blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: spiritualiteit

Spiritualiteit verdient fundamentele plek in de wetenschap

“Spiritualiteit is een anker voor het nastreven van geluk en welvaart. Spiritualiteit is menseigen en niets nieuws, maar we zijn het vergeten. We zijn geconditioneerd en leven in een bepaalde context. Er is geen ruimte voor spiritualiteit.” De woorden van prof. dr. Sharda Nandram zetten meteen aan tot denken. Zij heeft op 1 april haar oratie gehouden aan Nyenrode Business Universiteit getiteld: Spiritualiteit: de discipline voor zakendoen met het onbekende. Zij bekleedt hiermee de leerstoel Business en Spiritualiteit.

read on…

Bescherming van ons cultureel erfgoed is essentieel

door Quito Nicolaas

Na geruime tijd dat er haast geen wetenschappelijke belangstelling bestond om onderzoek op de Nederlands-Caraïbische eilanden te verrichten, werd twee jaar geleden het initiatief genomen om aandacht op het vlak van het cultureel erfgoed te besteden.

read on…

DNA ontvangt Bhagavad Gita-exemplaren

door Audry Wajwakana

PARAMARIBO – Materiële problemen dienen met spirituele kennis aangepakt te worden. Echter, op dit moment worden materiële problemen met materie opgelost, maar dat zal volgens Inderdath Sewraj van de International Society for Krishna Consciousness (Ikson) nooit lukken. “Kijk maar naar de rijke ontwikkelde landen die hun materiële problemen niet met materie kunnen oplossen, omdat ze dan met andere problemen, zoals drugs, alcohol en milieu, kampen”, zegt de spirituele goeroe, bekend onder zijn naam Gopeshvara Dasa.

read on…

Sharda Nandram hoogleraar hindoe-spiritualiteit VU

De Vrije Universiteit van Amsterdam heeft Sharda Nandram benoemd tot hoogleraar hindoe-spiritualiteit. Donderdag 21 november zal Nandram haar ambt aanvaarden met het uitspreken van de rede: “Hoe we dingen doen tot waarom we bestaan: Integratieve spiritualiteit in de vierde industriële revolutie”. Ze wordt in Nederland daarmee een van de weinige vrouwelijke professoren van Surinaamse afkomst.

read on…

Trommelgeesten (1)

Goya – Heksensabbath
 

door Fred de Haas

 In het jaar 2013 wordt het feit herdacht dat in 1863 door Nederland de slavernij werd ‘afgeschaft’ in Suriname, op Curaçao, Aruba, Bonaire, Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba. In de volgende artikelenreeks herdenkt onze medewerker Fred de Haas in zijn bijdrage hoe de van huis en haard verdreven Afrikaanse mannen en vrouwen die in gevangenschap naar de ‘Nieuwe Wereld’ werden gevoerd gedwongen waren om zichzelf opnieuw uit te vinden en een eigen identiteit op te bouwen uit de elementen die zij meebrachten en aantroffen: elementen uit christelijke en inheemse culturen, aangevuld met wat zij zich herinnerden uit hun eigen Afrikaanse tradities. Voor hun geestelijk welzijn was het in die moeilijke tijden voor hen van belang dat zij weer een spirituele leer opbouwden als leidraad in een moeizaam bestaan. Wat is hiervan terechtgekomen en wat is de toekomst van al die ‘Afro-Amerikaanse religies’ die zij opnieuw hebben moeten ‘uitvinden’? In de laatste aflevering zal nader worden ingegaan op de situatie in Curaçao. Daarbij zullen ook de opvattingen van Curaçaose wetenschappers en ervaringsdeskundigen worden meegewogen.
Inleiding
Iedereen heeft wel eens afbeeldingen gezien van monniken in trance die, naar de uitdrukking op hun gezicht te oordelen, in contact zouden staan met het bovenaardse, het goddelijke, het mystieke. Ook bij de oude Grieken en Romeinen werd er al contact gezocht met de goden en waren er priesteressen die, al of niet in trance en onder invloed van bedwelmende dampen, onduidelijke orakeltaal uitsloegen waaruit vervolgens allerlei voorspellingen werden afgeleid.
Trancetoestanden en orakeltaal vinden we ook terug in de Afrikaanse religieuze tradities.

 

Toen er Afrikaanse mannen en vrouwen als koopwaar werden overgebracht naar het Caribisch gebied en Latijns-Amerika namen ze vanzelfsprekend ook een aantal godsdienstige gebruiken en denkbeelden met zich mee die in sommige landen (Cuba, Brazilië) in betrekkelijk authentieke vorm bewaard zijn gebleven. We moeten hierbij wel bedenken dat deze mannen en vrouwen uit verschillende gebieden in Afrika afkomstig waren waardoor hun godsdienstige tradities erg van elkaar konden verschillen.Vaak hebben deze Afrikaanse godsdiensten zich na aankomst in de Nieuwe Wereld vermengd met christelijke en/of inheemse gebruiken en rituelen.
Honderden jaren lang werden de godsdienstige Afrikaanse tradities in de Europese koloniën beschouwd als evenzoveel uitingen van primitief en afkeurenswaardig volksgeloof. Pas in de 20e eeuw begonnen wetenschappers de verbanden te bestuderen tussen de verschillende ‘zwarte’ godsdiensten en zich af te vragen wat deze in geestelijk en sociaal opzicht aan positiefs te bieden hadden.
Het is niet verwonderlijk dat Afrikaans getinte religieuze tradities hebben standgehouden. Hoewel de ‘slaven’ vaak al in Afrika door katholieke priesters werden gedoopt, betekende dat nog niet dat ze zich echt hadden bekeerd tot de katholieke godsdienst. Bovendien werden zij na de doop in feite aan hun lot overgelaten. Op Curaçao, bijvoorbeeld, kwamen er pas aan het einde van de 18eeeuw min of meer regelmatig Spaanse priesters vanuit Venezuela naar Curaçao. In Haïti waren er in de eerste helft van de 19e eeuw zelfs helemaal geen officiële priesters vanwege een conflict met het Vaticaan. Toch was er behoefte aan spirituele troost en steun en daarin werd toen voorzien door ‘prêtres de savanne’ (lokale blotevoetenpriesters) die geen opleiding hadden, een paar formules kenden en wat rituelen konden uitvoeren rond doop en begrafenis. Het spreekt vanzelf dat de mensen, bij gebrek aan een goed georganiseerde religie, zich toen massaal wendden tot hun oude Afrikaanse goden en deze op smaak brachten met restanten van katholicisme. Deze situatie heeft ertoe geleid dat de Vodou (zo wordt het meestal gespeld in wetenschappelijke tijdschriften) in Haïti kon gaan opbloeien en in 2003 zelfs tot officiële godsdienst werd verheven.
[vervolg klik hier]

De Zeven Spirituele Wetten (2)

door May Peters
 
Grenzeloos
Gisteren werd ik gebeld, terwijl ik op het strand aan het mediteren was. ‘Profesora, is het goed als ik u vandaag om zes of zeven uur bel voor het radioprogramma?’ En omdat ik van mijn vader ook geleerd heb om niets uit te stellen, zei ik mijn medewerking toe. ‘Prima.’ De radiomaker van ‘Sin Fronteras’, zonder grenzen, echt een titel voor mij, wist te vertellen dat Holland is afgeleid van Houtland…. en dat de belangrijkste steden Den Haag, Rotterdam, Oetresjt, Eindhoven en Máástrisjt waren. De eerste die het nu eens niet over ‘Ansterdan’ had, waar ze vanaf de Achterzijds Voorburgwal de koffieshop in- en uitrollen… Hij is dan ook geen salsamuzikant, maar zou zo een model kunnen zijn: een Adonis die yogaleraar is…. Ik bedoel, hoe mooi kan een mens zijn! Een schoonheid, onze Raúl Morris.
En de opnametechnicus Kiko Hurtado is zo ‘in the present moment’, zo perfect en precies, zo’n Wizzard of Oz, dat ik me regelmatig in mijn arm moet knijpen of het allemaal echt is, wat ik meemaak. Ik ben omringd met zulke mooie mensen. Maar met andere tempi dan van mij! Een tropische storm, noemden ze me hier al. In een studio wordt gefocust, bewegingsloos en in stilte. Zat ik donderdag vier uur lang in de Hairstudio van Annie, die de dag van haar leven had. Want ze mocht dan eindelijk mijn haar verven zoals zij het wilde. ‘Verander maar even van kleding,’ wijzend naar mijn shirtje en het toilet. ‘Eh, de photoshooting is zaterdag pas! Ik heb geen andere kleding bij me.’
Kapper
‘Nee, je kunt dat bloesje uitdoen en die duster aantrekken.’ Elke dag doe ik dingen die ik nog nooit gedaan heb. Ik kom niet meer bij van het lachen! In Annie’s stoel mag ik niet bewegen!
‘Wie heeft die stoel verplaatst?’ vraagt ze kort als de telefoon van de kapsalon gaat. Ik neem op omdat zij haar handen vol heeft met kwasten en verf. ‘De advocate aan de lijn.’ ‘Zeg maar dat ze kan komen.’
‘Neem maar een koude witte wijn mee, als aperitief,’ zeg ik tegen de voor mij volstrekt onbekende beller, want inmiddels zit de vijf in de klok. Annie in een deuk. Die drinkt namelijk geen druppel met haar atletenlijf. Er komt een andere vrouw binnen. ‘Ik moet morgen om acht uur in Ponce zijn en kijk mijn haar.’ ‘Ik vind je haar prachtig,’ zeg ik als Hollandse tegen de latina bij wie een grijze lok uit haar zwarte haar steekt. ‘Aaaay, no, chica.’ ‘Ja, ik weet het. Jullie latinas zijn zulke verschrikkelijke ijdeltuiten!’ ‘Ja, dat klopt,’ en ze vliegt meteen in een pose. Ik kom niet meer bij. Ze zet haar bril op en vraagt: ‘Welke kleur ga je gebruiken, Annie? Dezelfde?’ Haar kleindochter van vijf bladert door wat tijdschriften met alleen maar modellen. Ja, dat wordt natuurlijk net zo eentje. Telefoon. Nu moet Veronica opnemen. Een gekkenhuis. En dat zou zo nog vier uur zo doorgaan. Op het laatst kan Annie niet meer gaan hardlopen met haar dochter, wat ze dagelijks doet.

Tropische regens
Daar zal je haar hebben, de advocate. Ik ben meestal verbaasd over de upper class in Puerto Rico. Bleke poeder. ‘Nu ben ik nog de plantainutres vergeten! Waar kan ik die halen?’ Tien minuten later komt ze terug met vier  zakjes bananenchips en flesjes water. Ik verrek van de dorst! ‘Had ik ook niet gezegd dat jij highlights zou krijgen?’ zegt Annie. ‘Ik bén de highlight!…’ Ze schieten in de lach. ‘Wat jij wilt, mi amor,’ zeg ik. En vervolgens zit ik nog een uur in de kappersstoel en geef keurig gevouwen aluminium velletjes aan Annie. Blij dat ik even iets nuttigs kan doen!
Zondag: het regent op zijn tropisch. Dat wil zeggen, het komt met bakken naar beneden. En een paar uur later breekt de zon weer knallend door. Je ziet de stoom uit het asfalt opstijgen. Snel de fiets op. Ik heb al de hele week in de studio gezeten! Mijn energie moet even in banen geleid worden. Alle ‘muertos’, drempels op de Isla Verde Avenue, heb ik goed overleefd. Het gevaar zit niet in de veertig centimeter hoogte van zo’n drempel, maar in de auto’s die abrupt afremmen, zodat elke Puerto Ricaanse fietser er zo tegenaan zou kunnen vliegen. Edoch niet deze Hollandse… Voorbij Mariott Court Yard Hotel. Daar moet ik vooral op zondag goed uitkijken, voor in- en uitrijdende auto’s en taxi’s, omdat daar nog ‘Hi Tea’ salsa dansen gehouden wordt voor alle Puerto Ricanen. Het gaat goed.
Dan het met kuilen en kiezels bezaaide zandpad op, parallel aan de snelweg langs het vliegveld, op naar Piñones. Voorbij het Strand van Carolina. Drie politiemannen met kogelvrij vest roepen nog ‘pas op’ als ik in vliegende vaart voorbij race, en natuurlijk een auto pats boem wil afslaan voor het strand. Wie moet hier oppassen? Het is dat veel Puerto Ricanen, en dan diegenen die geen voorrang verlenen, meestal een kapotte airco hebben. En zodoende de ramen van de auto open hebben staan. Dus mijn verbale aankondiging heeft mij al vaak behoed, ook nu: ‘¡Weeeeeeeepaaaa!’
[vervolg, klik hier]

De Zeven Spirituele Wetten (1)

May Peters werkt in Puerto Rico aan haar debuut- cd. Daar komt meer bij kijken dan louter muzikaliteit en vakmanschap. Ook de geest dient in topvorm te zijn. En de deur naar je ziel moet wijd open staan.

door May Peters

Shamaan Don Miguel Ruíz verkondigt het al jaren, vrij naar een Tolteekse wijsheid: ‘Wees onberispelijk met je woorden.’ Want woorden sturen je gedachten. En je gedachten sturen je daden. Maar de reikwijdte van die uitspraak besef ik pas nu ik als solist mijn cd aan het maken ben. In juli 2012 besloot ik om louter schoonheid te laten horen. Daarvoor moeten je lichaam, ziel en geest schoon zijn. Schoonheid, schoonmaak…

Ik heb hulp van mijn Goede Fee uit Nederland, Deepak Chopra en zijn Zeven Spirituele Wetten, meditaties, Kenny Werner’s Effortless Mastery en de Manifest Anything Now Radio. Ideale titels als je bezig bent  een droom te realiseren en bijna alle activiteiten die je daarvoor moet ondernemen nieuw voor je zijn! Het is de essentie van elke artiest, en misschien wel van elk mens, en het was het motto van Pablo Picasso: ‘Elke dag doe ik dingen die ik nog nooit gedaan heb, in de hoop dat ik ze op een dag beheers.’

 

Creativiteit
In die onzekerheid ligt de bron van creativiteit. En het helpt als je op zo’n paradijselijk eiland als Puerto Rico woont, waar het lijkt of iedereen de Wet van de Minste Weerstand beheerst. Behalve een Limburgse boerendochter die vanaf haar zevende productief is in het arbeidsproces. Op die leeftijd zette mijn vader me op een tractor. Daarom haalde ik op mijn achttiende vijf rijbewijzen. Je ziet het nut van de gebeurtenissen pas naderhand in.
In de Cariben heb ik geleerd mijn controle en planningdrift te laten vieren. Ik doe dat liever niet, maar je weet hier nu eenmaal nooit wat het volgende uur staat te gebeuren. Voor alles is een tijd, zoals mijn oud-collega aan het Conservatorio, trompetlegende Luis Perico Ortiz, het zegt. Ze kennen hier immers geen seizoenen…
[voor deel 2 klik hier]
[uit Caribe Magazine, 10 mei 2013]

Oude waterbron opengesteld voor spiritueel welzijn

Paramaribo – “Water is leven en energie. De bron moet niet dicht blijven!” Vurige woorden van Jerrel Vijber die de spirituele boodschap heeft gehad dat de waterbronnen van Groot Paramaribo open moeten. “Ik ben een volksmens en heb me altijd beziggehouden met de noden van mensen. Dat is niet mijn keus. Ik word geestelijk gestuurd en begeleid. Dat is al zo vanaf mijn jonge jaren. Daarom ken ik de historie van dit gebied als geen ander. Het is kennis van bifo bifo bifo,” spreekt Vijber van wie de stemkleur dieper en het Sranan accent heel anders is dan normaal.

De laatste hand wordt gelegd aan het open hekwerk dat rondom de waterbron is aangebracht. De put wordt vandaag opgeleverd en overgedragen aan de gemeenschap. 
Antwoorden
Hij lijkt diep in gedachten verzonken wanneer hij de aanleiding vertelt voor het open stellen van deze waterbron. “Verschillende Afro- organisaties hadden een bijeenkomst hier in de V-Tunnel. Ze probeerden een culturele hervorming te realiseren. Ik zag dat de mensen elkaar niet konden vinden. Ik zag ook dat er veel nood was onder de mensen. Als lid van Fiti Fu Wini zag ik bij de eerste vergaderingen bijna tien jaar geleden, steeds weer dat mensen met zichzelf en met problemen zaten. Ik heb de vraag naar een oplossing aan mijn binnenste voorgelegd. Ik zocht naar antwoorden. ”
Spirituele bewakers
Uiteindelijk kreeg Vijber de antwoorden uit een onverwachte hoek. “De vier spirituele bewakers van dit gebied (lees omgeving Waterkant) brachten mij de boodschap. Zij zeiden aan mij dat het goede van dit land opgesloten zit in de waterbronnen. Water is van groot belang voor de mens, waarom zijn die putten toentertijd dichtgedaan? Ze moeten open”, benadrukt de boodschapper die op dat moment niet meer alleen is.
“Ik heb de boodschap aan de voorzitter van Fiti Fu Wini gegeven en samen zijn wij op onderzoek uitgegaan. Daarbij is gebleken dat deze bron niet alleen voor water zorgde voor het hele gebied rondom de Waterkant, maar dat mensen van heinde en verre kwamen om er water te halen. Er zijn meer bronnen, maar die hebben we nog niet gevonden. Deze is alvast van groot belang”, overtuigt Vijber die met steeds meer passie en nadrukkelijke gebaren praat.
Ook historicus Mildred Caprino is ervan overtuigd dat de bron een cultuur/historisch monument is. “De bron staat op een ontmoetingsplek waar mensen samen kwamen tijdens en na de slavernij. Ze kwamen nieuws uitwisselen en hun noden bespreken. Het is een gedenkteken waard en zeker als we nagaan dat de put altijd water heeft.”

Raar
Vijber maakte iets bijzonders mee toen de put de eerste keer werd opengedaan.”Mensen van de Brandweer, Openbare werken en vertegenwoordigers van culturele organisaties waren aanwezig toen het deksel verwijderd zou worden. Het is raar, maar geen van de mannen met grote hamers en bijlen konden de deksel er vanaf krijgen. De voorzitter van Fiti Fu Wini Claudetta Toney, kwam naar mij en vroeg aan mij te kijken wat ik kon doen. Ik ging naar het deksel toe, zei dat wat in me opkwam op dat moment, gaf er vier kleine slagen aan en de put ging open.” Vandaag om elf uur wordt de put met open hekwerk opgeleverd aan de Oude Hofstraat.

[uit de Ware Tijd, 15/06/2013]

Wethouder schrijft boek over spiritualiteit

De Haagse wethouder Rabin Baldewsingh heeft een boek geschreven met daarin een verslag van interviews die hij heeft afgenomen met de Indiase asceet Swami Veda Bharati. De gesprekken gingen over spiritualiteit, meditatie en over het leven en de dood. Het Engelstalige boekje heet The Magic of Silence. Baldewsingh bracht eerder al enkele poëziebundels en CD’s met gedichten uit.

[van denhaagfm.nl]

Vader Aarde en de ziel van de mens

door Els Moor
 .
Allemaal kennen we ‘Moeder Aarde’. Ze is de basis van ons  leven, ze zorgt dat we kunnen eten en drinken en kunnen gaan en staan waar we willen. Momenteel loopt ze gevaar doordat haar eigen kinderen, de mensen, haar vervuilen. Moeder Aarde is het symbool van de vruchtbaarheid. En Vader Aarde? Over hem horen we nooit zoveel, maar hij speelt een belangrijke rol in het onlangs verschenen boek van natuurgenezer Olof Smit; het heet zelfs naar hem. Waar Moeder Aarde  de vruchtbaarheid symboliseert, waardoor we kunnen leven, is Vader Aarde degene die zorgt dat dat ook kan gebeuren, dat er handelingen plaatsvinden. Een prachtig stel dus, die elkaar aanvullen, maar die door de mens die een steeds materialistischer en egocentrischer gedrag heeft gekregen, bedreigd worden. In het boek van Olof Smit is dit een belangrijk thema.  De redding van onze aarde hangt vooral af van het verdwijnen van materialisme door het spirituele te bevorderen, zoals het  bewustzijn van de geneeskracht van de natuur.
De schrijver is de ík-verteller in het boek dat fictie, spiritualiteit en herkenbare werkelijkheid bevat. Wie is Olof Smit? Gelukkig geeft hij aan het begin een ‘curriculum vitae’. Hij is een witte Nederlander, ‘Bakaa’ zeggen de Saramakaners in het Surinaamse binnenland, waar hij lang verbleef. Hij maakte er ‘Baka’van!  Een ‘vloek’ is een belangrijk motief binnen het boek. Iemand kan geboren worden met een vloek die op hem rust, die hij geërfd heeft van zijn grootouders. Zo iemand is dan zijn hele leven op zoek om deze blokkade te doorbreken. Bij Olof was dat het geval tot zijn dertigste jaar.  Zijn opa was in zijn jeugd de belangrijkste figuur. Zijn vader kwam om in de Tweede Wereldoorlog. Opa was boer die de natuur kende als geen ander en als jongen was zijn kleinzoon vaak met hem bezig op het land en met de dieren. De grote kracht die hij van opa meekreeg, ontdekte hij pas veel later, toen hij dertig jaar was en opa overleden.  Olof werd zelf geen boer, maar kwam via de ‘Koninklijke Academie’in het filmvak terecht. Het land van opa is later opgegaan in een nieuwe stadswijk, groen tussen beton. Olof ontdekte toen hij filmer was,  dat het voorbij was met het liefdevolle kippen kweken zoals opa dat deed: vermeerderingsfabrieken, concentratiekampen voor slachtkuikens die gedood werden als ze ‘rijp’waren voor consumptie.
Toen hij dertig jaar was verscheen Vader Aarde Olof in een droom, een ‘voorspellende droom’, een belangrijk gegeven binnen de spiritualiteit in dit boek. Voor hem was het het begin van het bewustwordingsproces en van een totaal ander leven. Hij had zijn vloek gezocht en hij vond zijn wezen. Vader Aarde liet hem ontdekken dat zijn aangeboren talent is: met  materiaal uit de vrije natuur, zoals kruiden, mensen  hun vloek helpen bestrijden of genezen van hun ziekte, hoe ernstig ook van aard.  Zo komt Olof in het binnenland van Suriname terecht voor zijn opleiding, in een dorp van Saramakaners. Hij is de ‘Baka’. Wit van lijf, maar zwart van ziel. Zijn Saramakaanse leermeesteres, ‘Mama’, leert hem alles wat hij weten moet om ‘natuurgenezer’te worden.
In zijn dromen heeft hij nog contact met Vader Aarde die hem veel leert over ‘de ziel’van de mens, de blijvende kern van zijn bestaan.  De oudste menselijke zielen zijn miljoenen jaren oud. Ze hebben veel gezien en meegemaakt  in al die levens en zijn wijs en vooral nieuwsgierig. ‘Wonzen’noemt Vader Aarde die weinige mensen die vanuit vijfentwintigduizend levens hun wijsheid bewaard hebben. Dat betekent: Wijze Oude Nieuwsgierige Ziel. Dat neemt af  bij latere zielen, met nu veel minder levens. De mensen gaan zich vestigen op één plaats,  als landbouwers;  later gaan mensen ook steden stichten. Dan komt materialisme op en verdwijnt wijsheid en nieuwsgierigheid.
Het zijn mooie beelden van schrijver Olof Smit om de ontwikkeling van  de menselijke maatschappij, naar een voor Vader en Moeder Aarde bedreigend materialisme, duidelijk te maken. De ziel is de kern. De ziel komt van god, maar er is maar één god, voor alle mensen. Zelf moeten de mensen de ontwikkeling van hun ziel sturen, zoals de Wonzen dat gedaan hebben. De  ‘Baka’- leerling van ‘Mama’, hij wordt een steeds knapper natuurgenezer. Hij blijkt inderdaad een ‘natuurtalent’. Mensen die ten dode opgeschreven zijn door malaria en dengue, hij weet ze te redden. Ook mensen met ernstige  psychische problemen al vanaf hun jeugd en zelfs een restauranthouder op wie de vloek rust, dat zijn mooie zaak ten ondergaat, weet hij te helpen.  Vader Aarde verlaat Olof als die zijn eigen  ‘ík’ kent, als hij één is met zichzelf, ziel en verstand op een rij. Vader Aarde heeft dan zijn werk gedaan, evenals lerares ‘Mama’. In zijn dromen krijgt hij wel twee nieuwe raadgevers, Kanta Masi, de broer van de kruidengod Apuku, en Foodoo, beiden  uit de winticultuur. Olof gaat dan weg uit het regenwoud, werkt eerst een tijd als natuurgenezer  in Paramaribo, gaat dan  naar Europa, Amsterdam, en later terug naar de ‘Cariben’, naar Trinidad. Als hij daar met en voor inheemsen gewerkt heeft, bezoekt hij nog eenmaal ‘Mama’in het Surinaamse bos en gaat dan voorgoed terug naar Europa. Als ‘Wonz’ zal hij werken aan meer aandacht voor natuurgeneeswijzen  en spiritualiteit in een wereld waar materialisme hoogtij viert.
Uitermate boeiende stof dus, in het boek met de titel Vader Aarde en de Aardse Taal. ‘Aardse Taal’ heeft betrekking op de zeven Aardse talen die samen de Aardse wet vormen, de taal van de Aarde van de Mens, van het Dier. Van het Vuur, van het Water, van de Plant en van de Lucht, gerelateerd aan  de zeven krachten die het leven op aarde leefbaar maken. Ze  komen ineens schematisch  in beeld in het subhoofdstuk ‘In de dialoog met de Ziel’ en daar blijft het dan bij.  Dat ‘De Aardse taal’ toegevoegd is aan de titel, is dus vreemd binnen de structuur van het boek.
Zo zijn er meer vreemde zaken binnen de structuur, maar ook binnen het taalgebruik en het perspectief in dit boek. Olof zelf wisselt tussen een persoon die zich kan aanpassen aan het leven in  het binnenland en er snel veel leert, en een echte  vreemdeling met een puur Hollands perspectief en een soms grof taalgebruik dat in dit boek niet thuishoort. Ik vraag me steeds af of hij dat expres doet om de tweeslachtigheid van zijn personage  aan te geven, of omdat hij zich niet aanpast.  Als zijn opa hem vertelt dat de eik waarbij ze staan honderden jaren oud kan worden, veel ouder dan hijzelf, wordt de zesjarige Olof  razend omdat ‘die roteik’ er nog zou zijn als zijn lieve opa doodging. Woorden als ‘kont’ en ‘strond’ en ‘lazeren’ en ‘donder op’ komen voor in het taalgebruik van de verteller. Heel vreemd is het dat de auteur in de eerste honderd bladzijden bijna nooit bij het werkwoord het persoonlijk voornaamwoord ‘ik’ gebruikt. Alle andere, zoals ‘hij’ en ‘zij’ wel. Na pagina 100 als Vader Aarde hem heeft laten zien wie hij is, komt ‘ik’ wel veelvuldig voor’ en soms niet. Is dat opzet? Het zou  geraffineerd zijn: ik weet niet wie ik ben, dus geen ‘ik’. Of is het een slordigheid? Die zijn er namelijk veel meer. Zoals spelfouten, bijvoorbeeld twee woorden die een woord moeten vormen, los schrijven. Saramakaners is soms goed, maar er staat soms ook Saramaccaners, zelfs een keer Sarramaccaners en Saramakanen.  Het perspectief is vaak oerhollands. ‘Mama’, zijn boslandcreoolse lerares, kookt lekker, ‘als in een driesterrenrestaurant’, een grapje dat hier niet begrepen wordt, maar Hollandse lezers niet op weg helpt om het binnenland van Suriname te leren kennen. Het hokje waarin ‘Mama’ kookt noemt hij een ‘bijkeuken’. Daar moest ik wel erg om lachen.
Het Brokopondostuwmeer. Foto Hester Jonkhout
In een hangmat, gebonden aan een groenhartboom  brengt Olof een keer de nacht door. De boom spreekt tegen hem. Hij is immers een verre vriend van de eik die Olof als kind zo verachtte. Een leuk moment, maar waarom ‘Greenheart’ en geen ‘groenhart’?  En het dorp waar hij helemaal inburgert, een Saramakaans dorp dus, ligt dat bij de grens met Brazilië? Daar liggen inheemse dorpen, Kwamalasamutu onder andere. Daar is een sjamaan (natuurgeneesheer) die tot ver in het buitenland beroemd is en die Olof veel had kunnen leren. Waarom moest Olof naar Trinidad? Dat is niet zo’n boeiend gedeelte. Het zou toch veel interessanter  zijn als de leerling ook in de leer gegaan zou zijn bij een genezer van een inheems volk in Suriname?
Het is jammer dat een boek met zo’n interessante thematiek wat structuur betreft niet perfect is. Sommige theoretische stukken over spiritualiteit zijn lang en saai binnen het verhaal of niet functioneel, zoals dat over ‘de Taal’ en zomaar ineens een stuk informatie over Londen na de Tweede Wereldoorlog, het ontstaan van ‘multinationals’ volgens een rooms-katholiek concept.
Er zijn overigens ook mooie, beeldende of humoristische passages die het thema goed vorm geven. Een goede redacteur had hulp moeten bieden. Bovendien had een Surinaamse deskundige de gegevens over Suriname kunnen bekijken. Het is niet de eerste keer dat zoiets gebeurt bij een Nederlandse uitgeverij. We hopen dus dat er gauw een herziene tweede druk komt, want de thematiek is zeer de moeite waard, vooral ook met het oog op  de commercialisering van het Surinaamse binnenland (goudzoeken en bos kappen). Dat geeft Olof Smit ook aan. Misschien wil Vader Aarde nog een keertje komen in zijn droom en  over de schouder van Olof meelezen en ‘de ‘Aardse taal’ perfect maken?
Olof Smit: Vader Aarde en de Aardse Taal. Frontier Publishing, zonder  jaar. ISBN 9789078070450
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter