blog | werkgroep caraïbische letteren

Verdriet, rouw en veerkracht van inheemsen

door Michiel van Kempen

Inheemsen hebben hun eigen manieren om om te gaan met verlies, dood en rouwverwerking. Dood en leven vormen één geheel, zoals spiritualiteit en natuur onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Die cirkelgang doet er toe, niet de tijd. Ineke Wienese verdiepte zich in de materie.

Galibi, een van de plaatsen waar de auteur inheemsen observeerde. Foto © Michiel van Kempen

Verlies

Ineke Wienese is gezondheidszorgpsycholoog en orthopedagoog en initiatiefneemster van Troost voor Tranen, een project dat is voortgekomen uit het project Rouw en Verlies in Verschillende Culturen, dat in 2009 de Nationale Jeugdzorgprijs kreeg. Wienese is bijzonder geïnteresseerd in hoe mensen van verschillende culturen omgaan met het verdriet na een scheiding, met rouwverwerking en hoe rituelen een rol spelen in dergelijke processen. Zij verloor zelf kort na elkaar haar vierjarig zoontje aan een herseninfarct en twee jaar later haar echtgenoot aan een auto-immuunziekte. Die dramatische ervaringen en ‘tekenen’ die zij kreeg (‘boeken vielen de nacht na zijn overlijden uit een boekenkast en het boek waar ik naar zocht lag open’), hebben er mede toe geleid dat zij zich is gaan verdiepen in spiritualiteit. Haar reizen leidden haar onder meer naar de ashram van de ‘hugging mother’ in Kerala, maar die beviel haar toch niet zo, en uiteindelijk heeft zij zich verdiept in hoe de Surinaamse inheemsen met verlies en veerkracht omgaan.

Rouwopheffing

Zo beschrijft zij in dit boek de Epakedono, het rouwopheffingsfeest van de Kari’na dat plaatsvindt een jaar na het overlijden van een persoon, zij noteert de tekst van liederen zoals de aremi-liederen van de pyjai (sjamaan), zij laat verschillende mensen hun ervaringen vertellen en werkt ook met inheemse kinderen. Bij dat alles heeft zij veel steun gekregen van cultuurkenners als Mark Langaman-Lassoe, John Wattamaleo, Reinier Artist en zijn oudere zus ‘tante Rosa’, Hercus van der Bosch, Petra Nelstein, Josine Aloema-Tokoe en (wijlen) Nardo Aloema.

Mooi is ook om te zien hoe kinderen uit Apura en Washobo uit West-Suriname hun eigen ervaringen met verlies en verdriet op papier hebben gezet en hoe zij daar soms prachtige tekeningen bij hebben gemaakt.

Wienese gaat ook in op de aangepaste manieren van omgaan met de dood door inheemsen in Nederland en geeft informatie over de verschillende inheemse verenigingen in Nederland. Verder laat zij in een hoofdstuk zien hoe Creolen vanuit hun winti-beleving met de dood omgaan – het is een beetje een Fremdkörper in dit boek dat zich concentreert op de inheemsen, ook omdat er betere beschrijvingen van winti en rouwverwerking in boekvorm zijn verschenen. Liever had zij een hoofdstuk gewijd aan de verschillen in rituelen tussen de Bovenlandse inheemsen (als Wayana en Trio) en de Benedenlandse (Kari’na en Arowakken).

Het boek is sowieso een beetje teveel een verzamelpot geworden van rijp en groen: zaken worden herhaald, staan soms niet goed bij elkaar en er zijn uitweidingen waarvan je je afvraagt wat die in dit boek doen. Zo wordt er soms verwezen naar de totaal andere rituelen van Noord-Amerikaanse volkeren en staat er in een rubriek ‘Indiaanse weetjes’ opeens een observatie over de Yupno in Nieuw-Guinea. Kortom, het boek mist de hand van een goede redacteur, die er ook verkeerd geschreven namen, spelfouten in het Sranantongo en andere ongerechtigheden uit had kunnen halen (zo ligt het dorp Biki Poika niet zuidelijk van Zanderij maar ten noordwesten ervan).

Zweefmodus

Het valt mij ook op dat het boek gaandeweg steeds meer in de zweefmodus komt. En gelijk men weet, kan men ver zweven, Pagina 123:

‘Sommige rituelen zijn zo geïntegreerd in het dagelijks leven dat ze nog amper opvallen, maar zeker betekenisvol zijn. Zo kent iedereen “a cup of tea” een typisch ritueel dat bij verdriet – hoe groot dat ook is – in vele traditionele Engelse films vaak wordt ingezet. Realiseer je dat het element water voor emotie staat maar ook letterlijk voor reiniging en doorstroming en de warmte van de thee ook helend kan zijn, daar waar verkilling is…’

Ja, ik kan een vergelijk baar verhaal afsteken over een zak friet: realiseer je dat aardappelen uit Zuid-Amerika komen en naar de inheemsen verwijzen en dat ze uit Moeder Aarde komen en dat de kip die het ei voor de mayonaise legt de verbinding met de kosmos vormt, en dat die zak friet je kan verwarmen.

Dit alles neemt niet weg dat de auteur een goede indruk geeft van de manier waarop de Benedenlandse inheemsen van Suriname en hun weggevlogen broeders in Nederland omgaan met dood en rouwverwerking. Er zijn massa’s mensen voor wie de traditionele kerkbanken niets meer te bieden hebben en die op zoek zijn naar zingeving in hun leven, mensen die heelheid, neosjamanisme en spirituele troost zoeken. De inheemsen hebben ons heel wat te vertellen, al was het alleen maar om de manier waarop zij hun beleving van dood en leven een harmonieuze verbinding laten aangaan met een respectvolle omgang met de natuur.

Ineke Wienese, Zing, Bid en Verwonder. Verlies en veerkracht van inheemsen in Suriname en Nederland. Z.p.: Obelisk Boeken, 2021. ISBN 9789493071841. Prijs € 25,99. Bestellen: www.troostvoortranen.nl (en niet: .com zoals in het boek staat). Het boek bevat ook een kaart, een woordenlijst een (al te beperkt) literatuurlijstje en een aantal prachtige foto’s in zwartwit.

1 comment to “Verdriet, rouw en veerkracht van inheemsen”

  • Ja, we weten dat in andere landen en bij andere volken levensgebeurtenissen anders worden beleefd. Maar het is zo nuttig dat we er van tijd tot tijd met de neus op worden gedrukt. Want het leidt tot meer begrip, en bij mij nu tot de vraag: hoe ervaren en beleven die medebewoners met een andere herkomst onze manieren van verdriet en rouwverwerking?

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter