blog | werkgroep caraïbische letteren
0
 

Vertrouwen en duurzaamheid (3)

Factoren van invloed

door Willem van Lit

Vertrouwen vervult een cruciale functie in de groei en de ontwikkeling, zowel in algemene zin (maatschappelijk), als in specifieke situaties, zoals in arbeidsorganisaties. Ik zal hieronder een model en een aantal vormen onderzoeken, daarna zal ik een aantal psychosociale complexen uitwerken.

carel de haseth

Foto © Carel de Haseth

Modellen en vormen
Reina en Reina, twee Amerikaanse onderzoekers hebben vanuit een behaviouristische invalshoek gekeken naar het fenomeen vertrouwen en de werking ervan binnen arbeidsrelaties. Ze vroegen zich af wat de bouwstenen zijn voor een groeiend vertrouwen. Hiervoor is in eerste instantie een gemeenschappelijke taal nodig tussen betrokken individuen. Hiervoor hebben zijn het model van het transactionele vertrouwen ontwikkeld. Transactioneel betekent dat dat er over drie dimensies interactie en uitwisseling moet plaatsvinden tussen mensen. Ook hier zien we wederom de noodzaak tot wederzijds acteren. In de dynamiek van uitwisseling ontstaan effectieve verhoudingen en werkresultaten. Het beginsel van wederzijds handelen staat centraal en hierbij zijn drie dimensies te benoemen:
1. Het vertrouwen in onderlinge overeenkomsten: wederzijds begrip over elkaars intenties van denken, praten en handelen. Dit betreft ook het omgaan met elkaars verwachtingen, afspraken en beloftes. Deze wederzijdsheid moet als het ware vanzelfsprekend gepraktiseerd worden.
2. Vertrouwen in wederzijdse communicatie: open, duidelijk, consistent en waarheidsgetrouw. Men moet goed luisteren en elkaar aanmoedigen (o.a. om vragen te stellen). Geen geroddel of gefoezel achter de rug.
3. Vertrouwen in competenties. Hierbij worden vaardigheden, kennis, kunde en ambities bedoeld om elkaars potentieel (vermogen) te bevestigen. Men geeft elkaar ruimte en armslag. Men delegeert bevoegdheden. Men zoekt naar bijdragen die men elkaar toespeelt en moedigt het ontwikkelen van mogelijkheden en vermogens aan.

Andere modellen gaan in op veerkracht of bevlogenheid van teams; die bespreek ik in de toegepaste versie, de versie van dit artikel dat gaat over vertrouwen op het niveau van arbeidsorganisatie.

 

Drie vormen

In het model van Reina&Reina gaat het om de dynamiek van vertrouwen tússen personen in een betrekkelijk overzichtelijke omgeving: de persoonlijke relaties zijn te herkennen en zij doen er in directe zin toe om de plaatselijke situatie te bekijken.

Abts (pag. 13 e.v.) noemt drie vormen van vertrouwen. Hij verbreddt het kader tot de samenleving in het algemeen. Deze vormen zijn:
1. Het elementaire vertrouwen. Dit betreft het vertrouwen in het leven van dag tot dag, waarbij mensen gewone gemeenschappelijke ideeën en opvattingen hebben om met elkaar te functioneren. Door gedeelde overtuigingen ontstaat ook een gedeelde sociale werkelijkheid.
2. Persoonlijk vertrouwen. Dit gaat over het algemene vertrouwen dat anderen op een voorspelbare wijze met jou zullen omgaan. ‘Persoonlijk vertrouwen slaat op vrijwillige, wederzijdse, bilaterale, asymmetrische, partiële en voorwaardelijke relaties’. Het betreft dus een niet af te dwingen engagement. Hierbij kan sprake zijn van machtsongelijkheid of kennis(on)evenwicht. Dit resulteert tevens in kwetsbaarheid en het betekent dat voor de ontwikkeling van een vertrouwensband investering nodig is. Hierbij behoren woorden als schenken, winnen en uitwisselen, waarbij ongevraagd handelen en verlenen van vrijheid en speelruimte centraal staan. Het is een traag proces, waarbij ook zelfvertrouwen een rol speelt. Verdieping van een vertrouwensrelatie is een leerproces, waarbij zowel het risico (met kans) en de inzet stap voor stap worden verhoogd. Hieruit ontstaan nieuwe vormen van wederkerigheid, solidariteit, verdraagzaamheid en verbondenheid.

 

3. Systeemvertrouwen. Onze uiterst complexe samenleving heeft talloze functionaliteiten en verantwoordelijkheden gedelegeerd naar instellingen en systemen. Dag na dag doen we beroep op banken, energieleveranciers, verzekeringsmaatschappijen, ziekenhuizen, zorginstellingen, sociale instituties, politie, gemeente, enz. Daar vinden we experts of expertsystemen voor de oplossingen van onze dagelijkse zaken. Een van de belangrijkste systemen waarop we vertrouwen, is de werking van het geld. Geld als waardesysteem is in de loop van jaren uitgegroeid tot een ware abstractie, waarvan we zeker stabiliteit verwachten. Naast geld kunnen we ook systeemvertrouwen hebben in politieke besluitvorming (die we ‘legitiem’ noemen), de zorg of het wegverkeer. Dit systeemvertrouwen heeft tot gevolg dat de sociale complexiteit van de samenleving gereduceerd kan worden. Het onderling netwerk van afhankelijkheden is té ingewikkeld en té massaal; we redden het niet als we geen instellingen- of systeemvertrouwen hebben. Institutioneel vertrouwen hangt wel samen met competentie en moreel gedrag van experts en de vertegenwoordigers van die instellingen en systemen. De recente monetaire en economische crisis heeft het verschijnsel vertrouwen weer in het middelpunt van de belangstelling gezet. Vertegenwoordigers van het geldsysteem – de bankdirecteuren – hebben het kritisch vermogen van het publiek kunnen voelen. Hierbij draait het in feite om vertrouwen ín vertrouwen. We vertrouwen bij ons handelen op het vertrouwen dat anderen ook geven aan instituties en systemen. Op die manier versterkt het ons eigen vertrouwen juist doordat anderen hetzelfde vertrouwensgedrag vertonen. Dit werkt ook in omgekeerde richting. Als we zien dat het vertrouwen bij anderen vermindert, neemt het bij ons ook af en zo kunnen we in een neergaande spiraal terecht komen.

 

[wordt vervolgd]

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter