blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Van Reybrouck David

‘Wie vrede kent, vrede brengt’

door Christine F. Samsom

‘We moeten leren samenleven als broeders, of samen ten onder gaan als dwazen.’ Deze uitspraak van Martin Luther King staat als motto voorin het boekje Vrede kun je leren van de bekende historicus en schrijver David van Reybrouck en zijn al even beroemde vriend Thomas d’Ansembourg, jurist en psychotherapeut. Martin Luther King is één van de drie personen die uitgroeiden tot leiders van geweldloze bewegingen tegen kolonialisme, rassendiscriminatie, en sociale ongelijkheid en zij zijn onderwerp van een expo in Amsterdam. Vandaar dat dit boekje hier wordt besproken. read on…

Waarde en waardigheid (9)

door Willem van Lit

Dit is deel 9 van hoofdstuk 2 van Cariben laten we het onmogelijke vragen

“Imperialisme is toegepaste planimetrie, de kunst om bollen in het platte vlak en werelden in tabellen weer te geven. De heer bepaalt de schaal. Soeverein is degene die over de vervlakking beslist. Alleen datgene laat zich veroveren wat zich met succes van een dimensie laat beroven”. read on…

Curaçao: vijfde maal Literatuurfestival Krusa Laman

Curaçao tekent voor de vijfde editie van het Internationaal Literatuurfestival Krusa Laman Writers Unlimited Willemstad
Tussen 12 en 22 april 2012 wordt op Curaçao voor de vijfde keer het internationale literatuurfestival Krusa Laman-Writers Unlimited Curaçao georganiseerd.
Krusa Laman/Crusa Lama/Crossing the Seas is een schrijverstournee van het Internationale Literatuurfestival Writers Unlimited Den Haag (voorheen Winternachten), dat sinds 2003 op Curaçao, Aruba en Sint Maarten wordt gehouden.
Op Curaçao is de Fundashon pa Planifikashon di Idioma, FPI (Stichting voor Taalplanning), partnerorganisatie van Writers Unlimited Den Haag. Zo coördineert en organiseert de FPI samen met andere partners op het eiland de meeste activiteiten van het festival.Naast internationale auteurs als Rodaan Al Galidi (Irak/Nederland), Petina Gappah (Zimbabwe), Helon Habila (Nigeria) en David Van Reybrouck (België) doen ook lokale auteurs, artiesten en muzikanten mee: Richenel Ansano, Lucille Berry-Haseth en Cathleen Giterson (dichters), Miriam Sluis (auteur), Sheila Payne en Guineta de Palm (verhalenvertellers), Rhazul en zijn muziekgroep, en de muziek- en zanggroep Serenada.Het festivalthema van dit jaar is The Power of Memory. Er zijn verschillende nevenactiviteiten tijdens dit festival, zoals een expositie bij het NAAM (National Archaelogical Anthropological Memory Management) van 12 tot 27 april over het thema The Power of Memory en een expositie in de Openbare Bibliotheek Curaçao van 13 tot 26 april.Op donderdag 19 april is er om vier uur ’s middags een Ban Topa (een Meet & Greet) met de deelnemende auteurs en artiesten bij het NAAM op Pietermaai.

Op zaterdag 21 april vindt er om half tien ’s ochtends in de Openbare Bibliotheek een ontmoeting plaats tussen de leesclub Kibrahacha, de Belgische Club Curaçao en de Orde van den Prince met de bekende Belgische auteur David Van Reybrouck, maar ook ander publiek is daar van harte welkom.

De auteurs van het festival zullen verschillende middelbare scholen op Curaçao bezoeken en met leerlingen uit de bovenbouwklassen van gedachten wisselen. Om de leerlingen hierop voor te bereiden, en om hen zich in het thema The Power of Memory te laten verdiepen, organiseerde de FPI workshops voor de deelnemende klassen.
Elodie Heloise gaf deze workshops met veel enthousiasme en creativiteit en zij kreeg daarbij hulp van Michael Martina. Zeker 500 leerlingen hebben met veel animo onderzocht wat The Power of Memory voor hen betekent. Bij één van de opdrachten moesten ze kiezen welke herinnering ze in een kist wilden doen die pas over honderd jaar weer geopend zou worden. Het resultaat hiervan is tijdens de expositie bij het NAAM te bewonderen.

De eerste grote presentatieavond van Krusa Laman is een literair debat dat op vrijdag 20 april om acht uur ‘s avonds in Teatro Luna Blou plaatsvindt. Mario Kleinmoedig zal de gesprekken tussen telkens drie auteurs leiden. Het decor zal in het teken staan van de zeventiger jaren op Curaçao en voor velen een feest van herkenning zijn. De entree voor deze avond is tien gulden.

De tweede literaire avond is op zaterdag 21 april om acht uur ’s avonds in het sfeervolle Villa Maria te Scharloo. Deze wordt sprankelend aan elkaar gepraat door diva Merietza Haakmat en journalist Favell Maduro. De entree hiervoor is vijftien gulden. Er is voor elk wat wils: schrijversgesprekken, literaire voordrachten, afgewisseld met muziek, zang en storytelling. Alle auteurs en artiesten dragen in hun eigen taal voor, terwijl tegelijkertijd op een groot scherm vertalingen in het Papiaments en het Engels geprojecteerd worden. De teksten in het Papiaments en die van enkele lokale auteurs in het Engels zijn door de FPI en haar vertalersnetwerk verzorgd.

Ini Statia, Coördinator en artistiek leider Krusa Laman-Writers Unlimited Curaçao 2012 Fundashon pa Planifikashon di Idioma, Jan Noorduynweg 32 B; t: 869-1166 *m: 527-2304

Congo; een geschiedenis: een adembenemende belevenis

door Christine Samsom

Het lezen van een boek als Congo; een geschiedenis van de Belgische schrijver David Van Reybrouck lijkt wel een Bigi broki waka: Soms moet je moeizaam een steile helling beklimmen door een eindeloze stoet jaartallen, namen, gebeurtenissen… dan weer zak je comfortabel naar beneden van literaire hoogstandjes naar een kennismaking met allerlei boeiende mensen die de historie vol jaartallen en gebeurtenissen tot leven wekken.

Kan ik deze bestseller, want dat is het boek gezien de prijzen die het al heeft ontvangen – onder andere de AKO-literatuurprijs 2010 – wel recht doen als gewone, geïnteresseerde lezer? Toen ‘dWTL’ mij vroeg of ik belangstelling had om dit 680 pagina’s tellende meesterwerk te bespreken, heb ik enthousiast ‘ja’ gezegd, al ben ik geen historicus, geen cultureel antropoloog, geen theoloog… geen wetenschapper, maar wel vanaf mijn tienerjaren meer dan normaal geïnteresseerd in het continent Afrika. Gaandeweg kwamen er steeds meer redenen bij om die interesse aan te wakkeren: een verblijf van 7 jaar in België, ex-boze-stiefmoederland van Congo, waar zoveel Congolezen wonen en waar ik vrienden heb die in Zaïre/Congo werkten.

Hoeveel weet de gemiddelde, redelijk ontwikkelde Surinamer eigenlijk van dat immense werelddeel met meer dan 50 onafhankelijke staten, waarvan Congo een tiende aan grondgebied inneemt? Als het referendum in Zuid-Sudan een onafhankelijk land oplevert, zal Congo na Algerije het grootste Afrikaanse land zijn, een land met zoveel mogelijkheden, vol grondstoffen, zoveel volken, zoveel talen, zoveel kunstvormen…

David Van Reybrouck noemt Congo in zijn inleiding een ballon met een tuitje als je naar de kaart kijkt. Maar het is niet een ballon die makkelijk doorgeprikt kan worden. Als cultuurhistoricus en archeoloog is Van Reybrouck niet alleen een serieus onderzoeker, wat blijkt uit de omvangrijke ‘Verantwoording der Bronnen’, per hoofdstuk gerangschikt, een uitgebreide ‘Bibliografie’, ‘Noten’ en een ‘Namen- en zakenregister’ (pp. 590-680). Hij is ook een begenadigd schrijver die op onnavolgbare wijze de feiten en gebeurtenissen literair weet te verwoorden. Daarbij komt dat hij zoveel mogelijk Congolezen zelf laat vertellen over een bepaalde periode, mensen die soms in de verschillende hoofdstukken terugkomen. De schrijver probeert daarmee te voorkomen dat er weer een geschiedenisboek over een (Afrikaans) land wordt geschreven vanuit eurocentrisch perspectief. Dat is een juist streven, maar ik denk dat niemand z’n afkomst, ook z’n wetenschappelijke, helemaal kan verloochenen.
Neem Etienne Nkasi. Zijn foto staat op de voorkant van het boek. Wat een leven heeft die man gehad! Volgens zijn verhalen moet hij geboren zijn in 1882, de tijd waarin de beroemde ontdekkingsreiziger Stanley vanuit Oost-Afrika over land naar het westen trok met een gedemonteerde boot om de rivier de Kongo van oorsprong tot monding in kaart te brengen. Zonder te verhuizen woonde Nkasi in vijf verschillende landen: in Congo Vrijstaat – de hoogmoedige ‘hobby’ van de Belgische koning Leopold II – tot 1908; in de kolonie Belgisch Congo tot 1960; in de onafhankelijke Republiek Congo tot 1965; in het Zaïre van dictator Mobutu tot 1997 en in de Democratische Republiek Congo tot z’n dood: Nkasi overleed in 2010, na een leven van 128 jaren!

Waar of niet waar? Ach, Afrika zit vol verhalen die de geschiedenis kleur, geur en smaak geven. Van Reybrouck noemt trouwens het boek niet voor niets ‘EEN’ geschiedenis, en niet ‘DE’ geschiedenis van Congo. Natuurlijk begint die geschiedenis niet met de komst van Stanley, net zomin als onze geschiedenis met Alonso de Ojeda aanvangt. Ongeschreven geschiedenis is ook geschiedenis. Is Afrika volgens onderzoekers niet het werelddeel waar de heel verre voorouders van het mensenras vandaan komen? De schrijver laat in verschillende fasen van de prehistorie steeds een 12- jarige jongen optreden: zijn leven, omgeving, mogelijkheden.

Als het om geschreven geschiedenis gaat, wordt Congo (als het land van de geesten) voor het eerst genoemd in het hiëroglifische schrift van Egypte rond 2500 voor Christus. Europeanen komen aan het begin van de 16de eeuw in beeld. De slavenhandel die allang werd bedreven door Afro-Arabieren uit het Oosten, wordt door Europeanen uitgebreid in het Westen van Afrika. In 1780 komt 1/3 van alle slaven voor de oosterse en westerse slavenmarkten uit het Congo-bekken. Dorpen, samenlevingen worden ontwricht, maar er komt ook welvaart door handel en nieuwe beroepen. De schrijver spreekt van globalisering als hij meldt dat maniok (cassave) en maïs uit Zuid-Amerika vanaf 1600 in Congo worden geïntroduceerd. Maar het blijven activiteiten in de buurt van de kust.

Eind 19de eeuw begint de grootste verandering voor Congo: ‘Ze (de bewoners van Congo) konden niet weten dat er vele duizenden kilometers noordelijker een kil en regenachtig continent was waar in de afgelopen eeuw zoiets banaals als kokend water de geschiedenis had veranderd.’ Een prachtige manier van de schrijver om de uitvinding van de stoommachine als begin van de industriële revolutie te noemen die de agrarische samenleving in Europa compleet veranderde en daarna de hele wereld. Met die industrialisering komt het expansionisme, omdat er goedkope grondstoffen nodig zijn. En die rijkdom heeft Congo in grote mate. Waren ivoor en slaven daarvóór de belangrijkste handelswaar, nu worden behalve landbouw- ook mijnbouwproducten steeds belangrijker. Op de grote Koloniale Conferentie van Berlijn in 1884/’85, waarop het hele continent Afrika even snel wordt verdeeld onder de grootmachten, wordt Congo toegewezen aan de Association Internationale du Congo van koning Leopold II van België die er als een absoluut vorst over heerst. Reybrouck hierover: ‘Er waren alleen 2 blanke mannen, een met snor, een met baard, die op een zomerse zondagmiddag ergens aan de Noordzeekust in rood potlood op een groot vel papier wat lijntjes met elkaar verbonden’: de kaart van Congo die de Duitse kanselier Bismarck gebruikt bij de verdeling van Afrika in Berlijn.

In 1912 krijgt koning Albert van België een ivoren doosje cadeau van de Engelsman Lever met het eerste stukje Sunlight-zeep uit de kolonie Belgisch Congo, waar het palmoliebedrijf van Lever (ja precies, nu de multinational Unilever) tegen ‘betere voorwaarden’ dan in de Engelse koloniën 750.000 hectare (‘tweeëneenhalf keer België’, schrijft Van Reybrouck fijntjes) krijgt voor de productie van palmolie. Daarvoor moeten tientallen dorpen verdwijnen; van grondenrechten heeft nog niemand gehoord. Duizenden arbeiders moeten onder afschuwelijke omstandigheden werken voor een schamel loon, alhoewel die Lever bekend staat als een filantroop…

‘De koloniale Drievuldigheid’ noemt de schrijver de pijlers van de koloniale macht: staat, kapitaal en kerk. Ja, ook de kerk doet er vrolijk aan mee, bijvoorbeeld in het onderwijs: opvoeding tot brave, gehoorzame burgers. Als er dan ook profeten opstaan met een eigen Afrikaanse versie van het christendom, zoals Kimbangu, volgens Nkasi door God gezonden, wordt dat gezien als een groot gevaar voor het systeem. De vredelievende Kimbangu zit 30 jaar in de gevangenis tot zijn dood, langer dan Nelson Mandela!

Een mooi statement van de schrijver, veel verder in het boek, als hij schrijft over de eerste chaotische maanden na de onafhankelijkheid in 1960, is: ‘… elk idealisme dat te fanatiek beleden wordt, leidt tot verblinding, de verblinding der goeden’, daarmee de machtsstijd typerend tussen de vier hoofdrolspelers in dat drama: Kasavubu, Lumumba, Tshombe en Mobutu, uiteindelijk uitmondend in de door de CIA in het kader van de Koude Oorlog gesteunde dictatuur van Mobutu. ‘De ontvoogding van Congo was een tragedie vermomd als blijspel die niet anders dan noodlottig kon aflopen’, zegt de schrijver. Toch laat hij in die chaos steeds weer mensen opduiken die een ander geluid lieten horen, bijvoorbeeld de beschrijving van de Belgische arts Jacques Courtejoie die als een soort Albert Schweitzer, met een grote hekel aan het kolonialisme, op zijn post bleef, terwijl duizenden Belgen het land ontvluchtten.

Het schrikbewind van Mobutu die zichzelf had omgedoopt in Mobutu Sese Seko kuku Ngbendu Wardbanga (= de sterke krachtige leider die het land naar voorspoed zal brengen) brengt het land integendeel aan de rand van de afgrond. De miljardenschuld is uiteindelijk even groot als de privébankrekening van Mobutu en het volk lijdt grote armoede. Hosselen om te overleven is aan de orde van de dag. Wie zich verzet, wordt genadeloos geëlimineerd. ‘Radio Trottoir’, wij zouden zeggen ‘mofokoranti’, zwarte humor en de muziek van topartiesten houden de hoop op betere tijden levend: ‘Het was muziek als anesthesie’.

Uit mijn verdoving ontwaakt, realiseer ik me dat deze bespreking maar een fractie weergeeft van wat het boek te bieden heeft. Er is zoveel meer: zoveel woordspelingen van de schrijver, zoveel uitspraken van ‘kleine’ en ‘grote’ Congolezen en anderen. Naast alle lofprijzingen toch een kritische opmerking: vrouwen komen pas in de tweede helft enigszins aan het woord, het is een mannenboek, zoals vaak met geschiedenisboeken. Natuurlijk: oorlog, politiek, het waren mannenzaken, zijn dat vaak nog, maar toch… Waarom bijvoorbeeld niet de bovengenoemde 12-jarige jongen vervangen door een 12-jarig meisje? En nog een laatste opmerking: het boek heeft op een aantal kaarten na geen enkele illustratie, omdat zoals de schrijver meedeelt, ‘… ik de fotografie te zeer waardeer als een autonome vorm van spreken’.

David Van Reybrouck: Congo; een geschiedenis. Amsterdam: De Bezige Bij, 2010. ISBN 978 90 234 58661

[eerder verschenen in de Ware Tijd Literair, 29 januari 2011]

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter