blog | werkgroep caraïbische letteren

The Blauwgrond Experience

Petjil in bananenblad. Foto: @ Claudett de Bruin

door Claudett de Bruin

Vrijdagavond elf uur. Kop aan kont rijden de auto’s. Ogen spieden van links naar rechts. We zien warungs met namen als Rena, Ursie en Pawiro. Al langer dan vijf minuten rij ik met een sukkelgangetje achter een auto die ook zoekt: een geschikte warung, een goede parkeerplaats. Kom je vanuit de Wilhelminastraat, dan zijn de meeste eettentjes links van de weg op slechts een paar meter afstand van elkaar. Rechts is de bekende moskee met hier en daar een halal warung. Aan beide zijden van de weg zijn auto’s geparkeerd. Ik knal bijna op mijn voorganger die plotseling afremt omdat hij een geschikte plek heeft gevonden.
‘Zullen we ook maar hier gaan?’ roept iemand in de auto.
‘Nee, een stukje verder, hier zit bijna niemand.’
Ik rij een eindje door en dan roept ze enthousiast: ‘Daar, bij die tent moeten we gaan eten. Ik zeg je, hun saoto is wrééd lekker!’

Naar Blauwgrond ga je in de eerste plaats om te eten. Het eten in de J. Samson Greenstraat, de Louis Goveiastraat en de Jan Besar Rebostraat is er pretentieloos lekker en niet duur. In de tweede plaats ga je er voor de ongedwongen sfeer, er zijn geen kledingvoorschriften en zelfs tafelmanieren zijn niet dringend vereist. Dat je soms in een kleine file moet zitten, neem je voor lief. Je accepteert dat er ook andere mensen zijn die honger hebben. Sommigen hebben gewoon trek en weer anderen zijn komen ‘wandelen’.

We manoeuvreren langs een paar uitgelaten fietsers met wapperende rokjes, blond haar en rode hoofden die kennelijk net iets teveel sambal in de pittige kippensoep hebben gedaan! Maar joh, dat mag de pret niet drukken, want voor een paar luttele euro’s hebben ze hun buikjes vol gegeten… en bij ’t Vat staan de biertjes al koud.
Personenauto’s met gezinnen of met party-animals worden ingehaald door luidruchtige bromfietsers, meestal jongens van de buurt opYampi’s die een fatu komen nemen. Taxichauffeurs rijden rond met buitenlanders die ze trots deze kant van Switi Sranan laten zien. Fully equipped terreinwagens en zacht ronkende Mercedessen rijden zoekend langs en laten zich maar wat graag bekijken op weg naar eenspan-span nasi of een portie tjekèr, plakkerige kippenpoten. Waarmee duidelijk wordt dat Blauwgrond geen drempels kent. Alles en iedereen komt er. Je komt er je baas en je tuinman tegen. Je ex-vriend en je buitenvrouw. (Of je vrouw, het is maar net wie met wieis gaan ‘wandelen’ die avond!)

Een agent derde klasse brengt zijn nieuwe vriendin voor het eerst uit. Met een royaal gebaar zegt hij: ‘Schatje, bestel maar wát je wilt,’ terwijl hij met gekruiste vingers in zijn broekzak kraak houdt dat ze een kleine eter is, want het is pas de 23e van de maand. . .
Aan de andere kant van de vitrine waarin al het lekkers is uitgestald, trommelt een bekende ‘poeierjongen’ met zijn goudberingde vingers op het vrolijk gebloemde tafelplastic. Zijn overdadig gepimpte Hummer neemt teveel parkeerruimte in. Ongegeneerd slurpen hij en zijn tafelgenote van een knalroze dawet. Op tafel staan twee kommetjes saotosoep, twee tahoe lontong, vier rund- en vier kipsaté’s, en vier bakabana’s met pindasaus. Met een ‘Hallo mae, poppie, Poniyem, kan je twee bami-met-kip voor me inpakken?’ rondt hij zijn bestelling af. De dame achter de toonbank laat het zich met een glimlach welgevallen en neemt het geld in ontvangst terwijl ze de portiebakjes keurig ingepakt aan hem overhandigt.

Blauwgrond mag met recht het Javaanse culinaire hart van Suriname genoemd worden. Naar Blauwgrond kom je niet om aan een glaasje water te nippen. In feite ben je op bezoek bij de bewoners (de warungs zijn voor hun huis gebouwd) en zoals het traditie is bij Javanen, moet je flink dooreten. Goed, je moet er een kleinigheid voor betalen, maar de prijs is in verhouding met de kwaliteit van het eten aan de lage kant.
Vanaf een houten bankje (de laatste jaren verdrongen door de Jardinstoel) heb je uitzicht op het keukentje waarin je kan zien hoe met kippenbouillon, taugé, geplozen kip en een ei de lekkerste saoto’s worden bereid. Let er op dat de bouillon kokend heet is – niets is erger dan een lauwe saoto mét of zonder ei – en breng het op smaak met een lepeltje ketjapsambal of een lepeltje gemalen rode peper. Blazen is toegestaan maar let op als je een lepel soep naar je mond brengt: de taugésliertjes hebben de neiging – op je kleren – te spatten…
Tip voor een verbrande mond: dawet! Mét of zonder maizenasliertjes.

Elke eettent heeft zo zijn eigen fans, mensen die zweren bij een teloh met terie van die éne speciale warung en desnoods een kwartier in de auto blijven wachten tot er een tafeltje vrij is.
Kom in de stemming voor je gaat stappen. Of besluit een avondje uit met een ‘Blauwgrond-kiek’. Als je van die chique bedrijfsreceptie komt, waar je alleen champagne hebt gedronken en minitoastjes met zalm en olijven hebt geknabbeld, dan kan je honger hebben. Verfijnde hapjes zijn lekker maar den no e furu bere…
Op naar Blauwgrond dus, die gezellige wijk die zelfs in Nederlandse kranten zoals de Volkskrant en Trouw op de kaart is gezet als één van de culinaire wijken van Suriname. Je komt er oude vrienden tegen, want je gaat ook naar Blauwgrond om gezien te worden. Langzaam langs de eettentjes rijdend op zoek naar een geschikte plek, zie je iedereen en als je die getinte ruiten naar beneden draait, ziet iedereen jou!
Je kunt ook ‘op stand’ eten op Blauwgrond. Mirosso is een opvallend gebouw met een buitenterras, een speciale afhaalafdeling en twee eetzalen. Boven is de eetzaal soms zo koud dat de gasten rillend naar beneden rennen. Hier kun je – in tegenstelling tot de overige warungs – wel alcohol krijgen. Ook hier geen kledingvoorschriften, maar enige kennis van etiquette en tafelmanieren wordt er wel op prijs gesteld. Van de menukaart is af te lezen dat je iets meer betaalt dan bij de huiswarungs. Het eten is er overigens net zo goed, alleen mis je de essentie van de ‘Blauwgrond Experience’: eten op straat.

De meeste warungs zijn open van vrijdag tot zondag (een enkele is ook door de week open). Als je lekker wil eten zonder al te veel te betalen, ga richting Blauwgrond. Nyan switi, slamat makan!

Your comment please...

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter