blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Wieringa Tommy

Ruth San A Jong naar Nederland en Indonesië

Ruth San A Jong bij de uitreiking van de Inktaapprijs op 24 maart j.l.
De prijs ging uiteindelijk naar Tommy Wieringa
De Surinaamse auteur Ruth San A Jong maakt op uitnodiging van het Vlaams-Nederlands Huis deBuren en de Taalunie een kleine tournee door de Lage Landen en vertrekt een dezer dagen naar de Indonesische hoofdstad Jakarta voor het internationale residentieproject citybooks (www.citybooks.eu).  Zij was eerder aanwezig bij de uitreiking van de Inktaapprijs, waarvoor zij genomineerd was (zie eerderbericht).
Ruth San A Jong met Franc Knipscheer, uitgever van haar onlangs herdrukte
verhalenbundel De laatste parade.

 

Op www.citybooks.eu worden stadsverhalen verzameld van Vlaamse, Nederlandse en andere auteurs. Deze verhalen schrijven zij naar aanleiding van een residentie van een of twee weken in een interessante maar niet voor de hand liggende stad. Oostende, niet Antwerpen; Sheffield, niet Londen en in het geval van Ruth San A jong wordt dat Jakarta. In Jakarta begint deBuren binnenkort aan een nieuwe Aziatische editie van het overwegend Europese project. Ruth San A Jong zal haar tekst ook inspreken voor podcasting. Daarnaast wordt de tekst vertaald naar het Engels, Frans en Bahasa Indonesia en ook in die talen ingesproken (door stemmenacteurs) als podcast én gepubliceerd als gratis te downloaden e-book.
deBuren nodigt dit voorjaar naast Ruth San A Jong een Vlaming (Annelies Verbeke), drie Indonesische auteurs en twee Indonesische visuele kunstenaars (een fotograaf en een videast) uit om een persoonlijk stadsportret te maken in het medium dat hun vertrouwd is. Deze aflevering van citybooks wordt georganiseerd in samenwerking met het Erasmus Taalcentrum te Jakarta, en met steun van de Nederlandse Ambassade in Indonesië.

Tommy Wieringa wint De Inktaap 2014

De genomineerden op een rij, v.l.n.r. Oek de Jong (in licht kostuum), Tommy Wieringa,
Ruth San A Jong, Peter Terrin
door Roderick Nieuwenhuis
 
Tommy Wieringa heeft De Inktaap 2014 gewonnen, de literaire jongerenprijs voor de winnaars van de grootste literaire prijzen in het Nederlandse taalgebied van het afgelopen jaar. Dat meldt organisator de Nederlandse Taalunie.
Wieringa’s roman Dit zijn de namen, waarmee hij vorig jaar de Libris Literatuur Prijs won, werd door ruim 1.500 scholieren van 120 scholen uit Vlaanderen, Suriname en Curaçao gekozen als favoriet.
Die keuze ging ten koste van Pier en Oceaan van Oek de Jong (winnaar Gouden Boekenuil 2013), De laatste parade van Ruth San A Jong (Caribische nominatie) en Post Mortemvan Peter Terrin (AKO Literatuurprijs 2012).
Ruth San A Jong
Wieringa ontving de prijs deze middag in Rotterdam in het bijzijn van duizend scholieren.
De Inktaap is een initiatief van de Nederlandse Taalunie, Canon Cultuurcel van het Departement Onderwijs en het departement Cultuur van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap en Stichting Lezen Nederland. De Inktaap wordt uitgevoerd door stichting Passionate Bulkboek uit Rotterdam, Villanella uit Antwerpen en de Nederlandse Taalunie in Suriname en Curaçao.
De prijs werd in het verleden onder andere gewonnen door Yves Petry (2012), Robert Vuijsje (2010), A.F.Th. van der Heijden (2009), Tom Lanoye (2004) en Harry Mulisch (2003).
[uit NRC.nl, 24 maart 2014]

Tommy Wieringa in de Letterij en de Pletterij

Op 26 februari, tien dagen voor het begin van de Boekenweek, is Tommy Wieringa, schrijver het Boekenweekgeschenk 2014, de hoofdgast in Letterij, het maandelijkse boekenprogramma van Uitgeverij In de Knipscheer in de Pletterij. Hij zal bij die gelegenheid aan Tjeerd Ybeles Smit, de tweede auteur in het programma, het eerste exemplaar overhandigen van diens roman Bijverschijnselen.
Naar verwachting zal Tommy Wieringa vooral lezen uit het aanstaande Boekenweekgeschenk Een mooie jonge vrouw en uit zijn jongste roman Dit zijn de namen. Tommy Wieringa (1967) brak door met zijn vierde roman Joe Speedboat (2005). Zijn meest aansprekende romans daarna zijn Caesarion (2009) en Dit zijn de namen (2012). Zijn werk werd bekroond met o.a. de Ferdinand Bordewijkprijs en de Libris Literatuurprijs, de laatste in 2013. Hij is tegenwoordig columnist voor de GPD-dagbladen, waaronder het Haarlems Dagblad.
Bijverschijnselen, het tweede boek van Tjeerd Ybeles Smit. Hij ontvangt het eerste exemplaar uit handen van Tommy Wieringa. Gaat Wieringa’s Dit zijn de namen over het ontstaan van religie, Ybeles Smits roman Bijverschijnselen gaat juist over het einde ervan. Zowel Tommy Wieringa als Tjeerd Ybeles Smit waren in de begintijd van Sp!ts jarenlang columnist voor deze gratis dagkrant.

In het ‘voorprogramma’ vindt de presentatie plaats van

Sterven doe je zo, waarover de pers onder meer schreef: ‘Provocerend’ (Leeuwarder Courant), ‘Professioneel’ (Biblion), ‘Humor’ (Literatuurplein), ‘Onderkoelde geestigheid’ (Antilliaans Dagblad), ‘Heel apart’ (Ansiel), ‘Prachtig’ (Nederlands Dagblad).

Tjeerd Ybeles Smit (1944) wordt gezien als een literaire laatbloeier. Hij debuteerde in 2012 met de novelle

De avond wordt gepresenteerd door Franc Knipscheer, de gesprekken met de auteurs worden dit keer gevoerd door Guus Bauer .

Locatie: Pletterij, Lange Herenvest 122, Haarlem. Aanvang: 20.00 uur. Zaal open: 19.30 uur. Toegang 5 euro.
Vooraf reserveren op: reserveren@pletterij.nl of 023 542 3540.

Degenen die sinds 2009 de maandelijkse literaire avonden in de Pletterij volgen weten het:  de interviews met de gastschrijvers worden steevast  gehouden door redacteur en radiopresentator Peter de Rijk. Op 26 februari 2014 is Peter de Rijk evenwel verhinderd. Hij wordt die avond vervangen door Guus Bauer.
Guus Bauer is schrijver, uitgever en recensent. Op Literatuurplein.nl [ http://www.literatuurplein.nl/recensies.jsp ] zijn honderden recensies over werk van en interviews met auteurs uit binnen- en buitenland van zijn hand te lezen. Daarnaast is Guus Bauer columnist op het literair weblog Tzum.

Cultuur Top Vijf 2013 Werkgroep (5)

Het eind van het volle jaar 2013 zit er bijna op. Caraïbisch Uitzicht vroeg alle leden van het Bestuur, de Adviesraad van de Werkgroep Caraïbische Letteren en de mensen die dit jaar een opdracht kregen om hun top-vijf van culturele evenementen die zij het afgelopen jaar hebben bijgewoond of de beste boeken die zij lazen. Vandaag de vijfde aflevering: bijzonder hoogleraar Nederlands-Caraïbische literatuur en Werkgroepsbestuurslid Michiel van Kempen.

Dave MacDonalds Tiriband op de Lustrumviering
1. 
De Lustrumviering van de Werkgroep Caraïbische Letteren op 6 december was voor mij het absolute hoogtepunt van het jaar, en misschien wel van het bestaan van de Werkgroep. Buitengewoon hoge kwaliteit, buitengewoon divers, bomvolle zaal, geweldige sfeer. En dat het mogelijk is composities in opdracht van deze kwaliteit “af te dwingen”! Petje af voor Randal Corsen (die dit jaar ook nog tekende voor de eerste Antilliaanse opera Katibu di shon!) en René Samson.

2.

 

Wat een teleurstelling toen Maria João Pires wegens ziekte geen pianoconcert van Chopin kon spelen in Boedapest. En wat een buitengewone verrassing toen de voor mij volstrekt onbekende Dénes Várjon in haar plaats een virtuoze Mozart neerzette, met een wit overhemd flapperend uit zijn broeksband. Fijnzinnig begeleid door het  Boedapest Festivalorkest onder leiding van Iván Fischer.
3.
Tommy Wieringa’s roman Dit zijn de namen – je moet toch wel een hansworst van een minister-president zijn, wil je nog volhouden dat moderne auteurs niet over de sociale actualiteit schrijven; Wieringa’s prachtige roman over vluchtelingen en corruptie bewijst hoe dat op het hoogste niveau kan.
4.
De aanschaf van Reizen en lotgevallen van Gustaaf Westerman in de Nederlandsch Westindische bezittingen (1843) van A.E. van Noothoorn, de Gentse uitgave bij Snoeck Ducaju en Zoon; niet in Van Doorne & Van Kempen 1995!, wel in de Universiteitsbibliotheek Gent. En van Een Beschavingswerk (1923) van Ultimus (R.A.P.C. O’Ferrall), de eerste in Suriname uitgegeven moderne roman, die ik al wel had gelezen en uitvoerig beschreven in Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur. Jaren gezocht en nu gevonden. Het eenvoudige geluk van de verzamelaar.
5.
Van de vele exposities over 150 jaar herdenking slavernij was voor mij de prachtigste die over het boek en de slavernij bij de afdeling Bijzondere Collecties van de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam. Ik heb héél veel “West-Indische” boeken in mijn leven gezien, maar nog nooit zoveel moois, unieks en onbekends bij elkaar.

Bibliotheek Tropeninstituut ontmanteld wegens bezuinigingen

De bibliotheek van het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) moet per 1 augustus sluiten als gevolg van bezuinigingen door de rijksoverheid. Voor de collectie wordt nog gezocht naar een goed onderkomen, maar een deel verdwijnt mogelijk in de papiercontainer. read on…

Rails worden sterk door dwarsliggers

door Eric de Brabander

Afgelopen week zag ik op ‘Uitzending gemist’ een aflevering van De Wereld Draait Door waarin presentator Matthijs van Nieuwkerk Mart Smeets het vuur aan de schenen legde over de doping in de wielrennerij. Hij hield Smeets voor dat in de tijd dat Lance Armstrong de Tour de France overheerste, het binnen de gesloten gelederen van de wielersport, allang duidelijk was dat er op grote schaal met doping gefraudeerd werd. Hij vroeg Smeets, die toch duidelijk tot de fiets-incrowd behoort, of het niet zijn taak als sportjournalist was geweest deze dopingzaken openbaar te maken. Of het niet een schande was dat de journalistiek had meegewerkt aan het boerenbedrog dat de wielersport zoveel jaren was geweest.
Smeets, een grote zelfovertuigde man die al jaren het Nederlandse icoon was van de wielerjournalistiek viel van zijn voetstuk af. Hij haalde ongemeen fel uit naar Van Nieuwkerk. En plein public siste hij: ‘Als je dat denkt dan ben je nog stommer dan dat je eruit ziet.’
Dit televisieoptreden van Mart Smeets vond plaats na de presentatie van Dwarsliggers met als ondertitel Tegenspraak onder schaamteloos leiderschap. Had hij het maar gelezen. Dan was hij misschien niet zo afgegaan.
Aart Broek die van 1981 tot 2001 op Curaçao woonde en werkte, schreef tien jaar geleden het boek De terreur van schaamtewaarin hij liet zien dat geweld van Curaçaose en Marokkaanse jongeren in Nederland niet terug te herleiden zijn naar culturele verschillen, maar naar schande en schaamte voor de barrière die ervoor zorgt dat ze geen deel uitmaken van de Nederlandse samenleving. De terreur van schaamte gaf een nieuwe visie over hoe gewelddadig gedrag verklaard maar ook aangepakt kan worden. Het essay was aanleiding voor de Nederlandse politiek om het beleid aangaande Antilliaanse en Marokkaanse jongeren over een andere boeg te gooien.

 

Laocoon en zijn zonen. Vaticaans Museum
Dwarsliggers gaat op hetzelfde gegeven een stuk verder. Schaamte als oorzaak van falend beleid in bedrijven en overheden. De auteur maakt gebruik van een stuk eigen ervaring toen hij na twintig jaar Curaçao een baan aangeboden kreeg in Katwijk. Een wethouder belastte hem met het tot stand brengen van een fusie tussen twee socialewerkvoorzieningbedrijven. Een fusie die lang gepland en politiek voorbereid was door diezelfde wethouder, maar waar zoveel haken en ogen aan zaten dat ze voor Aart Broek als projectuitvoerder niet haalbaar bleek. Broek, de brenger van de boodschap werd als dwarsligger weggezet. De wethouder sloeg net zolang om zich heen, alle waarschuwingen naast zich neerleggend, tot de fusie tot stand gekomen was. Waarna het met beide bedrijven verschrikkelijk misging.
Bij tegenspraak lijkt het prestige van zittende bestuurders op het spel te staan. Respect wordt schaamte. Om dat te voorkomen worden de gelederen gesloten. De dwarsligger wordt afgeserveerd en de plannen worden, tegen beter weten in, doorgevoerd. Zo is het gegaan met de Betuwelijn, een project dat miljarden verslonden heeft, ondanks alle tegenwerpingen. Zo ging het met de bancaire crisis. De econoom Rajan zette in 2005 al uiteen hoe en waarom de crisis zich zou aandienen bij ongewijzigd kredietverlenend beleid. Hij werd genegeerd. Drie jaar later donderden de eerste financiële instellingen om.
De oorlog in Vietnam is ook zo een enorm fout gelopen debacle waar de waarschuwers als onvaderlandslievend weggezet werden. En dan de vernietiging van Troje waar de waarschuwingen van de hogepriester Laocoon het paard niet de stad in te slepen, in de wind geslagen werden en de historie Laocoon door zeeslangen de Middellandse zee in laat trekken en laat verslinden.
Aart Broek maakt in zijn essay duidelijk dat schaamte niet iets exclusiefs is voor de Japanse, Curaçaose of Marokkaanse samenlevingen die zouden worden gekenmerkt door een ‘schaamtecultuur’.
Schaamteopwekkende praktijken van alle windstreken zijn bijvoorbeeld uitsluiting, langdurige pesterijen op school of op de werkvloer, emotionele verwaarlozing, huiselijk geweld, seksuele intimidatie en verkrachting. Alle vormen van vernedering en uitsluiting leiden tot gedrag dat schaamte en schande dient te voorkomen, ten koste van alles.
Tommy Wieringa (met papier in hand) in debat in 2010

 

In Joe Speedboat, de veelgeprezen roman van Tommy Wieringa is dit een motief. Wieringa zelf zei hierover toen hij over zijn bestseller geïnterviewd werd: ‘Wie niet ziet wat beschaming en uitsluiting tot gevolg heeft is gek. Mensen zijn voor het grootste deel van hun leven op zoek naar warmte. Een aapje dat kan kiezen tussen twee moeders, een van staal met voedsel, of een van badstof zonder, kiest de moeder van badstof. Warmte en genegenheid, eeuwige baby’s zijn we, die elkaar vlooien.’
Deze menselijke eigenschap zorgt ervoor dat het op maatschappelijk niveau nogal eens misgaat. De valkuilen die ons beperkte cognitieve vermogen opwerpen vereisen gefundeerde tegenspraak. Kennis over ons individuele cognitieve vermogen, en hoezeer dat gedebiteerd wordt door schaamte, maakt het mogelijk met tegenspraak te leren omgaan.
Aart G. Broek. Foto @ Michiel van Kempen

 

Aart Broek studeerde communicatiewetenschappen, sociologie en criminologie. Hij promoveerde op een onderzoek naar de propagandapraktijk van de Rooms Katholieke missie op de Benedenwinden. Eerdere boeken van hem zijn Het zilt van de passaten; essays over Caribische cultuur, De kleur van mijn eiland; Ideologie en schrijven in het Papiamentu sinds 1863, De terreur van schaamte en Geboeid door macht en onmacht;  De geschiedenis van de politie op de Nederlandse Antillen.
Met Dwarsliggers;  Tegenspraak onder schaamteloos leiderschap, een prachtig in harde kaft uitgegeven boekje van 116 bladzijden, heeft hij laten zien dat het haalbaar is gefundeerde tegenspraak in een organisatie te integreren, waarbij de beheersing van schaamte-ervaringen centraal staat. ‘Rails worden sterk door dwarsliggers’, zo zegt hij zelf. ‘Mensen ook!’
Maar voor Mart Smeets geldt een ander gezegde. ‘Als je geschoren wordt moet je stilzitten.’
[uit Antilliaans Dagblad, zaterdag 18 mei 2013]
Aart G. Broek
Dwarsliggers;  Tegenspraak onder schaamteloos leiderschap
Essay
Uitgeverij In de Knipscheer, Haarlem 2013
Genaaid gebonden, 120 blz., € 17,90
ISBN 978-90-6265-826-8

De laatste parade genomineerd voor Inktaap 2014

Ruth San A Jong

De verhalenbundel De laatste parade van de Surinaamse schrijfster Ruth San A Jong is genomineerd voor de Inktaap 2014. Het betekent dat dit boek meedoet met nog drie andere boeken. Het zal gelezen worden in Nederland, Vlaanderen, Curaçao en Suriname door middelbare scholieren die meedoen aan de Inktaap en hun stem kunnen uitbrengen op wat zij het beste boek vinden.

De andere genomineerden zijn Oek de Jong met Pier en oceaan (Gouden Boekenuil), Peter Terrin: Post Mortem (AKO Literatuurprijs) en Tommy Wieringa: Dit zijn de namen (Libris Literatuurprijs).

Tommy Wieringa wint Libris Literatuurprijs 2013

Tommy Wieringa heeft de Libris Literatuur Prijs 2013 gewonnen voor zijn roman Dit zijn de namen. De winnaar werd vanavond in het Amstel Hotel in Amsterdam bekendgemaakt door Clairy Polak, voorzitter van de jury.
Tommy Wieringa met Lilian Gonçalves bij het erediner voor Derek Walcott van de Werkgroep Caraïbische Letteren. Foto Bert Nienhuis
De jury prees het boek van Wieringa voor ‘de stilistische bravoure, de filosofische diepgang, de aforistische kracht, de hecht getimmerde compositie, de originele beeldenpracht’. De auteur noemde de prijs bij het in ontvangst nemen ervan ‘een vergissing in mijn voordeel’. De avond beleefde hij als ‘heel gelukzalig’.

Wieringa vertelde in programma Nieuwsuur dat hij het boek schreef vanuit de vraag: wat is de kiem van religie? ’96 procent van de wereld gelooft in een opperwezen, dat is iets ongelooflijks. Hoe komt dat? Daar wilde ik naar op zoek.’

Aan de prijs is een geldbedrag verbonden van 50.000 euro. De Libris Literatuur Prijs wordt elk jaar toegekend aan het beste Nederlandstalige literaire fictieboek van het afgelopen jaar. Het is de 20ste keer dat de prijs werd uitgereikt. Polak en de vier andere juryleden bogen zich over 170 ingezonden romans.

Wieringa’s boek Dit zijn de namen kreeg vijf sterren in de Volkskrant. Het werd als volgt gerecenseerd door Daniëlle Serdijn.

Recensie Tommy Wieringa, Dit zijn de namen
‘Hij weet dat ze vooruitgeschoven posten zijn van hun familie, hun dorp, hun gemeenschap. In hun voetspoor reist een onzichtbaar gezelschap van vaders, moeders, broers, zusters, ooms en tantes en neven en nichten mee. Op hen is alle hoop gevestigd. Zij zijn het pioniersgewas – alles kun je ze aandoen, honger, dorst, hitte en kou, ze zullen alles overleven.’

Profetische regels in de nieuwe roman van Tommy Wieringa, die zich afspeelt in het meest onherbergzame deel van Oekraïne. De roman begint in Michailopol, een onvindbare grensstad ergens in de steppe. Het ligt er volstrekt verlaten en afgesloten van de wereld. We volgen er de bezigheden van de 53-jarige politiecommissaris Pontus Beg. Lichtpuntje in zijn Oostblokgrauwe wereld is de maandelijkse vrijpartij met zijn huishoudster. Pontus’ kinderloze bestaan biedt een even desolate aanblik als het landschap.

In een tweede verhaallijn lezen we over de helletocht van een groep vluchtelingen. Wieringa vertelt hoe ze huis en haard verlaten om een betere toekomst te vinden. De één is op de vlucht, de ander denkt een uitverkorene te zijn en weer een ander vertrouwt erop meer geld te zullen verdienen in het nieuwe land. De oeverloosheid van de tocht maakt de reis tot een moderne exodus naar het Beloofde Land. Wieringa’s verhaal stapt losjes mee met die geschiedenis.

Lees hier de volledige recensie.
Lees hier meer over de andere genomineerden.

[uit de Volkskrant, 6 mei 2013]

Stijlvol sterven (1)

Wat betekent een huis. De muren rond een holte. Het betekent binnen, het beschermt je tegen buiten. Nu stond binnen op het punt buiten te worden.


door Peter Meel
.
Een van de attracties van de roman Caesarion van Tommy Wieringa is de overdonderende aanwezigheid van de vader van hoofdpersoon Ludwig Unger. De uit Oostenrijk afkomstige Bodo Schultz is een conceptueel kunstenaar, die visionaire en groteske projecten realiseert die doordrenkt zijn van haat en vernietigingsdrang. De misantropische en gewelddadige kanten van deze duistere figuur worden door Wieringa met veel stilistische brille geschilderd. Als vader heeft Schultz voor Ludwig nooit echt bestaan. Hij was afwezig in het gezin waarin Ludwig alleen met zijn moeder opgroeide. Met deze vrijgevochten vrouw onderhield hij een obsessieve relatie. Voor Ludwig bestaat Schultz uit fragmentarische herinneringen die hij vooral aan anderen ontleent. Omdat zijn verwekker hem in de geest blijft achtervolgen, kan de rusteloze Ludwig niet anders dan naar hem op zoek gaan. Zijn Vatersuche brengt hem naar de Panamese jungle waar hij zijn vader inderdaad weet op te sporen. Nadat Schultz hem tot het uiterste heeft uitgedaagd, gesard en vernederd, slaat de zoon hem in een vlaag van onbedwingbare woede in elkaar. Bij het verlaten van diens woning laat Ludwig de as van zijn overleden moeder achter. De vader, overvallen door dit gebaar, heeft niet het minste vermoeden dat hij voor de gek wordt gehouden. Ludwig glorieert. Voor hem heeft de wraakneming een louterend effect. Hij slaagt erin zich van zijn complexen te bevrijden en een nieuw leven beginnen.

 

Wieringa is niet de eerste auteur die over een problematische vader-zoon relatie schrijft. De wereldliteratuur – Caesarion verwijst er frequent naar – is er vol van. Ook in de Caraïbische letteren is het een veel voorkomend thema. Een mooi voorbeeld hiervan is het werk van de Surinaamse dichter Bernardo Ashetu, schrijversnaam van Hendrik George van Ommeren (1929-1983). Ashetu was de zoon van de arts (gepromoveerd gynaecoloog), (eigenzinnig) volksvertegenwoordiger en (korte tijd) parlementsvoorzitter Hendrik Carel van Ommeren (1896-1996). Ter inleiding bij Yanacuna (1962) – de eerste (en enige bij zijn leven verschenen) bundel van Ashetu – schreef Cola Debrot enigszins ontwijkend dat de hierin opgenomen gedichten grotendeels geschreven waren ‘uit het klimaat van onzekerheid, die men ook als crisis of schemertoestand pleegt aan te duiden.’ Hij stelde dat Ashetu’s ‘sensitief registrerende’ poëzie betrekking had op ‘de vervreemding en ontheemding van het steeds meer toenemende aantal displaced persons uit de twintigste eeuw’.
Inmiddels weten we dankzij de inspanningen van de grootste promotor van Ashetu’s werk, Michiel van Kempen, dat achter de crisis van de dichter behalve een maatschappelijk verhaal vooral een persoonlijke geschiedenis schuilging. Van Kempen benoemt het perspectief van waaruit Ashetu schreef zonder omhaal: zijn beleving van en identificatie met de geschiedenis en cultuur van de zwarte mens (als gemengd zwart-joodse man) en de getroebleerde relatie die de dichter met zijn vader onderhield. In een artikel in de Poeziëkrant (2000) – een tekst die in een licht herziene versie als nawoord in de prachtige bloemlezing Dat ik je liefheb (2011) is opgenomen – maakt Van Kempen duidelijk dat Ashetu’s vereenzelviging met de zwarte cultuur botste met de Eurocentrische opvattingen van zijn vader, voor wie assimilatie aan de Nederlandse cultuur en het verwerven van kennis van de Europese geschiedenis de sleutel waren voor persoonlijke ontplooiing en maatschappelijke vooruitgang. Dat vader Van Ommeren die levenshouding dwingend aan zijn omgeving oplegde, bleek onder andere uit zijn gewoonte om zijn kinderen de klassieke Griekse mythen en sagen te onderwijzen en deze streng te overhoren. Ook in het parlement kon hij onvermoeibaar over deze antieke verhalen uitweiden. Maat houden behoorde niet tot zijn sterkste eigenschappen en een dwingend verband tussen zijn verbale excursies en de Statenagenda was er zelden. Het kenmerkte de rechtlijnigheid en dominantie van vader Van Ommeren, die de affiniteit van zijn zoon met de expressies van zwarte taal en cultuur weghoonde en diens loopbaan als telegrafist en marconist met onverhulde minachting bezag. Diens dichterschap stuitte eveneens op zijn cynische afwijzing. Van Kempen: ‘Geen vers wilde Bernardo Ashetu na zijn debuut nog publiceren, omdat hij koste wat het kost wilde vermijden dat iemand hem nog ooit in relatie zou brengen met de naam Van Ommeren, die hij niet enkel associeerde met de gehate vader, maar ook met het slavenverleden.’ In 1975 werd bij Ashetu de diagnose schizofrenie vastgesteld. Hij overleed acht jaar later aan de gevolgen van darmkanker. Tot zijn nalatenschap behoren 31 ongepubliceerde dichtbundels.
Veel gedichten gaan bij Ashetu over ontheemding en vervreemding, over het bezweren van demonen en over ‘de uithoeken van zijn eigen complexe verhouding tot leven en dood’, zoals Van Kempen het kernachtig samenvat. Hugo Pos benadrukte in zijn inleiding tot de Surinaamse literatuur in Tirade (1973) treffend de psychedelische kanten van Ashetu’s poëzie. Hij sprak over ‘een zachte bedwelming van kleuren, dampende, brandende, aan de wiskunde verwante bloemen, klanken, veel klanken, Waripa, Tamassa, Asamar, dolken, onschatbare marihuana. Terwijl anderen bewust creëren lijkt het alsof het scheppingsproces bij hem onbewust geschiedt. Dit geeft aan zijn verzen iets onafs, iets van een droom, die bij het ontwaken al voor een deel vervluchtigd is. Wat overblijft is van een mateloze droefheid.’ Er is in Ashetu’s verzen inderdaad veel aandacht voor schoonheid, breekbaarheid en verfijning. Deze sensaties worden met chirurgische precisie opgeroepen en hebben in hun uitwerking op de lezer soms een hallucinerend effect. Meer dan eens echter nemen de door de dichter beschreven ervaringen een wending waardoor wonderen, beloften, verwachtingen en geluksgevoelens op zijn best tijdelijk blijken, maar vaker nog illusies zijn.
Nergens vinden al deze elementen mijns inziens een beter cumulatiepunt dan in het gedicht dat van alle poëzie van Ashetu het vaakst in druk is verschenen: ‘Marcel’. Ashetu nam het zelf op in Yanacuna, Van Kempen gaf het een plaats in Marcel en andere gedichten (2002) en in Dat ik je liefheb. Alleen in de bloemlezing die Gerrit Komrij uit het werk van Ashetu samenstelde, Dat ik zong (2007), ontbreekt het vers. ‘Marcel’ kan worden getypeerd als een volmaakt gedicht. Naar vorm, klank en ritme is het van een bijna beangstigende perfectie, maar ook inhoudelijk kan het worden gezien als een voltreffer. Van Kempen doet in het eerder geciteerde artikel de aanbeveling Ashetu’s poëzie vooral te lezen vanwege haar esthetische kwaliteiten. Veel verder dan associëren kom je volgens hem niet als je op zoek gaat naar de betekenis van de woorden die de dichter gebruikt. Komrij noemt in de inleiding van Dat ik zong Ashetu’s poëzie ‘surreëel symbolisme’ en kwalificeert het pad van de symboolduiding als ‘verdomd glad’, maar ook ‘verdomd verleidelijk’. Stellig: ‘Je hebt gewoon alle vrijheid.’ Die vrijheid neem ik graag in een poging Ashetu’s in zichzelf besloten poëtisch universum van een buitenwereld te voorzien (zie motto uit Caesarion hierboven). Dat is naar mijn mening mogelijk als bij het interpreteren van dichtregels biografische en historische gegevens worden betrokken, uiteraard met de terughoudendheid die daarbij past.
[vervolg, klik hier]

Writers Unlimited 2012: Surinamers dromen altijd!

door Stuart Rahan

Den Haag – De één is angstig, de ander wil een perceeltje aan de Saramaccarivier met een hangmatje en voor de derde ligt de toekomst van Suriname in de lucht. Drie verschillende dromen voor drie van origine Surinaamse schrijvers tijdens het literatuurfestival Writers Unlimited 2012. Karin Amatmoekrim, Sheila Sitalsing en Anil Ramdas hebben, onder leiding van presentatrice Noraly Beyer, hun dromen met het publiek gedeeld. Het uitgangspunt was de beroemde speech van dr. Martin Luther King “I have a dream”.

Deze zeventiende editie van het Winternachtenfestival had als thema “Keep on dreaming”, naar aanleiding van de verschillende crisissen, die de wereld momenteel doormaakt. Een economische crisis, een financiële crisis en de Arabische Lente. Een variatie op wat zich in Noord-Afrika afspeelt, was de discussie of er een ‘Hollandse Lente’ moest komen en hoe die zich zou moeten voltrekken. De schrijvers Kader Abdolah (Iran) en Tommy Wieringa (Nederland) stonden tegen over elkaar. Kader Abdolah vond de Nederlandse samenleving een eenheid, terwijl Tommy Wieringa de peroxide Geert Wilders als een splijtzwam bestempelde.

Vier Surinamers die droomden over hun ideale vaderland. V.l.n.r. Noraly Beyer, die het gesprek leidde, de schrijvers Sheila Sitalsing, Karin Amatmoekrim en Anil Ramdas tijdens de zeventiende editie van het jaarlijkse literatuurfestival in Den Haag, Writers Unlimited.

Satellieten en vliegtuigen
Schrijfster Karin Amatmoekrim heeft, met betrekking tot Suriname, angstdromen dat de huidige president Desi Bouterse nooit meer afstand zal nemen van het presidentschap. In haar gelezen column “De hoop en niet de verwachting”, ziet zij een herhaling van de jaren 1980 en 1982. Waar die angst nou precies op gebaseerd is, werd niet duidelijk. “Je kunt niet over Suriname praten zonder het niet over Bouterse te hebben. Ik hoop op een leider die Suriname verdient. Geen boef of drugsbaron.”
Toch blijkt in haar overpeinzing, de persoon van Desi Bouterse niet alle credits te hebben verloren. Amatmoekrim begrijpt heel goed dat Bouterse gekozen heeft voor verbeterde en intensievere samenwerking met het Caraibisch Gebied en zich niet meer richt op de traditionele samenwerkingsverbanden met Nederland en Europa.
Anil Ramdas noemde Cuba en Venezuela cynisch de partners van Bouterse in het Caraibisch Gebied. Volgens Amatmoekrim roept Ramdas maar wat aan de kantlijn, in plaats van zelf te participeren in de ontwikkeling van het land. “Ik begrijp Surinamers heel goed als zij dan roepen: Waar bemoei jij je mee.”
Volgens Ramdas ligt de toekomst van Suriname niet in de landbouw, mijnbouw noch in de bosbouw of de olie. “De toekomst van Suriname hangt in de lucht. In satellieten en vliegtuigen vol Surinamers die naar hun geboorteland terugkeren.” In zijn relaas, dat veel weg had van een anti-Suriname-pleidooi, kon Ramdas weinig zaken bespeuren die goed waren. Toch kan hij geen afstand nemen van zijn geboorteland, het land waar hij zijn eerste kus en vriendin heeft gehad. “Ik eigen mij dat land toe, maar Suriname is niet mijn droom.” In zijn bijdrage droomt hij dat Suriname de 21ste eeuw gaat halen. Leiders als ex-president Ronald Venetiaan ziet hij als mensen die bewust moderne ontwikkelingen hebben tegengehouden. Het land is niet meegegaan met IT en internetgebied.

Wet op zestigplussers
In een gesprek met een vriend, onderdirecteur van de posterijen in Paramaribo, kon Ramdas zich niet voorstellen dat de onderdirecteur de hele stad van WIFI kon voorzien maar het naliet. De reden lag volgens hem in het feit dat de man niet over technische en financiële middelen beschikte, niet de juiste functie bekleedde en zijn superieuren van het ministerie van TCT er geen oor naar hadden. “Suriname heeft geen dromers meer. Albert Helman en Frank Essed (foto rechts) waren grote dromers. Essed heeft het achterland opengelegd”, beperkt Ramdas zich. Zelfs zijn Surinaamse privé taxichauffeur moest het ontgelden. De man droomt van een rijk leven met de kweek van pitbulls. Maar elke keer als er een worp is, zijn de puppies binnen enkele dagen dood. Voor elke pup zou de taxichauffeur 900 Surinaamse dollars kunnen verdienen. “Hou op met je pitbullshit. Blijf de gewone taxichauffeur”, sneerde hij de man. Volgens Ramdas zou de overheid Surinaamse studenten in de gelegenheid moeten stellen een studie in het buitenland te voltooien. Bij terugkomst krijgt dan elke afgestudeerde een perceel met een huisje erop.
In de droom vergeet Ramdas echter, dat nergens ter wereld deze luxe vergeven wordt. In het rijke westerse Nederland bijvoorbeeld begint het gros van de afgestudeerden hun maatschappelijke carrière namelijk met het aflossen van hun studieschuld. Toch heeft de vermaarde Surinaamse schrijver één grote droom: Het aannemen van een wet die zestigplussers in Suriname verbiedt, zich verkiesbaar te stellen voor een politieke functie. “Wij willen geen bejaarde leiders die in het verleden leven.”

[uit de Ware Tijd, 24/01/2012]

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter