blog | werkgroep caraïbische letteren
0
 

Uitslag essaywedstrijd ‘Heilzame verwerking van het slavernijverleden’

Uitslag, bekend gemaakt in de Oude Lutherse Kerk, Amsterdam, 23 november 2019, van de essaywedstrijd Heilzame verwerking van het slavernijverleden voor ‘wit’ en ‘zwart‘, uitgeschreven door het NiNsee (Nationaal Instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis), de Evangelisch-Lutherse Gemeente Amsterdam, de Evangelische Broedergemeente Amsterdam Stad & Flevoland, met medewerking van de Werkgroep Caraïbische Letteren.

Prijzen van € 1000 werden ex aequo toegekend aan:

  • Herman Fitters: Peerke en het verdeelde verleden; Helend verwerken: mission impossible of Heilige opgave?
  • Ben Ipenburg: De nieuwe Zendingsopdracht
  • Ken Mangroelal: De vloek van Cham voorbij

De eerste prijs van € 2500 werd toegekend aan:

  • Martijn Stoutjesdijk: Een werktuig ‘om de negers in ondergeschiktheid en bedwang te houden’? De predikant in zijn rol als influencer in het slavernijdebat
De bekendmaking van de 3 tweede prijs-winnaars; foto © Jennifer Waller

Personalia prijswinnaars essaywedstrijd

Martijn Stoutjesdijk (Spijkenisse, 1989) studeerde theologie, filosofie en internationale betrekkingen; publiceerde over jodendom, slavernij en herdenkingsrituelen en doet onderzoek naar slavernij in oude parabels.

Herman Fitters (Vlijmen, 1969), socioloog, werkzaam in thuiszorg.

Ben Ipenburg (Scherpenzeel, 1947), studeerde theologie en management, publiceerde  Joden in Suriname en over de godsdienst van inheemsen, Winti en Rastafari in Suriname.

Ken Mangroelal (Aruba, 1948) filosoof en schrijver; debuteerde met Distance Call; publiceerde o.a. Caribbean Rhapsody, scenes uit een leven (2019).

Eerste prijswinnaar Martijn Stoutjesdijk

Eervolle vermeldingen

* Ruth San A Jong: Schrijf God alsjeblieft met een hoofdletter G!: reflectie van een pseudo-christen
* Kristen Martina: Brio i poder (moed en kracht)
* Jerrell van Aerde: Het bloed aan hun gewaden

Juryvoorzitter Michiel van kempen met Ken Mangroelal, auteur van ‘De vloek van Cham voorbij’. Foto © Jennifer Waller

JURYRAPPORT

De jury van de Essayprijsvraag 2019, uitgeschreven door het NiNsee (Nationaal Instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis), de Evangelisch-Lutherse Gemeente Amsterdam, de Evangelische Broedergemeente Amsterdam Stad & Flevoland, met medewerking van de Werkgroep Caraïbische Letteren, heeft 25 inzendingen ontvangen. Dit aantal mag gezien de pittige eisen qua inhoud en omvang bevredigend worden genoemd. Ter herinnering: het opgegeven thema werd geformuleerd als:

Het trans-Atlantische slavernijverleden en de rol van de kerken hierin alsmede de doorwerking van dat verleden in het heden, waardoor de huidige generaties ‘witte’ en ‘zwarte’ Nederlanders de slavernij laten deel uitmaken van hun bewustzijn van de eigen geschiedenis; vervolgens dat bewustzijn een plaats geven in de Nederlandse samenleving en de trans-Atlantische verhoudingen.

De ingezonden teksten zijn beoordeeld zonder dat enig jurylid bekend was met de identiteit van de schrijvers, dus in strikte anonimiteit. Hoewel sommige teksten wel aanwijzingen bevatten waar de auteur zich bevindt, kan niet worden vastgesteld hoeveel inzendingen uit Suriname, de Caraïbische eilanden of Nederland zijn gekomen.

In algemene zin stelt de jury vast dat alle teksten duidelijk maken welke urgentie er zit in de problematiek van het koloniale verleden dat bepaald is geweest door ongelijke machtsverhoudingen, slavernij en de vaak bedenkelijke positie die de kerken in die geschiedenis hebben ingenomen. De doorwerking van dat verleden laat diepe sporen na en de verwerking van dat verleden is een kwestie die hoger geagendeerd zou moeten worden door alle ingezetenen van Nederland en de huidige en voormalige Koninkrijksdelen overzee.

Egbert Boeker, secretaris van de jury, met Ken Mangroelal. Foto © Jennifer Waller

Er is een duidelijke behoefte aan het onder woorden brengen van de complexe en vaak ook pijnlijke gewaarwordingen van zwarte mensen in een dekoloniserende wereld.

De jury stelt in dit verband ook vast hoe vaak in de essays de naam is genoemd van een persoonlijkheid die vanuit het gedachtegoed van de Latijns-Amerikaanse bevrijdingstheologie, in zijn werkzaamheden blijkbaar velen heeft geïnspireerd: de Redemptorist wijlen dr Joop Vernooij.

De jury heeft zich ook de vraag gesteld in hoeverre een essaywedstrijd die betrekking heeft op landen die in veel opzichten zo ver uiteen liggen als Suriname, de Caraïbische eilanden en Nederland wel gelijke kansen biedt aan alle inzenders. Het is onmogelijk om de totaal verschillende uitgangsposities als het gaat om onderwijskansen, middelen tot documentatie en schrijftraining te verdisconteren in een geheel bevredigend kwalitatief eindoordeel.

De variatie naar vorm, optiek en inhoud van de ingezonden essays was buitengewoon groot. Het nadenken over deze thematiek heeft bij deze prijsvraag echter niet in alle gevallen geleid tot een tekst die getuigt van een heldere en overtuigende visie. In de meerderheid van de 25 teksten blijkt een kritische reflectie op het verleden en heden van de koloniale verhoudingen zelfs te hoog gegrepen te zijn geweest. De jury heeft nadrukkelijk afgezien van het bekronen van enkele teksten die, hoewel misschien goed geschreven, duidelijk stereotyperingen hanteerden van volkeren of bevolkingsgroepen.

Dit gezegd zijnde kan de jury ook vaststellen dat een tiental essays wel degelijk getuigden van diep nadenken over de materie en van een doorvoeld beleven van de eigen positie in historisch perspectief en dat die essays ook belangwekkende oorspronkelijke en soms gedurfde gedachten onder woorden hebben weten te brengen.

In twee of drie gevallen distantieerden de auteurs zich nadrukkelijk van de opgegeven vraagstelling, omdat zij in de formulering van die vraagstelling een onterechte positieve waardering van de (historische) positie van de christelijke kerken hebben ontwaard. De jury meent dat dat geheel voor rekening van deze essayschrijvers komt, maar waardeert wel de eigenzinnige draai die in bepaalde gevallen aan de opgegeven thematiek is gegeven. Buiten het verband van deze essaywedstrijd zouden die teksten zeker publicatie verdienen.

Voordat de winnaars worden bekendgemaakt, wil de jury graag drie essays een eervolle vermelding  geven. Een met vaart en verve geschreven essay van Ruth San A Jong dat op zeer persoonlijke wijze verslag doet van de familiegeschiedenis en de eigen religieuze twijfels, getiteld ‘Schrijf God alsjeblieft met een hoofdletter G!, reflectie van een pseudo-christen’. Een stuk van Kristen Martina, getiteld ‘Brio i poder’, dat de barrières analyseert tussen Curaçaose jongeren en de overwegend ‘witte’ christelijke kerken. En een essay van Jerrell van Aerde, met de veelzeggende titel ‘Het bloed aan hun gewaden’, waarin het verband tussen slavernij, christendom en witte superioriteit wordt geanalyseerd.

De jury heeft geconstateerd dat het toekennen van een eerste, tweede en derde prijs geen recht zou doen aan de onderlinge kwaliteit van de inzendingen en heeft daarom besloten één eerste prijs toe te kennen, groot € 2.500,- (tweeduizend vijf honderd euro); en drie andere prijzen elk ter grootte van € 1.000,- (één duizend euro). Dit besluit en de toekenning van de vier prijzen is genomen bij unanimiteit van de jury. De organisatiecommissie heeft daartoe het prijzengeld verhoogd met € 500,- (vijfhonderd euro).

De jury heeft besloten de prijzen van één duizend euro toe te kennen aan de volgende drie essays, waarbij nu ook de echte namen van de auteurs worden genoemd:

  • Het essay ‘Peerke en het verdeelde verleden; Helend verwerken: mission impossible of Heilige opgave’ van Herman Fitters. Uitgaand van een bewonderend oog voor de 19de-eeuwse missionaris Petrus – of op zijn Tilburgs: Peerke – Donders, stelt deze tekst kritische vragen bij de iconografie rond Donders, en met name bij de ronduit koloniale verbeelding van de verhouding missionaris-gelovige, en de kwestie van koloniale zienswijzen op niet-westerse mensen. De auteur plaatst de ’apostel der melaatsen’ in een brede historische context waarin de onderdrukking van het katholieke Brabant even gemakkelijk een plaats krijgt als de Matawai prediker Johannes King, de Belgische Indianenkenner Pieter-Jan De Smet, de vorig jaar uitgekomen film Redbad over de ‘apostel der Friezen’ Willibrord en ook de vermoorde Amerikaanse missionaris John Allen Chau. De auteur pleit voor het toevoegen van een zwart perspectief aan deze discussie en breekt een lans voor kunstenaars die een plaats moeten krijgen in het herdefiniëren van cultureel erfgoed.
  • Het essay ‘De nieuwe zendingsopdracht’ van Ben Ipenburg. Het rijke en vlot geschreven essay neemt de lezer mee naar 1621, het geboortejaar van de Oostenrijkse Lutherse theoloog Justinian Ernst von Weltz. Hij pleitte ervoor dat de christelijke kerken hun huichelachtigheid zouden afleggen en de liefdesboodschap van het evangelie aan alle mensen in de hele wereld zouden brengen, ongeacht hun status, afkomst of huidskleur. Von Weltz overleed in 1668 in Suriname. Dan neemt het essay de lezer mee naar een geschiedenis vol van racisme, naar het gedachtegoed van Edward Said en Homi Bhabha. De auteur schetst het racistische gedachtegoed van Renaud Camus en de vileine romancier Michel Houellebecq en komt uit bij de ideeën over alledaagse racisme van Philomena Essed en witte onschuld van Gloria Wekker. Hij pleit voor een omkering van het cultureel archief en een nieuwe zendingsopdracht voor deze tijd, waarin zwarte predikanten een bijzondere rol kunnen vervullen. Interessant is zijn voorstel om in de kerkelijke liturgie rond Keti Koti een verzoeningsritueel tussen wit en zwart op te nemen.
  • Het essay ‘De vloek van Cham voorbij’ van Ken Mangroelal. Dit in briefvorm geschreven essay is het meest literaire van de bekroonde teksten. Het getuigt van een virtuoze verwerking in persoonlijke stijl van verschillende, deels postkoloniale cultuurelementen reikend van de oude Grieken, Bartolomé de las Casas, Karel V, Bredero, Aphra Behn en Stedman tot aan Anton de Kom, Albert Helman, Jorge Luis Borges en Sidney Poitier. Het essay getuigt van compassie met mensen die geleden hebben onder de slavernij, het bevraagt de ondoorgrondelijkheid van de geschiedenis, maar het besluit met de inwendige noodzaak om verzoeningsgezind naar de toekomst te kijken. Het roept op tot zelfbewustzijn en zelfrespect bij de nazaten van mensen die de slavernij aan den lijve hebben ondervonden.

De prijs van tweeduizend vijfhonderd euro wordt toegekend aan het essay ‘Een werktuig “om de negers in ondergeschiktheid en bedwang te houden”? De predikant in zijn rol als influencer in het slavernijdebat’ van Martijn Stoutjesdijk. De jury werd aanvankelijk door het woord ‘influencer’ in de ondertitel enigszins op het verkeerde been gezet en verwachtte een modieus verhaal. Maar de auteur heeft een doorwrochte en uitstekend gedocumenteerde tekst geschreven die uitkomt bij de bepaald niet eenvoudige vraag wie de moderne predikant is. De lezer wordt daarvóór eerst meegenomen naar drie markante figuren die verschillende posities hebben ingenomen in de geschiedenis van de slavernij en van wie in ieder geval de eerste twee ook in de knel kwamen met hun denken over slavernij: de Afrikaanse dominee Jacobus Capitein (1717-1747), die terugkeerde naar Ghana om zijn eigen mensen voor te houden dat de Bijbel de slavernij sanctioneert; de Noorse Moravische zendeling Nils Otto Tank (1800-1864) die zich ergerde aan de wantoestanden op de plantages in de West en die pleitte voor christianisering van de ‘Negerslaven’; en de abolitionistische dominee Nicolaas Beets (1814-1903) die wij kennen als de schrijver van de Camera Obscura en die meende dat er geen plaats is voor slavernij in een christelijke samenleving. De auteur trekt lessen uit de verschillende posities van Capitein, Tank en Beets, die alle drie een breedte aan publicatievormen gebruikten om ook buiten de preekstoel hun visie uit te dragen. Hij pleit voor meer interkerkelijke bezinning en breekt een lans voor een grotere bewustwording van het koloniale slavernijverleden waarbij de positie van influencer niet langer is voorbehouden aan de kerkelijke elite, maar toekomt aan alle gelovigen die met gebruikmaking van smartphones en sociale media een boodschap van bewustwording, verzoening, vrijheid en respect kunnen uitdragen. Vanuit zijn historische bezinning is dit betoog even logisch overtuigend als honderd procent actueel.

De jury heeft beraadslaagd op 19 oktober 2019 te Amsterdam

De jury

Egbert Boeker, secretaris, gepensioneerd hoogleraar natuurkunde en oud-rector magnificus Vrije Universiteit.

Wendeline Flores, conservator Caribisch gebied en Koloniale Geschiedenis bij o.a. Tropenmuseum, Afrika Museum, Museum Volkenkunde,

Michiel van Kempen, voorzitter, bijzonder hoogleraar Nederlands-Caribische Letteren UvA (sinds 2006), voorzitter werkgroep Caribische Letteren.

Henna Goudzand Nahar, neerlandica en schrijfster (sinds 1988) voor zowel kinderen als volwassenen (romans en jeugdboeken), Hoofdredacteur Oer Digitaal Vrouwenblad (sinds 2009).

Mildred Uda-Lede, schreef ‘zoektocht in vrijheid, interviews met 12 personen van Surinaamse afkomst, was o.a. beleidsmedewerker Welzijn en educatie bij provincies Zuid en Noord-Holland.

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter