blog | werkgroep caraïbische letteren

Trefossa-dag, 15 januari, in Nederland

Sinds 2019 wordt de Trefossadag ook in Nederland gehouden. Initiatiefneemster van deze Trefossadag in Nederland, is het nichtje van Henny de Ziel, de cultureel antropologe Cherida de Ziel. Zij vindt het van belang dat de Trefossadag niet alleen in Suriname, maar ook in Nederland in Ere wordt gehouden. Op deze dag wordt ingegaan op thema’s uit het leven en werk van Henny de Ziel als onderwijzer, dichter of schrijver (1916-1975).

Trefossa, fotoportret van Nicolaas Porter

Op 15 januari 2021, was het de derde Trefossa-dag in Nederland en het onderwerp dat Cherida had gekozen was, het analyseren van de dagboeken van Henny de Ziel. Zij wilde de vraag beantwoorden: welke elementen zijn er in de dagboeken te vinden, die vooruitwijzen naar het verdere leven en de loopbaan van Henny de Ziel?

De originele dagboeken van Henny, bevinden zich in het Nationaal Archief in Suriname (NAS) en zijn in 2010 samen met de bibliotheek en documenten van Henny de Ziel, aan het NAS geschonken als literair en cultureel erfgoed voor Suriname. Zijn nichtje was hierbij aanwezig. Bij het bestuderen van de drie A5-cahiers van Henny, zijn veel interessante zaken naar voren gekomen, eigenlijk te veel om te noemen, daarom geeft zij hier een samenvatting.

De dagboeken van Henny schreef hij vanaf zijn 17e t/m 20e jaar; dat waren toen de jaren 1933 t/m 1936. Dat zijn vier belangrijke jaren geweest in de adolescentie van Henny. Als rode draad in de dagboeken zien we de volgende onderwerpen: Henny’s (pleeg)familie; zijn (EBG) geloof; de middelbare schoolperiode op de Graaf van Zinzendorfschool; Henny als verpleger en zijn visie over zijn roeping en plek in de samenleving. Al deze gebeurtenissen vonden plaats tijdens de crisis van de jaren ’30 in Suriname.

Familie en pleegfamilie van Henny
Henny was tot zijn 13e jaar woonachtig bij zijn ouderlijk gezin, d.w.z. bij zijn moeder en grootvader. Vanaf zijn 13e jaar werd hij opgevangen in het pleeggezin Oostburg, waarvan de heer Baltus onderwijzer was. De reden waarom hij buitenshuis ging wonen, was, omdat zijn moeder zijn middelbare school niet kon betalen. Deze bekostiging werd toen door de EBG-kerk gedaan en het was gebruikelijk dat je dan op hun internaat of in dit geval bij een EBG pleeggezin terecht kwam. Henny had een goede relatie met de fam. Oostburg en het echtpaar (Irma en Baltus) zorgde goed voor hem. Met zijn eigen familie had hij regelmatig contact; hij zag zijn moeder (mijn oma) niet zo vaak, maar had wel een innige band met zijn grootvader (mijn overgrootvader), die voor hem als een vader is geweest.

De schoolperiode op de Graaf van Zinzendorfschool
Henny was 17 jaar toen hij in de achtste klas van de EBG Mulo school zat in 1933. In 1934 heeft hij zijn Mulo-diploma behaald, met goede cijfers. Namens alle geslaagden gaf Henny een lange speech voor het schoolhoofd meneer Schütz en personeel.

27 aug. 1934 [fragment]                                                                                                               
Geacht personeel Graaf van Zinzendorfschool en verdere aanwezigen!
Nu we hier voor ’t laatst als klas bij elkaar zijn, wilde ik nog uit ons aller naam een kort woord zeggen: Het spreekt vanzelf dat nu we geslaagd zijn, verschillende gevoelens in ons opkomen. Allereerst natuurlijk een gevoel van vreugde, want we hebben ’t diploma, ons doel is bereikt, de plicht is gedaan. Maar als we een blik werpen op de jaren die achter ons liggen, op die prettige tijd, dan voelen we, dat we ’t eens worden met de dichter die zegt: ‘k Voel een traan m’n oog ontzwellen als ik denke, ’t is voorbij. Doch ons vreugdegevoel is veel grooter. Het wil al ’t andere overschaduwen….enz.

Het Mulo-onderwijs was geheel op Hollandse leest geschoeid en Henny had de volgende vakken gevolgd: Duits, Nederlands, Engels, Frans, wiskunde (stelkunde, meetkunde, driehoeksmeting), handelsrekenen, tekenen, godsdienstonderwijs, lezen, schrijven en rekenen. Daarnaast had hij ook zeer goede cijfers voor vlijt, gedrag en netheid. Henny was een pientere en ambitieuze leerling en scoorde cijfers variërend van 8 tot 10. Na het behalen van zijn Mulo-diploma is Henny nog doorgegaan voor zijn Onderwijzersacte, die hij in 1936 behaalde. [Nb. In Nederland behaalde Henny in 1943 zijn hoofdonderwijzersacte].

Henny’s geloof
Henny was van huis uit een Hernhutter, hij hoorde tot de Evangelische Broedergemeente. Wekelijks ging hij naar de Grote Stadskerk, de Noorderkerk of de Lutherse kerk; hij ging naar bidstondes en jeugdsamenkomsten en is zelfs nog even zondagsschoolonderwijzer geweest. Hij was een overtuigd gelovige, die God bad om hulp in zijn moeilijke periodes. Maar hij stond ook kritisch tegenover het geloof, waarbij “practice what you preach” zijn adagium was. Zijn EGB-geloof was nauw verbonden met het EBG-onderwijs (of visa versa). Het was uiteindelijk de EBG-kerk, die Henny kosteloos het Mulo-onderwijs had aangeboden. Dit maakte Henny soms timide, extra zijn best doende om goed te scoren en geen kwajongensstreken uit te halen. Niettemin had Henny veel vrienden en vriendinnen; zijn kerkelijke- en onderwijswereld waren nauw met elkaar verweven en vormden voor Henny zijn sociale wereld.

Cherida Adamah-De Ziel met een kopie van een van de dagboekschriftjes.

Henny als verpleger 
Kort na het behalen van zijn Mulo-diploma, heeft Henny nog een aanbod
gekregen om verpleger te worden in ‘s Lands Hospitaal. Dit aanbod nam hij vooral ook om financiële redenen aan. Naar zijn zeggen kon hij de “armoede” waarin  zijn moeder verkeerde niet langer meer aanzien.

Zijn visie over zijn roeping en plek in de samenleving
Henny was zich reeds op 17- jarige leeftijd bewust van een roeping en plek in de samenleving. Maar deze overtuiging wankelde. Hij zegt hier zelf het volgende over:

15 juli 1933
‘k Heb zoo’n gevoel alsof een groot werk op mij wacht. Soms zijn er ook tijden, wanneer ik me zoo zwak gevoel, dat ik alles slechts voor een ijdel denkbeeld aanzie. Dan weer zijn er oogenblikken dat alles wat met mij gebeurt zoo met elkaar samenhangt dat ik denk: neen, dit is geen droom, ’t heeft inhoud, er zit iets achter. ’t Eenige wat ik doen kan, is maar in mijn lot berusten, want God is en zal altijd een ondoorgrondlijk Wezen blijven.


4 januari 1935
Ik wil in de samenleving kunnen zijn als een goed en mooi geschreven boek, waaraan de mensen wat hebben. Ze moeten daar warm-blij gestemd worden  en vreugde beleven, als ze mij lezen. Ik wil kracht hebben om ellendigen te kunnen optrekken tot de hoogte, waar geluk te vinden is. Op een vertrokken gelaat een glanzing en een glimlachje te brengen….dàt voel ik als roeping. Als mijn roeping!

De crisisjaren ’30
De wereldwijde crisis van de jaren ’30 had ook zijn effect op de kolonie Suriname. In de jaren ’30 heerste daar ook werkloosheid, armoede, teleurstelling en uitzichtloosheid. Henny schrijft daarover:

Vrijdag 14 juni 1935
…In ’t bizonder in onze dagen speelt Teleurstelling een groote rol. Veel menschen, jonge menschen willen werken, maar er is geen werk. En vooral bij ons, die ’t kader der jongeren vormen is de ontmoediging erg. Al de mooie, lichte, bewegelijke visioenen… kinderfantasieën zien we verstijven tot leelijke, misvormde, reële beelden. Hard is ’t een heele tijd aan je-zelf te arbeiden om je eenigszins klaar te maken voor een wereld, die meent je niet noodig te hebben.

Henny’s dichterlijke aspiraties
Uit zijn dagboeken blijkt, dat Henny soms heerlijk kon wegdromen naar een “ander land”, dat hij omschreef in dichterlijke taal. De volgende passage doet mij denken aan zijn latere gedicht ‘Bro’:

Donderdag 3 jan 1935
Plotseling en machtig duikt de drang naar boven om van het alledaagse weg te vluchten naar een verre vreemde plaats, waar men de zon ’s morgens onbelet kan zien opgaan in haar glorieuze pracht, waar men haar kan zien stijgen met koninklijke statigheid, waar men kan staan met ’t volle aangezicht naar haar gericht om overgoten te worden door dat heerlijke licht….. Ver, kilometers ver van de stad wil ik zijn. Ik wil een lang onbekend pad begaan.

Tot slot wilde Cherida de volgende vraag beantwoorden: welke elementen zijn er in de dagboeken te vinden, die vooruitwijzen naar het verdere leven en de loopbaan van Henny de Ziel? Volgens haar hebben de volgende elementen daartoe zeker bijgedragen:
a. een gedegen opvang in het pleeggezin Oostburg, b. het aanbod van de EBG-kerk om de Mulo (de Graaf van Zinzendorfschool) te betalen, c. zijn (EBG) geloof, d. zijn dichterlijke aspiraties, en d. zijn roeping om een “groot werk” te doen. Deze elementen zijn zeker van invloed geweest op zijn loopbaan, c.q. leven als onderwijzer en dichter. Het “grote” werk dat Henny mocht doen voor zijn land  Suriname, komt tot uiting in:
1957:  zijn eerst gepubliceerde Sranan gedichtenbundel Trotji.
1959:  het schrijven en herschrijven van het Surinaams volkslied (2 coupletten), met name de Surinaamse versie ‘Opo Kondre Man Oen Opo’
1973:  de wetenschappelijk uitgave van Life at Maripaston over het leven van Johannes King.
Inhoudelijk wordt hier niet verder ingegaan op deze bijzondere werken, maar dat er 105 jaar na Henny’s geboortedag nóg over gesproken en geschreven wordt, is zeker een mooi teken!

Het gezelschap dat de 1e Trefossa-bijeenkomst bijwoonde. V.l.n.r. Carry Louz, Stanley Derby, Cherida de Ziel, John Adamah, Lesly Reiziger, Jules Rijssen, Ivy van Eer, Eugenie Falix, Willy Esajas

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter