Verzet in de Caraïbische letteren tussen de18de en 21ste eeuw
Keynote van Rita Rahman Caraïbische Letteren Karavaan in Groningen op 12 september
Vanmiddag verken ik samen met u het verzet in de Caraïbische letteren. Verzet met de pen tegen Nederlands kolonialisme, slavernij, economische- en culturele uitbuiting, en de uitsluiting van welzijn en welvaart van delokale bevolking in Suriname en de Caraibische eilanden. De nadruk ligt daarbij op het verzet in de verhalen, gedichten en nieuwe vormen van woordkunst vanuit de eigen levenservaring, lokale cultuur, en het perspectief van de inwoners van Suriname en de Caraïbische eilanden vanaf de achttiende eeuw.
De pen werd en wordt aangewend voor verzet tegen de historische ontwikkelingen die hebben geresulteerd in twee verschillende kanten van de medaille van de gezamenlijke geschiedenis: het verhaal van de plantagehouders, slavenhandelaars en scheepvaarders aangestuurd door de koloniale macht onder leiding van de Generale Staten in Den Haag aan de ene kant en de ervaring van de slaafgemaakte inheemse en lotgenoten uit Afrika, aangevuld met geronselde contractanten uit Azië, aan de andere kant. Eeuwenlang is er maar een kant zichtbaar gemaakt terwijl de andere kant onder het tapijt werd gehouden. Kolonialisme, slavernij, land- en grondstoffenroof, etnische onderschikking voor een verdeel-en-heersbestuur, de kloof tussen arm en rijk, onderdrukking van lokale talen en discriminatie op grond van huidskleur, het kreeg geen aandacht in Nederland en overzeese rijksdelen, behalve in de werken van schrijvers en dichters met hun wortels overzee.
Spiegelen
Wanneer je de werken van de woordkunstenaar vanuit het perspectief van de andere kant spiegelt en tot je neemt, levert het een heel ander beeld van hoe wij beter dan in het verleden met arbeid, gezin, liefde, geluk, verdriet, en geloof kunnen en mogen omgaan,zodanig dat er na eeuwen van eenzijdige elitaire graaizucht en agressieve uitsluiting,een wereld kan ontstaan van gedeelde welzijn, vrede en veiligheid voor iedereen, medemenselijkheid ongeacht waar de wieg stond.
In de afgelopen 300 jaar zijn veel prachtige Caraïbische literaire werken ontstaan die cultureel en emotioneel aan die verandering kunnen bijdragen. Caraïbische verhalen, gedichten en nieuwe vormen van woordkunst, ze verdienen aandacht vanuit een groeiend besef van gedeelde medemenselijkheid — wereldwijd, dus ook aan weerszijden van de Noordzee, de Caraïbische Zee en de Atlantische Oceaan.
Inzet voor die warme medemenselijkheid staat echter dezer dagen in de Verenigde Staten en Europa steeds meer onder druk. Door ontkenning van een kant van onze gedeelde geschiedenis, het nog verder onder het tapijt schuiven van niet-witte verzetshelden en hun verhalen, het verbranden van boeken van zwarte auteurs in de VS, het sluiten van zwarte historie musea, en vooral veel desinformatie op sociale media, dreigt de inzet voor medemenselijkheid uiteen te vallen in twee kampen. Dit is een gevaarlijke ontwikkeling die tegenover het vreedzame verzet met de pen van Caraibische schrijvers, vooral veel geweld en ruwe omgang plaatst.
Dat gezegd hebbende: vanmiddag wordt het juist aangenaam vertoeven. We lezen,spiegelen, verbinden en vieren het leven vanuit een andere cultuurhistorische context. Het wordt een wandeling door het spiegelpaleis van ons gedeelde verleden en onzegezamenlijke toekomst. Vanuit het besef dat de meeste mensen deugen. Vanuit de wetenschap dat in het eeuwenlange contact tussen culturen, cultuurelementen uitgewisseld kunnen worden waar alle betrokken culturen beter van kunnen worden. Zo kan gelijkwaardige en vredige multiculturele vooruitgang ontstaan. Maar zo is het in de werkelijkheid niet of nauwelijks gegaan. Al vanaf de Europese expansie, de ontdekkingsreizen aan het eind van de Middeleeuwen, vanaf Columbus, was er geen sprake meer van uitwisseling vanuit wederzijdse erkenning, noch van overname van cultuurelementen met voor beide partijen het recht van zelfdragende worteling.
Kolonialisme
Er werd onteigend, geroofd, buskruit en boekdrukkunst ontfutseld en specerijen, op landjepik volgde gedwongen kerstenen, bestuurlijke overheersing werd met kanonnen opgelegd, en er was tot slaafmaking, moord en doodslag. Nadat buskruit in Europa omgezet werd in kanonkogels, werden aanwezige natuurlijke hulpbronnen waaronder edelmetalen, hout, zout, en de oogst van plantages, zonder meer onteigend. Kolonialisme, slavernij, zijn woorden waarin de westerse overheersing in de 16de, 17de en 18de eeuw vervat werd, in de 19de en 20ste eeuw volgden begrippen als neokolonialisme en imperialisme, en in de 21ste eeuw was daar MAGA, anti-islam en anti-migratie strijd om ontvolking in witte samenlevingen te voorkomen, en oorlogen voor bescherming van de westerse cultuur als hoogste goed.
Vele Caraïbische woordkunstenaars hebben vanaf 1900 actief met hun pen aan het verzet tegen dat alles bijgedragen, inclusief tegenstand tegen de roof van taal en culturele identiteit, en voor een grotere zelfbewustzijn en natievorming, ten gunste van eengelijkwaardige multiculturele ontwikkeling.
De eersten onder hen hebben, na een verblijf als student (zes tot tien jaren) in het moederland in Europa, bij (tijdelijke) terugkeer in het geboorteland, en gebruikmakend van de vergelijkende ervaring, kennis en inzichten die zij tijdens hun verblijf aan de Noordzee hadden ontwikkeld, prachtige historische parabels, gedichten, verzetsliederteksten, toneel en ook opera gepresenteerd. Hun woordkunst was scherpzinnig, riep op tot echte interesse in de mensonterende gevolgen van kolonialisme en slavernij aan de andere kant van de oceaan. Er moest, volgend op de gewelddadige overheersing en roof, verantwoordelijkheid genomen worden voor meer rechtvaardige deling van welvaart en welzijn voor iedereen, ongeacht huidskleur, gender, seksuele voorkeur, en culturele creativiteit.
Via de achteruitkijkspiegel vooruit.
Die uitnodiging mag ik namens de pennen in verzet over meer dan drie eeuwen vandaag aan u doen. Wij gaan samen op weg, en het lijkt mij het beste dat wij daarbij wel eerst goed in de achteruitkijkspiegel kijken voordat wij met de juiste snelheid de weg van medemenselijkheid op gaan.
Wij moeten echt eerst het verborgen deel van het gezamenlijk verleden tevoorschijn halen ensamen erkennen voordat wij eensgezind de snelweg op kunnen van vreedzame medemenselijkheid voor komende generaties.
Geloof mij, de rit wordt heel interessant en aangenaam, want in de Caraibische regio bevinden zich, inheemsen die volgend op koloniale volksplantingen uit Afrika en Azië, vanaf de achttiende eeuw min of meer in gelijkwaardigheid bijdragen aan de ontwikkeling van multiculturele samenlevingen in de wereld. Het valt niet te ontkennen dat in die kleine en vooral dunbevolkte regio, buitenproportionele successen rond deze ontwikkeling vermeld kunnen worden. Er is multicultureel, nieuwewoordkunst, nieuwe muziek, nieuwe dans, en andere podiumkunsten ontwikkeld die over de hele wereld opgang heeft gemaakt. Met in korte tijd twee nobelprijzen voor letteren, en vele successen met nieuwe muziek en danssoorten (reggae, calypso, merengue, Batchata, Zouk, bigi pokoe, samba). De multiculturele ontwikkeling als tegenbeweging van het koloniale verdeel en heersbeleid is in de Caraïbische regio buitengewoon groot.Totaal anders dan in Nederland waar aan het eind van de twintigste eeuw een multiculturele ontwikkeling door politici doodverklaard werd. Wie niet wit, niet christen en niet minstens drie generaties aan Nederlandse wortels had, werd voortaan behandeld als een leeg omhulsel waarin de Nederlandse taal en cultuur moest worden ingepompt.
Vele Surinaamse en Antilliaanse woordkunstenaars hebben zich met hun pen daartegen verzet, en het voelt goed om vandaag al lezend aan dat verzet bij te dragen.
Hoewel in de geschiedenisboeken, die tot voor kort voornamelijk in Nederland gemaakt werden, alleen het verhaal vanuit het Nederlands perspectief opgetekend werd en de andere kant van de gezamenlijke geschiedenis onder het tapijt werd gehouden, verschenen steeds meer verhalen en gedichten, desnoods in eigen hand uitgegeven, over levenservaringen van gekleurde mensen. In mooie volzinnen, avontuurlijk, spottend en humoristisch, en bovenal zeer het lezen waard. Maar ze werden ook tegengewerkt vanwege het opeisen van spiegelen, van verantwoordelijkheid nemen voor de andere kant van de gedeelde geschiedenis en voor medemenselijkheid. Hoewel literair zeer van grote kwaliteit is de weg naar de brede lezersmarkt in Nederland nog tot aan de dag van vandaag beperkt, bijna volledig afgesloten.
Er bestaat wel Haags cultuurbeleid waarin woorden als inclusie en diversiteit met regelmaat opborrelen, maar de praktijk is er juist een van uitsluiting. De ervaring leert dat ook als Caraïbische schrijvers zich met de Werkgroep onder een of beide noemers aanmeldt voor publieksactiviteiten bij Nederlandse bibliotheken, cultuurcentra en media, al gauw blijkt dat geen van de benaderde instituten zich geroepen voelt hun Nederlandse lezerspubliek daarvoor te willen mobiliseren. Het minderhedenbeleid uit de 90tiger jaren wordt consequent nagevolgd, er is alleen ruimte voor medewerking aan cultureel vertier voor mensen met een niet-westerse migranten afkomst onder elkaar, voor strafhok.
Zo is ook al honderd jaar de ervaring met uitgevers die het te riskant vinden om geld te steken in een boek dat qua onderwerp niet synchroon loopt met boeken van Nederlandse schrijvers. Gelukkig was er uitgeverij in de Knipscheer, die vrijwel alle succesboeken van Caraïbische schrijvers met hun pen in verzet,onverschrokken heeft gepubliceerd en vanmiddag van de Werkgroep een oorkonde in ontvangst mag nemen.
Ook lof van recensenten op verschenen prachtige boeken van o.a. Frank Martinus Arion, Edgar Cairo en Bea Vianen, is vaker geconcentreerd geworden op de goede weergave van de realiteit in de exotische volkswijken. Naar de witte waarneming stonden schrijvers in deze boeken als volwaardige Europese antropologen stil bij de lage moraal in die authentieke volkswijken. Dat er juist ondubbelzinnig een koppeling werd gelegd met het Nederlandse kolonialisme, werd genegeerd, blijkbaar als te verwijtend geacht voor het Nederlandse publiek. Zelf recente publicaties van Caraïbische schrijvers over trauma effecten van slavernij worden afgeschermd om het Nederlandse publiek niet onnodig te kwetsen met de tekortkomingen van hun voorouders.
Het heeft tot 2006 geduurd voordat de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde uit 1788, aan haar afdelingen en werkgroepen De Werkgroep Caraïbische Letteren heeft toegevoegd.
Als gevolg van het met de pen in verzet pendelen tussen het koloniale moederland en het Caraïbische vaderland, is in de jaren 1960-2000, toen het aantal Surinaamse en Antilliaanse jongeren dat in Nederland kwam studeren, verviervoudigde en ook meer uit gewone volkskinderen bestond, het aantal diasporaschrijvers gegroeid. Zo ook huntwijfels over persoonlijke vooruitzichten en ruimte in Nederland voor een eigen zwarte culturele identiteit.
De identiteitsdiscussie en de oproep tot verdediging van de Westerse cultuur als hoogste goed nam aan het begin van de 21steeeuw met de september-11 aanslag in New York, opnieuw een sprint. Weg was alle internationale solidariteit met de Derde Wereld uit de 70-80ger jaren, inclusief de hoop op een multiculturele samenleving in Europa in aansluiting op de arbeidsmigratie uit Noord-Afrika en Turkije en de onafhankelijkheid vluchtelingen uit de Caraïbische regio.
Het verzet met de pen werd nu ook toegespitst op het recht van de eigen taal ontwikkeling en een dynamische eigen culturele identiteit. In Nederland moest institutioneel racisme bestreden worden en taalvernieuwing moest ruimte krijgen, ook voor de Nederlandse taal.
Rond de voorbereiding van de onafhankelijkheid van Suriname kwam als verzetsthema, de onmenselijke opvang in Nederland van migranten uit de oud kolonies, erbij.
Onder anderen Bea Vianen, Leo Ferrier, Astrid Roemer, Edgar Cairo en Anil Ramdas voelden zich gaandeweg in hun verzet met de pen,noch in Nederland, noch in Suriname, noch op de Caraïbische eilanden helemaal thuis en met de groeiende tweedeling over de integratiestrijd, in Nederland gericht op ontkleuren en onteigenen, in Suriname en op de eilanden gericht op het luid tevoorschijn halen van hun kant van de geschiedenis, wantrouwden zij steeds meer de mogelijkheid van grenzeloze medemenselijkheid in Nederland.
In de 21ste eeuw is een nieuwe lichting Caraïbische verzetsschrijvers, dichters en woordkunstenaars opgestaan. De Werkgroep is blij dat een aantal van hen met de Karavaan is meegereisd, waaronder Karin Amatmoekrim, Raoul de Jong, Henna Goudzand Nahar, Shantie Singh en Joshua Snijders.
De eerste Caraïbische verzetsschrijvers
Albert Helman, Anton de Kom en Cola Debrot debuteerden na een eerste studieverblijf in Nederland. Bij terugkeer naar het geboorteland, waren zij gewapend met vergelijkende inzichten over leven, rijkdom en armoede, hoop en liefde in het moederland en in de kolonie. Zij zagen scherp hoe de lokale bevolking leed onder de gevolgen van kolonialisme en slavernij en hoe weinig aandacht Nederland had voor het keren van die gevolgen of een halt toeroepen aan de gecontinueerde roof en achterstelling. Met de industriële ontwikkelingen in Europa werd een andere vorm van kolonisatie in Azië en Noord-Afrika/Midden-Oosten aantrekkelijker, en werden plantages en landhuizen in Suriname, Curaçao en Aruba de rug toegekeerd. Maar de slachtoffers bleven, zo schrijft dichter Vene.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog keerde belangstelling voor Suriname en de Caraibische eilanden terug. Nu betrof het raffinage van olie uit Venezuela op de eilanden (Shell en Esso) en goud-, hout- en bauxietwinning (Bruynzeel, Billiton, ALCOA) in Suriname.
Tegen de achtergrond van de onafhankelijkheidsgolf in Azië en Noord-Afrika/Midden-Oosten werd het verzet met de pen aan het eind van de Tweede Wereldoorlog ook in de Caraïbische regio nationalistischer. Dit mede met het oog op de naderende autonomie zoals verwoord in het Statuut.
De nieuwe lichting Caribische verzetsschrijvers tussen 1945 en 2000, experimenteerden veel met taal (Surinaams Nederlands, Papiamento, Sarnami) en met de vorm en inhoud in hun verhalen, waarbij soms ook het teruggrijpen op woordkunst van grote meesters in Europa in verbinding werd gebracht met Inheemse spiritualiteit, en de uit Afrika en Azië meegenomen mythologie. Er was ook verzet tegen door kerken opgelegde nederigheid, tegen maatschappelijke achterstelling, voor vrouwenemancipatie, voor eigen taalontwikkeling en voor een eigen multiculturele identiteit, enz. Edgar Cairo, Astrid Roemer, Ronald Venetiaan, R. Dobru, Diana Lebacs, Tip Marugg en nog vele andere schrijvers van multi-linguïstische proza, poëzie en toneelteksten horen hierbij.
De nieuwste generatie
De huidige nieuwste generatie Caraïbisch-Nederlandse schrijvers zijn vaak in Nederland geboren of hier jong aangekomen. Opgegroeid in multiculturele gezinnen met één witte Nederlandse ouder en één ouder uit Suriname of de Caraïbische eilanden, putten deze biculturele auteurs vooral uit de zoektocht en aansluiting bij verzet met de pen in het geboorteland van de Caraïbische ouders, en minder uit de strijd enkel tegen uitsluiting en racisme in Nederland.
Sinds de opkomst van conservatieve en nieuwe extreemrechtse politici in de 21ste eeuw in Nederland, Europa en Amerika, en het verzet daartegen in bewegingen als Black Live Matters, is het verzet met de pen onder de Caraïbisch-Nederlandse woordkunstenaars mondialer geworden, vaak met aansluiting bij de bevrijdingsinspanningen uit het mondiale Zuiden.
Lezen uit werken en aandacht voor verzet thema’s.
Samen met Noraly Beyer, die u fragmenten zal voorlezen uit Caraïbische woordkunstwerken tussen de 17de eeuw en vandaag, hoop ik uw belangstelling en begrip voor Caraïbische woordkunstenaars verder aan te wakkeren.
Het verzet met de pen opent ogen tegen de vergetelheid rond onze gedeelde geschiedenis,maar zal ook schaamte oproepen over het lot van medemensen, en motiveren om vervolgens samen onderweg te gaan voor het bereiken van medemenselijkheid, nu en in de toekomst.
Kunst en galgenhumor
Er wacht ons veel leesplezier, een lach en misschien ook een traan. Humor is in de Caraïbische verhalen een krachtig overlevingsmechanisme, een vorm van cultureel verzet. Diepe historische wonden, koloniale structuren en dagelijkse frustraties worden ermee zichtbaar gemaakt. Maar dehumor is zelden vrijblijvend. Het is direct verbonden met maatschappijkritiek enveerkracht. Bij o.a. Frank Martinus Arion, Edgar Cairo en Thea Doelwijt speelt humor rond taal en taalonderdrukking een belangrijke rol in het verzet met de pen. Zij zetten volkstaal tegenover heerserstaal, spelen met spraakverwarring en dubbelzinnigheid, en benadrukken dat eigen taal en cultuur een mensenrecht zijn.
Jammer is het dat nieuwe Nederlandse woorden, waaronder matti, dezer dagen vaak worden weggezet als ‘straattaal’. Mogelijk doordat Antillianen en Surinamers sinds de jaren tachtig politiek tot de‘straathoekjongerenproblematiek’ zijn gereduceerd.
Verschillen in interpretaties over het erfgoed van koloniale en slavernij verleden
Al meer dan honderd jaar verschillen Caraïbische en Nederlandse interpretaties van het erfgoed van het Nederlands kolonialisme en slavernijverleden. Na ruim 170 opstanden en oorlogen van slaafgemaakten in vrijwel alle plantage-economieën in de regio werd tussen 1833 en 1848 het systeem aangepast in de Engelse en de Franse kolonies, maar bleef het nog tot 1873 bestaan in de Nederlandse kolonies. Het waarom ontbreekt in Nederlandse geschiedschrijving, zoals de grootscheepse deportatie van inheemsen van Curaçao naar Hispaniola ontbreekt, evenals informatie over de praktijk op slavenmarkten op Curaçao, en het vuil spel rond het eerste Nederlandse vredesverdrag in Suriname.
De gelegenheid die zich rond de slavernij excuses in december 2022 voordeed om kwesties eindelijk recht te zetten, bleef onbenut. Erger nog, er zijn op 19 december 2022 bij de excuses uitgesproken door premier Rutte, minstens twee grote fouten gemaakt.
Fout 1: Inheemsen werden niet erkend als eerste slaafgemaakten in Suriname, en nog minder hun verzet daartegen. Ook niet hun succes voortvloeiend uit het eerste Nederlandse vredesverdrag in de kolonie. En tragisch, ook niet het verraad van gouverneur van Sommelsdijk.
Na 6 jaar oorlog tussen het koloniale leger en de nachtelijke guerrilla aanvallen van inheemsen op bestaande Nederlandse plantages, kwam in 1686 via vredesonderhandelingen het eerste Nederlandse vredesverdrag met het lokale verzet tot stand. Hierin stemden inheemse leiders in met de verhuizing van stammen en dorpen weg van de vruchtbare kuststrook naar de savanne aan de rand van het regenwoud. Dit onder voorwaarde dat dwangarbeid van inheemsen op de plantages verboden werd, terwijl aan het eind van de verhuizing in de volgende maanden, de collectieve grondrechten in de nieuwe woonoorden formeel zouden worden vastgelegd.
Zo ver is het nooit gekomen. De inkt van de ondertekening met inheemse vingerafdrukken was nog niet droog of gouverneur van Sommelsdijk bezoedelde het verdrag door aan het koloniale leger de opdracht te geven om nog diezelfde nacht stiekem zoveel mogelijk dorpen van inheemsen in de fik te steken en daarbij alle aangetroffen mannen en jongens dood te knuppelen. Het bewijs van deze opdracht wist hoogleraar Peter Kloos van de RUL in de jaren zestig, letterlijk boven tafel te krijgen. Maar sinds die tijd is de geschiedschrijving er nergens op bijgesteld, noch zijn er geluiden om de bestaande positieve bejegening van de gouverneur w.o. de Sommelsdijks kreek, te verwijderen. En dat terwijl de actie van de gouverneur sterk riekt naar wat dezer dagen Trumpisme heet.
Of is het gewoon een Ruttiaanse streek anno 2022, zoals Caraïbische schrijvers in Amsterdam opmerkten? Tenslotte was het premier Rutte die in december 2022, ijzig zweeg over de Nederlandse slaafmaking van inheemsen in Suriname en het georganiseerd verzet daartegen tussen 1678 en 1686, bekend als de Indianenopstand. Mogelijk werd de aandacht van de premier afgeleid toen hij bij zijn voorbereiding van de excuses de rapportage over ruim 200 jaar Nederlandse mensensmokkel in West-Afrika en de onmenselijkheid van de trans-Atlantische slaventransporten onder ogen kreeg. Mogelijk is ook dat het hem benauwde dat die hele trans-Atlantische slavernij geschiedenis, nog eens 200 jaar later een donkere schaduw vooruit bleef werpen, trans-Atlantisch en mediterrane zee, op zijn geknutsel met migratiebeleid.
Fout 2: de contractarbeiders in de West bewust uitgesloten? Verdacht is ook het zwijgen van historicus Rutte tijdens de excuses met betrekking tot de Aziatische contractarbeiders, die tussen 1853 en 1930 naar Suriname werden verscheept. Hij kon toch weten dat aandacht van het koloniale bestuur rond 1863 geconcentreerd was op compensatie voor planters en slavenhouders, en er totaal geen tijd overbleef om voor die koloniale contractanten—de Britten hadden het verdrag met Nederland getekend, de contractarbeiders kwamen enkel op nummer, niet op naam— de werkcultuur en arbeidsorganisatie op de plantages te vernieuwen. Na honderden jaren van het dwangarbeidssysteem inclusief wrede lijfstraffen, hadden alle betrokkenen juist dat aspect over het hoofd gezien.
De vele opstanden op suiker- en katoenplantages na de komst van de Aziatische contractarbeiders, getuigen van deze omissie. Zoals het in Suriname heet: het was voor de nieuwkomers dezelfde stront, al waren zij andere vliegen. Een regel van Rutte, niet meer, over de contractarbeiders die op de plantages ook slaaf werden, was wat mij betreft bij de officiële excuses in 2022 over het Nederlandse slavernijverleden dan ook gepast geweest. Des te meer omdat de premier toen zeer waarschijnlijk al betrokken was bij de excuses aan verzetsheld en schrijver Anton de Kom, gepland voor juni 2023. Men mag aannemen dat de premier Wij slaven van Suriname in december 2022 al had gelezen.
Vier tijdvakken van Caraïbische woordkunstenaars in verzet
1600–1900: naast krachtige orale vertellingen — waarvan nog veel moet worden opgetekend— is weinig schriftelijk verzet tegen kolonialisme en slavernij in deze periode door lokalen vastgelegd. Verzetsliederen van inheemsen en Afrikaanse tot slaaf gemaakten vragen dringend om verdere conservering. Onder anderen schrijfster Karin Amatmoekrim is daaraan begonnen.
Gelukkig bestaan er reisverslagen van Nederlandse families, vrienden en administrateurs, die de plantages in de Nederlandse kolonies hebben bezocht. Dat kan echter geen Caraïbische verzetsliteratuur heten, hooguit is er verwondering, soms schaamte, over de gewelddadige behandeling van tot slaaf gemaakten.
Een uitzondering hierop vormt het indringende reisverslag van John Gabriel Stedman. Deze Schotse militair in Nederlandse dienst nam in de 18de eeuw deel aan expedities tegen gevluchte slaven/ marrons in de bossen. Zijn verslag, met tachtig illustraties, bevestigt de wreedheid van het Nederlandse slavernijsysteem in de West.
Vergeleken met andere reisverslagen klinkt Joan Wils’ “Ballade van de slavenhaler”,geschreven in 1686 in het scheepsjournaal van d’ Coninck Salomon, afstandelijk. Het is een van de oudste Nederlandstalige literaire bronnen over de trans-Atlantische slavenhandel en de verschrikkingen aan boord.
De periode tussen 1900 en 1945, na afschaffing van de slavernij en Aziatische contractarbeid en vóór de Tweede Wereldoorlog, brak het Caraïbische verzet met de pen in Suriname en op Curaçao krachtig door. Bekende schrijvers uit deze periode zijn Albert Helman, Anton de Kom en Cola Debrot.
Albert Helman: Zuid-Zuid-West, 1926
In 1926 verscheen Albert Helmans eerste roman Zuid-Zuid-West, vooral bekend door de epiloog: een Multatuliaanse aanklacht tegen het Nederlandse kolonialisme. Helman richt zich tot de scheepvaarders van de driehoekshandel, tot slavenhouders en planters— de ‘zondag brave kooplieden’ — en roept op tot liefdevollere omgang met het land en zijn mensen: ‘Sinds eeuwen zijt gij dieven, men zegt: geoorloofd. Maar weest dan minstens liefdevolle dieven en geen schurken.’
Anton de Kom: Wij slaven van Suriname, 1934
Geïnspireerd door Albert Helmans aanklacht tegen het ‘liefdeloze kolonialisme’ schreef De Kom Wij slaven van Suriname als radicale herschrijving van de Surinaamse geschiedenis. Voor het eerst vanuit het perspectief van een zwart landskind. De titel onderstreept dat volgens De Kom ook de Aziatische contractarbeiders slaven waren.
De Kom toont in zijn meesterwerk hoe eeuwenlange onderdrukking ook de geest van slachtoffers aantast: ‘Geen volk kan tot volle wasdom komen dat erfelijk met een minderwaardigheidsgevoel belast blijft.’ De psychologische invloed van koloniale repressie zou later centraal staan bij FrantzFanon. In Nederland vond De Kom, die zich bij het verzet tegen de Duitse bezetting aansloot, ook geestverwanten onder Indonesische nationalistische studenten, onder wie Mohammed Hatta.
Cola Debrot: Mijn zuster de negerin, 1935
Cola Debrot is nog steeds vooral bekend door zijn debuut Mijn zuster de negerin. Op Curaçao wordt nog tot op de dag van vandaag gediscussieerd over het centrale verzetsthemain de novelle: gaat het om racisme en assimilatie, of om de bredere erfenis van kolonialisme en slavernij: de kloof tussen rijk en arm, machtsmisbruik van witte mannen tegenover zwarte vrouwen en verstoorde familie- en liefdesrelaties? Debrot was, net als Albert Helman, naast schrijver ook een overheidsbestuurder.
Mijn zuster de negerin kan worden gelezen tegen zowel de Europese context van nazistisch racisme als de Curaçaose erfenis van kolonialisme en slavernij. Hoofdpersoon Ruprecht keert uit Europa terug om de erfenis van zijn ouders te aanvaarden en zijn liefde voor zwarte speelkameraad Maria, dochter van het dienstmeisje, te bekronen. Die droom spat uiteen wanneer Maria zijn halfzuster blijkt te zijn.
In de periode 1945–2000 valt het verzet met de pen samen met een wereldwijde dekolonisatiegolf. In veel landen in Azië, Noord-Afrika en het Midden-Oosten, wordt de onafhankelijkheid een feit. Maar niet in sub-Sahara Afrika vol edelmetalen en aardolie, waar menige onafhankelijkheidsvoorvechter gedood en of gedeporteerd wordt. Ook in het Caraïbisch gebied groeide de roep om onafhankelijkheid, maar volgde realisatie pas tussen 1965 en 1980.
De verzetsthema’s verbreedden zich in deze periode: naast kolonialisme, slavernij, armoede en uitbuiting kwamen taalonderdrukking, identiteit, vrouwenstrijd, seksuele vrijheid en alledaags én institutioneel racisme in Nederland, erbij.
Frank Martinus Arion: Dubbelspel, 1973
Frank Martinus Arion, Curaçaos schrijver met een krachtige verzetsstem, ontmoette ik vakertoen hij tussen 1976 en 1980 in Suriname woonde. Zijn roman Dubbelspel uit 1973 — in 2006 gekozen voor Nederland leest — blijft uitnodigen tot lezen en herlezen.
Dubbelspel komt in eerste instantie over als een meeslepend verhaal over vriendschap en verraad in een arme volkswijk én geeft zo een tijdsbeeld van Curaçao in de jaren zeventig. Bij herlezing valt de morele, politieke en filosofische lading over kolonialisme en slavernij op. Toen ik Arion in 1976 onder de manja boom in de tuin van zijn huis in Paramaribo sprak, was het die onderliggende lading waarover onze gesprekken gingen.
Arion benadrukte in onze gesprekken telkens weer dat verzet met de pen een zaak van lange adem was. Hij was bitter over Nederlandse recensies die zijn verzet in Dubbelspel hadden gereduceerd tot een antropologische observatievan een zwarte volksbuurt op Curaçao. Het trof hem des temeer dat zijn tweede roman Afscheid van de koningin, waarin hij zijn verzet over kolonialisme en slavernij scherper en met meer slagkracht had ingezet, genegeerdwerd. Nog wel in een tijd waarin Afrikaanse leiders die streden voor onafhankelijkheid keihard vermoord werden. Mijn conclusie: Verzet tegen de neokoloniale heerschappij in zwart Afrika riep nog veel meer weerstand op.Niet verwonderlijk: Afrika was nog maar pas, in 1885, in de conferentie van Berlijn met potlood en liniaal onder Europese neokoloniale regeerders verdeeld.
Frank Arion wees er bij herhaling op dat eenbetere wereld zonder westerse overheersing,geen slaagkans had als in de gekoloniseerde samenlevingen de lokalen elkaar konden verstaan en begrijpen. Dat kon echter pas goed als de eigen talen — het Papiamento, Sranantongo, Sarnami en andere talen — uit de verdrukking waren.
Ik moest dezer dagen opnieuw aan onze gesprekken onder de manjaboom denken toenik in Buitenhof op 6 september 2026, Ivo Daalder, voormalig NAVO-ambassadeur onder Obama, twijfels hoorde uitspreken over het succes van Trump in de oorlog met Iran. Daalder wees erop dat de Verenigde Staten sinds de Vietnamoorlog, ondanks honderden militaire bases wereldwijd en ondanks het bezit van het meest geavanceerde wapentuig, uiteindelijk telkens gedwongen werden zich terug te trekken uit oorlogen die zij zelf waren begonnen. De reden: de tegenpartij sprak wel de taal van de lokale gemeenschap, terwijltegelijkertijd het Amerikaanse volk er meer en meer genoeg had van oorlogsbudgetten die ten koste gingen van zorg, onderwijs en infrastructuuronderhoud in eigen land.
Bea Vianen: Sarnami, Hai, 1969
Bea Vianen wordt gerekend tot de belangrijkste Nederlands-Caraïbische auteurs van de jaren zeventig.
Zij ging in 1957 voor het eerst naar Nederland en bracht daarna voortdurend perioden door aan beide zijden van de oceaan. In al haar werk is haar gemengde etnische achtergrond als bron voor multiculturele vooruitgang consequent aanwezig. Op het gebied van bevrijding door taal is Bea Vianen een pionier. Haar Nederlands is zeer herkenbaar voor Surinamers, maar ook voor Nederlanders die geïnteresseerd zijn. Toen eind jaren zestig Sarnami, hai verscheen, werd die in Suriname letterlijk verslonden. Thema’s alsonafhankelijkheid, seksuele vrijheid en identiteit spelen een hoofdrol in haar verzet. Zij heeft bewezen de toekomst van een kritische generatie Surinamers te kunnen verwoorden. Bea vianen beschrijft vlijmscherp de gevolgen van interraciale tegenstellingen die verder reiken dan de exotica van een land van volksplantingen uit Afrika en Azië. Maar zij blijft optimistisch. Vianen behandelt de problematiek van integratie, van vrijheid versus onvrijheid binnen de zich ontwikkelende multiculturele samenleving, en uit zorgen over de beklemming die ontstaatdoor de felle verdediging van tradities door deverschillende etnische groepen, de angst voor ontworteling en de angst voor overheersing door een andere etnische groep. Allemaalvoortvloeiend uit het kolonialisme en verdeel-en-heersbeleid. De politieke partijen die met de autonomie (Statuut) in Suriname ontstonden en nu nog bestaan, hebben die spanningen en corruptie versterkt.
Astrid Roemer: Over de gekte van een vrouw (1982)
In Over de gekte van een vrouw staat de strijd van een jonge vrouw voor zelfbeschikking centraal in de door mannen gedomineerde wereld. Racisme en afkomst spelen ook een rol. Het boek toont haarscherp de impact van de koloniale geschiedenis op het leven als zwarte vrouw in Suriname. Verwarring overidentiteit, spiritualiteit en isolement, de beperktheid van het arm, zwart en vrouw zijn, met twee ouders die geheel andere spiritualiteit belijden, drijft een jonge Surinaamse in een isolement dat haar gek maakt. Wanneer zij probeert uit te brekenwacht haar een vrouw.
De roman is knap, beeldenrijk en complex geschreven, met bijbelse verwijzingen en Creoolse spookvertellingen. Vooral aan het begin en aan het einde laat Roemer veel open. De lezer moet het verhaal zelf reconstrueren aan de hand van flarden informatie van een verwarde Noenka, de hoofdpersoon. De thrillerachtige sfeer, gecombineerd met de poëtische beschrijving van een vrouwelijke binnenwereld, maakt Over de gekte van een vrouw tot een heel bijzonder boek. Menige lezer zal het verhaal pas na een tweede lezing begrijpen.
Het publiek sloot Roemers roman in de armen. Er werden onmiddellijk 40 .000 exemplaren van verkocht. Tegen de achtergrond van eengrote opleving van feministische literatuur met werk van vrouwelijke auteurs als Anja Meulenbelt en Renate Dorrestein, klomRoemer snel en hoog op de ladder. Verdiend, zo was het oordeel van de jury van de P.C Hooftprijs in 2016 en de Prijs der Nederlandse Letteren in 2021.
De periode 2000–heden
In deze periode betreden nieuwe spelers en nieuwe vormen van woordkunst het speelveld van de Caraïbische letteren. Onder hen bevinden zich bekenden als Karin Amatmoekrim, Shantie Singh, Raoul de Jong, Joshua Snijders, Milouska Meulens, XillanMacrooy, Julian Ignacio, Etchica Voorn, Johan Fretz, Gershwin Bonevacia, Dean Bowen, Roberta Petzoldt, Radna Fabias, Mathieu Wijdeven, en Michael Tedja, om er enkele te noemen.
Deze woordkunstenaars tonen zich betrokken bij het Caraïbisch gebied als deel van het mondiale zuiden. In Nederland behoren zij niet langer tot de ‘migrantenschrijvers’. Zij doen mee aan een wereldwijde beweging van het onder het tapijt vandaan halen van lokale geschiedenis als deel van een nieuwe beweging van medemenselijkheid. Zij nemenmet gemak elementen uit andere talen in hun teksten op. Zij zijn bicultureel, dubbel geworteld en klassieke migratiethema’s als integratie komen vaak speels en spottend voor.In een tijd van navelstaren en sterke politieke verrechtsing in Nederland worden dezewoordkunstenaars eerder bepaald door mondiale vragen, inclusief mind setting endekolonisatie van het geheugen. Zo wordt Raoul de Jong na zijn zoektocht naar Jaguarman in Suriname in Ghana geconfronteerd met Kromante; en maakt Shantie Singh zich sterk voor ‘na de komma’.
Het onderscheid tussen poëzie en proza is in het werk van hedendaagse Caraïbisch-Nederlandse woordkunstenaar willekeurig en de makers permitteren zich een grote vrijheid van vorm. Het nieuwe theaterstuk van Mathieu Wijdeven “Helstone in het Pand der Goden” (2026), over de eerste opera in Suriname, is daar een goed voorbeeld van, evenals de experimenteel autobiografische roman Briljante man uit 2018 van Michael Tedja. Wie Briljante man openslaat, ziet grote, monolithische tekstblokken die vrijwel zonder alinea’s zijn opgebouwd. Het bijzondere is dat je vervolgens probleemloos op iedere willekeurige plek kunt beginnen met lezen.Tedja’s verteller springt door tijd en ruimte, beweegt van proza naar poëzie en beschouwing, schrijft over kunst, literatuur,politiek en filosofie, haalt herinneringen op en reflecteert op cultuurverschillen tussen Nederland en Suriname.
Zo ook springt Mathieu Wijdeven door de Broederkerk en het slavernijverleden en klinkt emotie rond een kankantrie boom uit eenwarme tenorstem die zowel in de hoogte straalt als in de lagere registers een aangename diepte en zachtheid, notabene in het Duits,heeft.
De jongste generatie Caraïbisch-Nederlandse woordkunstenaars zijn bovenalvoordrachtskunstenaars bij wie poëzie overloopt in rap en spoken word. Dean Bowen en Gershwin Bonevacia zijn daarvan uitgesproken voorbeelden. Bowen werd stadsdichter van Rotterdam, Bonevaciastadsdichter van Amsterdam.
Ik dank u.