blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Wolf Tim de

Tambú als Immaterieel Erfgoed in het Haagse Museon

door Fred de Haas

Er stond een straffe westenwind, die zaterdag in maart 2019 en de gutsende regen kreeg vrij toegang tot een gezicht dat al was getekend door chagrijn over het feit dat parkeren bij het Haagse Museon op dat moment haast onmogelijk was gebleken. Dat werd dus een kilometer lopen voordat ik arriveerde bij een manifestatie ter ere van het feit dat het Curaçaose Tambú (‘tamboerfeest’ zou de oude kolonisator hebben gezegd) sinds 2015 definitief was toegevoegd aan de Nationale Inventaris Immaterieel Cultureel Erfgoed en nu zou komen te beschikken over een uitstalkast in het Haagse Museon, tussen de vitrines met ‘vreemde vogels’ en primitieve ‘Hollandse kustbewoners’. read on…

Tiende promovendiweekend leerstoel Nederlands-Caraïbische Letteren UvA

In het weekend van zaterdag 16 en zondag 17 september 2017 vond de jaarlijkse promovendibijeenkomst van de leerstoel Nederlands-Caraïbische Letteren van de Universiteit van Amsterdam plaats. Gastheer was voor dit tiende promovendiweekend het NiNsee in het gebouw De Bazel van het Amsterdams Stadsarchief aan de Amsterdamse Vijzelstraat. Op zondagmiddag was er een presentatie van verschillende promovendi en van literaire auteurs. Een fotoreportage. read on…

De geschiedenis van Curaçao tussen 1947 en 1990 in geluid

Graag nodigen wij u uit om de 27ste verjaardag van onze organisatie SPLIKA te vieren. Op 10 september aanstaande vieren wij dit bijzonder evenement in het Diamanttheater in Den Haag met een themabijeenkomst: De geschiedenis van Curaçao tussen 1947 en 1990 in geluid! De audio-archeoloog Drs. Tim de Wolf zal vertellen over zijn vondsten in het archief van Radio Hoyer op Curaçao. read on…

Herensia musikal: muziek en grammofoonplaten van Aruba, Bonaire en Curaçao

Op zaterdag 8 november 2014 organiseert Stichting SPLIKA in samenwerking met Dutch Caribbean Book Club een lezing over fonografische geschiedenis: muziek en grammofoonplaten van Aruba, Bonaire en Curaçao.

Spreker op deze middag is Tim de Wolf, historicus/audio-archeoloog. De muzikale illustratie wordt verzorgd door Trio Los Aventureros. read on…

Arubaanse intimiteit & vrolijkheid

Op zondag 14 september j.l. vond in het Arubahuis een literaire manifestatie plaats. Promovendi van de leerstoel Nederlands-Caraïbische Letteren van de Universiteit van Amsterdam (prof. Michiel van Kempen) gaven presentaties, terwijl de schrijvers Olga Orman, Giselle Ecury, Sonia Ruiz, Walter Palm en Charlotte Doornhein acte de présence gaven en voorlazen uit hun werk. Het publiek moest al vanaf de Laan van Meerdervoort aanschuiven, maar had de wachttijd graag over voor een prachtige culturele middag, die vlot aan elkaar werd gepraat door de Arubaanse literatuurdeskundige en hoogleraar prof. Wim Rutgers.Een fotoreportage van Michiel van Kempen. read on…

Literaire manifestatie Arubahuis

Op zondagmiddag 14 september 2014 vindt in het Arubahuis een literaire manifestatie plaats. Het is het publieksgedeelte van het promovendiweekend van de leerstoel Caraїbische letteren aan de Universiteit van Amsterdam (prof. dr Michiel van Kempen). Drie promovendi geven een korte presentatie van het onderzoek waar zij mee bezig zijn, daarna zijn er korte interviews met vier Arubaanse auteurs, zij dragen voor uit hun werk en signeren desgewenst hun werk. De middag begint om 15.00 uur en de toegang is gratis. De bijeenkomst zal een extra feestelijk tintje hebben omdat daags voor het promovendiweekend op 12 september de promotie plaats vindt van Jos de Roo. read on…

Caribische Letterendag in een nieuw jasje

door Quito Nicolaas

Afgelopen zondagmiddag vond in de Vereniging Ons Suriname in Amsterdam de aftrap van het nieuwe literaire seizoen plaats. Komend jaar belooft  opnieuw een enerverend jaar te worden voor schrijvers, recensenten, uitgevers en webshops.
…goede opkomst bij Ons Suriname…; foto @ Anja Hollanders

Vorige week nog werden drie nieuwe uitgaven van Uitgeverij in de Knipscheer in Podium Mozaiek gepresenteerd: Woestijnzand, Terug naar Toledo en De bevlogen jaren van een bewogen dichter. Het programma voor deze zondagmiddag stond in het teken van debat met de promovendi, voordrachten, interviews, muziek, boekpresentaties en een boekenmarkt. Er waren vele bekende gezichten uit het literaire circuit komen opdagen om dit evenement mee te maken. In een hoek zaten Wim Rutgers en Henry Habibe gebroederlijk naast elkaar, met een vergelijkbare atitude als die van Harry Mullisch tijdens het boekenbal, zodat iedereen die binnenkwam hen moest begroeten. 
Carl Haarnack
De middag begon met een korte presentatie van een viertal promovendi, die onder verantwoordelijkheid van Michiel van Kempen hun proefschrift schrijven. Na afloop konden vanuit de zaal vragen aan de promovendi gesteld worden, waarvan goed gebruik werd gemaakt.
Carl Haarnack vertelde over De Duitse beschrijvingen van Indianen in Suriname. Bij de eerste spreker miste ik de vraag over de doorwerking van de stereotyperingen over de indianen naar
het heden toe.
Paul Hollanders
Daarna kwam Paul Hollanders aan het woord, die had het over Paul François Roos en de Surinaamse plantersletterkunde en zijn eigen ontwikkelde theorie over de goede en malafide Nederlanders die zich destijds in de kolonies hadden gevestigd. 
Jos de Roo
Oud-journalist Jos de Roo gaf vervolgens een uiteenzetting over zijn onderzoeksthema: de bijdrage van de Wereldomroep aan de ontwikkeling van Caraïbische auteurs. Opmerkelijk was dat in de jaren vijftig voor de uitzending van de Caribische afdeling gebruik werden gemaakt van teksten die geschreven werden door Cola Debrot, Boeli van Leeuwen, Jules de Palm en Frank Martinus Arion. In het Caribisch gebied bestond in die tijd eveneens het BBC-radio-programma Voices of the Caribbean, dat van 1942 – 1957 werd uitgezonden en vele van de bekende Caribische schrijvers zoals Derek Walcott, V.S. Naipaul, George Lamming, Kamau Brathwaite bekend maakte. Ondanks dat in die tijd de koloniale mogenheden elkaar goed in de gaten hielden en dan met name op het vlak van het te voeren beleid in de kolonies, constateerde de Roo op een vraag uit de zaal [van Quito Nicolaas – red.] dat er geen vergelijking bestaat tussen de BBC en haar radioprogramma Voices of the Caribbean en de radio-uitzendingen van de Caribische afdeling van de Wereldomroep. 
Tim de Wolf toont Caribia van Edgar Palm & Trio
 
