blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: With Julian

Kinderen slachtoffer van piranha’s

De verwonding aan de voet van het zesjarig meisje.
Wat een leuk uitstapje moest zijn voor de familie Rambhadjan is geëindigd in een drama. Twee kinderen van 6 en 8 jaar zijn op het recreatieoord Overbridge gebeten door piranha’s.
Vader Adjai Rambhadjan vertelt aan Starnieuws dat zijn zoon van acht en zijn dochter van zes jaar op maandagmiddag 5 mei aan het spelen waren in het door netten afgesloten gedeelte in het water. Zijn vrouw was ook in het water bij de kinderen, terwijl hij op het strand de hangmat aan het losmaken was.
Op een bepaald moment begonnen zij te gillen en renden het water uit, zegt Rambhadjan. “Een toegesnelde Franse toerist heeft mijn dochter opgetild en ik zag het bloed over haar benen lopen. Ik heb de wond in haar voet met mijn hand dichtgemaakt en wij zijn samen met mijn zoon gerend naar de eerste hulppost.” Bij de hulppost hebben de Fransman en Rambhadjan de wonden schoongemaakt en verbonden. “Het personeel van Overbridge was niet in staat eerste hulp te verlenen. Zij wisten niet wat zij moesten doen.”Samen met zijn vrouw is Rambhadjan met zijn kinderen naar het Academisch Ziekenhuis Paramaribo gereden voor medische hulp. Het verplegend personeel heeft op grond van de wonden bevestigd dat het piranha-beten zijn, zegt de vader. Hij heeft de vakantie van zijn gezin afgebroken en zijn ze allen zo snel als ze konden naar Nederland teruggereisd voor “verdere medische verzorging en verwerking van de [sic] trauma.” Uit Nederland vertelt Rambhadjan dat het nu beter gaat met de kinderen, maar dat het helingsproces nog een tijd zal duren.

Hij heeft intussen Overbridge-directrice Susan Wong gesproken en ook met haar vader. “Zij vinden het erg wat er is gebeurd, maar wijzen alle verantwoordelijkheid van zich af. Zij hebben een advocaat in de arm genomen om zich te beraden op hun verantwoordelijkheid.”Districtscommissaris (dc) Jerry Miranda zegt aan Starnieuws dat zijn team een half uur na het incident op de plek was. De afdeling Milieu en Gezondheid van het districtscommissariaat is uitgerukt en is gelijk een onderzoek begonnen, vertelt de dc. Hij zegt dat toen het team op Overbridge kwam, het personeel van het recreatieoord al bezig was de netten te controleren op eventuele beschadigingen. Miranda zegt dat het probleem serieus werd aangepakt.

[van Starnieuws, 18 mei 2014]

Mag het een onsje milder zijn?

Innerlijke criticus of zelfbevlekking?
door Wim Berends
 
‘De stinkende hypocrisie bij veel stadscreolen in Suriname’. ‘Wat maalde er door je door cocaïne verlamde neuronale cellen toen je deze rotzooi opschreef?’ ‘De dwangneurotische leugenaar Guillermo Samson’. ‘Mijn leven is een prachtig voorbeeld van succes’. Dit zijn vier – geheel uit hun verband gehaalde – uitspraken van drs. Julian S. With in zijn nieuwste boek. Hier is een polemist aan het woord, zoveel is duidelijk. Eentje die er niet op uit is om vrienden te maken met zijn kritieken.
Je tegenstander wegzetten met een neerbuigende of zelfs beledigende kwalificatie en jezelf bewieroken als een deskundig en geslaagd mens is bepaald niet nieuw in de polemiek. Maar of dat wel effectief is om je eigen inzichten bij anderen aanvaard te krijgen, lijkt iets te zijn waaraan Julian With geen al te hoge waarde hecht. In het eerste deel van zijn 436 pagina’s tellende boek, ‘Correspondentie met intieme vrienden’ geheten, gaat With de pennenstrijd aan met journalisten, recensenten en andere publicisten die zijn verbazing of gramschap hebben gewekt en dat gaat er hard aan toe. Stukken worden niet alleen inhoudelijk maar ook taalkundig gefileerd en de opstellers krijgen scheldwoorden toegevoegd waarvan je je afvraagt of die nu wel nodig zijn om je argument kracht bij te zetten.
In ‘Opiniepeilingen en andere wetenschappelijke onderzoeken in Suriname’ legt With inderdaad opmerkelijke domheden en blunders bloot in onderzoeken van IDOS en het Algemeen Bureau voor de Statistiek. Dus krijgen John Krishnadath en Iwan Sno ervan langs. Of die dat persoonlijk kan worden aangerekend, al zijn ze verantwoordelijk voor de publicaties, is voor mij een vraag maar voor With blijkbaar een vaststaand gegeven. Het is wel leuk ‘leesvoer’, net als ‘Stommiteiten en merkwaardigheden in de media’, waarvan de titel de inhoud uitstekend dekt. Wat With daar ten tonele voert moet menig krantenlezer of radioluisteraar toch ook hebben verbaasd, zou je denken. Of ten minste hopen.
Het hoofdstuk ‘De anti-With-kliek’ speelt zich voornamelijk in de Amsterdams-Surinaamse kringen af. Onder andere wordt een vete met ‘Mart Radio’ uitgevochten. Meer iets voor de insiders.
Weer leuk worden de ‘Persberichten’, waarvan With er een aantal heeft gevonden die zowel lachwekkend als tenenkrommend zijn. ‘De man is anders gebouwd dan de vrouw’, staat er in zo’n bericht, blijkbaar in de veronderstelling dat men daarmee interessant nieuws brengt.
In ‘De slavernijklucht’ is With geheel op dreef, net als in ‘Inzake de Marrons’. Beide onderwerpen liggen With na aan het hart en hoewel hijzelf in het binnenland is geboren, spaart hij marron-politici geenszins. Hij legt de vinger op zere plekken in het onderwijs en hij gaat uiteraard in op de typering ‘djoeka’.
Zijn laatste hoofdstukken vormen een bonte verzameling van misstanden, merkwaardige opvattingen die hij scherpzinnig analyseert en mensen die hij inzake hun uitspraken of handelingen nog even over de hekel wil halen. Op zichzelf wel een boeiend tijdsbeeld.
Het is opmerkelijk hoe fel With wordt aangevallen door degenen die hij eerder heeft bekritiseerd. Hij neemt hun stukken vaak integraal op alvorens erop te reageren. Vervolgens maakt hij er qua inhoud en taalbeheersing gehakt van. Dit is zowel vermakelijk als leerzaam, hoewel ik vermoed dat de betrokkenen er niet werkelijk iets van zullen (willen) leren.
En daarin zie ik de tragiek van de criticus en polemist Julian With. Hij kan wel degelijk argumenteren. Zijn analyses en zijn argumenten kloppen, hoewel je het met zijn standpunten uiteraard niet altijd eens hoeft te zijn. In zijn argumentatiestrategie gebruikt hij vrijwel alleen ‘ethos’. Hij valt de tegenstander zowel persoonlijk (ad hominem) als op hun inhoud aan en hij schermt graag met zijn eigen kwaliteiten als psycholoog en taalbeheersingsdeskundige. Dat mág overigens in de polemiek als dat zinnig is voor het debat. Op ‘logos’-drogredenen zul je Julian With niet betrappen. Misschien wel op de ‘autoriteitsdrogreden’, al zal With onmiddellijk aanvoeren dat je dan moet bewijzen dat hij zijn uitspraken (waar, niet waar?) ten onrechte koppelt aan zijn deskundigheid. Nee, de kern zit ’m meer in het gebrek aan ‘pathos’ bij de schrijver. With spreekt zowel de tegenstander als de lezer voornamelijk aan op het ‘verstand’ en niet of nauwelijks op het ‘gevoel’. Tenzij je daarbij het opwekken van haatgevoelens meerekent, daarin slaagt Julian With helaas uitstekend.
Het is menselijk om een warm gevoel te willen hebben bij de spreker of schrijver, zelfs al brengt die een boodschap waar je niet blij mee bent. Denk aan de ‘strenge doch rechtvaardige’ leraar die je misschien niet direct, maar later wel dankbaar bent voor de opbouwende kritiek. Of aan de politicus die je vertelt dat je nu de broekriem moet aanhalen, maar ook uitlegt wat jij en je kinderen daar te zijner tijd voor terugkrijgen.
De academicus en criticus Julian With wordt echter door eigen toedoen weggezet als een polemist die het meer om de strijd dan om de overwinning of het inzicht gaat. Op de eerste pagina’s van zijn boek verdedigt hij zijn stijl door te wijzen op schrijvers van polemische literatuur die ook niet mals waren, zoals Willem Frederik Hermans, Hugo Brandt Corstius en Gerrit Komrij. With geeft expliciet noch impliciet aan in dat rijtje thuis te horen, maar breekt een lans voor schrijvers die domheid, onkunde, hoogmoed en vileine intenties aan de kaak stellen en er daarbij geen been in zien, man en paard te noemen. Dus ook voor Julian With zelf.
Maar wat is dan de tragiek? Ten eerste dat Julian With wel degelijk zinnige dingen te zeggen heeft. En dat die dingen vaak nog onderhoudend en leerzaam zijn ook. Ten tweede dat zijn boek, hoewel wat intellectualistisch van toon, heel goed leesbaar is. Ten derde dat zijn boek een heel aardige kroniek vormt van wat er zoal speelt onder de Surinamers van deze tijd. Alleen al daarom vind ik het boek een aanrader. De weerzin die With weet op te wekken bij zijn tegenstanders en ook bij (een deel van) het publiek zou overigens heel wat minder kunnen zijn als hij een wat mildere toon zou aanslaan en wat meer sympathie zou proberen op te wekken voor zowel zijn standpunten als zijn persoon. Vandaar mijn vraag: ‘Mag het een onsje milder zijn?’
Drs. Julian S. With: Kritieken, het schoonmaakmiddel van de geest. Utrecht: eigen beheer, 2014. ISBN 978 90 817585 1 2

 

Kritieken, het schoonmaakmiddel van de geest

Op zaterdag 29 maart vindt de presentatie van Julian Withs boek Kritieken, het schoonmaakmiddel van de geest (436 pagina’s) plaats in het SPA-gebouw aan de Fred Derbystraat te Paramaribo. Het geheel begint om 19:30 en duurt tot 22:30 uur.

 

Oprichting van een Surinaamse omroepvereniging in Nederland

door Julian S. With
 .
Geachte heer/mevrouw,
Radio Ratio heeft vanaf zondag 2 september wekelijks het twee uur durende programma ‘Het verstand boven alles’ uitgezonden en dit seizoen blijven wij uitzenden tot de tweede week van juli. Heeft u nooit een uitzending van ons beluisterd, dan kunt u gebruik maken van de onderstaande links om naar de uitzending van zondag 26 mei te luisteren. Zo kunt u een indruk krijgen van ons programma. Klik hier of hier
Alle overige uitzendingen van Het verstand boven alles zijn nog op de volgende wijze te beluisteren: www.salto.nl —> uitzending gemist —àCaribbean FM on demand —àdatum en tijd.
De format van ons programma dat elke zondag van 14.00 – 16.00 uur wordt uitgezonden, ziet er als volgt uit:
Kritiek op politieke gebeurtenissen in Suriname en Nederland;
Kritiek op publicaties in de Nederlandse en Surinaamse media;
Commentaar op maatschappelijk relevante gebeurtenissen in Suriname en onder Surinamers in NL.
 
 Omdat wij dit jaar een vergunning willen aanvragen bij het Commissariaat voor de Media om vanaf 2016 via de publieke zenders radio- en televisieprogramma’s te gaan uitzenden, moeten wij voor april volgend jaar 50.000 mensen werven die bereid zijn om jaarlijks een contributie te betalen van € 6,75 per persoon. In deze fase vragen wij u nog niet om geld over te maken. Dat gaan wij pas doen, als wij in december het vereiste minimum aantal leden gehaald hebben, dat betekent dat al deze mensen zich bereid hebben verklaard om jaarlijks die financiële bijdrage van € 6,75 per jaar te leveren. Pas dan ontvangt u een oproep van ons om dat bedrag over te maken. Mocht het aantal betalingen onverhoopt onder de 50.000 blijven, dan ontvangt iedereen zijn bijdrage, minus de verifieerbare bankkosten, terug. Wij zullen u maandelijks op de hoogte houden van het aantal personen dat zich opgegeven heeft.
Op zondag 26 mei hadden wij in het programma een vraaggesprek met ir. Deryck Ferrier die ons haarfijn uitgelegd heeft waarom Paramaribo elk jaar weer onder water loopt als het flink geregend heeft. Ik heb kritiek geleverd op een persbericht van de Surinaamse belastingdienst, dat zeer publieksonvriendelijk geschreven is. Ook de wens van de Vereniging Surinaamse Bedrijfsleven om betrokken te worden bij de gesprekken over de hervorming bij de douane heb ik van de nodige kritiek voorzien. In Suriname zwijgen de meeste deskundigen, omdat ze bang zijn voor hun brood, dus moet de kritiek maar van hier komen. Dankzij het internet hebben wij ondertussen heel veel luisteraars in Suriname.
De wijze waarop zwarte mensen in Nederland op de televisie geportretteerd worden vormt al jarenlang een bron van ergernis voor velen. Veel praatprogramma’s en actualiteitenrubrieken laten alleen een zwart gezicht op de televisie zien als het om muziek, dans, stand up comedy en sport gaat. Hoewel iedereen met luide stem benadrukt hoe belangrijk de integratie is voor deze samenleving, kom je bij de tientallen adviesraden van de overheid geen Surinamers tegen. Over de samenstelling van de besturen van de grote bedrijven, zullen we maar zwijgen. Televisieprogramma’s als Buitenhof of Nieuwsuur nodigen geen Surinamers uit om over welke maatschappelijke gebeurtenis dan ook te praten. Als een gebeurtenis zich voorgedaan heeft in Suriname of de Nederlandse Antillen, dan nodigt het bekende duo van de VARA niet een deskundige die het publiek zinvolle achtergrondinformatie kan geven, maar een zangeres of een documentairemaker om commentaar te komen leveren, terwijl bij onderwerpen die met de Nederlandse maatschappij te maken hebben, wel de juiste personen voor de camera verschijnen. Het heeft weinig zin om kritiek te leveren op deze mensen, want wat ze doen, vloeit voort uit hun mensbeeld en dat blijkt onveranderbaar te zijn. De beste manier om minder last te ervaren van deze etnische onhebbelijkheid van onze autochtone medelanders, is om over een eigen radio- en televisiezender te beschikken, zodat de eigen groep geen slachtoffer hoeft te worden van het beeld dat de bestaande media ons voorschotelen.
Velen met ons ergeren zich mateloos aan de stigmatisering van de zwarte vrouw door de zogenaamde liefdadigheidsinstellingen die aids buiten Europa bestrijden. Als ze geld zoeken, laten ze steevast een zwangere Afrikaanse vrouw zien, alsof aids alleen in Afrika slachtoffers maakt. Als een zwarte persoon in een advertentie verschijnt, dan worden eerder de racistische denkbeelden van de witte mensen tot uiting gebracht dan dat er reclame wordt gemaakt voor een commercieel product. Wie heeft zich niet mateloos geërgerd aan de reclame van radio 6, waarbij Sylvana Simons, een zwarte vrouw, met zwarte verf overgoten wordt. Dat zo’n mens zich durft te lenen voor zo’n advertentie! Ondanks de geweldige prestaties van zwarte voetballers in dit land, zien wij zelfs in de sportprogramma’s geen zwarte oud-voetballers als deskundige optreden. De enige groep voor wie de deur op een kiertje wordt gehouden, zijn stand up comedians. Maar wij hebben in dit land meer te bieden dan alleen grappenmakers.
Er zijn bepaalde maatschappelijke problemen van zwarte mensen in dit land waar de reguliere media geen belangstelling voor hebben. Neem bijvoorbeeld het decennialange beleid waarbij zwarte leerlingen op de basisschool een advies krijgen voor de lagere vormen van het voortgezet onderwijs. Dit intellectuele vandalisme vindt ondertussen langer dan 35 jaar plaats in Nederland en geen enkele regering peinst erover om maatregelen te treffen tegen deze vernietigende vorm van discriminatie en voor de politieke partijen is dit ook geen issue. Dit probleem kan met succes aangepakt worden als wij de gelegenheid krijgen om via radio en televisie de verantwoordelijken ter verantwoording te roepen en de doelgroep te mobiliseren zich te organiseren, want als er een ding is waar men in dit land niet van houdt, dan is het dat er veel kabaal gemaakt wordt over de misstanden waar de samenleving liever over zwijgt.
De Turken en Marokkanen en Marokkanen zijn in staat geweest veel van hun organisaties nog in stand te houden en we kunnen alleen maar jaloers op hen zijn. Zij staan veel actiever in de Nederlandse samenleving en reageren ook veel pro-actiever dan wij Surinamers. Enkele weken geleden had ik de onderwijsdeskundige van Forum, de heer Zekir Arslan, in ons radioprogramma, dit vanwege een onderzoek van dit instituut, waaruit blijkt dat veel scholen in Nederland moslimkinderen weren. De moslims verzetten zich met hand en tand tegen deze vorm van discriminatie en slagen erin deze misstand terug te dringen. Onder de Surinamers is het oorverdovend stil en deze stilte is zelfvernietigend.
Toen wij in de tweede helft van de jaren zeventig massaal naar hier toe migreerden, hadden Surinamers nog een geweldige positie in minderhedenland; de Turken en Marokkanen bestonden uit een zeer grote groep ongeschoolde klasse die het vuile werk in dit land deed. Nu studeren er relatief meer Marokkaanse en Turkse jongeren aan de Nederlandse universiteiten dan Surinaamse. Het aantal Tweede Kamerleden van Turkse en Marokkaanse Nederlanders is veel groter dan Surinaamse. Het aantal gemeenteraadsleden van Marokkanen en Turken afzonderlijk was in 2006 tweemaal meer dan het aantal Surinaamse en Antilliaanse gemeenteraadsleden samen. De burgemeester van de op een na grootste stad in NL (Rotterdam) is een Marokkaan.
De vooruitgang van de moslims in Nederland is merkwaardig, omdat zij vanwege hun geloof veel meer weerstand ondervinden in deze samenleving dan wij Surinamers. De Nederlandse Moslimomroep heeft van 1993 tot 2010 landelijk televisieprogramma’s uitgezonden en nu heeft De Stichting Zendtijd Moslims (SZM) 175 uur en twaalf minuten per jaar om radioprogramma’s uit te zenden op de publieke radiozenders. Op televisie heeft de stichting tot eind 2015 jaarlijks 58 uur en twaalf minuten tot haar beschikking, maar Surinamers is het nog steeds niet gelukt om een stukje van het ‘vijandelijk gebied’ dat Hilversum heet, te veroveren.
Wij zien het als een plicht om een serieuze poging te ondernemen geschiedenis te schrijven in dit land. Het gemakkelijke van deze onderneming is dat wij alles zelf in de hand hebben. Door te voldoen aan de eis die aan alle omroepverenigingen wordt gesteld, namelijk dat zij minimaal 50.000 mensen moeten werven die de omroep steunen, moeten wij in staat zijn om dit voor elkaar te krijgen. Wij zijn ons zeer bewust van de macht van de media en van de maatschappelijke gevaren die schuilgaan bij de concentratie van mediamacht bij slechts een groep in de samenleving: de dominante groep. U draagt bij aan de beëindiging van deze situatie door u niet alleen op te geven als potentieel lid van Radio Ratio, maar vooral ook door deze mail verder te verspreiden onder al uw kennissen. Heeft u vragen, dan kunt u die altijd stellen en u ontvangt zo spoedig mogelijk antwoord van ons.
Met vriendelijke groeten,
Drs. Julian S. With (030-6055963 of 0653-428454)

Julian With

Portret van de Surinaams-Nederlandse schrijver Julian With, gemaakt door de in Suriname werkzame fotograaf Nicolaas Porter. Nr. 71 in de reeks fotoportretten die Porter in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren maakt. Klik op afbeelding voor groter formaat. De foto is ook in verschillende uitvoeringen te bestellen bij de fotograaf; voor informatie kunt U mailen naar: nicolaasporter@hotmail.com. Wie de hele reeks wil zien kan hieronder klikken op het label Werkgroepportretten.

Lezing houden voor Surinamers, een kwelling

door Julian With

Surinamers zijn zeer rare mensen. Sinds de verschijning van mijn boek Waarom wij het niet redden heb ik een aantal lezingen gehouden en elke keer weer heb je van die lieden die geen verstand hebben van bepaalde zaken, maar toch menen om jou als spreker in het openbaar te kunnen corrigeren. Enkele jaren geleden hield ik een lezing voor een Surinaamse club in Amsterdam. Daar kreeg ik na mijn inleiding van een jurist te horen dat ik de wijsheid niet in pacht had. Op mijn laconieke vraag waarop hij die uitspraak baseerde, kon hij geen antwoord geven. “Nou, als u niet kunt aantonen dat ik de wijsheid niet in pacht heb, dan heb ik logisch bekeken de wijsheid wel in pacht”, riposteerde ik. De arme man was niet geweldig geschoold in de logica, dus kon ik met deze uitspraak wegkomen.
Toen ik in december 2005 het boek in Suriname presenteerde, kreeg ik van iemand die op een zeer vreemde manier aan zijn doctorstitel was gekomen, te horen dat ik geen groepen met elkaar mocht vergelijken en dat generalisatie ook verboden was. Je hebt van die figuren die in Nederland tot de zwakke broeders der afgestudeerden behoren. Het vreemde is dat deze mensen bij terugkeer in Suriname zich een wetenschapper wanen, en overvallen door een soort intellectuele overmoed hun superieuren in het openbaar in verlegenheid willen brengen. De betrokkene heeft het geweten. Want in mijn reactie heb ik aangetoond dat hij onder normale omstandigheden verstandelijk te beperkt is om les te geven aan een universiteit in Suriname.
Enkele maanden na Suriname hield ik een lezing in Discotheek Caribbean in Amsterdam. Daar liet een academisch gevormde zwarte vrouw mij weten dat wat ik geschreven heb niet nieuw was, want zij had al in de jaren zestig over de problematiek gepubliceerd. Mijn uitnodigingen aan haar om mij te laten zien wat ze allemaal over de problemen die in mijn boek voorkomen, gepubliceerd had, zijn tot op heden tevergeefs geweest. Haar suggestie dat ze toen ook al over tienerzwangerschappen onder zwarte meisjes had gepubliceerd, is een leugen, want in de jaren ’60 waren er te weinig Surinamers in Nederland en de groep die er was bestond voornamelijk uit studenten van het mannelijke geslacht. En die konden onmogelijk problemen geven op het gebied van tienerzwangerschappen.
In februari dit jaar (2007) kreeg ik in Delft van de gastheer te horen dat ik onzin uitkraamde omdat ik geweigerd had te antwoorden op zijn malle vraag een definitie van zwart te geven. Mijn reactie was dat niemand ooit gevraagd heeft om een definitie te geven van een Chinees, een Javaan, een Hindoestaan of een witte persoon. We weten allemaal aan welke groep gerefereerd wordt met deze aanduidingen, dus mag ik aannemen dat iedereen in de zaal wel weet wie tot het zwarte ras behoort en wie niet. Dat een gastheer jou als spreker voor het publiek komt vertellen dat je onzin uitkraamt na gratis een lezing voor zijn vereniging te hebben gehouden. De onbeschaafdheid van sommige Surinamers is met geen woorden te beschrijven.
In Den Haag kreeg ik van de moderator te horen dat er een onderzoek was gepubliceerd waaruit bleek dat de zwarte vrouw, in tegenstelling tot het beeld dat ik schetste, sterk was. Er is in dit land namelijk nooit een onderzoek gepubliceerd, waaruit blijkt dat zwarte vrouwen sterk zijn. In mijn boek wijs ik juist op de gevaren van deze mythe. Maar wie niet de moeite neemt om eerst het boek van de schrijver te lezen, voordat je een lezing gaat modereren, die loopt natuurlijk het risico blunders te maken.
Zondag 24 juni hield ik op uitnodiging van Martradio weer dezelfde lezing in Amsterdam. Daar kreeg ik niet alleen te horen dat ik uit beleefdheid de vragenstellers in de ogen moest aankijken (mijn reactie was dat ik moeilijk aantekeningen kon maken van de vragen en de vragensteller tegelijk in de ogen aankijken, bovendien bepaal ik zelf of ik de vragensteller in de ogen wil aankijken of niet). Dan was er een mevrouw die beweerde dat ze ook universitair geschoold was (alsof dat ertoe doet) en een zeer onsamenhangend verhaal afstak, waar ik niets mee kon. Ze was namelijk van mening dat de titel van mijn boek wel Waarom wij het niet redden is, maar voor haar staat er eigenlijk Waarom wij het nooit zullen redden. Gelooft u mij beste lezers, lezingen houden voor Surinamers is een kwelling. Wat moet je als inleider met zo’n warhoofd die haar eigen fantasie niet onder controle heeft en zelfs zo ver gaat dat ze de titel van je boek verandert alleen maar om daarop te kunnen afgeven. Aan het slot van haar warhoofdige verhaal vroeg zij mij welke oplossingen ik heb voor de problemen die ik in het boek aan de orde stel. Laat ik nou aan het slot van mijn lezing 11 maatregelen noemen die de zwarte gemeenschap moet nemen om verandering te brengen in haar situatie, dan komt zo iemand je vragen wat jouw oplossingen zijn. Naderhand kreeg ik te horen dat die universitaire geschoolde warhoofd pas na mijn lezing de zaal binnenkwam. Deze mevrouw heeft duidelijk niet geleerd dat je geen recht van vragenstellen hebt als je een lezing niet gevolgd hebt, waarmee ze aangetoond heeft dat een universitaire opleiding absoluut geen garantie geeft dat de betrokkene bekend is met de normen die gelden bij een intellectuele activiteit als een lezing.
Ten slotte moest ik mijn ergernis ook bedwingen toen een van de bezoekers mij kwam wijzen op het feit dat statistieken tekortkomingen hebben. Ik vertelde namelijk dat het grootste deel van de mensen die in Suriname in de gevangenissen zitten uit Creolen bestaat en dat het overgrote deel van de zwerverspopulatie in dat land ook uit mijn rasgenoten bestaat; dat in Nederland het grootste deel van de jongeren die in aanraking komen met justitie uit een eenoudergezin komen; dat de meeste drop-outs uit een eenoudergezin komen en dat ook de meeste tienermoeders uit een eenoudergezin komen. Er zijn Surinamers die ooit ergens gehoord hebben dat statistieken soms tekortkomingen vertonen, maar van het vak totaal geen verstand hebben. Nu is niets hinderlijker dan mensen die van een bepaalde materie niets afweten, maar zo overmoedig raken dat ze jou en pleine publique menen te moeten kapittelen. En wat nog erger is, is dat er altijd een groepje bijzit dat voor de stupide opmerkingen van zo’n persoon gaat applaudisseren.
Wie na mijn cijfermatige informatie te hebben ontvangen, beweert dat ik geen waarde hoor te hechten aan statistieken, omdat die soms tekortkomingen vertonen, die heeft de plicht om aan te tonen waarom ik op basis van de cijfers die ik gepresenteerd heb niet aan de alarmbel hoef te trekken. Moet ik op een lezing over mijn boek ook nog aan bezoekers gaan vertellen dat geen enkel land regeerbaar is zonder statistieken? Moet ik in een lezing over mijn boek aan de bezoekers gaan uitleggen dat alleen mensen die een verstandelijke aanpak haten, geïrriteerd raken als ze cijfers horen? Door alleen maar te roepen dat statistieken tekortkomingen vertonen, vertonen deze slimmeriken het gedrag van de struisvogel en die had vanwege zijn domheid niet zo’n gelukkig einde. Je vraagt je af of deze criticasters van statistieken zich ooit hebben afgevraagd waarom de Nederlandse overheid honderden miljoenen per jaar uitgeeft om het Centraal Bureau voor de Statistiek in stand te houden.
Ik begin te geloven dat een behoorlijke groep bezoekers van mijn lezing niet zo zeer ernaartoe komen omdat ze interesse hebben in de problematiek die ik bespreek, maar omdat ze de drang niet kunnen weerstaan het publiek te laten zien dat ze mij op de vingers kunnen tikken. Erg he?
[van de website van Julian With]

Cursus Nederlandse grammatica en stilistiek

Op dinsdag 3 en donderdag 5 april verzorgt Julian With de cursus Nederlandse grammatica & stilistiek voor gevorderden. Cursisten die de eerste training gevolgd hebben, worden bij voorkeur toegelaten. De volgende onderwerpen komen aan de orde: Interpuncties, Stijlfiguren, Samentrekkingsfouten, Verschil tussen een samenstelling en een afleiding, drievoudige samenstellingen, Anakoloeten, Verkeerd geplaatste zinsdelen.
Tijd: 18.00 – 21.00 uur.
Plaats: Onbekend.
Bijdrage: wel bekend: SRD 175.
Aanmeldingen: julianwith@live.nl, 8506898 of 8749137.

[Bericht van Schrijversgroep ’77]

Surinaamse kranten in de Idos-peiling

Om maar met het meest aansprekende en saillante detail te beginnen, de favoriet van de Surinaamse kranten volgens het in januari van dit jaar gehouden Idos-Omnibusonderzoek is Times of Suriname (52,5%), gevolgd door de Ware Tijd (29,5%), Dagblad Suriname (9,8%), De West (0,5%), Chinese krant (0,2%). 7½ van de respondenten leest geen krant. Voor dit onderzoek werden 1.000 personen geïnterviewd in de leeftijd van 18 jaar en ouder, foutenmarge ± 3%. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in de districten Paramaribo, Wanica, Commewijne en Nickerie.

Foto rechts: John Krishnadath

Ter verduidelijking geef ik u eerst een uitleg van wat wát is. Het Instituut voor dienstverlening, onderzoek en studiebegeleiding (Idos) is een enquête- en onderzoeksbureau dat verbonden is aan de Academie voor Hoger Kunst- en Cultuur Onderwijs (AHKCO), dat wordt geleid door John Krishnadath. Bij een omnibus-onderzoek als het onderhavige, ook wel multi-cliënt-onderzoek genoemd, worden de respondenten in een en hetzelfde onderzoek bevraagd over zaken van verschillende opdrachtgevers. Dealniettemin werd het onderzoek onmiddellijk aangevallen door Julian S. With, de man die het altijd beter weet, die vraagtekens plaatst bij de representativiteit van het onderzoek en de validiteit van de vraagstelling. Over dat eerste kan ik niet oordelen, maar met zijn twijfels over de validiteit van de vraagstelling heeft hij zeker een punt.

Times of Suriname is zonder meer te complimenteren met haar ‘by far’ onomstreden positie op de eerste plaats, zeker tegen de achtergrond van haar slechts 7-jarig bestaan. Toen ToF begon was het het vierde dagblad naast de Ware Tijd, De West en Dagblad Suriname. De belangrijkste twee redenen van deze spectaculaire start zijn ongetwijfeld a) de aandacht die ToS heeft besteed aan de distributie van haar krant, dat blijkt duidelijk uit de cijfers van het onderzoek naar district, en b) wat ik gemaks- en duidelijkheidshalve wil noemen haar ‘Telegraaf’-aanpak, met daarbij als vaste prik op de voorpagina veelal gruwelijke foto’s van ongelukken die schaamteloos worden afgedrukt. Dat spreekt –helaas– nu eenmaal tot de verbeelding.

Foto rechts: Leo Morpurgo

Voor de inmiddels 55-jarige de Ware Tijd betekent deze peiling een ware afgang van de krant die onder hoofdredacteur Leo Mopurgo onbetwistbaar tot dé Surinaamse kwaliteitskrant was uitgegroeid. Na pensionering van Morpurgo in het midden van de jaren ’90 is het blad echter in de versukkeling geraakt, mijn inziens te wijten aan mismanagement binnen dit familiebedrijf, dat onvermijdelijk ook verantwoordelijk is voor het veel te grote aantal wisselingen van hoofdredacteur sindsdien. Men is op zijn lauweren gaan rusten, waarschijnlijk in de veronderstelling dat de eigen positie ongenaakbaar was. Ook de komst van Times of Suriname en Dagblad Suriname heeft in die houding geen verandering gebracht en daarvoor moet de Ware Tijd nu het gelag betalen.

de Ware Tijd heeft onvoldoende beseft dat zij a) het kwaliteitsimago koste wat het kost in stand moest zien te houden, en b) dat zij moest investeren in de nog altijd amateuristische distributie van de krant. Daarentegen heeft de krant gemeend om in navolging van Times of Suriname en Dagblad Suriname te moeten investeren in een uitbreiding van de krant door het nieuws deels ook in het Engels op te nemen, hetgeen helemaal niets toevoegt, maar enkel geld kost. En naar het distributiesysteem is absoluut niet gekeken.

Helaas, de Ware wás het, maar ís het niet meer!

Het komt nooit meer goed

door Euritha Tjan A Way

Julian With is zwaar getraumatiseerd. Zoveel blijkt wel uit zijn laatste publicatie met de titel Het komt nooit meer goed. Tijdens zijn lezing op 6 september 2008 gaf hij een hint over de oorzaak van zijn trauma. Enige tijd nadat hij van het binnenland naar Paramaribo verhuisde, maakte een onderwijzer hem belachelijk vanwege zijn gebrekkige Nederlands.
De nasleep daarvan is dat With nu boeken publiceert waarin hij zichzelf het forum toeëigent een ieder te beledigen die het ook maar een beetje met hem oneens is. Door het Nederlands in brieven van tegen- of medestanders te corrigeren, probeert hij de onderwijzer nog steeds te bewijzen dat hij de taal nu wel goed beheerst.
Hoe het ook zij, de mislukkeling die hem dit heeft aangedaan, moet gestenigd worden, al is het alleen omdat de goede bedoelingen van Julian With nu ondergesneeuwd raken door zijn misplaatste superioriteitsgevoel. Zo schrijft hij op pagina 111: ‘De Marrongemeenschap gaat juist vooruit door de implementatie van mijn intellectuele inzichten’. Niets doorzettingsvermogen of opofferingen van de Marrons: hun succes is aan With te danken.
Het boek is een verzameling van columns, meningen en correspondentie zonder enige samenhang. De bedoeling is niet dat de lezer het snapt, maar dat With zijn ei kwijt kan, getuige de pagina’s 89 tot 94, waarin hij een brief schrijft aan een zekere X, die hij bekritiseert in verband met een discussie over Marrondag. De lezer kan het niet volgen, want niet eens de kern van de discussie wordt beschreven.
With kweekt daardoor ook geen sympathie voor het goede werk dat hij wel doet met zijn programma Reparatie Intellectuele Schade (RIS). De bedoeling daarvan is dat leerlingen in het binnenland extra lessen krijgen om zo hun achterstand in te halen die is ontstaan door gebrekkige faciliteiten, onvoldoende en onbevoegde leerkrachten.
Ook heeft With gelijk wanneer hij zegt dat er neergekeken wordt op Marrons in onze gemeenschap. Maar hij kijkt zelf ook neer op Marrons, wanneer hij Bert Eersteling ‘de domste Marron’ in Suriname en Eddy Jozefzoon ‘een gatlikker’ noemt. Een paar pagina’s later is een radiopresentator de pisang, omdat die toestaat dat Ronald Venetiaan een aap genoemd wordt.
Het boek is dus een aaneenschakeling van scheldkanonnades en de enige zwarte die iets goed doet, is With. Als u houdt van zinloos bijtende monologen en aan belachelijkheid grenzende egotripperij, moet u het boek vooral kopen. Niet? Bespaar uzelf dan de zoveelste spastische uitspatting van Julian With.

Julian With, Het komt nooit meer goed, 2011, ISBN 9789081758505

[uit Parbode, 1 december 2011]

Reactie op recensie, door Julian With

:
Tjan A Way begint haar bespreking door te schrijven dat ik zwaar
getraumatiseerd ben en beweert dat dat blijkt uit het boek dat ze
bespreekt. Alleen komt ze er niet aan toe fragmenten te citeren, die
het voor de lezer aannemelijk maken dat ik inderdaad zwaar
getraumatiseerd ben. Het enige wat zij aanvoert, is dat ik tijdens een
lezing zou hebben gesteld dat ik belachelijk ben gemaakt door een
leerkracht vanwege mijn gebrekkige Nederlands. Volgens Tjan A Way zijn
de kritieken die ik in het boek ‘Het komt nooit meer goed’ publiceer,
een nasleep van die ervaring. Ten eerste ben ik nooit op de
Leeuwinschool beledigd door een leerkracht vanwege mijn gebrekkige
Nederlands, dus dat is een leugen. Maar zelfs als ik die ervaring zou
hebben meegemaakt, dan moet je wel heel weinig verstand hebben om te
beweren dat die ervaring geleid heeft tot een trauma. Als iedereen die
ooit in zijn leven beledigd is, daar een trauma aan zou overhouden,
dan zou nagenoeg de hele mensheid aan een trauma lijden.

In belabberd Nederlands schrijft zij: ‘De nasleep daarvan is dat
With nu boeken publiceert waarin hij zichzelf het forum toe eigent een
ieder te beledigen die het ook maar een beetje met hem oneens is’.
Let u vooral op het stukje: ‘waarin hij zich een forum toe eigent
(sic) een ieder te beledigen die het ook maar een beetje met hem
oneens is’. Een boek schrijven wordt door haar beschreven ‘als
zich een forum toe-eigenen’. Nergens in het boek wordt iemand
opgevoerd die het met mij oneens is, dus is het onmogelijk dat ik
‘een ieder beledig’, die het een beetje met mij oneens is.

Ik corrigeer de taalfouten in een brief die Surinamers in Nederland
gestuurd hebben aan de toenmalige president Ronald Venetiaan en
daarvan maakt deze recensent: ‘Door het Nederlands van tegen- en
medestanders te corrigeren, probeert hij de onderwijzer nog steeds te
bewijzen dat hij de taal nu wel goed beheerst.’ Er is nooit sprake
geweest van een discussie over welk onderwerp dan ook tussen de
briefschrijvers en mij, dus kan zij deze groep niet aanduiden als
mede- of als tegenstander. De leerkrachten van wie ik Nederlands heb
gehad op de Leeuwinschool (mevrouw Eijken en Jordan-Ensberg zijn
ondertussen al overleden) waren zeer beschaafde Surinamers. Ik heb
gedurende de jaren dat ik ze gekend heb, nooit meege-maakt dat zij een
leerling hebben beledigd. In de ondoorgrondelijke gedachtewereld van
Tjan A Way probeer ik met het corrigeren van die brief nog steeds te
bewijzen dat ik het Nederlands nu goed beheers.

Het is bekend dat Surinamers zeer beroerd Nederlands schrijven en Tjan
A Way is daarvan een goed voorbeeld: ‘… de mislukkeling die hem
dit heeft aangedaan, moet gestenigd worden, al is het alleen maar
omdat de goede bedoelingen van Julian With nu ondergesneeuwd raken
door zijn misplaatste superioriteitsgevoel.’ Wie in staat is uit te
leggen wat Tjan A Way hiermee wil zeggen, is paranormaal begaafd.
De recensent knipt een zin uit het boek (pagina 111: ‘De
Marrongemeenschap gaat juist vooruit door de implementatie van mijn
intellectuele inzichten.’) en schrijft daarop het volgende
commentaar: ‘Niets doorzettingsvermogen of opofferingen van de
Marrons: hun succes is aan With te danken.’ Op die pagina weerspreek
ik de beschuldiging dat mijn inzichten haat zouden zaaien tussen de
Marrons en de stadsbewoners. Nergens op die pagina staat geschreven
dat de vooruitgang van de Marrons vandaag de dag in Suriname te danken
is aan mij. Maar als het de bedoeling van de recensent is om de auteur
te besmeuren, dan maakt het niet uit dat uitspraken uit hun context
gehaald worden en er conclusies aan verbonden worden die in strijd
zijn met de elementaire regels van de logica.

Op de pagina’s 89 tot en met 94 lever ik kritiek op een zinloze
discussie die onder de Marrons gevoerd werd. Blijkbaar is het
bevattingsvermogen van Tjan A Way zo beperkt dat zij niet snapt waar
die kritiek over gaat. Maar ze schrijft niet dat ze de kern ervan niet
snapt. Nee, de lezer snapt het niet. Hoe weet u dat de lezer mijn
kritiek niet snapt, mevrouw de recensent? En volgens deze functioneel
analfabeet hoort een schrijver de kern van een discussie te
beschrijven. Zij weet niet dat de kern uit het geschrevene gehaald
wordt, dus dat geen enkele auteur die expliciet zal beschrijven.
Dat Tjan A Way dringend een cursus logica moet volgen, bewijst ze door
het volgende te schrijven: ‘Ook heeft With gelijk wanneer hij zegt
dat er neergekeken wordt op de Marrons in onze gemeenschap. Maar hij
kijkt zelf ook neer op Marrons, wanneer hij Bert Eersteling “de
domste Marron in Suriname” en Eddy Jozefzoon “een gatlikker”
noemt.’ De diskwalificatie van beide Marrons in mijn boek heeft
niets te maken met hun afkomst, dus is het onzinnig om te schrijven
dat daarmee aangetoond is dat ik ook neerkijk op de groep. Ik
bekritiseer iedereen die daartoe aanleiding geeft en dat iemand uit
het binnenland komt, is voor mij als criticus geen reden om hem te
ontzien
Wie op grond van die kritiek de conclusie trekt dat ik iedereen die
tot de etnische groep van de bekritiseerde behoort, minacht, die is
verstandelijk door de natuur tekort gedaan.
Het komt nooit voor in een recensie dat de lezer opgeroepen wordt om
een boek niet te kopen. Goede recensenten weten dat hun beoordeling
van de inhoud voldoende is om de lezer erop te wijzen dat hij de
publicatie niet hoeft aan te schaffen. Euritha Tjan A Way vertrouwt
haar lezers niet, want ze eindigt haar recensie met de volgende
boutade: ‘Het boek is een aan-eenschakeling van scheldkanonnades en
de enige zwarte die iets goed (“goeds” bedoelt ze, JW), doet, is
With. Als u houdt van zinloos bijtende monologen en een aan
belachelijkheid grenzende egotripperij, moet u het boek vooral kopen.
Niet. Bespaar uzelf dan de zoveelste spastische uitspatting van Julian
With.’
In het boek komt geen enkele monoloog voor, want die komen alleen in
toneelstukken voor. Beste lezer, ik heb ten slotte nog een onthulling
voor u. Deze ‘recensie’ is niet door Euritha Tjan A Way
geschreven, maar door Stuart Rahan. Ik nodig u uit het bovenstaande
stuk te vergelijken met de bespreking van Rahan, dan zult u tot
dezelfde conclusie komen. Euritha Tjan A Way, laag bij de grond als ze
is, plaatst haar naam onder een ‘recensie’ die zij niet geschreven
heeft. Wilt u ook weten waarom Rahan onder de naam van Euritha Tjan A
Way zo tegen mij tekeergaat, dan verzoek ik u onderstaande reactie van
mij op een column van hem te lezen, die op 19 oktober 2011 in De Ware
Tijd gepubliceerd is.

Nog een reactie van Julian With, uit zijn boek Kritieken, het schoonmaakmiddel van de geest:
‘Ik weet niet waar dit stuk toe moet leiden. Verduidelijking, hoop
of gewoon te uwer informatie. Als ontvanger mag de lezer er mee doen
wat hij wil. Reageren, ageren, distribueren of zoals van kranten vaak
gezegd wordt, vis mee verpakken. Neen, zoals een grote vriendin en
inspirator (Ja, ze weet het, ze weet dat ik het over haar heb!) mij
ooit zei: ‘Papier is geduldig, radio is vluchtig, tv flitst voorbij.
Morgen kan je bij het opruimen van de oude stapel kranten als een
fanatieke verzamelaar de helft terugleggen. Nogmaals lezen, herlezen,
terugleggen, weer oppakken en in een moment van verstandsverbijstering
ontdekken dat de inhoud waardevol is.’
Die is niet in geld uit te drukken. Als mens vertalen wij namelijk
alles naar geld, wat wij bereid zijn te betalen of te ontvangen. Niet
meer betalen, wel meer ontvangen. Je kennis neemt toe, je visie op een
onderwerp verbreedt. In de discussie je mondje roeren. De krant als
referentie gebruiken, want wat in de krant staat, is waar.
Journalisten liegen nooit. Het zou onethisch zijn als zij bewust de
waarheid verdraaien. Bij het tegendeel zou ik mijn abonnement
opzeggen. Ik zou mijn vis er niet eens in verpakt willen hebben. Neen,
hoe kan de journalist het gore lef hebben om zijn lezers niet serieus
te nemen. Neemt hij zichzelf überhaupt serieus?
Dat kan je wel van een journalist zeggen, maar vul er een politicus,
minister of ander willekeurige functie voor in. Kijken in de toekomst
is ons vreemd, voorspellen zal voorspellen blijven. Je beroepen dat je
geen invloed hebt op de toekomst, maar met de kennis achteraf krom
recht praten. De verantwoordelijkheid van je afschuiven, je handen in
de boezem van anderen steken in plaats de jouwe. Succes claimen,
verlies afschuiven. In de politiek bijvoorbeeld je voorgangers
natrappen, vergetend dat ‘na san den bigisma fu yu bori, na dati yu
abi fu nyan’. En kritiekloze aanhangers steeds weer roepen: ‘Geef
die man het voordeel van de twijfel.’
Het tempo in de wereld is verhoogd. Internet en sociale media
vertellen je binnen een paar minuten dat een tsunami op je afkomt. Pak
je spullen en vertrek naar hogere, drogere plekken. In Suriname hebben
wij de zaken juist omgedraaid. Wij willen meer tijd om zaken te
realiseren. Het tempo vertragen. Vier jaren waren te kort, er moest
een jaar bij. En reken maar dat die vijf jaren worden uitgezeten. Het
aantal termijnen is ook niet aan banden gelegd. De president zou bij
wijze van spreken zolang hij leeft de ambtsketen mogen dragen, zich
vereenzelvigen met de functie en steeds weer roepen: ‘De jeugd is de
toekomst van morgen.’ Geen dynamiek, geen verfrissende jonge ideeën
die je door jonge ambitieuze Surinamers laat ontwikkelen.
‘Stuart, waar gaat dit over. Waar wil je naartoe?’ Ik wil weten
waar wij over vijf jaren zijn, hoe het land er over tien jaar
eruitziet en vooral hoe er te komen na vijftien jaar. Pertaab
Radhakishun, minister-president in jaren tachtig van de vorige eeuw
beloofde ons het paradijs in 2000. Elf jaren na zijn streefdatum zit
het paradijs vol met overvolle klassen, die volgend jaar overvoller
zullen zijn, omdat leerkrachten geen duizendpoten zijn om elk van de
53 leerlingen evenveel aandacht te geven. Talenten verzuipen.
En genieën? Hoezo genieën! Wanneer werd het laatste genie ontdekt?
Minister Raymond Sapoen beloofde een vlekkeloze start van het nieuwe
schooljaar wetende dat hij die belofte niet kon waarmaken. Eerst
moesten familie, vrienden en partijgenoten geregeld worden dan had de
jeugd misschien een kans op aandacht. Papier is geduldig, radio is
vluchtig en tv flitst voorbij. Een oude tante van mij at krantenpapier
op in de hoop die kennis vast te kunnen houden. Zij kwam niet verder
dan de lagere school. Maar ik heb hoop, alleen is mijn geduld
behoorlijk vervuild geraakt.-.
taknangami@live.nl
Mijn reactie
Rahan,
Na dit stukje te hebben gelezen, realiseer ik mij dat je een luie
Surinamer bent die ervan uit gaat dat anderen niet door zullen hebben
hoe hij de kluit belazert. Je weet dat je niet elke week een onderwerp
hebt om over te schrijven en het risico is niet denkbeeldig dat een
slechte bijdrage van jou geweigerd wordt. Om dat te voorkomen heb je
besloten je in te likken bij Meredith Helstone. In de regel ziet jouw
soort donkere vrouwen niet zitten, maar als ze een positie hebben
waarin zij een bijdrage kunnen leveren aan de verbetering van je
armzalige financiële omstandigheden, dan zijn types als jij zelfs
bereid te likken.
Een column kun je niet beginnen met de zin: ‘Ik weet niet waar dit
stuk toe moet leiden.’ Als je dat niet weet, schrijf dan niet, sla
een week over. Je mist dan wel je honorarium van $ 25 maar
daartegenover staat dat je jouw hoofdredacteur, voor wie je het in de
krant van 27 augustus 2011 opnam, niet belachelijk maakt. Ben ik als
lezer de ontvanger van jouw stuk en kan ik de vis verpakken met jouw
column? Rahan, je hebt van een gezegde gehoord, maar past dat niet
correct toe. Je kunt met de krant de vis verpakken, maar niet met een
column. Stommerik! Wat voor prietpraat verkoop je de lezers van De
Ware Tijd? ‘Neen, zoals een grote vriendin en inspirator (Ja, ze
weet het, ze weet dat ik het over haar heb!) mij ooit zei: ‘Papier
is geduldig, radio is vluchtig, tv flitst voorbij…’.
Waar slaat jouw ‘Neen’ op? Nergens. Is er daarvoor een vraag
gesteld die je met neen kunt beantwoorden? Nee, dan mag je die zin
niet beginnen met een ontkenning. Wat is de toegevoegde waarde van het
leeghoofdig gewauwel van je inspirator en wat kan het mij als lezer
schelen dat ze weet dat je het over haar hebt? Denk je werkelijk dat
het citaat intellectueel imponeert? ‘Papier is geduldig, radio is
vluchtig, tv flitst voorbij.’ Ja, nou en?
‘Morgen kan je bij het opruimen van de oude stapel kranten als een
fanatieke verzamelaar de helft terugleggen.’ Dit is geen Nederlands.
Aan jou de taak uit te zoeken waarom die zin absoluut niet kan. Jij en
je inspirator weten niet wat verstandsverbijstering betekent, want in
tegenstelling tot wat je schrijft, kan een mens in die mentale
toestand nooit ontdekken dat de inhoud van wat dan ook waardevol is.
Vertalen we als mens alles naar geld? Waar haal je die wijsheid
vandaan? Dat jij stommiteiten produceert die Helstone noodgedwongen in
de krant publiceert, zodat jij je armzalige honorarium kan opstrijken,
rechtvaardigt de generalisatie niet dat ‘we als mens alles naar geld
vertalen’. Is er nog een andere hoedanigheid dan als mens, waarin
wij niet alles vertalen naar geld? Laat ik die zin hier voluit
citeren: ‘Als mens vertalen wij namelijk alles naar geld, wat wij
bereid zijn te betalen of te ontvangen.’ Rahan, Rahan, Rahan. Waarom
laat je je stuk niet lezen door iemand die ten minste de lagere school
doorlopen heeft, voordat je het naar de krant mailt, want die zin is
niet alleen taalkundig een monster, hij is inhoudelijk ook onzinnig.
‘Niet meer betalen, wel meer ontvangen. Je kennis neemt toe, je
visie op een onderwerp verbreedt. In de discussie je mondje roeren. De
krant als referentie gebruiken, want wat in de krant staat is waar.
Journalisten liegen nooit. Het zou onethisch zijn als zij bewust de
waarheid verdraaien. Bij het tegendeel zou ik mijn abonnement
opzeggen. Ik zou mijn vis er niet eens in verpakt willen hebben. Neen,
hoe kan de journalist het gore lef hebben om zijn lezers niet serieus
te nemen. Neemt hij zichzelf serieus?’
Ik kon na het lezen van dit fragment de narcoticabrigade op je
afsturen, want alleen een cocaïnesnuiver kan het presteren om zoveel
onsamenhangendheid te produceren in een tekst van zes regels. Die
Meredith Helstone heeft nog steeds niet geleerd van mijn kritiek. Wie
dit soort stommiteiten in een krant publiceert, geeft daarmee een
testimonium paupertatis af. Dat jij als cokegebruiker de lezer niet
serieus neemt, is te begrijpen, maar waarom stuurt Helstone je niet
een mailtje met het verzoek zo snel mogelijk een andere bijdrage te
leveren? Verkeert ze nog steeds in een toestand van euforische
satisfactie vanwege jouw publieke likdemonstratie van 27 augustus
2011? Nou, het blijkt dat je het heel goed gedaan hebt.
Je schrijft verder in je column: ‘Dat kan je wel van een journalist
zeggen’. Rahan, jouw laatste twee zinnen van de alinea ervoor luiden
als volgt: ‘Neen, hoe kan de journalist het gore lef hebben om zijn
lezers niet serieus te nemen (vraagteken en geen punt, JW). Neemt hij
zichzelf überhaupt serieus? De eerste woorden van de daaropvolgende
alinea luiden: ‘Dat kan je wel van een journalist zeggen, …’ Kun
je mij verklappen waar ‘Dat’ op slaat? Wat heeft: ‘Kijken in de
toekomst is ons vreemd, voorspellen zal voorspellen blijven’ te
maken met de vorige zin? ‘Je beroepen dat je geen invloed hebt op de
toekomst (dit is echt geen Nederlands, het werkwoord ‘zich
beroepen’ heeft een vast voorzetsel, maar dat weet hij niet, JW),
maar met de kennis achteraf krom recht praten.’ Rahan, Rahan, Rahan,
jouw Nederlands is abominabel. ‘… maar met de kennis achteraf krom
recht praten.’ Jij bent een echte Surinamer. Je schrijft voor een
krant in een taal die je niet beheerst, maar je voelt absoluut geen
aandrang om dat tekort weg te werken door het volgen van een
taalcursus. Ook deze zin laat zien dat je een functioneel analfabeet
bent: ‘De verantwoordelijkheid in de boezem van anderen steken in
plaats de jouwe.’
‘Succes claimen, verlies afschuiven. In de politiek bijvoor-beeld je
voorgangers natrappen, vergetend dat ‘na san den bigisma fu yu bori,
na dati yu abi fu nyan’. En kritiekloze aanhangers steeds roepen:
‘Geef de man het voordeel van de twijfel.’
Rahan, waar slaat dit koeterwaals op? Wat maalde er door je door
cocaïne verlamde neuronale cellen toen je deze rotzooi opschreef?
‘Het tempo in de wereld is verhoogd.’ Het tempo waarvan?
‘Internet en sociale media vertellen je binnen een paar minuten dat
een tsunami op je afkomt. Pak je spullen en vertrek naar hogere,
drogere plekken. In Suriname hebben wij de zaken omgedraaid.’ Rahan,
heb je mensen die door een tsunami bedreigd werden ooit met spullen
onder hun armen zien wegrennen? Zelfs de eenvoudige voorbeelden van
jou kloppen niet. Heeft Suriname ooit een tsunami gekend en heb je
toen kunnen waarnemen dat zij in de richting van de watermassa renden?
Want dat schrijf je.
Je hebt zeker op de lagere school geleerd dat het meervoud van het
woord jaar, ‘jaren’ is. Dus denk je dat als je vijf voor dit
zelfstandig naamwoord plaatst, je de meervoudsvorm moet schrijven.
Maar dat is onjuist, want in het Nederlands bestaat er een
betekenisverschil tussen vijf jaar en vijf jaren. Je had vijf jaar
moeten schrijven.
Wat moet de lezer met het volgende fragment? ‘De president zou bij
wijze van spreken zolang hij leeft de ambtsketen mogen dragen, zich
vereenzelvigen met de functie en steeds weer roepen: ‘De jeugd is de
toekomst van morgen. Geen dynamiek, geen verfrissende jonge ideeën
die je door jonge ambitieuze Surinamers laat ontwikkelen.’
Hoe ziet een jong idee volgens jou eruit en wat is de toekomst van
morgen? Is het mogelijk om ambitieuze Surinamers jonge ideeën te
laten ontwikkelen? Hoe moet ik mij dat proces voorstellen?
En om jouw onbeschaafdheid naar het lezerspubliek te accentueren, durf
je in je column de vraag aan je zelf te stellen: ‘Stuart waar gaat
dit over.’ Die vraag had je vanaf de eerste zin moeten stellen en
indien het antwoord ‘nergens’ was, dan had je direct de computer
moeten uitzetten. Jouw soort maakt misbruik van de zwakte die zwarte
mensen tegenover jullie demonstreren. Aangezien de hele redactie van
De Ware Tijd het niet zoveel kan schelen wat er in die krant wordt
afgedrukt, weet ik zeker dat je binnenkort weer van dit soort
lamlendige columns zal produceren en omdat Meredith Helstone nog
steeds nageniet van je likbeurt van 27 augustus, zal ze niet in staat
zijn jouw bijdrage te weigeren. Wat kan het mij schelen dat een aan
cocaïne verslaafde Surinamer in Nederland wil weten waar wij over
vijf jaar (niet jaren, JW) zijn? Wat kan het mij als lezer schelen dat
dit leeghoofd wil weten hoe het land er over tien jaar uit ziet en
‘vooral hoe er te komen over vijftien jaar?’ Het is een bekende
kwaal van veel Surinamers dat ze niet in staat zijn om zich aan het
onderwerp te houden waarover ze schrijven. Van jouw nietszeggend
gewauwel stap je, zonder dat daar enige aanleiding voor bestaat, over
naar de overvolle klassen in het onderwijs en we mogen ook lezen dat
talenten in deze klassen verzuipen. Wat een briljant inzicht van een
junkie. Dankzij jouw column weet heel Suriname nu dat talenten
verzuipen in klassen met meer dan 50 leerlingen.
Wat interessant om te weten dat je oude tante krantenpapier at in de
hoop die kennis (welke kennis?, JW) vast te kunnen houden. Zij kwam
niet verder dan de lagere school, schrijf je. Maar hoe ver ben jij
gekomen, Stuart Rahan? Zelfs de laatste zin in je column klopt niet.
Je schrijft: ‘Maar ik heb hoop, alleen is mijn geduld behoorlijk
vervuild geraakt.’ Je kunt van het woord ‘geduld’ van alles
zeggen, behalve dat het VERVUILD kan raken.

‘Met de zwarte Surinamer komt het nooit goed’

De Surinaamse criticus Julian With gooit de handdoek in de ring als het om de zwarte Surinamer gaat. Zijn nieuwste publicatie heet dan ook Het komt nooit meer goed.

In zijn boek zijn brieven en eerder verschenen columns opgenomen. With pakt mensen op een harde manier aan. Vooral de stadscreool moet het ontgelden. Zelf is hij Marron, maar dat die ook zwart zijn doet niet terzake: “Ik kan rationeel aangeven wat niet goed is.” Dat niemand luistert is voor hem onbegrijpelijk.

With haalt sociale gebruiken aan om zijn stelling te bewijzen, zoals het spaarsysteem kasmoni en de winti. Mensen raken erdoor in financiële problemen, zegt hij. “De winti brengt zwarte mensen naar de verdoemenis. Die geeft alleen maar adviezen om geld te spenderen.”

Dwaze ideeën

De zwarte gemeenschap brengt zichzelf in de problemen, vindt With. De gezinnen van vrouwen met kinderen van meerdere vaders leveren sterke vrouwen op, wordt vaak gezegd. “Maar het is geen normale gang van zaken. Laat je niet belazeren!” De stadscreool moet uit ‘zijn dwaze ideeën’ worden gehaald. Dat is zijn doel en daarom ontkent With dat hij iets tegen hen heeft.

Dat hij harde kritiek heeft op hele groepen mensen heeft hem veel aanvaringen opgeleverd, erkent With. “Er zijn idioten die zeggen dat ik een trauma heb, omdat ik in het binnenland geboren ben.” Hij wil met hen niet in discussie, want dat is volgens hem een onzinnige uitspraak. Zijn doel met zijn boek is dat voor de toekomst wordt vastgelegd dat er tenminste iemand was die zich druk maakte over ‘de schandalige wijze waarop zwarten met elkaar omgaan’.

[RNW, 25 augustus 2011]

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter