Wat verzwegen werd: een familiegeschiedenis die Nederland en Suriname met elkaar verbindt
Verborgen geschiedenis komt boven water
Met Wat verzwegen werd heeft Jaïr Salomon van Dijk een opmerkelijk debuut geschreven dat op het eerste gezicht oogt als een persoonlijke zoektocht naar de onbekende vader van een Joods oorlogskind, maar zich gaandeweg ontpopt tot een veel bredere geschiedenis van Joodse, Surinaamse, Afro-Surinaamse, Chinese en Nederlandse families. Het resultaat is een zorgvuldig opgebouwd werk dat zich bevindt op het snijvlak van familiegeschiedenis, migratiegeschiedenis, koloniale geschiedenis en Holocaustonderzoek.
Centraal staat Mirjam (Mieke) de Jong, geboren in 1940. Zij groeit op in een liefdevol pleeggezin maar weet vrijwel niets over haar biologische ouders. Haar moeder, Alida Mathilda de Jong, werd in Auschwitz vermoord. De identiteit van haar vader bleef meer dan tachtig jaar onbekend. Pas door minutieus archiefonderzoek weet Van Dijk uiteindelijk vast te stellen dat haar vader de Surinaamse muzikant Alwin Jacob Garcia was.

Meer dan een zoektocht naar een vader
Het sterke punt van dit boek is dat de auteur de verleiding weerstaat om alleen een ontroerende familiegeschiedenis te vertellen. De zoektocht naar Miekes vader vormt slechts het vertrekpunt. Van daaruit ontvouwt zich een veel grotere geschiedenis.
Van Dijk reconstrueert het leven van Alida de Jong aan de hand van kinderbeschermingsdossiers, steundossiers, psychiatrische dossiers en rechtbankarchieven. Daarmee geeft hij een stem aan een jonge Joodse vrouw die door instanties vooral werd beschreven als probleemgeval, maar die in dit boek weer mens wordt. Tegelijkertijd volgt hij de geschiedenis van de familie Garcia terug tot de Surinaamse plantagewereld van de negentiende eeuw.
Juist die dubbele beweging maakt het boek bijzonder. De geschiedenis van de Holocaust wordt verweven met die van slavernij, kolonialisme, contractarbeid en migratie.
De Surinaamse component is wezenlijk
Voor lezers die vertrouwd zijn met de Surinaamse geschiedenis bevat het boek overigens minder verrassingen dan op het eerste gezicht lijkt. De aanwezigheid van Joodse invloeden in Suriname is immers diepgaand en eeuwenoud. De geschiedenis van de Joodse gemeenschap in Suriname, met als bekendste symbool Jodensavanne, laat zien hoe belangrijk de rol van Joden in de koloniale samenleving is geweest. Gedurende bepaalde perioden van de koloniale geschiedenis namen delen van de Joodse gemeenschap een uitzonderlijke economische en bestuurlijke positie in en behoorden zij tot de belangrijkste plantage-eigenaren van de kolonie. Daarmee waren zij niet alleen onderdeel van de Surinaamse geschiedenis, maar ook van het slavernijverleden dat die geschiedenis mede heeft gevormd. Tegelijkertijd gold die positie vanzelfsprekend niet voor alle Joden in Suriname en veranderde zij bovendien door de tijd heen.
Ook de verwevenheid van Joodse, Afro-Surinaamse, Chinese en Europese familiegeschiedenissen behoort tot de historische werkelijkheid van Suriname. Voor kenners van de Surinaamse geschiedenis zal daarom vooral de kwaliteit van de reconstructie opvallen. De grote verdienste van Van Dijk ligt niet zozeer in de vaststelling dát dergelijke verbindingen bestonden, maar in de manier waarop hij ze zichtbaar maakt op het niveau van individuele levens. Via de familie Garcia laat hij zien hoe slavernij, emancipatie, contractarbeid, migratie en diaspora binnen één familiegeschiedenis samenkomen.
Daarmee sluit het boek aan bij een bredere geschiedschrijving waarin Suriname niet langer wordt benaderd als een verzameling van afzonderlijke bevolkingsgroepen, maar als een samenleving waarin Joodse, Afro-Surinaamse, Chinese, Europese en andere geschiedenissen voortdurend met elkaar verweven raakten. Juist die verwevenheid vormt de kern van dit boek.
De reconstructie van de Garcia-lijn, van plantage Vossenburg via Paramaribo naar Rotterdam en Amsterdam, vormt dan ook een waardevolle bijdrage aan de geschiedschrijving van de Surinaamse diaspora.
Archiefonderzoek van hoog niveau
Misschien wel de grootste verdienste van dit boek is de kwaliteit van het onderzoek.
Van Dijk heeft een indrukwekkende hoeveelheid archiefmateriaal geraadpleegd: dossiers van de Sociale Dienst, kinderbescherming, psychiatrische instellingen, bevolkingsregisters, rechterlijke archieven, Surinaamse burgerlijke stand, slavenregisters, oorlogsarchieven en familiecollecties. De notenapparatuur beslaat tientallen pagina’s en maakt inzichtelijk hoe zorgvuldig de auteur te werk is gegaan.
Voor Surinaamse lezers ligt hier wellicht de grootste meerwaarde van het boek. De auteur beperkt zich niet tot een genealogische zoektocht, maar gebruikt de familiegeschiedenis van de Garcia’s als toegangspoort tot grotere historische ontwikkelingen. Nederlandse en Surinaamse bronnen worden voortdurend met elkaar verbonden. Daardoor ontstaat een reconstructie die verder reikt dan de geschiedenis van één familie.
Juist daardoor levert het boek meer op dan een persoonlijk familieverhaal. Het biedt ook een zeldzaam gedetailleerd beeld van de aanwezigheid van Surinamers in Nederland vóór de grote migratiegolven van de tweede helft van de twintigste eeuw. De hoofdstukken over Surinaamse muzikanten, jazzcultuur, racisme, migratie en overlevingsstrategieën in het vooroorlogse Nederland behoren tot de sterkste onderdelen van het boek.
Opvallend is bovendien hoe Van Dijk droge administratieve bronnen weet om te zetten in een leesbaar verhaal. Dat is geen eenvoudige opgave. Veel historici beheersen het archief, maar niet het vertellen. Van Dijk bezit beide kwaliteiten. Hij combineert academische nauwkeurigheid met een narratieve stijl die de lezer voortdurend bij het verhaal houdt. Daarbij maakt hij steeds duidelijk waar feiten eindigen en waar aannemelijke reconstructie begint.
Soms te veel verbeelding
Toch kent die werkwijze ook een risico.
Met regelmaat reconstrueert de auteur gedachten, gesprekken en situaties waarvoor geen directe bronnen bestaan. Hij doet dat doorgaans zorgvuldig en verantwoordt dit ook expliciet in zijn methodologische verantwoording. Desondanks vervaagt soms de grens tussen geschiedenis en historische verbeelding.
Voor een breed publiek zal dat de leesbaarheid vergroten. Voor historici kan het af en toe vragen oproepen. Het boek is daarom eerder een historische reconstructie dan een strikt academische studie.
Die kanttekening doet echter weinig af aan de betekenis van het boek.
Wat verzwegen werd laat zien hoe de Nederlandse, Joodse en Surinaamse geschiedenis niet los van elkaar kunnen worden begrepen. De levens van Alida Mathilda de Jong en Alwin Jacob Garcia raken aan grote historische thema’s als slavernij, kolonialisme, migratie, racisme, oorlog, onderduik en identiteit. Tegelijkertijd blijft het verhaal steeds geworteld in individuele mensenlevens.
Dat maakt het boek relevant voor een breed publiek, maar zeker ook voor lezers die geïnteresseerd zijn in Suriname. Niet omdat het een geschiedenis van Suriname wil schrijven, maar omdat het laat zien hoe diep de Surinaamse geschiedenis verweven is geraakt met de geschiedenis van Nederland en diens Joodse gemeenschap. Bovendien levert het een betekenisvolle bijdrage aan de geschiedschrijving van de Surinaamse diaspora en aan het inzicht in de complexe familieverbanden die uit de koloniale samenleving zijn voortgekomen.
Conclusie
Jaïr Salomon van Dijk heeft een goed debuut afgeleverd dat getuigt van uitzonderlijk archiefonderzoek, historisch inzicht en vertelkracht. De kracht van het boek schuilt niet in de ontdekking dat een Joods oorlogskind een Surinaamse vader blijkt te hebben, maar in de wijze waarop de auteur laat zien hoe koloniale, Surinaamse, Joodse en Nederlandse geschiedenissen generaties lang met elkaar verweven zijn gebleven.
Uiteindelijk is het niet zozeer het familiegeheim dat indruk maakt, maar de demonstratie van wat zorgvuldig historisch onderzoek kan opleveren. Van Dijk laat zien hoeveel verborgen levens nog altijd besloten liggen in Nederlandse en Surinaamse archieven en hoeveel nieuwe geschiedenissen daaruit kunnen worden gereconstrueerd. Dat maakt Wat verzwegen werd niet alleen tot een ontroerende familiegeschiedenis, maar ook tot een overtuigende bijdrage aan de geschiedschrijving van Suriname, de Surinaamse diaspora en de Joodse gemeenschap in Nederland.