Tenslotte viel het Tim de Wolf de beurt om te vertellen over zijn onderwerp: Muziek en
muziekdragers van het Nederlands Caraïbisch gebied, waarbij hij fotomateriaal liet zien van zijn uitgebreide platencollectie. Hij schetste een beeld van de muziekwereld op Aruba en Curaçao, waar op eerstgenoemd eiland grammofoonplaten met Surinaamse muziek werden geperst. Op Curaçao was het met name dhr. Henriquez die actief was in de platenwereld en bij Radio Hoyer, en die voornamelijk folkloremuziek draaide, die een onderscheidende rol speelde. Een moment van nostalgie brak aan toen de Wolf de zaal een fragment van het populaire nummer Minirok van Rudy Plaate liet horen en erbij vertelde dat dit liedje bij de zanger thuis werd opgenomen. 
Minirok van Rudy Plaate
Een tweede hoogtepunt van deze middag was de rechtstreekse Skype-verbinding met
Suriname om een gesprek te voeren met dichter Michael Slory. Hier was het gespreksthema zijn onlangs uitgebrachte bundel Torent een man hoog met zijn poëzie. De 77-jarige Slory die continu de geringe erkenning die hem toekomt hekelt, barstte los in en in een woordenvloed en schakelde terug in de tijd om over zijn jaren in Nederland te praten. Vanuit het publiek kon men hem een vraag stellen en jammer dat de vraag ‘Hoe het politieke klimaat in Suriname zijn schrijverschap had beïnvloed’ er niet bij hoorde.
Rechtstreeks via een Skype-verbinding met Paramaribo: Michael Slory; foto @ Anja Hollanders
Een keerpunt vormde de korte herdenking van John Leefmans, die naam verwierf met de bundel Retro (2001). Hij is een man die werkelijk van alles deed in het leven en zelfs ambassadeur voor zijn land is geweest. Als dichter stond hij bekend als iemand die vrij complexe en ondoordringbare versen schreef. Zijn liefde voor zijn land Suriname viel wel tussen de regels af te leiden.
Orchida Bachnoe geïnterviewd door Peter de Rijk
Het derde blok van het programma werd ingenomen door een interview met schrijfster Orchida Bachnoe over haar debuutroman Azijn in mijn aderen, waarin het tragisch verhaal wordt verteld over de aard van de zelfmoordpogingen onder jonge hindoestaanse meisjes.
Later op de avond volgde het optreden van T. Martinus met The bearable ordeal of the collapse of certainties. Opnieuw wist deze woordkunstenaar het publiek, in een samenleving die al geruime tijd in verwarring verkeert, met zijn kritische noten te bewegen.
Voordracht van T. Martinus (Quinsy Gario)
Ter afsluiting was het de veelzijdige en onvermoeibare Michiel van Kempen die zijn poëziedebuut Wat geen teken is maar leeft wereldkundig maakte. Een boektitel die je al meteen aan het denken zet over al datgene dat leeft en geen teken vormt. Een voorbeeld van de talloze prachtige gedichten, vindt men terug in onderstaande strofe.

Nu is de hemel helder, geen vogel volgt
de laatste stip die regen nog zou kunnen dragen
maar die verder vallen zal, niet hier
niet in het ruim van lucht tussen deze flanken
en wij die binnen de klanken van dit waterland

wonen, laten geen traan, want wat niet zinkt
en wat niet drijft en wat niet zweeft
en wat geen teken is maar leeft
en is en is en is, begraaft de waan
het is van geen betekenis geweest

[uit het gedicht ‘Runenteken’ van M. van Kempen]

 

Peter de Rijk ontving een mystery guest
die zei te spreken namens Michiel van Kempen

Deze uitzonderlijke literaire middag van de Caribische werkgroep met een geweldige opkomst werd afgesloten met de muziek van Sanne Landvreugd. Nadat de afgelopen jaren verschillende formules  werden toegepast om het groot publiek aan te trekken, is het ditmaal eindelijk gelukt. Het is een samenzijn geworden van verschillende culturen die allen belangstelling hebben voor literatuur, wetenschap, muziek en een goede gedachtenwisseling.

Sanne Landvreugd speelt bij de VOS; op het achterdoek Michael Slory in Paramaribo

  Alle foto’s, tenzij anders aangegeven, van @ Michiel van Kempen

Caraïbische promovendi bijeen

In het weekend van 28 en 29 mei kwamen alle promovendi die vallen onder de leerstoel West-Indische Letteren van de Universiteit van Amsterdam (prof. Michiel van Kempen) bij elkaar voor hun jaarlijkse promovendiweekend. Zij komen vanuit allerlei landen bijeen voor gespecialiseerde colleges op het gebied van de Caraïbische cultuur en literatuur. Op zaterdagochtend kregen zij een workshop van dr Fridus Steijlen (KITLV) over: Hoe om te gaan met orale bronnen? Aan de orde kwamen onder meer de status van orale bronnen en de techniek om die op te tekenen en te interpreteren. Dr Theo Meder, werkzaam als antropoloog bij het Meertensinstituut, sloot met zijn college over de aard en functie van Anansi-vertellingen naadloos aan op de workshop van Steijlen. Op zondagochtend gaf prof. dr Wim Rutgers (Universiteit van Curaçao) een college over de lezer als component van de schrijver. Zicht op het functioneren van de lezers biedt andere perspectieven op de literatuurgeschiedenis. Prof. dr Gert Oostindie (Universiteit Leiden en KITLV) sprak over het kritisch omgaan met historische bronnen. Hij stelde aan de orde dat historici in de regel meer in de empirische feiten en het hoe-het-geweest-is geïnteresseerd zijn dan letterkundigen. Zijn kritische vragen bij de positie van de historicus en multifocality leidden tot levendige debatten. Tussendoor kregen de promovendi ook nog een korte cursus Powerpoint.

Gert Oostindie over historische bronnen

Belangrijkste doel van de promovendibijeenkomst is dat de promovendi een presentatie houden over de stand van hun eigen onderzoek en de vragen en dilemma’s die dat oproept. Zij krijgen daarbij feedback van de hoogleraren en van hun collega-promovendi. Ook Cynthia Abrahams, als eerste bij deze leerstoel gepromoveerd (op R. Dobru), was aanwezig: zij hield de speech tijdens het diner op zaterdag en vertelde over haar ervaringen gedurende haar promotietraject. Vier jaar lang bewijzen deze bijeenkomsten dat zij bijna de life line zijn voor het promotie-onderzoek dat vaak in afzondering moet gebeuren, zeker in het geval van de zgn. buitenpromovendi die niet een arbeidsplek aan een universiteit hebben. Dat de leerstoel bedreigd wordt (klik hier voor meer informatie) is voor hen een schrikbarend perspectief.

Ellen de Vries – Joe Fortin – Carl Haarnack

Lopend promotieonderzoek West-Indische Letteren
Cheryda Adamah-de Ziel: leven en werk van Trefossa
Sabine Ernst: Nederlandse recente migrantenliteratuur
Joe Fortin: de Papiamentstalige literatuur van Aruba
Radjin Gena: de coolitude in de hindostaans-Surinaamse literatuur
Johan Graaven: het werk van Edgar Cairo
Mieke Groen: geschiedenis van de opera in het Nederlands-Caraïbisch gebied
Carl Haarnack: de Duitsers in Suriname
Paul Hollanders: de planter-dichter Paul François Roos en zijn kring
Ida Mursidah: vrouwelijke Surinaamse literatuur van na 2000
Matthijs Ponte: postkoloniale literatuurtheorie en de receptie van Caraïbisch werk
Jos de Roo: de rol van de Wereldomroep in de ontplooiing van jonge Antilliaanse en Surinaamse schrijvers in de jaren ’50 en ‘60
Benoît Verstraete: de zendeling-schrijver P.M. Legêne
Ellen de Vries: de journalistieke berichtgeving over Suriname na de onafhankelijkheid, en in het bijzonder de Binnenlandse Oorlog
Tim de Wolf: teksten, muziek en opnames van Antilliaanse musici
Adriënne Zuiderweg: het culturele leven in Batavia van de 17de tot de 19de eeuw

Wim Rutgers over lezers
Tim de Wolf legt uit hoe hij Antilliaans geluidsmateriaal restaureert

Jos de Roo – Paul Hollanders – Mieke Groen

Johan Graaven – Benoît Verstraete – Cheryda Adamah-de Ziel
Fridus Steijlen geeft college over oraal bronnenmateriaal Theo Meder laat een Afrikaanse verteller aan het woord
Tim de Wolf – Michiel van Kempen – Carl Haarnack – Ellen de Vries
Sanne Landvreugd besloot het weekend muzikaal met de Eerste Cellosuite van J.S. Bach in een arrangement voor altax

Informeel bijeenzijn en uitwisseling van ervaringen is van groot belang voor promovendi die ver van elkaar werken

 

Foto’s: @ Anja Hollanders & Michiel van Kempen

Het culturele leven in Batavia (1900-1942)

Themazondag op landgoed Bronbeek – 20 februari 2011

Robert Voskuil, Reggie Baay en Tim de Wolf gaan in op de culturele diversiteit die Batavia, de hoofdstad van Nederlands-Indië, in de eerste decennia van de 20e eeuw bood. Hans van den Akker geeft een toelichting op filmbeelden uit de collectie van Museum Bronbeek.

Na de opheffing van het Cultuurstelsel in Nederlands-Indië was vanaf 1870 de weg vrij voor particuliere initiatieven. Ondernemers openden er handelshuizen en kantoren en zetten plantages op. Er werden delfstoffen gewonnen en de daarbij behorende verwerkende industrie ontwikkelde zich. Deze veranderingen hadden sociaal-economische gevolgen. Nieuwe woonwijken verrezen voor het personeel, dat na de opening van het Suezkanaal in 1867 zijn weg naar Indië sneller vond, evenals hun echtgenotes. Tussen 1890 en 1920 nam het aantal vrouwen toe met 300%. Bij de nieuwe bewoners ontstond de behoefte aan vermaak. Thuis was er de leestrommel en waren er muziek- en dansavonden. In de ‘Bataviaasche Tooneelsociëteit’ op Pasar Baroe vonden toneelopvoeringen plaats. In het zuiden van de stad verrezen de wijken Gondangdia en Menteng waar de elite de Nederlands-Indische Kunstkring, de Menteng- en Grand-bioscoop bezocht. Op Weltevreden verpoosde men in de sociëteit ‘Harmonie’ en de militaire sociëteit ‘Concordia’, of men bezocht het Museum van het Bataviaasch Genootschap voor Kunsten en Wetenschappen. Voor de heren waren er bijeenkomsten in de vrijmetselaarsloge ‘De Ster in het Oosten’.

De themadag vindt plaats in het reünie- en congrescentrum Kumpulan op het Landgoed Bronbeek, Velperweg 147 Arnhem (honden niet toegestaan). Ontvangst met koffie en spekkoek vanaf 10.00 uur, aanvang 11.00 uur, afsluiting 15.00 uur.

Inschrijving
Voorinschrijving is vereist; er is geen kaartverkoop ter plaatse. Inschrijven voor het afzonderlijke dagprogramma (incl. Indisch lunchbuffet) à € 23,50 kan uitsluitend via een inschrijfformulier (zie p.2). Dit formulier kan ook worden aangevraagd bij mevrouw N. Bosman, telefonisch (026) 376 35 78 (maandag, dinsdag, donderdag) of per e-mail: kumpulan_bronbeek_evenementen@yahoo.com. Inschrijven kan tot 1 week vaarafgaand. Annuleren leidt niet tot teruggave.

De organisatie van de themadagen is in handen van de Stichting Klein Bronbeek en de Stichting Indisch Erfgoed in samenwerking met het Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen en Museum Bronbeek. Voor actuele informatie: www.bronbeek.nl (in Agenda) en op http://www.indischerfgoed.nl/.

Afbeelding: Repronegatief. Drie dochters en een nichtje van Pakoe Alam als hofdanseressen (Tropenmuseum, Amsterdam)

Julio Perrenal: liefde voor het Papiamentu

door Tim de Wolf

In de oorlogsjaren zongen op Curaçao drie musici in de eigen taal, het Papiamentu. Hun ideaal was de liefde en waardering van de bevolking voor de eigen taal op te wekken. Mede door het veranderde klimaat tijdens de Tweede Wereldoorlog gebeurde dit ook, Papiamentu werd populair onder brede lagen van de bevolking.

Achter de naam Julio Perrenal ging het drietal Pierre Lauffer sr., Jules de Palm en René de Rooy schuil. Met Julio Perrenal wilden ze vooral de liefde voor de eigen cultuur opwekken, en daarmee voor het Papiamentu. Het toegenomen zelfbewustzijn in de Tweede Wereldoorlog droeg eraan bij dat die waardering er ook daadwerkelijk kwam.

Jules de Palm (Curaçao, 1922)
Julius Philip de Palm was onderwijzer in de oorlogsjaren. Eerst op Curaçao, en vanaf het schooljaar 1943 op Aruba. Tussen 1959 en 1982 werkte De Palm in Nederland als hoofd van het Centraal Bureau Toezicht Curaçaose Bursalen [Bursalen waren Antilliaanse studenten die met een studiebeurs in Nederland kwamen studeren]). In het contact met hen zag De Palm waar de Antilliaanse en Nederlandse cultuur botsten, hij schrijft hierover in Lekker warm, lekker bruin – vallen en opstaan in twee culturen. De Palm studeerde Nederlands en promoveerde in 1969. Hij schrijft daarna diverse boeken over taal en cultuur.

René de Rooy (Suriname 1917–Mexico, 1974)
René André de Rooy bracht het grootste deel van zijn leven door op Curaçao. Daar werkte hij mee aan diverse literaire tijdschriften in het Nederlands als het Papiamentu. In 1954 ontving hij een literaire prijs van het Cultureel Centrum Curaçao voor een tragikomedie op rijm, Juancho Picaflor.

Pierre Lauffer sr. (Curaçao, 1920–1981)
Pierre Lauffer sr. werkte in de oorlogsjaren als politieagent op Curaçao. Het gaf hem een betere maatschappelijke positie dan de verplichte schutterij. Na de oorlog ontpopte Lauffer zich als schrijver en dichter in het Papiamentu. Ook richtte hij zich op de studie van het Papiamentu en de ontwikkeling van jeugdliteratuur hierin.

Met Julio Perrenal componeerde het drietal tijdens de oorlog tien liedjes in het Papiamentu en stelden hiermee een liederenbundel samen. Vier hiervan gingen over de oorlog, waaronder:

Gasolin (Benzine) is een pittige wandelmars. De boodschap: de benzine kan schaars zijn, we missen het niet! We gaan lopen!
Menegue Merikano (Amerikaanse Merengue) gaat over de nadelen van de stationering van Amerikaanse soldaten op Curaçao. Zo ziet Cola hoe zijn meisje Carmencita met een Yankee aan de zwier gaat. De Merengue Merikano wordt na de oorlog aangepast aan de nieuwe omstandigheden. In plaats van ontrouw te zijn met de Amerikaanse soldaat Bill bedriegt Carmencita haar vriend Cola dan met de macamba (Europese Nederlander) Wim. De titel van het lied is dan Shon Ka.
Situashón (Toestand) over de droefheid en schaarste die met de oorlog gepaard gaat. [tekst volgt]
Skuridad (Duisternis) bezingt de ongemakken van de verduistering. “Ach, zo besluit het lied, “ging Doys [Adolf Hitler] maar de pijp uit, verdronk Benito [Mussolini] maar in zee, kreeg Hirohito maar het een of ander, opdat we rustig kunnen leven”.

Dat het Papiamentu nog niet helemaal was ingeburgerd bleek uit de commotie rond de uitzending van de liedjes door ‘Curom’, de Curaçaose Radio Omroep op 7 juli 1943. Vlak voor de uitzending kwamen de musici die de liedjes zouden spelen en zingen niet opdagen. Ze weigerden in hun eigen taal te zingen. Uiteindelijk stond het drietal zelf voor de microfoon.

In het begin maakte Jules de Palm Papiamentse teksten op bestaande melodieën. Voor de soldaten bijvoorbeeld is geïnspireerd op de melodie van de hit Roll Out The Barrel. Voor de soldaten wilde mensen opwekken om op de fancy fair veel geld uit te geven voor de soldaten. Roll Out The Barrel werd in 1927 gecomponeerd door de Tsjech Jaromir Vejvoda, enkele jaren later werd er een Engelstalige versie van het liedje gemaakt. In de mobilisatietijd (1939) werd de melodie zowel bij de soldaten aan geallieerde zijde als bij de Asmogendheden populair. Bij de Duitsers als Rosamunde, bij de Italianen als Rosamunda. Tekstschrijver Ferry van Delden maakt in het neutrale Nederland de versie Rats, kuch en bonen.

Een andere inspiratiebron was het lied dat het karige wekelijkse schutterssoldij van fl. 4,20 bespot. Het toen fl. 4,20 werd gemaakt op een bestaande melodie. In het lied wijst een moeder een schutter, die de hand van haar dochter vraagt, de deur. “Vier twintig…daar kun je geen jurk voor kopen!”.

Ook van het Columbiaanse Caimán se va is in oorlogstijd een bewerking in het Papiamentu gemaakt. Daarin werd verwezen naar de Amerikaanse soldaten die op Curaçao zijn gestationeerd: Het meisje heeft het haar ontkroesd, heeft zich van gouden tanden voorzien, is op het Brionplein gaan staan, om een Amerikaan aan de haak te slaan.”

De Palm maakte ook nog een Papiamentse tekst op het op Curaçao populaire Let’s remember Pearl Harbor. Het lied gaat over het jaarlijkse bezoek van de voortrekkers (padvinders) aan het melaatsengesticht Zaquitó. In het liedje komt de schaarste aan autobanden en benzine voorbij.

[overgenomen van De Tweede Wereldoorlog in muziek]

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter