blog | werkgroep caraïbische letteren

Ter herinnering aan Rudy Bedacht

door Michiel van Kempen

Knippen en plakken

Het horloge van Rudy Bedacht loopt altijd vijf minuten voor. Hij is een punctueel mens, te laat komen is er voor hem niet bij. In zijn preciesheid is hij altijd de onderwijzer van de Paramaribose St. Aloysiusschool gebleven die in het begin van de jaren vijftig een andere Surinaamse dichter als collega had: Shrinivási.

Rudy Bedacht in Amsterdam,

Post van Rudy Bedacht dient zich altijd onmiddellijk aan in de vormgeving: de adressering is in voorbeeldig handschrift geschreven, voor elke regel is een andere kleur viltstift gebruikt en het adres is opgesierd met kleurige kringellijntjes en muzieknoten. Voor de geadresseerde al eigenlijk geheel overbodig noemt een roodglanzend etiketje aan de achterzijde naam en adres van de afzender. Het `RK’ in de postcode heeft geen enkele betekenis: hij is dan wel katholiek gedoopt en opgevoed, maar van kerkgenootschappen blijft hij verre. In zijn aderen stroomt het bloed van drie continen­ten, van Afrika, Europa en Zuid‑Amerika, al zou je dat uit de namen van zijn ouders niet afleiden: zijn vader heette voluit Ignatius Henricus Bedacht, zijn moeder Theresia Albertina Bedacht‑Slagveer (de laatste naam wijst erop dat Bedacht vermaagschapt is aan Jozef Slagveer, de journalist‑dichter die de militaire coup van 1980 bewierookte, vervolgens tot de ontdekking kwam dat er ook nog zoiets was als journalistieke onafhankelijkheid en als beloning voor die zelfbewust­wording in de nacht van 8 op 9 december 1982 met kogels werd doorzeefd). Met zijn ouders en twee zusjes staat de negenjarige Rudy op een prachtige familiefoto, nee, eigenlijk is het alleen maar Rudy die de lens naar zich toetrekt, in een voorbeeldig pakje, met strik om de arm, de rug naar zijn familie toe.

Een single met gedichten van Verlooghen uitgevoerd door Oscar Harris en de Twinkle Stars

Rudy Bedacht bereidt een dineétje in zijn keurige, nieuwe etagewoning drie‑hoog in de Amsterdamse wijk Reigersbos met uitzicht op de torens van Abcoude. Voor elk van de gasten wacht een naamplaatje bij het couvert, met dezelfde viltstiften, dezelfde kringellijntjes en dezelfde muziek­nootjes van de fameuze Bedacht‑envelop­pen. De man die in 1960 als eerste Surinamer een Nederlandstalige dichtbundel publiceerde, maakt zelf, in keukenschort, de toebereidselen voor de maaltijd, met grote aandacht voor elk der onderdelen. Hij heeft jarenlang voor zichzelf gezorgd, dat gaat prima, zegt hij, hij is blij met zijn onafhankelijk­heid. Zijn vrouw Sandra zit in de woonkamer die met Fabeltjeskrant‑gordijnen van de buitenwereld is afgeschermd. De Dominicaanse kijkt naar de televisie en doet pogingen wijs te worden uit de Nederlandse ondertiteling. Bedacht schudt zijn hoofd: `Ik heb uitstekende televisie in mijn leven gezien, maar wat ze hier vertonen! Vorige week was er een Miss Bil‑verkiezing op het lokale net, maar dat meisje trok alles uit, tot ze hele­maal naakt was. Ik weet wel hoe een meisje er bloot uitziet en wat ze allemaal in bed kan. Ik ben in stripteasetenten ge­weest, maar ik betaal geen luister‑ en kijkgeld om dat op de tv te zien! Stel je hebt een dochter van dertien, is dat dan een goed voor­beeld? Misschien ben ik te puriteins, maar…’ Hij arrangeert zorgvuldig groenten op een schaal. `De Surinaamse produkten zijn ons achter­nagereisd. Ik heb mijn vaste adressen voor alles wat ik nodig heb, op de markt hier in Reigersbos vind ik nu alle Surinaamse spullen.’

Hij piekert hardop: `Met poëzie is ‘t een raar geval. Je zit op een eiland, soms zou ik zelfs ‘t liefst geheel op mezelf wonen, ben ik compleet eenzelvig, een narcist. Maar met wat je schrijft wil je communiceren!’

Rudy Bedacht op zijn 80ste verjaardag. Foto © Michiel van Kempen

Aan de wand hangt een reeks ingelijste documenten. Het Centro Regional Universitario de Chiriquí in Panama heeft een getuigschrift voor zijn deelname aan een muziekseminarium uitgereikt. In houten lijst steekt een oorkonde die ervan gewag maakt dat Profesor Rudy Bedacht ereburger van de Panamese stad Boquete is geworden. Een ander plakkaat, lijst van hetzelfde hout, doet de wereld kond van het erelidmaatschap van de Sociedad Musical de Boquete. En ze zijn daar in Panama niet flauw met handtekeningen, stempels, sierletters, fantastische ligaturen en ornamenten. Weer een andere lijst toont zijn compositie voor vier gitaren Picasso, die hij aan het instuderen is met het nieuw gevormde gezelschap Sonorica. De muzieknotatie ziet eruit alsof ze gedrukt is, maar Bedacht doet alles met de hand, zet er koppen boven met wrijfletters en laat het bij een printerette op mooi papier drukken. Een gitaarboek met zijn honderd beste composities is in voorbereiding. In printerette‑uitvoering is zijn compositie Amsterdam (`de verschil­lende toonaarden drukken de veelzijdigheid van de stad uit’) door hem aangeboden aan de wethouder van cultuur. Ook de voorzitter van de Niet‑Rokers Vereniging Nederland mocht zich verheugen in de aanbieding van een gelegenheidsgedicht: `Schone Lucht’. Voor zangers/gitaristen die zelf geen muziek kunnen lezen en schrijven noteert hij de composities alsof het gedrukt staat en op gekleurd papier. Maar ‑ met respect voor de Niet‑Rokers Vereniging, de Sociedad Musical de Chiriquí, de gemeente Boquete en alle Amsterdamse wethouders ‑ : heeft Rudy Bedacht zichzelf niet hopeloos in de marge gemanoeuvreerd? Is al het gefröbel niet beneden de waardigheid van iemand die een aantal gedichten heeft geschreven die inmiddels gelden als klassiekers binnen de Surinaamse letteren? Een terugblik op de merkwaardige curves van Bedachts levensloop beantwoordt die vragen niet. De vraagtekens worden alleen maar groter.

De Paulusschool in Paramaribo

Rudy Ronald Bedacht wordt geboren op 14 september 1932 te Paramaribo. Hij volgt de lagere school en gaat dan naar de Mulo, de Paulusschool, streng geleid door de Fraters van Tilburg, die eerder twee andere belangrijke schrijvers in hun schoolbanken hebben gezien: Albert Helman en Shrinivási. Bedacht behaalt de hulponderwijzersakte en bekwaamt zich op de mandoline, bas en gitaar. In 1954 gaat hij naar Nederland, waar hij in Amsterdam twee jaar MO‑Nederlands studeert en de tweejarige opleiding aan het Persinstituut van de Gemeentelijke Universiteit volgt. Aan het eind van de jaren vijftig gaat hij terug naar Suriname, waar hij wordt tewerkgesteld bij de Regeringsvoorlichtingsdienst. Nauwelijks heeft hij zijn werkzaamheden begonnen, of hij raakt in conflict met zijn weinig democratisch ingestelde chef. Samen met dr E.Th. Waaldijk en Frits Pengel ‑ de huidige directeur van de Surinaamse Televisie Stichting ‑ wordt hij op straat gezet, een ontslag dat later ongedaan wordt gemaakt. De drie `landsdienaren’ hebben inmiddels een dagblad opgericht: De Vrije Stem. Zijn allereerste publikatie is dan al verschenen in het Surinaams Politieblad van 1959; vader, gedecoreerd hoofdagent van politie, is niet ver. Het artikel heet: `De twee nationale V’s; Vlag en volkslied wappert en weerklinkt!’ Het nationalistische promillage is niet geringer in zijn debuutbundel die in 1960 uitkomt onder het pseudoniem Corly Verlooghen. Kans op onweer opent met de voor een eerste Nederlandstalige bundel in Suriname programmatische regels: De durf te schrijven bliksemt/het slapend volk op de been. Een gedicht als `Identifikatie’ zou, vooral door de bloemlezing Wortoe d’e tan abra die Shrinivási in 1970 samenstelde, nationale bekendheid krijgen in een land dat snakte naar regels die de trots op de eigenheid verwoordden. Maar de debuutbundel laat toch ook het persoonlijke geluid van de maker horen in een gedicht als `Zelfbeschikking’. In 1961 verschijnen Jachtgebied en Dans op de vuurgrens, het jaar daarop het bundeltje Oe en het `kultuurhistorisch monogram’ Het vraagstuk van Surinames kulturele welvaart. Zijn poëzie brengt die curieuze mengeling van politieke en erotische gedichten die het handelsmerk van de Surinamers van de jaren zestig is. Hij bereist in deze tijd het Caraïbisch gebied en Latijns‑Amerika en sluit langdurige vriendschappen met Ed Hoornik en Cees Nooteboom.

Rudy Bedacht met Ed Hoornik in Paramaribo, 1962

Aan boord van het m.s. Ladon zet hij in 1962 weer koers naar Europa, een aantal maanden woont hij in Barcelona en op Mallorca en hij vestigt zich vervolgens opnieuw in Nederland, waar hij bureauredacteur bij de Nederlandse Televisie Stichting wordt en kinderprogramma’s maakt voor de Wereldomroep. Hij trouwt met een Nederlandse vrouw, zijn zoon Corly wordt geboren, maar zijn huwelijk zal niet lang daarna op de klippen lopen.

De bundel De held van Guyana komt in 1965 uit met een `inleiden­de beschouwing over ideologische invloeden op de Suri­naamse kultuurgemeenschap en hun betekenis van de persoon­lijkheidsvorming van de Surinaamse mens’. De beschouwer put uit wat hij later noemt `de volle uiers van zijn stem’: `Revolutio­naire vitaliteit’, `kollektief ideaal’, `ontwikkelingsdaad’, `nieuwe doctrine’ en `een kernproces, dat alles te maken heeft met de ontwikkeling van de internationale omwentelings­literatuur’. Kortom: er werd flink gemolken uit het Grootboek van Voorgekookte Pathetiek & Brallerigheid waarmee hele hordes revolutionaire poëten zichzelf de dwangbuis omdeden. De inleiding getuigt van de bekende overschatting van de werkzaamheid en invloed van het literaire werk, een overschatting die Hugo Pos er eens toe verleidde te schrij­ven dat de Surinaamse dichters de onafhankelijk­heid gemaakt hebben. Bedacht zegt er nu over: `Als ik die inleiding tot De held van Guyana lees, herken ik mezelf niet meer. Dat ik dat geschreven heb! Echte jeugdzonden. Nee, ‘t is maar goed dat een mens verandert.’

            In 1966 vertrekt hij naar Zweden, waar hij werk vindt aan de Gemeentelijke Muziekschool van Uppsala, om later muziekwetenschappelijk medewerker te worden aan de universiteit aldaar. Hij bereist Europa van de Noordpool tot Turkije en schrijft reisreportages voor het Surinaamse dagblad De West. Uit deze jaren stammen de dichtbundels De glinsterende revolutie van 1970 en Luister, Meneer de President van 1975 (dat uitkomt met een grammofoonplaatje van Oscar Harris). De roman De leba is gevangen die in 1977 uitkomt, maakt duidelijk dat de proza­schrijver Verlooghen het bij lange na niet haalt bij de dichter. Hoe dan ook, Bedacht is nog immer een vat vol maatschappelijke vernieuwingsdrang. We zien hem in een film van Gerard van der Meijden en Benny Ooft over de Amsterdamse Albert Cuyp‑markt lopen, publie­kelijk fulminerend tegen het kolonialisme. En de Zweedse Uppsala Nya Tidning van 4 maart 1974 toont hem als een Caraco‑Mexicaantje met poncho en oranje hoed, geweldig goed. In dat jaar komt zijn eerste Zweedse vertaling uit: Zie de mens van Bo Setterlind, in ’78 brengt Nijgh & Van Ditmar Tussen bliksems loop ik van Artur Lundkvist, Meulenhoff een jaar later de roman Boeren en meesters van Theodor Kallifatides. Het is vooral Lundkvists no‑nonsense‑toon die de poëzie van Bedacht beïnvloed lijkt te hebben.

Vertaling uit het Zweeds

De oproep van de regering‑Arron aan alle Surinamers in het buitenland om mee te komen helpen aan de opbouw van het land, vindt gehoor bij Bedacht. Met toestemming van zijn Zweedse werkgever vertrekt hij in 1979 voor een jaar naar Suriname, waar hij komt te werken op het ministerie van onderwijs en cultuur, onder minister Venetiaan ‑ de latere president ‑ en hij zet een eigen muziekschool op. Maar het tij is gekeerd. Hij publiceert dat jaar Juich maar niet te vroeg, een bundel waarin de nationalist zich heeft getransformeerd tot een beschouwend, filosofisch dichter. De toon is een totaal andere, niet langer meer lyrisch, koel nu, helder, rationeel, de taal is bijna uitgebeend. De nationalistische die‑hards begrijpen er niet veel van. Zijn bundeltje Oe uit 1962 (met regels als Hoe noemt de koe/haar hoef niet voet/maar domweg boe) heeft het al moeten ontgelden, maar wat is er nog Surinaams aan een boek met de sceptische titel Juich maar niet te vroeg? Nota bene neef Jozef Slagveer heeft in 1966 in het Suriname‑nummer van Contour een gedicht ge­schreven over de Surinamers die meer Nederlander wilden zijn dan de Nederlander zelf en verwijzend naar Albert Helman en Corly Verlooghen gedicht: Daarom beste Eddy is/Alcobert Helverlogenman/geen uitzondering./Hij is het product van de/z.g. moederlandse cultuur/en een goede Nederlandse schrijver,/maar voor de Surinamer/niet aanvaardbaar/als exponent/van de Surinaamse cultuur. Wat maken deze regels duidelijk? Ten eerste dat het Bedacht niet in dank werd afgenomen dat hij als een zwerfhond over de wereld trok, en ten tweede dat Slagveer een beroerd dichter was. Dat was 1966.

In 1979, bij Bedachts terugkeer, is het op een avond in het Mamio‑Theater nationalist R. Dobru die er met zijn volle gewicht van middelmatigheid tegenaan gaat om als geweten van zwerfhond Bedacht te fungeren. Rudy Bedacht trekt zijn conclusies: Het `wankel huis/dat zo gebarsten is en dreigt/omver te vallen in een onverhoedse nacht’ biedt hem geen betrouwbaar dak boven het hoofd. Op de terugweg naar Zweden strijkt hij neer op Bonaire en hij zal er blijven. Hij stort zich geheel op het mu­ziekonderwijs en begint met de produktie van een golfvloed aan muziek­leer­boeken. In Panama bestaat een Hogeschool voor Gitaarwetenschap en Bedacht ging er zomercursussen bezorgen. In 1987 wordt hij er benoemd tot buitengewoon hoogleraar aan de Nationale Universiteit met muziekpsychologie en muzikale activering als leeropdracht.

Na tien jaar zet het `antillianiserende’ Bonaire het niet‑landskind Bedacht aan de kant. Teleurgesteld vestigt hij zich in Amsterdam, om voor de zoveelste keer een nieuwe start te maken. Hij wil naar Stockholm gaan met de Zweedse vertaling van gedichten als `Tussen hanen en bloemen’ en een handvol sprookjes. En ook Madrid staat op zijn programma, om er gitaarcomposities te promoten. Gedichten schrijft hij nog maar sporadisch, het pseudoniem heeft hij definitief in de motteballen gelegd.

Verlooghens enige roman

Hij kijkt uit over de weilanden richting Abcoude waar koeien met volle uiers grazen, en zegt: `Ik probeer me nu uit te drukken in muziek. Daarmee kan een veel groter publiek bereikt worden dan met poëzie. In Amerika, in Panama speelden grote gitaristen mijn werk, allerlei Middenamerikaanse zenders zonden mijn stukken uit, maar hier kent niemand me.’

‘Poëzie moet uit de ziel komen. Dat is een proces dat tegen­woordig lang­zamer gaat dan vroeger. Vroeger ging je ertegenaan met jeugdig enthousiasme, je was helemaal niet voorzichtig met iets op papier te zetten. Maar hoe ouder je wordt, hoe voor­zichtiger je wordt. Je gaat meer op de kwaliteit letten, de kwantiteit doet er niet toe. Je schrijft duidelijk met meer voorbehoud. Ik heb al zoveel gezegd, slechts nu en dan vind je weer nieuwe wegen om iets te zeggen, zoals toen een kever op mijn hand neerstreek en ik me de relativiteit van hand, kever en tijd realiseerde.’

Maar waarom opteert iemand die in de redactie van het toonaangevende tijdschrift Soela zat voor het redacteurschap van een obscuur blaadje als Black Flash? Een dichter die enkele van de zuiverste gedichten van zijn generatie heeft geschreven, de man van wie De Gids en NRC Handelsblad werk opnemen, waarom steekt die zoveel tijd in plak‑ en knipwerk bij printerettes? Rudy Bedacht: `Ik wil mijn werk niet in grote oplages uitgeven. Ik print de exemplaren zelf, ik heb graag dat die dingen binnen mijn gezichtsveld blijven. Ambitie om naar een nieuwe bundel toe te werken heb ik niet. Ik ga niet met een uitgeverij in zee. Die vindt dat iets zus en zo moet, ze stelt haar eisen en ik doe niet graag water bij de wijn. Ik werk nu meer incidenteel en dat geeft me een zekere mate van satisfactie. Literaire idealen heb ik niet meer, een optreden in literair café Miller of in Panade, daar heb ik plezier in.

Maar misschien laat ik mijn licht wel onder de korenmaat schijnen, denk je niet?, ja misschien wel…’

[deze tekst is eerder verschenen in Woorden op de westenwind; Surinaamse schrijvers buiten hun land van herkomst. Met foto’s van Michel Szulc-Krzyzanowski. Amsterdam: In de Knipscheer, 1994.]

Rudy Bedacht

Zelfbeschikking

Und eine neue Welt entspringt
(`Die Schöpfung’)

Het vonnis is betekend en geen veilig pad
voert mij terug naar de vermetelheden
van jeugd en speelse liefde mijmering en wat
gedweep met een heldhaftig meisje in mijn buurt
toch ligt mijn wereld feestelijk te stoven
in eigen zomer die mijn wensen puurt
en heilig maakt want alles is van mij
je stille heimwee borsten triest verlangen
beginselloos beginsel alles is van mij

[Uit: Kans op onweer, 1960]

Rudy Bedacht

Tussen hanen en bloemen

De hanen van het verzet verdwenen
achter een horizon van lankmoedig zwijgen
waar ook de vlag die van de overwinning
zou getuigen beschutting zocht
Alles staat stil
en zelfs de wal die naar het schip
toe wil ziet af van die vermetelheid
Alleen de van nature inschikkelijke
bloemen verbreken hun berusting
en verlaten hun vazen
om beter te gedijen in woestijnen
Ik sta tussen de hanen en de bloemen
te twijfelen aan de zin van hun bestaan:
Wie kan er ongestraft verdwijnen
achter een horizon van zwijgen?
En zijn ook bloemen in woestijnen
niet gedoemd tenslotte te vergaan?

[Uit: Juich maar niet te vroeg, 1979]

Rudy Bedacht

Oud worden

Na al die jaren
houdt men niet veel over:
Dromen verschrompelen
vrienden vergaan tot stof
Men weet niet wie men volgen moet
en wat men moet geloven
Men weet niet of men leeft
of doet alsof.

[uit: Juich maar niet te vroeg, 1979]

Rudy Bedacht

Het Nieuwe Land

Vanuit het centrum van mijn ziel
bereikte ik het nieuwe land
Palmen van mijn herinnering groeien
tussen dijken en grachten
en de Gravenstraat eindigt
bij het paleis op de Dam
Op vleugels van tijd reis ik
op en neer over de oceaan
Bij de Munt hoor ik
de torenklok van Financiën slaan
en ik fiets naar mijn nieuwe Spanhoek
het Leidseplein
Holland en Suriname
zo vermaagschapt en nooit meer alleen
en zelfs door geweren niet te scheiden
Ik pak de tram van de verbroedering
en stap uit aan de Waterkant
De markt van Paramaribo schittert
meervoudig in Amsterdam
Manja’s en bacoven reisden mij achterna
en roti’s zijn hier oven‑vers
Oud en tegelijk zo nieuw
is onze geschiedenis
Het nieuwe land en ik
Ik en het nieuwe land
Vonk werd vuur
En vuur verteert heimwee
Want hier kussen Surinettes even innig
en smaakt de moksalesi even goed

[uit: NRC Handelsblad, kersteditie 1992]

Rudy Bedacht

Kevertijd

Zoals ik voor de kever
slechts een hand ben
waarover hij loopt
om plotseling
daarvan op te stijgen
naar oorden
van zijn begeerte
ben ik voor de tijd
een ogenblik
verwijderd van het vorige
Zo deel ik
met kever en tijd
dezelfde waarheid
en doet het er niet toe
of ik een hand ben
waarover een kever loopt
dan wel een ogenblik
waartegen de tijd zich keert.

Rudy Bedacht

Bij toerbeurt

Weggewaaide hoeden
die niemand meer passen
aan dorre takken
van Boom Welvaart
wachtend
op de laatste windvlaag
Bij toerbeurt waaien ze aan
de onvrijwillig werklozen
en turven de dagen
bij zakken vuilnis
van vermolmde dromen.

Rudy Bedacht

Het hart onthoudt

Geurige bloem die zich opent
en op slot gaat
als een deur van staal
Het ondoorgrondelijke behoudt
zijn voorsprong en overwint
Hart dat vuren ontsteekt
waarin de wereld zich loutert
en gezichten verloren gaan
in scherven van spiegels
Terwijl de dag
zijn uren vergeet
en de nacht zijn sterren
herinnert de mond zich
geen woorden meer
Maar altijd onthoudt het hart:
Het Begin en het Eind.

2 comments to “Ter herinnering aan Rudy Bedacht”

  • Liever had ik een niet lang in memoriam over Rudy Bedacht/Corly Verlooghen gelezen.
    Dit lange stuk had beter in een wat later stadium na zijn overlijden gekund.

  • Niemand verplicht u een lang stuk te lezen. Overigens publiceerden wij al eerder een kort In memoriam, zie hier https://werkgroepcaraibischeletteren.nl/corly-verlooghen-rudy-bedacht-overleden/

    Red. CU

Your response at Lotta Ruskamp

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter