blog | werkgroep caraïbische letteren

Wereldkunst #5 Melanie Bonajo vertegenwoordigt Nederland op de Biënnale van Venetië. Dat betekent eindelijk weer eens een risico.

Melanie Bonajo: Night Soil – Economy of Love, 2015, video.Courtesy the artist & AKINCI

door Hans den Hartog Jager

Dit stuk gaat over ongemak – dat u het alvast weet. Het begon met het bericht van een kleine twee weken geleden, toen het Mondriaan Fonds bekendmaakte de Nederlandse bijdrage aan de Biënnale van Venetië in 2021 eens helemaal anders te gaan aanpakken. De komende editie verruilt Nederland het eigen paviljoen in het hart van de Giardini voor de Chiesetta della Misericordia, een dertiende-eeuwse kerk in de stad. Het Rietveldpaviljoen zelf dragen we over aan Estland.

[…]

Of waarom de eigen Nederlandse geschiedenis niet eens kritisch onderzocht en het paviljoen, bijvoorbeeld, met carte blanche en al aan Suriname gegeven? Of Indonesië – dat had misschien eindelijk eens geleid tot een confrontatie, van binnenuit, met het eigen (slavernij)verleden.

[…]

Want laten we eerlijk zijn: de Nederlandse kunstwereld, in het bijzonder de grotere musea, blinkt nog steeds niet uit in enthousiasme voor alles wat niet wit is, en modern-vertrouwd. Zeker, de meeste directeuren en curatoren belijden graag dat ze andere visies belangrijk vinden, maar in de praktijk gaat de omslag traag: kunstenaars van kleur bijvoorbeeld worden weliswaar steeds vaker getoond, maar vrijwel altijd in thematentoonstellingen over kleur. Waarom ze niet gewoon als kunstenaar gepresenteerd, liefst met een grote solo waardoor ze hun werk op volle kracht, op eigen merites kunnen presenteren?

Het tegenargument dat je daarbij vaak hoort is ‘dat het uiteindelijk toch om kwaliteit draait’ – terwijl de criteria voor kwaliteit natuurlijk volledig zijn gebaseerd op de traditie en daarmee altijd een bevestiging zijn van de bestaande norm. Dat is het punt: wie openstaat voor nieuwe ideeën, nieuwe perspectieven en ontwikkelingen zal de bestaande normen moeten bevragen – ja, ook jij. En ik. Er is namelijk een kunst de kamer binnengekomen die een andere achtergrond heeft dan het aloude witte, academische polderperspectief. Om daar begrip voor te krijgen, zal de klassieke Nederlandse kunstbeschouwer eerst het eigen kwaliteitsoordeel in twijfel moeten durven trekken.

Lees hier het hele artikel in NRC Handelsblad, 4 maart 2020

on 07.03.2020 at 11:17
Tags:

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter