blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Surinaams Museum

Mijn 1e Erwin…

Vanaf maandag 28 oktober 2019 tot half januari 2020 is in het sociëteitsgedeelte van Arti et Amicitiae in Amsterdam de tentoonstelling te zien van veelal Surinaamse kunstenaars uit twee privé collecties van Arti-leden: die van Carl Haarnack en Myra Winter (gezamenlijke collectie met Henry Strijk). Curator is de kunstenaar Harald Schole. Aan de hand van kunstwerken uit de collectie en/ of archiefmateriaal zal Myra Winter in de aanloop en tijdens duur van deze tentoonstellingen haar persoonlijke herinneringen en anekdotes vastleggen. Vandaag deel 3.

read on…

Tentoonstelling Brasa mi ori / Groet me met… in Arti et Amicitiae, Amsterdam

Vanaf maandag 28 oktober 2019 tot half januari 2020 is in het sociëteitsgedeelte van Arti et Amicitiae in Amsterdam de tentoonstelling te zien van veelal Surinaamse kunstenaars uit twee privé collecties van Arti-leden: Carl Haarnack en Myra Winter (gezamenlijke collectie met Henry Strijk). Curator is de kunstenaar Harald Schole.

read on…

Help ons een 19e eeuws vaandel te restaureren!

Op 29 januari 2015 opent in het Joods Historisch Museum te Amsterdam een tentoonstelling over “Joden in de Nieuwe Wereld”.

Op het Surinaams Museum is het beroep gedaan om een vaandel van Toneelgenootschap Thalia voor deze tentoonstelling in bruikleen ter beschikking te stellen. Het vaandel verkeert echter in zeer kwetsbare staat en zal daartoe eerst gerestaureerd moeten worden. read on…

Tentoonstelling slavenschip Leusden permanent naar Suriname

Paramaribo – De tentoonstelling ‘Het slavenschip Leusden’ wordt permanent naar Suriname gehaald. Een voorproef hiervan was tussen 3 november vorig jaar en januari dit jaar te zien in het Surinaams Museum, onder de naam ‘Smart van een Slavenschip-Scheepsramp op de Marowijne’. Dit maakt het museum vrijdag bekend in een persbericht. read on…

Eerste museumnacht ondanks zorgen erg succesvol

door Christio Wijnhard

“We hielden ons hart vast, zo van ‘gaan er wel mensen komen’?”, “we hadden de drukte onderschat” en “het werkt!” waren enkele reacties van deelnemers aan de eerste museumnacht in Suriname. Opvallend was het enthousiasme van alle medewerkers bij de verschillende musea, maar ook van het aanwezige publiek.

Stichting Surinaams Museum
Met een totaal aantal van ongeveer 250 bezoekers viel er niet veel te klagen voor het museum. Het oude fort was druk bezocht en had de focus gelegd op het werk van Gerrit Schouten, vanwege zijn gemengde afkomst (blanke vader, gekleurde moeder) beschouwd als de eerste echte Surinaamse kunstenaar. Schouten is bekend van zijn tekeningen van Codjo, Mentor en Present en tevens van zijn diorama’s waarvan er vier zijn opgenomen in de collectie van het Rijksmuseum te Amsterdam en drie in het Surinaams Museum in ons land. Naast Schouten was er ook speciale aandacht voor de inheemse cultuur van ons land. Zo kon het publiek een 1200 jaar oude bijl uit Suriname bekijken.

“Zeer tevreden voor een eerste keer”
Hugo Brunings is meer dan 15 jaar één van de gidsen van het Surinaams Museum. “Voor een eerste keer mogen we absoluut niet klagen. Hierna gaan we evalueren en het is wel de bedoeling dat het een jaarlijks terugkerend evenement wordt.” Brunings vertelt dat er zondags ook rondleidingen zijn in het museum. “We hebben gemiddeld twee groepen van dertig dus zo een zestig man in totaal.” Tijdens de museumnacht waren er voornamelijk kleinere groepen die langsliepen. Gezinnen, koppeltjes maar ook groepjes vrienden en vriendinnen. Zo ook Janice Esajas en Chenua Kroes. Janice woont sinds drie jaar weer in Suriname en ging in Nederland vaker naar het museum. “Nu is het wel de eerste keer dat ik in Suriname naar een museum ga en ik vind het echt leuk!”
“Je hebt meer tijd in de avond”
Ook Chenua vindt de museumnacht een leuk idee en voor herhaling vatbaar. “Ik ben weleens met school geweest naar het museum, maar dan ben je met een grote groep. Dan luister je niet altijd want je gaat toch babbelen. Maar nu konden we samen rondlopen en konden we alles rustig bekijken.” Ook Ivo Fugers en Noor Figdor, beiden afkomstig uit Nederland, vinden de museumnacht een goed idee. “Het is een extra stimulans om mensen naar het museum te krijgen”, aldus Noor. “Ja, zo is het wel uitnodigend om naar een museum te gaan”, vult Ivo aan. “In Nederland is de museumnacht echt vet! Hopelijk is dat hier net zo!”

“Ik werd er stil van…”
Winston Lieveld, werkzaam bij het Rumhuis, is initiatiefnemer van het evenement. Hij kijkt zeer voldaan terug. “Eerlijk gezegd werd ik er een beetje stil van. We hebben bij het Rumhuis meer dan 400 mensen gehad. Toen we wilden opengaan, stonden er al 30 mensen te wachten.“ Lieveld was erg blij met de opkomst. “Het was een mooie, opvallende mix tussen jong en oud. Maar ik dacht echt: ‘mensen gaan niet komen want het gaat toch om musea’ maar nogmaals, de opkomst was echt goed en ik werd er echt helemaal stil van.” Lieveld geeft aan dat het concept niet van hem komt maar dat hij het graag naar Suriname wilde halen. “Ik wilde iets teruggeven aan de mensen, ook vanuit het Rumhuis en de SAB, op het gebied van kunst en cultuur en ik ben blij dat het boven verwachting is gegaan.”
Volgend jaar weer!
Binnen twee weken zal Lieveld met de participerende musea evalueren. “We hebben zelf natuurlijk ook wel wat kleine kinderziektes gehad en mensen gaven aan dat het misschien vaker in het jaar moet gebeuren, maar we moeten ook ervoor waken dat het speciale er niet af gaat. Daar moet dus over gepraat worden.” Lieveld zal ook kijken naar zaken als parkeren. Op de route van de MAS naar het Rumhuis waren de trottoirs vol met geparkeerde auto’s waardoor het publiek genoodzaakt was op straat te lopen waar natuurlijk ook verkeer aanwezig was. “We gaan daar zeker iets mee doen. Misschien dat we volgend jaar een shuttlebus inzetten. Dus dat mensen ergens waar er genoeg ruimte is parkeren, en dan met die bus de verschillenden locaties kunnen bezoeken.” Lieveld hoopt voor volgend jaar meer musea te betrekken bij het evenement. “In ieder geval heeft de MAS al toegezegd!”

 

[uit de Ware Tijd, 19-05- 2014]

Zunder: “Surinaams museum moet plaatsmaken voor NRCS”

Bezoekers van de conferentie ‘400 jaar commerciële relatie Nederland Suriname’, die zondag in de Palmentuin werd gehouden, luisteren aandachtig naar NRCS-voorzitter Armand Zunder en andere sprekers. Foto © Irvin Ngariman 
door Euritha Tjan A Way
Paramaribo – Na de eerste bedreiging met ontruiming voor Carifesta, wordt het Surinaams Museum in Fort Zeelandia wederom bedreigd met uitzetting. Armand Zunder, voorzitter van de National Reparations Committee Suriname (NRCS), stelde zondag dat het een schande is dat anno 2014 het gebouw dat symbool staat voor het vele kwaad dat de zwarte bevolking is aangedaan, nog steeds beheerd wordt door een “stelletje conservatieve Nederlanders”.
Zunder sprak in de Palmentuin, waar een conferentie werd gehouden met het thema ‘400 jaar commerciële relatie Nederland Suriname’.
“Wij gaan het voorstel naar de regering geleiden dat daar de Nationale Reparations Commissie Suriname komt te zitten, en dat op de plaats waar de galg eerst was een mausoleum komt die vierentwintig uur wordt bewaakt door het Nationaal leger.” Naast dit plan noemde Zunder nog een aantal prioriteiten die de NRCS de regering wil voorleggen. Eén daarvan is onderzoek en vastlegging van de historie van de Inheemsen en de tot slaaf gemaakten en deze historie laten opnemen in de schoolboeken. “Want de uitspraak van een van mijn rastabroeders recent is helemaal waar. Wat zij nu leren is his-story, ze moeten our-story leren”, aldus Zunder.
[uit de Ware Tijd, 30/03/2014]

De Surinaamse bibliotheken in beeld (4 en slot)

Onderstaand artikel is een gedeelte uit een dossier over Surinaamse bibliotheken dat verscheen in Bibliotheekblad, het vakblad van Nederlandse bibliotheken. Vandaag uitgelicht: de bibliotheek van het Surinaams Museum, Rappa´s bibliotheek en Stichting Bukutori (deel IV).

door Kirsten Dorrestijn

Bibliotheek van het Surinaams Museum: gesloten historisch collectie

Het Surinaams Museum is gevestigd in Fort Zeelandia, dat staat op de plek aan de Surinamerivier waar de eerste kolonisten voet aan wal zetten. De bibliotheek van het museum is gehuisvest in de Commewijnestraat in de wijk Zorg en Hoop. De bibliotheek is voortgekomen uit de Koloniale Bibliotheek.

Plantagearchieven
‘Wij hebben veel antiquarisch materiaal dat verder nergens te vinden is’, vertelt Laddy van Putten, directeur van het museum. ‘Het gaat om zeventiende eeuwse stukken, handschriften en plantagearchieven, onder andere die van de plantage Mariënburg. Ook hebben we bijvoorbeeld de eerste druk van John Gabriël Stedman in kleur.’ In totaal zijn er 35.000 titels in bezit.

De bibliotheek wordt onderhouden door één kracht met een vakgerichte mbo-opleiding. ‘Jarenlang hadden we goed opgeleide medewerkers, maar de laatste daarvan is een paar jaar geleden overleden. De huidige medewerker is door haar ingewerkt.’ Bij de bibliotheek van het Surinaams Museum worden geen stukken uitgeleend, er is alleen ruimte voor inzage. Wetenschappers en studenten hebben vooral belangstelling voor geschiedkundige werken over Suriname. Zo’n drie tot vier bezoekers per week melden zich. ‘Voorheen zat het hier vaak vol, maar tegenwoordig vinden mensen veel op internet.’


Kaarten en prenten
Sommige stukken zijn zo kwetsbaar dat ze ook niet mogen worden ingezien, bijvoorbeeld scheepsjournalen uit de achttiende eeuw. De documenten worden in een geklimatiseerde ruimte en de historische stukken in gesloten kasten bewaard. ‘We hebben ook een schitterende collectie oude kaarten en prenten, voor een groot deel geschonken door de culturele stichting Sticusa, maar die is vanwege de kwetsbaarheid niet toegankelijk. Deze collectie is wel goed ontsloten in de publicatie Schakels met het verleden.’ Ten slotte heeft de bibliotheek de grootste collectie Surinaamse almanakken in bezit.

De Stichting Surinaams Museum krijgt subsidie van de overheid, maar budget om de collectie te ontsluiten en aan te vullen is er nauwelijks. ‘Was het maar waar. Dan hadden we ook volwaardige krachten hier. Het meeste geld gaat naar het onderhoud van Fort Zeelandia en beide woningen die het museum beheert. Dat zijn monumentale panden.’

Rappa´s Bibliotheek: boeken voor de lijst

Rappa
Robby Parabirsing, ook wel bekend als Rappa, is voormalig docent Nederlands en een populair schrijver in Suriname. Sinds 1983 heeft hij een bibliotheek aan huis. Iedere doordeweekse avond stelt hij tussen 17.30 en 20.00 zijn collectie open voor publiek. Het zijn vooral middelbare scholieren die er komen, want de boeken die Rappa heeft, zijn in de schoolbibliotheken vaak óf niet te vinden óf uitgeleend. Het gaat om boeken die de leerlingen voor hun lijst moeten lezen.

Tegen alle wanden staan boekenkasten met kinderboeken, strips, Nederlandstalige en Engelse romans. Twee kasten zijn gevuld met gekopieerde boeken waarbij op de rug in vrolijke kleuren de titels zijn geschreven. ‘Dat zijn back-ups voor als de originele exemplaren zijn uitgeleend’, vertelt Parabirsing. Hij wijst naar de boekenkasten met originelen: ‘Die hoek was ooit twee maal zo groot. Het krimpt. Soms komen leerlingen hun boeken niet terugbrengen.’

De stille kracht
Elke keer als Parabirsing in Nederland is, koopt hij bij de Slegte titels op die Surinaamse leerlingen voor hun lijst moeten lezen. ‘De literatuurlijsten worden hier nauwelijks aangevuld met nieuwe titels. Maar de oude romans zijn uit de roulering geraakt.’ Veel Surinaamse docenten willen dat leerlingen boeken lezen die zij zélf moesten lezen toen ze op de opleiding zaten. ‘Denk aan klassiekers als De vrijheid gaat in het rood gekleed van Theun de Vries. Dat boek verscheen in 1946! Of denk aan De stille kracht van Couperus of De opstand van Guadalajara van Slauerhoff.’ In de Slegte slaat Parabirsing voor 100 euro boeken in en stuurt die op naar Suriname. Vervolgens kopieert hij ze, zodat hij niet met een probleem zit als een exemplaar wegraakt.


Gebrek aan begeleiding
Het verschilt per docent welke boeken de leerlingen voor hun lijst mogen lezen. ‘Een gebrek aan goede begeleiding en uniforme lijsten van toegestane boeken is hier echt een probleem’, verzekert Parabirsing. ‘De ene leerkracht keurt boeken af die bij een collega wel mogen.’ Maar het grootste probleem is volgens Parabirsing nog de beschikbaarheid van boeken op scholen. ‘Jeugdromans over relatieproblemen, conflicten met ouders, zelfmoord, discriminatie. Boeken van Anke de Vries, Thea Beckman en Carry Slee verslinden de leerlingen, maar die zie je, evenmin als leuke Surinaamse jeugdboeken, weinig terug op de lijsten.’

Donald Ducks lenen
De drukte in Rappa’s Bibliotheek slaat meestal toe in maart en april, vlak voor de eindexamens. ‘Dan staat de straat vol met auto’s. De Onderwijsbibliotheek en de schoolbibliotheek kunnen de vraag vaak niet aan en zeggen: “Ga maar naar Rappa”. Leerlingen komen helemaal uit Lelydorp, Saramacca en Commewijne.’

Bijna dertig jaar geleden startte Parabirsing zijn bibliotheek. ‘Het begon alleen met strips. Vrienden kwamen Suske en Wiskes en Donald Ducks lenen. Een vriend zei op een gegeven moment: “Als je nou 5 cent vraagt voor elk boek dat je uitleent, kun je daarvan nieuwe boeken kopen.”’ Maar op een gegeven moment raakte Parabirsing romans kwijt en besloot hij schaarse exemplaren in het vervolg te kopiëren.

Te dik papier
Het kopiëren van de boeken besteedt Parabirsing uit. Hulp uit Nederland in de vorm van schenking van boeken is welkom, maar is soms problematisch. ‘Veel van de afgeschreven bibliotheekboeken staan hier niet op de lijst. Ze zijn te dik of niet op het juiste niveau. Je moet precies weten welke boeken op de literatuurlijsten staan om gericht te kunnen inslaan. Ook heeft iemand me een keer een lading papier gestuurd, maar dat bleek te dik voor de kopieermachine.’

Bukutori bibliotheek: giften van Nederlandse antiquariaten en bibliotheken

In 2004 stichtte voordrachtskunstenaar Guillaume Pool zijn eigen bibliotheek in Suriname. Pool woont de helft van het jaar in Nederland en de andere helft in Suriname. Al tientallen jaren stuurt hij boeken naar zijn geboorteland om iets te doen aan het grote boekentekort. Op een gegeven moment verloor hij het zicht op zijn zendingen en besloot hij zelf een bibliotheek op te richten. Twee vrijwilligers zorgen dat de Bukutori bibliotheek het hele jaar open is.

‘Bukutori’ betekent ‘boekverhaal’ in het Sranantongo. De bibliotheek is gevestigd in de wijk Zorg en Hoop en telt 5000 boeken. In het gebouw op het terrein van een kinderweeshuis staan drie rijen boekenkasten met kinderboeken, dichtbundels, sprookjes, boeken over schrijven, studieboeken en Surinamica.

Tot de nok
Pool verzamelt in zijn woonplaats Groningen (Nederland) bij antiquariaten en bibliotheken afgeschreven boeken die hij vervolgens per zeepost naar Suriname stuurt. Op dit moment is hij hard op zoek naar nieuwe huisvesting voor de bibliotheek, want de ruimte is tot de nok toe vol. ‘Ik heb een stukje grond aangevraagd maar wacht nog op toewijzing van de overheid. Voor de bouw heb ik alle middelen al toegezegd gekregen. Als de nieuwe bibliotheek er eenmaal staat, zal ik in Nederland langs het CB en uitgeverijen gaan om de collectie te verversen. Ook zullen we dan weer lees- en vertelactiviteiten organiseren zoals we voorheen ook deden.’ Het plan is om de Bukutori bibliotheek dan zes dagen per week open te hebben, terwijl de bibliotheek nu drie halve dagen per week open is.

Vlooienmarkt
De Bukutori-bibliotheek heeft 65 volwassen leden en 75 kinderen. ‘We krijgen niet alleen kinderen uit de buurt, maar uit alle buurten van Paramaribo’, vertelt vrijwilliger Esmee Loswijk die docent Nederlands is aan de Lerarenopleiding. ‘Ze weten van het bestaan van de bibliotheek via mij, via meneer Pool of via de leden die het doorvertellen.’

Boeken die niet vaak uitgeleend worden, verkopen de medewerkers op de zondagse vlooienmarkt op de Tourtonnelaan. ‘Dat doen we pas sinds een paar weken en dat loopt wel aardig. Vooral de kinderboeken zijn in trek’, vertelt Loswijk.

Een gedeeld verleden

Museumstof 210

Tweede van rechts, Lien Tunk.
Het is alweer wat afleveringen geleden dat we over historische foto’s spraken: een foto van Cateau van Rosevelt te midden van emigranten. Dat de foto’s van het museum op internet nog steeds zeer gewild zijn, mag wel blijken uit het feit dat het aantal ‘hits’ intussen in de richting van de 1,4 miljoen gaat.
Dat is dan ook de reden waarom we sinds de fotosite operationeel is, relatief vaak aandacht aan oude foto’s besteden, omdat we weten dat die ook zeer tot de verbeelding spreken. In januari ontvingen we een viertal foto’s van de heer Kruyt die toevallig op onze fotosite terechtkwam. Na enige correspondentie heeft hij de foto’s met veel genoegen aan het museum geschonken. Omdat de achtergrondinformatie zo bijzonder is en door hem zo helder voor ons op papier werd gezet, nemen we zijn verhaal integraal over.
“Met enige regelmaat bekijk ik foto’s van oud-Suriname op de Flickr Photostream. Geweldig leuk om op die manier een breed overzicht te krijgen van een land en zijn inwoners. Hoogwaardigheidsbekleders naast de ‘gewone mens’, lintjesdoorknippers naast hardwerkenden in barre omstandigheden.”
“Mijn creoolse oma Lien Tunk werd geboren in Suriname in 1892 en opgevoed door een zendeling en zijn zuster, de heer en mevrouw Voet, in Paramaribo. Van mijn oma heb ik twee originele jeugdfoto’s, gemaakt door Augusta Curiel. Een prachtig groenige passe-partout met een bloemenrand die er als het ware boven op ligt. Op beide foto’s staat mijn oma met een aantal vriendinnen, allemaal keurige jongedames en in deftige kleren, met hoeden en lange zwarte haren. De ene foto is gemaakt op de brug in de Palmentuin; op de andere foto vormen zij een geposeerd ‘theekransje’. Ik denk dat de meisjes rond de vijftien jaar oud zijn. Was het 1907?”
“Na de Eerste Wereldoorlog kwam mijn opa vanuit Nederland naar Suriname. Hij was officier machinist bij de koopvaardij. Lang, blond, wit uniform met glimmende knopen. Hij werd verliefd op Lien Tunk en nam haar uit Suriname mee naar het blanke Nederland, waar zij in 1921 trouwden. Uit het huwelijk werd een tweeling geboren, twee jongetjes, Jan en Jopie. De een had blauwe ogen en blond haar, de andere bruine ogen en donkere krullen.”
“De zoon van mijn oma, mijn vader, ging later in Groningen studeren. Een goede studievriend was Jos Smidt, wiens grootvader gouverneur van Suriname was geweest in de periode rond 1885. Ook van gouverneur H.W. Smidt heb ik twee originele foto’s. Op één ervan legt hij de eerste steen van de Willemschool in Paramaribo op 17 februari 1887. De koning was op die dag jarig en dus werd de school naar hem genoemd. De andere foto laat de optocht zien in de Heerenstraat op diezelfde dag.”
De Heerenstraat in Paramaribo, vóór 1920. Kerncollectie Fotografie Museum Volkenkunde.
“Wie de foto’s van gouverneur Smidt heeft gemaakt weet ik niet. De foto’s hebben wel een prachtig zwierig onderschrift met locatie en datum, maar de naam van de fotograaf staat er niet bij. Misschien kunt u die achterhalen? Qua compositie lijken de foto’s op de foto’s die ik op de website van het Surinaams Museum heb gezien.”
“Mijn oma en gouverneur Smidt hebben niet van elkaars bestaan geweten. Twee heel verschillende levens en op verschillende momenten, maar wel allebei in Paramaribo. Hij legt de eerste steen van de school waar zij later les gaat geven. Het leuke is dat hun levens wel min of meer samen komen in … mijn woonkamer. Ik ben kleinzoon van Lien Tunk, en gouverneur Smidt liet in Paramaribo een prachtige archiefkast maken die via zijn zoon en zijn kleinzoon in mijn woonkamer terechtgekomen is. De beide foto’s van de opa van Jos lagen in de kast.”
“In overleg met mijn moeder willen wij deze vier foto’s graag afstaan aan het Surinaams Museum. Het gaat om meer dan onze familieleden. De foto’s maken deel uit van de geschiedenis van een ander land. We zijn blij dat het onze voorouders waren, maar voor het land van herkomst is de betekenis en de waarde wellicht groter: als een puzzelstuk dat het verleden completer maakt.”
“De foto’s kan ik binnenkort meegeven aan een Surinaamse kennis van mij die naar Paramaribo komt voor een lange vakantie bij haar familie.”
Met vriendelijke groet, Johan Kruyt.
En zo hebben we dankzij deze schenking weer een stukje geschiedenis, vastgelegd in woord en beeld, aan de collectie van het museum kunnen toevoegen. De beide foto’s van de Willemschool en de optocht kunnen worden toegeschreven aan Julius Muller. De foto’s zelf staan binnenkort op de website.
Reacties op museumstof? Bel op 425871 of e-mail ons:info@surinaamsmuseum.net
Zie ook www.surinaamsmuseum.net en www.flickr.com/photos/stichtingsurinaamsmuseum voor foto’s uit de collecties van het museum. Voorts www.amazonian-museum-network.org
[uit de Ware Tijd, 20/04/2013]

Amazone Museum Netwerk

In deze museumstof komen we nog een keer terug op het Amazone Museum Netwerk, waar het Surinaams Museum samen met het Museo Paraense Emilio Goeldi in Belém en het Musée des cultures guyanaises in Cayenne, deel van uitmaakt. De in de vorige aflevering aangekondigde bijeenkomst heeft inmiddels plaatsgevonden. Tientallen deelnemers uit Frans Guyana, Brazilië en Suriname vormden een inspirerende groep mensen die in St. Georges de l’Oyapock met elkaar in discussie gingen over diverse museale en daaraan gerelateerde zaken.
Vanuit Suriname deden twee vertegenwoordigers van het Surinaams Museum en een van het Tembe Art Museum in Moengo mee. Het is onmogelijk om in een museumstof de inhoudelijke discussies te bespreken. Wel kan geconstateerd worden dat, gezien de talloze positieve reacties, de bijeenkomst zeer geslaagd mag worden genoemd. Ook mag geconstateerd worden dat veel indiaanse/inheemse jongeren aan de discussies deelnamen of er als toehoorder bijzaten.
De betrokkenheid van de jongere generatie bij het behoud van de eigen cultuur was vooral merkbaar in het dorpje Oiapoque aan de Braziliaanse kant van de grens. Het daar opgezette museum Kuahí, dat de Indiaanse culturen uit de regio laat zien, leek overspoeld te worden door jonge mensen. En als we daarbij dan ook nog bedenken dat dit museum een volledig vanuit de eigen gemeenschap genomen initiatief was dat voor een belangrijk deel draait op vrijwilligers, kan het ook niet anders dan dat dit initiatief sterk ondersteund wordt door de regering van de deelstaat Amapá. Frappant was het om te zien dat de tentoongestelde objecten voor 90 procent zo uit het depot van het Surinaams Museum hadden kunnen komen, hetgeen de onderlinge verbondenheid, die zover terug gaat in de tijd, alleen maar kan bevestigen. Ook hierom is het zo goed dat die regionale samenwerking er is en verder wordt uitgebreid. In Brazilië zijn de meeste musea overheidsmusea die gratis toegankelijk zijn. In Frans Guyana vinden we zowel particuliere als overheidsmusea. Een voorzichtige, maar opvallende conclusie daarbij is dat de particuliere musea over het algemeen beter draaien en grotere bezoekersaantallen hebben.
Van de gelegenheid werd gebruik gemaakt om zowel in Cayenne als in Regina, dat ligt op weg naar St. Georges de l’Oyapock, enkele musea te bezoeken evenals het depot van voornoemd museum in Cayenne. Daaruit bleek maar weer eens hoe dicht we als buren bij elkaar staan met een gelijksoortig verleden dat in een gelijksoortig erfgoed is terug te vinden. En dan hebben we het niet expliciet over het Indiaanse verleden van degenen die hier al eeuwen woonden maar vooral ook over het koloniale verleden. Presentaties over bijvoorbeeld goud, rubber, hout, maar ook de archeologie en de aanwezigheid van verschillende culturen riepen alleen maar herkenning op. Het eco-museum te Regina maakt vooral gebruik van evocatieve opstellingen. Dat zijn sfeer oproepende tentoonstellingen waarbij de suggestie wordt gewekt dat je zelf onderdeel van de tentoonstelling bent: een nagebouwde slaapkamer, een winkeltje, een kopie van een Long Tom die bij het wassen van goud wordt gebruikt e.d.
We hopen dat deze regionale samenwerking, die volledig aansluit op wat de regering propageert, nog lange tijd mag voortduren en tot wederzijds voordeel en versterking mag leiden. Over niet al te lange tijd wordt de website operationeel. We houden u op de hoogte.
Reacties op museumstof? Bel op 425871 of E-mail ons:info@surinaamsmuseum.net
Zie ook www.surinaamsmuseum.net en www.flickr.com/photos/stichtingsurinaamsmuseum voor foto’s uit de collecties van het museum.
 
[Museumstof 207, uit de Ware Tijd, 15/12/2012]

Verzamelen op verzoek

Af en toe komen we een bewijs tegen van museale contacten tussen Suriname en Nederland, die heel ver terug gaan. Zo is er een document in de Suriname-afdeling van het Nationaal Archief te Den Haag over de fauna van Suriname en opgevraagde informatie door het Rijksmuseum in Amsterdam.

Abraham de Veer (Curaçao, 8 januari1767 – Paramaribo, 1 februari 1838) was een Nederlands koloniaal bewindsman en gouverneur van Suriname van 1822 tot 1828. Hij streed tegen de sluikhandel in slaven en werd belast met de wederopbouw van het grotendeels door de brand van 1821 verwoeste Paramaribo. Hij schreef op 25 november 1825 een missive tot inwilliging van het verzoek van de heer Diepvink. Deze had via het gouvernement de publicties van Bloch in zes delen en van Stoll in twee delen toegezonden gekregen. Deze werken had hij gebruikt om de reeds voor het Rijksmuseum verzamelde vissen te classificeren. En hij stuurde ze nu terug naar het gouvernement met het verzoek ze te schenken aan het Collegium Medicum.

Werk van de Japanse kunstenaar Akira Shimaya, geschonken door de maker aan het Surinaams Museum.

De terug ontvangen zes delen van het werk van Bloch gaan over vissen en er zijn twee delen van Stoll over Cicaden, waartoe de ons zo bekende siksi yuru behoort. De brief van dhr. Diepvink, gedateerd op 16 november 1825, waarin hij de gouverneur vraagt de boeken die hij heeft geraadpleegd te schenken aan het Collegium Medicum, is toegevoegd. Marcus Elieser Bloch (1723 -1799) was een zeer bekende Duitse arts die tevens ichthyoloog was, ofwel iemand die vissen bestudeert. Hij kwam uit een arme familie en kon tot zijn negentiende niet eens lezen. Wat kennis van het Hebreeuws zorgde ervoor dat hij in dienst kwam bij een Joodse chirurg in Hamburg. Daar eerde hij Latijn en anatomie. In 1747 behaalde hij de graad van doctor te Frankfurt. Hij is vooral bekend om zijn encyclopedisch werk over vissen. Tussen 1782 en 1795 publiceerde hij een prachtig geïllustreerde twaalfdelige editie Allgemeine Naturgeschichte der Fische. De eerste drie delen handelen over vissen in Duitsland, de overige delen beschrijven de vissen in de rest van de wereld. Daarnaast verzamelde hij 1500 species die in het natuurhistorische museum van de Humboldt Universiteit van Berlijn worden bewaard.

De werken over de cicaden betrof Natuurlyke en naar ‘t leeven naauwkeurig gekleurde afbeeldingen en beschryvingen der cicaden, in alle vier waerelds deelen Europa, Asia, Africa en America huishoudende, by een verzameld en beschreeven door Caspar Stoll, in 1788 uitgegeven door Jan Christiaan Sepp te Amsterdam.

Caspar Stoll was in Hesse-Kassel in Duitsland geboren, zo rond 1725. Stoll was lid van het Natuuronderzoekend Genoodschap te Halle (Duitsland). Hij maakte ook boeken over andere insecten, die erg bekend werden. Hij overleed in 1791 te Amsterdam.Evenals de welbekende Maria Sybilla Merian bestudeerde hij vooral insecten uit de Hollandse koloniën. Deze werden verzameld en opgestuurd vanuit Ceylon, Java, Sierra Leone en ook uit Suriname. Hoezeer het bestuderen van insecten nog een omstreden vorm van wetenschap was, blijkt wel uit de inscriptie in het werk: ‘Zonder de almachtige hand van de Schepper uit het oog te verliezen’. Dit werd vaker aangehaald om te voorkomen dat het boek verbannen of verbrand zou worden.

Andere vroege contacten tussen Suriname en musea in Nederland kunt u vinden in de recente publicatie Verzamelaars en Volksopvoeders van Pepijn Reeser, verkrijgbaar in onze museumwinkel.
Reacties op museumstof? Bel op 00-597-425871 of
E-mail: info@surinaamsmuseum.net

[Museumstof 201, uit de Ware Tijd, 18/08/2012]

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter