blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Somohardjo Paul

Achter de schermen van de Surinaamse verkiezingen

door Walter Lotens

Op 25 mei ging de Surinaamse kiezer naar de verkiezingen om zijn/haar stem uit te brengen. Pas op 16 juni slaagde het Hoofdstembureau erin om de officiële uitslag mee te delen. Drie weken heeft het nodig gehad om de stemkeuze van 383.195 Surinaamse stemgerechtigden geverifieerd te krijgen. Zijn de Surinamers zo’n trage tellers of zijn er andere redenen voor die late bekendmaking? Bovendien is de voorlopige uitslag waaruit al snel bleek dat de NDP, de regerende partij van Bouterse, een zware afstraffing had gekregen, bevestigd geworden door de officiële. 

read on…

Nieuwkomers beschrijven Bouterse aan de macht

door Walter Lotens
 
Op 25 mei 2010 ging ongeveer zeventig procent van de Surinaamse kiezers in een feestelijke sfeer naar de stembus. Dat moet voor Paramaribo zeker meer dan tachtig procent geweest zijn omdat door de grote afstanden de opkomst in het verre binnenland veel lager lag. Die zeer hoge opkomst is waarschijnlijk een wereldrecord. De Surinaamse kiezers mogen dus zeker gefeliciteerd worden, maar de politici zijn jammer genoeg niet eerbiedig omgesprongen met zoveel enthousiaste burgerzin. Toen bleek dat de Megacombinatie, en dan vooral de NDP van Desi Bouterse, een ruime overwinning had behaald, dacht iedereen dat de kaarten geschud waren. President Venetiaan (NPS) en het Nieuw Front werden na tien jaar onophoudelijk regeren teruggefloten en dus was het logisch dat de NDP aan zet kwam voor de nieuwe regeringssamenstelling. De politici van een aantal partijen dachten er echter anders over. In achterkamers en via allerlei geheime afspraken ontstond een politieke koehandel van jewelste waardoor in eerste instantie Bouterse en de NDP uit het machtscentrum werden gehouden. Na een weinig smakelijke vertoning waarin woordbreuk en verdachtmakingen hoogtij vierden, vonden de drie onverzoenlijke vijanden Desi Bouterse, Ronnie Brunswijk van de Marronpartijen en Paul Somohardjo van de Volksalliantie elkaar. Na een stevig partijtje arm worstelen om ministersposten en andere hoge functies kwamen zij tot een vergelijk. Op die manier kwam de noodzakelijke twee derde meerderheid tot stand die nodig was voor de verkiezing van de nieuwe Surinaamse president. Bouterse die zich tot dan toe min of meer op de achtergrond had gehouden, zag zijn kans schoon en zei dat hij ready was voor het presidentschap.
 
De sergeant die met een aantal kompanen in 1980 een militaire staatsgreep pleegde en uitgroeide tot ‘Bevel’ en die einde 1982 vijftien vooraanstaande opposanten van het militaire regime liet ombrengen, de man die als drugssmokkelaar veroordeeld werd door de Nederlandse justitie en die in Suriname terecht stond voor de decembermoorden werd president van zijn land. Hoe heeft hij dat aangepakt? 
 
Iets meer dan twee jaar later verschijnt Bouterse aan de macht. Het is een kanjer van een boek geworden, geschreven door twee jonge journalisten – een Nederlander en een Belg – die proberen antwoord te geven op de vraag waarom Desi Bouterse, ondanks zijn verleden, in Suriname nog steeds zo populair is en hoe hij het er als president vanaf brengt. Ivo Evers (1983) en Pieter Van Maele (1986) zijn relatief nieuwkomers in Suriname. Evers werkte anderhalf jaar in Suriname onder andere bij de Ware Tijd en als correspondent van Trouw. Van Maele is op dit ogenblik correspondent in Paramaribo voor onder meer Radio Nederland Wereldomroep, Het Parool, De Morgenen Trouw. Ook hij werkte voor de Ware Tijd. Met hun eerder geringe staat van dienst slagen zij erin een uitstekend boek te schrijven over twee van de meest controversiële jaren in de recente Surinaamse geschiedenis. Zij doen dat met heel veel lef, deskundigheid, kritische zin én overgave, en daarmee slagen zij erin niet alleen hun Surinaamse, maar ook hun Nederlandse collega’s de loef af te steken. Van Surinaamse kant kan je op dit ogenblik geen journalistieke hoogstandjes verwachten – de slechte verloning en het eerder dociele karakter van de pers zijn daar niet vreemd aan -, maar Nederland beschikt wél over Surinamekenners in de persoon van Hans Buddingh’, Gerard van Westerloo, Jan Janssen van Galen, Jeroen Trommelen, Ellen De Vries, Joost Oranje en Harmen Boerboom, die dat waarschijnlijk zouden kunnen. Ik vermoed dat Nederland, en misschien ook deze heren en dame zich na de machtsovername door Bouterse minder zijn gaan inlaten met Suriname. Suriname is al lang geen ‘binnenlands nieuws’ meer.
De Ware Tijd. Foto @ Herman Dulder
 
De ‘nieuwkomers’ Evers en Van Maele zijn in dat gat gesprongen en hebben zich vastgebeten in een Suriname dat almaar meer uit de Nederlandse kranten dreigt te verdwijnen. Zij hebben waarschijnlijk het voordeel dat zij minder bezoedeld zijn door het verleden – zeker de Belg Van Maele – waardoor zij gemakkelijker toegang hebben gevonden tot hun Surinaamse gesprekspartners. Het resultaat is een genuanceerd, maar kritisch beeld van twee jaar regering-Bouterse, geschreven door goed geïnformeerde outsiders die ook van binnenuit die periode op de voet gevolgd hebben.  
 
Het lijvige boek bestaat uit niet minder dan dertig hoofdstukken. Ongeveer de helft ervan behandelen de aanloop naar de verkiezingen van 2010, de formatie en de eerste dagen van Bouterses presidentschap. Welke partijen streden mee om de gunst van de kiezer? Hoe verliep de regeringsformatie? Welke cruciale momenten waren er vooraleer Bouterse werd geïnstalleerd? Aan de orde komt ook de belangrijke vraag  hoe de Nederlandse oud-kolonie er sinds de onafhankelijkheid van 1975 politiek, sociaal-maatschappelijk en economisch voorstaat. In de tweede helft van het boek wordt voornamelijk ingezoomd op de grote verkiezingsbeloftes die niet of nauwelijks worden waargemaakt, op de relatie met Nederland die almaar meer onderkoeld raakt en op de interne ruzies van de Bouterse-regering.
 
De auteurs beschrijven zeer uitvoerig hoe Bouterse steeds meer macht naar zich toe begint te  trekken ten koste van het parlement en de eigen ministers en na anderhalf jaar is het voor hen duidelijk dat oude gewoontes weer bij hem bovenkomen. Zo weet de president een omstreden amnestiewet voor de Decembermoorden door het parlement te jagen.
 
De twee auteurs noemen Bouterse op het einde van hun inleiding ‘de man die onder de schaduw vaan zijn eigen verleden uit wil komen’, maar dat doet hij op een niet zo fraaie manier schrijven zij in een epiloog: “De president herschrijft momenteel zijn eigen geschiedenis, hij zet de gebeurtenissen op Fort Zeelandia naar zijn hand, hij censureert hem onwelgevallige schoolboeken en richt musea in die zijn versie van het verhaal vertellen. Daarin zijn de Decembermoorden een pijnlijke, doch noodzakelijke voetnoot en is de staatsgreep een waarachtige revolutie. Maar die zelfgeschreven historie is slechts tijdelijk en ruim interpreteerbaar. Net als er zijn die hem verafgoden, zullen veel Surinamers hem herinneren als de persoon die een staatsgreep pleegde, verantwoordelijk was voor de moord op vijftien tegenstanders en vervolgens als democratisch gekozen president niet in staat was het land bijeen te brengen, maar zichzelf wel vrijwaarde van een gerechtelijk vonnis.” (p. 421) 
 
Het boek gaat voornamelijk over de laatste twee jaar, maar doet eigenlijk veel meer: naast de zeer levendige journalistieke benadering waarmee de twee auteur bijna van dag  op dag beschrijven wat er onder Bouterse gebeurt, reconstrueren ze ook, en passant, een stuk Surinaamse geschiedenis zodat de lezer niet alleen twee jaar Bouterse, maar op een drafje ook een heel land en haar geschiedenis gepresenteerd krijgt. De auteurs slagen erin om naadloos over te springen van de dagelijkse politieke realiteit naar boeiende expliciterende passages, zoals het grensconflict met Guyana en met Frans-Guyana dat al dateert uit de negentiende eeuw. Vooral in die passages bewijzen zij dat ze veel meer dan oppervlakkige waarnemers van de actualiteit zijn. Hun voetnotenapparaat en literatuurverwijzingen illustreren dat trouwens. Het boek geeft ook een zeer goed inzicht – het is bij momenten zelfs gênant om te lezen hoe figuren als Somohardjo en Brunswijk aan politiek pro domo doen – in het hoge gehalte van dorpspolitiek die in Suriname bedreven wordt.
 
De  twee auteurs zijn kritisch in hun benadering, maar niet blind zoals sommige Nederlanders en Surinamers die Bouterse rauw lusten. Zij constateren en vermelden dat na één jaar Bouterse het internationale isolement verder weg is dan ooit. “Er gebeurt iets in het voorheen doodse Paramaribo”. Zowel de Amerikaanse als de Franse ambassadeur hebben lovende woorden over voor de regering-Bouterse, voornamelijk dan voor het internationale optreden. Het is maar zeer de vraag of ze dat ook vinden van de binnenlandse politiek van Bouterse. De auteurs schrijven: “Intern gekrakeel en hoog oplopende partijruzies  maken Bouterses regering instabiel. Halverwege zijn termijn stuurde Bouterse al zeven ministers de laan uit. Bovendien worden net als onder de vorige president Venetiaan op de vele ministeries aan de lopende band ambtenaren ontslagen om plaats te maken voor regeringsgetrouwen.” (p. 415). Er doet zich een NDP-isatie voor. Uit zeer goede bron weet ik dat niet-partijpolitieke bewegingen van onderuit, zoals in het district Para bijvoorbeeld, monddood worden gemaakt.  Dat is jammer en onbegrijpelijk, te meer omdat de grondwet van 1987, geschreven door NDP’ers, participatief democratische principes vooropstelde.
In hun besluit drukken de twee auteurs uit dat Bouterse pas uit de politieke arena zal verdwijnen op het moment dat hij zijn laatste adem uitblaast – en dan laat hij naar verwachting een loodzware erfenis na. Ik vrees dat zij gelijk hebben. Bouterses aanwezigheid drijft een wig doorheen de Surinaamse samenleving. Hij is nu 67 jaar …
 
Hoe moet het nu verder volgens hen met Suriname? “Er moet een leider opstaan die tegelijk het paternalisme, het cliëntelisme en het nepotisme doorbreekt en een streep trekt onder de jaren tachtig. Een leider die erin slaagt het ambtelijk apparaat af te slanken, het onderwijs te vernieuwen en een bloeiende industrie te creëren. Maar alleen al het voornemen om af te rekenen met het accommoderen van partijgetrouwen staat in Suriname gelijk aan politieke zelfmoord. Bovendien vertrok de afgelopen decennia zo goed als het complete intellectuele kader uit het land, ligt het onderwijs op apegapen en lijdt de rechtsstaat onder dezelfde groeipijnen als waarmee andere jonge democratieën te kampen hebben.”
Een pessimistisch besluit? Ja en nee, zeggen de auteurs. “Suriname is verre van een failed state, zoals Haïti of Congo dat zijn. De Surinamer heeft het stukken beter dan een inwoner van Guyana, Bolivia, Cuba of Jamaica. Maar de grondstoffen zijn eindig. En wat dan?  Maar liefst 60 procent van de bevolking werkt bij de overheid of in semi-overheidsbedrijven. De braindrain blijft hoog.”
De laatste zin is tekenend voor de houding van beide auteurs: “In ons rommelt de wanhoop maar we zetten tegelijkertijd een monter gezicht op, uit onwil en onvermogen volslagen pessimistisch te zijn. We zien zo’n prachtig land met zulke prachtige mensen liever niet naar de verdoemenis gaan.”  
“Bouterse aan de macht” is een goed én belangrijk boek. Ik hoop dat het een ruim lezerspubliek mag vinden, zowel in Nederland als in Suriname, en vooral dat het gelezen mag worden zoals het bedoeld is: als een genuanceerd kritische schets van een periode en een figuur waarvoor de meeste journalisten zich wegstopten, deels omdat zij (de Surinamers dan) vinden dat je op een eerbiedige manier moet omspringen met de machtshebbers van welke origine ze ook zijn, deels omdat zij (de Nederlanders dan) menen dat Suriname onder Bouterse een vogel voor de kat is. Beide auteurs hebben een ‘derde weg’ proberen te bewandelen en dat lijkt mij de enig valabele.
Ivo Evers en Pieter Van Maele, Bouterse aan de macht, De Bezige Bij, Amsterdam, 2012, 464 blz., ISBN 9789023472933

De val van de regering Bouterse is ingezet

(…het duivelspact is gesloten…)

door Rolf van der Marck

De Nationale Democratische Partij (NDP), ofwel de Firma List & Bedrog, betaalt –zoals nu al duidelijk is– zijn tol voor de wijze waarop deze regering tot stand is gekomen, namelijk door omkoping, leugen, list & bedrog, een fundament waarop niet enig gewas kan gedijen. Een gelegenheidscoalitie bestaande uit enkel huichel- en leugenachtige criminelen, die tot voor kort elkaars gezworen vijanden waren, maar die elkaar in de armen zijn gevallen om macht uit te oefenen, niet uit vaderlandsliefde maar uit eigenliefde, waarbij ieder van meet af aan zijn eigen stokpaardjes berijdt.


Desi Bouterse
Om te beginnen bij Bouterse, die onmiddellijk weer zijn 30-jarige revo-droom van stal heeft gehaald. Aangezien Maurice Bishop van Grenada hem inmiddels is ontvallen, omhelst hij de huidige Zuid-Amerikaans revolutionair, Hugo Chávez van Venezuela, alhoewel van diens kant nog maar bitter weinig van enige wederkerigheid valt te bespeuren. Het enige contact dat vooralsnog ‘werkt’, is Bouterse’s toenadering tot Jagdeo van Guyana, maar die is dan ook de enige om daarbij iets te winnen. Maar de militaire houwdegen Bouterse heeft er –tegen ieders verwachting in– wél alle ‘Surinaamse’ principes inzake Tigri voor opgegeven. Dat Bouterse niet is uitgenodigd door Obama ten tijde van de VN-vergadering, is een bewijs van het isolement waarin deze regering –zoals verwacht– is terecht gekomen, hoezeer die ook het tegendeel wil bewijzen.


Robert Ameerali
Aan het optreden van VP Ameerali is vanaf de eerste dag duidelijk af te lezen dat hij –afgezien van zijn bedrijseconomische ervaring– geen enkele bestuurlijke ervaring heeft. Hij ‘fietst’ overal luchtigjes doorheen, doorkruist competenties die de zijne niet zijn, geeft langs zijn neus weg oordelen weer die hij niet kan en mag hebben, zoals bijvoorbeeld in de inmiddels beruchte ‘Sasur-case’, werkt kortom als een ‘eenmans-bedrijf’ in plaats van als dirigent van de Raad van Ministers te functioneren, hetgeen tenslotte zijn taak is. Hier manifesteert zich wat meteen al werd gevreesd, namelijk dat het kabinet van de President de macht aan zich houdt, in plaats van die te laten waar die thuis hoort, namelijk bij de Raad van Ministers. Daarbij is er in het kabinet van de President nauwelijks enige synchronisatie, zodat het gewoon kan gebeuren dat President en Vice-President elkaar op een en dezelfde dag tegenspreken, zoals in de niet onbelangrijke zaak van de vrije dag van de Marrons.


Lamuré Latour
Een ander bewijs voor de macht die het kabinet van de President naar zich toe trekt, is de weder-instelling van de militaire dienstplicht. Minister Lamuré Latour, die vanaf zijn aanstelling plechtig heeft verklaard dat er geen dienstplicht zal worden ingevoerd, heeft bakzeil moeten halen voor Bevel en dus wordt de dienstplicht opnieuw ingevoerd. Alhoewel Latour als een meer ‘verlicht’ militair kan worden gezien dan Bouterse, hebben diens oude stokpaardjes en drogredenen onder het aloude adagium “tucht moet er wezen” de doorslag gegeven. Nu moet Latour in opdracht van Baas verdedigen dat het leger gezond en waardevol is voor de heropvoeding van de Surinaamse jeugd en dat de dienstplicht zal zorgen voor een goed roulatie-systeem van militairen. De ‘revo’ van 1980 heeft laten zien hoe gevaarlijk een leger kan zijn, en zeker een leger onder leiding van Bouterse. Had Bouterse geluisterd naar Latour, dan werd de heropvoeding van de Surinaamse jeugd gelegd op het bordje waar het thuis hoort, namelijk van het Ministerie Sociale Zaken, en wat er op de buitenposten aan mankracht nodig is gevormd, getraind en gedetacheerd vanuit de politiemacht.


Michael Misiedjan
Het heeft heel veel voeten (en dreadlocks) in de aarde gehad alvorens Michael Misiedjan Minister van Justitie mocht worden, maar zijn eerste optreden getuigt niet van veel zelfstandig oordeel. Neem nu de jongste rellen in Albina/Papatam, waar Misiedjan zich –terecht– ijlings heenspoedde, maar waar hij vandaan kwam met een kul-verklaring dat er niets ernstigs aan de hand is. Hoe verzint hij het! Iedereen die niet blind is, weet dat Albina/Marowijne sinds de Binnenlandse Oorlog tot een ghetto en een licht ontvlambaar kruitvat is verworden, waaraan door de opeenvolgende regeringen never-nooit iets is gedaan. Maar Misiedjan, die er letterlijk van huis uit beter zou moeten weten, durft en mag uiteraard niet roeren in de stinkende pot die daar door de schuld van Bouterse en Brunswijk is ontstaan. Dus: “Er is niets aan de hand!” Ook Misiedjan’s optreden inzake opheffing van woordvoering en bescherming van de rechterlijke macht wekt overduidelijk de schijn van bemoeienis van bovenaf. Misschien trekt Misiedjan nog eens de haren uit zijn hoofd van spijt dat hij deze post ooit heeft aanvaard.


Martinus Sastroredjo
En dan nu het drama dat zich rond Minister Martinus Sastroredjo van Ruimtelijke Ordening, Grond- en Bosbeheer (RGB) aan het voltrekken is. De KTPI en de Volks Alliantie hebben het vertrouwen in Sastroredjo opgezegd. De minister zou in zijn beleid en bij de uitvoering daarvan geen rekening houden met de wensen van deze partijen. Zonder afstemming zou hij beslissingen rond gronduitgifte hebben teruggedraaid. Sastroredjo is van zins gronden die volgens hem onrechtmatig zijn uitgegeven terug te vorderen. Dit zint de partijtoppers niet. Bovendien zou hij die partijtoppers onheus hebben behandeld. Een door Sastroredjo aangekondigd onderzoek naar de onrechtmatige uitgifte van grond aan NV Mahona, een bedrijf geliëerd aan Paul Somohardjo, voorzitter van Pertjajah Luhur en Volks Alliantie, was de druppel die de emmer deed overlopen. En nu de oplichters van KTPI en Volks Alliantie hun zin niet krijgen, moet Sastroredjo eruit. Wat zal Somo een spijt hebben dat hij zijn trouwe en immer volgzame trawant Jong Tjien Fa heeft laten vallen! Nu komt het erop aan dat Bouterse zijn stuurmanskunsten vertoont. Maar de wijze waarop zijn regering is samengesteld en waarop de ministers hem zijn opgedromgen, geeft hem nauwelijks speelruimte. De val van de regering Bouterse is ingezet.

Nieuwe titels

Een greep uit de nieuwe titels van augustus 2010 van de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren, opgedragen aan D. Bouterse, R. Brunswijk, P. Somohardjo en R.R. Venetiaan

http://www.dbnl.org/nieuws/titels.php?l=2010_08

* Carry van Bruggen, De verlatene
* Hendrik Conscience, Volledige werken 16. Eene gekkenwereld. De twee vrienden. Rikke-tikke-tak
* Hendrik Conscience, Volledige werken 17. De arme edelman. Eene 0 te veel
* Hendrik Conscience, Volledige werken 18. De kwaal des tijds
* Hendrik Conscience, Volledige werken 19. Geld en adel
* Hendrik Conscience, Volledige werken 20. Het ijzeren graf
* Hendrik Conscience, Volledige werken 21. De baanwachter.
Gerechtigheid van Hertog Karel
* Hendrik Conscience, Volledige werken 26. Het Goudland
* Hendrik Conscience, Volledige werken 29. Valentijn. Eene verwarde zaak
* Hendrik Conscience, Volledige werken 30. Geschiedenis mijner jeugd. Wat eene moeder lijden kan. Redevoeringen
* Hendrik Conscience, Volledige werken 36. Schandevrees. Koning
Oriand. Blinde Rosa
* Pieter Elsevier, Den lacchenden Apoll, uytbarstende in drollige
rymen
* Herman Heijermans, Diamantstad
* Aart van der Leeuw, Ik en mijn speelman
* Livinus van der Minnen, Den eerelycken pluck-voghel
* Henri Ernest Moltzer, Levens en legenden van heiligen. Deel I.
Brandaen en Panthalioen
* H.M. van Randwijk, Een zoon begraaft zijn vader
* Ingrid Wikén Bonde, Was hat uns dieser Gast wohl zu erzählen? oder Die Jagd nach dem Nobelpreis
* Augusta de Wit, De godin die wacht
* Piet Worm, Eén emmertje water
* Piet Worm, Het heldenlied van Jan en Piet
* Yvonne, Het prentenboek der sporten
* Het aardige boertje
* Alphabet tot nut en vermaak der jeugd
* Barend Botje ging uit varen
* Het beestenboekje
* Bilderfibel
* Boontje komt om zijn loontje
* Dit is de sleutel van den Bibelebomschen berg
* De drie beeren
* De geschiedenis van een goed en van een kwaad kind
* De geschiedenis van het roodborstje
* De geschiedenis van een muis

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter