blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Stipriaan Alex van

2013 excursies naar Tilburg, wandelingen in Haarlem en take pArt in art in Katwijk

door Dineke Stam
Hét thema van 2013 voor mijn werk was het slavernijverleden. In januari, maart, april en september met bijzondere busexcursies naar de expositie Zielenzorg en zielenmoord, over Peerke Donders en de slavernij. Dankzij de goede samenwerking met het Peerke Donderspaviljoen, Petra Robben, Jenny Wesly, Noraly Beyer, Lianne Leonora, Alex van Stipriaan, Stacey Esajas, Jetty Mathurin, Joan Ferrier, Alice van Gorp, Ray Blinker, Rihana Jamaludin en chauffeur Bertus beleefden randstedelingen een unieke dag in Tilburg. Alle deelnemers bedankt voor de interessante programma’s.
De maanden mei en juni waren gevuld met symposia, cultuur, onderzoek en bijeenkomsten rond het herdenkingsjaar 150 jaar afschaffing slavernij. Veel heb ik geleerd van de inhoudelijke redactie voor de middag over Spoken Slavery bij Imagine IC. hart.amsterdammuseum.nl/63898/nl/immaterieel-erfgoed. Het intense boek van Saidiya Hartman Scenes of Subjection. Terror, slavery and self-making in 19th century America, was ook een inspiratiebron voor het artikel over het staatstoezicht, dat ik schreef voor de educatieve website www.slavernijenjij.nl/. Voor Museumvisie 2013/4 schreef ik een artikel over de museale herdenkingen. Van alle toneel, film, dans en lezingen vond ik de musical Op weg naar Vrijheid (tekst Thea Doelwijt) zowel inhoudelijk als in de uitvoering (m.m.v. Denise Jannah) erg goed.
Scène uit de musical Op weg naar de vrijheid
Dankzij de fijne samenwerking met Ineke Mok en Haarlemse instellingen, presenteerden we op 17 augustus 2013 Hoezo, Haarlem en Slavernij?, een wandelroute, een expositie in het Noord-Hollands Archief, lezingen van het Discriminatiebureau Kennemerland en presentaties in Haarlemse musea. Meer hierover op www.cultuursporen.nl/blog/hoezo-haarlem-slavernij-internationaal-een-gedeelde-erfenis/ en op http://www.noord-hollandsarchief.nl/slavernij. Alle wandelaars dank voor het meedoen.
Verder werkte ik mee aan: een unieke 8 maart viering in het Dr Aletta Jacobscollege met tv optreden toe http://www.at5.nl/tv/straten-van-amsterdam/aflevering/11760; het 6de Inclusive Museum congres in mei in Kopenhagen; het EU project Tell me symposium met Poetry Circle Nowhere in Porto; de opening van het Verzetsmuseum Junior in oktober; de eerste excursie met het nieuwe EU pArt project – participation in art – naar Katwijk met de Artimobiel.
Het Zeeuws Archief
Slavernij blijft ook in het komende jaar een thema. Voor het Zeeuws Archief en de Stuurgroep Slavernijverleden 2013-2014 help ik mee de NiNsee-expositie Kind aan de Ketting in de Abdij van Middelburg te presenteren. Met Dienke Hondius van de VU, Nancy Jouwe van Kosmopolis Utrecht en onderzoekers uit verschillende steden, werken we aan Mapping Slavery – het koloniale slavernijverleden van Nederland op de kaart zetten.http://kosmopolisutrecht.nl/blog/2013/10/project-mapping-slavery-nl-van-start/. Wie weet wat er verder komt.
Ik wens iedereen een gezond, creatief en liefdevol 2014.

 

Nog één keer: voor de allerlaatste keer over Zwarte Piet

 
‘Zwarte Piet is nooit een slaaf geweest’
door Arnold-Jan Scheer
Zwarte Piet bestaat niet sinds 1850. Jongemannen met zwart gemaakte gezichten kwamen al in de Oudheid voor.  Piet is geen Afro, geen creool, geen negerpage, geen etnisch equatoriale Afrikaan, geen Moor en geen slaaf of zelfs geen knecht van Sinterklaas. Robert Vuijsje schrijft dat Zwarte Piet moeiteloos kan worden vervangen door een rode, gele, blauwe, groene of zwarte (!) Piet. Omdat Kleurenpiet net zo veel lettergrepen heeft. Het valt me op dat iedereen ervan uitgaat dat Zwarte Piet een 19de-eeuwse uitvinding is. Van Andree van Es: ‘Tijd om afscheid te nemen van Zwarte Piet’ en prof. Stipriaan Luïscius: ‘150 jaar is nog niet eens zo lang geleden’ tot Van Helsloot van het Meertens Instituut: ‘Hij is in essentie een racistisch fenomeen’. Ik denk het niet.
Heidense elementen
Maar die oorringen, dat kroeshaar en die rode lippen dan? Ik antwoord: wat doet een negerslaaf met een roe? En waarom ontvoert deze kinderen in een zak, door de schoorsteen? Het klopt gewoon niet. Dat zijn heidense elementen, ouder dan de Bisschop van Myra.
Piet is geen Afro, geen creool, geen negerpage, geen etnisch equatoriale Afrikaan, geen Moor en geen slaaf of zelfs geen knecht van Sinterklaas.
Integendeel. Sinds meer dan dertig jaar bezoek ik Sinterklaas- en nieuwjaarsriten op afgelegen plekken in Europa. Daarnaast verdiep ik me in wat geschiedschrijvers uit de Oudheid (Herodotus, Tacitus) zeggen over in essentie sjamanistische gebruiken en hun betekenis (waaronder het zwart maken van het gezicht en de rest van het lichaam). Ik bezocht, filmde en fotografeerde rond 5 december en jaarwisselingen tientallen Sinterklaas- en winter­zonnewende-riten op ooit zeer geïsoleerde plekken, die alle in een oorspronkelijke vorm de tijd hebben doorstaan. En waar maar weinigen van weten.
Dat is andere speculaas. Tijdens deze Sinterklaasriten, die in modern Europa plaatsvinden, worden kinderen letterlijk doodsbang gemaakt (in onze ogen getraumatiseerd), vrouwen geslagen (waarmee ze geen emotionele problemen hebben) en breken er bloedige gevechten uit onder volwassen mannen (ambulances staan klaar). Overal onder aanvoering van Sint Nicolaas.
Archetype
Ik ontdekte op die afgelegen plekken ook dat die roe veel ouder is dan uit het stereotiep van Zwarte Piet dat wij sinds 1850 kennen van het uiterst populaire prentenboek Sint Nikolaas en zijn knecht, van de Amsterdamse onderwijzer en humorist Jan Schenkman. De slavernij moest door Nederland nog worden afgeschaft.
Zwarte Piet is een archetype, net als Sinterklaas zelf, een hybride wezen, het resultaat van wat ze in de godsdienstwetenschap noemen: syncretisme. Hij speelt een rol, zoals iemand die de nar speelt of in travestie gaat tijdens carnaval. Daarmee worden ook geen vrouwen beledigd. Hij is de ongrijpbare knecht van Sinterklaas, de vrolijke tegenhanger, Tijl Uilenspiegel, Jack Sparrow, Pan, Arlequino (die ook een zwartgemaakt gezicht heeft), de sjamaan, de duivel zoals Rome hem afschilderde, de genezer. Hij is altijd sluwer dan de clerus, de magistraten, de intellectuelen en de mensen op posities, die hem tot slaaf proberen te maken, of met hem proberen te sollen.
Vorig jaar om deze tijd mocht ik een lezing geven op een avond voor Caribische letteren. Op Curaçao hebben de nakomelingen van Afrikaanse slaven geen enkele moeite met Zwarte Piet. Ze verven zich nog zwarter dan ze zijn, inclusief kroespruiken, oorringen, roodgeverfde lippen en pagepakjes, tijdens een uitbundige vrolijke Sinterklaasintocht.
Zwartmaken van het gezicht
En in Cornwall, waar ze hun gezichten ook zwart verven, krijgen ze hetzelfde verwijt over racisme, maar daar hebben nooit slavenschepen aangelegd. Ook daar weten ze dat het gebruik heel oud is.
Het zwartmaken van het gezicht tijdens de jaarwisseling gebeurt van Engeland tot Macedonië, ontdekte ik, tot op heden. En nog verder naar het oosten. In Perzië wordt de komst van het nieuwe jaar, van de tijd van Zara-thustra tot nu, gevierd met zich dwaas gedragende zwartgemaakte jongemannen die dansen in een felgekleurde hansop, een week lang. Wanneer deze zwartgemaakte mannen verdwijnen, verschijnt een grijsaard met een lange baard die geschenken brengt, waaronder kiemen en noten. Deze traditie wordt door de islam bestreden, maar op het platteland gevierd. Ook Iraniërs in Nederland doen dat.
Kleurenpieten in Nederland, belachelijk. Deze discussie is verworden tot een oud-Hollandse geloofsstrijd waarbij de rekkelijken en preciezen, correcten en incorrecten elkaar in de haren vliegen.
De geschiedenis begint niet in 1850. Als je alleen het laatste stukje ervan meeneemt, slaat deze hele discussie nergens op. Zwarte Piet is geen slaaf, integendeel. Hij laat zich niet temmen. Hij duikt steeds weer op. Hij is ongrijpbaar. Hij is van het volk.

Arnold-Jan Scheer is journalist, televisiemaker en auteur van Wild Geraas.

[eerder verschenen in de Volkskrant, 15-1-2013]

Paraan boven alles

door Hilde Neus

Foto © Nicolaas Porter

In ‘Paranen tussen stad en bos: Een complexe Afro-Surinaamse ontwikkelingsgang vanuit de slavernij’ schetst Alex van Stipriaan de bijzondere positie van de mensen uit de Para, een positie tussen stad en bos. Vanuit de historische situatie werkten de mensen in de Para op houtplantages, waardoor ze meer dagelijkse ruimte hadden om te bewegen. Veel meer dan op suiker- of koffieplantages. Deze bewegingsvrijheid maakte hen tot mensen met trots, en de plantage-eigenaren zorgden er dan ook voor om op de gronden directeuren neer te zetten die niet tegen hun haren in zouden strijken. Weglopen was immers gemakkelijk. Toch kozen ze daar niet voor omdat het leven op de plantage voordelen bood boven het onzekere leven in het bos. Vanwege de nabijheid hadden ze veel contacten met de marrons. Aspecten als uitingen van winti waren belangrijk. Tot aan de officiële opheffing van het verbod op openbare winti-bijeenkomsten in 1970 werden deze vooral in de Para gehouden. En nog steeds. Ook de overdracht van de ebg-godsdienst beschrijft de auteur. Vele opmerkelijke personen in de samenleving komen uit de Para (Venetiaan, Belliot, Pengel en Derby). Niet verwonderlijk als je kijkt naar de onafhankelijke rol die ze zichzelf toebedeelden. De gehechtheid binnen de groep bleek door de aankoop van gezamenlijke gronden na 1863 en het trouwen binnen het gebied. Geen sakafasi-mentaliteit. Van Stipriaan beschrijft de historie vanuit de bronnen op levendige wijze. Dat maakt zijn stuk zeer prettig leesbaar. Daarnaast brengt hij een extra dimensie in het artikel door niet alleen het verleden te beschrijven, maar ook door het ‘reparations’- debat erbij te betrekken: hoe geëmancipeerd was de Paraan al voor de afschaffing van de slavernij?

Foto © Nicolaas Porter
Jerry Eggerschetst in ‘Langzaam ontwaken: sociaaleconomische ontwikkelingen van creolen, 1873-1940’ de mogelijkheden en beperkingen van de nakomelingen der slaven. Na het staatstoezicht moesten de creolen in hun eigen onderhoud voorzien. Dat geschiedde vooral in de kleinlandbouw, en later ook in de goudindustrie en de balata bleeding-activiteiten. Als bron gebruikt Egger de Koloniale Verslagen, die vanaf 1851 werden opgetekend: niet alleen droge cijfers, maar vaak interessante observaties, die het geheel een meerwaarde geven. Zo stappen de auteurs ervan meer en meer af van de negatieve beeldvorming waar de beschrijvingen van de activiteiten der creolen bol van stonden, hoewel de productie in de kleinlandbouw niet voldeed aan de koloniale verwachtingen.
Vanaf 1884 stimuleerde gouverneur Van Sypesteyn de goudwinning, waarin het overigens javanen en hindostanen verboden was te werken. In navolging van Guyana ving ook Suriname aan met balata-export. Dit natuurrubber leverde heel wat op, zowel voor de arbeiders als voor de staat. In de guyaba-ten – tijdens de dertiger jaren – vielen beide inkomstenbronnen weg, waardoor de economische situatie erg achteruitging, mede ook vanwege de wereldcrisis. Bauxiet en tewerkstelling binnen de ambtenarij maakten de positie van creolen weer wat beter. Leuk dat Egger een egodocument van Elizabeth Singh en zijn eigen familiegeschiedenis opvoert om het verhaal kracht bij te zetten. Beide artikelen bevatten informatie, die heel wat ideeën (vooroordelen) binnen de samenleving bijstellen. Zeer de moeite waard om te lezen dus.

Jerome Egger (redactie): Ontwaakt en ontwikkelt U: Creolen na de afschaffing van de slavernij, 1863-1940. Paramaribo: IMwO, 2013. ISBN 987- 99914- 7-185- 3

“Witte en zwarte visies op de geschiedenis: allemaal bullshit!”

door A. Dirven
 .
‘Er bestaat geen witte visie op de geschiedenis, en er bestaat geen zwarte visie op de geschiedenis. That’s all bullshit! Mijn moeder was wit en mijn vader was zwart, wat zou mijn perspectief dan moeten zijn? Ik ben opgegroeid in Liverpool, van oudsher een van de zwartse steden van Groot-Brittannië en een belangrijke havenplaats, waarvandaan de slavenhalers uitvoeren.  Ik heb het allemaal meegemaakt; racisme, partijdigheid, discriminatie, en ook de eindeloze debatten over zwart en wit perspectief die uiteindelijk allemaal nergens toe geleid hebben. Ik begrijp dat dit in Nederland nog een issue is. Maar ik zeg: er zijn concurrerende verklaringen van de geschiedenis, elkaar bestrijdende interpretaties, er is een heftig debat. Maar ik omarm alle concurrerende perspectieven, ik wil dat er zoveel mogelijk mensen bezig zijn met de slavernijgeschiedenis, ze zijn allemaal welkom.’
Dat zei Stephen Small, bijzonder hoogleraar Nederlands slavernijverleden en erfenis, aangesteld vanwege het NiNsee aan de Universiteit van Amsterdam, èn docent Afro-American Studies in Berkeley, op vrijdagavond 27 juni 2013 in het academisch debatcentrum Spui25 in Amsterdam. Prof. Small besteedde veel aandacht aan de verschillende onderzoeksgebieden waarop hij werkzaam is, onder meer dat van de mentaliteitsgeschiedenis van de nazaten van de slaafgemaakten.
Naast hem hielden ook prof. Alex van Stipriaan (Erasmusuniversiteit Rotterdam) en drs Suze Zijlstra (UvA-promovenda die de machtsverhoudingen tussen etnische groepen in het 17de-eeuwse Suriname bestudeert) levendige inleidingen. Van Stipriaan wees erop dat recent onderzoek aantoont dat de Nederlanders al vroeg in de 17de eeuw een groot aandeel hadden in het transport van Afrikanen naar de Nieuwe Wereld. Al in 1797, zo tonde hij aan, had het weinig gescheeld of de Bataafsche Republiek had de slavernij afgeschaft; vervolgens trad er een windstilte in tot ca. 1840 toen de abolitionisten  (onder wie Van Stipriaans betovergrootvader, Hendrik Koenen)  weer luid hun stem lieten horen. Maar eerst recentelijk wordt er de nadruk op gelegd dat niet de Nederlandse politiek of de Koning de afschaffing van de slavernij naderbij hebben gebracht, maarde uitholling van het slavernijsysteem van binnenuit.
Hendrik Koenen

 

Zijlstra ging in op de hardheid van de vroegste planters in Suriname en hun angsten voor de overmacht aan slaven. Al in 1678 vonden er aanvallen op de plantages plaats door weggevluchte slaven die hadden gekozen voor de marronage in het binnenland van Suriname.
Interessante historische verhalen. Maar het was de openingsvraag van moderator prof. Michiel van Kempen (bijzonder hoogleraar Caraïbische literatuur UvA) die Small zijn tirade ingaf. Een bomvolle zaal luisterde toe en nam met veel vragen actief deel aan de bijeenkomst.

 

Drie eeuwen slavernij en het Nu

Op 1 juli 2013 is het precies 150 jaar geleden dat de slavernij in de toenmalige Nederlandse koloniën Suriname en de Nederlandse Antillen werd afgeschaft. Hoe zag het 18e-eeuwse Suriname eruit, waar kwamen weggelopen slaven terecht en welke invloed heeft het slavernijverleden op het heden? Vanavond spreken daarover specialisten in de slavernijgeschiedenis in debatcentrum Spui25 in  Amsterdam.
Prof. dr. Alex van Stipriaan promoveerde in 1991 cum laude op een studie over de plantagekolonie Suriname tijdens de slavernij. Hij is hoogleraaar Caraïbische geschiedenis aan de Erasmus Universiteit en heeft veel gepubliceerd over de geschiedenis en cultuur van Suriname, evenals over cultuurprocessen in wat wel de Black Atlantic wordt genoemd. Daarnaast is hij conservator Latijns Amerika & Caraïbisch gebied bij het Koninklijk Instituut voor de Tropen. Daar houdt hij zich bezig met onderzoek, internationaal werk en tentoonstellingen. Deze drie aspecten komen aan bod in een groot project waaraan hij nu al enkele jaren werkt over de Marrons in het Surinaamse binnenland. Daarnaast is hij actief op het vlak van internationaal gemeenschappelijk erfgoed en projecten over roots in de Afrikaanse diaspora. Hij is ook actief bezig in en met de Caraïbische gemeenschappen in Nederland.
Prof. dr. Stephen Small promoveerde in Sociologie aan de University of California. Hij is universitair docent Afro-American studies en vice-directeur bij het Institute for International Studies van de University of California in Berkeley. Daarnaast is hij bijzonder hoogleraar Nederlands slavernijverleden en erfenis vanwege de Stichting Nationaal Instituut voor Nederlands slavernijverleden en erfenis (NiNsee) aan de Universiteit van Amsterdam. Van 2004 tot 2007 was hij voorzitter van het Afro-American studies departement. Voordat hij werkzaam was bij Berkeley doceerde hij Geschiedenis en Sociologie aan de University of Massachusetts en aan de universiteiten van Warwick en Leicester in Engeland. Hij was gastonderzoeker aan de universiteiten van Bordeaux, Toulouse, Bahia (Brazilië) en Harare (Zimbabwe).
Drs. Suze Zijlstra studeerde in 2009 cum laude af in de onderzoeksmaster Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en in 2010 in de master History and Culture of the Dutch Golden Age aan het University College London. Momenteel doet zij promotie-onderzoek naar de ontwikkeling van machtsverhoudingen tussen etnische groepen die de kolonie Suriname bevolkten in de 17e eeuw. Haar onderzoek wordt bekostigd door het programma Promoties in de geesteswetenschappen van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).
.
Het debat staat onder leiding van Michiel van Kempen, hoogleraar Caraïbische literatuur aan de UvA.
Datum: donderdag 27 juni 2013
Aanvang: 20.00 uur

150 jaar einde slavernij: herdenken, excuseren of verzoenen? Of alle drie?

Op 1 juli is het 150 jaar geleden dat Nederland de slavernij afschafte in Suriname en op de Nederlandse Antillen. Dat wordt gevierd. In Suriname, op de Antillen, maar ook in Groningen. Want wie is er nou niet blij, dat aan de mensonterende slavernij en daarmee aan de slavenhandel een einde kwam? Keti Koti betekent: de ketenen verbroken. In Suriname is Keti Koti op 1 juli al heel lang een feestdag. Ook in Groningen staan twee activiteiten op het programma: een debat op maandag 24 juni, en een feest op zaterdag 29 juni.

Iedereen is natuurlijk tegen slavernij en niemand is nu nog trots op de trans-Atlantische slavenhandel, maar toch kun je op dat stukje nationale verleden heel verschillend terugkijken. De voor Nederland zeer lucratieve slavenhandel is een zwarte bladzijde in het geschiedenisboek. Maar de een heeft die bladzijde al lang omgeslagen. We moeten vooruit kijken. Nadenken over excuses van Nederland, laat staan herstelbetalingen, is niet nodig. Voor anderen zijn slavernij en slavenhandel nog altijd open wonden. De relatie tussen zwart en wit is nog steeds ingewikkeld en de gemiddelde Nederlander weet schandalig weinig over het slavernijverleden. Nederland zou veel serieuzer moeten nadenken over wat deze erfenis betekent.
Wat vindt u? Debatteer maandag 24 juni mee met Alex van Stipriaan Luïscius (historicus), Glenn Helberg (psychiater), Joan Ferrier (voorzitter Stichting Herdenking Slavernijverleden 2013) en Shanny Inacio (humanistisch docent) onder leiding van Hans Harbers. Halverwege de avond is er een kort optreden van rapper Franky Fresh Flow.
N.B. Dans, eet en feest ook bij het Keti Koti fesa in Grand Theatre op 29 juni, met de superswingende Kakantrie Kaseko Band.

Nieuw boek documenteert historie zwarten

door Audry Wajwakana

Jerry Egger

 

Paramaribo – Het vastleggen van de Surinaamse geschiedenis wordt met Ontwaakt en ontwikkelt u, nog meer vervolmaakt. Dit nieuwe boek, uitgegeven door het Instituut voor Maatschappij en Wetenschappelijk Onderzoek (IMWO), wordt vanavond uitgegeven. Onder redactie van Jerome Egger hebben zeven wetenschappers vanuit hun discipline de verschillende aspecten van creoolse nakomelingen laten optekenen in het boekwerk Ontwaakt en ontwikkelt u: creolen na de afschaffing van de slavernij 1863-1940.
 
 
 
Portret van drie marrons en een kind. Collectie Tropenmuseum Amsterdam
Creool

Het boek komt voort uit een samenwerking tussen het IMWO van de Anton de Kom Universiteit en het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis (NiNsee) in Amsterdam. “Het eerste plan om de geschiedenis van de Afro-Surinamers te onderzoeken en vast te leggen, is in 2008 opgevat”, herinnert Egger zich. Na een seminar in 2010 over de vastlegging van de geschiedenis van nazaten van de slavernij, is besloten om in artikelvorm onderzoek te doen naar het onderwerp. In het eerste artikel wijdt Jack Menke uitgebreid uit over het ontstaan van het woord creool en de wisselende betekenis ervan. “Spaanse veroveraars noemden alle nakomelingen van Europa, creool. Dit gold voor blanken, niet blanken en zelfs dieren”, weet Egger. Ook voor Suriname heeft het woord een bepaalde betekenis gehad. “Menke heeft voor het onderzoek gebruik gemaakt van de volkstelling statistieken vanaf 1921 tot de jaren zeventig, waarover hij vanavond een inleiding zal geven.”

Economisch actief
In het artikel ‘Langzaam ontwaken’ geeft Egger een overzichtvan een aantal sociaal-economische ontwikkelingen die plaatsvonden bij de creolen vanaf 1873. “Na het Staatstoezicht is er een duidelijk beeld gegeven in welke branches de creolen economisch actief waren. Van landbouw, goud, balata tot de ambtenarij en onderwijs in de twintigste eeuw.” De vijf andere onderzoekers zijn Lila Gobardhan-Rambocus over creolen en onderwijs, Joop Vernooij onderzocht creolen in de kerk en het creoolse geloof. Alex van Stipriaan onderzocht Paranen tussen stad en bos, een complexe Afro-Surinaamse ontwikkeling. Eric Jagdew en Martina Amoksi onderzochten de Marrons in Suriname in de post-Surinaamse periode; de moeizame integratie in de plantage-samenleving.

Stimulans
“Dit boek moet een stimulans zijn voor andere groepen om hun eigen geschiedenis vast te leggen”, zegt Egger. Op den duur zal er van alle losse stukjes van de geschiedenis één geheel gevormd kunnen worden. Het boek telt 280 bladzijden en zal volgend week in de boekhandels verkrijgbaar zijn. Tijdens de presentatie die gehouden wordt in het IGRS-gebouw op het universiteitsterrein, zal het boek voor een gereduceerd tarief worden aangeboden.

[uit de Ware Tijd, 21/06/2013]

Hondius, Small, Van Stipriaan en Zijlstra over de slavernij

Suikerrietplantage

 

Lezingen en debat 150 jaar afschaffing slavernij
Op 1 juli 2013 is het precies 150 jaar geleden dat de slavernij in de toenmalige Nederlandse koloniën Suriname en de Nederlandse Antillen werd afgeschaft. Hoe zag het 18e-eeuwse Suriname eruit, waar kwamen weggelopen slaven terecht en welke invloed heeft het slavernijverleden op het heden?
In het Amsterdams Academisch Centrum Spui25 vindt op donderdag 27 juni om 20.00 uur daarover een bijeenkomst plaats, met specialisten in de materie. Zij geven lezingen en gaan met elkaar en met het publiek in debat.Programma


– Welkom en introductie sprekers door prof. dr. Michiel van Kempen, bijzonder hoogleraar West-Indische letteren (vanwege de Stichting Instituut ter Bevordering van de Surinamistiek)
Van Stipriaan

– Lezing ‘Wat is het geluid van stilte? Nederland en zijn slavernijverleden’ door prof. dr. Alex van Stipriaan, hoogleraar Caraïbische geschiedenis aan de Erasmus Universiteit

Small

– ‘The Legacy of Slavery is about the Future, not the Past’, lezing in het Engels door dr. Stephen Small, bijzonder hoogleraar Nederlands slavernijverleden aan de Universiteit van Amsterdam

Zijlstra

– ‘Slavernij in Suriname in de 17e eeuw’ door drs. Suze Zijlstra, promovenda Nieuwe geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam

– Discussie tussen sprekers onderling en met het publiek onder leiding van prof. dr. Michiel van Kempen

Van Kempen

– Einde bijeenkomst

 

De voertaal zal gedeeltelijk Engels zijn.
De bijeenkomst vindt plaats binnen de bijeenkomsten van de Illustere School van de Universiteit van Amsterdam.
Aanmelden is verplicht en kan via: www.spui25.nl

[De aangekondigde lezing van Dienke Hondius gaat niet door.]

Nederland en de slavernij

Historisch Nieuwsblad organiseerde in samenwerking met de Feniks Academie van educatieve uitgeverij ThiemeMeulenhoff een collegedag over Nederland en de slavernij. 




Interviews met Gert Oostindie en Aspha Bijnaar


‘Nederland was een voorloper in de slavenhandel’
Gert Oostindie over zijn lezing tijdens de Collegedag
Kort na het midden van de zeventiende eeuw was bijna een kwart van trans-Atlantische slavenhandel in handen van de Republiek. Dat aandeel zakte daarna snel, doordat de Portugese, Engelse, Franse en Amerikaanse slavenhandel explosief toenam. Over de gehele periode lag het Nederlandse aandeel rond vijf procent. Dat betoogt Gert Oostindie op 19 april tijdens de collegedag over Nederland en de slavernij in Amsterdam. De collegedag is een initiatief van Historisch Nieuwsblad en de Feniks Academie.
Lees meer…

‘Licht getinte slaven hadden meer kans om hun vrijheid terug te krijgen’
Aspha Bijnaar over het leven van slaven
Slaven die een goede relatie hadden met de plantage-eigenaren en de licht getinte slaven – nakomelingen van plantage-eigenaren en hun slavinnen – maakten de meeste kans om hun vrijheid terug te krijgen. Daarover vertelt Aspha Bijnaar, onderzoeker en projectmanager bij het Nederlands Instituut Slavernijverleden (NiNsee), tijdens de collegedag die Historisch Nieuwsblad op 19 april organiseert. ‘Huidskleur had een grote invloed op de positie van de slaaf.’
Lees meer…

Artikelen uit ons archief


Redder van de slaven
Na jaren van strijd komt in 1863 eindelijk een einde aan de slavernij in Suriname en op de Antillen. De voormalige slaven geloven dat ze hun bevrijding danken aan koning Willem III. Het is een mythe, maar die helpt om de rust in de koloniën te bewaren.
Lees meer…

Het succes van de plantage
Wie denkt aan de Surinaamse plantages denkt al snel aan de gruwelijkheden van de slavernij. Er is een genuanceerder verhaal te vertellen. Het systeem was gebaseerd op macht en racisme, maar opgezet om zo veel mogelijk geld te verdienen. Dat bracht ook innovaties voort als het ingenieuze polderstelsel. En voor de slaven werden de plantages na enkele generaties leefgemeenschappen, waar zij verbonden raakten met het land en hun voorouders.
Lees meer… 

‘Wij zoeken onze vrijheid’ 
Vrijheid, gelijkheid en broederschap veroverden de wereld. Waarom zou dat niet ook voor ons gelden, dacht een groep slaven op Curaçao. In de zomer van 1795 kwamen ze in opstand.
Lees meer… 

Misleide migranten 
Tegenwoordig behoren Hindoestanen tot de grootste en rijkste bevolkingsgroep van Suriname. Maar hun voorouders waren straatarme Indiërs, die zonder goed te begrijpen waar ze aan begonnen duizenden kilometers verhuisden om slavenarbeid te verrichten.
Lees meer… 

Slavernij op Curaçao

Slaven die zelf slaven hielden en vrijen die voor een bestaan in slavernij kozen: het slavenbestaan op Curaçao zag er anders uit dan de geijkte verhalen over de verhouding tussen blank en zwart suggereren.
Lees meer… 

Het slavenbestaan in de Nederlandse koloniën
‘Swarten moesten maar werken en de planters tot playsier sijn’

De Nederlandse bijdrage aan de slavernij is zacht gezegd een minder glorieus onderdeel van de vaderlandse geschiedenis. Suriname genoot zelfs de reputatie van het land dat zijn slaven het slechtst behandelde. Waren de Nederlandse slavenmeesters werkelijk wreder dan de Britten, Fransen, Portugezen en Spanjaarden?
Lees meer…

D
e wreedheid van de transatlantische slavenhandel 
Een welgestelde Romein kon beschikken over een klein leger slaven. In Afrika ging men vrijwillig in slavernij als schulden te hoog werden of de honger toesloeg. Slavernij is van alle tijden en alle windstreken. Waarom roept juist de Europese slavenhandel over de Atlantische Oceaan zoveel emoties op?
Lees meer… 

Documentaires en interviews (beeld en geluid)


‘Wij slaven van Suriname’
(RVU, 1999)
Documentaire over Anton de Kom (1898-1945), een Surinaams voorvechter van mensenrechten. De uitzending staat in zes delen van circa tien minuten op YouTube. Bekijk hieronder het eerste deel, voor de overige delen ziehttp://www.youtube.com/watch?v=LHPt8y7xOqE



 

De slavernij
(NTR, 2011)
Vijfdelige serie waarin Daphne Bunskoek en Roué Verveer op zoek gaan naar het slavernijverleden van Nederland. Alle afleveringen zijn terug te bekijken viahttp://www.geschiedenis24.nl/de-slavernij.html

100 jaar afschaffing slavernij
(VARA)
Documentaire uit 1963 over het honderdjarige jubileum van de afschaffing van de slavernij.

 

Ongehoord: de slavenhandel in de 17e en 18e eeuw, deel 3: Tobago
(VPRO, 2010)
Radio-uitzending van OVT over de transatlantische slavenhandel. Een reis langs Vlissingen, Elmina en Tobago. Te beluisteren viahttp://www.geschiedenis24.nl/speler.segment.7006994.html

Aspha Bijnaar geeft ‘rebelse vrouwen’ stem
Vrouwen gebruikten vooral ‘verborgen verzet’ tijdens de slavernij om in opstand te komen tegen hun situatie, ontdekte NiNsee-onderzoeker Aspha Bijnaar. In de theatervoorstelling Rebelse Vrouwen wordt dit vrouwelijk verzet in de schijnwerpers gezet. Het stuk gaat over onderdrukking anno 2013 en in de tijd van de slavernij.
De twee delen van het interview zijn te beluisteren via http://caribischnetwerk.ntr.nl/tag/aspha-bijnaar/


Geluidsfragment college Gert Oostindie


Hier kunt u een deel van de lezing van Gert Oostindie (opnieuw) beluisteren. Wilt u alle colleges horen? Houd onze website dan in de gaten: binnenkort verschijnt een cd-box met alle lezingen van deze collegedag.

Lezing Alex van Stipriaan


Het college van Alex van Stipriaan ging over verzet tegen de slavernij: opstanden, marronage, creolisering
en de uiteindelijke afschaffing ervan. Hieronder kunt u het eerste gedeelte teruglezen.

Ik stel u voor aan Adam. We weten nauwelijks iets van hem, behalve dat hij in de eerste helft van de negentiende eeuw leefde op de koffieplantage Vrouwenvlijt aan de Hoer Helena Kreek. Ik zou graag met u ingaan op de naamgevingsgeschiedenis van slaven en plantages in Suriname, een op zich al zeer interessante geschiedenis, maar daar zal ik niet aan toekomen. Al zitten ook daar elementen van verzet in.

Hoe het zij, Adam is in de jaren 1830-1840 een volwassen man, wellicht zelfs geboren op de plantage, en werkzaam als gewone veldslaaf, de zwaarste categorie werk. En wat we in ieder geval weten is dat Adam tussen 1833 en 1843, het jaar dat hij stierf, in ieder geval acht keer, dus bijna ieder jaar een keer, er op werd betrapt dat hij zich tijdelijk van de plantage had verwijderd. In het plantage-archief staat hij daarom omschreven als “den bandieteneger Adam”. Niets kan hem weerhouden en steeds weer wordt hij op dezelfde plantage, Vriendsbeleid & Ouderszorg, op nog geen kilometer afstand van Vrouwenvlijt opgepakt. Het is dus zeer waarschijnlijk dat hij daar een partner heeft, bij wie hij langer dan alleen de nacht wil doorbrengen, want het is altijd pas na meerdere dagen afwezigheid, soms zelfs anderhalve week, dat hij weer wordt opgepakt. Afgezien van de gebruikelijke afranseling wordt hij iedere keer opnieuw voor langere tijd in de boeien geklonken. Vlak voor zijn dood zit hij wederom “in de zware bandieteboeij”.

In diezelfde periode, om precies te zijn in 1842, kondigt gouverneur Rijk af dat vanaf dat moment plantage-directeurs niet meer dan vijftien zweepslagen aan een volwassen man en vijftien aan een volwassen vrouw mogen laten toedienen -tenzij ze zwanger is – en tien tot vijftien aan jongeren tussen veertien en zestien jaar. Het dubbele aantal kan alleen worden opgelegd door de plantage-eigenaar of administrateur. Nog zwaardere straffen kunnen alleen door de officiële autoriteiten in de stad worden opgelegd. Tot dan toe was vijfentwintig tot vijftig zweepslagen voor een volwassen man of vrouw altijd de gewone strafmaat geweest bij te laat verschijnen op het veld of niet voldoen aan de opgelegde taak. Nog zwaarder was de straf voor degene die erop betrapt wordt dat hij of zij heimelijk de plantage probeert te verlaten. Velen hebben namelijk een partner op een plantage in de buurt, omdat lang niet altijd een geliefde op de ‘eigen’ plantage kan worden gevonden. In zo’n geval mag een directeur tot tachtig zweepslagen laten toedienen “op het onderlijf en op geen andre plaatse des lichaams en wel los offte ook wel staande teegens een paal off post gebonden”.  Tegen die achtergrond is het des te opmerkelijker dat zovelen het toch aandurven zich over de grenzen van de plantage te begeven, zoals Adam.

Hoe rigide het regime dus ook was en hoe zwaar de straffen, altijd weer hebben mensen ondanks alles het heft in eigen hand gehouden of genomen. Zeker niet altijd als bewuste vorm van verzet, gericht op het omver werpen van het systeem, maar wel als teken dat er gebieden in hun leven en denken waren waar ook de slaveneigenaar niet bij kon en waar zij een eigen autonomie bewaarden. En juist dat vormde de basis van verzet dat wel degelijk het systeem bedreigde. Van de eerste tot de laatste dag van de slavernij.

Zo moet u zich voorstellen dat het voortdurend afwezig zijn van Adam en de acties om hem weer gevangen te nemen, voor grote onrust zorgden en vertraging opleverden in de plantageproductie. Het kostte dus geld. Sterker nog, iedere keer moest er vier gulden worden betaald aan een militair om hem een “afstraffing” te geven, en bovendien wordt er iedere keer drie gulden “vanggeld” verdeeld onder de mede-slaven die Adam hebben geholpen gevangen te nemen. En daar bovenop wordt voor de aanschaf van een hals- en een voetboei met twee hangsloten tien gulden betaald.  Zo’n actie, hoe onschuldig eigenlijk ook, was dus voor de plantage-eigenaar een behoorlijke kostenpost (jaarlijkse lokale cash flow circa vijfduizend gulden).

En Adam was bepaald niet de enige, want ook Hendrik en Cupido werden in dezelfde tijd meerdere keren op een naburige plantage opgepakt en ook Zondag, Johannus, Daantje, Kwasi, Apollo, Doroe, Carl, George, Alex, Premier, December, Hazard, Adelbert, François, Madelijntje, Philippina, Charlotte, Agatha  en Catootje werden allemaal een keer gevangen en gestraft. Dat wil zeggen dat in ieder geval 21 van de ongeveer 110 volwassenen op Vrouwenvlijt in die tien jaar een stap zetten waarvan ze heel goed weten dat ze er zwaar voor zullen worden gestraft. Zelfs François die in november 1839 nog vanggeld krijgt voor het oppakken van Cupido, wordt in mei 1841 zelf gevangen genomen in de moestuinen van Spieringshoek, enkele plantages verderop. Bovendien blijkt dat de man La Fleur en de vrouwen Wilhelmina, Sabina en Monkie voorgoed de benen hebben genomen, want na vele jaren staan ze in de slavenlijsten nog steeds te boek als “absent”, of “in ’t bosch”. Zij waren kennelijk Marrons geworden, ik kom daar zo op terug.

Foto’s van de collegedag


Gert Oostindie
Aspha Bijnaar
Alex van Stipriaan
Valika Smeulders
Gert Oostindie
Aspha Bijnaar
Valika Smeulders
Alex van Stipriaan


Op cd: Nederland & de slavernij

In 2013 wordt herdacht dat Nederland 150 jaar geleden de slavernij in Suriname en de Nederlandse Antillen afschafte. Op 4 cd’s hoort u over de Nederlandse rol in de trans-Atlantische slavenhandel: de grootste gedwongen migratie uit de wereldgeschiedenis. Hoe was het opkopen, vervoeren en tewerkstellen van de slaven georganiseerd? Hoe functioneerde het slavernijsysteem op de plantages? En waarom schafte Nederland de slavernij pas in 1863 af?

Samengesteld en verteld door Gert Oostindie, Aspha Bijnaar, Alex van Stipriaan en Valika Smeulders.
Deze box is vanaf 10 juni leverbaar.
Prijs: € 34,95
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter