blog | werkgroep caraïbische letteren

‘Thuis’: een mamyo-roman van Toni Morrison

door Hilde Neus

De kunst van het mamyo maken is in Suriname aan het verdwijnen. Mijn schoonmoeder maakte voor elk van haar kinderen rondom de geboorte een mamyo-dekentje voor in het kinderbed; voor elk familielid en voor elke belangrijke gebeurtenis een lapje. De mamyo, oftewel patchworkdeken, speelt een belangrijke rol in de nieuwe roman van Toni Morrison. Ze is de enige nog levende Noord-Amerikaanse Nobelprijswinnaar voor literatuur, en een zwarte vrouw. Dat laatste is belangrijk: ze schrijft over de geschiedenis van de zwarte Amerikanen en over de positie van vrouwen.

home-by-toni-morrison1

Haar tiende roman, Thuis (Home), is vooral een thuiskomen. Inmiddels is de auteur 81. Het is meer een novelle en minder omvangrijk dan haar vorige werken. Maar daarom niet minder gecompliceerd. De structuur van ‘Thuis’ is als een patchworkdeken: allerlei bonte lapjes aan elkaar verbonden door steekjes. Opvallend is dat in geen enkele van de vele recensies aandacht is geschonken aan dit motief. Waardoor voor mij maar weer eens bewezen is, dat je inkijk moet hebben in de cultuur van de beschreven groep en de personages van een literair werk, anders mist de recensent vaak het essentiële. In het geval van Thuis is dat de Afro-Amerikaanse cultuur.

De techniek van het weven van repen voor quilting – het maken van een mamyo/lappendeken – is een oude traditie die door slaafgemaakten is meegebracht naar de Amerika’s. Het weven is verdwenen, maar het aan elkaar naaien van (onregelmatige) repen stof is gebleven (voor meer info zie deze link). Morrison gebruikt dit gegeven uit de zwarte cultuur om haar laatste literaire werk in elkaar te zetten. ‘The fabric of our lives’ kwam in me op. De hoofdpersoon in Thuis is Frank Money, een verloederde zwarte 24-jarige ex-strijder in de Korea-oorlog, ook wel de vergeten oorlog genoemd, die gevoerd werd van 1950-1953. Hij loopt rond met de medaille die hij als oorlogsheld kreeg, iets wat hem diverse malen uit de puree helpt in het gesegregeerde Amerika. De oorlog maakte mensen gelijk, maar de samenleving waarin hij terugkeert staat nog steeds bol van de discriminatie. Frank zwerft van hier naar daar, totdat hij een vrouw ontmoet die hem wat rust in zijn hoofd bezorgt. Maar dan krijgt hij een brief waarin hij naar huis wordt geroepen, omdat anders zijn zusje Cee het niet zal overleven. Totdat hij zich aanmeldde bij het leger, trok hij altijd op met zijn twee vrienden, Mike en Stuff, die allebei zijn omgekomen in de oorlog. Cee was toen ook van de partij, en hij was haar beschermer. Franks leven is fragmentarisch, en dat is ook terug te vinden in de opbouw van het boek.

De steken waarmee de mamyo-deken aan elkaar is genaaid, bestaan uit gecursiveerde pagina’s (meestal zo’n twee). Hierin overdenkt Frank zijn leven. Allereerst beschrijft hij hoe hij met Cee door een veld met hoog gras kruipt waar paarden ‘staan als mannen’. Wanneer ze terugkeren naar het gat in de omheining wordt er een man uit een truck in een kruiwagen gerold en begraven in het veld. Dit is een aankondiging van het geweld, dat in dit boek een grote rol speelt. Oorlogen zijn altijd zinloos, en de post-traumatische stress-symptomen waar de veteranen zich doorheen moeten worstelen zijn met geen pen te beschrijven. Aristoteles was van mening dat oorlog geoorloofd is ter zelfverdediging, om land te verwerven of om barbaren tot slaaf te maken. De hedendaagse ideeën over oorlogvoeren vallen meer terug op Augustinus en Thomas van Aquino – (r.-)k. theologen. De ‘rechtvaardige’ oorlog moet dan aan enkele criteria voldoen, maar die kun je op 1000-en-één manieren interpreteren: de aanzet van het conflict, dus de reden, is belangrijk. Daarnaast speelt de manier waarop de oorlog gevoerd wordt ook een rol.
Feit blijft dat geweld altijd een enorme invloed heeft op mensenlevens. Frank en Cee worden er al als kinderen mee geconfronteerd. In hun latere leven worden ze er niet van gevrijwaard. Langzamerhand, naarmate het boek vordert, wordt Frank eerlijker in zijn overpeinzingen, en blijkt dat hij in de oorlog steken heeft laten vallen, en dat hij eigenlijk alleen een held kan zijn voor zijn zusje.

 

morrison thuis

De lapjes stof bestaan uit beschrijvingen van mensen rondom Frank: zijn sadistische grootmoeder Leonore die de kinderen opving terwijl vader en moeder zich kapot werkten. ‘A mean grandmother is one of the worst things a girl can have. Mamas are supposed to spank and rule you so you grow up knowing right from wrong. Grandmothers, even when they’ve been hard on their own children, are forgiving and generous to the grandchildren. Ain’t that so?’ Nou, deze oma dus mooi niet. Verder is er Lily, een jonge vrouw uit een wasserette, waar Frank een relatie mee begint. Aanvankelijk gepassioneerd en liefdevol, maar wanneer Frank de brief over Cee ontvangt, zijn ze allebei opgelucht dat hij vertrekt. ‘The times when it was as good at the beginning, when she felt such sweetness waking up with him next to her, his dog tags under her cheek, had become memories she was less and less inclined to dredge up.’ En natuurlijk Cee, die met de verkeerde jongen trouwt zodra Frank in het leger is gegaan. Hij laat haar stikken in Atlanta en na enkele baantjes vindt Cee goed betaald werk bij een dokter, die echter experimenten op haar uitoefent. Haar baarmoeder is totaal vernietigd wanneer Frank – na de brief geschreven door Cee’s huisgenoot – haar bij de dokter weghaalt en terugbrengt naar huis.

Naast deze stukken stof, die terugkeren in de mamyo-deken, heb je de kleine onregelmatige lapjes, die de mensen in beeld brengen die Frank onderweg naar huis tegenkomt. Rechte en kromme mensen die hem ondersteunen of tegenwerken op zijn lange reis van het noorden naar het zuiden. Het verhaal is soms zwart-wit, alle kleur is er dan uit weggelopen. Frank ziet het mooie van het leven niet meer. Maar dit is een van de contrasten die Morrison zo treffend beschrijft. Cee wordt thuis in het stoffige Lotus verpleegd door een aantal vrouwen uit het dorpje die haar leren quilten. Als de kleurige mamyo klaar is, neemt Frank Cee mee naar het veld waar de paarden waren. Ze graven het lijk op, de man blijkt tijdens een weddenschap door zijn zoon te zijn gedood. Het was de vader of de zoon. De botten regelt Frank op de quilt en samen geven ze de resten een waardige begrafenis op een idyllische plaats bij een riviertje. Een gelukkig einde? Niet echt, Cee kan geen kinderen meer krijgen, en Frank heeft nog steeds last van zijn angsten.

Whose house is this?
Whose night keeps out the light
In here?
Say, who owns this house?
It’s not mine.
I dreamed another, sweeter, brighter
With a view of lakes crossed in painted boats;
Of fields wide as arms open for me.
This house is strange.
Its shadows lie.
Say, tell me, why does its lock fit my key?

Toni Morrison: voorgedicht bij ‘Home’

Maar samen knappen ze de ouderlijke vervallen woning op, en zijn thuis.

Toni Morrison: Home. New York: Alfred A. Knopf, 2012; ‘Thuis’, vertaling: Nicolette Hoekmeijer. Amsterdam: De Bezige Bij, 2012

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter