blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Zalman Sirano

De totstandkoming van de expositie Kruderi van Erwin de Vries

Vanaf maandag 28 oktober 2019 tot half januari 2020 is in het sociëteitsgedeelte van Arti et Amicitiae in Amsterdam de tentoonstelling te zien van veelal Surinaamse kunstenaars uit twee privé collecties van Arti-leden: Carl Haarnack en Myra Winter (gezamenlijke collectie met Henry Strijk). Curator is de kunstenaar Harald Schole.

read on…

Tentoonstelling Brasa mi ori / Groet me met… in Arti et Amicitiae, Amsterdam

Vanaf maandag 28 oktober 2019 tot half januari 2020 is in het sociëteitsgedeelte van Arti et Amicitiae in Amsterdam de tentoonstelling te zien van veelal Surinaamse kunstenaars uit twee privé collecties van Arti-leden: Carl Haarnack en Myra Winter (gezamenlijke collectie met Henry Strijk). Curator is de kunstenaar Harald Schole.

read on…

Nationale Herdenking Afschaffing Slavernij op 30 juni; Nieuwe opzet bezinningsmoment

Waarom een nieuwe opzet?
Het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis (NiNsee) heeft waargenomen
dat er een grote diversiteit bestaat in de (landelijke) momenten van herdenken en vieren van de
formele afschaffing van de slavernij door Nederland, dit jaar 153 jaar geleden. Binnen de Afro-gemeenschap in Nederland vindt hier al langer debat over plaats. Er is met name grote moeite met de onmiddellijke overgang van bezinning naar de viering. Ook de invulling en het bereik van de Nationale Herdenking is onderwerp van debat. read on…

‘Theaters moeten lef tonen en meer zwarte voorstellingen boeken’ – Robert Harman Sordam

“Nalatigheid en disrespect in Suriname”

 

by Ndyuka

Interview met Robert Harman Sordam, directeur van de IKO Foundation over de theatrale muziekvoorstelling Diaspora en de malaise in de kunst- en cultuursector. read on…

Vertrouwen en duurzaamheid (2)

Vertrouwen vanuit teleologisch uitgangspunt: duurzaamheid

door Willem van Lit

Vertrouwen heeft een zeker ethisch gehalte. In vertrouwen schuilt het woord trouw, dat de relaties tussen mensen als duurzaam karakteriseert. Men moet aankunnen op elkaar, veiligheid bieden. In die zin kan men het begrip plaatsen in de filosofische stroming van de teleologische ethiek: een sociale situatie “waarin goed gedrag ondergeschikt is aan wat voor bijvoorbeeld een mens, de mensen of de mensheid uiteindelijk wenselijk is, maar geen morele verplichtingen kent” (Wikipedia, teleologische ethiek). read on…

Een gedicht zegt meer dan duizend woorden

door Jerry Dewnarain

Mensen zitten vol woorden en praten vaak honderduit; veel woorden die vaak weinig zeggen. De dichter schrijft de woorden op: weinig woorden, maar vaak veelzeggend. Woorden die zinnen vormen, mooi klinken, lekker lezen en iets kunnen betekenen. Zo ontstaat een gedicht, ontstaat poëzie. read on…

Ola Caribense in Den Haag

Op zondag 21 september 2014 organiseert de Vereniging Antilliaans Netwerk een concert met Ola Caribense. Zij zullen in de namiddaguren muziek ten gehore brengen van o.a. de debuut CD Timeless welke op 24 december 2013 is uitgebracht.

De CD bevat arrangementen geïnspireerd door de traditionele muziek van Aruba, Bonaire en Curaçao. Het is het resultaat van een prachtige samenwerking tussen de vaste kern van musici met diverse componisten, arrangeurs en gastmusici – allemaal van verschillende nationaliteiten, leeftijden en muzikale achtergronden onder de bezielende leiding van de Curaçaose Adillée Praag. Ze komen samen in de ambitie van Ola Caribense de traditionele Antilliaanse muziek levend te houden, door te geven en te ontwikkelen de toekomst in. Hoe hebben ze hieraan vorm gegeven? read on…

In de ban van slavernij – Zo tolerant is Suriname helemaal niet

door Nancy de Randamie

De Surinaamse regering doet haar uiterste best om aan haar volk en de rest van de wereld te tonen dat het land een culturele en etnische melting pot is. Daarom werden het afgelopen jaar op grootse wijze alle herdenkingsdagen gevierd. Gezamenlijk, gecoördineerd en landelijk. Deze termen werden bedacht door de Nationale Commissie Herdenking Jubileumjaren, NatCom. Helaas blijft de intolerantie, segregatie, discriminatie en zelfs racisme hier dwars doorheen sijpelen.
 
Toen ik elf jaar geleden vanuit Nederland naar Suriname terugkeerde, haalde ik opgelucht adem. Pim Fortuyn was net twee weken voor mijn vertrek vermoord. Nederland stond aan het begin van een reeks rechtse kabinetten, dat weer symbool stond voor een meer openlijk intolerantere samenleving. De CDA-er Jan Peter Balkenende werd premier en partijen als de VVD en Fortuyn’s LPV regeerden mee. Geert Wilders maakte na de dood van Pim zijn politieke opmars en Mark Rutte werd premier.
Ik ben teruggekeerd naar Suriname omdat ik mijn geboorteland beter wilde leren kennen en een steentje wilde bijdragen aan de ontwikkeling. Maar het feit dat Nederland alsmaar verhardde, heeft zeker meegespeeld in mijn beslissing te remigreren.
Interkrasie
Ik raakte flink ontgoocheld  toen ik er al snel achterkwam dat Suriname lang niet zo tolerant en muliticultureel is als wordt beweerd. Ja, aan de oppervlakte is het pais en vree. En het klopt: in tegenstelling tot buurland Guyana in de jaren zestig bijvoorbeeld, zullen hier niet snel rassenonlusten uitbreken. Toch is er sprake van een behoorlijke dosis intolerantie, discriminatie en zelfs racisme. Deze zijn onderhuids aanwezig en juist dat is gevaarlijk.
Deze regering (en in feite alle regeringen aan hen voorafgaand) gaat er met zo’n beetje het hele Surinaams volk er prat op dat Suriname zo multi-etnisch en mulitcultureel zou zijn. De cabaretgroep 1+1=3 twijfelt hier, net als ik, aan. Op 10 november, de laatste dag van de door de NatCom uitgeroepen Jubileumdag, uitte 1+1=3 op ludieke wijze wat ik bedoel: een racistische opa van Creoolse komaf, zoals er zovele zijn in Suriname, wordt door twee buurtgenoten terechtgewezen. Het is zijn Hindostaanse buur die het op een gegeven moment heeft over interkrasie. Ras, etniciteit, het zal allemaal vervagen, als maar genoeg kinderen van gemengde komaf geboren worden. Dat is nou interkrasie. Krasi is Surinaams voor geil.
Voor Suriname is het niet moeiljk om multicultureel en multi-etnisch te zijn. De kolonisator heeft ons ooit samen gebracht. In mijn ogen is dit niet iets om trots op te zijn. We moesten noodgedwongen samenleven.
Remigrantendiscriminatie
Dat samenleven gaat tot op zekere hoogte goed, maar lang niet altijd. Zo word je als remigrant regelmatig gediscrimineerd. Op de werkvloer. In het voorbijgaan. In winkels, kantoren, discotheken. Zo hoorde ik vorige maand nog iemand in een verkeersincident tegen mij roepen “Ga terug naar je eigen land!”

 Mijn ervaring is niet uniek. Veel remigranten ervaren vaak een onwelkome behandeling bij terugkeer. Een vingerwijzing dat er wel degelijk iets niet goed zit en dat Surineds worden gediscrimineerd, blijkt uit de cijfers van het Algemeen Bureau voor Statistiek. Van de 13.000 Nederlanders (meerendeels Surinamers met een Nederlands paspoort, Surineds) die in de periode 2000 tot 2012 naar Suriname kwamen om zich te vestigen, keerde 40 procent terug naar Nederland.

Dat kan de regering Bouterse met haar diasporabeleid mooi in haar zak steken. De reden van terugkeer van deze groep is nog niet onderzocht. Maar ik ken een flink aantal van hen die terugkeerden en bij hun beslissing speelde niet zelden mee dat ze zich in Suriname onvoldoende welkom voelden. Een nog grotere groep aarzelt om naar Suriname terug te keren precies om deze reden.
Maar ik kijk er anders tegenaan. Men kan nog zoveel tegen mij zeggen of doen, maar mij laten ‘wegpesten’ uit mijn eigen geboorteland zal niemand lukken. Als ik wegga, is dat omdat ik het tijd vind. Dat wegpesten gebeurt heel subtiel. En het ergste is: veelal hebben de plegers het zelf niet goed door. Dat is natuurlijk typisch voor discriminatie. En ook kenmerkend voor het racisme in Suriname.
Hoezo multicultureel en multireligieus?
De verschillende bevolkingsgroepen leven in vrede naast elkaar, maar nog altijd niet echt met elkaar. Men proeft letterlijk van elkaars cultuur dankzij interkrasie en door elkaars gerechten te eten, maar daar blijft het in feite bij. De leus Eenheid in Verscheidenheid, bedacht door wijlen staatsman Jnan Adhin, lijkt wel een vloek te zijn geworden.
Waarom praat men nog over ‘ik ben een Hindostaanse Surinamer’ en ‘Ik ben een Javaanse Surinamer’? Dat hokjesdenken – overgenomen van een ooit verzuild Nederland? – houdt juist integratie tegen! Tijdens de afgelopen Divali, het belangrijkste Hindoefeest, werd door Christenen een duizendmannenmars gehouden. De loop had als eindpunt het Onafhankelijkheidsplein. Daar bevond zich ook het centrum van de nationale Divaliviering. De ambtenaar die de vergunning voor de loop had afgegeven, moet vast Christen geweest zijn. En de duizend mannen Christenen. Je vraagt je af waarom ze uitgerekend op het belangrijkste Hindoefeest van het jaar deze mars moesten houden.
Sommigen zagen deze gang van zaken als het summum van multiculturalisme en multireligiositeit. Ik niet. Ik zie het als het geen respect tonen aan een andere religie. Andersom zou geen Hindoe het in zijn hoofd halen om op Eerste Kerst op het Onafhankelijkheidsplein een pudja – een traditionele hindoeceremonie – te houden. Multicultureel en multireligieus betekent voor mij dat je elkaars hoogtijdagen samen viert of tenminste respecteert dat een andere religieuze groep haar hoogtijdag heeft. Die duizend mannen mars had op een andere dag of ten minste op een andere plek gehouden kunnen worden.
Etnische politiek
De verscheidenheid is er zeker. Maar echte integratie blijft uit. Een nieuwe Surinaamse cultuur is zeker aan het opkomen, maar veel te langzaam. En als het erop aankomt, maken teveel mensen zich schuldig aan racisme. Een mooi voorbeeld is het huidige kabinet. Terwijl de regering Bouterse met man en macht zegt te streven naar  integratie van culturen en natievorming, vindt de toedeling van ambtenarenposten op basis van etniciteit onverminderd plaats.
Javaans feestje. Foto Facebook
Etnische politiek, onderdeel van de Oude Politiek zoals Bouterse dat zelf ooit noemde, staat nog recht overeind. Etnische politiek is een systeem van samenwerking op basis van etnische segregatie. En dit systeem werkt op haar beurt racisme in de hand. Etnische politiek is weer een uitvloeisel van Verbroederingspolitiek. Voor mij is meer dan duidelijk dat verbroederingspolitiek haar langste tijd heeft gehad. Toen het door wijlen staatsmannen Jagernath Lachmon en Johan Adolf Pengel eind jaren zestig van de vorige eeuw werd ingevoerd, bewees het in eerste instantie haar nut. De twee grootste bevolkingsgroepen, de creolen en hindostanen, moesten verbroederen omdat er onderhuidse rassensentimenten sluimerden. Nu, meer dan 40 jaar later, blijkt dat Verbroederingspolitiek werkelijke integratie belemmert, omdat het zich heeft ontwikkeld tot etnische politiekvoering.
Surinaamse kip.
Foto © Michiel van Kempen
Depolitiseren
Een voorbeeld: op het ministerie van Transport zit nu een marronminister, dus zie je steeds meer ambtenaren op dit departement, van hoog tot laag, die van marron komaf zijn. Dit beeld voltrekt zich overigens op elk department. Laatst maakte Paul Somohardjo (leider van het Javaans partijblok Pertjajah Luhur in het parlement) zijn misnoegen bekend over het feit dat Ashwin Adhin (een jonge hindoestaanse minister op de post onderwijs) aan depolitisering van ‘zijn’ ministerie deed. Wat Somo bedoelde is dat ‘de mensen die op hem lijken’ niet automatisch meer aan de bak komen en zelfs ontslagen worden op dit ministerie. Wat er aan de hand is? Minstens 16 jaar zwaaide een Surinamer van Javaanse komaf de scepter bij het ministerie van Onderwijs en zo werden een aantal van de belangrijkste posten toebedeeld aan Javanen. Volgens Somohardjo moet Adhin het veld ruimen als hij zo doorgaat.

Ook buiten de politiek woekert het racisme welig. Het racisme is terug te vinden in de manier waarop men zich uitdrukt. Als men het hier in Suriname heeft over ‘Surinaams’ eten, bedoelt de gemiddelde Surinamer creools eten. Oftewel: Hindostaans, Javaans, Chinees, Marron en Indiaans etens is dus niet echt Surinaams? Dit is iets waar men niet bij stilstaat.Roy en Rubia
Toen Pim de la Parra in 1975 Wan Pipel maakte, over de liefde tussen de creoolse Roy en hindostaanse Rubia, kwam het onverholen racisme van Rubia’s familie aan het licht. Wie deze film nog niet heeft gezien, moet dat zeker doen. De thema’s uit de film waren kenmerkend voor het Suriname van toen, maar zijn helaas nog actueel.

…huidskleur telt nog altijd… Foto © P. Somohardjo
Gelukkig gaan steeds meer jongeren en zeker ook remigranten multi-etnische relaties aan. Maar Suriname kent nog altijd haar Roy’s en Rubia’s. Racisme op basis van huidskleur is er ook. Als lichte creool wordt je door anderen anders bejegent dan een donkere creool.
In mijn periode hier, heb ik vaak genoeg meegemaakt hoe huidskleur een rol speelt bij intermenselijke relaties, zowel privé als op de werkvloer. Het zelfbeeld wordt vaak ook bepaald aan de hand van de kleur van de huid. Ik ken helaas heel wat donkergekleurde mensen die zich minder voelen en zich als zodanig gedragen ten opzichte van Surinamers met een lichtere huidskleur. Ook de autoriteiten discrimineren. In Nederland worden donkere jongens die in een groep op een hoek staan te lanterfanten eerder aangehouden door de politie. Dat geldt ook voor Suriname!
Tien Koeien
Tegelijkertijd is men overgevoelig voor discriminatie. Grappen over andere etnische groepen maken kan niet, vinden sommigen. Een mooi voorbeeld is het lied Tien Koeien, waar de succesvolle rapper Scrappy W op hilarische wijze de verboden liefde tussen hem en een hindostaanse verwoord. Scrappy W is van marron komaf. Hij zingt dat hij tien koeien en een Zundapp bromfiets zal kopen voor zijn aanstaande schoonvader om zo zijn liefje te schaken. Toen dit lied op de radio werd afgedraaid, vonden veel mensen dit niet kunnen. Enkele hindostanen, maar ook niet-hindostanen reageerden beledigd. Want: hindostanen zijn toch allang niet enkel landbouwers? Waarom dan zo denigrerend over hen praten? Het lied werd zelfs op een bekend radiostation verboden. Na protest werd dit verbod teruggedraaid. Een grote misstap van dit station. Juist als je niet kan lachen om elkaars eigenaardigheden of typische kenmerken, ben je aan het discrimineren. Wat een overgevoeligheid. Het is in mijn ogen precies hetzelfde als wanneer je iemand beoordeelt op de tint van diens huidskleur.
Geforceerde unificatie
Wat zou moeten gebeuren is dat je erkent dat er typische verschillen tussen de rassen zijn, maar dat deze er in the end helemaal niet toe doen, omdat wij nu eenmaal allemaal mensen én Surinamer zijn. Verschillen hoeven dan ook niet constant te worden benadrukt. Dat leidt tot segregatie en soms zelfs discriminatie. Behalve als 1+1=3 het doet of Scrappy W. Dan wordt het weer leuk.
President Bouterse heeft het op zich goed gezien dat de integratie van culturen in Suriname nog geen feit is. Het afgelopen jaar heeft hij via de viering van de jubileumdagen – 140 jaar Hindostaanse immigratie, 150 jaar afschaffing van de slavernij, 160 jaar vestiging Chinezen – angstvallig geprobeerd de groepen nader tot elkaar te brengen, via de instelling van de NatCom.
Carifesta. Foto © Sirano Zalman
Je zag het terug op het podium op het Onafhankelijkheidsplein. Was het 140 jaar Hindostaanse immigratie? Dan dansten en zongen de creolen, marrons, javanen, chinezen, indianen mee. Elke jubileumdag was telkens weer een weergaloos mooi multicultureel spektakel. Maar daar bleef het helaas bij.
Onderhuids, zelfs binnen de organisatie van de NatCom en haar vertakkingen, was animositeit, zelfs discriminatie en racisme te bespeuren. Ik kan het weten. In april werd ik gevraagd zitting te nemen in de Commissie Afro Surinaamse Organisaties, dat resorteert onder de NatCom. Ik aarzelde, maar heb het toch gedaan. Mijn motivatie? Ik ben ook hier om iets terug te doen voor Suriname en helpen bijdragen aan natievorming doe ik graag.
Bondru
Racisme en discriminatie in Suriname is anders dan in Nederland. Het is heimelijk en onder de oppervlakte. Wat hetzelfde is, is dat ook hier discriminatie en racisme zo diep geworteld is, omdat het een erfenis is van de slavernij. Wij Surinamers discrimineren onze eigen mensen. Die bondru, eenheid die we zo graag zeggen te willen, helpen wijzelf om zeep. Jammer hoor!Een verandering zal er niet 1, 2, 3 komen. In ieder geval niet vanuit de politiek. Politiek Suriname gedijt op het etnisch sentiment. Ook al krijgen steeds meer mensen hier genoeg van. Ook binnen de politiek.
Natievorming en uitbanning van discriminatie en racisme is iets dat moet komen vanuit de mensen zelf. Er zijn er al genoeg die beseffen hoe het anders kan en die hiernaar leven. De verandering zal van onderop moeten komen. Het geld van al die commissies kan beter worden besteed. Ik richt mijn ogen op de organisaties, artiesten, kunstenaars en vele jongeren die het al wel hebben begrepen. De Scrappy W’s en de 1 en 1 is 3’s.
[van www.oneworld.nl, 11-11-2013]

 

Srefidensi! de kunst van het goede leven in Suriname

Live Art George Struikelblok tijdens Carifesta. Foto © Sirano Zalman
Wat is ‘Srefidensi’? Onafhankelijkheid, ja. Als men in een land naar echte onafhankelijk streeft, gebeurt dat via ‘natievorming’. In ons land, Suriname, dat al sinds 1975 formeel onafhankelijk is , speelt natievorming een rol in de politiek. Maar wat houdt het in? Wat moet het inhouden? Daarover schreef Wim Bakker (arts en politiek denker) het boek’Srefidensi! De kunst van het goede leven in Suriname’ (2013). Voorin het boek, op pagina 1, staat in grote zwarte letters wat ‘Srefidensi’volgens Bakker inhoudt:
‘Srefidensi: de staatkundige zelfstandigheid en culturele identiteit van Suriname, / welzijn gebaseerd op de creativiteit van vrije, zelfstandige burgers, / de ontwikkeling van achtergestelden en het beschermen van het leefmilieu.’
Deze woorden spreken aan. Je leest ze en denkt na: voldoet de zelfstandige staat Suriname aan deze criteria? Daarover gaat het boek. Wim Bakker kijkt naar het verleden en het heden en kijkt vooral ook vooruit. Hij geeft zijn eigen duidelijke visie op echte onafhankelijkheid en hoe die tot stand kan komen. Dan gaat het om de mensen in het land. De politiek is geen doel, maar een middel. Bakker geeft duidelijk aan wat een land is: een ‘maatschappij’, waarin politieke en economische zaken een grote rol spelen, maar vooral ook een ‘samenleving’, waarin mensen, vaak van verschillende culturele en religeuze achtergronden, samen leven. Dat is volgens Bakker het belangrijkste: dat ze zich daarvan bewust zijn, elkaar ondersteunen, achtergestelden vooruit helpen en streven naar gelijkheid als burgers van de samenleving.
Duidelijk geeft Wim Bakker aan dat natievorming, ‘Srefidensi’ in Suriname mislukt is. Het houdt opbouw en emancipatie in, maar heeft niets te maken met de populistische situatie nu. Oorzaken voor het mislukken zijn onder andere dat het steeds weer gaat om machtsstrijd en machtsrelaties ten opzichte van productie en distributie, ongelijkheid in de samenleving!
Culturele integratie is ook een belangrijk punt voor een land als Suriname. Na 1863 moest iedereen die creools was op Europa gaan lijken. Dat veranderde toen er volken kwamen met een Aziatische cultuur. Zij behielden die en langzaam maar zeker ontwikkelden ook de creolen een eigen identiteit. Wim Bakker geeft mooi aan wat het verschil is tussen ‘assimilatie’en ‘accommodatie’. Als mensen uit een andere cultuur massaal immigreren naar een ander land (denk ook aan Nederland nu) is van de ene kant ‘assimilatie’nodig, ze moeten zich aanpassen, maar vanuit de bewoners van het landd ook ‘accommodatie’, zich openstellen voor en aanpassen aan de nieuwe landgenoten. Dit is enerzijds een psychologisch proces, vanuit de mensen en anderzijds een politiek proces.
Marlène Lie A Ling. Foto © Ingrid Moesan
Wim Bakker geeft ook het begin van de nationale ontwikkeling van Suriname weer waarin politici als Wim Bos Verschuur, Johan Ferrier, Johan Wijngaarde en Pieter Polanen een rol gespeeld hebben en op cultureel gebied bijvoorbeeld Stanley Noordpool, Marlène Lie A Ling en Erwin de Vries die ervoor zorgden dat eigen kunsten ook een belangrijke rol gingen spelen in de culturele identiteit van Suriname. Hij noemt ook Jack Menke die in het boek Natievorming en natiecreatie in Suriname dat hij redigeerde, het onderscheid bepleit tussen ‘nation building’en ‘nation creation’. Oftewel: beleidsaangelegenheid van de overheid en creativiteit van de burgers.
Dat laatste is de centrale gedachte van Wim Bakker in zijn boek, die ons ook erg aanspreekt: onafhankelijk is een land als de bevolking onafhankelijk is, dat wil zeggen dat iedereen in dat land een voor zichzelf en het land zinvol leven kan leiden, doordat men in staat is zelfstandig te zijn, maar ook open te staan voor de ander. Wim Bakker geeft aan dat er zich een ‘managerklasse’ moet ontwikkelen, dat wil zeggen dat mensen die dicht bij het volk leven vanuit een positieve, mensgerichte visie, leiding kunnen geven bij de ontwikkeling van de bevolking. Niet alleen politieke leiders bedoelt hij, maar wetgevers, wetenschappers, zakenlieden en vooral ook onderwijsgevenden, kunstenaars, sportleiders enzovoorts. Die ‘klasse’ kan een pedagogische en politieke rol spelen bij de integratie en de strijd om nationale hulpbronnen voor iedereen. De Surinaamse economie is immers kwetsbaar. De economische ongelijkheid is groot en rijke bodemschatten dragen nauwelijks bij tot duurzame nationale ontwikkeling. Een ontwikkeling die vooral van binnenuit geschiedt dus, en niet alleen maar van bovenaf.
Zwembad Parima. Foto Facebook
Het boek van Wim Bakker over srefidensi is vrij theoretisch. Zijn theorie is wel zeer de moeite van het bestuderen en erover discussiëren waard. Zo’n theorie moet gaan leven! Dat kan doordat het boek, vooral in de door hem genoemde ‘managerklasse’gelezen wordt en besproken. Als we het boek lezen en na afloop zeggen, ja, mooi idee en overgaan tot de orde van de dag, werkt het niet in op de ontwikkeling van het land.
Om dat doel te bereiken zou het boek ook neutraler moeten zijn. Al heeft Bakker ook kritiek op het beleid van de NPS door de jaren heen, hij verbindt zich te veel met deze partij. Het feit dat hij het boek opdraagt aan Ronald Venetiaan is al niet zo neutraal. Wim Bakker heeft het boek in eigen beheer uitgegeven, zonder redacteur, en dat is te merken. Het boek zit slapjes in elkaar, valt gauw uit elkaar. De letters zijn klein, vooral voor oudere lezers. Vaak is het betoog abstract met moeilijke termen en er zitten nogal wat fouten in de taal. Deze druk kan flink gelezen worden en betrokkenen bij de thematiek kunnen commentaar geven. Een tweede druk kan dan stevig en eenvoudiger worden, voor een groter publiek! We zien ernaar uit!
Wim Bakker: Srefidensi! de kunst van het goede leven in Suriname, 2013, uitgegeven in eigen beheer

Chinezen: Taalbarrière grootste boosdoener

door Wytske van Tilburg

Paramaribo – Ter gelegenheid van 160 jaar Chinese vestiging in Suriname organiseerde de Suriname Chinese United Association (SCUA)een lezing in Royal Torarica. De belangrijkste boodschap: ‘Er is niets aan de hand met Chinezen in Suriname’. Maar de problemen die bij de Chinese immigratie ontstaan, worden ook niet ontkend.
De taalbarrière wordt als de belangrijkste boosdoener beschouwd. Volgens de sprekers maandagavond zijn er twee verschillende taalbarrières. De eerste omvat communicatieproblemen tussen westerlingen en Chinezen en de tweede behelst de diverse dialecten die eveneens zorgen voor problemen tussen de Chinezen onderling.
Begrip en geduld
Stephen Tsang. Foto: Irvin Ngariman.

 

Steven Tsang, voorzitter van SCUA, beschrijft de communicatieproblemen tussen de westerling en de Chinees. “De problemen zijn bij iedereen bekend. Het is niet dat de Chinezen niet willen leren, maar ze willen niet opvallen.” De SCUA wil de problemen rond Chinese immigratie actief aanpakken. Tsang pleit onder meer voor een Chinese immigratiecursus en wil samen met de regering de stroom van immigranten begeleiden. “Wij vragen Surinamers om begrip en geduld bij het oplossen van dit vraagstuk. Het is een kwestie van tijd. Wij willen helpen bij de opbouw van Suriname.”
Oude en nieuwe Chinezen
William Man a Hing, jurist en naamkundige, heeft het vooral over de taalbarrière tussen de oude en de nieuwe generatie Chinezen. Volgens Man a Hing is dit is een continu proces, omdat er altijd nieuwe Chinezen zullen blijven komen. “Door de verschillende dialecten verbrokkelt het contact tussen de kinderen en de ouders.” Zijn oplossing: ‘hard aan het werk gaan met z’n allen!’ “We moeten niet bang zijn voor de nieuwe generatie Chinezen, maar die juist verwelkomen.” Zowel de oude als nieuwe generatie Chinezen heeft elkaar nodig en kan elkaar maar beter ondersteunen.
Chinese danseressen tijdens Carifesta. Foto @ Sirano Zalman
Kunstenaar Paul Woei vindt dat er te veel misverstanden zijn rond de Chinezen en tussen de Chinezen onderling. Hij vertelt veel liever over de inbreng van de Chinees in de ontwikkeling van Suriname. Zijn enthousiasme blijkt uit de vele zijsprongen in z’n verhaal, af en toe is hij zelf even de rode draad kwijt. De meeste gasten hangen aan zijn lippen, anderen lijken hem niet meer te kunnen volgen. Wegens het strakke schema kan Woei zijn verhaal niet afmaken, maar na afloop is er nog gelegenheid om Woei zelf te spreken. De meningen over de lezing zijn verdeeld. Esther Lai-A-Fat hoopte meer te weten te komen over haar voorouders. Ook vind ze de lezing van Woei ‘een beetje warrig’. Stanley Tjin noemt beide lezingen juist ‘boeiend en geestig’.
Na de lezingen opent minister Ashwin Adhin van Onderwijs en Volksontwikkeling de fototentoonstelling over 160 jaar Chinese vestiging. De tentoonstelling, samengesteld door Woei, is vandaag nog voor het laatst te bezichtigen in Royal Torarica. Daarna verhuist de tentoonstelling naar het Nationaal Archief.
[uit de Ware Tijd, 16/10/2013]
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter