blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Stipriaan Alex van

Albert Helman herleeft in spetterend festijn

De 7de Caraibische Letterendag van de Werkgroep Caraïbische Letteren werd op zaterdag 17 september 2016 een spetterende herleving van Albert Helman, Rebel en pionier. Natuurlijk in zijn eigen woorden (prachtig gebracht door acteur Felix Burleson), maar ook met aubades van een hele reeks artiesten en schrijvende grootheden. En natuurlijk met de presentatie van de gloednieuwe Helman-biografie, Rusteloos en overal, van Michiel van Kempen. Een fotoreportage van Nataly Linzey.

 

read on…

Slavernijdrama verdient net zoveel aandacht als Tweede Wereldoorlog

door Janita Naaijer

Het boek Roofstaat van Ewald Vanvugt over ‘de donkere bladzijden van onze geschiedenis’ is toe aan een derde druk. Moet er ook in de klas meer aandacht komen voor het slavernijverleden? read on…

Proefschrift over Sophie Redmond: waardevol maar chaotisch gepresenteerd

Sophie Redmond: ‘Meer dan arts alleen’

 

door Els Moor

 

We rijden allemaal regelmatig door de dr. Sophie Redmondstraat, een van de hoofdwegen in Paramaribo. Straten heten vaak naar een belangrijke, vaak politieke, figuur zoals Fred Derby, Jopie Pengel, Jagernath Lachmon, enzovoort, meestal mannen. Dokter Sophie Redmond moet dus een belangrijke vrouw geweest zijn, dat zo’n verkeersader haar naam kreeg.
Sophie Redmond (1907-1955) was een arts die veel sociaal werk verricht heeft, vooral in het kader van vrouwen, bestrijding van armoede en huwelijksproblemen, verbetering van de gezondheidszorg en opwaardering van het eigene van Suriname. Ze droeg vaak een koto en gebruikte bij toespraken en creatieve activiteiten veel Sranantongo. Om haar sociale doelen te bereiken maakte ze – met andere sociaal actieve vrouwen – toneelstukken, waarvan een groot aantal met succes werd opgevoerd. Zelf acteerde ze ook! read on…

Samen tegen racisme

Amsterdam, zaterdag 22 maart 2014. Een fotoreportage van Johan Janssen.

Anousha Nzume
Burgemeester Van der laan
Alex van Stipriaan
Mohammed Rabbae
Quinsy Gario

Dansen met voorouders in de Laurenskerk op het Winti Bal Masqué

Met een wervelende show en ruim 700 bezoekers is de eerste editie van het Winti Bal Masqué in de Laurenskerk een daverend succes te noemen. Het Winti Bal Masqué is hét interculturele festival waarin de Surinaamse en Nederlandse cultuur samen zijn gekomen voor een feestelijk Winti dansritueel. Voor velen betekende dit een geweldige introductie tot de natuurreligie ‘Winti’. Voor anderen werden er  vertrouwde rituelen uitgevoerd, omlijst door Venetiaanse kostuums en beeldende kunst. De avond werd gepresenteerd door Wintipriesteres Marian Markelo en de kleurrijke DJ Chantelle, het alter ego van beeldend kunstenaar Boris van Berkum.

 De eerste editie van het Winti Bal Masqué verwelkomde ruim 700 aanwezigen, naast de voorouders en de goden die meedansten en zich met de aanwezige stervelingen vermaakten. Want zoals dat gaat op een goed Winti dansritueel bestaat de scheiding tussen de mensenwereld en de geesten- en godenwereld niet meer.
Met de voordracht door historicus Alex van Stipriaan werd er stil gestaan bij de afschaffing van de slavernij in het Koninkrijk der Nederlanden dat 150 jaar geleden plaatsvond. Van Stipriaan schetste een beeld van het Rotterdam ten tijde van de slavernij.

Op de avond bracht de culturele vereniging van Inheemse Indianen Wajonong een serie indrukwekkende krachtgebeden en liederen ten gehore. En werd er door het publiek uit volle borst meegezongen met het strijdlied de Keti Koti Song: ‘Keti Koti, Ik ben niet te koop.’

Hoogtepunt van het feest was de onthulling van de ruim acht meter hoge ‘Mama Aisa XXXL’ sculptuur door wethouder Korrie Louwes. ‘Mama Aisa XXXL’, oftewel moeder aarde, droeg een prachtige ‘koto’ (traditionele Surinaamse klederdracht) gemaakt door Mirjam Carels en de Krachtvrouwen uit Rotterdam-West. Theatergroep Untold voerde de première van de maskerdans uit ter ere van de slangengod ‘Papa Winti’.Mama Aisa XXXL en het Papa Winti-masker zijn gecreëerd door kunstenaar Boris van Berkum die een selectie maskers uit het Afrika Museum scande in 3D. De verkregen data waren de basis voor een nieuwe kunstcollectie die vanaf nu in het hedendaagse leven een actieve rol zal spelen in het Winti dansritueel. Het ‘Winti Bal Masqué’ is de start en een mijlpaal voor – wat Marian Markelo noemt – de Afrikaanse Renaissance in het Winti-geloof.

Met het verrassende gastoptreden van carnavalsvereniging Elegance was ook de pracht en praal van de Antilliaanse cultuur aanwezig op het Bal Masqué. De kleurrijk uitgedoste gasten konden op de foto bij fotograaf Ari Versluis. Versluis maakte tevens een groepsfoto van de artiesten en de best geklede bezoekers.
Het was een feest om te zien dat alle aanwezigen goed hun best hadden gedaan om zich volgens de dresscode: Wonderful Winti, Afro Futurisme en Venetian Chique te kostumeren. Er viel dan ook wat te winnen: De Best Dressed Guest kreeg een reischeque overhandigd ter waarde van vijfhonderd euro. De jury, bestaande uit Annemarie de Wildt – conservator van het Amsterdam Museum, Winti-specialist Fred Fitz James en Ari Versluis kozen de gelukkige winnaar: de heer Willy Djaoen met zijn schitterende Yin Yang kostuum.

Het beste uit de Surinaamse, Afrikaanse, Antilliaanse en West-Europese cultuur kwam deze avond samen. Op Facebook wordt er al volop gespeculeerd over een vervolg in 2015. De organisatie laat weten alles op alles te zetten om dit ‘feest der verbroedering’ een vaste plaats te geven in onze Nederlandse cultuur.

Datum: 15 maart 2014
Locatie: Laurenskerk Rotterdam
Website: www.ikbenniettekoop.nl
Mede mogelijk gemaakt door: Mondriaan Fonds, Centrum Beeldende Kunst Rotterdam, Prins Bernhard Cultuurfonds, SNS Reaal Fonds, Gemeente Rotterdam en Stichting Bevordering van Volkskracht, Amsterdam Museum, Afrika Museum.

Organisatie: ABAN Foundation

Laudatio voor Sylvia Kortram

Laudatio uitgesproken door promotor professor Alex van Stipriaan Luïscius, bij de promotie van Sylvia Marie Kortram tot doctor aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op 16 januari 2014.
Zeer geleerde doctor Kortram, beste Sylvia,
Ik wil je uit de grond van mijn hart gelukwensen met het behalen van deze titel. En mag ik daar meteen twee andere mensen bij betrekken. Namelijk in de eerste plaats je zoon Erlend, die waarschijnlijk nooit meer los komt van het beeld van een moeder die vergroeid is met haar computer, en van wie ik zeker weet dat hij onbeschrijfelijk trots op je is. En terecht natuurlijk! Hij is de enige die echt kan beoordelen hoeveel tijd en energie je in dit onderzoek hebt gestoken. Hij had vast best wel eens vaker met jou op de bank een spannende film willen bekijken als jij weer boven zat te studeren, maar hij zal ook gezien hebben hoeveel plezier jij bij jou studies had, hoeveel plezier je dat heeft gegeven.
De andere persoon die hier genoemd moet worden en aan wie deze dag ook een beetje is opgedragen, is dr. Inge Boer die helaas in 2004, alweer bijna tien jaar geleden, is overleden. Haar stimulerende kracht heeft er mede voor gezorgd dat jij vandaag hier staat, en daar wil ik haar graag postuum voor bedanken. Ik ben blij dat ik haar ook nog even heb mogen meemaken, ik vond haar een zeer warme en zeer enthousiasmerende vrouw.
Sylvia, in je voorwoord van je boek bedank je een groot aantal mensen die jou in de loop van je leven en zeker in de bijna twee decennia van je promotieonderzoek op enigerlei wijze hebben gesteund. Dat is ook terecht. Maar, laat ik jou nu eens bedanken voor je enorme kracht en doorzettingsvermogen en passie en niet te vergeten, je optimisme en je niet aflatende wetenschappelijke nieuwsgierigheid. Want die zijn de ware motor van dit hele project geweest en die tekenen jou ook als mens. Daardoor ligt er nu een boek dat nog veel belangrijker is dan jouw doctorstitel. Dat klinkt misschien onaardig, maar zo bedoel ik het niet. De doctorstitel is de beloning voor je intellect en voor al die eigenschappen die ik net opnoemde, en je zult de titel ook zeker maatschappelijk kunnen inzetten, maar dat is toch vooral iets voor jou als persoon. Daarentegen is het resultaat van je onderzoek, dit boek Meer dan arts alleen iets dat zal beklijven voor een grotere groep mensen en wat betekenis zal krijgen voor een grotere groep mensen. Het geeft inzicht in een heel bijzondere Surinaamse vrouw, dat heeft iedereen aan deze tafel ook gezegd, en haar veelzijdige werk. Het geeft inzicht in de Surinaamse samenleving in de eerste helft van de twintigste eeuw, en het geeft inzicht in sociale processen op het snijvlak van gender, etniciteit, klasse en cultuur in laat-koloniale samenlevingen meer in het algemeen. En bovenal toont het  hoe een mens in een complexe mix van agent of change en status quo, en dit geval nog koloniale status quo, haar eigen weg bewandelt en daarmee een rolmodel wordt voor velen.  Ik denk niet, Sylvia, dat de straat waar jij nu woont ooit naar jou vernoemd zal worden, zoals dat met Sophie Redmond wel is gebeurd, maar ik denk wél dat jij en je werk óók als rolmodel voor een aantal mensen zal gaan fungeren.
En daarmee raak ik aan een ander aspect van je onderzoek, namelijk de verwevenheid van jouzelf, en collega Oonk die had er eigenlijk al even over, met je onderwerp, jouw verwevenheid met Sophie Redmond. Ook jij bent nu dokter, al spel je dat woord net iets anders. Maar de gelijkenis gaat nog veel verder. Voordat je ooit van Sophie Redmond had gehoord, behalve dan als straatnaam, stond voor jou vast dat jouw toekomst in de gezondheidszorg zou gaan liggen. Nadat jij je mulodiploma had behaald, meldde je je als, ik denk als, 17- of 18-jarig meisje bij het Academisch Ziekenhuis in Paramaribo voor een opleiding als leerling-verpleegkundige. En die zou je vast ook hebben afgerond als niet in die jaren een groot deel van de Surinaamse bevolking, waaronder ook jouw familie, verhuisde naar Nederland. Ik geloof dat jij zelf daar niet zo heel erg zat te wachten op zo’n verhuizing maar, zoals dat in het Surinaams-Nederlands wordt genoemd, je moeder die toen al in Nederland zat, je moeder “liet je halen” en daarmee was je deel geworden van de geheel eigen, autonome dynamiek die massale migratie kan genereren.
Promotor en nieuwe doctor, met haar paranimfen
gekleed in de Akwenda modelijn van Celestine Raalte
In Nederland wilde je vervolgens gewoon doorgaan waar je gebleven was in je verpleegstersopleiding, maar dat accepteerde het ziekenhuis hier niet. Je moest terug naar af, wat opleiding betreft. En dat was je net iets teveel en je ging werken. Maar toen je een heel aantal jaren later sociale wetenschappen ging studeren, koos je daarbinnen toch weer voor de richting gezondheidsstudies. En toen je nog veel later consulent werd bij de Sociale Dienst werd jouw specialiteit opnieuw klanten met kwesties rond gezondheid, zowel lichamelijk als geestelijk. Het willen werken aan de gezondheid van je medemens is dus een element dat je altijd met Sophie Redmond hebt gedeeld.
Daarnaast was Sophie Redmond iemand die een enorm doorzettingsvermogen had en nooit bij de pakken is gaan neerzitten. En als dat voor nog iemand geldt dan geldt het zeker voor jou, Sylvia. Ik heb altijd versteld gestaan van jouw enorme innerlijke kracht. En die kracht die Jij en Sophie delen heeft jullie ook allebei het vertrouwen gegeven dat je je eigen weg kunt gaan. Sophie Redmond deed dat binnen de laat-koloniale Surinaamse samenleving, jij deed dat, niet alleen door stug door te gaan op je zelfgekozen studiepad, maar ook bijvoorbeeld door de vele reizen die je over de hele wereld hebt gemaakt. Één voorbeeld daarvan: als nog heel jonge zwarte vrouw reisde jij in de jaren zeventig in je eentje en met niet veel geld op zak, een half jaar door de Verenigde Staten. Ook door het toen nog tamelijk racistische Zuiden. Maar je kwam er glimlachend doorheen, zelfs al moest je zo nu en dan eens bij het Leger des heils logeren.
Ik denk dat hoe meer jij de mens Sophie Redmond bestudeerde, hoe meer ze ook een voorbeeld voor je is geworden. Sterker nog, ze kwam ook echt in je leven. Ik hoop dat je het niet erg vindt dat ik dit vertel, maar dat voorval is te mooi om niet met de mensen hier te delen. Op een gegeven moment, vlak voordat je naar Suriname zou gaan om een aantal mensen te gaan interviewen en om het oude huis van Sophie Redmond te gaan bezoeken waar je nog nooit geweest was, had je weer eens een hele lange vrije dag opgenomen en doorgebracht in het archief in Den Haag op zoek naar informatie over Sophie Redmonds leven. En toen je ’s avond doodmoe was gaan slapen in je eigen huis, verscheen Sophie Redmond in je droom, staand op een balkon van een typisch Surinaams houten huis. En Sophie Redmond zei te jou: “ga door, en als je iets en niet weet dan moet je het vragen.” Toen je enkele weken later voor het eerst in Suriname Sophie Redmonds huis ook in werkelijkheid zag, herkende je meteen het balkon wat in je droom was verschenen. En toen je vlak daarop Sophie’s weduwnaar interviewde en van hem een foto kreeg, stond Sophie daar precies in die hoek op dat balkon, zoals jij haar in je droom had gezien. Voor degenen die weten hoe belangrijk dromen zijn in de Afro-Surinaamse cultuur toont dit nog meer nabijheid van Sophie in Sylvia, in jouw leven.
Sylvia, ik kan nog heel lang doorgaan, dat zal ik hier niet doen. Je moet nu gaan genieten van wat je hebt bereikt en ik weet dat je daarna weer energiek verder zult gaan. En je hebt ons al een voorproefje gegeven, van nog twee biografieën die je wilt gaan schrijven, en die je dan ook nog eens gaat combineren met de biografie over  Sophie Redmond.
Ik wil nog één vergelijking maken tussen jou en Sophie Redmond. Een vergelijking die niét opgaat, of niet helemaal. Jouw proefschrift begint met een gedicht uit Aurora dat kort na het overlijden van Sophie werd gepubliceerd. Het zou mooi zijn geweest als ze die ode bij haar leven had gehoord. Daarom heb ik het laatste deel van die ode genomen, heb ik geparafraseerd in mijn eigen broko broko Sranan, en draag ik dat nu aan je voor:
Krioro datra Sylvia
Yu fesi wi syi dya
Na disi foto ete langa ten moro
Bika yu stuka doro sjoro
Dati yu exempel langa langa mag tan
Leki wan staar na hemel gi Holland nanga Sranan
Foto’s: Jonathan Hoost

Sophie Redmond ‘inluider laatste fase koloniaal systeem’

door Stuart Rahan

Amsterdam – De bijzondere persoonlijkheid van dokter Sophie Redmond (1907-1955) was voor Sylvia Kortram de inspiratiebron voor nader sociaal, historisch en maatschappelijk onderzoek. Dat resulteerde donderdag in de promotie van Kortram aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit. Volgens de promovenda luidde Redmond, naast dat zij de eerste Surinaams-creoolse arts was, het einde in van het koloniale systeem halverwege de vorige eeuw.
Een blijde dr. Sylvia Kortram (m) met haar diploma. Zij kreeg morele ondersteuning van haar paranimfen Rosita Bouterse en Mildred Braam-Creebsburg De dames zij gekleed volgens de Akwenda modelijn van Celestine Raalte. Foto: Stuart Rahan  
Redmond legde al vroeg in de twintigste eeuw een bijl aan de wortels van de koloniale mannenmaatschappij door actieve deelname aan de vrouwenemancipatie. Kortrams proefschrift heeft dan ook als titel: ‘Meer dan arts alleen. De maatschappelijke betekenis van huisarts Sophie Redmond in laat-koloniaal Suriname.’ Redmond wilde als huisvrouw niet in de schaduw van haar man leven en koos ervoor medicijnen te gaan studeren.
“Sophie Redmond profileerde zich als een ‘agent of change’ op verschillende maatschappelijke gebieden”, zei Sylvia Kortram in haar verdediging. De ‘dokteres’, zoals Redmond bij het volk bekend stond, maakte daarbij gebruik van massamedia en interpersoonlijke communicatie om haar doelgroepen te bereiken. De artsenpraktijk was er een van maar op de radio en het toneel liet zij zich van haar betrokkenheid kennen. Sophie Redmond heeft een gezicht gegeven aan de vrouwenemancipatie.
Uit handen van Alex van Stipriaan, historicus en hoogleraar Caribische geschiedenis nam dr. Sylvia Kortram haar diploma in ontvangst. Speciaal voor deze gelegenheid bemoedigde voordrachtkunstenares Celestine Raalte Kortram met enkele gedichten in Sranantongo.
[uit de Ware Tijd, 17/01/2014]

2013 excursies naar Tilburg, wandelingen in Haarlem en take pArt in art in Katwijk

door Dineke Stam
Hét thema van 2013 voor mijn werk was het slavernijverleden. In januari, maart, april en september met bijzondere busexcursies naar de expositie Zielenzorg en zielenmoord, over Peerke Donders en de slavernij. Dankzij de goede samenwerking met het Peerke Donderspaviljoen, Petra Robben, Jenny Wesly, Noraly Beyer, Lianne Leonora, Alex van Stipriaan, Stacey Esajas, Jetty Mathurin, Joan Ferrier, Alice van Gorp, Ray Blinker, Rihana Jamaludin en chauffeur Bertus beleefden randstedelingen een unieke dag in Tilburg. Alle deelnemers bedankt voor de interessante programma’s.
De maanden mei en juni waren gevuld met symposia, cultuur, onderzoek en bijeenkomsten rond het herdenkingsjaar 150 jaar afschaffing slavernij. Veel heb ik geleerd van de inhoudelijke redactie voor de middag over Spoken Slavery bij Imagine IC. hart.amsterdammuseum.nl/63898/nl/immaterieel-erfgoed. Het intense boek van Saidiya Hartman Scenes of Subjection. Terror, slavery and self-making in 19th century America, was ook een inspiratiebron voor het artikel over het staatstoezicht, dat ik schreef voor de educatieve website www.slavernijenjij.nl/. Voor Museumvisie 2013/4 schreef ik een artikel over de museale herdenkingen. Van alle toneel, film, dans en lezingen vond ik de musical Op weg naar Vrijheid (tekst Thea Doelwijt) zowel inhoudelijk als in de uitvoering (m.m.v. Denise Jannah) erg goed.
Scène uit de musical Op weg naar de vrijheid
Dankzij de fijne samenwerking met Ineke Mok en Haarlemse instellingen, presenteerden we op 17 augustus 2013 Hoezo, Haarlem en Slavernij?, een wandelroute, een expositie in het Noord-Hollands Archief, lezingen van het Discriminatiebureau Kennemerland en presentaties in Haarlemse musea. Meer hierover op www.cultuursporen.nl/blog/hoezo-haarlem-slavernij-internationaal-een-gedeelde-erfenis/ en op http://www.noord-hollandsarchief.nl/slavernij. Alle wandelaars dank voor het meedoen.
Verder werkte ik mee aan: een unieke 8 maart viering in het Dr Aletta Jacobscollege met tv optreden toe http://www.at5.nl/tv/straten-van-amsterdam/aflevering/11760; het 6de Inclusive Museum congres in mei in Kopenhagen; het EU project Tell me symposium met Poetry Circle Nowhere in Porto; de opening van het Verzetsmuseum Junior in oktober; de eerste excursie met het nieuwe EU pArt project – participation in art – naar Katwijk met de Artimobiel.
Het Zeeuws Archief
Slavernij blijft ook in het komende jaar een thema. Voor het Zeeuws Archief en de Stuurgroep Slavernijverleden 2013-2014 help ik mee de NiNsee-expositie Kind aan de Ketting in de Abdij van Middelburg te presenteren. Met Dienke Hondius van de VU, Nancy Jouwe van Kosmopolis Utrecht en onderzoekers uit verschillende steden, werken we aan Mapping Slavery – het koloniale slavernijverleden van Nederland op de kaart zetten.http://kosmopolisutrecht.nl/blog/2013/10/project-mapping-slavery-nl-van-start/. Wie weet wat er verder komt.
Ik wens iedereen een gezond, creatief en liefdevol 2014.

 

Nog één keer: voor de allerlaatste keer over Zwarte Piet

 
‘Zwarte Piet is nooit een slaaf geweest’
door Arnold-Jan Scheer
Zwarte Piet bestaat niet sinds 1850. Jongemannen met zwart gemaakte gezichten kwamen al in de Oudheid voor.  Piet is geen Afro, geen creool, geen negerpage, geen etnisch equatoriale Afrikaan, geen Moor en geen slaaf of zelfs geen knecht van Sinterklaas. Robert Vuijsje schrijft dat Zwarte Piet moeiteloos kan worden vervangen door een rode, gele, blauwe, groene of zwarte (!) Piet. Omdat Kleurenpiet net zo veel lettergrepen heeft. Het valt me op dat iedereen ervan uitgaat dat Zwarte Piet een 19de-eeuwse uitvinding is. Van Andree van Es: ‘Tijd om afscheid te nemen van Zwarte Piet’ en prof. Stipriaan Luïscius: ‘150 jaar is nog niet eens zo lang geleden’ tot Van Helsloot van het Meertens Instituut: ‘Hij is in essentie een racistisch fenomeen’. Ik denk het niet.
Heidense elementen
Maar die oorringen, dat kroeshaar en die rode lippen dan? Ik antwoord: wat doet een negerslaaf met een roe? En waarom ontvoert deze kinderen in een zak, door de schoorsteen? Het klopt gewoon niet. Dat zijn heidense elementen, ouder dan de Bisschop van Myra.
Piet is geen Afro, geen creool, geen negerpage, geen etnisch equatoriale Afrikaan, geen Moor en geen slaaf of zelfs geen knecht van Sinterklaas.
Integendeel. Sinds meer dan dertig jaar bezoek ik Sinterklaas- en nieuwjaarsriten op afgelegen plekken in Europa. Daarnaast verdiep ik me in wat geschiedschrijvers uit de Oudheid (Herodotus, Tacitus) zeggen over in essentie sjamanistische gebruiken en hun betekenis (waaronder het zwart maken van het gezicht en de rest van het lichaam). Ik bezocht, filmde en fotografeerde rond 5 december en jaarwisselingen tientallen Sinterklaas- en winter­zonnewende-riten op ooit zeer geïsoleerde plekken, die alle in een oorspronkelijke vorm de tijd hebben doorstaan. En waar maar weinigen van weten.
Dat is andere speculaas. Tijdens deze Sinterklaasriten, die in modern Europa plaatsvinden, worden kinderen letterlijk doodsbang gemaakt (in onze ogen getraumatiseerd), vrouwen geslagen (waarmee ze geen emotionele problemen hebben) en breken er bloedige gevechten uit onder volwassen mannen (ambulances staan klaar). Overal onder aanvoering van Sint Nicolaas.
Archetype
Ik ontdekte op die afgelegen plekken ook dat die roe veel ouder is dan uit het stereotiep van Zwarte Piet dat wij sinds 1850 kennen van het uiterst populaire prentenboek Sint Nikolaas en zijn knecht, van de Amsterdamse onderwijzer en humorist Jan Schenkman. De slavernij moest door Nederland nog worden afgeschaft.
Zwarte Piet is een archetype, net als Sinterklaas zelf, een hybride wezen, het resultaat van wat ze in de godsdienstwetenschap noemen: syncretisme. Hij speelt een rol, zoals iemand die de nar speelt of in travestie gaat tijdens carnaval. Daarmee worden ook geen vrouwen beledigd. Hij is de ongrijpbare knecht van Sinterklaas, de vrolijke tegenhanger, Tijl Uilenspiegel, Jack Sparrow, Pan, Arlequino (die ook een zwartgemaakt gezicht heeft), de sjamaan, de duivel zoals Rome hem afschilderde, de genezer. Hij is altijd sluwer dan de clerus, de magistraten, de intellectuelen en de mensen op posities, die hem tot slaaf proberen te maken, of met hem proberen te sollen.
Vorig jaar om deze tijd mocht ik een lezing geven op een avond voor Caribische letteren. Op Curaçao hebben de nakomelingen van Afrikaanse slaven geen enkele moeite met Zwarte Piet. Ze verven zich nog zwarter dan ze zijn, inclusief kroespruiken, oorringen, roodgeverfde lippen en pagepakjes, tijdens een uitbundige vrolijke Sinterklaasintocht.
Zwartmaken van het gezicht
En in Cornwall, waar ze hun gezichten ook zwart verven, krijgen ze hetzelfde verwijt over racisme, maar daar hebben nooit slavenschepen aangelegd. Ook daar weten ze dat het gebruik heel oud is.
Het zwartmaken van het gezicht tijdens de jaarwisseling gebeurt van Engeland tot Macedonië, ontdekte ik, tot op heden. En nog verder naar het oosten. In Perzië wordt de komst van het nieuwe jaar, van de tijd van Zara-thustra tot nu, gevierd met zich dwaas gedragende zwartgemaakte jongemannen die dansen in een felgekleurde hansop, een week lang. Wanneer deze zwartgemaakte mannen verdwijnen, verschijnt een grijsaard met een lange baard die geschenken brengt, waaronder kiemen en noten. Deze traditie wordt door de islam bestreden, maar op het platteland gevierd. Ook Iraniërs in Nederland doen dat.
Kleurenpieten in Nederland, belachelijk. Deze discussie is verworden tot een oud-Hollandse geloofsstrijd waarbij de rekkelijken en preciezen, correcten en incorrecten elkaar in de haren vliegen.
De geschiedenis begint niet in 1850. Als je alleen het laatste stukje ervan meeneemt, slaat deze hele discussie nergens op. Zwarte Piet is geen slaaf, integendeel. Hij laat zich niet temmen. Hij duikt steeds weer op. Hij is ongrijpbaar. Hij is van het volk.

Arnold-Jan Scheer is journalist, televisiemaker en auteur van Wild Geraas.

[eerder verschenen in de Volkskrant, 15-1-2013]

Paraan boven alles

door Hilde Neus

Foto © Nicolaas Porter

In ‘Paranen tussen stad en bos: Een complexe Afro-Surinaamse ontwikkelingsgang vanuit de slavernij’ schetst Alex van Stipriaan de bijzondere positie van de mensen uit de Para, een positie tussen stad en bos. Vanuit de historische situatie werkten de mensen in de Para op houtplantages, waardoor ze meer dagelijkse ruimte hadden om te bewegen. Veel meer dan op suiker- of koffieplantages. Deze bewegingsvrijheid maakte hen tot mensen met trots, en de plantage-eigenaren zorgden er dan ook voor om op de gronden directeuren neer te zetten die niet tegen hun haren in zouden strijken. Weglopen was immers gemakkelijk. Toch kozen ze daar niet voor omdat het leven op de plantage voordelen bood boven het onzekere leven in het bos. Vanwege de nabijheid hadden ze veel contacten met de marrons. Aspecten als uitingen van winti waren belangrijk. Tot aan de officiële opheffing van het verbod op openbare winti-bijeenkomsten in 1970 werden deze vooral in de Para gehouden. En nog steeds. Ook de overdracht van de ebg-godsdienst beschrijft de auteur. Vele opmerkelijke personen in de samenleving komen uit de Para (Venetiaan, Belliot, Pengel en Derby). Niet verwonderlijk als je kijkt naar de onafhankelijke rol die ze zichzelf toebedeelden. De gehechtheid binnen de groep bleek door de aankoop van gezamenlijke gronden na 1863 en het trouwen binnen het gebied. Geen sakafasi-mentaliteit. Van Stipriaan beschrijft de historie vanuit de bronnen op levendige wijze. Dat maakt zijn stuk zeer prettig leesbaar. Daarnaast brengt hij een extra dimensie in het artikel door niet alleen het verleden te beschrijven, maar ook door het ‘reparations’- debat erbij te betrekken: hoe geëmancipeerd was de Paraan al voor de afschaffing van de slavernij?

Foto © Nicolaas Porter
Jerry Eggerschetst in ‘Langzaam ontwaken: sociaaleconomische ontwikkelingen van creolen, 1873-1940’ de mogelijkheden en beperkingen van de nakomelingen der slaven. Na het staatstoezicht moesten de creolen in hun eigen onderhoud voorzien. Dat geschiedde vooral in de kleinlandbouw, en later ook in de goudindustrie en de balata bleeding-activiteiten. Als bron gebruikt Egger de Koloniale Verslagen, die vanaf 1851 werden opgetekend: niet alleen droge cijfers, maar vaak interessante observaties, die het geheel een meerwaarde geven. Zo stappen de auteurs ervan meer en meer af van de negatieve beeldvorming waar de beschrijvingen van de activiteiten der creolen bol van stonden, hoewel de productie in de kleinlandbouw niet voldeed aan de koloniale verwachtingen.
Vanaf 1884 stimuleerde gouverneur Van Sypesteyn de goudwinning, waarin het overigens javanen en hindostanen verboden was te werken. In navolging van Guyana ving ook Suriname aan met balata-export. Dit natuurrubber leverde heel wat op, zowel voor de arbeiders als voor de staat. In de guyaba-ten – tijdens de dertiger jaren – vielen beide inkomstenbronnen weg, waardoor de economische situatie erg achteruitging, mede ook vanwege de wereldcrisis. Bauxiet en tewerkstelling binnen de ambtenarij maakten de positie van creolen weer wat beter. Leuk dat Egger een egodocument van Elizabeth Singh en zijn eigen familiegeschiedenis opvoert om het verhaal kracht bij te zetten. Beide artikelen bevatten informatie, die heel wat ideeën (vooroordelen) binnen de samenleving bijstellen. Zeer de moeite waard om te lezen dus.

Jerome Egger (redactie): Ontwaakt en ontwikkelt U: Creolen na de afschaffing van de slavernij, 1863-1940. Paramaribo: IMwO, 2013. ISBN 987- 99914- 7-185- 3

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter