blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Surinamistiek

In memoriam Dorine van Hinte-Rustwijk (1937-2019)

door Jean Jacques Vrij

Op dinsdag 6 augustus ll. overleed Dorine van Hinte-Rustwijk. Ik leerde haar een kleine dertig jaar geleden persoonlijk kennen via haar nicht, mijn tante Georgin Rustwijk. Dorine was een levendige, oorspronkelijke persoonlijkheid, die gemakkelijk onderlinge betrokkenheid tot stand bracht. Zij had sociologie gestudeerd, was cultureel georiënteerd en heeft ook op meerdere manieren haar steentje bijgedragen aan de Surinamistiek. read on…

In Memoriam Wim Hoogbergen

door Hans Ramsoedh

Afgelopen zaterdag overleed de Utrechtse cultureel antropoloog en Surinamist Wim Hoogbergen (21 januari 1944 – 3 augustus 2019). Hij verwierf grote bekendheid (ook internationaal) met zijn publicaties over de geschiedenis van de Marrons in Suriname en Frans Guyana. Hij gold als een groot kenner van slavernij, marronage en slavenverzet in Suriname. Hij was van 1980 tot aan zijn pensionering in december 2005 als universitair hoofddocent verbonden aan de Rijksuniversiteit Utrecht. read on…

Bert Paasman 80

Bert Paasman, emeritus hoogleraar Koloniale en Postkoloniale Cultuur- en Literatuurgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, wordt vandaag, dinsdag 26 februari 2019, 80 jaar. Met zijn colleges en lezingen en een lange reeks publicaties is hij een van de sleutelfiguren geworden binnen de studie van de literatuur van de Oost en de West. Twee dagen geleden werd hem in zijn woonplaats Putten een vriendenboek overhandigd. Bert Reinders maakte onderstaande foto’s. De teksten zijn van zijn oud-studenten Karin Amatmoekrim en Andrea Kieskamp en van Liesbeth Echteld, decaan van de Algemene Faculteit van de University of Curaçao. read on…

Een musketier is niet meer: In memoriam Henk Dijs

door Michiel van Kempen

Wie kent hem niet: de lange verschijning achter de boekenkraam bij Caraïbische manifestaties als Keti Koti, de bijeenkomsten van de Stichting Surinaamse Genealogie of – vroeger – de colloquia van het Instituut ter Bevordering van de Surinamistiek/Oso: Henk Dijs. Altijd goedlachs, altijd nieuwsgierig naar alles wat gedrukt staat kon je hem aanspreken bij de groenteafdeling van de Albert Heijn, op het metrostation, je mocht hem ervoor uit zijn bed bellen: Henk, deze druk wordt op die en die veiling aangeboden, heb je die al? En vaak had hij die inderdaad al, want hij bouwde in de loop der jaren een indrukwekkende bibliotheek op. read on…

Nummer zes van His/Her Tori, Tijdschrift voor Surinaamse geschiedenis en cultuur

door Christine F. Samsom

Het Instituut voor Maatschappijwetenschappelijk Onderzoek (IMWO) van onze Universiteit kwam in november 2015 uit met, hoe kan het ook anders, het nummer 40 jaar staatkundige onafhankelijkeid; Wi mu seti kondre bun van His/Her Tori, Tijdschrift voor Surinaamse geschiedenis en cultuur. Het siert de redactie, bestaande uit de wetenschappers Jerome Egger, Eric Jagdew en Hilde Neus-van der Putten, dat zij tegen de klippen opvarend, toch weer met een prachtig nummer is uitgekomen, een niet geringe prestatie na het eerste-lustrum-nummer over de Grondenrechten. Want in deze tijd in Suriname uitkomen met een boek, zo’n dik tijdschrift kan je gerust een boek noemen, getuigt van moed, doorzettingsvermogen en geloof in eigen kunnen, zullen we maar zeggen! read on…

Oso: Suriname na de 'revolutie'

Van de redactie van de Ware Tijd Literair

Sinds 1982 verschijnt OSO, en het tijdschrift heeft gedurende de 34 jaren van haar bestaan veel aspecten Suriname betreffende aangekaart: op het gebied van taal, politiek, geschiedenis, cultuur, enzovoorts. read on…

17 november IBS-colloquium

Berg en Dal aan de Surinamerivier. Foto @ Raj Mohan

Morgen, zaterdag 17 november 2012, vindt het jaarlijkse IBS-colloquium plaats. Klik op deze link voor het volledige programma.

Colloquium IBS: Taal Tori: Kultura den Boka

Meertaligheid in Suriname, Curaçao en de Caraïbische diaspora

Amsterdam, 17 november 2012
Het IBS colloquium 2012 gaat over taal en onderzoekt de relatie tussen taal en cultuur anno 2012. Uiteraard staan hierbij de talen van Suriname en de voormalige Antillen centraal. Het uitgangspunt van het colloquium is  dat taal een performatieve handeling is. De nadruk komt dan te liggen op  de constante verandering waaraan taal onderhevig is en op de opvatting dat  zij  een afspiegeling vormen van wat er gebeurt binnen een gemeenschap.
Het IBS colloquium brengt taal en cultuur samen en toont daarmee de flexibiliteit en dynamiek van Caraïbische gemeenschappen in verschillende thuislanden én Nederland. Taal- en cultuurwetenschappers zullen laten zien hoe de vorm, structuur, betekenis en functie van de talen van de Caraïbische gemeenschappen samenhangen met de complexe culturele identiteiten van verschillende bevolkingsgroepen. Wat je zegt, hoe je iets zegt en in welke taal, hangt af van je gesprekspartner, de omgeving, je achtergrond, je taalvaardigheid en wat je precies wil overbrengen. Deze samenhang is niet statisch maar dynamisch.
Ochtendprogramma
Dagvoorzitter: Hebe Verrest
10.15 – 10.45 uur Ontvangst en koffie
10.45 – 11.00 uur Opening door Peter Sanches, Voorzitter IBS
11.00 – 11.25 uur Pieter Muysken: Meertaligheid in het Caraïbisch gebied en Suriname
11.25 – 11.50 uur Guiselle Starink-Martha: Kultura den boka: de constructie van een Curaçaose identiteit
11.50 – 12.15 uur Margot van den Berg, Kofi Yakpo, Bob Borges: Talen in contact in Suriname en Nederland
12.15 – 12.20 uur Performance Walter Palm
12.20 – 12.40 uur Vragenronde/slotdebat aan de hand van stellingen
12.40 – 13.40 uur: Lunchpauze
Tijdens lunch schrijft men oude/nieuwe/grappige/vergeten woorden op een muur, die vervolgens plenair besproken worden

 

Middagprogramma
Dagvoorzitter: John Schuster
13.40 – 13.45 uur Performance Tipiko
13.45 – 14.00 uur Gracia Blanker: Vergeten woorden
14.00 – 14.25 uur Sjaak Kroon: Meertaligheid in het onderwijs in Suriname
14.25 – 14.50 uur Ruben Severina: Meertaligheid in het onderwijs in Curaçao
14.50 – 15.10 uur Vragenronde/slotdebat aan de hand van stellingen
15.10 – 15.20 uur Afsluiting
15.20 – 15.35 uur Performance Walter Palm + Tipiko
15.35 – 16.30 uur Informeel samenzijn
Locatie: Het Tropentheater
Adres: Linnaeusstraat 2, Amsterdam
Entree: E10,00
(vanaf CS Amsterdam tramlijn 9)
Antiquariaat Buku zal als vanouds aanwezig zijn met een uitgebreide boekenkraam. Dit jaar zal, met het oog op de aanstaande herdenking van 150 jaar afschaffing slavernij in 2013, als speciale actie het boek van Pater Rikken Ma Kankantrie, Een verhaal uit de Slaventijd voor de speciale actieprijs van eur15,– worden aangeboden (normale winkelprijs eur25,–; zolang de voorraad strekt). Dit verhaal speelt in Paramaribo rond 1800 en verscheen als feuilleton in de krant in 1907.

In Suriname gebleven

door Lisa van Campenhout

Omslag van Absint; omslagfoto: Onno Siemens
Kort na zijn afstuderen ging hij Nederlands geven in Suriname. Inmiddels is hij naast publicist en docent Nederlands op een middelbare school ook al zes jaar bijzonder hoogleraar bij de bijzondere leerstoelgroep West-Indische letteren. Een interview met Caraïben-kenner Michiel van Kempen. 
In een interview op Radio 1 vertelde u dat u de West-Indische letteren was ‘ingerold’ nadat u in Suriname had gewoond. Waarom bent u daar in de eerste plaats naartoe gegaan?
“Ik wilde een tijdje weg uit Nederland, ik wilde wat van de wereld zien. Als je Nederlands hebt gestudeerd kun je niet veel kanten op en in die tijd was er veel werk in Suriname. Ik besloot om even naar een voorlichting te gaan om te kijken of het wat voor mij was. Na afloop vroeg ik hoe groot de kans was dat ik geselecteerd zou worden. Het antwoord was: ‘U bent aangenomen behoudens goedkeuring van de Surinaamse regering.’ Ik vroeg wanneer ik moest vertrekken. ‘Over zes weken zit u in Suriname.’”
Ik was toen eigenlijk pas net afgestudeerd. Tijdens mijn studie gaf ik parttime les op het stedelijk gymnasium in Nijmegen: nu kreeg ik meteen veertig uur per week. Die uren vonden zowel overdag als ’s avonds plaats, en op zaterdagochtend.
Het leven en werken in Suriname wendde redelijk snel. Pas achteraf besefte ik hoe naïef ik was en hoe slecht ik was voorbereid, vooral cultureel gezien. Je geeft Nederlands in het Nederlands en denkt dat het allemaal hetzelfde zal gaan als in Nederland. Maar dat is dus niet het geval; zo is er nauwelijks onderwijsbegeleiding en zeg je dingen die, achteraf gebleken, ontzettend stom zijn. Grapjes over niet met mes en vork kunnen eten, terwijl allerlei leerlingen uit je klas nog nooit met mes en vork hebben gegeten. Niet dat ze daar iets van zeggen: ze zijn daar niet zo assertief als de studenten hier, die zouden onmiddellijk een weerwoord geven.”
Anya van Toorn – Appel dicht (2012)
“Na vijf jaar ging ik weg uit Suriname. Concreet omdat mijn vriendin in Nederland ging studeren, maar de situatie was daar zo slecht, dat de lol er ook vanaf was. Er was een crisis die je – hoe ik het hoor – misschien vergelijken kunt met de crisis van hier na de oorlog. Van de overheid krijg je een zakje met boter en een paar uien en dat was het. De winkels waren leeg; je kon niet eens een pak waspoeder kopen. Of cola, omdat de doppen niet waren ingevoerd: konden de flessen niet dicht. Er was geen limonade, geen rum, geen bier, geen wijn, helemaal niets. Terwijl in Nederland ondertussen rekken van tientallen meters lang volstonden met honden- en kattenvoer. Bizar.”
In 2006 werd de bijzondere leerstoelgroep West-Indische letteren opgericht. Dat is vrij kort geleden: waarom bestond deze nog niet eerder?
“Vroeger viel de gehele koloniale literatuur onder één leerstoel. Later kwam er een aparte afdeling voor Oost-Indische letteren. De UvA wilde de West niet kwijt, dus werd de leerstoel West-Indische letteren opgericht. Deze naam is een anglicisme; West-Indian literature is een gangbare term, maar van West-Indisch heeft niemand gehoord. Waarschijnlijk zal de leerstoel binnenkort ook worden hernoemd, dan zal het iets van Caribisch-Nederlandse literatuur gaan heten.”
Anya van Toorn – Appel open (2012)
Bent u tevreden over wat de leerstoelgroep de afgelopen zes jaar bereikt heeft?
“Ja, daar ben ik zeker tevreden over. Onder studenten is er ook altijd belangstelling: het aanbod creëert de vraag. Ik geloof dat we langzamerhand doorkrijgen dat we in een samenleving leven waarin op alle punten de Caribische cultuur zichtbaar is, dat was voorheen nog niet zo. Niet dat de studentenpopulatie op de UvA een goede afspiegeling is van de Nederlandse samenleving, dat niet. In mijn colleges zie ik dat iets meer, de helft van de studenten heeft een band met het gebied, ze zijn er geboren of hebben er familie. De andere studenten komen uit nieuwsgierigheid: wat is er nog meer naast de standaard Nederlandse witte literatuur?
Het college dat wordt verzorgd door de leerstoel, is het keuzevak ‘Caribische letteren’. Daarnaast worden er mensen van de leerstoel  ingeschakeld bij andere collegereeksen of bij masters en er zijn natuurlijk een hele reeks promovendi. Dat is wel een winstpunt: waar zouden die anders terecht moeten? Er bestaat geen soortgelijke leerstoel. Er was een collega in Curaçao die zich ermee bezig hield, maar hij stopt ermee. Hij ging dit min of meer vrijwillig doen na zijn pensioen, het is geen bekostigde leerstoel. Het is nog maar de vraag of iemand hem daar gaat vervangen. Hij kon het zich permitteren dit werk te doen, maar een jongere onderzoeker zal toch ook ergens van moeten leven.”
Krijgt u wel eens kritiek op het feit dat u als autochtone Nederlander hoogleraar bent van de enige leerstoel Caribische letterkunde te wereld?
“Kritiek krijg ik niet, maar in Antilliaanse of Surinaamse kringen hoor ik wel dat het spijtig is dat er niemand van hun afkomst is die het doet. Dat is iets wat ik al mijn hele leven hoor; als ik een boek publiceer, is het altijd jammer dat geen Surinamer het heeft geschreven.
Toen de leerstoel werd ingesteld, was er nog bijna niemand gepromoveerd binnen de Nederlands-Caribische literatuur. De mensen bewogen zich niet op dit vlak, het aantal kandidaten voor de leerstoelgroep was nogal gering, om niet te zeggen dat ik de enige kandidaat was. Dat zien we nu weer, nu er een bijzondere leerstoel voor slavernijverleden is opgericht. Omdat er flink wat mensen zijn die zich bezig houden met de geschiedenis van het Caribisch gebied, dachten wij dat er aardig wat kandidaten voor het hoogleraarschap op af zouden komen. Dat viel bar tegen. Er waren maar heel weinig gegadigden en nog minder die de juiste kwaliteiten hadden. Dat komt natuurlijk ook doordat het ook een bijzondere leerstoel is: van een volledige leerstoel kun je tenminste leven. Van een bijzondere leerstoel niet.”
Is het daarom dat u ook les geeft op een middelbare school?
“Ja, dat moet ik wel. Vorig jaar had de leerstoelgroep de eerste cyclus van vijf jaar achter de rug, dan wordt er bekeken of het succesvol genoeg is en of het in huidige vorm moet worden voortgezet. De stichting die de leerstoel bekostigde, kon het door de crisis echter niet meer opbrengen om te blijven financieren. Het voortbestaan van de leerstoel hing even aan een zijden draadje, maar na wat actievoering in de publieke sector is er gelukkig een nieuwe sponsor gevonden, een Curaçaose zakenman.”
In een interview op radio 1 zei u: “Als ik nooit in de tropen was geweest, was ik nu nog een klootzak geweest.” Wat bedoelde u hiermee?
“Mensen die nooit weg zijn geweest uit hun eigen land, denken dat Nederland de maat der dingen is. Als je in een ander land bent geweest, merk je dat datgene dat  je doet veel meer gewicht heeft. Om een voorbeeld te geven: als leraar in Suriname raakte je destijds nauw betrokken in de strijd tegen het militaire regime. Dat was geen kwestie van met een spandoek over straat lopen, dat was gewoon doen dat soms heel gevaarlijk was. En je ziet kinderen daar op school in slaap vallen, omdat ze daar zo moeten ploeteren terwijl ze al om vijf uur waren opgestaan om de koeien te melken. Dat mensen zó moeten knokken voor hun bestaan, dat kennen wij niet meer. Dat zijn verrijkende ervaringen: je leert meer relativeren.
Waar ik mijn colleges altijd mee begin, is iets waar niet veel mensen bij stilstaan: wij spreken Nederlands, zowel thuis als op school. De meeste mensen op de wereld zijn echter meertalig en die doen dat ook automatisch. In Bombay heb ik journalist ontmoet die van jongs af aan zes talen sprak; dat vond hij heel gewoon. Met Engels werk je, Hindi spreek je formeel, hij praatte tegen zijn moeder in een andere taal dan met zijn vader… hij wist exact wat hij wanneer moest gebruiken.
Taal is cultuur, dus dat betekent dat je ook andere culturele concepties meeneemt in jouw denken. Dat is ook wat er in mijn colleges gebeurt, dat ik de evidentie van het lezen ter sprake breng en kritisch ondervraag. Dit is een Nederlandstalige tekst, maar is het Nederlands? In de loop van de collegereeks leren studenten wat er zo specifiek is aan die postkoloniale literatuur en waar je aan kunt zien dat deze uit veel postkoloniale elementen is opgebouwd.
Afgelopen jaar had ik een Antilliaanse auteur uitgenodigd als gastdocent. Al in het eerste college gooide ze alle wonden van zwart-wit in de Nederlandse samenleving open. Maar deze discussie hebben we al lang gevoerd, dacht ik toen. Voor de studenten was het echter heel confronterend: het bleek dat ze hier nog nooit bij hadden stilgestaan. Zwarte Piet racistisch, kán dat, het is toch onze traditie? De schrijfster gaf aan op wat voor manieren zij was geconfronteerd met evident of sluipend racisme. Dat zijn interessante dingen: je trekt met de Caribische literatuur ook de hele multiculturele samenleving in je college.”
[uit Absint, nr. 6, september/oktober 2012]

Colloquium Surinamistiek over jongeren

Morgen, zaterdag 12 november 2011, vindt in het KIT het jaarlijkse Surinamistiek-colloquium van de Stichting Instituut ter Bevordering van de Surinamistiek (IBS) plaats. Thema is deze keer: jongeren en hun leefwereld.

Klik hier voor het volledige programma.

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter