, zoals Suriname, die totaal afhankelijk waren van hun ‘meesters’ naar het ontstaan van onafhankelijke , zelfstandige landen die in deze tijd steeds meer meegaan met de wereldwijde globalisatie. Wat voor literatuur is er in de verschillende landen in deze periodes? Wim Rutgers geeft er een beeld van. Hij begint met de koloniale literatuur en haalt de gegevens uit het Algemeen letterkundig lexicon dat verscheen in 2012 onder redactie van Gé van Bork, Dirk Delabastita, Piet Verkruijsse en George Vis. Dit lexicon biedt beknopte definities van meer dan 4000 termen op het gebied van literaire stromingen, periodes en genres, vormgeving en stilistiek en alles wat een rol speelt in de literatuur. Een onmisbaar handboek voor eenieder die zich professioneel bezighoudt met literatuur.

 

fermin titelblad

Voor de postkoloniale literatuur gebruikt Rutgers hetzelfde lexicon. Hier zien we hoe gekoloniseerde volken zich, ook in hun literatuur, in de twintigste eeuw vrijmaken van de westerse stereotypen en visies en hun eigen plek opeisen. Onafhankelijkheid is bij de meeste kolonies het gevolg; ze worden zelfstandige staten, zoals ook Suriname in 1975 na een lange periode van steeds meer ‘wie eegie sanie’. Wetenschappers en schrijvers, ze laten zien dat hun volk een eigen geschiedenis en vooral ook een eigen culturele traditie en daardoor identiteit heeft. Al vroeg plaatste Albert Helman een gedurfde uitlating in de epiloog van zijn autobiografische boek Zuid-Zuid-West uit 1926. De jongen die naar Nederland gaat om verder te komen , maar met heimwee terugdenkt aan zijn land Suriname. De epiloog heeft plotseling een andere sfeer. Hij verwijt de Hollandse ‘zodagsbrave kooplieden’ hoe het hun schuld is dat hij het land verschrompelen ziet tot een dorre woestijn, want zij namen bezit van het land. En het slot: ‘Sinds eeuwen zijt gij dieven, men zegt: geoorloofd. Maar weest dan minstens liefdevolle dieven en geen schurken. Indien gij slechts wist hoe schoon dit land is, hoe innig het leven daar…. Maar ach, ik kan u niet méér zeggen, niet méér! En niet schimpen… Mijn arm, arm land…. ‘. We weten ook allemaal dat Anton de Kom in 1933 met Wij slaven van Suriname een forse postkoloniale stap gezet heeft, wat hem niet in dank werd afgenomen door Nederland.

Zuid-Zuid-West2

Twee wetenschappers, Frantz Fanon van Martinique (1925 – 1961) en Edward Said een in de VS wonende en werkende Palestijn(1935 – 2003) geven hun zeer kritische kijk op de koloniale attitudes en teksten. Frantz Fanon publiceerde onder andere in 1961 Les damnés de la terre in het Nederlands De verworpenen der aarde. Een bekend werk van Edward Said is Oriëntalisme (1978) . Beiden geven in hun werk de ontwikkelingsfasen aan van van de koloniale literatuur die geheel onder invloed staat van de westerse cultuur en denktrant naar steeds meer oog voor het eigene en tenslotte voor de grote wereld waar iedereen tenslotte deel van uitmaakt. Albert Helman voegt daar in het Sticusa Journaal van december 1974 nog aan toe dat in een vierde fase humor kan doorbreken en spot, wat relativerend werkt en in een vijfde dat de eigen ontwikkeling wordt opgenomen in de mondiale literaire ontwikkeling. Dat vind ik een hele sterke visie: het gaat immers altijd om het samengaan van het eigene met het andere.

Orientalism

Frantz Fanon was psychiater en zocht zijn hele leven naar de psychologische consequenties van de kolonisatie. Algerije was een van zijn geliefde doelgebieden. Van het werk van Edward Said is het goede dat hij in zijn werk niet alleen het proces van de gekoloniseerden weergeeft onder invloed van de kolonisator, maar ook de omgekeerde wereld: hoe de literatuur van de kolonisator sterk onder invloed staat van het kolonialisme. Hij geeft voorbeelden van grote Europese schrijvers, zoals Albert Camus. Hij leest als het ware tegendraads!
Said kreeg in 1999 de grote onderscheiding voor wetenschappers op dit gebied, de Spinozalens, vanwege zijn vernieuwende visie op het maatschappelijke debat.

Wim Rutgers geeft veel voorbeelden van meningen over het begrip ‘wereldliterauur’. Overal wordt geschreven, overal wordt gelezen, lokale en mondiale literatuur, maar nergens dezelfde. Dat is boeiend. Het zou goed zijn als er hier een onderzoek,, bijvoorbeeld door studenten, gedaan zou worden over welke lezers, wat lezen dat mondiaal is. De een leest de populaire thrillers uit de VS, de ander misschien wel de grote Russen zoals Tolstoj en Dostojevski. Ik denk dat Latijns-Amerikaanse literatuur, vooral van Nobelprijswinnaar Márquez dan een goede plek krijgt. Belangrijke landen voor de wereldliteratuur zijn uiteraard de landen met de meest gesproken talen, zoals hier Engels, en Spaans.

Wim Rutgers DSC_0133 (1)

Wim Rutgers. Foto © Michiel van Kempen

Als laatste onderwerp behandelde Rutgers verschillende vormen van lezen, zoals ‘close reading’en ‘distant reading’. De functie hiervan binnen de thematiek van de lezing is me niet duidelijk.
Een van zijn slotopmerkingen wel: dat schrijvers altijd schrijven vanuit de eigen situatie naar de internationale situatie en lezers een ruimere en vooral ook scherpere blik krijgen op het eigene door literatuur uit andere landen te lezen. Er zijn altijd herkenbare punten. Zelf heb ik dat heel sterk bij het lezen van de meest recente Latijns-Amerikaanse schrijvers, zoals Juan Gabriel Vásquez uit Columbia die niet meer modernistisch schrijft met de dictatuur als groot thema, maar mooie fictie over een wereld waarin het kapitalisme hoogtij viert en mensen bedonderd worden in financiële zaken.

Een interessante lezing was het die je als lezer aan het denken zet. Goed zou het zijn als er een deel twee zou komen, misschien van iemand anders, over de gevolgen van de mondialisering voor de Surinaamse en Caribische literatuur.

 

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter