blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Vaders Hans

Curaçao op de grens van het surrealisme

door Klaas de Groot

Bij God en op Curaçao is alles mogelijk, zegt men op het eiland. Zelfs dat Koningin Beatrix een hoed draagt met een beeltenis van Che Guevara erop, in een soort Andy Warholrepetitie. Of dat Echnaton, de Egyptische farao, zijn wagens laat dwalen op de vlakte van Hato, begeleid door zumbi-muziek. Onze koningin is aldus te bewonderen op p. 20 van het boek van dichter Hans Vaders en beeldend kunstenaar Herman van Bergen: Kate Moss in Mahaai. Ook deze titel laat zien dat in deze bundel gedichten bijzondere combinaties niet geschuwd worden. Zo bijzonder in sommige gedichten en illustraties dat het surrealisme niet ver weg is.
De presentatie van het boek, 14 oktober 2011
Het boek is een echt Curaçaos werk. Vaders en Van Bergen wonen en werken al zeer lang op het eiland. Vaders als journalist en auteur van onder andere de roman Tropische wintersen Van Bergen is immers de maker van het allerlei lusten opwekkende Snèkboek. In de inleiding wordt het boek een poëziebundel genoemd, maar door de combinatie van woord en beeld is een boek ontstaan dat meer is dan een verzameling gedichten. Het resultaat van de samenwerking is zeer verzorgd uitgegeven door In de Knipscheer, de uitgeverij in Haarlem die zoveel Caribiana in haar fonds heeft en Mon Art Poductions / Mon Art Gallery op Curaçao. Een instelling die nu alweer jaren heel wat kunst op het eiland heeft laten zien.
Hans Vaders
De vierentwintig gedichten zijn verdeeld over drie reeksen: Otrobanda telt negen gedichten, Kate Moss in Mahaai krijgt er drie en de derde groep omvat twaalf gedichten. Het middelste en kortste deel werkt een beetje als scharnier, van Curaçao en de Cariben wordt de lezer verplaatst naar plaatsen buiten het eiland.
De drie gedichten hebben een opdracht, ze zijn ‘voor Ana’. Het onderwerp is het verlies van een liefde en de herinnering aan het verlies. Het derde gedicht Guayaquil eindigt met de schrijnende en overtuigende strofe: ‘Een berusting over je bestemming / blijft branden als de vrees / van de kaars voor de vlam / als verspilde honing bij een korf’. Het eerste gedicht valt op omdat daarin een specifieke Kate wordt aangesproken. Terwijl in de tamelijk filosofische inleiding de makers juist schrijven dat iedere vrouw ‘Kate Moss in Mahaai’ mag zijn. Maar misschien komt het wel doordat de algemene Kate, een soort vrouwelijke Elckerlyc, hier een eigen gestalte krijgt dat deze drie gedichten zo duidelijk spreken.
Het eerste deel, Otrobanda, laat het meest van Curaçao zien, niet alleen door het noemen van locaties. Interessant zijn vooral twee gedichten die opgedragen zijn aan auteurs die onlosmakelijk aan het eiland verbonden zijn. Zowel Boeli van Leeuwen als Tip Marugg krijgen ieder een gedicht. Tegelijkertijd is in nog andere gedichten hun stem hoorbaar, doordat Vaders elementen uit hun werk laat opduiken. Opvallend bij deze gedichten is het feit dat Marugg door Van Bergen actief schrijvend en denkend wordt afgebeeld, tegen een kleurrijke achtergrond met de bekende vogels uit De morgen loeit weer aan. Van Leeuwen wordt daarentegen afgebeeld in de laatste fase van zijn leven. Deze afbeelding sluit goed aan bij het thema van het verval en de teloorgang, het grote thema van dit boek.
Herman van Bergen
In het derde deel valt iets heel eigens van de bundel op: het surrealisme dat vooral in onverwachte combinaties schuilt, maar ook in zinnen als: ’Uit de broze avondhemel valt / een grote, overbelichte filmrol. / Agfa Kodak, de beruchte Peeping Tom’, uit het gedicht De techniek van de zoeker. Het surreële element speelt tenslotte ook een prominente rol in sommige illustraties. Deze illustraties zijn immers vaak collage-achtige voorstellingen, zoals die op de omslag, die bij het gedicht Warwouw in vlucht en de voorstelling van Echnaton op de vlakte van Hato (pp.56-57). De collage is immers gedemocratiseerd surrealisme, merkte W.F. Hermans ooit op. Het surrealisme mag dan op zichzelf voor vervreemding zorgen, op Curaçao is het nooit ver weg. Denk maar aan de gedichten van Marugg en Chris Engels, om bij de poëzie te blijven. Hierbij valt ook nog te denken aan een recent verschenen bundeltje surrealistische poëzie van Bastiaan van der Velden: De automatiek gevolgd door Brua van Curaçao. Met die vervreemding zijn we bij de laatste alinea van de inleiding: ‘Maar let wel, er zit een speciale afgeleide wereld in onze wereld. In deze poëziebundel trachten een beeldend kunstenaar en een dichter dit innerlijk denkbare behang vorm en inhoud te geven. Wellicht noemen we dit kunst, dat voortdurend verversen van verwondering en vervreemding.’
Aardig in dit citaat is de verwijzing naar de poëziebundel Het innerlijk behang van Hans Lodeizen. Niet de minste om in je gezelschap te hebben, als je een bijzonder boek wilt maken. En daarin zijn Van Bergen en Vaders geslaagd.

 

Hans Vaders & Herman van Bergen, Kate Moss in Mahaai. Haarlem, In de Knipscheer, 2011. 62 p., isbn978 90 6265 681 3, prijs  €19, 90.  

[uit Oso, 2012, nr. 1]

 

Vreemdelingen in het paradijs (8)

door Willem van Lit

Dit is het 8e deel van het vierde hoofdstuk van mijn nieuwe boek over de Nederlands Caribische eilanden. Ironie. Spot. Dat is ook een mechanisme voor de poging afstand te nemen van de tragedie van de herinnering, het verleden waar men maar niet van los kan komen.

De tragedie van de herinnering (vervolg)

Marcha en Verweel vinden – oh, ironie – op één van de aspecten van de apathie toch nog een positief punt en dit is – wat zij zelf noemen – de paradox van het zwijgen. Dit – het zwijgen – is een vorm van protest. Het zwijgen wordt gebruikt als “wapen tegen de veroorzakers van angst” .1) Ze beschrijven dit als een manier van afstand nemen zodat ze als het ware boven de dingen van de dagelijkse ellende staan; het is een poging onaanraakbaar te worden, onaantastbaar. Zo houdt de Curaçaoënaar zijn eigenheid en trots, waardoor hij in staat is de dingen op zijn eigen manier te doen. Het is volgens de schrijvers een bron van vitaliteit; de Curaçaoënaar kan zichzelf zo handhaven, sterker nog: uitgroeien tot een persoonlijkheid. En dit is – zoals Sloterdijk opmerkt – de positieve kant van de thymos, de energie die de puls tot leven op gang houdt, de andere kant van de destructieve woede.2) Bij dat afstand kunnen nemen komt ook onmiddellijk de kracht van de ironie naar voren. Marcha zegt: “Een eiland waar men met gevoel voor zelfspot zegt dat men kampioen is in het ten onder gaan”. 3)

Ironie als middel om van mensen zelfdenkers te maken. Zoals Socrates dat bedoeld heeft schreef Kierkegaard, waarbij men zichzelf leert kennen. Niet alleen de zwaar-op-de-hand-liggende-dreiging, de afschrikking in het priemend vragen stellen, maar juist ook de luchtige spot is het middel om de ellende op het voetstuk te laten bewegen, de ernst die onder de aandacht is, te laten verschuiven op het plateau. Juist degenen die in zuur gedrenkt blijven zitten en die niet in staat zijn zichzelf en hun eigen opvattingen te relativeren, zijn verdacht. Ook als we anderen in hun overtuigingen en positie onder elke omstandigheid ernstig nemen, zijn we niet in staat helder en klaar naar hun verrichtingen te kijken. Spot is een oefening in zelfrelativering, zoals Kierkegaard heeft opgemerkt (zie mijn hoofdstuk 3). Men zal niet vreemd opkijken dat ironie ook gevonden wordt bij het Antilliaanse en Curaçaose onbehagen; de tragedie wordt op zijn kant gezet. Hij wordt anders niet meer hanteerbaar. Dit vinden we regelmatig terug in de kranten. Zo staat in de Antilliaanse krant Amigoe regelmatig een stuk van Vaders, die in ernstige verwijzingen nogal eens de spot drijft met de gang van zaken. Ook Reinoud van den Berkhof legt in zijn columns in het Antilliaans Dagblad of bij Radio Nederland Wereldomroep veelal lichte ironie in zijn commentaar. Het tilt de zwaarte van de Antilliaanse dagelijksheden even over hun ernst heen.

Curaçao: de entree van Campo Alegre. Foto © Michiel van Kempen

“De zonen van het Noorderstrand leven vanuit een schuldcultuur; wij vanuit de schaamtecultuur. Niet wat we doen of laten is goed of slecht, maar wat anderen van ons te weten komen maakt iets goed of slecht. Het woord ‘alibi’ betekent ‘ergens anders’. De kunst is nu om altijd een alibi te hebben, en ergens anders te zijn geweest. Bij de dokter en niet in Campo Alegre, bij de apotheker en niet in Hotel Venezuela, bij je zieke moeder en niet in je bootje aan de blauwe rand”. 4)

Boeli van Leeuwen noemt zijn Curaçaoënaars geniale anarchisten. In dit stukje doet hij dat op humoristische wijze uit de doeken. Hij zegt dat je je pas hoeft te schamen als je betrapt wordt; eerder niet. Niet dát je iets verkeerd doet, is goed of fout. Je moet ervoor zorgen dat het niet bekend wordt. Je moet de schaamte te lijf gaan bij heterdaad. Hij schrijft dat de Curaçaoënaar een “strategische retraite als nobele onderneming” ziet, “die tot de Schone Kunsten gerekend dient te worden”. Hij noemt een aantal excuses:

“’Ze hebben mijn houten been gestolen’.

‘Mijn grootmoeder heeft een speelgoedtrein, waar ze op zat te sabbelen, ingeslikt’”. 5)

Maar het kan ook inktzwart zijn. Ironie die tot walging drijft en waarbij mensen in hun extreme spot geen grens meer lijken te kennen en het ijzingwekkend cynisme aan het oppervlak komt. Nadat Paul Rosenmüller en Cees Maas in september 2011 een kort onderzoek naar integriteit van bewindspersonen op Curaçao hadden afgesloten, werd op Facebook een aantal gemanipuleerde foto’s van o.a. Rosenmüller, minister Donner en de PVV-politicus Wilders geplaatst in Wehrmacht- of SS-uniformen of afgebeeld als nazibons. 6) In het Antilliaans Dagblad verscheen hierover een artikel met bijbehorende foto’s. De verwijzing en de boodschap zijn duidelijk. Zelfs Rosenmüller, die in Nederland zo ongeveer als de verpersoonlijking wordt gezien van politiek correct gedrag, is als nazi en racist afgebeeld. Onontkoombaar en ongenaakbaar brandmerkt men hem op een ontluisterende manier met de grote R van racist. Het is gitzwarte ironie, gemaakt door zelfgenoegzame nihilisten, die geen grens meer kennen. Men drijft de beschaming door tot troebele verwijzing tot het niveau van persoonlijk geweld.

We kunnen de redenering ook omdraaien. In de sfeer van het multicultureel samenleven zijn we in het Europese deel van het koninkrijk kennelijk iets vergeten: dat er ergens in de Caribische zee nog zo’n zes eilanden liggen die tot dit rijk behoren. Misschien hebben we iets over het hoofd gezien toen we aan de Noordzeekant druk waren met vechten voor gelijkwaardigheid en tegen racisme en discriminatie, anders zouden de huidige verhoudingen minder zwaar belast zijn met ruzies, waarbij een deel van onze rijksgenoten aan de overkant verwijzen naar (neo)kolonialisme, geschiedvervalsing, slavernij, onderdrukking en minachting. Een hele serie Nederlandse politici van toch onbesproken correct gedrag (zoals Roger van Boxtel, Thom de Graaf, Alexander Pechtold en Ank Bijleveld) heeft in hun verantwoordelijk voor koninkrijkszaken (een portefeuille zonder groot prestige zoals Miriam Sluis terloops wel eens opgemerkt heeft) mogelijk niet altijd overtuigend kunnen zijn in goede bedoelingen.

[vervolg klik hier]

1) Marcha en Verweel, De cultuur van de angst, pag. 117.

2) In hoofdstuk 1 van dit boek wordt dit door mij vermeld. Het komt uit Woede en Tijd van Sloterdijk, pag. 19.

3) V. Marcha, Emancipatie, beeldvorming en etniciteit, Nieuw leven op oude ruïnes, pag.

4) Boeli van Leeuwen, Geniale anarchie, pag. 78.

5) Boeli van Leeuwen, Geniale anarchie, pag. 79.

6) Rosenmüller, Maas en Hillebrink, Doe het zelf, rapport van de Commissie Onderzoek Curaçao, ingesteld bij Koninklijk Besluit van 8 augustus 2011, 30 september 2011.

Klik hier voor deel 1 , 2, 3, 4, 5, 6 en deel 7.

Zoals voorheen en altijd in roes

In de Knipscheer blijft een onvermoeibare pleitbezorger van de Caribische literatuur en dat levert regelmatig mooie uitgaven op. De bundel die dichter Hans Vaders en kunstenaar Herman van Bergen maakten is er zo een. (…) Lezers, help Vaders nu het nog kan, koop die bundel. Hij stort je midden in de andere wereld die Curaçao is en verloochent de Nederlandse wortels niet. Het levert een boeiende synthese op.

Lees verder, klik hier in Meander Magazine

Hans Vaders
Kate Moss in Mahaai
Uitgever: In de Knipscheer
Jaar: 2011
ISBN: 9789062656912
Prijs: € 19,90
64 blz.

 

 

Yeah yeah Snèk Book!

Na 30 jaar dromen en ruim drie jaar hard werken, publiceerde kunstenaar Herman van Bergen in december 2008 het Snèk Book; het eerste boek over de snèkcultuur op Curaçao. De tweede druk van het Snèk Book is ook in Nederland te koop.

Het Snèk Book is een kleurrijke publicatie met honderden foto’s en prachtige teksten van bekende Curaçaose schrijvers als Elis Juliana, Erich Zielinski, Hans Vaders en Fifi Rademaker. Het bundelt de vrolijke, ontroerende en grimmige verhalen over de snèks en toont een Curaçao, dat herkenbaar is voor iedereen die is geboren op het eiland, iedereen die er woont of heeft gewoond en iedereen die tijdens een vakantie verliefd werd op het eiland. Achter in het boek zit ook nog een verrassende CD>

Op Curaçao is het Snèk Book verkrijgbaar in Mon Art Gallery, in Mensing’s Caminada en in Bruna. In Nederland is het Snèk Book ook verkrijgbaar; de Nederlandse uitgave via uitgeverij In de Knipscheer en de Papiamentstalige versie via de webwinkel www.books.an.

Herman van Bergen en anderen, Snèk Book. Mon Art Productions. Met CD Musica para el snek.
ISBN 978-99904-0-934-5

Klik hier voor de website van Herman van Bergen

De graftombe van Papa Doc

De verschrikkelijke aardbeving van ruim een week geleden heeft Haïti nogmaals op treuruige manier in het wereldnieuws gebracht. De geschiedenis van het land wordt gekenschetst door rampen, staatsgrepen en machtswisselingeni. O.a. de Cubaanse schrijver Alejo Carpentier en de Curaçaose auteur Hans Vaders schreven erover. Carpentiers fascinerende roman Het koninkrijk van deze wereld gaat over de slavenopstand in het begin van de 19de eeuw. De bloedige rellen in het Haïti ten tijde van Baby Doc Duvalier worden tegelijk beklemmend en hilarisch beschreven in een ooggetuigenverslag van de hoofdpersoon in Tropische winters van Hans Vaders (1949).

.
Hieronder hoofdstuk 8 van het boek:

Op het prominentenkerkhof bij de Rue Guilloux wordt de majestueuze graftombe van Papa Doc, de vader van Duvalier, volledig gesloopt. Het imposante mausoleum blijkt een immens lege, holle ruimte. De teleurgestelde, razende menigte opent vervolgens de laatste rustplaats van generaal Gracia Jacques, bij leven een fervent aanhanger van François Duvalier. Uitzinnig brullend sleept de ontketende volksmassa de geopende kist met het gebalsemde, in gala-uniform gestoken lijk van de legeraanvoerder door de straten van Port-au-Prince. Winkeliers verdelen gratis flessen rum.
Gracia Jacques wordt bespuwd, geschopt en met machetes doorstoken. Daarna wordt het lichaam met petroleum overgoten en in brand gestoken.
De eerste berichten sijpelen binnen dat huizen van beruchte tontons macoutes worden omsingeld.
Ik loop naar de Roxy Bar aan de haven, maar die is gesloten. Rond twaalf uur, in het zenit van de zon, vallen de eerste doden van de dag. In de Rue Pavér wordt een magazijn met auto-onderdelen geplunderd. Vijftig meter van mij vandaan zie ik een soldaat zijn M-16 geweer schouderen. Twee mannen verlaten overhaast het gebouw. De één kiest ongelukkigerwijs het midden van de weg. De ander komt snel op mij toerennen met iets blinkends in de vuist. Hij kijkt mij recht in het gezicht. Blijft mij onafgebroken recht in de ogen kijken. Hij struikelt, struikelt opnieuw, valt, staat op. Een schot. De man valt nogmaals, een halve meter van mij verwijderd. Uit zijn opengereten borstkast bloesemt een fragiele, prachtige rood-witte vlinder. Een Haïtiaanse Rembrandt van Rijn. De anatomische les van prof. Tulp in optima forma tot leven gebracht. Ik sta er verbijsterd naar te staren. De man ademt niet meer. Hij is dood, morsdood. In zijn rechterhand houdt hij nog steeds een kleine autolamp geklemd. Zijn kameraad ligt, de benen wijduit in zijn eigen urine met een kogel door het hoofd terzijde van een open riool. Een klein straaltje bloed vloeit uit zijn verwrongen mond. Ik vloek.
Konjo bo mama, had ik mijn camera maar meegenomen. Goede, mooie kleurenfotos make the real money.
Verderop in dezelfde straat wordt het marmeren kantoor van Haïti Air, troetelkind van de Duvalier-familie, op grondige wijze van iedere luister ontdaan. Rekeningen en tickets liggen verspreid over straat.
.
Ik bereik, via een moeilijke omweg, het regeringsgebouw voor Telecommunicatie in het centrum om te telefoneren met de redactie in Nederland. Alleen vanuit dit kantoor bereikt Haïti de buitenwereld en het buitenland Haïti. Andere verbindingen zijn er niet meer. Het contact komt onwaarschijnlijk snel tot stand, ondanks het feit dat er slechts één operator op haar post is gebleven. Vlug bel ik mijn verslag door. Een compleet oproer, Duvalier weg, generaal Henri Namphy aan de macht, de laatste week zon 300 doden, aantal gewonden niet meer te tellen, de beer is werkelijk los. In Amsterdam is men bijzonder blij met het beknopte bericht. Er is immers op dat moment geen andere Nederlandstalige journalist in het land. Vervolgens weet ik met grote moeite de krant op Curaçao te bereiken. Oh, leuk dat je belt Alex, een goede vakantie? Ja, er waren geloof ik wel wat kleine problemen. Maar die zijn nu toch opgelost? We kregen juist een ANP-bericht binnen. Wist je al dat Duvalier weg is? We brengen het op pagina drie. Verder alles rustig. Niets aan de hand dus, alles normaal. Je moet de groeten hebben van… Wat…? Henri Namphy…? Wie is die klootzak…? Slechte verbinding zeg. Anyway, ik heb je kinderen nog gezien. Wat…? Nee, nee, dat kan niet, dat kan ik niet geloven, want het ANP zegt… Ome Henk, schreeuw ik in de kakofonie van geluid om mij heen door een krakende lijn. Het is hier een complete revolutie, ze knallen ze als ratten af, luister…, en ik houd de hoorn van het telefoontoestel buiten de cel. Op het voorplein van het communicatiegebouw ratelt een machinegeweer. Drie mensen liggen stuiptrekkend in het stof; anderen duiken in de smerige riolen om aan de ricochetterende kogels te ontkomen. Ja, er zal misschien nog wat geschoten worden of is het misschien al carnaval? Het Algemeen Nederlands Persbureau zegt… Ik smijt de hoorn op de haak, want op deze manier laat ik de dollars onverantwoord rollen en die dollars denk ik de komende dagen nog hard nodig te hebben.
.

Hans Vaders, Tropische Winters. Haarlem: In de Knipscheer, 2001. ISBN 9789062 655205

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter