blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Trinidad and Tobago

Caricom eist vergoeding slavernij

Paramaribo – De Caricom staatshoofden eisen compensatie voor de schade die aangericht is tijdens de slavernijperiode. Vanwege het slavernijverleden in Suriname willen ze ook Nederland aansprakelijk stellen. Het is voor het eerst dat zo’n grote groep landen herstelbetalingen eist van hun voormalige kolonisators. De landen richten de eis ook tot Groot-Brittannië, Frankrijk, Spanje, Portugal, Noorwegen, Zweden en Denemarken. De Caricom is vandaag bijeen in Saint Vincent en de Grenadines om te praten over een plan met tien eisen.

read on…

Kempadoo en de actualiteit

door Jerry Egger

 
Een oordeel vellen over een roman is vaak een persoonlijke aangelegenheid. Er zijn uiteraard duidelijke criteria op grond waarvan  kan worden beoordeeld. Hoe worden hoofdpersonen beschreven, is het thema goed uitgewerkt, hoe springt de auteur om met tijd en ruimte, zijn er feitelijke onjuistheden in het boek of worden universele waarden besproken? Als het er daadwerkelijk op aankomt, beantwoordt de recensent meestal enkele simpele vragen, zoals: heb ik het boek met plezier gelezen of is het een-ver-van-mijn-bed show?
Alles aan de nieuwe roman van Oonya Kempadoo, All Decent Animals, zou de goed geïnformeerde Caraïbische man of vrouw moeten aanspreken. Er worden actuele thema’s in verwerkt, het grote carnavalsgebeuren en de hedendaagse situatie met name criminaliteit, armoede en raciale verhoudingen worden beschreven, taboes worden doorbroken zoals homoseksualiteit en hiv/aids. Kortom, het boek zou deze recensent, die graag romans van deze regio leest en die de eerste roman van Kempadoo een van de uitschieters van de afgelopen twintig jaar vindt, zeker moeten aanspreken. Waarom heeft het dan zoveel moeite gekost om het boek helemaal uit te lezen?
De eerste drie bladzijden beginnen veelbelovend. De hoofdpersoon Ata (afkorting van Atalanta) komt aan op Piarco, de internationale luchthaven van Port of Spain, de hoofdstad van Trinidad. Haar nauwkeurige waarnemingen en beschrijvingen van het eiland zijn herkenbaar voor mensen die vaker in het Caraïbisch Gebied reizen. Ze springt in een taxi – uiteraard wordt direct de etniciteit van de chauffeur vermeld (een hindostaan). Terwijl ze naar haar woning wordt gereden, staat de radio in de auto aan. Zij hoort de laatste politieberichten en de lezer weet direct dat de situatie – wat de misdaad aangaat – uit de hand is gelopen. Vier mensen uit een gezin zijn vermoord, behalve de zevenjarige zoon die zich onder een bed had verstopt en alles heeft meegemaakt. Moeder en dochter zijn verkracht in het bijzijn van de vader en de andere zoon. Vervolgens zijn ze gekapt en verschillende malen beschoten.
De taxi passeert de werkelijk bestaande ‘shantytowns’ van Trinidad zoals Laventille waarbij de chauffeur nog de opmerking maakt dat sommige mensen niet graag langs of door deze wijken rijden. In nog geen drie bladzijden weet de lezer dat het eiland met al zijn olierijkdommen grote sociale problemen heeft. Het is dan verwachtbaar dat al deze elementen een rol zullen spelen in de roman. Dit is ook zo maar het lukt niet echt om er een geheel van te maken.
Ata is actief in het hele gebeuren rond carnaval. Er zijn verschillende groepen met hun eigen kostuums die moeten worden ontworpen. Carnaval is een geschikte manier om naar een maatschappij te kijken, maar dat is al eerder gedaan door schrijvers als Earl Lovelace die in zijn romans veel dieper ingaat op de politieke, culturele en sociaaleconomische aspecten daarvan. Veel nieuws heeft Kempadoo dan ook niet te melden.
De artistieke wereld waarin Ata zich beweegt wordt uitgebreid besproken. Een centraal personage is Fraser, architect en homoseksueel die besmet raakt met het hiv-virus en steeds verder aftakelt. We laten even in het midden of het werkelijk zo handig is om in een roman uit het Caraïbisch Gebied waar homofobie zich overal manifesteert, homoseksualiteit te koppelen aan hiv/aids. Voor de vrienden en omgeving van Fraser is dit alles helemaal geen probleem. Iedereen is erg begripvol wanneer hij alsmaar zieker wordt. Hij heeft zelfs vierentwintig uur per dag hulp van zijn krinbg van kennissen die afwisselend bij hem zijn, en van een verplegend team. Geen irrationele angsten voor besmetting, iedereen begrijpt het, zij stellen geen vervelende vragen hoe hij besmet is geraakt, kortom, het begrip voor zijn situatie springt van elke bladzijde de lezer tegemoet. Nogmaals, dat alles in het homofobe Caraïbisch Gebied. Je zou graag willen dat dit de werkelijkheid is voor elke besmette persoon in de regio, maar iedereen weet wel beter. Alleen zijn ouders, vooral de moeder, hebben grote problemen met het gedrag van hun zoon.
Af en toe komt een herkenbare werkelijkheid op de lezer af. Een van de bijfiguren is de Afro-Trinidadiaanse taxichauffeur Sammy, die de vaste rijder is van Fraser. Hij is verliefd op een hindostaanse vrouw. Haar vader kan daar totaal geen begrip voor opbrengen met alle dramatische gevolgen van dien. Kempadoo weet wel goed te spelen met de taal. De passages waarin Sammy voorkomt, zijn geschreven in Caraïbisch-Engels die het boek authentiek doen aanvoelen. Ata, Fraser en de artistieke kring worden in Standaardengels beschreven behalve hier en daar in de dialogen. Deze roman heeft alle elementen om het Caraïbisch Gebied in het eerste decennium van de 21ste eeuw tot leven te brengen. Dat gebeurt helaas niet. Hier en daar is er een scène die laat zien dat het mogelijk is, maar daarbij blijft het.
Oonya Kempadoo: All Decent Animals. New York: Farrar, Strauss and Giroux, 2013. ISBN 978-0-374-29971-2

Twee romans van Oonya Kempadoo

door Chandra van Binnendijk

Oonya Kempadoo (1966) groeide op in Guyana, het land van haar ouders. Na een kunstopleiding in Amsterdam keerde ze terug naar het Caraïbisch Gebied en woonde in Trinidad, St. Lucia, Tobago en tegenwoordig in Grenada. Haar eerste roman Buxton Spice verscheen in 1998, kreeg lovende recensies en werd in zes talen vertaald. Haar tweede boek Tide Running (2001) werd aan beide zijden van de oceaan goed ontvangen. Haar beide romans zijn genomineerd voor de Internationale Literatuurprijs IMPAC Dublin, in respectievelijk 2000 en 2003. Oonya Kempadoo is door de jury van de Orange Prize uitgeroepen tot ‘Great Talent for the Twenty-First Century’ en is winnaar van de prijs van Casa de las Americas. In 2011 kreeg ze een beurs toegekend voor het International Writing Program aan de universiteit van Iowa. Kempadoo wordt alom beschouwd als een begaafde representant van een nieuwe generatie in de Caraïbische literatuur.

read on…

Olierampen in Trinidad en Tobago een voorbode voor Suriname?

Petrotrin, een oliemaatschappij die staatseigendom is op Trinidad & Tobago, heeft sinds dinsdag 17 december 2013 te kampen met olielekkages uit verschillende bronnen in haar beheer. Suriname zou van deze fouten kunnen leren.
Op 17 december werd een lekkage geconstateerd in twee pijplijnen, waarbij olie de zee in stroomde. De volgende dag bereikte de gelekte olie de stranden van Trinidad. De dag daarop werd nog een lekkage ontdekt en op 21 december werd nog één gerapporteerd, waarbij al ongeveer 100 vaten ruwe olie gelekt was. Twee lekkages zijn gerapporteerd op 24 december, gevolgd door nog een lekkage op 26 december. Op dezelfde Tweede Kerstdag is een grote hoeveelheid olie weggelekt, nadat een pijplijn los kwam tijdens het overpompen van olie naar een tanker.
De grote hoeveelheden olie die weggelekt zijn, hebben niet alleen gevolgen voor de natuur. Het heeft ook grote gevolgen voor de visserij, een belangrijke economische bron voor de eilanden. Veel boten zijn aangetast door de olie en hierdoor kunnen ze niet uitvaren of hun vangnetten gebruiken. Naast de vissen die getroffen zijn en niet meer voor consumptie geschikt zijn, is de schade aan de natuur rond het eiland enorm. De oliemaatschappij verklaarde dat de situatie onder controle was, maar dit werd direct tegengesproken door bewoners van de getroffen kuststreek. Zij klaagden over misselijkheid en hoofdpijn als gevolg van de dampen die de olie veroorzaakte.
Maar de overheid bleef op meerdere fronten in gebreke. Er bestaat voor Trinidad & Tobago een National Oil Spill Contingency Plan (NOSCP), dat voor iedereen vrij inzichtelijk is. Lekken werden te laat opgemerkt, er werd te laat actie ondernomen om iets aan de lekkages te doen en niet de juiste maatregelen werden getroffen om effectief met de lekkages om te gaan. Nu is de vraag of dit een voorbode is voor de Surinaamse olie-industrie. Met de uitbreiding van de raffinaderij van Staatsolie is de volgende stap dat er meer olie uit de oceaan gepompt wordt en verscheept wordt naar de raffinaderij.
Geen openheid bij Staatsolie

Daar waar het NOSCP van Trinidad bekend en voor iedereen online inzichtelijk is, is Staatsolie terughoudend over het actieplan dat zij gebruikt. Bij navraag van Dagblad Suriname over een eventueel actieplan, wordt terughoudend gereageerd. “U kunt uw vragen in een mail naar ons toesturen”, is het antwoord. “Dan bepalen wij op welke vragen we antwoord geven.”

Nu is het voor Suriname kenmerkend dat veel bedrijven en personen niet om kunnen gaan met de media, maar het is bedenkelijk dat een staatsbedrijf van deze omvang niet openlijker is over het actieplan dat men gebruikt om burgers veilig te stellen. Een groot gedeelte van de Surinaamse bevolking woont aan de kuststreek en het zou een geruststellende gedachte zijn als veiligheidsactieplannen tenminste openbaar gemaakt zijn.
[uit Dagblad Suriname, 03-01-2014]

Prins Claus Prijs voor Christopher Cozier

r
Christopher Cozier, beeldend kunstenaar, schrijver en kunstcriticus uit Trinidad & Tobago, werd onlangs de Prins Claus Prijs. Daarmee is hij een van de elf winnaars van deze prestigieuze prijs die jaarlijks wordt toegekend door het Nederlandse Prins Claus Fonds. Het Fonds eert met de prijs personen en organisaties met een progressieve en hedendaagse benadering binnen een bepaald thema in de cultuur of ontwikkeling. Belangrijk voor de jury is het positieve effect van de genomineerde binnen een breder cultureel of sociaal werkterrein.
In Suriname is Christopher Cozier vooral bekend vanwege zijn werk als co-curator tijdens de grootse Paramaribo SPAN-expositie bij de DSB Bank in 2010. Ook was zijn invloed als co-curator voor het Caribisch gebied voor de deelname van enkele Surinaamse kunstenaars aan het About Change-kunstproject van de IDB en de expositie Wrestling with the Image: Caribbean Interventions in Washington DC, USA (2011) van groot belang. Daarnaast vervult Christopher Cozier voor een aantal Surinaamse kunstenaars op regionaal gebied een belangrijke ondersteunende en adviserende rol.
Het officiële persbericht van het Fonds beschrijft Cozier (1959) als een “multigetalenteerde culturele activator met een grote invloed op de culturele ontwikkeling van het Caribisch gebied. Zijn bezielde en indringende kunstwerken in verschillende media zijn een reflectie van zijn grondige kennis van Trinidad’s heden en verleden, maar meer als dat, begeleidt en ondersteunt hij lokale en regionale kunstenaars door ze te voorzien van kritiek, dialogen op gang te brengen in de virtuele ruimte en door mogelijkheden te initiëren.”
Het persbericht eindigt met:  “Christopher Cozier wordt geëerd voor zijn invloedrijke rol en open inclusieve aanpak bij het ontwikkelen van kunst en cultuur in het Caribisch gebied; voor het belangeloos en royaal creëren van mogelijkheden voor anderen, het inspireren en begeleiden van jongere generaties; voor zijn gedisciplineerde inzet voor intellectueel onderzoek en kritische discours.”
Een uitgebreider verslag leest u het volledige bericht op de website van het Prins Claus Fonds:http://www.prinsclausfonds.nl/en/network/christophercozier.html
Voor meer over Christopher Cozier kijkt u op zijn blog: http://christophercozier.blogspot.com/

 

Export cultureel erfgoed: Hulp gevraagd voor oud inheems ritueel

door Charles Chang    

Paramaribo – Amerindian Heritage Day wordt in Trinidad op 14 oktober gevierd. Het is de Inheemse dag van het eiland, maar deze wordt alleen gevierd in de Santa Rosa Carib Community van Arima. Op Trinidad en overige eilanden in het Caribisch Gebied bestaan geen indianen meer. Wat van dit volk is overgebleven, leeft niet in stamverband en is sterk vermengd. In een poging om dit en de cultuur terug te brengen, werd Heritage Day geïntroduceerd en kregen de ‘inheemsen’ vorig jaar een stuk grond toegewezen om een traditioneel dorp op te zetten. Amerindian Heritage Day bestaat uit een weekprogramma met internationale conferenties, dans en muziek, ceremoniën, workshops en activiteiten met de jeugd. Extra aan deze editie is een rookceremonie bij het Red House parlementsgebouw. In maart dit jaar werd namelijk de stoffelijk resten ontdekt van vier personen tijdens de renovatie werkzaamheden aan het gebouw. Medio dit jaar vermeldde de uitkomst van het onderzoek dat het om resten gaat uit de precolumbiaanse tijd, daterende tussen 430 en 1390 n.chr.      

Confronterend  

Het toeval wil dat Peter Harris, de archeoloog die het onderzoek leidde, twee maanden na de ontdekking komt te overlijden. Nu heeft de Trinidiaanse overheid een speciaal team ingezet op het historisch erfgoed. Maar om deze zaak op correcte (spirituele) wijze af te handelen, is de hulp ingeroepen van Suriname. Dit gebeurde via Ricardo Barat Hernandez, de kapitein van de Santa Rosa Carib Community, die goede contacten heeft met Juku Jume Maro en Wayono, twee culturele groepen in Suriname. Tot de eerste groep behoren enkele ‘zwaargewichten’ die voor de spirituele ceremonie zullen zorgen, terwijl Wayono het dans- en muziekgedeelte op zich neemt.  

“Het verzoek is gedaan omdat de mensen de kennis er niet voor hebben”, zegt Audrey Christiaan, voorzitter van Juku Jume Maro. “We vinden het dan een plicht om hierop in te gaan. De mensen kunnen niet helpen dat de kennis er niet meer is. Hun voorouders werden op de eilanden uitgeroeid om hun gronden en men is nooit hiervoor gecompenseerd. Wat toen was gebeurd, leeft nog en daarom hebben de geesten geen rust!” Hoewel het om resten gaat uit de precolumbiaanse tijd verwacht Christiaan een confronterend moment bij Red House. “Per slot van rekening zijn het ook onze voorouders, want via het vasteland zijn ze overgestoken naar de eilanden. Alles wat daar groeit om te eten, komt van hun.”  

Export cultureel erfgoed

Christiaan benadrukt dat Suriname gelukkig nog de kennis in huis heeft. Ze heeft de overheid gevraagd om een bijdrage, maar kreeg hierop geen reactie. “Trinidad zorgt wel voor alles, maar we hebben geen handgeld en het gaat hier om export van cultureel erfgoed. We missen hierin een stuk erkenning van onze eigen overheid.” De groep is gisteren vertrokken.  

[uit de Ware Tijd,12/10/2013]

Grote behoefte aan kennis digitale kunstvorm

door René Gompers

Liefhebbers en producenten van animatiefilms zijn tijdens Carifesta XI ook aan hun trekken gekomen. Drie dagen lang zijn in TBL Cinemas workshops verzorgd in 2D, 3D en Stop Motion animatie. De cursussen waren goed bezocht en legden de grote behoefte aan onderwijs in de digitale kunstvorm bloot.
De workshops zijn verzorgd door top animators uit Trinidad & Tobago die hun sporen hebben verdiend in de westerse animatie industrie. De groep cursisten bestond uit kinderen en volwassenen. Individueel en in groepsverband werden er in sneltempo, maar toch nog in een gezellige sfeer projecten uitgevoerd. In 2D konden tekenaars zich helemaal uitleven en kregen de basistechnieken van digitaal tekenen mee. De 3D klas was uitermate goed bezocht door zowel leken als professionals. De Surinamers lieten merken dat het niveau van virtueel bouwen en tot leven brengen van creaties, boven het gemiddelde zit. Bij Stop Motion werden de deelnemers gedwongen van achter de computer te stappen en zich fysiek in te zetten. Zij bouwden hun objecten met klei en papier, lieten deze volgens een script ‘acteren’, legden de momenten op de foto vast, voordat zij terugkeerden achter de computer.
Bewustzijn vergroten
“We zijn niet alleen gekomen om basistechnieken aan te leren, maar ook om het bewustzijn over animatie te vergroten”, geeft Shane Young Sing, 2D animator, aan. “Animatie doet nu pas een opmars in het Caribisch gebied. Om ver te komen, hebben we mensen nodig die zich tot het uiterste inzetten. Het doet goed om te weten dat er hier mensen zijn met die instelling.” Kylie Homer is 3D animator en vult aan dat het belangrijk is om de eigen identiteit te behouden. “We worden overspoeld door westerse producten en zien haast nooit animaties waarin wij ons terug kunnen vinden. Wij werken er aan om Caribische animators bewuster te maken over hun eigen omgeving om dat te verwerken in hun producties. Het wordt tijd dat we zelf onze eigen verhalen vertellen.”
Camille Selvon Abrahams, is docent Animatie op de universiteit van Trinidad & Tobago. Zij stelt voor dat animatie onderwijs in het curriculum wordt opgenomen. “Er is duidelijk grote honger ernaar. “Het is niet alleen maar een kunstvorm maar ook een bron van inkomsten. De grootste industrieën zitten in Japan en Amerika. Zij op hun beurt besteden het werk uit aan talenten uit andere delen van de wereld.”
Selvon Abrahams is ook oprichter van het Animae Caribe Animation and New Media Festival. Dit is een platform voor Caribische animators. Hier kunnen zij netwerken, informatie uitwisselen, en producties laten zien. Ook bestaat de gelegenheid om te leren van deskundigen van Nickelodeon, Pixar en Dreamworks. Het belangrijkste doel van het festival is om de Caribische identiteit te behouden en te presenteren aan de rest van de wereld. Tot nog toe is de Jamaicaanse Cabbie Chronicles de eerste animatieserie die de Caribische cultuur weergeeft. “Er is genoeg talent en goede inborst aanwezig. We hebben toch nog een lange weg te gaan als wij ons met bijvoorbeeld Pixar willen meten”, geeft Abrahams aan. “Laten we daarom alles op orde zetten nu er nog tijd is. We komen er wel.”
[uit Starnieuws, 23 augustus 2013]

Rappa als Master Writer op Carifesta

Rappa is op voordracht van een commissie van de Henri Frans de Zielstichting uitgekozen om Suriname als Master Writer te vertegenwoordigen in het Carifesta Contingent van Suriname. De H. F. de Zielstichting is vooral bekend vanwege de H.F. de Ziel Cultuurprijs die zij jaarlijks in januari uitreikt aan een prominent persoon in het culturele (literaire) veld. Aan het Master Writers’ programma van Carifesta doet ook de bekende Caribische dichter Kendel Hippolyte van St. Lucia mee. Hij zal een sessie over dichtvormen verzorgen. Van Trinidad en Tobago komt Kim Johnson als Master Writer naar ons land. Hij is Senior Research Fellow en documentairemaker  bij de Academy for Arts, Letters & Public Affairs van de University of Trinidad & Tobago. Hij heeft een flink aantal publicaties over de historie en cultuur van het Caribisch gebied op zijn naam.

Sex and the Citizen: Interrogating the Caribbean

Sex and the Citizen, edited by Faith Smith, is a multidisciplinary collection of essays that draws on current anxieties about “legitimate” sexual identities and practices across the Caribbean to explore both the impact of globalization and the legacy of the region’s history of sexual exploitation during colonialism, slavery, and indentureship. Speaking from within but also challenging the assumptions of feminism, literary and cultural studies, and queer studies, this volume questions prevailing oppositions between the backward, homophobic nation-state and the laid-back, service-with-a-smile paradise or between giving in ignominiously to the autocratic demands of the global north and equating postcolonial sovereignty with a “wholesome” heterosexual citizenry.

 

The contributors use parliamentary legislation, novels, film, and other texts to examine Martinique’s relationship to France; the diasporic relationships between the Dominican Republic and New York City, between India and Trinidad, and between Mexico’s capital city and its Caribbean coast; “indigenous” names for sexual practices and desires in Suriname and the Eastern Caribbean; and other topics. This volume will appeal to readers interested in how sex has become an important register for considerations of citizenship, personal and political autonomy, and identity in the Caribbean and the global south.

 The Editor
Faith Smith is Associate Professor in the departments of African and Afro-American Studies and English and American Literature, with appointments in the Latin American and Latino Studies and Women and Gender Studies programs at Brandeis University. She is the author of Creole Recitations: John Jacob Thomas and Colonial Formation in the Late Nineteenth-Century Caribbean (Virginia).
 

Contributors

• Vanessa Agard-Jones
• Odile Cazenave
• Michelle Cliff
• Susan Dayal
• Alison Donnell
• Donette Francis
• Carmen Gillespie

• Rosamond S. King
• Antonia MacDonald-Smythe
• Tejaswini Niranjana
• Evelyn O’Callaghan
• Tracy Robinson
• Patricia Saunders
• Yasmin Tambiah
• Omise’eke Natasha Tinsley
• Rinaldo Walcott
• M. S. Worrell

Editorial Review by Deborah Thomas
Sex and the Citizen is an extremely important contribution to the fields of Caribbean studies and gender/sexuality studies. While there has been quite a lot of work on gender in Caribbean studies, attention to sexuality has been more recent, in part because of the imposed silences upon transgressive sexualities that disturb nationalist renderings of postcolonial Caribbean societies. Tackling this topic from a range of disciplinary sites including law, cultural studies, and sociology as well as literary theory, Sex and the Citizen offers critical and original perspectives. People are hungry for this sort of analysis, and it is a much-needed critical intervention both in terms of work on nationalism in the Caribbean and in terms of sexuality studies.

Sex and the Citizen: Interrogating the Caribbean. Ed. by Faith Smith

  • ISBN-13: 9780813931135
  • Publisher: University of Virginia Press
  • Publication date: 4/22/2011
  • Series: New World Studies
  • Pages: 304
  • Product dimensions: 6.10 (w) x 9.20 (h) x 0.80 (d)

Nu al 125 inzendingen voor Carifesta XI Film Festival

125 inzendingen, waaronder lange films en documentaires, maar ook shorts, animatiefilms en muziekvideo’s. Dit is slechts een greep uit de inzendingen die elke dag binnen stromen bij The Back Lot.
Het Film Festival, dat van maandag 19 tot en met vrijdag 23 augustus in TBL Cinemas plaatsvindt, wordt er één vol Caribische en Zuid Amerikaanse films. Er zijn inzendingen van onder andere Cuba, Peru, Venezuela, Curaçao, Haïti en Guyana. Het programma wordt daarnaast afgewisseld met een selectie van films uit de Travelling Caribbean Film Showcase.
Als gastland is Suriname prominent aanwezig. De inzendingen zijn gevarieerd. Filmliefhebbers kunnen kiezen uit echte klassiekers als Wan Pipel van regisseur Pim de La Parra, maar ook uit recentelijke producties zoals Psst, schatje een korte film over de Surinaamse man. Bezoekers die Lieve Hugo en Trefossanog niet eerder op het grote doek hebben kunnen bewonderen, kunnen die kans tijdens het Film Festival alsnog benutten.
Tijdens het Carifesta Film Festival wordt naast de filmvertoningen volop aandacht besteed aan kennisoverdracht over alles wat met filmproducties te maken heeft. Inleiders uit onder meer Hollywood, Peru en Costa Rica verzorgen masterclasses waarin aandacht wordt geschonken aan onder meer scenario ontwikkeling, (co-)produceren, distributie, marketing en promotie van films. Maar ook Pim de la Parra zal de master class “Low budget filmmaking in the Caribbean” verzorgen.
Kidscorner In de kidscorner leren jongeren vanaf 12 jaar tijdens de workshop ‘Watch That Sound’, hoe zij een eigen soundtrack voor een film kunnen maken, terwijl jongeren vanaf 14 jaar kunnen meedoen aan de workshop Digital Playground. Tijdens deze workshop leren zij binnen enkele uren een korte film te maken.
Animae Caribe
Voor het eerst geeft Animae Caribe (afkomstig uit Trinidad) animatie-workshops aan jongeren tussen 15 en 29 jaar. Deelnemers kunnen kiezen uit drie verschillende workshops waarin zij verschillende animatie technieken worden aangeleerd, zoals 2D Animaties, 3D Modelling Technieken en Stop-Motion.
Inschrijven workshops & masterclasses
Voor inschrijving kunnen filmliefhebbers, filmmakers (in wording) en jongeren zich aanmelden bij The Back Lot op het telefoon nummer 400 816. De workshops en masterclasses vinden plaats in TBL Cinemas en IGSR (op het complex van de Anton de Kom Universiteit van Suriname)

Space in the Caribbean: Idee of ideologie?

door Karin Lachmising
‘Als we echt Caribisch zijn, moeten we onze eigen omgeving dan niet beter leren waarderen?’, vraagt Karin Lachmising zich af.
Billboards in Paramaribo en langs de verbindingsweg van het vliegveld Zanderij naar de hoofdstad kondigden het al weken van tevoren aan: Suriname is het gastland voor Carifesta XI. Deze maand zijn we beland in zichtbare Caribische sferen dankzij dit elfde festival of creative arts. Een evenement dat de verbondenheid van de regio door middel van kunst tentoonstelt, althans dat is een van de vele doelen. Zullen deze twee weken vol vibes ons bewustzijn vergroten over de hechte connecties tussen de Caribische landen, of worden we slechts meegesleept in een tijdelijk enthousiasme van ons ‘Caribisch’-zijn om daarna weer terug te keren naar de dingen van de dag die ons eerder dichter bij Nederland, Amerika en zelfs China brengen, dan bij een eiland enkele honderden kilometers voor onze kust?
 
Space in the Caribbean ‘Space’
Die vraag werd ook gesteld op de multidisciplinaire conferentie van de Associatie voor Caribische Studies in Grenada. Suriname kan zich, net als de wereld buiten onze regio, vaak moeilijk het imago van een Caribisch land aanmeten. Want wie denkt eraan Suriname als het over witte stranden, blauwwater en beach life gaat? Ook wij zelf lijken dit uiterlijke toeristische imago te verwarren met de onderliggende verbinding, die er wel degelijk is. Juist daarom kan een kunst- en cultuuruitwisseling misschien wel van betekenis zijn. Carifesta kan ruimte bieden aan artiesten die hun beleving van de samenleving uiten op podia, in kunsthallen, ballrooms en meer. Een samenzijn dat een gezonde dialoog over onze eigen ontwikkeling tot stand kan brengen. In de openingsspeech van Eudine Barriteau op de conferentie in Grenada werd dit samenzijn een ‘ruimte van creatieve coalities ’genoemd. De professor in Gender and Public Policy aan de University of the West Indies te Barbados gaf in een zeer wervelende toespraak weer, dat zij als uitgesproken gender-voorvechtster ervaren heeft dat ‘je case’ niet binnenskamers bij gelijkgezinden mag blijven. Haar zaak, een betere positie voor vrouwen, bereik je niet door mogelijke oplossingen in eigen groep te laten circuleren. Je moet die ruimte vergroten, jouw visie en jouw aanpak onder de aandacht brengen buiten jouw groep. Onze indigenous frameworks, de structuren van onze samenleving, moeten meegenomen worden in de internationale discussies over de ontwikkeling van ons gebied. We zijn hier niet alleen om te kijken en naar elkaar en te luisteren, niet alleen om ons gebied te bestuderen, maar om alles wat hier tot stand komt ook naar de tafels te brengen waar de besluiten worden genomen over onze regio, over onze gebieden en over ons eigen vorm van leven. Het woordje ‘space’ werd ongewild en onbedoeld de rode draad van de conferentie.
Invloed
Ruimte bleek in verschillende presentaties overal voor nodig. Er zijn magazines nodig die ‘space’, dus ruimte creëren voor uitwisseling van creatieve ideeën. Zoals het Caribisch kunsttijdschrift ARC. Er zijn pleinen nodig waar de massa bijeen kan komen, terwijl die bijvoorbeeld in Puerto Rico in beslag worden genomen door gebouwen, waardoor letterlijk ruimte ontbreekt. Tijdens de presentaties bleek ruimte een oplossing voor uiteenlopende maatschappelijke vraagstukken .In de vele jaren dat we als Caribische gemeenschap zowel in de kunst als op andereo ntwikkelingsgebieden bij elkaar komen, werd de regio vooral gebruikt als onderzoeksmateriaal, podium, tentoonstellingsruimte of tijdelijk verblijf. Op de conferentie leek het echter alsof een ieder tijdens de voorbereiding van zijn presentatie stil was blijven staan bij het toekennen van waarde aan het léven in de Caribbean. De aandacht was verschoven van de gedachte ‘wij hebben oplossingen nodig’ naar een andere invulling van de ‘idee’ ontwikkeling. Filmmaker Miguel Coyala geeft in zijn film Memorias de desarello (Herinneringen aan onderontwikkeling) een indringend en confronterend beeld van hoe ‘ideeën’ en concepten verward raken wanneer deze ‘geplakt’ worden in een andere omgeving. Zijn film vertelt het verhaal van een intellectueel die na de Cubaanse revolutie denkt in de Verenigde Staten een nieuw leven, ver van onderontwikkeling, op te bouwen. De collageachtige manier van filmen versterkt de boodschap van de vervreemding die je voelt wanneer jouw wereldbeeld niet meer klopt met de omgeving waarin je leeft. In mijn eigen presentatie bracht ik de connectie van mens en omgeving naar voren, de invloed daarvan op onze kennis en ervaring en welke plek deze kennis inneemt binnen het denken over ontwikkeling en het aandragen van oplossingen.
Ditzelfde onderwerp werd aangesneden in een paneldiscussie over ontwikkeling in het Caribisch gebied met de uit Puerto Rico afkomstige José Buscaglia Salgado en de zeer gepassioneerde spreker Tyehimba Salandy uit Trinidad. Ze stelden: ‘We moeten kritisch zijn wanneer we praten over ontwikkeling en de begrippen die we daarbij klakkeloos overnemen, want te vaak merken we dat de realiteit genegeerd wordt.’ In onze regio zitten we in een gecompliceerde ruimte, zou je kunnen zeggen. De ruimte wordt bepaald door dominante ontwikkelingsvisies die geen rekeninghouden met onze realiteit: met onze jongeren die in Europa of de Verenigde Staten studeren, onze omgevingservaring en traditionele kennis. Het Caribisch gebied kent een andere benadering van duurzame ontwikkeling dan het Westen. Daar is de discussie over duurzame ontwikkeling ontstaan vanuit rampen die hebben plaatsgevonden. In het Westen is het een ideologie die voorschrijft hoe de wereld eruit zou moeten zien, in plaats van een idee, een set mogelijke stappen die vanuit de werkelijkheid genomen kunnen worden. Als wij ontwikkeling als een idee benaderen, vraagt het van ons vooral een kritische houding ten opzichte van strategieën die de kennis en ervaring vanuit de regio negeren.
In een discussie na de presentatie over dit onderwerp werd de kritische vraag gesteld in hoeverre wij daartoe in staat zijn, als wij ons richten op het vieren en tentoonstellen wat we hebben, zonder een podium te creëren voor kritisch gedachtegoed dat zal leiden tot een model van aanpak voor ‘life in the Caribbean’.
Kritische massa
We hebben meer media in het Caribisch gebied nodig die een visie uitdragen, een podium biede nvoor de verhalen en ervaringen van eigen bodem, onze kennis vergroten over onszelf, wat bij ons speelt, door ons gemaakt wordt, onze aanpak, onze ideeën. Publicaties die een kritische massa kweken en ruimte bieden voor het uitwisselen van kennis. Omdat nagenoeg alle Caribische landen in dezelfde fase van ontwikkeling zijn en daarbij verreweg dezelfde uitdagingen een rol spelen ,kan het Caribisch platform een inspiratiebronzijn voor een succesvolle ontwikkeling van ons gebied. Onderwerpen als natievorming, identiteit, klimaatverandering, gemeenschapsontwikkeling, duurzame ontwikkeling, kunst, cultuur, literatuur en ga zo maar door, kunnen daar heel anders benaderd worden. We bewegen ons dan in een ruimte van gelijkwaardige discussies en vergelijkbare oplossingen in plaats van de exotische ruimte die ons te vaak toebedeeld wordt. Misschien moeten we leren waarderen wat onze omgeving ons biedt, kijken naar onszelf in plaats van buiten onszelf, leren oog te hebben voor wat nodig is in de omgeving waarin wijzelf leven.
De publicatie Ster in de stad, behorende bij de gelijknamige tentoonstelling over Bombay van het kindermuseum Villa Zapakara, is een goed voorbeeld van het respecteren en waarderen van je omgeving. Geen boekje over hoe zielig de inwoners van Bombay zijn, zoals je zou denken bij een tentoonstelling over een miljoenenstad met meer dan honderd sloppenwijken, maar een boek over de verhalen, ervaringen en capaciteiten van mensen binnen de context van hun eigen omgeving. Het definiëren van onze capaciteiten betekent het plaatsen van de voor anderen vaak onbekende ervaringen in het grote rgeheel. Een plek waar je geen vreemde bent en je land niet constant vraagtekens oproept.
Tijdens de conferentie was mijn Amazoneregenwoud net zo gewoon als het witte strand met palmbomen. Dat kan ik niet kan zeggen wanneer ik met studenten in dialoog ga op de campus van de Universiteit van Amsterdam of op andere Europese podia. Op de campus van St. George’s University te Grenada vervalt het vreemde van het zogenaamd exotische. Voor de regio is het alleen daarom al belangrijk om in deze space aanwezig te zijn. Het valt op dat onze diaspora in vergelijking met die van andere Caribische landen nog weinig bijdraagt aan de discussies over ontwikkeling in samenhang met de plek waar wij werken, wonen en leven. En gezien het grote aantal goed opgeleide Surinamers in diaspora, zou het helpen om wat meer de vruchten te proeven van deze intellectual cruising, het reizende Surinaams intellect. Carifesta zal misschien in staat zijn om voor even de aandacht te vestigen op de samenhang tussen Suriname en het Caribisch gebied, hopelijk los van een exotisch karakter en met meer aandacht voor de inzichten die achter de creaties van dit festival liggen. Of we vervolgens die Caribische ruimte ook daadwerkelijk kunnen bereiken om de creatieve coalities aan te gaan, zal afhangen van de vruchten van deze ‘creatieve en intellectuele Caribbean cruising’.
Schrijver en publicist Karin Lachmising opereert in het maatschappelijk middenveld als ‘communicatiestrateeg met een filosofische inslag’.
[uit Parbode, 1 augustus 2013]

Presentaties over Surinaamse Ramlila in Trinidad

door Sabitrie Gangapersad

Tijdens de tweedaagse internationale Ramlila-conferentie in Trinidad wordt ook over het spel in Suriname gesproken. Het thema is Ramlila in the Global Village: Traditions, Innovations and Future DirectionsDrie van de vier personen die gisteren zijn vertrokken geven een presentatie. Pandit Balram Patandin zal praten over de geschiedenis van Ramlila in Suriname en de religieuze betekenis van het spel. Geetapersad Gangaram Panday zal zijn eigen ervaringen over Ramlila delen met de deelnemers, terwijl Amrika Anroedh een presentatie houdt over de evolutie van Ramlila met nadruk op openlucht toneel versus spelen in een overdekte ruimte.

Ramlila
gaat over het leven van Ram en Sita uit het epos Ramayana en wordt in veel landen waar Hindostanen wonen, opgevoerd. Tijdens de conferentie zullen de deelnemers stilstaan bij de status van het spel, die vergelijken met andere landen en nagaan wat moet worden verbeterd. De bedoeling is dat Ramlila een boost krijgt en er een netwerk ontstaat van mensen die het spel een warm hart toedragen.Status
Het Ramlila-spel is in 1905 op Dján boitie, in de buurt van Flora opgevoerd. Het openluchttoneel vindt jaarlijks plaats in een speciale periode, namelijk de lichte helft van de maand Kuár (september/oktober). In Suriname valt dit meestal samen met de grote schoolvakantie. Volgens de traditie is Ravan, de koning van Lanka op de tiende dag van die maand door Ram verslagen. Daarom wordt er op de laatste dag een grote pop, die Ravan voorstelt, verbrand. Volgens Patandin heeft Ramlila een belangrijke religieuze, pedagogische en morele betekenis. Door het spel wordt op eenvoudige wijze de grondbeginselen van de Sanatan Dharm bijgebracht waarbij Ram als incarnatie van God wordt uitgebeeld. Het verhaal leert de toeschouwer om een goed mens te worden en de strijd tegen het kwaad aan te gaan. Hij noemt de Ramayana een uniek werk over rechten en plichten, handeling en gedrag van de mens ten opzichte van God en de natuur, mens en maatschappij en cultuur en beschaving. De internationale conferentie wordt georganiseerd door de Nationale Ramlila Raad van Trinidad en Tobago in samenwerking met de faculty of Humanities and Education van de Universiteit van de West Indies. Vanavond vindt de opening plaats. De conferentie duurt tot en met zondag.
[uit de Ware Tijd, 12/07/2013]

 

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter