blog | werkgroep caraïbische letteren

Voorlezen is belangrijk: een voorbeeld

door Els Moor

Vrijdagochtend, bijna twaalf uur, in een vierde klas van een lagere school in Nickerie. Juf vraagt aan de kinderen: ‘Hoe gaan we de week afsluiten?’ ‘VOORLEZEN!!!’ De kinderen schreeuwen. Juf pakt het boek waarmee ze al begonnen zijn. De kinderen klappen luid in hun handen. ‘Rani, Rani’, klinkt het.
‘Oké, goed idee, ga maar naar de leeshoek’. De kinderen nemen hun stoel en achter in de klas, waar aan de wand platen hangen van boeken en veel tekeningen van de kinderen over boeken en waar een tafel met veel boeken staat, gaan ze in een kring zitten. Juf komt ook in de kring. In haar hand heeft ze het boek Rani en de slangenkoning van de Surinaamse schrijver Effendi N. Ketwaru.
‘Wie is Rani?’ vraagt ze. Alle kinderen steken hun vinger op. ‘Elise’…
‘Juf’ – Elise gaat staan en kijkt rond in de kring – ‘Rani is een meisje. Ze woonde met haar vader. Hij ging dood’… ‘Hij was al oud en haar moeder was ook dood’, roepen andere kinderen. Clarissa steekt haar vinger op. Ze kijkt droevig. ‘Juf, ze heeft zoveel verdriet en wil in haar oso blijven.’ Juf knikt. ‘Haridath, blijft Rani alleen in haar huis?’ ‘Nee juf, ze gaat wonen bij een vrouw die Mala heet.’
Juf opent het boek en zegt: ‘Ik ga weer een stukje verder lezen, luister goed, straks gaan we het laten zien.’ Dan begint juf te lezen:
‘Op een avond lag Rani wakker in bed. Tante Mala had haar zomaar zonder eten naar haar kamer gestuurd! Het was al diep in de nacht maar Rani kon niet slapen van de honger. Plotseling hoorde ze vreemde geluiden uit de keuken komen. Doodsbang stond Rani op en liep zo zachtjes als ze kon naar de keuken. Langzaam duwde ze de keukendeur open en van schrik bleef ze verstijfd staan.’
(Juf loopt even met de plaat van de dansende tante Mala met de kleine kaiman de kring rond.)
‘De wereld is gemeen
Daarom dans ik op mijn teen
Hahahai! Hihahee!
Kaikai, kleine kaiman
dans met me mee!
Ik haat alle kinderen
Ik haat alle mensen
Niemand moet mij hinderen
Wat voor kwaads kan ik nog wensen?
Hahahai! Hihahee!
Kakai, kleine kaiman
dans met me mee!
TANTE MALA WAS EEN HEKS!Dus dáárom’.
Juf lijkt zelf wel een heks als ze dit laatste voorleest. Zoals ze ‘hhhaaat’ zegt, met gebaren erbij. Sommige kinderen slaan hun handen voor hun gezicht!
Effendi Ketwaru. Foto @ Michel Szulc-Krzyzanowski
Rani en de slangenkoning is een prachtig boek. Het is spannend, met veel emoties en fantasie. Later raakt Rani bevriend met de slang Nagraj die haar veel steun geeft bij al het zware werk dat ze moet doen en op het eind verslaan ze samen de door de heks grootgemaakte kaiman en de heks zelf. Dan blijkt slang Nagraj een jongen te zijn die door heks Mala was betoverd. Hij wordt weer zichzelf en Rani gaat met hem mee… naar zijn ouders… in Nickerie!
Deze juf kiest voor háár klas, de kinderen zijn geen lieverdjes, dit opwindende verhaal. Ze laat hen het ook spelen later, met veel succes. Voor de heks heeft ze een knalrode doek om aan te doen en ook kaiman krijgt dingens om op een kaiman te lijken. Later tekenen ze ook scènes uit het verhaal. De duidelijkste komen aan de wand in de ‘boekenhoek’.
Dit is een voorbeeld van werkvormen met een boek voor al wat gevorderde leerlingen, die van een pittig verhaal houden. De doelstellingen zijn aangepast aan de klas. De kinderen zijn vlot door de aanpak van hun juf en ze kunnen het verhaal goed spelen.
Zo kan iedere leerkracht werkvormen toepassen tijdens en na het voorlezen die passen bij de leeftijd en het taalniveau van de kinderen. Van de jongste peuters tot de zesdeklassers! In stad, districten en binnenland!
E.N. Ketwaru (tekst en illustraties): Rani en de Slangenkoning. Paramaribo: Megha Boeken, 1992. ISBN 99914 953 4 7. (Het boek is nog te koop via Ismene Krishnadath.)

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter