blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Themen Marja

Draken en Heksendrank

Een splinternieuwe uitgave van Surinaamse bodem: het spannende, fraai geïllustreerde jeugdboek Draken en Heksendrank van de schrijfster Marja Themen-Sliggers. Het is op donderdag 24 mei op het Kinderboekenfestival gepresenteerd.

Het is grote vakantie en Jason gaat bij zijn oma logeren. Dat vindt hij wel fijn, want hij houdt van boiti én van zijn oma. Bij haar is er altijd wel wat te doen. Hij kan helpen met het verzorgen van oma’s dieren, en met ze spelen. Buiten de stad komt hij tot rust en kan hij ook heerlijk lezen. Toch zijn er een paar dingen waar hij zich zorgen om maakt. Is het gek dat oma tegen haar dieren praat? Lijkt haar zwarte kat niet erg veel op een heksenkat? Waarom doet ze zo geheimzinnig over haar achtererf en waarom mag hij niet door de achterpoort? Allemaal vragen die hij in zijn eentje niet kan beantwoorden. Gelukkig komen zijn zus en broertje ook bij oma logeren. Met zijn drieën komen ze achter al die geheimen en beleven ze heel wat spannende en onverwachte avonturen.

117 pagina’s | 150 x 215 mm | hardcover | SRD 35,20

Nieuwe boeken op Surinaams Kinderboekenfestival

Dit jaar verschijnt er op het kinderboekenfestival weer een reeks nieuwe kinderboeken. Carla Rees debuteert met Patrick en Bello. Indra Hu, kinderboekenschrijfster van het jaar, presenteert Laat me niet alleen. Hiermee sluit ze aan bij de aandacht die op dit kinderboekenfestival wordt gegeven aan wereldklassiekers zoals Alleen op de wereld. Cobi Pengel komt met een vierde boek, Het speeltuinfeest en Mariëlla Bakker is de schrijfster van Miss Alida. Marja Themen, bekend van de kinderrecensies in De Ware Tijd Literair presenteert Draken en Heksendrank. De Stichting Projekten komt uit met De ontevreden zebra. Van Orlando Emanuels is het nieuwe werk Het kan je gebeuren…. Tenslotte heeft ook de Centrale Bank een boekpresentatie. De titel is, hoe kan het anders, Ons geld. Het is verheugend te zien hoeveel animo er is om tot nieuwe titels te komen voor kinderen en daarmee een bijdrage te leveren aan hun leesplezier.

Rozengeur voor Oma Roos

door Marja Themen-Sliggers, Xaviera, Jaïr, Jamar

Rozengeur voor Oma Roos
is het derde doek van Cobi Pengel, evenals de eerste twee geïllustreerd door Albert Roessingh, die weer zo prachtig de sprookjesachtige sfeer en het romantisch element heeft weten te treffen van dit verhaal. Ed en Rik gaan met hun ouders op vakantie naar het binnenland, naar de Raleighvallen. Oma Roos gaat ook mee, want zij moet een beetje opgevrolijkt worden omdat opa Ramon nog niet lang geleden overleden is. De jongens verheugen zich niet zo erg op een vakantie als deze. Maar als ze eenmaal in de soela zijn en de vreemde gebeurtenissen vinden plaats, dan beseffen ze toch wel dat dit avonturen zijn die je in de stad niet zult beleven.

Je hoort ze niet meer klagen. Onder begeleiding van de mysterieuze Yandabitana komen ze de grot van de Vleermuizen en de Spinnen binnen en krijgen ze enkele levenslessen mee. Vanuit de grot worden ze toegelaten tot de Groenwereld, nadat Vriend Wachter hun toestemming heeft gegeven door te komen. Weer verdergaand is er Vriend Lichtboom, die zijn takken opheft zodat alle stondoifi’s die met hun eigen lichtje in de boom zaten, opvliegen en de hemel verlichten. Onderweg zien ze mooie en minder mooie episodes uit hun kindertijd, waarvoor ze zich soms zelfs schamen. Op een bepaald moment horen ze prachtige muziek en zien ze schitterende kleuren die aan komen zweven. Het is de zuster van Yandabitana die door naar hen toe te komen toestemming heeft gegeven met haar hulp te zweven over het Magische Meer en dan beklimmen ze ook nog de Hoge Berg. Ze komen uiteindelijk in Yandakondre, waar Yandabitana de baas is. Hier zien ze Opa Ramon terug. Ze zien het huisje van opa en oma en hoe oma stroop brengt voor opa Ramon en hoe opa haar bloemen geeft, rozen natuurlijk. Ze ruiken zelfs hoe heerlijk die rozen geuren. Gelukkig kan Yandabitana de tijd stilzetten, zodat het net lijkt of ze maar eventjes weg zijn geweest, als ze weer terug komen bij hun vader en moeder en oma Roos. Maar die ruiken wel de heerlijke rozengeur en het lijkt of oma Roos nog iets meer opmerkt ook… romantisch en sprookjesachtig, ja maar ook pakkend en boeiend. Tenminste, op een moment kon ik niet verder met voorlezen omdat het maaien van het gras te veel lawaai maakte. Jaïr nam het boek, trok zich terug in de hangmat en las het in één adem uit. Daarna gaf hij ons een compleet en gedetailleerd verslag en hij was duidelijk content met het einde: de rozengeur voor oma Roos.

Rozengeur voor Oma Roos, auteur Cobi Pengel, illustraties Albert Roessingh, uitgave PCOS, druk Leo Victor, ISBN 978-99914-56-08-9

De belevenissen van een muizenfamilie

door Marja Themen-Sliggers, Xaviera, Jaïr, Jamar

De belevenissen van een muizenfamilie en andere verhalen is het eerste boek van Joyce Pereira. Het titelverhaal is met zijn twaalf bladzijden het langste verhaal. Het boek is uitgevoerd in A4 formaat met een gekleurd omslag. De omslagillustratie is ook de enige plaat in het titelverhaal. Alle verhalen, zes in totaal, hebben één illustratie. Illustrator Rodney Vrede heeft deze keer geen heel vrolijke, heldere kleuren gebruikt, veel bruin-tinten, maar zijn tekeningen zijn leuk, aantrekkelijk, zoals gewoonlijk; een compliment dat hij mijns inziens verdient.

Slechts één plaat bij elk verhaal betekent dat er veel grote bladzijden zijn met alleen maar tekst. Een zee van letters op een A4-grote pagina. Niet bemoedigend voor kinderen. Zelfs Jaïr , toch een fervente boekenwurm, werd er door ontmoedigd: ‘Oma, ik ben er wel mee begonnen, hoor, met lezen, maar kijk eens naar die bladzijden…’, was zijn commentaar. Tijdens het voorlezen begon Jamar de muizen te tekenen; hij valt natuurlijk met zijn 5 jaar nog helemaal op de platen, de bladzijden met letters zeggen hem nog niets. Overigens zijn de bladzijden 11 en 12 omgekeerd en zitten er verderop in het boek, vooral in het verhaal ‘De zeemeermin’ vreemde spaties, ruimten in de tekst, die lijken op een alineaverdeling, maar dit niet zijn.

Het titelverhaal gaat over een muizengezin, vader, moeder en twee jongetjes, Lompie en Sjompie en twee meisjes, Miepje en Piepje. Ze wonen in een mensenhuis onder de kast, waar ze hun eigen huisje hebben ingericht. Aanvankelijk is de enige bedreiging de stofzuiger van de schoonmaakster, maar die stopt de stofzuigerslang gelukkig niet echt ver onder de kast waar de muizen wonen. Min of meer door de ondernemingslust van een van de meisjesmuisjes ontdekt de mensenfamilie dat er muizen in huis wonen en schaft men een kat aan. Dan wordt het gevaarlijk en besluit het muizengezin te verhuizen naar het berghok op het achtererf. De beargumentering van de voorgenomen verhuizing komt op mij een beetje vreemd over; het muizengezin wil de mensen geen overlast bezorgen, de mensenkinderen zijn zo lief en van meneer en mevrouw hebben ze ook geen last, ze zullen ze missen als ze naar het achtererf gaan. De kinderen hadden hier geen commentaar op. Wat hen en mij echter wel echt stoorde was dat moeder en vader muis onderscheid maken tussen hun kinderen; ze praten over hun lastigste kind, het meisje dat het meest ondernemend is. Zij wordt een keer in een kast ingesloten, terwijl ze erop uit is om een stuk kaas te pakken. Als het goed afloopt, wordt het haar niet in dank afgenomen, terwijl een van haar broertjes, die hetzelfde meemaakt, na zijn bevrijding uit de kast vol liefde aan moeders hart gedrukt wordt. Oneerlijk volgens de kinderen! Onpedagogisch volgens mij en dit had volgens mij eigenlijk niet mogen passeren in een uitgave van PCOS.

Het verhaal van ‘Alicia en de vogel met de gouden vleugels’ begint leuk, sprookjesachtig, en menselijk, over een prinsesje dat graag gewoon wil zijn, wil spelen en zich vuil maken, maar dan die prachtig mooie vrouw, een fee met blond haar en blauwe ogen??? die er aan te pas moet komen, en het verdere verloop van het verhaal over de boerenkinderen, die met prinses Alicia mogen spelen…. Het komt een beetje gezapig en moralistisch over. Voor ‘Het verdrietige beertje’ en de laatste twee verhalen, respectievelijk, ‘Liandro en Grando, de tijger’ en ‘Spikkeltje, het ondeugende konijntje’ geldt eigenlijk hetzelfde; het loopt allemaal té goed af, iedereen die ondeugend was wordt vergeven en de arme, zielige personages worden geholpen.

De belevenissen van een muizenfamilie en andere verhalen, Auteur Joyce Pereira, illustraties Rodney Vrede Jr., uitgave PCOS, druk Leo Victor, ISBN 978-99914-56-09-6

In gesprek met mw. Yvonne Caprino, de motor achter het Kinderboekenfestival

door Marja Themen

Het algemene doel van het Kinderboekenfestival is het bevorderen van leesplezier. Om te kijken in hoeverre dit doel bereikt is, werden er vanuit de organisatie bezoekjes gebracht aan de 90 verschillende stands. Volgens Yvonne Caprino mag er geconcludeerd worden dat voor 80 % het leesplezier werd geprikkeld. Na zoveel jaren KBF is er nu een generatie kinderen die elk jaar komt en bij wie er nu langzamerhand gesproken kan worden van leeshonger in plaats van leesplezier. Er is dus nu ook meer vraag naar boeken. Dit openbaart zich ook in de nieuwe boeken die er zijn uitgekomen. Het KBF mikt op minimaal 1 kinderboek per jaar, maar het zijn er nu bijna 10 vanuit PCOS.

In een stand werden per dag 10 leerlingen geïnterviewd om onderwerpen voor nieuwe boeken te vinden. Dit jaar bestaat het KBF uit 90 stands waar in de ochtenduren, onder schooltijd, klassen terecht kunnen. Verder zijn er 9 massa-activiteiten. Elke bezoekende klas gaat naar 3 verschillende stands en verder naar de massa-activiteiten, terwijl ze na 12 uur vrije keuze hebben. Er is door de jaren heen een basisteam ontstaan van standhouders, dat ook gegroeid is in didactische vaardigheden, waardoor er een steeds betere overdracht plaatsvindt. Per dag komen er op het KBF in Paramaribo zo’n 5.500 kinderen, een drukte van belang. De huidige structurele hulp van de kweekscholen is dan ook zeer welkom. De studenten vinden ’t prachtig, onderwijs in een andere omgeving. Alleen jammer dat er vanuit school zo weinig aandacht aan gegeven wordt. De studenten hebben geen leerdoelen, zelfs geen opdrachten voor de dagen die ze doorbrengen op het KBF. Ze moeten maar leren door een voorbeeld te nemen aan de standhouders.

Elke ochtend begint het KBF programma met de vlaggenparade, net als op school. Hiermee wordt het saamhorigheidsaspect en het nationaliteitsgevoel benadrukt. Daarna volgt de dagopening door de stichting PCOS vanuit hun christelijke achtergrond verzorgd. Op de vraag of dit in onze multiculturele en multi-etnische samenleving geen eenzijdige invalshoek is, benadrukt Yvonne Caprino dat eenieder die het thema ondersteunt ook vanuit andere culturen welkom is. Diversiteit wordt toegejuicht.

Het KBF als product is vastgelegd en vastomlijnd en het is op weg naar duurzaamheid, met een continue organisatie. Natuurlijk zijn daar fondsen bij betrokken en moet het concept nog aangescherpt worden. Maar heel duidelijk is de opbouw van het product: het voortraject, dat op school plaatsvindt en bij de buurtorganisaties, dan het KBF zelf, en het natraject, weer op school. Voorlezen is nu een verplicht schoolvak!

Uit de stand: ‘Dier in de hoofdrol’

door Marja Themen-Sliggers

In mijn stand ‘Dier in de hoofdrol’op het Kinderboekenfestival Paramaribo is steeds aan groepen kinderen gevraagd het thema ‘welzijn’ in verband te brengen met dieren. Heel knap kwam daar telkens uit dat er twee kanten aan zijn. Welzijn bezien vanuit de materiële kant, een beroep, met dieren, zodat je door te werken geld verdient en welzijn vanuit de immateriële kant, hoe fijn het is om met je eigen dier te spelen. Van daaruit is het een kleine stap naar het verdriet van kinderen als ze hun lievelingsdier verliezen omdat het doodgaat. Kinderen schrijven daar ontroerend over, maar soms ook met een duidelijke boodschap naar ons, grote mensen.

 

Dolores Dymutsha, Geertruida Pontschool klas 5b:
Ik hou heel veel van poezen, ik heb er al een en hij is lief, met mooie, mooie kleuren en ik heb hem een naam gegeven. Hij heette Peultje. Op een dag was ik weg, even naar de stad. Toen ik terug kwam zag ik mijn poes op de grond liggen. Ik heb gezegd: ‘Sta op, kom dan, sta op dan’. Hij werd niet wakker. Toen dacht ik: ‘Wat is er aan de hand?’ Toen keek ik weer. Hij is dood. Ik huilde, ik huilde en ik ben mijn poes gaan begraven… einde.

Darrel Groenewoud, Zinniaschool
Er was een hond en die heette Teacher. Zij ging altijd waken voor dieven. Toen ze zwanger was, werd haar buik dik. Toen ze kleint jes had waren die kleintjes heel, maar een tractor reed haar kop kapot. Ze was op slag dood, dat vond ik heel verdrietig.

Aradhana Sewdajal, O.S. Fluschool 1, klas 6b

Mijn liefste Poes
Ik heb poezen, maar mijn liefste poes was mijn Tom Tom.
Altijd als ik riep ‘Tom Tom’ dan kwam hij rennend bij me.
Als ik naar school ging, kwam hij samen met me tot de hoek van mijn straat.
Hij was mijn liefste poes, maar erg genoeg is hij overreden.
Op dinsdag 24 mei 2011, door een racende auto.

Het Roze Zaadje

door Marja Themen-Sliggers, Jaïr & Xaviera

Het Roze Zaadje is een Surinaams sprookje dat traditioneel begint met ‘Eens, heel lang geleden…’, en dan volgt zo herkenbaar dat het bijna prozaïsch klinkt: ‘… woonde er aan de Limesgracht in Paramaribo, een man’. Een mooi begin, vind ik, van een mooi verhaal over Charles, die verliefd wordt op Nadira. Nadira is ook verliefd op hem en ze willen trouwen, maar de lastige tante in het verhaal vindt dat zij met iemand anders moet trouwen. Nadira houdt van lezen en vindt in de bibliotheek een toverboek vol spreuken waarmee je van gedaante kunt verwisselen.

Ze maakt daar gebruik van en een poosje gaat alles goed, totdat haar tante Nadira in een kalebaszaadje verandert. Charles en de mensen in de buurt denken dat Nadira is verdwenen, maar ze zit opgesloten in een kalebas. Charles maakt van kalebassen allerlei souvenirs en gebruiksvoorwerpen, maar ook tassen. Bij het maken van een speciale tas voor een oude schoolvriend zijn vrouw, vindt hij het roze zaadje dat eigenlijk Nadira is. Het lukt Charles om de tante te vinden, die zichzelf in een duif heeft veranderd en zich niet meer terug kan toveren. Zij wijst hem waar het toverboek is en tante en Nadira worden weer teruggetoverd in hun oorspronkelijke gedaante. Natuurlijk loopt het verhaal af met het huwelijk van Nadira en Charles en ze leefden nog lang en gelukkig.

Het boekje is vrolijk en toepasselijk geïllustreerd door Shievanna Rellum en ziet er aantrekkelijk uit. De kinderen vinden het een mooi verhaal. Met Jaïr, die nu in de tweede klas zit, werd afgesproken dat hij het helemaal alleen voor zichzelf zou lezen en de volgende dag na schooltijd zijn commentaar zou geven. Dat heeft hij zeer serieus aangepakt. Hij vertelde het verhaal keurig en precies terug en voegde als zijn eigen mening toe dat hij het een leuk boek vond met mooie plaatjes, maar het leukste was vooral dat ‘ze verliefd zijn’. Verliefdheid is een geweldig onderwerp voor kinderen; spannend en je wordt er een beetje verlegen van; je kan er gezellig over doorpraten, wie is er in de klas, op school, verliefd op wie? De kinderen begonnen elkaar er ook lekker mee te plagen: jij gaat trouwen met… en jij met… Wat ikzelf jammer vind is dat in zo’n leuk verhaal niet alle episodes even goed uit de verf komen, misschien omdat het taalgebruik niet sterk is. In het begin wordt bijvoorbeeld verteld over de hobby van Charles, het kaarten en dat hij fufuru speelt, maar daar wordt verder in het boekje niet veel meer mee gedaan. Het enige is dat Charles het babbelende zaadje niet mee durft te nemen naar zijn kaartvrienden. Al met al vinden de kinderen het een leuk boek en daar gaat het toch vooral om als je leesbevordering belangrijk vindt.

Het Roze Zaadje als zaad voor taalontwikkeling

door Els Moor

De kinderen op de school in Kwamalasamutu hebben de grootste problemen met de schooltaal, die in hun dorp nauwelijks gesproken wordt. Taal moet aanschouwelijk aangeleerd worden, anders vergeet je de woorden weer. Dat geldt eigenlijk voor het hele binnenland.
Ik werkte met de zesde klas met Het Roze Zaadje. Het verhaal spreekt ze aan. Woorden als ‘partner’, ‘hobby’, ‘belofte’ liggen niet in de leefwereld van de leerlingen, maar vanuit het verhaal gaan ze die helemaal begrijpen. Toen heb ik een ‘belofte’ gedaan. Jullie school krijgt zestien exemplaren van Het Roze Zaadje voor de hele klas, en jullie moeten beloven dat je over een maand alle woorden uit het verhaal kent. Zoek ze op in het woordenboek, praat er met elkaar over, plaats ze weer in het verhaal.
Maar hoe maak je zo’n belofte waar? Ik heb geluk gehad. De vliegmaatschappij Blue Wing van de ‘lijndienst’ naar Kwamalasamutu sponsorde de boekjes en bracht ze binnen een week naar het dorp, waar de school ze in ontvangst nam. Een mooi voorbeeld van hoe de maatschappij ook kan meehelpen met de taalontwikkeling van onze jonge mensen in het binnenland.

Susan van Dijk-Leefmans: Het Roze Zaadje, een Surinaams sprookje; illustraties: Shievanna Rellum; lay-out: Mitch Wattamaleo. Paramaribo: Leo Victor (druk), 2010. ISBN 978-99914-7-063-4

[uit de Ware Tijd Literair, 4 december 2010]

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter