blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Tjan A Way Euritha

Grande Dame Theater ontvangt Woiski vs Woiski

door Euritha Tjan A Way

PARAMARIBO – Het heeft even geduurd, maar op 5 juli gaat Woiski vs. Woiski in première in Theater Thalia. Ann Hermelijn van Anco Productions klinkt zelfs door de telefoon heel trots wanneer ze over het stuk vertelt. “Het is toptheater, met goede muziek en sterke spelers. Ik ben er vreselijk trots op dat ik met mijn Orkater en Bijlmer Parktheater dit stuk aan het Surinaams publiek kan laten zien”, zegt Hermelijn. read on…

Shrinivási, ‘edele bewoner van Suriname’, heengegaan

door Euritha Tjan A Way

PARAMARIBO – Zijn naam wordt in één adem genoemd met Michaël Slory, James Ramlall en Bea Vianen en dan misschien wel als eerste. ‘Shrinivási’, pseudoniem van Martinus Haridat Lutchman (92), is een van de woordpioniers van Suriname. Hij is zaterdag in de ochtend overleden op Curaçao. read on…

Cape Coast Castle

De Afrikaan in de diaspora moet zijn band met het continent herstellen. De ‘door of no return’, zoals de beruchte poort bekend stond waarlangs de gevangengenomen Afrikanen moesten lopen om als sardines verscheept te worden, moet weer open. Ook geestelijk schijnt er behoefte te zijn aan het herstel van de beschadigde balans. read on…

Anton de Kom

door  Euritha Tjan A Way

Een gevulde koek in de ene hand en een heerlijke glas wijn in de andere hand. Live is good! Nu daar ik zo meteen thuis ben, is het tijd om eens mijn zegeningen te tellen.

Ik heb een trip mogen maken naar het continent dat ik beschouw als de wieg van alle beschaving en deel van mijn identiteit als zwarte vrouw en daarna het continent dat mijn voorouders deze beschaving heeft afgenomen, maar ook heeft gezorgd voor het ander deel van mijn identiteit als Surinaamse vrouw. read on…

Discussie rond perspectief Leusden-tentoonstelling

door Euritha Tjan A Way
 
Paramaribo – Econoom Armand Zunder is niet blij met de tentoonstelling Smart van een Slavenschip Scheepsramp op de Marowijne die vanaf begin november te zien is in Fort Zeelandia. De expo die in het kader van 150 jaar afschaffing van de slavernij naar Suriname gehaald is door de Nederlandse ambassade, vertelt niet de totale historie en is volgens de econoom een slachtofferverhaal.
De expositie Smart van een Slavenschip – Scheepsramp op de Marowijne maakt gebruik van audio visuele beelden en de platen vervaardigd in Nederland voor de tentoonstelling in het Scheepvaartmuseum Amsterdam. Het is een overgenomen tentoonstelling dat het verhaal van het schip Leusden vanuit een bepaald perspectief beziet.
“De geschiedenis van de tot slaafgemaakte begint bijvoorbeeld niet met slavernij. Dat is een historie van tienduizenden jaren waarin Afrikanen piramides gebouwd hebben, wetenschap ontwikkeld hebben en veel meer. De slavernij is slechts 500 jaar van die geschiedenis.” Ook is volgens Zunder niet verteld dat de Nederlandse regering deels eigenaar was van het gezonken schip Leusden en dat het land rijk is geworden door slavernij en slavenhandel.
Massamoord
Volgens Zunder is ook de naam incorrect. “Het is geen scheepsramp, het is massamoord op ongeveer 700 tot slaafgemaakten. De kapitein van het schip heeft massamoord gepleegd toen hij besloot de luiken dicht te spijkeren terwijl de gevangenen nog in het ruim waren.”
Ada Korbee die door de Nederlandse ambassade is aangetrokken om de tentoonstelling in Suriname op te zetten, is het eens met Zunder dat het verhaal vanuit een bepaald perspectief verteld is. “Maar het is een tentoonstelling die we hebben overgenomen van het Scheepvaartmuseum in Nederland. Hun museale belangstelling gaat dan ook uit naar het schip en we hebben wel wat kleine dingen aangepast, maar de teksten uit de panelen kunnen we niet veranderen natuurlijk.”
Cultuurbeleving
Volgens Zunder is het meer dan jammer dat Suriname het besef en het geld niet heeft om zulke projecten zelf te initiëren. “Je krijgt een situatie waarbij wie betaalt bepaalt. De Nederlandse ambassade betaalt en bepaalt daarmee de cultuurbeleving in dit land. En dat doen ze op steenworp afstand van het Kabinet van de President”, roept Zunder geïrriteerd.
De econoom kan het ook niet verkroppen dat kinderen die een rondleiding krijgen naast elkaar geplaatst worden om te aan te voelen hoe het eraan toe ging op zo een slavenschip. “Dat is vragen om trauma’s. Dat moet je niet doen.”
Zunder vergelijkt de slavernij met de Joodse holocaust wanneer hij zegt: “Zie je al dat Joodse kinderen gebracht worden naar Auschwitz en in de gaskamer geplaatst worden zodat ze kunnen ervaren wat hun voorouders hebben meegemaakt?”
Volgens Mildred Caprino, geschiedenisdocent op het Instituut voor de Opleiding van Leraren, haalt Zunder dat uit de context. “Wat gedaan wordt, is dat kinderen gesensibiliseerd worden voor wat zich heeft afgespeeld tijdens de slavernij. Daarvoor worden didactisch verantwoorde manieren gebruikt. De Joden hebben ook hun gedenkmonumenten waar ze een steen zetten toch?”
Volgens Korbee gaat de Nederlandse ambassade geen discussies uit de weg. “Daarom komt er in de tweede week van januari een debat bij de tentoonstelling. Daar mag iedereen aan meedoen en dan komen ook de gevoelige onderwerpen ter sprake.”
[uit de Ware Tijd, 29/11/2013]

Trainingen voor behoud inheemse cultuur

door Euritha Tjan A Way
 
Paramaribo – Behoud van de inheemse cultuur en het voorkomen van hangjongeren. Dat is waar de stichting Wit Santi Educatief Centrum naar streeft. De organisatie start zaterdag met een pilotproject pottenbakken voor jongeren tussen negen en veertien jaar en voor volwassenen geeft de organisatie vanaf zondag een cursus Kalina (inheemse taal).
“We beginnen eerst met de jongeren van Wit Santi. Het zijn pupillen die we in een ander verband ook helpen met hun schoolwerk tijdens de naschoolse opvang in het dorp. We verwachten ongeveer tien tot vijftien jongeren”, legt Bryan Swedo, de voorzitter van de organisatie uit. De bedoeling is dat de doelgroep inzicht krijgt in de verschillende aspecten van de inheemse cultuur. “We moeten bij jongeren beginnen om de belangstelling aan te wakkeren, zodat zij nieuwsgierig worden en door willen gaan.
Braziliaans inheems vrouwenkoor
Toeristen
Maar de stichting laat het niet bij de kleinen. “De bedoeling is om in een later stadium met ouderen aan de slag te gaan. Kijk, we krijgen binnenkort een nieuwe highway hier achter Wit Santi. Verder zijn we heel dichtbij de luchthaven. Dat zijn zaken die het dorp nog onvoldoende benut worden. Als de volwassenen de kennis hebben en producten van hoge kwaliteit kunnen leveren, kunnen we de inkomsten van de mensen verhogen door aan toeristen te verkopen”, beredeneert Swedo.

Uitsterven
Hoewel met de training pottenbakken een duidelijk economisch voordeel nagestreefd wordt, is dat met de training in de Kalinataal net iets anders. “De taal wordt met uitsterven bedreigd. Als ik in het dorp loop, is er vrijwel niemand die het nog spreekt. De ouderen schijnen zich te schamen voor hun eigen taal. Maar aangezien we bij de jongeren merken dat er toch wel belangstelling is, hebben we het initiatief genomen om te starten met een training. “Zowel de training pottenbakken als de training Kalina wordt verzorgd door inheemsen buiten Wit Santi.

Swedo geeft aan dat de stichting die al anderhalf jaar bestaat al enkele succesvolle initiatieven heeft ondernomen. “De mensen doen nu veel meer aan handwerken. We vervaardigen sieraden en snuisterijen met de zaden van de mauritiuspalm, verder maken we lingeriesetjes. Allemaal projecten met als doel economisch voordeel te halen uit de inheemse cultuur die zeer rijk is.”
Hoewel de trainingen initieel alleen bedoeld zijn voor inwoners van Wit Santi, sluit Swedo niet uit dat ze in de toekomst toegankelijk zullen zijn voor buitenstaanders. “Want hoe meer mensen die kennis hebben, hoe groter de kans dat de cultuur behouden wordt.”
[uit de Ware Tijd, 16/11/2013]

Schrijversvakschool levert twee afgestudeerden af: ‘Het is altijd de bedoeling dat zij internationaal doorbreken’

door Euritha Tjan A Way

Paramaribo – Dat ze er plezier aan hebben beleefd, is van hun gezicht af te lezen. Iraida van Dijk en Sakoentela Hoebba hebben de vierjarige opleiding aan de Schrijversvakschool Paramaribo nagenoeg afgerond en hebben naar eigen zeggen van elk moment genoten. “We hebben de eerste drie jaren de tools gehad om ons verhaal interessant en begrijpelijk voor de buitenwereld neer te pennen. In het laatste jaar is er vrijwel geen begeleiding en dan kom je erachter: ‘ben ik schrijver of niet?’”, legt Van Dijk uit. Beide dames studeren deze maand af en hebben gekozen voor het genre proza. Ze hebben beide geput uit hun eigen omgeving om inhoud te geven aan hun verhaal. “Ik heb een lang verhaal geschreven waarin centraal staat dat wat een mens is, eigenlijk het resultaat is van wat hij heeft meegekregen van familieleden die hem voor zijn gegaan”, legt Van Dijk uit. Hoebba heeft gekozen voor elf korte verhalen. “Eén daarvan gaat over een gezin dat ontdekt dat hun zoon homoseksueel is. Hindoestanen hebben het namelijk sterk dat ze altijd denken aan wat de buitenwacht gaat denken.”
Iraida van Dijk (l) en Sakoentela Hoebba (r) vertellen met veel plezier over de vierjarige opleiding aan de Schrijversvakschool Paramaribo die zij net achter de rug hebben. Foto:  Irvin Ngariman.
Publicabel
In het eerste jaar van de Schrijversvakschool Paramaribo worden de cursisten breed opgeleid. In het tweede jaar doet verdieping zijn intrede en in het derde jaar moeten de studenten weten welk genre hen ligt en hoe ze de aangeleerde technieken kunnen toepassen op hun teksten. Jaar vier bestaat voornamelijk uit manuscriptbegeleiding. Schrijfdocenten, redacteurs van uitgeverijen helpen de studenten bij het publicabel maken van het manuscript.
Puzzel
Beide studenten waren, voordat ze hun opleiding aan de Schrijversvakschool Paramaribo aanvingen, al bezig met schrijven. “Ik had veel dieren om me heen en ik schreef vaker verhalen over hen. Maar nu kan ik terugkijken op die verhalen en besef ik dat ik heel veel geleerd heb”, legt Hoebba uit. Voor Van Dijk leek het alsof de stukken als een puzzel in elkaar vielen. “Ik volgde eerste een korte workshop schrijven met mijn dochter en zag daarna plotseling een advertentie voor de opleiding van de Schrijversvakschool Paramaribo én ik heb altijd al goede reacties gehad op stukken die ik schreef. Dus de opleiding leek mij een logische stap.”

Niet makkelijk
De dames zijn begonnen met zes studenten in een groep en behoren tot de tweede lichting van de opleiding. In 2008 begon de eerst groep, die bestond uit acht personen. Van die acht is Karin Lachmising de enige die vorig jaar afstudeerde. “Nee, het is niet makkelijk”, bevestigt Ruth San AJong, directeur van de opleiding. “De mensen worden onderwezen in de vijf genres en de subonderdelen daarvan. De opleiding duurt bovendien vier jaren. Maar Karin Lachmising bijvoorbeeld is wel internationaal doorgebroken. Haar boek is uitgegeven door uitgeverij In de Knipscheer en zij heeft een lans gebroken voor de anderen.” Volgens San A Jong is het altijd de bedoeling dat studenten internationaal doorbreken. “Maar afstuderen is daar geen garantie voor”, meldt zij.

Van Dijk en Hoebba zullen eind november hun afstudeerpresentatie houden. De Schrijversvakschool doet ook aan manuscriptbegeleiding van mensen die de opleiding niet gevolgd hebben. Verder is de opleiding nu bezig met een project waarbij kinderen op speelse wijze de kneepjes van het vak leren waar inmiddels een website van online is.
[uit de Ware Tijd, 07/11/2013]

Veel onbekend over wel en wee slavenschepen

‘De bemanning was gewoon koopwaar’

door Euritha Tjan A Way
 
Paramaribo – Hij windt er geen doekjes om, de moord op 680 gevangenen aan boord van het slavenschip Leusden heeft hem getroffen. Onderzoeker Leo Balai kwam de grootste scheepsramp in de geschiedenis van slavenschepen per toeval tegen. “Het trof mij dat er behalve een paar zinnen niets zinnigs meer is gezegd hierover.” “Waar wel veel correspondentie over is, is de dat de bemanning die het heeft overleefd recht meende te hebben op bergingsloon. Zij zijn namelijk met gevaar voor eigen leven wel op zoek gegaan naar een kistje met een hoeveelheid goud dat zich in het ruim bevond.” Maar over de mensenlevens vind je niets meer dan een paar regels.”
Leo Balai geeft aan welke tuigen zoal gebruikt werden om de slaven in toom te houden. Een daarvan is een voorwerp waarmee de monden van de slaven werden opengehouden om het eten letterlijk door de strot te drukken. Het was dus nooit de bedoeling dat de gevangenen aan boord van de slavenschepen dood gingen. Foto:  Stefano Tull.
Boeien en vrouwen
Balai hield zaterdagavond een lezing over zijn onderzoek naar de Leusden in de binnenplaats van het Fort Zeelandia. Hoewel de gruwel die de slavernij voorstelde de rode draad was door de lezing, roept Balai vooral op tot meer onderzoek. “Er is al veel onderzoek gedaan naar slavernij zelf, maar heel weinig naar het wel en wee op slavenschepen”, meent Balai. Hij noemt daarbij de boeien en de vrouwen. “Waren de mensen werkelijk de hele reis geboeid? Het zijn ijzeren boeien waar je voeten aan kapot gaan. En werden de vrouwen werkelijk verkracht en zo vaak?”
Hij legt uit dat de algemene veronderstelling was dat de slaven aan boord van zo een schip slecht werden behandeld. “Maar als je kijkt naar de feiten, dan zie je dat maar vijftien procent van de gevangenen het loodje liet. Het was niet in het belang van de eigenaar van de slaven om ze te laten sterven. Dan had je verlies”, legt Balai uit. Hij geeft ook aan dat de gevangenen op de Nederlandse schepen niet verzekerd waren. “Het gemiddeld verlies werd gewoon ingerekend in de prijs.”
Het vermoeden dat het de bedoeling was dat de slaven bleven leven, wordt versterkt door de journalen van de schepen die aangeven wat er allemaal werd ingeladen vanuit Afrika. “Zakken limoenen om in het water te zetten van de slaven en zakken tamarinden om op te zuigen om scheurbuik te voorkomen. In het ruim bevonden zich ook levende kippen en varkens voor voeding”, doet schrijfster Cynthia McLeod een duit in het zakje.
Kapitein
Waarom dan de onverschilligheid van de West Indische Company (WIC) wanneer zoveel ‘koopwaar’ verloren gaat? “De kapitein heeft het goed kunnen verkopen. Hij gaf de volgens mij volstrekt absurde reden dat hij de luiken deed dichtspijkeren terwijl het schip aan het zinken was omdat hij vreesde voor een aanval op de bemanning”, legt de onderzoeker uit. Saillant detail is dat de kapitein van de Leusden wel is aangesproken door de WIC voor een twijfelachtig verblijf thuis bij een ongetrouwde weduwe.
De lezing van Balai was onderdeel van de tentoonstelling Smart van een slavenschip. Scheepsramp in de Marowijne georganiseerd en opgezet door de Nederlandse Ambassade. Hoeveel het geheel heeft gekost wil de Nederlandse Ambassade niet kwijt aan de Ware Tijd. Duidelijk is wel dat het budget van 70.000 euro voor het jaar 2013 in verband met de herdenking van 150 jaar afschaffing slavernij, voor een groot deel hieraan is besteed.
Balai is verrast dat de tentoonstelling die na zijn onderzoek is gekomen ook werkelijk zo groot in Suriname is opgezet. Dat toont volgens hem dat Nederland werkelijk iets goed te maken heeft met Suriname. “Ze willen de zwarte bladzijde volgens mij ook werkelijk schoonvegen.” Tijdens de lezing werd ook de gepopulariseerde versie van het proefschrift van Balai ter verkoop aangeboden.
[uit de Ware Tijd, 05/11/2013]

Lange wachten beloond voor Mc Leod-fans

door Euritha Tjan A Way

Paramaribo – Het lange wachten wordt begin december beloond voor de fans van Cynthia McLeod. Want dan gaat de verfilming van ‘Hoe duur was de suiker’ in Suriname in première. Vier december is de grote dag en vanaf 5 december is de film voor het groter publiek toegankelijk. De première is in aanwezigheid van schrijfster Cynthia McLeod, regisseur Jean van de Velde en castleden Yootha Wong-Loi-Sing en Genelva Krind.
Regisseur Jean van de Velde en Cynthia Mc Leod te gast in het NTR-programma De bus Lijn 1.
Een diehard fan van Mc Leod is zeer enthousiast. Zij werkt bij de Amerikaanse ambassade, maar mag vanwege de shutdown geen officiële reactie geven. Zij kon de verleiding echter niet weerstaan en nam een kijkje tijdens de presentatie van Tutuba het meisje van het slavenschip Leusden waar Mc Leod aankondigde dat de film in Suriname te zien zal zijn in december. “Ik kwam naar Suriname en ging op zoek naar literatuur over slavernij. Het boek ‘Hoe duur was de suiker’ was mijn eerste kennismaking met literatuur over die tijd. Daarna heb ik Elisabeth Samson gelezen. Ik ben echt blij dat de film eraan komt”, zegt ze enthousiast terwijl ze naar de filmposter kijkt die pontificaal prijkt op het achterterras van Vervuurts Garden.
Scène uit de film
Kritieken
Suriname is op 4 december het tweede land waarin de film vertoond wordt. “Ik heb boze kritieken gehoord over mensen die zich afvroegen waarom de film niet eerst in Suriname in première is gegaan. Ik leg ze uit dat het Nederlands geld is dat de film gemaakt heeft”, liet McLeod optekenen. “Suriname had de keus om bijvoorbeeld minder uit te geven aan Carifesta en voor deze film te betalen. Carifesta kostte achttien miljoen en de film vijf miljoen, maar het is een kwestie van keuzes”, legde Mc Leod uit.
Hoe Duur was de Suikervertelt het meeslepende verhaal van twee jonge vrouwen in het achttiende-eeuwse Suriname: de blanke Sarith (Gaite Jansen) en haar lijfslavin Mini-Mini (Yootha Wong-Loi-Sing). Terwijl Sarith verbitterd raakt door het harde leven in de kolonie, krijgt Mini-Mini haar eigen kans op geluk. Kan en durft ze die te grijpen ten koste van haar meesteres? De film is geschreven en geregisseerd door Jean van de Velde, die eerder verantwoordelijk was voor Wit Licht en De Kleine Blonde Dood. Naast Gaite Jansen en Yootha Wong-Loi-Sing bestaat de cast uit onder anderen Kees Boot, Maurits Delchot, Anna Raadsveld, Yannick van de Velde, Genelva Krind en Werner Kolf. Yootha Wong Loi Sing die de lijfslavin Mini Mini van Gaite Jansen (Sarith) speelt in de film werd voor haar rol in de film genomineerd voor een Gouden Kalf. De film oogst gemengde recensies.
Nooit gedacht
McLeod is zeer enthousiast. “Ik vind het geweldig. Ik heb het boek 38 jaar geleden geschreven. Ik had toen nooit durven hopen dat het verfilmd zou worden.” De schrijfster verzorgt volgende maand een gastcollege aan de Dutch and German Studies en Afro-American studies van de Universiteit van Berkeley. Haar recent gepresenteerde historische novelle is gelijk in het Engels vertaald om ook daar gepresenteerd te worden.
[uit de Ware Tijd, 12/10/2013]

Medewerkers Nationaal Archief zwaar gedemotiveerd: ‘De hitte maakt werken onmogelijk’

door Euritha Tjan A Way
Paramaribo – Wie over de Jagernath Lachmonstraat rijdt, kan het gebouw van het Nationaal Archief Suriname (NAS) niet missen. Het is speciaal ontworpen naar de moderne maatstaven, ideaal voor het herbergen van archieven. Maar de hitte die bij binnenkomst voelbaar is, is dat allerminst.
De studiezaal van het Nationaal archief vertoont al sinds juli dit beeld. Bezoekers kunnen slechts tot twaalf uur beperkt geholpen worden en het personeel houdt de hitte nog nauwelijks vol.
“Buiten waait het lekker, maar binnen omarmt de warmte je gewoon”, zegt een bezoeker die met twee metgezellen informatie komt opzoeken. Het personeel kan niets anders dan de situatie beamen. “Het is al langer dan drie maanden zo. Zodra je even beweegt begin je te transpireren”, zegt de één terwijl een ventilator op de achtergrond verwoede pogingen doet de hitte te verdringen. De studiezaal staat er verlaten bij. De moderne apparatuur die nauwelijks drie jaar oud is, is de stille getuige van een verleden met een studiezaal vol bezoekers. “We kunnen mensen vaak maar doorverwijzen, de depots blijven dicht omdat de temperatuur daar niet mag stijgen.”
Geen hulp
Errol Williams is zo’n bezoeker die niet geholpen kan worden. “We zijn bezig met een rechtszaak en ik moet hard copy van een vermissing aan het dossier toevoegen. De zaak gaat over een maand voor. Ik ben al overal geweest. Dit is mijn laatste hoop.” Hij wordt spijtig verwezen naar de Onderwijsbibliotheek. “Misschien kunnen zij u helpen.”
Het personeel dat al drie maanden tot twaalf uur werkt, zegt door de situatie zwaar gedemotiveerd te raken. “We komen aan het werk om te zitten. De bedoeling van de archieven was om onderzoek te kunnen doen. Nu kan dat niet omdat de depots gesloten zijn. Soms wil ik thuis blijven, want ik kom zomaar aan het werk”, zegt Audry Koenders, hoofd van de afdeling Educatie en Informatie, de enige medewerker die wel bij naam genoemd wil worden. “Ik was in mijn sas. Ik had nooit durven bevroeden dat dit zou gebeuren”, zegt ze terwijl ze spijtig kijkt naar de conferentiezaal waar in een niet zo ver verleden regelmatig lezingen en bijeenkomsten gehouden werden. “Alles zit op slot”, klinkt het bijna emotioneel.
Scholenprogramma
Koenders vreest voor het educatieve programma van het NAS. “Ik hou me hart vast voor de maand oktober, want bepaalde middelbare scholen hebben een lesprogramma dat afgestemd is op het archief. Wat gaan we doen dan? Gaan we ze in de hitte ontvangen? Ik weet het echt niet”, zegt ze terwijl ze haar hoofd schudt.

 

Op vragen van het personeel aan de leiding over hoe lang de situatie nog voort kan duren komen geen concrete antwoorden. Ook de krant haalt bakzeil. “Bel morgen terug voor een reactie. Ik moet vandaag (donderdag, …red) bij de minister zijn,” klinkt het eerst. Een tweede poging de nationaal archivaris Rita Tjien Fooh- Hardjomohamad te bezoeken terwijl die in het gebouw zit, stuit op niets. “De telefoon wordt niet opgenomen”, zegt de medewerker. De minister van Binnenlandse Zaken Soewarto Moestadja bevestigt dat de onderdelen al besteld zijn om de koeling te repareren. “Maar voor de details moet u bij mevrouw Tjien Fooh-Hardjomohamad zijn.” Herhaalde pogingen leveren echter geen reactie op van de nationaal archivaris.
[uit de Ware Tijd, 21/09/2013]
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter