blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Zijl Annejet van der

Hollywood in Commewijne

Klik op de afbeelding voor een groter formaat

Sonny Boy schiet met losse flodders

door Tom van Moll

Sonny Boy heeft in Nederland al minstens vierhonderdduizend bezoekers getrokken. Het boek van Annejet van der Zijl verkocht al even zo vaak. De waargebeurde geschiedenis van Waldy Nods en zijn ouders is dan ook bijzonder aangrijpend. Regisseur Maria Peters weet dat slechts ten dele op het grote scherm te krijgen.

Waldemar Nods (Sergio Hasselbaink) is een Surinaamse jongen die na de dood van zijn moeder naar Nederland vertrekt om te studeren. In het kille Nederland van de jaren ’20 wordt hij niet met open armen ontvangen. Hij vindt onderdak bij de zeventien jaar oudere Rika (Ricky Koole), moeder van vier kinderen, en wordt op haar verliefd. De losbandige Rika is zelf ook een buitenbeentje, want ze is verstoten door haar familie en haar overspelige, conservatief protestantse man (Marcel Hensema). Ook het contact met haar kinderen raakt ze kwijt. Van Waldemar krijgt ze een zoon, Waldy, die ze liefkozend ‘Sonny Boy’ noemen, naar een bekend liedje uit die tijd. De situatie wordt er niet gemakkelijker op wanneer de Tweede Wereldoorlog uitbreekt. Het echtpaar besluit onderduikers te huisvesten in hun pension, maar belanden daardoor in een concentratiekamp.

Hennah Draaibaar van TBL interviewt regisseur Maria Peters (l) en Waldy Nods, op wiens leven Sonny Boy is gebaseerd.

De overmaat aan figuranten lijkt een watermerk voor het productieteam Shooting Star Company, want ook in Kruimeltje en Pietje Bell wemelen ze door de straten. Ze brengen de prachtige decors tot leven en door de kostuums wordt een goed tijdsbeeld opgeroepen. Helaas zijn ze lang niet allemaal even ervaren. Het komt de filmbeleving niet ten goede wanneer een lijk dat in een tragische scène uit de trein wordt gegooid, samenkrimpt en met de ogen knippert. Dat de Surinamers en de Duitsers met een overduidelijk Hollands accent spreken, leidt eveneens af. De kinderen in de bijrollen spreken hun teksten vaak wat houterig uit, maar hun aandoenlijke one-liners zorgen wel weer voor voldoende humor in het anders zo treurige verhaal. Acterende rots in de branding is Koole (Wit Licht). Zij draagt zonder twijfel de film. Ze brengt het beste naar boven in debutant Hasselbaink, die de juiste uitstraling heeft maar zonder haar wat verloren loopt.

Omdat het gaat om een boekverfilming en een waargebeurde geschiedenis, heeft Peters zich weinig vrijheden veroorloofd. Het verhaal zelf is rijk aan drama, maar overbrugt een lange tijdsspanne. Ondanks de korte flashbacks naar de jonge Waldemar in Suriname, blijven de gebeurtenissen te veel op zichzelf staan. Bindende motieven en thema’s (zoals uitsluiting en discriminatie) zijn noodzakelijk om er een geheel van te kneden. Toch lijkt Waldemars huidskleur er tijdens de oorlog niet meer zo toe te doen. Het laatste deel van de film lijkt daarom op zichzelf te staan, waardoor het groots bedoelde einde, eigenlijk een sisser is.

[uit de Ware Tijd, 15 april 2011]

Ovatie voor Sonny Boy in Suriname

Een beklijvende stilte tijdens de aftiteling, gevolgd door een daverend applaus en een minutenlange staande ovatie. Sonny Boy, de speelfilm van Maria Peters over de verboden liefde tussen Waldemar Nods en Rika van der Lans in het Nederland van de jaren dertig, is tijdens de première woensdagavond in Paramaribo pas echt thuisgekomen. [Alhoewel moet worden toegegeven dat Suriname nooit door de Duitsers bezet is.]

.

Een echte Surinaamse scène in de film

Voor de intussen 81-jarige spilfiguur Waldy Nods, de échte Sonny Boy, was dat trouwens letterlijk het geval. Tijdens de persconferentie in Hotel Torarica, twee dagen voor de première, verklaarde hij al zijn hart verloren te hebben aan de film. “Telkens ik het boek zie of naar de filmposter kijk, krijg ik het gevoel dat ik mijn ouders terug zie. Tijdens de oorlog hebben ze mijn ouders weggevoerd, maar nu zijn ze terug. Ik ben verliefd op de twee jonge mensen die mijn ouders spelen.”

Gróót scherm
Na de film klonk Waldy Nods niet anders. “Om te beginnen had ik de film nog nooit op zo’n gróót scherm gezien. [Hij was blijkbaar de premièrevoorstelling in het reusachtige Circustheater in Scheveningen vergeten.] Ik keek ook op van de vele reacties tijdens de film, ik hoorde zoveel reacties die ik nog niet in Nederland had gehoord”, vertelde Nods, die de cast en filmcrew vervolgens zelf met een applaus bedankte.

De zo goed als volgelopen bioscoopzaal leefde inderdaad zichtbaar – én hoorbaar – mee met het dramatische verhaal van Sonny Boy. Vooral de in Suriname opgenomen scènes, waar de jaren twintig even herleefden, ontlokten kreten van bewondering. “Kijk die kippen daar rennen, wat leuk!” En wanneer Waldemar Nods als universiteitsstudent in Nederland met racisme te maken krijgt – “Kijk, zwarte piet!” – galmen opgewonden tyuri’s door de filmzaal.

Film of boek?
“Het was ontzettend leuk om de film hier te zien, de reacties waren heviger. Het Nederlandse publiek bleef veel stiller en wachtte rustig af tot de film voorbij was. Surinamers zijn heftiger, ze geven hun mening al terwijl de film nog bezig is”, sprak hoofdrolspeler Sergio Hasselbaink na afloop.

Ook het publiek reageerde overwegend positief. Van ‘Heel ontroerend, ik heb gehuild’ tot ‘Eén van de beste Nederlandstalige films in jaren’. Een enkeling vond het boek dan toch weer beter, waarmee de ‘boek-of-film-discussie’ opnieuw kan beginnen.

 

[bewerkt naar RNW]

Van Sonny Boy naar Sonny Man

door Donovan Mijnals

Paramaribo – Sonny Boy is een veelbesproken film die vooral verschillende emoties weet los te rukken. Bij de persconferentie gisteren in de Banquethal van Hotel Torarica, is Waldemar ‘Waldy’ Nods er in ieder geval heel positief over. De Sonny Boy waar de film over verhaalt is inmiddels uitgegroeid tot een Sonny Man op gevorderde leeftijd.

Hij vertelt dat hij zijn ouders niet meer heeft mogen aanschouwen nadat die naar een concentratie kamp gebracht werden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Met deze film kreeg hij naar eigen zeggen toch die kans om ze te zien zoals hij zich ze herinnert: een groot compliment aan vooral de acteurs Sergio Hasselbaink en Ricky Koole, die het echtpaar speelden.



Ricky Koole en Sergio Hasselbaink met ‘hun zoon’ Waldemar Nods. Koole en Hasselbaink spelen de ouders van Nods in de film Sonny Boy, die morgen in première gaat in TBL Cinemas. (foto @ Stefano Tull)

Voordat Sergio aan deze productie meewerkte had hij nog niet gehoord over Waldemar Nods en diens verhaal. “Maar nadat ik ben uitgenodigd heb ik het boek meteen aangeschaft en in één keer uitgelezen.” De acteur, die Waldemar senior speelt in de door Maria Peters geregisseerde film, wilde vooral een waarheidsgetrouwe verschijning neerzetten. “We moeten niet uit het oog verliezen dat dit de geschiedenis is van die man [van Waldemar jr … red.]. Ik wilde hem niet krenken door iets uit te beelden of zelfs te zeggen dat niet zo is geweest.

Bij Waldemar zelf wekken het boek en de film gemengde emoties op. “Ik ben aan de ene kant blij om mijn ouders weer te zien en aan de andere kant is het verdriet nog steeds levend. Ik weet het niet onder woorden te brengen.” Hij wordt even stil en staart voor zich uit. Zachtjes en in gedachten verzonken tikt hij tegen zijn glas met kersensap aan alsof hij het gevangennemen van zijn ouders in januari 1944 herleeft. Nods hield er een trauma aan over dat versterkt werd door wat zich daarna afspeelde. “Ik werd ondergebracht bij een zus van mijn vader die in Indonesië in een Japans concentratiekamp had gezeten.

Zij was daardoor psychologisch zo aangegrepen dat als ik uit het raam keek of mijn vriendjes er aan kwamen, ze mij ervan verdacht dat ik seintjes gaf en haar zou verlinken.” Voor Sonny Boy kwamen de zonnestralen pas weer goed tevoorschijn bij het uitkomen van het boek en nu bij de verfilming daarvan. De documentatie van zijn geschiedenis en de plotselinge aandacht die daaruit voortvloeide hielpen beter dan welke therapie dan ook.

De Surinaamse première van de film is op 13 april in TBL Cinemas.

[uit de Ware Tijd, 12/04/2011]

Echte Sonny Boy ziet ouders terug op het witte doek

door Diederik Samwel

De 81-jarige Waldy Nods, de ‘echte’ Sonny Boy’, is verliefd geraakt op de acteurs die zijn ouders spelen. “Elke keer als ik naar de voorkant van het boek kijk of naar de poster van de film, krijg ik het gevoel dat ik mijn ouders terug zie. Het doet me terugdenken aan een dramatisch gedeelte van mijn jeugd. In de oorlog hebben ze mijn beide ouders weggevoerd en daarna heb ik ze nooit meer teruggezien. Maar nu zijn ze er weer. Elke keer dat ik hun beeld zie, ben ik verliefd op de twee jonge mensen die mijn ouders spelen in de film.”

Waldy Nods kiest zorgvuldig zijn woorden. Zijn stem klinkt zacht, ook al omdat hij zich met die microfoon voor zijn neus niet zo goed raad weet. Maar geluidsversterking is nauwelijks nodig. Tijdens de persconferentie naar aanleiding van de Surinaamse première van de speelfilm Sonny Boy hangt iedereen aan zijn lippen. De 81-jarige Nods bedankt de filmmakers en toont zich verbaasd dat het verhaal van zijn ouders tot “zoiets groots” is uitgegroeid. Het is voor hem een hele eer om nu ook mee te maken hoe de film in het geboorteland van zijn vader wordt ontvangen.

Nods is de zoon van de jonge Surinaamse student Waldemar en de Nederlandse Rika, die in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog een onmogelijke liefdesrelatie aangaan. Zij verlaat haar echtgenoot en kinderen, het stel gaat samenwonen en biedt tijdens de bezetting onderdak aan joodse onderduikers. Het verhaal stevent dan af op een dramatische ontknoping.

Schrijfster Annejet van der Zijl baseerde de bestseller Sonny Boy op de waargebeurde geschiedenis van Waldemar en Rika. De speelfilm die regisseur Maria Peters er van maakte ging in januari in Nederland in première en trok tot dusver ruim 400 duizend bezoekers. Volgens producent Hans Pos is dat “heel veel” voor een film die niet als ‘mainstream’ valt te zien. De reacties van het publiek zijn overwegend positief maar dat de film zo’n bijzondere invloed op de echte Sonny Boy zou hebben, is natuurlijk een nog veel groter compliment.

De twee hoofdrolspelers uit ‘Sonny Boy’, Ricky Koole en Sergio Hasselbaink, zijn even uit het veld geslagen na de ontboezeming van de echte Sonny Boy. Dit hadden ze in Nederland nog niet van hem gehoord. Koole zegt dat ze zich er tijdens het maken van de film van bewust was dat haar personage was gebaseerd op een vrouw die werkelijk heeft bestaan. En natuurlijk heeft zij net als de rest van de cast en crew haar best gedaan om de film zo goed en zo mooi mogelijk te maken, maar dat de oude Waldy er zo door zou worden geraakt, kon ze nooit vermoeden.

Sonny Boy gaat woensdagavond in première in TBL Cinemas. Over Waldy Nods zelf wordt momenteel een televisiedocumentaire gemaakt door Ida Does. In de jaren zestig van de vorige eeuw reisde hij terug naar het land van zijn vader om er als journalist reportages over te schrijven. Dat leverde hem iets later een baan op bij houtbedrijf Bruynzeel waarna hij een paar jaar met vrouw en kinderen in Suriname verbleef.

[uit Starnieuws, 11 april 2011]

Première Sonny Boy in Suriname

Het is eindelijk zover; de première van de film Sonny Boy in Suriname! Op woensdag 13 april in TBL Cinemas. Speciaal voor deze première reizen de producent, regisseur en de 2 hoofdrolspelers naar Suriname af. De 81-jarige Waldy Nods, de echte Sonny Boy naar wie het boek vernoemd is, zal ook aanwezig zijn.

Er is veel te vertellen over deze film. Daarom organiseert The Back Lot voorafgaand aan de première een ‘Meet & Greet’ met de leden van de crew en de cast. Grijp de kans om alle vragen die je hebt te stellen aan producent Hans Pos, de beide hoofdrolspelers en Waldemar zelf.

Maandag 11 april om 19.00 uur in hotel Torarica. Registratie: 400 802 of 68 000 97, of e-mail naar meet&greetsonnyboy@thebacklot.sr

In gesprek met de regisseur van Sonny Boy

 

Vanaf deze week draait de film Sonny Boy in de bioscoop. Biosagenda.nl sprak met uitgebreid regisseur Maria Peters over deze film.

Het is nu januari 2011: wanneer bent u precies begonnen met de film?
We stonden een jaar geleden aan de vooravond van draaien. We begonnen in februari 2010. Dat was ook een hele spannende tijd. Dat vind ik nu ook vreemd. Een jaar geleden moest alles nog worden opgenomen. De voorbereidingen en het schrijven ben je zo’n 4, 5 jaar mee bezig. Net toen het boek uit was zijn we er mee aan de slag gegaan. Pieter Van de Waterbeemd zag het boek liggen en die wilde er heel graag scenario voor schrijven. We konden de rechten nog krijgen dus we hebben Annejet van der Zijl en de uitgeverij benaderd. Daarmee hadden we nog geluk want er waren meer kapers op de kust.

Hoe gaat dat proces dan verder? Het boek ligt in de boekhandel, iemand besluit een film te maken, en dan?
Dan ga je gewoon aan de slag. Je maakt een plan voor het scenario. We hebben best gezocht naar de vorm. We hebben meerdere scenario’s gehad. Het eerste scenario duurde zo’n vier uur. De film duurt nu nog lang, kan je nagaan. Uiteindelijk hebben we 12 verschillende versies van scenario geschreven. We hadden natuurlijk te maken met iets wat waar gebeurd is dus we besloten daar mee niet aan de haal te gaan en de gebeurtenissen naar je hand te zetten. Annejet zei wel eens voor de grap dat we er alles mee mochten doen wat we wilden. Als je dan de echte Waldy ontmoet, die nu 81 is, besef je dat hij het echt allemaal heeft meegemaakt. Je zou willen dat het verhaal beter afloopt maar dat is nou eenmaal niet zo.

In het boek staan achterin allemaal bronvermeldingen. Heeft u die ook allemaal nagelezen?
Annejet heeft dat allemaal uitgezocht. Zij is daar 2 jaar mee zoet geweest dus ik ging er blind van uit dat zij dat getrouw heeft gedaan. Ik heb toen het scenario af was wel heel veel boeken gelezen over het dagelijks leven in die tijd en hoe het was om onderduikers in huis te hebben. Wat veel mensen bijvoorbeeld niet beseffen is dat mensen daar gewoon geld voor kregen.

Hoe verliep de samenwerking met Annejet verder?
Annejet was ontzettend fijn om mee te werken. Zij merkte dat we integer met het verhaal omgingen. Ik heb haar vaak benaderd om te vragen naar bepaalde karakters die mij niet duidelijk waren. Dan kreeg ik bijvoorbeeld foto’s van die mensen. Ze liet ons vrij maar help ons om verder te komen als dat nodig was.

Kijkt zij dan nog naar het scenario?
Elke keer als een scenario af is denk je dat het de schrijver het wel een keer moet lezen maar zij was heel druk bezig met haar boek Bernhard op dat moment dus dat wilde ze eigenlijk niet. Ze zei ons wel dat we het Sefanja Nods moesten laten lezen. Dat is de schoondochter van Waldy en zij is de degene die ooit dit verhaal aan Annejet heeft verteld. Zij las dus wel af en toe over onze schouder mee.

Voor de film is er ook in Suriname gefilmd. Wat kunt daar over vertellen?Het was een hele onderneming. Je moet een periode creëren daar want het speelt zich af in 1921. En alles moest mee: dus camera’s, kleding, props, het licht en ga zo maar door. We wilden ook graag ezeltjes want die hadden we op foto’s gezien. Er waren in Suriname echter geen ezeltjes meer te vinden dus die hebben we uit Frans Guyana gehaald. Ook was er in heel Suriname geen zeilboot te vinden. We hebben een scene waarin de vader van Waldemar hem uitzwaait vanaf een boot en die boot hebben we dan op het IJsselmeer gefilmd. Dus dat hebben we met vernuftige technieken in elkaar gezet. Maar de samenwerking met de lokale bevolking was heel erg leuk. De mensen werkten heel hard en werkten heel goed mee.

 

De Italiaanse cover van het boek Sonny Boy

U staat bekend om uw jeugdfilms. Is er nu een wezenlijk verschil tussen een jeugdfilm en een volwassen film?
Een volwassen film is prettig om dat je ook met volwassen acteurs werkt. Zij hebben het over het algemeen veel ervaring. Ze hebben technieken om hun emoties te uiten: dat hebben ze geleerd. En met kinderen is dat altijd afwachten of ze dat elke keer weer kunnen uiten. Je neemt toch vaak vier takes op. Maar in deze film hadden we ook veel kinderen. Voor een karakter hadden we ook nog eens meerdere kinderen nodig van verschillende leeftijden. Dus daar hebben we veel zorg aandacht besteed.

In recensies komt vaak de kanttekening naar voren dat de dialogen wat onnatuurlijk kunnen overkomen. Wat vindt u daarvan?
Dat is natuurlijk niet mijn opzet. Je probeert dat natuurlijk zo goed mogelijk te doen. Ik kan me het wel voorstellen. Maar om aan te geven: die zin van Kees Kaptijn, “Ik ben Kees Kaptijn, de grootste jodenbeul van Nederland”, was echt zijn openingszin! Annejet van der Zijl heeft dat uit historische bronnen gehaald en als filmmaker laat je dat niet liggen. Als mensen dan denken dat het niet waar is dan is dat jammer maar dat is toevallig echt zo gezegd. In recensies worden een paar zinnen aangehaald maar ik denk dat de rest toch redelijk natuurlijk is. Pieter Van de Waterbeemd en ik zijn daar toch redelijk secuur in geweest. Ik kan het nu niet meer terugdraaien in ieder geval.

U bent nu op een promotietour waar u met publiek samen naar de film kijkt. Hoe reageert dit publiek op de film?
Ik merk zelf in ieder geval dat de film ontroert. Mensen komen echt naar me toe en zeggen ‘het is zo’n mooie film en ik vind het echt prachtig’. Dat hoeven de mensen natuurlijk niet tegen mij te zeggen. In Helmond gingen de mensen zelfs staan applaudisseren. Dat hoeft natuurlijk niet. Ik was daar eigenlijk wel van ontdaan en ontroerd. Ik dacht: goh het heeft ze wel wat gedaan. Je weet was hoe hoe de mensen gaan reageren als ze de film zien. Mijn cameraman zei laatst tegen me: Maria, je bent alleen maar verantwoording aan jezelf verschuldigd.

 

[uit Bioscoopagenda.nl met correctie van alle taalfouten]

Sonny Boy gerecenseerd

door Quirijn Foeken

De film Sonny Boy gaat over de onmogelijke liefde tussen de optimistische Rika en de 17-jaar jongere Surinaamse Waldemar die naar Nederland komt om te studeren. Dit alles speelt zich af vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Genoeg ruimte voor drama en tragiek dus.

De film is gebaseerd op het gelijknamige boek van Annejet van Zijl. Diegene die dat boek hebben gelezen weten hoe mooi en sterk deze liefdestragedie is. Het verhaal is dan ook meteen het sterkste punt van de film. Waldemar en Rika proberen ondanks alle verwikkelingen positief te blijven. Sonny Boy is een grote productie en dat is ook te zien aan. De film is zeer mooi gefilmd. Ook zijn de scènes in Suriname gewoon in Suriname geschoten wat de authenticiteit ten goede komt.

Helaas kent de film ook wat minpunten. Het spel van Ricky Koole als Rika (foto rechts) is zeer overtuigend maar dat kan helaas niet van elk karakter worden gezegd. Sommige dialogen komen dan echter ook wat hoekig over. Een goed voorbeeld hiervan is Kees Kapitein, gespeeld door Ruben Brinkman. Dit is de grootste jodenjager van Nederland. Hij stelt zichzelf voor met de zin. “Ik ben Kees Kapitein, de grootste jodenjager van Nederland.” De film zit vol met dit soort dialogen die onnatuurlijk overkomen.

Je moet echter wel van steen zijn wil je deze film naast je neer leggen: Sonny Boy is een mooie productie met een steengoed verhaal dat verteld moet worden. De film, die wel wat aan de lange kant is, zal best wel eens goed kunnen gaan scoren.

[uit Bioscoopagenda.nl]

 

Sonny Boy

door Stuart Rahan

De première van de film Sonny Boy was spectaculair met het Circustheater als decor van tout filmminnend Nederland. Hollywood aan het Scheveningse strand, een grote familie maar tegelijkertijd een kleine wereld. De kleine wereld waar iedereen elkaar kent, die verschrompelt tot een smoezelig dorpje met haar typische persoonlijkheden. Iedereen kent elkaar, of van de televisie of van de film. Radio is een beetje lastig of je moet de hele tijd kakelend rondlopen. “Hey, jou ken ik. Jij bent toch…” “Ja, ik ben die en die maar volgens mij vergis jij je.” Daar sta je dan in je volle overtuiging dat je die en die kent en dat die en die je nu dist. “Syene mi boi, syene”, zou Norman uit Wan Pipel roepen.

Bij de rode loper stonden veel media opgesteld. De nationale roddelbladen, de nationale roddeltelevisie en een enthousiaste radioverslaggever die bijna alle rode overlopers vroeg wat zij van de voorstelling verwachtten, of zij het boek gelezen hadden en of zij wel voldoende zakdoekjes hadden meegenomen. Sommige rode overlopers stelden de wedervraag wat hij zelf van de film vond. “Ik ga niks verklappen, je moet het maar zelf zien”, beet hij van zich af. Net voor de voorstelling vroeg ik hem wat hij zelf van het boek vond. “Ik heb het boek nog niet gelezen”, zei hij zonder syene. Hij had de klok horen luiden maar was de klepel kwijtgeraakt.

Er waren ook mediawerkers die de meeste van de rode overlopers niet van naam en gezicht kenden. Ik was er ook een van. Geen schande want een goede acteur die voor grote en sterke rollen gevraagd wordt, haalt zeker het grote nieuws en is niet alleen bekend van de roddeljournalistiek. De roddeljournalistiek is ook een manier om bekendheid te genieten. Het zoveelste vriendje, een poliepje op de stembanden, er vandoor gaan met de vriend van je beste vriendin of weer eens in een of ander chique afkickkliniek worden opgenomen voor seks-, drugs- of gokverslaving. Sommigen doen er alles aan om de aandacht op zich gevestigd te krijgen. Als die er niet is, zijn de aandachtsjunks een nobody.

Op die rode loper komen ook mensen voorbij die helemaal niets van die aandacht willen weten. Je ziet ze heel schichtig over het tapijt voorbijsnellen in de hoop dat niemand ze herkent of ze rare vragen stelt. Zeker niet op het moment dat je met een ander dan je echtelijke wederhelft aanwezig bent. Zal je partner thuis kijken naar zo’n boulevardprogramma en je geflankeerd zien met iemand anders. “Maar schat, je ging toch naar een lezing?” Was dan maar naar die lezing gegaan en had Sonny Boy in de reguliere voorstelling bekeken. Zo duur zijn bioscoopkaartjes ook weer niet.
Maar desondanks heeft Sonny Boy de genodigden een leuke, meeslepende, emotionele, bitterzoete, herkenbare, opgeluchte avond bezorgd, getuige het minutenlange spontane applaus.

Ik dacht even dat zij die niet klapten alsnog voor het kaartje moesten betalen, zo uitgelaten was men. Na afloop twee buffetten. Een Hollandse met haring en uitjes, bitterballen met zure mosterd en kroketten met chilisaus. Ik liep regelrecht door naar de Surinaamse afdeling die drukker bleek. Broodje pom, bara met chutney, roti vegetarisch, roti kip en heel veel salade. Patricks Catering had weer alles uit de kast gehaald om de onbekende boer kennis te laten maken met een deel van de Surinaamse keuken. “Hmm, lekker maar wat is dat?” Tja, wat moet je daarop antwoorden? Niks dus. De Surinaamse afdeling had ook een poku. Jetty Mathurin rigeri tak’en futu bigin hat’en. En zoals het een echte Srananman betaamt, Jetty nam ook haar eigen pakketje mee naar huis.

[uit de Ware Tijd, 20/01/2011]

Foto: @ Harmen Boerboom

Première Sonny Boy

In een bomvol Circustheater in Den Haag is de film Sonny Boy, naar het gelijknamige boek van Annejet van der Zijl, maandag in première gegaan. Het publiek keek ademloos naar de ruim twee uur durende film.

Het waargebeurde verhaal is door het boek bekend geworden in bijna heel Nederland. De onmogelijke liefde tussen de getrouwde Nederlandse vrouw Rika van der Lans en de jonge Surinaamse man Waldemar Nods speelt zich af voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog. “Ze schelen zeventien jaar en je denkt: het kan nooit goed gaan”, zegt regisseur Maria Peters (van o.a. Kruimeltje), “maar het blijft goed gaan.” Uit hun relatie wordt Sonny Boy (Waldy Nods) geboren.

Discriminatie

Discriminatie en tegenwerking achtervolgen het stel. De oorlog komt daar nog bij. De film volgt het boek vrij nauwkeurig, zegt Peters. “Soms moesten we wat personages schrappen en we hebben een kortere periode genomen.” In een boek is nu eenmaal meer mogelijk.

De hoofdrolspelers Ricky Koole en Sergio Hasselbaink en de meeste andere acteurs ( Marcel Hensema, Katja Herbers, Manoushka Zeegelaar-Breeveld, Joy Wielkens en Monic Hendrickx) woonden de première bij; alleen Frits Lambrechts, die een prachtige rol speelt als de joodse man die het gekleurde echtpaar helpt, was er niet. Voor Hasselbaink was de film zijn debuut: “Hopelijk niet mijn laatste.” Hij voelde zich gesteund door geroutineerde collega’s, zoals Koole.

Suriname

Manoushka Zeegelaar speelt de moeder van Waldemar Nods. “Het is goed gelukt”, zegt ze over de film. “Het boek vond ik al prachtig. Het is ontzettend mooi geworden.” Ze heeft vooral het filmen in Suriname als bijzonder ervaren, omdat ze daar iedereen kent. “Er worden daar niet veel van deze grote films gemaakt.”
Peters wil nog niet afgaan op de reacties bij de première: “Premièrepubliek zijn mensen die allemaal mee hebben gedaan.” Schrijfster Van der Zijl vindt de verfilming van haar boek in ieder geval geslaagd. “Heel integer.” Zij vindt het belangrijk dat het verhaal wordt doorverteld.

Waldy Nods

Waldy Nods (nu 81), de zoon van Rika en Waldemar, zag de film al voor de tweede keer. Hij is enthousiast: “Het is fantastisch.” Voor Zeegelaar is de film nog steeds actueel: “We zijn in Suriname niet zo van ‘de mengafdeling’. En ook in Nederland is het niet hiep hiep hoera als je als blank meisje met een zwarte man thuiskomt. Of omgekeerd.” De film moet daarom ook in Suriname worden vertoond, vindt ze: “Ik ga als eerste kijken.”

[bewerkte tekst van Radio Nederland Wereldomroep]

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter