blog | werkgroep caraïbische letteren

Wanneer Surinaamse kracht de maat verschuift: Landvreugd laat zien wat Nederland te lang niet wilde zien

Dutch Afro Becomings: Hybrid Being in Black Art and Culture is geen kunsttheoretisch boek in de klassieke zin en Charl Landvreugd is geen schrijver die zich laat temmen door de veilige contouren van het Nederlandse kunstdiscours. Hij vertrekt vanuit een Surinaams‑Nederlandse werkelijkheid die stevig staat, maar zelden wordt herkend: een werkelijkheid waarin het Caribische geen randgebied is, maar een bron van denken, voelen en vormgeven. Landvreugd toont hoe die bron in Nederland jarenlang verkeerd is gelezen: gereduceerd, exotisch gemaakt of eenvoudigweg genegeerd, en hoe juist die ontkenning voorkomt dat de kunstwereld zichzelf vernieuwt. Wat hij biedt, is geen pleidooi om meer diversiteit toe te laten, maar een verschuiving in perspectief: een uitnodiging om de Surinaamse en Caribische blik niet langer als afwijking te zien, maar als een kracht die het centrum van het Nederlandse kunstverhaal mee kan herschrijven.

Een nieuw venster op Afro‑Nederlandse kunst

Charl Landvreugd heeft met Dutch Afro Becomings een werk geschreven dat niet alleen ontbrekende theoretische kaders aanvult, maar feitelijk een nieuw venster opent op hoe we in Nederland naar Afro‑kunst kijken. Zijn inzet is groot, precies en noodzakelijk: hij zoekt naar taal waar er geen taal is, naar een perspectief dat niet leunt op Amerikaanse of Britse zwarte denktradities, en naar een manier om Surinaamse en Caribische kunst niet langer weg te zetten als exotisch of bijkomstig, maar als een volwassen, autonome bijdrage aan wat Nederlandse kunst is en kan worden.

Het boek werpt een genadeloos helder licht op hoe Afro‑Nederlandse kunst structureel verkeerd wordt gepositioneerd. Niet door uitgesproken uitsluiting, maar door iets subtielers: een soort beleefde desinteresse die zich presenteert als neutraliteit. Galeries die zeggen dat “kwaliteit” vooropstaat, maar nauwelijks moeite doen om Afro‑kunstenaars werkelijk te lezen; instellingen die graag diversiteit in hun jaarverslagen opnemen, maar ondertussen vasthouden aan een wit-normatief kader; critici die Surinaamse en Caribische kunst zien als cultureel materiaal, maar zelden als kunst die het centrum van het debat mede vormgeeft. Landvreugd legt deze dynamiek precies bloot en zonder enige rancune.

Wat daarbij opvalt, is dat Landvreugd schrijft in een toon die tegelijk helder en bedachtzaam is: theoretisch waar het moet, beschouwend waar het kan, en telkens geworteld in een persoonlijke geschiedenis die het denken niet verzwaart maar juist richting geeft. Het boek leest daardoor niet als een academisch bouwwerk, maar als een zorgvuldig opgebouwde tocht door een landschap dat hij pas gaandeweg zichtbaar maakt.

Hybriditeit als denkkracht, niet als last

In hoofdstuk 1 (It Is Not About Emancipation) legt Landvreugd de wortels van zijn denken bloot. Hij beschrijft hoe zijn Creoolse achtergrond, de gelijktijdige verankering in Afrika, Suriname, Europa en Nederland, niet leidt tot versnippering, maar tot een meervoudige manier van waarnemen. Wat dit hoofdstuk bijzonder maakt, is dat hij hybriditeit niet alleen theoretisch duidt, maar ook terugbrengt naar het alledaagse: het moment waarop hij in zijn jeugd merkte dat hij in Nederland wel thuis was, maar dat anderen hem dat thuis ontzegden; en het moment in Suriname waarop hij merkte dat afkomst niet automatisch gelijkstaat aan cultuur.

Juist in deze spanning tussen twee werelden ontstaat zijn inzicht dat hybriditeit geen last is, maar een vorm van helderheid: een manier van zien die zich niet laat inperken door één cultuur, één kader of één referentiepunt. Voor lezers die geen kunstopleiding hebben gevolgd of niet zijn ingewijd in de codes van de kunstwereld, vormt dit hoofdstuk daarom een cruciale toegang: het laat voelen dat Surinaams‑Nederlandse identiteit geen randpositie is, maar een positie van waaruit je het Nederlandse hier en nu beter kunt begrijpen.

Het quality argument: wanneer neutraliteit een filter blijkt

In hoofdstuk 2 (A No-Man’s-Land Patrolled by the International Art World) laat Landvreugd zien hoe de Nederlandse kunstkritiek Afro‑kunst al decennialang beoordeelt via wat hij de quality argument-logica noemt. Dat argument lijkt neutraal, maar betekent in de praktijk dat kunst van Surinaamse, Caribische of Afro‑Nederlandse makers alleen als kwalitatief wordt beschouwd wanneer zij past binnen een wit en Westers referentiekader.

Wat daarbuiten valt, wordt al snel benoemd als etnisch, te verhalend, niet rijp, of niet volledig ontwikkeld. De kwaliteit van het werk wordt dus niet afgelezen aan wat het is, maar aan hoe goed het aansluit bij wat instellingen al generaties lang gecanoniseerd hebben.

Nederland mist een taal voor zwartheid en dat is geen toeval

Landvreugd analyseert dit scherp en zorgvuldig: het probleem ligt niet in de kunst, maar in het kijkend vermogen van het systeem zelf: een systeem dat gretig verwijst naar Black Art‑modellen uit de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk, maar zonder de historische condities die daar hebben geleid tot een rijk, publiek en theoretisch stevig zwart kunstdiscours.

De Nederlandse geschiedenis, hoe gewelddadig en koloniaal ook, speelde zich grotendeels af op afstand, buiten het Europese vasteland, waardoor de omgang met ras, zwartheid en diaspora hier nooit dezelfde publieke taal of urgentie heeft ontwikkeld als in de VS of het VK. Dat die taal ontbreekt, komt niet doordat zij minder nodig zou zijn, maar doordat Nederland haar nooit heeft willen ontwikkelen.

Het gevolg is dat Afro‑kunstenaars in Nederland niet botsen op uitgesproken racisme, maar op een institutionele blinde vlek: een kunstwereld die zichzelf als neutraal ziet, maar feitelijk al decennia rust op een wit normenkader. Deze combinatie, een beoordelingssysteem dat niet ontworpen is om hen te zien én een sector die haar eigen perspectief als maatstaf neemt, maakt dat Afro‑kunst vaak het gevoel krijgt iets extra’s te moeten bewijzen voordat zij op haar eigen merites wordt gelezen.

Een andere toekomst: meervoudigheid als standaard

In hoofdstuk 5 (Cultural Multiplicity as Default) zet Landvreugd zijn meest vergaande en toekomstgerichte gedachte uiteen: de creatie van een imagined normal space. Dat is geen utopie, geen multiculturele bijlage op de canon, en zeker geen vrijblijvende diversiteitsruimte. Het is een fundamenteel ander beginpunt voor hoe de Nederlandse kunstwereld zich zou kunnen organiseren.

In deze ruimte hoeft Afro‑Nederlandse kunst niet langer te worden vertaald om begrepen te worden; meervoudigheid is er het vertrekpunt, niet de uitzondering. Kunstenaars worden niet langer beoordeeld op hun vermogen zich te voegen naar bestaande maatstaven, maar op wat hun werk zelf aan het veld toevoegt.

Hier wordt het Surinaamse niet getolereerd, maar erkend als kennis, methode en vormkracht. Caribische gevoeligheden hoeven niet langer te worden uitgelegd om gelegitimeerd te zijn. En Afro‑Nederlandse makers hoeven niet langer te bewijzen dat ze thuishoren: hun aanwezigheid wordt vanzelfsprekend onderdeel van hoe Nederland kunst begrijpt.

Voor lezers die zich afvragen waar Landvreugds analyse uiteindelijk toe leidt, is dit hoofdstuk het antwoord: het opent de deur naar een kunstwereld waarin de canon niet langer gesloten is, maar door een hybride, Afro‑Nederlandse blik wordt opengebroken en opnieuw opgebouwd.

Een denkkracht waar Nederland niet langer omheen kan

Dutch Afro Becomings is daarmee een van de weinige boeken in Nederland dat precies benoemt waar het werkelijk schuurt, en dat niet door te moraliseren, maar door te laten zien hoe rijk, rijk aan perspectief en vormkracht Afro‑Nederlandse, Surinaamse en Caribische kunst is en altijd is geweest.

Landvreugd schrijft vanuit de overtuiging dat het Surinaamse niet alleen een culturele bron is, maar een denkkracht. Niet slechts verleden, maar methode. Zijn boodschap is helder: het probleem lag nooit bij de makers. Het ontbrak nooit aan kwaliteit, visie of diepgang. Wat ontbrak, was de bereidheid om werkelijk te kijken.

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter