blog | werkgroep caraïbische letteren

Twee romans van Oonya Kempadoo

 


door Chandra van Binnendijk

Oonya Kempadoo (1966) groeide op in Guyana, het land van haar ouders. Na een kunstopleiding in Amsterdam keerde ze terug naar het Caraïbisch Gebied en woonde in Trinidad, St. Lucia, Tobago en tegenwoordig in Grenada. Haar eerste roman Buxton Spice verscheen in 1998, kreeg lovende recensies en werd in zes talen vertaald. Haar tweede boek Tide Running (2001) werd aan beide zijden van de oceaan goed ontvangen. Haar beide romans zijn genomineerd voor de Internationale Literatuurprijs IMPAC Dublin, in respectievelijk 2000 en 2003. Oonya Kempadoo is door de jury van de Orange Prize uitgeroepen tot ‘Great Talent for the Twenty-First Century’ en is winnaar van de prijs van Casa de las Americas. In 2011 kreeg ze een beurs toegekend voor het International Writing Program aan de universiteit van Iowa. Kempadoo wordt alom beschouwd als een begaafde representant van een nieuwe generatie in de Caraïbische literatuur.


Buxton Spice
Buxton Spice, het debuut van Oonya Kempadoo, is een semi-autobiografische roman. De schrijfster ontpopt zich hierin als bijzonder levendig en scherpzinnig waarneemster. Het speelt zich af in het begin van de jaren zeventig, in het postkoloniale Guyana ten tijde van president Forbes Burnham, een periode die gekenmerkt wordt door bloedige aanvaringen tussen de hindostanen en creolen. De hoofdpersoon is Lula, een slim en gevoelig 13-jarig meisje met een voorliefde voor het bestuderen van de medemens. Haar kleine leventje in het kleine stadje Tamarind Grove is daardoor alles behalve klein maar juist boordevol ontdekkingen. Een centraal thema in het boek is de eerste verkenning van de vrouwelijke seksualiteit. Kempadoo toont hierin een fraai staaltje van origineel schrijverschap. Ze brengt het fijnzinnig onder woorden, en qua herkenning en openheid zal dit een verademing zijn voor elke jonge meid in de puberteit die met dezelfde onzekerheden worstelt. Het komt immers niet vaak voor in de literatuur dat over de lustgevoelens van vrouwen door vrouwen zelf wordt geschreven, en zeker niet vanuit het perspectief van een jong meisje.
Een ander centraal gegeven is de politieke situatie. Allerlei kenmerken daarvan komen voor in Lula’s belevenissen: rantsoenering van levensmiddelen, snel toenemend geweld en criminaliteit, botsingen tussen de twee etnische groepen. De steeds aanwezige stille toeschouwer van alle gebeurtenissen is de wijze manjeboom (de Buxton Spice soort) die zijn takken uitspreidt over de woning van de familie. Wanneer de politiek echt dichtbij komt, raakt uiteindelijk het hele bestaan van het zachtmoedige gezin van Lula aangetast – het betekent het definitieve einde van een onbezorgde kindertijd in een tropisch land.
Tide Running
Kempadoo’s tweede roman, Tide Running, is een prikkelend, beeldend verteld verhaal over de intieme maar uiteindelijk rampzalige relatie van een jongeman op Tobago met een echtpaar dat er vakantie houdt. Cliff is 20 jaar en zwalkt doelloos door het leven in het slaperige Plymouth. Terwijl zijn vrienden in de misdaad belanden of aan de drugs raken, komt hij in aanraking met de charmante openheid van een gemengd stel dat een vakantiehuis in zijn buurt heeft: Bella, een Trinidadiaanse fotografe, haar Engelse man Peter, een bedrijfsjurist, en hun zoontje. Zij idealiseren het eiland en beginnen evenzo Cliff te idealiseren en er ontstaat een plezierige verhouding tussen het drietal. Maar dan begint Cliff te stelen van het echtpaar en dat verandert alles. Kempadoo veroordeelt wijselijk niet de rijke buitenstaanders voor het misbruik maken van Cliff’s gebrek aan privileges, maar geeft elk personage de ruimte voor zijn of haar eigen zelfrechtvaardiging. Bella houdt er een ietwat naïeve romantische kijk op Cliff’s grassroot achtergrond op na; Peter, die ouder is dan zijn vrouw, meet zijn mannelijkheid op een semi-plagerige manier aan die van Cliff, terwijl Cliff zelf een raadselachtige figuur blijft. Kempadoo heeft een diepe kennis van het klassenbewuste gedrag en toont een fijne gevoeligheid voor het taalgebruik van de eilandbewoners. Ze wordt nergens sentimenteel, waardoor haar verhaal bruist van sprankelende en scherpzinnige helderheid. Tide Running schetst het leven van jongemannen op een klein eiland tegenover dat van toeristen die uitsluitend gericht zijn op hun eigen luxueuze leventje en geen oog hebben voor het werkelijke leven van de bewoners.
[in: ‘dWTL’ nr. 580 van 8 mei 1999. De Nederlandse vertaling van Buxton Spice is van Irma van Dam en is in 1998 uitgegeven door uitgeverij Prometheus]

 

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter