blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Stipriaan Alex van

Paraan boven alles

door Hilde Neus

Foto © Nicolaas Porter

In ‘Paranen tussen stad en bos: Een complexe Afro-Surinaamse ontwikkelingsgang vanuit de slavernij’ schetst Alex van Stipriaan de bijzondere positie van de mensen uit de Para, een positie tussen stad en bos. Vanuit de historische situatie werkten de mensen in de Para op houtplantages, waardoor ze meer dagelijkse ruimte hadden om te bewegen. Veel meer dan op suiker- of koffieplantages. Deze bewegingsvrijheid maakte hen tot mensen met trots, en de plantage-eigenaren zorgden er dan ook voor om op de gronden directeuren neer te zetten die niet tegen hun haren in zouden strijken. Weglopen was immers gemakkelijk. Toch kozen ze daar niet voor omdat het leven op de plantage voordelen bood boven het onzekere leven in het bos. Vanwege de nabijheid hadden ze veel contacten met de marrons. Aspecten als uitingen van winti waren belangrijk. Tot aan de officiële opheffing van het verbod op openbare winti-bijeenkomsten in 1970 werden deze vooral in de Para gehouden. En nog steeds. Ook de overdracht van de ebg-godsdienst beschrijft de auteur. Vele opmerkelijke personen in de samenleving komen uit de Para (Venetiaan, Belliot, Pengel en Derby). Niet verwonderlijk als je kijkt naar de onafhankelijke rol die ze zichzelf toebedeelden. De gehechtheid binnen de groep bleek door de aankoop van gezamenlijke gronden na 1863 en het trouwen binnen het gebied. Geen sakafasi-mentaliteit. Van Stipriaan beschrijft de historie vanuit de bronnen op levendige wijze. Dat maakt zijn stuk zeer prettig leesbaar. Daarnaast brengt hij een extra dimensie in het artikel door niet alleen het verleden te beschrijven, maar ook door het ‘reparations’- debat erbij te betrekken: hoe geëmancipeerd was de Paraan al voor de afschaffing van de slavernij?

Foto © Nicolaas Porter
Jerry Eggerschetst in ‘Langzaam ontwaken: sociaaleconomische ontwikkelingen van creolen, 1873-1940’ de mogelijkheden en beperkingen van de nakomelingen der slaven. Na het staatstoezicht moesten de creolen in hun eigen onderhoud voorzien. Dat geschiedde vooral in de kleinlandbouw, en later ook in de goudindustrie en de balata bleeding-activiteiten. Als bron gebruikt Egger de Koloniale Verslagen, die vanaf 1851 werden opgetekend: niet alleen droge cijfers, maar vaak interessante observaties, die het geheel een meerwaarde geven. Zo stappen de auteurs ervan meer en meer af van de negatieve beeldvorming waar de beschrijvingen van de activiteiten der creolen bol van stonden, hoewel de productie in de kleinlandbouw niet voldeed aan de koloniale verwachtingen.
Vanaf 1884 stimuleerde gouverneur Van Sypesteyn de goudwinning, waarin het overigens javanen en hindostanen verboden was te werken. In navolging van Guyana ving ook Suriname aan met balata-export. Dit natuurrubber leverde heel wat op, zowel voor de arbeiders als voor de staat. In de guyaba-ten – tijdens de dertiger jaren – vielen beide inkomstenbronnen weg, waardoor de economische situatie erg achteruitging, mede ook vanwege de wereldcrisis. Bauxiet en tewerkstelling binnen de ambtenarij maakten de positie van creolen weer wat beter. Leuk dat Egger een egodocument van Elizabeth Singh en zijn eigen familiegeschiedenis opvoert om het verhaal kracht bij te zetten. Beide artikelen bevatten informatie, die heel wat ideeën (vooroordelen) binnen de samenleving bijstellen. Zeer de moeite waard om te lezen dus.

Jerome Egger (redactie): Ontwaakt en ontwikkelt U: Creolen na de afschaffing van de slavernij, 1863-1940. Paramaribo: IMwO, 2013. ISBN 987- 99914- 7-185- 3

“Witte en zwarte visies op de geschiedenis: allemaal bullshit!”

door A. Dirven
 .
‘Er bestaat geen witte visie op de geschiedenis, en er bestaat geen zwarte visie op de geschiedenis. That’s all bullshit! Mijn moeder was wit en mijn vader was zwart, wat zou mijn perspectief dan moeten zijn? Ik ben opgegroeid in Liverpool, van oudsher een van de zwartse steden van Groot-Brittannië en een belangrijke havenplaats, waarvandaan de slavenhalers uitvoeren.  Ik heb het allemaal meegemaakt; racisme, partijdigheid, discriminatie, en ook de eindeloze debatten over zwart en wit perspectief die uiteindelijk allemaal nergens toe geleid hebben. Ik begrijp dat dit in Nederland nog een issue is. Maar ik zeg: er zijn concurrerende verklaringen van de geschiedenis, elkaar bestrijdende interpretaties, er is een heftig debat. Maar ik omarm alle concurrerende perspectieven, ik wil dat er zoveel mogelijk mensen bezig zijn met de slavernijgeschiedenis, ze zijn allemaal welkom.’
Dat zei Stephen Small, bijzonder hoogleraar Nederlands slavernijverleden en erfenis, aangesteld vanwege het NiNsee aan de Universiteit van Amsterdam, èn docent Afro-American Studies in Berkeley, op vrijdagavond 27 juni 2013 in het academisch debatcentrum Spui25 in Amsterdam. Prof. Small besteedde veel aandacht aan de verschillende onderzoeksgebieden waarop hij werkzaam is, onder meer dat van de mentaliteitsgeschiedenis van de nazaten van de slaafgemaakten.
Naast hem hielden ook prof. Alex van Stipriaan (Erasmusuniversiteit Rotterdam) en drs Suze Zijlstra (UvA-promovenda die de machtsverhoudingen tussen etnische groepen in het 17de-eeuwse Suriname bestudeert) levendige inleidingen. Van Stipriaan wees erop dat recent onderzoek aantoont dat de Nederlanders al vroeg in de 17de eeuw een groot aandeel hadden in het transport van Afrikanen naar de Nieuwe Wereld. Al in 1797, zo tonde hij aan, had het weinig gescheeld of de Bataafsche Republiek had de slavernij afgeschaft; vervolgens trad er een windstilte in tot ca. 1840 toen de abolitionisten  (onder wie Van Stipriaans betovergrootvader, Hendrik Koenen)  weer luid hun stem lieten horen. Maar eerst recentelijk wordt er de nadruk op gelegd dat niet de Nederlandse politiek of de Koning de afschaffing van de slavernij naderbij hebben gebracht, maarde uitholling van het slavernijsysteem van binnenuit.
Hendrik Koenen

 

Zijlstra ging in op de hardheid van de vroegste planters in Suriname en hun angsten voor de overmacht aan slaven. Al in 1678 vonden er aanvallen op de plantages plaats door weggevluchte slaven die hadden gekozen voor de marronage in het binnenland van Suriname.
Interessante historische verhalen. Maar het was de openingsvraag van moderator prof. Michiel van Kempen (bijzonder hoogleraar Caraïbische literatuur UvA) die Small zijn tirade ingaf. Een bomvolle zaal luisterde toe en nam met veel vragen actief deel aan de bijeenkomst.

 

Drie eeuwen slavernij en het Nu

Op 1 juli 2013 is het precies 150 jaar geleden dat de slavernij in de toenmalige Nederlandse koloniën Suriname en de Nederlandse Antillen werd afgeschaft. Hoe zag het 18e-eeuwse Suriname eruit, waar kwamen weggelopen slaven terecht en welke invloed heeft het slavernijverleden op het heden? Vanavond spreken daarover specialisten in de slavernijgeschiedenis in debatcentrum Spui25 in  Amsterdam.
Prof. dr. Alex van Stipriaan promoveerde in 1991 cum laude op een studie over de plantagekolonie Suriname tijdens de slavernij. Hij is hoogleraaar Caraïbische geschiedenis aan de Erasmus Universiteit en heeft veel gepubliceerd over de geschiedenis en cultuur van Suriname, evenals over cultuurprocessen in wat wel de Black Atlantic wordt genoemd. Daarnaast is hij conservator Latijns Amerika & Caraïbisch gebied bij het Koninklijk Instituut voor de Tropen. Daar houdt hij zich bezig met onderzoek, internationaal werk en tentoonstellingen. Deze drie aspecten komen aan bod in een groot project waaraan hij nu al enkele jaren werkt over de Marrons in het Surinaamse binnenland. Daarnaast is hij actief op het vlak van internationaal gemeenschappelijk erfgoed en projecten over roots in de Afrikaanse diaspora. Hij is ook actief bezig in en met de Caraïbische gemeenschappen in Nederland.
Prof. dr. Stephen Small promoveerde in Sociologie aan de University of California. Hij is universitair docent Afro-American studies en vice-directeur bij het Institute for International Studies van de University of California in Berkeley. Daarnaast is hij bijzonder hoogleraar Nederlands slavernijverleden en erfenis vanwege de Stichting Nationaal Instituut voor Nederlands slavernijverleden en erfenis (NiNsee) aan de Universiteit van Amsterdam. Van 2004 tot 2007 was hij voorzitter van het Afro-American studies departement. Voordat hij werkzaam was bij Berkeley doceerde hij Geschiedenis en Sociologie aan de University of Massachusetts en aan de universiteiten van Warwick en Leicester in Engeland. Hij was gastonderzoeker aan de universiteiten van Bordeaux, Toulouse, Bahia (Brazilië) en Harare (Zimbabwe).
Drs. Suze Zijlstra studeerde in 2009 cum laude af in de onderzoeksmaster Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en in 2010 in de master History and Culture of the Dutch Golden Age aan het University College London. Momenteel doet zij promotie-onderzoek naar de ontwikkeling van machtsverhoudingen tussen etnische groepen die de kolonie Suriname bevolkten in de 17e eeuw. Haar onderzoek wordt bekostigd door het programma Promoties in de geesteswetenschappen van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).
.
Het debat staat onder leiding van Michiel van Kempen, hoogleraar Caraïbische literatuur aan de UvA.
Datum: donderdag 27 juni 2013
Aanvang: 20.00 uur

150 jaar einde slavernij: herdenken, excuseren of verzoenen? Of alle drie?

Op 1 juli is het 150 jaar geleden dat Nederland de slavernij afschafte in Suriname en op de Nederlandse Antillen. Dat wordt gevierd. In Suriname, op de Antillen, maar ook in Groningen. Want wie is er nou niet blij, dat aan de mensonterende slavernij en daarmee aan de slavenhandel een einde kwam? Keti Koti betekent: de ketenen verbroken. In Suriname is Keti Koti op 1 juli al heel lang een feestdag. Ook in Groningen staan twee activiteiten op het programma: een debat op maandag 24 juni, en een feest op zaterdag 29 juni.

Iedereen is natuurlijk tegen slavernij en niemand is nu nog trots op de trans-Atlantische slavenhandel, maar toch kun je op dat stukje nationale verleden heel verschillend terugkijken. De voor Nederland zeer lucratieve slavenhandel is een zwarte bladzijde in het geschiedenisboek. Maar de een heeft die bladzijde al lang omgeslagen. We moeten vooruit kijken. Nadenken over excuses van Nederland, laat staan herstelbetalingen, is niet nodig. Voor anderen zijn slavernij en slavenhandel nog altijd open wonden. De relatie tussen zwart en wit is nog steeds ingewikkeld en de gemiddelde Nederlander weet schandalig weinig over het slavernijverleden. Nederland zou veel serieuzer moeten nadenken over wat deze erfenis betekent.
Wat vindt u? Debatteer maandag 24 juni mee met Alex van Stipriaan Luïscius (historicus), Glenn Helberg (psychiater), Joan Ferrier (voorzitter Stichting Herdenking Slavernijverleden 2013) en Shanny Inacio (humanistisch docent) onder leiding van Hans Harbers. Halverwege de avond is er een kort optreden van rapper Franky Fresh Flow.
N.B. Dans, eet en feest ook bij het Keti Koti fesa in Grand Theatre op 29 juni, met de superswingende Kakantrie Kaseko Band.

Nieuw boek documenteert historie zwarten

door Audry Wajwakana

Jerry Egger

 

Paramaribo – Het vastleggen van de Surinaamse geschiedenis wordt met Ontwaakt en ontwikkelt u, nog meer vervolmaakt. Dit nieuwe boek, uitgegeven door het Instituut voor Maatschappij en Wetenschappelijk Onderzoek (IMWO), wordt vanavond uitgegeven. Onder redactie van Jerome Egger hebben zeven wetenschappers vanuit hun discipline de verschillende aspecten van creoolse nakomelingen laten optekenen in het boekwerk Ontwaakt en ontwikkelt u: creolen na de afschaffing van de slavernij 1863-1940.
 
 
 
Portret van drie marrons en een kind. Collectie Tropenmuseum Amsterdam
Creool

Het boek komt voort uit een samenwerking tussen het IMWO van de Anton de Kom Universiteit en het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis (NiNsee) in Amsterdam. “Het eerste plan om de geschiedenis van de Afro-Surinamers te onderzoeken en vast te leggen, is in 2008 opgevat”, herinnert Egger zich. Na een seminar in 2010 over de vastlegging van de geschiedenis van nazaten van de slavernij, is besloten om in artikelvorm onderzoek te doen naar het onderwerp. In het eerste artikel wijdt Jack Menke uitgebreid uit over het ontstaan van het woord creool en de wisselende betekenis ervan. “Spaanse veroveraars noemden alle nakomelingen van Europa, creool. Dit gold voor blanken, niet blanken en zelfs dieren”, weet Egger. Ook voor Suriname heeft het woord een bepaalde betekenis gehad. “Menke heeft voor het onderzoek gebruik gemaakt van de volkstelling statistieken vanaf 1921 tot de jaren zeventig, waarover hij vanavond een inleiding zal geven.”

Economisch actief
In het artikel ‘Langzaam ontwaken’ geeft Egger een overzichtvan een aantal sociaal-economische ontwikkelingen die plaatsvonden bij de creolen vanaf 1873. “Na het Staatstoezicht is er een duidelijk beeld gegeven in welke branches de creolen economisch actief waren. Van landbouw, goud, balata tot de ambtenarij en onderwijs in de twintigste eeuw.” De vijf andere onderzoekers zijn Lila Gobardhan-Rambocus over creolen en onderwijs, Joop Vernooij onderzocht creolen in de kerk en het creoolse geloof. Alex van Stipriaan onderzocht Paranen tussen stad en bos, een complexe Afro-Surinaamse ontwikkeling. Eric Jagdew en Martina Amoksi onderzochten de Marrons in Suriname in de post-Surinaamse periode; de moeizame integratie in de plantage-samenleving.

Stimulans
“Dit boek moet een stimulans zijn voor andere groepen om hun eigen geschiedenis vast te leggen”, zegt Egger. Op den duur zal er van alle losse stukjes van de geschiedenis één geheel gevormd kunnen worden. Het boek telt 280 bladzijden en zal volgend week in de boekhandels verkrijgbaar zijn. Tijdens de presentatie die gehouden wordt in het IGRS-gebouw op het universiteitsterrein, zal het boek voor een gereduceerd tarief worden aangeboden.

[uit de Ware Tijd, 21/06/2013]

Hondius, Small, Van Stipriaan en Zijlstra over de slavernij

Suikerrietplantage

 

Lezingen en debat 150 jaar afschaffing slavernij
Op 1 juli 2013 is het precies 150 jaar geleden dat de slavernij in de toenmalige Nederlandse koloniën Suriname en de Nederlandse Antillen werd afgeschaft. Hoe zag het 18e-eeuwse Suriname eruit, waar kwamen weggelopen slaven terecht en welke invloed heeft het slavernijverleden op het heden?
In het Amsterdams Academisch Centrum Spui25 vindt op donderdag 27 juni om 20.00 uur daarover een bijeenkomst plaats, met specialisten in de materie. Zij geven lezingen en gaan met elkaar en met het publiek in debat.Programma


– Welkom en introductie sprekers door prof. dr. Michiel van Kempen, bijzonder hoogleraar West-Indische letteren (vanwege de Stichting Instituut ter Bevordering van de Surinamistiek)
Van Stipriaan

– Lezing ‘Wat is het geluid van stilte? Nederland en zijn slavernijverleden’ door prof. dr. Alex van Stipriaan, hoogleraar Caraïbische geschiedenis aan de Erasmus Universiteit

Small

– ‘The Legacy of Slavery is about the Future, not the Past’, lezing in het Engels door dr. Stephen Small, bijzonder hoogleraar Nederlands slavernijverleden aan de Universiteit van Amsterdam

Zijlstra

– ‘Slavernij in Suriname in de 17e eeuw’ door drs. Suze Zijlstra, promovenda Nieuwe geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam

– Discussie tussen sprekers onderling en met het publiek onder leiding van prof. dr. Michiel van Kempen

Van Kempen

– Einde bijeenkomst

 

De voertaal zal gedeeltelijk Engels zijn.
De bijeenkomst vindt plaats binnen de bijeenkomsten van de Illustere School van de Universiteit van Amsterdam.
Aanmelden is verplicht en kan via: www.spui25.nl

[De aangekondigde lezing van Dienke Hondius gaat niet door.]

Nederland en de slavernij

Historisch Nieuwsblad organiseerde in samenwerking met de Feniks Academie van educatieve uitgeverij ThiemeMeulenhoff een collegedag over Nederland en de slavernij. 




Interviews met Gert Oostindie en Aspha Bijnaar


‘Nederland was een voorloper in de slavenhandel’
Gert Oostindie over zijn lezing tijdens de Collegedag
Kort na het midden van de zeventiende eeuw was bijna een kwart van trans-Atlantische slavenhandel in handen van de Republiek. Dat aandeel zakte daarna snel, doordat de Portugese, Engelse, Franse en Amerikaanse slavenhandel explosief toenam. Over de gehele periode lag het Nederlandse aandeel rond vijf procent. Dat betoogt Gert Oostindie op 19 april tijdens de collegedag over Nederland en de slavernij in Amsterdam. De collegedag is een initiatief van Historisch Nieuwsblad en de Feniks Academie.
Lees meer…

‘Licht getinte slaven hadden meer kans om hun vrijheid terug te krijgen’
Aspha Bijnaar over het leven van slaven
Slaven die een goede relatie hadden met de plantage-eigenaren en de licht getinte slaven – nakomelingen van plantage-eigenaren en hun slavinnen – maakten de meeste kans om hun vrijheid terug te krijgen. Daarover vertelt Aspha Bijnaar, onderzoeker en projectmanager bij het Nederlands Instituut Slavernijverleden (NiNsee), tijdens de collegedag die Historisch Nieuwsblad op 19 april organiseert. ‘Huidskleur had een grote invloed op de positie van de slaaf.’
Lees meer…

Artikelen uit ons archief


Redder van de slaven
Na jaren van strijd komt in 1863 eindelijk een einde aan de slavernij in Suriname en op de Antillen. De voormalige slaven geloven dat ze hun bevrijding danken aan koning Willem III. Het is een mythe, maar die helpt om de rust in de koloniën te bewaren.
Lees meer…

Het succes van de plantage
Wie denkt aan de Surinaamse plantages denkt al snel aan de gruwelijkheden van de slavernij. Er is een genuanceerder verhaal te vertellen. Het systeem was gebaseerd op macht en racisme, maar opgezet om zo veel mogelijk geld te verdienen. Dat bracht ook innovaties voort als het ingenieuze polderstelsel. En voor de slaven werden de plantages na enkele generaties leefgemeenschappen, waar zij verbonden raakten met het land en hun voorouders.
Lees meer… 

‘Wij zoeken onze vrijheid’ 
Vrijheid, gelijkheid en broederschap veroverden de wereld. Waarom zou dat niet ook voor ons gelden, dacht een groep slaven op Curaçao. In de zomer van 1795 kwamen ze in opstand.
Lees meer… 

Misleide migranten 
Tegenwoordig behoren Hindoestanen tot de grootste en rijkste bevolkingsgroep van Suriname. Maar hun voorouders waren straatarme Indiërs, die zonder goed te begrijpen waar ze aan begonnen duizenden kilometers verhuisden om slavenarbeid te verrichten.
Lees meer… 

Slavernij op Curaçao

Slaven die zelf slaven hielden en vrijen die voor een bestaan in slavernij kozen: het slavenbestaan op Curaçao zag er anders uit dan de geijkte verhalen over de verhouding tussen blank en zwart suggereren.
Lees meer… 

Het slavenbestaan in de Nederlandse koloniën
‘Swarten moesten maar werken en de planters tot playsier sijn’

De Nederlandse bijdrage aan de slavernij is zacht gezegd een minder glorieus onderdeel van de vaderlandse geschiedenis. Suriname genoot zelfs de reputatie van het land dat zijn slaven het slechtst behandelde. Waren de Nederlandse slavenmeesters werkelijk wreder dan de Britten, Fransen, Portugezen en Spanjaarden?
Lees meer…

D
e wreedheid van de transatlantische slavenhandel 
Een welgestelde Romein kon beschikken over een klein leger slaven. In Afrika ging men vrijwillig in slavernij als schulden te hoog werden of de honger toesloeg. Slavernij is van alle tijden en alle windstreken. Waarom roept juist de Europese slavenhandel over de Atlantische Oceaan zoveel emoties op?
Lees meer… 

Documentaires en interviews (beeld en geluid)


‘Wij slaven van Suriname’
(RVU, 1999)
Documentaire over Anton de Kom (1898-1945), een Surinaams voorvechter van mensenrechten. De uitzending staat in zes delen van circa tien minuten op YouTube. Bekijk hieronder het eerste deel, voor de overige delen ziehttp://www.youtube.com/watch?v=LHPt8y7xOqE



 

De slavernij
(NTR, 2011)
Vijfdelige serie waarin Daphne Bunskoek en Roué Verveer op zoek gaan naar het slavernijverleden van Nederland. Alle afleveringen zijn terug te bekijken viahttp://www.geschiedenis24.nl/de-slavernij.html

100 jaar afschaffing slavernij
(VARA)
Documentaire uit 1963 over het honderdjarige jubileum van de afschaffing van de slavernij.

 

Ongehoord: de slavenhandel in de 17e en 18e eeuw, deel 3: Tobago
(VPRO, 2010)
Radio-uitzending van OVT over de transatlantische slavenhandel. Een reis langs Vlissingen, Elmina en Tobago. Te beluisteren viahttp://www.geschiedenis24.nl/speler.segment.7006994.html

Aspha Bijnaar geeft ‘rebelse vrouwen’ stem
Vrouwen gebruikten vooral ‘verborgen verzet’ tijdens de slavernij om in opstand te komen tegen hun situatie, ontdekte NiNsee-onderzoeker Aspha Bijnaar. In de theatervoorstelling Rebelse Vrouwen wordt dit vrouwelijk verzet in de schijnwerpers gezet. Het stuk gaat over onderdrukking anno 2013 en in de tijd van de slavernij.
De twee delen van het interview zijn te beluisteren via http://caribischnetwerk.ntr.nl/tag/aspha-bijnaar/


Geluidsfragment college Gert Oostindie


Hier kunt u een deel van de lezing van Gert Oostindie (opnieuw) beluisteren. Wilt u alle colleges horen? Houd onze website dan in de gaten: binnenkort verschijnt een cd-box met alle lezingen van deze collegedag.

Lezing Alex van Stipriaan


Het college van Alex van Stipriaan ging over verzet tegen de slavernij: opstanden, marronage, creolisering
en de uiteindelijke afschaffing ervan. Hieronder kunt u het eerste gedeelte teruglezen.

Ik stel u voor aan Adam. We weten nauwelijks iets van hem, behalve dat hij in de eerste helft van de negentiende eeuw leefde op de koffieplantage Vrouwenvlijt aan de Hoer Helena Kreek. Ik zou graag met u ingaan op de naamgevingsgeschiedenis van slaven en plantages in Suriname, een op zich al zeer interessante geschiedenis, maar daar zal ik niet aan toekomen. Al zitten ook daar elementen van verzet in.

Hoe het zij, Adam is in de jaren 1830-1840 een volwassen man, wellicht zelfs geboren op de plantage, en werkzaam als gewone veldslaaf, de zwaarste categorie werk. En wat we in ieder geval weten is dat Adam tussen 1833 en 1843, het jaar dat hij stierf, in ieder geval acht keer, dus bijna ieder jaar een keer, er op werd betrapt dat hij zich tijdelijk van de plantage had verwijderd. In het plantage-archief staat hij daarom omschreven als “den bandieteneger Adam”. Niets kan hem weerhouden en steeds weer wordt hij op dezelfde plantage, Vriendsbeleid & Ouderszorg, op nog geen kilometer afstand van Vrouwenvlijt opgepakt. Het is dus zeer waarschijnlijk dat hij daar een partner heeft, bij wie hij langer dan alleen de nacht wil doorbrengen, want het is altijd pas na meerdere dagen afwezigheid, soms zelfs anderhalve week, dat hij weer wordt opgepakt. Afgezien van de gebruikelijke afranseling wordt hij iedere keer opnieuw voor langere tijd in de boeien geklonken. Vlak voor zijn dood zit hij wederom “in de zware bandieteboeij”.

In diezelfde periode, om precies te zijn in 1842, kondigt gouverneur Rijk af dat vanaf dat moment plantage-directeurs niet meer dan vijftien zweepslagen aan een volwassen man en vijftien aan een volwassen vrouw mogen laten toedienen -tenzij ze zwanger is – en tien tot vijftien aan jongeren tussen veertien en zestien jaar. Het dubbele aantal kan alleen worden opgelegd door de plantage-eigenaar of administrateur. Nog zwaardere straffen kunnen alleen door de officiële autoriteiten in de stad worden opgelegd. Tot dan toe was vijfentwintig tot vijftig zweepslagen voor een volwassen man of vrouw altijd de gewone strafmaat geweest bij te laat verschijnen op het veld of niet voldoen aan de opgelegde taak. Nog zwaarder was de straf voor degene die erop betrapt wordt dat hij of zij heimelijk de plantage probeert te verlaten. Velen hebben namelijk een partner op een plantage in de buurt, omdat lang niet altijd een geliefde op de ‘eigen’ plantage kan worden gevonden. In zo’n geval mag een directeur tot tachtig zweepslagen laten toedienen “op het onderlijf en op geen andre plaatse des lichaams en wel los offte ook wel staande teegens een paal off post gebonden”.  Tegen die achtergrond is het des te opmerkelijker dat zovelen het toch aandurven zich over de grenzen van de plantage te begeven, zoals Adam.

Hoe rigide het regime dus ook was en hoe zwaar de straffen, altijd weer hebben mensen ondanks alles het heft in eigen hand gehouden of genomen. Zeker niet altijd als bewuste vorm van verzet, gericht op het omver werpen van het systeem, maar wel als teken dat er gebieden in hun leven en denken waren waar ook de slaveneigenaar niet bij kon en waar zij een eigen autonomie bewaarden. En juist dat vormde de basis van verzet dat wel degelijk het systeem bedreigde. Van de eerste tot de laatste dag van de slavernij.

Zo moet u zich voorstellen dat het voortdurend afwezig zijn van Adam en de acties om hem weer gevangen te nemen, voor grote onrust zorgden en vertraging opleverden in de plantageproductie. Het kostte dus geld. Sterker nog, iedere keer moest er vier gulden worden betaald aan een militair om hem een “afstraffing” te geven, en bovendien wordt er iedere keer drie gulden “vanggeld” verdeeld onder de mede-slaven die Adam hebben geholpen gevangen te nemen. En daar bovenop wordt voor de aanschaf van een hals- en een voetboei met twee hangsloten tien gulden betaald.  Zo’n actie, hoe onschuldig eigenlijk ook, was dus voor de plantage-eigenaar een behoorlijke kostenpost (jaarlijkse lokale cash flow circa vijfduizend gulden).

En Adam was bepaald niet de enige, want ook Hendrik en Cupido werden in dezelfde tijd meerdere keren op een naburige plantage opgepakt en ook Zondag, Johannus, Daantje, Kwasi, Apollo, Doroe, Carl, George, Alex, Premier, December, Hazard, Adelbert, François, Madelijntje, Philippina, Charlotte, Agatha  en Catootje werden allemaal een keer gevangen en gestraft. Dat wil zeggen dat in ieder geval 21 van de ongeveer 110 volwassenen op Vrouwenvlijt in die tien jaar een stap zetten waarvan ze heel goed weten dat ze er zwaar voor zullen worden gestraft. Zelfs François die in november 1839 nog vanggeld krijgt voor het oppakken van Cupido, wordt in mei 1841 zelf gevangen genomen in de moestuinen van Spieringshoek, enkele plantages verderop. Bovendien blijkt dat de man La Fleur en de vrouwen Wilhelmina, Sabina en Monkie voorgoed de benen hebben genomen, want na vele jaren staan ze in de slavenlijsten nog steeds te boek als “absent”, of “in ’t bosch”. Zij waren kennelijk Marrons geworden, ik kom daar zo op terug.

Foto’s van de collegedag


Gert Oostindie
Aspha Bijnaar
Alex van Stipriaan
Valika Smeulders
Gert Oostindie
Aspha Bijnaar
Valika Smeulders
Alex van Stipriaan


Op cd: Nederland & de slavernij

In 2013 wordt herdacht dat Nederland 150 jaar geleden de slavernij in Suriname en de Nederlandse Antillen afschafte. Op 4 cd’s hoort u over de Nederlandse rol in de trans-Atlantische slavenhandel: de grootste gedwongen migratie uit de wereldgeschiedenis. Hoe was het opkopen, vervoeren en tewerkstellen van de slaven georganiseerd? Hoe functioneerde het slavernijsysteem op de plantages? En waarom schafte Nederland de slavernij pas in 1863 af?

Samengesteld en verteld door Gert Oostindie, Aspha Bijnaar, Alex van Stipriaan en Valika Smeulders.
Deze box is vanaf 10 juni leverbaar.
Prijs: € 34,95

Van slavernij tot tienermoeder: Moederschap is niet de ultieme horizon

door Stuart Rahan

Amsterdam – Ze wordt niet blij van tienermoeders als zij die ziet in haar woonomgeving de Bijlmer. Soms hebben zij al een kleuter en is er nog een tweede kind op komst. “Zien zij geen andere horizon dan het moederschap? Waarom dromen zij er niet van om advocaat of hersenchirurg te worden?”, vroeg emerita hoogleraar Gender en Etniciteit Gloria Wekker zich af tijdens de lezing ‘Van slavernij tot tienermoeder’ in het debatcentrum De Balie. De lezing werd gehouden in het kader van 150 jaar afschaffing van de slavernij door Stichting Herdenking Slavernijverleden 2013. Historicus Caribische geschiedenis Alex van Stipriaan hield ook een inleiding.
Emerita hoogleraar Gender en Etniciteit Gloria Wekker (r) in gesprek met iemand uit het publiek na afloop van het bijzondere debat ‘Van slavernij tot tienermoeder’.  Foto: Stuart Rahan
Beperkte streven
Volgens Gloria Wekker ontbreekt het in de Afro-Surinaamse gemeenschap in Nederland aan structuren als ook uitgebreide netwerken rondom jonge moeders zoals in Suriname.
Daarnaast hebben de jonge tienermoeders in haar directe woonomgeving een soort geldingsdrang om binnen hun eigen ‘peer group’ hetzelfde na te streven als hun leeftijdsgenoten. Een zwangerschap is hun beperkt streven. Nog voor de bevalling wordt de jonge vader de deur gewezen. “Wij hebben geleerd om vader en moeder te worden maar we hebben niet geleerd om goede partners te zijn”, is wat volgens Wekker ontbreekt in de opvoeding. Dat er veel mis is in relaties van Surinaamse ouders blijkt uit de niet synchrone belangen binnen de relatie.
Gowtu moni
“Er is een culturele miscommunicatie.” Partners wijten hun gedrag meestal aan het slavernijverleden. “We verwijzen meestal naar de slavernij, wie meer geleden heeft. De zwarte man die zijn gezin niet kon beschermen of de zwarte vrouw die regelmatig verkracht werd.” Wekker pleit voor een relatie zonder competitie. Veel met elkaar te praten helpt het begrip te vergroten voor elkaars verlangens. In vergelijking met het West-Afrikaanse erfgoed mogen vrouwen volledig handelen naar hun seksuele verlangens zonder daarvoor uitgemaakt te worden voor hoeren of sletten.
Mannen wel verantwoordelijk
Historicus Alex van Stipriaan hield een verhaal over de tot slaaf gemaakte Afrikaan Adam, die rond 1830 op plantage Vrouwenvlijt te werk was gesteld. Deze slaaf hield er een relatie op na met een vrouw van een andere plantage.
Adam bleef dagenlang weg en als hij opgepakt werd, kreeg hij vijftig zweepslagen. Vastigheid ontbrak in die relatie. Uit statistieken maakte Van Stipriaan op dat tienerzwangerschappen niet bestonden. De gemiddelde leeftijd dat een vrouw haar eerste kind kreeg was 20,4. “Van tienerzwangerschappen is daar veel minder sprake. Vrouwen lijken heel vroeg te weten wat ze wilden binnen de gegeven omstandigheden.”
Deze stelling werd door psycholoog Glenn Helberg ontzenuwd als weinig met de werkelijkheid te maken. Volgens Helberg zijn er geen cijfers bekend over vroege en onderbroken zwangerschappen als gevolg van regelmatige verkrachtingen door slavenhouders. Tot slaaf gemaakte vrouwen waren ook bekend met vruchtafdrijvende methodes om zo te voorkomen dat hun kinderen in slavernij zouden opgroeien.
[uit de Ware Tijd, 25/05/2013]

Surinaamse en Antilliaanse familiestructuren

Debat in De Balie
Het verband tussen slavernij, trauma, instabiele gezinsstructuur en afwijkend gedrag wordt vaak getrokken maar roept eerder vragen op dan dat het antwoorden geeft. Zowel vanuit historisch, psychologisch als cultureel antropologisch oogpunt rijst niet alleen de vraag wat de bewijzen zijn voor deze aanname, maar ook wat de inzet is van deze hypothese.
Is hier sprake van slavernij als excuus voor slecht gedrag, slachtofferschap, een vooringenomenheid over wat wel of niet geldt als een ‘stabiele’ gezinsstructuur of een ontkenning van hedendaagse factoren als discriminatie, werkloosheid, armoede en sociale uitsluiting die bepalend zijn voor de achterstelling van met name de Surinaamse en Antilliaanse jongeren?
Schilderij van Ron Flu
En waarin zien we de mogelijke invloed van het slavernijverleden terug? Is er daadwerkelijk een verband tussen de slavernij en de tienermoeder? Op de manier waarop zij haar kind opvoedt, de afwezigheid van de vader, de rol van de grootmoeder, de invloed van de tantes en ooms en het sociale gedrag van haar kind? Of zit de invloed van het slavernijverleden juist in manier waarop wordt aangekeken tegen de Surinaams / Antilliaanse gezinsstructuur door zowel de autochtone Nederlander als de gemeenschap zelf?

Tijdens deze avond gaan we in gesprek over de mogelijke invloed van het slavernijverleden op de hedendaagse Surinaamse en Antilliaanse familiestructuren vanuit historisch, antropologisch, jong, oud, blank en zwart perspectief.

Met:
– Prof.dr. Gloria Wekker is sociaal en cultureel antropoloog, haar specialisaties liggen op het gebied van Gender Studies, Sexuality Studies, African American Studies, en Caribbean Studies. Sinds 2001 bezet zij de Aletta (IIAV)-leerstoel Gender en Ethniciteit aan de faculteit Geesteswetenschappen. Verder is zij coördinator van de eenjarige Master “Comparative Women’s Studies in Culture and Politics”. Tevens is zij directeur van GEM, Expertisecentrum Gender, Etniciteit en Multiculturaliteit in het hoger onderwijs.
– Prof. dr. Alex van Stipriaan is historicus en hoogleraar Caribische geschiedenis aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Daarnaast is hij conservator bij het Tropenmuseum. Stipriaan heeft veel gepubliceerd over de geschiedenis en cultuur van Suriname, evenals over cultuurprocessen in wat wel de Black Atlantic wordt genoemd.

Marjorie de Cunha

– Glenn Helberg is psychiater en voorzitter van het Overlegorgaan Caribische Nederlanders (OCaN). Helberg zet zich in voor talloze kwesties zo heeft hij o.a. de problematiek rondom afwezig vaderschap en het belang van vaders in de opvoeding geagendeerd, was hij initiatiefnemer voor een Caribisch-Nederlandse landelijke ‘Stop the Violence mars en manifestatie’ om publiekelijk een statement te maken tegen het geweld, waar Antilliaanse jongeren als dader en slachtoffer teveel bij betrokken zijn en was Helberg initiator voor de deelname van de eerste Antilliaans-Arubaanse boot aan de Amsterdamse Gay Canal Parade.
– Marjorie de Cunha is cultureel ondernemer. Ze is initiatiefnemer van o.a: De Miss Charme verkiezingen, Women Connect 2 Succes en de talkshow Women Talk.Het grote publiek in Nederland kent De Cuhna als vast panellid van het VARA debatprogramma Het Lagerhuis.

De presentatie is in handen van Anousha Nzume.

Datum: donderdag 16 mei aanvang: 20.00 uur tickets
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter