blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Snijders Armand

Stanley Sidoel

door Armand Snijders

Zijn collega-directeuren van andere ministeries denken dat hij de leukste overheidsbaan van Suriname heeft. Als directeur Cultuur, onderdeel van het ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling (Minov), is Stanley Sidoel (47) immers bij ieder cultureel feestje en iedere boekpresentatie aanwezig. “Dat zijn de leuke dingen waar ik graag bij ben”, geeft hij toe. “Maar voordat zo’n evenement plaatsvindt, hebben we enorm veel werk moeten verzetten.”

Met cultuur had Sidoel tot een jaar of tien geleden niet zoveel op, zo geeft hij toe. Geboren en getogen in een redelijk traditioneel Javaans gezin met acht kinderen op Blauwgrond, had hij echter al snel door dat er meer was dan een Javaanse gemeenschap. “Ik ben echt Javaans opgevoed; mijn ouders zijn west-bidders, die doorgaans als conservatief bekend staan. Maar ik moet toegeven dat ik eigenlijk een hele liberale opvoeding heb gekregen, vooral van de zijde van mijn moeder. Mijn vader werkte keihard als timmerman en was vooral druk bezig brood op de plank te brengen. “Mijn moeder vond het volgen van een opleiding heel belangrijk, ze stimuleerde dat. Boi, ik moest niet met rode cijfers thuiskomen, dan kreeg ik ervan langs. Niet dat ik een pak slaag kreeg, maar ik werd een paar dagen lang flink onaardig bejegend en kreeg echt straf. Zo van ‘dat reisje buiten de stad mag je niet doen’. En regels waren regels: om zes uur moest je in bad, dus dat was ook zes uur. Was je dan nog buiten aan het voetballen, dan kwam ze je daar persoonlijk weg halen.

Lees vervolg in Parbode door hier te klikken

Parbode wint VSH-journalistenprijs

Parbode wint de VSH-journalistenprijs, die voor de derde keer is uitgereikt. Parbode schreef een indringend artikel over kindermisbruik. “Tante, bloedt mijn poenie?” was de cover van de 42ste editie. “Wij hebben een week over gedaan voor we kozen voor deze kop. Want sommige dingen kunnen net niet goed vallen in de Surinaamse samenleving”, zegt hoofdredacteur en medeauteur, Armand Snijders, desgevraagd aan Starnieuws. De prijs werd zaterdagavond uitgereikt.

Samen met Romie Raaphorst deed Snijders behoorlijk wat graafwerk om het artikel te kunnen schrijven. Snijders is trots op de VSH-journalistenprijs. De schrijvers krijgen naast een plakkaat ook SRD 7500. Dat is SRD 2500 meer dan de voorafgaande twee keren. Gail Eyk en Gian Moeridjan (Apintie televisie) en Lloyd Groenewoud (Radio Apintie) waren ook genomineerd. Zij krijgen SRD 2000. De vorige twee keren heeft Sky televisie de prijs gewonnen. Deze keer viel Sky niet in de prijzen. De VSH-journalistenprijs wordt uitgereikt in samenwerking met de Stichting ter Bevordering van Journalistiek in Suriname.

Borger Breeveld, voorzitter van de jury, zegt dat er 35 inzendingen waren. 17 van de schrijvende pers, 9 radio en 9 televisie. Hij merkt op dat de kwantiteit is toegenomen in vergelijking met de afgelopen twee jaren, maar de kwaliteit is er niet vooruit op gegaan. Er waren ook gewoon krantenknipsels ingezonden. Veel van de inzendingen beantwoorden niet aan de criteria die worden gesteld. Breeveld merkt op dat de kwaliteit beslist moet worden verbeterd. Hij haalde ook aan dat gerenommeerde media geen inzendingen hebben gestuurd.

[overgenomen uit Starnieuws, 31 oktober 2010]

Armand Snijders mishandeld

De Nederlandse journalist Armand Snijders, hoofdredacteur van het Surinaamse maandblad Parbode is afgelopen weekeinde in Paramaribo ernstig mishandeld. Dat heeft Snijders gezegd tegen de Wereldomroep.

Hij werd door een auto van zijn bromfiets gereden, en vervolgens geslagen en geschopt. Met gebroken ribben, een op drie plaatsen gebroken sleutelbeen en schaafwonden belandde hij in het ziekenhuis, waaruit hij dinsdag werd ontslagen. ‘Die rotzooi in Parbode!’, hadden de daders hem toegebeten.

Zorgelijk
Snijders is al vaker mishandeld vanwege zijn journalistieke werk in Suriname. De laatste keer was in oktober vorig jaar. Hij heeft geen idee wie er achter zit. Snijders heeft geen aangifte gedaan; hij gelooft niet dat de daders kunnen worden opgepakt.

Snijders staat in Suriname bekend als een kritische journalist die geen politiek kopstuk spaart.
De Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) noemt de mishandeling van Snijders een zorgelijke ontwikkeling. ‘Hier is geen sprake van een incident, maar een doelgerichte mishandeling die ook nog terugkerend is’, aldus Thomas Bruning, algemeen secretaris van de NVJ.

[Ontleend aan Waterkant.net]

Vor de website van de Parbode, klik hier

Ook de Werkgroep Caraïbische Letteren verwerpt met kracht elke poging tot kneveling van de persvrijheid, en wenst Armand Snijders sterkte.

Guillaume Pools bibliotheekdroom

door Don Walther Donner

De laatste bijeenkomst van de Schrijversgroep ’77 stond in het teken van de bibliotheek droom van Guillaume Pool. Onder zijn leiding werd diepgaand geboomd over bibliotheken die met veel pijn en smart door particulieren worden opgezet en in stand worden gehouden met volkomen afwezigheid of belangstelling van overheidswege.

Guillaume onthulde waar bibliotheken zijn ontstaan namelijk in Mesopotamië (dus van eerbiedwaardige leeftijd) en hun belang voor de opvoeding en de geestelijke vorming van de mensheid. Toen kwam een dame aan het woord die met veel enthousiasme onthulde hoe ze thuis bij zich een bibliotheek was begonnen die zeer trouw door de jeugd uit de buurt wordt bezocht. Een successtory dus. Het gelamenteer over het onvermogen van de overheid om ook hier iets nuttigs voor het land tot stand te brengen voerde als gewoonlijk bij dit soort discussies de boventoon. Veel wijzer werden de aanwezigen dus niet. Begane paden werden bewandeld zogezegd. Aangezien ik de reputatie heb van steeds de knuppel in het hoenderhok te gooien en ik de gezelligheid niet wenste te verstoren hield ik de kaken stijf op elkaar. Het is beter dacht ik, op schrift mijn mening weer te geven. Zo loop ik minder kans in een oeverloze discussie verzeild te raken. Ik heb de gewoonte om onverbloemd en zonder omhaal van woorden mijn mening te geven. Ik weet dat dat mij niet steeds in dank wordt afgenomen, sommigen noemen mij zelfs een arrogante klootzak, maar so be it. Ik meen dat er iemand moet zijn om ons een spiegel voor te houden.
Surinamers lezen nauwelijks. Een waarheid als een koe.

Bewijzen zijn er voor het oprapen.
1. De CCS bibliotheek past beslist zes keer in de centrale bibliotheek van Curaçao die ook beter bezocht wordt. Iedere dag worden de scholieren er klassikaal heengebracht. Vraag eens aan een Surinamer, volwassene of kind, waar de CCS bibliotheek staat. Bet your life dat 90 procent dat niet weet.
2. Er verschijnen op Curaçao zeven dagbladen op 150 000 inwoners. In Suriname 4 kranten op 500 000 inwoners.
3. Uit een recent onderzoek in Nederland onder vijftig plussers blijkt dat 55 procent van hen lid is van een bibliotheek en maar liefst 73 procent lid van een leeskring of leesclub. Gemiddeld leest elke vijftig plusser in Nederland 21 boeken per jaar. Dus elke vijftig plusser leest bijna twee boeken per maand.
4. Een van de eerste cadeautjes die een Hollander geeft aan een kind is een boek. Dat kennen wij in Suriname niet.
5. Ook de gewoonte om boeken als cadeau of relatiegeschenk weg te geven kennen wij niet. We gaan liever op bezoek met een portie nassie.
6. Als elke leerkracht hier te lande elke maand het luttele bedrag van 25 srd. zou uitgeven aan een boek zou dit land een paradijs zijn voor schrijvers.

Een vaak gehoord excuus is dat boeken in Suriname te duur zouden zijn. Dit is een praatje voor de vaak. De bibliotheken kosten ook in Suriname haast niets. Dit excuus geldt trouwens niet voor Nederland waar Surinamers niet te klagen hebben over gebrek aan geld. Mijn vrouw had een boekhandel aan de Nieuwe Binnenweg, een van de drukste winkelstraten van Rotterdam. In twee jaar tijds is nooit een Surinamer de winkel binnengestapt om een boek te kopen. Er kwamen Turken, Marokkanen, Curaçaoënaars, Hollanders, Kaap Verdianen, Portugezen, Spanjaarden van heinde en verre na een advertentie dat weer een bezending was gearriveerd. (Ik ging boeken persoonlijk kopen voor de winkel in Spanje, Portugal, Frankrijk en Engeland). Maar Surinamers? Never, welke reclame er ook werd gemaakt voor mooie Surinaamse boeken.

Er wordt elk jaar in Amsterdam het Kwakoe Festival gehouden. Duizenden Surinamers komen van heinde en verre erop af om landgenoten te ontmoeten in een soort reünie. Er zijn ook boekenstands. Men vrage maar aan de verkopers hoe het daarmee zit. Ludwich van Mulier voorzitter van het Surinaams schrijversgenootschap in Nederland bedacht hiervoor zelfs de uitdrukking: eet en danscultuur. De Surinamers lopen Linéa recta naar de eettenten en danstenten.

In de loop der tijden zijn er altijd enthousiastelingen geweest die hebben getracht het leesgedrag te stimuleren. Daaronder bevinden zich natuurlijk mensen voor wie de verkoop van boeken een broodwinning vormt, de broodschrijvers zogezegd. Maar een groot gedeelte bestaat uit mensen , zoals die mevrouw uit Flora, die dat doen uit pure liefhebberij of idealisme omdat zij weten of beseffen dat economische vooruitgang nauw verband houdt met het leesgedrag. Men kan nu eenmaal een korjaal bouwen zonder ooit eens een boek gelezen te hebben, maar een wolkenkrabber bouwen zonder daarover gelezen te hebben gaat nu eenmaal niet. Een volk dat niet leest zal ten eeuwigen dage korjalen blijven bouwen. De inspanningen, uit welk motief dan ook, om het leesgedrag te bevorderen, hebben tot nu toe tot niets geleid. En de in de vergadering onthulde plannen voor media en allerhande soorten theken zullen gegarandeerd hetzelfde lot ondergaan. Het is gebleven en zal blijven bij een Kurieren Am Symptom om het eens op zijn Duits te zeggen. De oorzaken worden namelijk niet aangepakt; het probleem wordt niet bij de hoorns gevat.
Welke zijn nu die oorzaken? Ik zal die opsommen waarbij ik op zere tenen zal trappen hetgeen mij op aardig wat kos kossies te staan zal komen. Maar ik heb een brede rug. Daar gaan we dan.
1. De etnische samenstelling van ons volk.
De grootste bevolkingsgroep van ons land is de Hindoestaanse groep. Hindoestanen zijn niet geïnteresseerd in wat Ismene Krishnadath of welke schrijver dan ook te vertellen heeft. Men bewijze mij maar het tegendeel. Ik ben nog nooit in een vergadering van de schrijversgroep een Hindoestaan tegengekomen hoe interessant ook het behandelde thema.
De Marrons vormen de tweede groep qua aantal. Die zijn voor het grootste deel ongeletterd. Zij lezen niet dus hun kroost ook niet.
De Javanen lezen vermoedelijk meer dan de Hindoestanen. Daar is ook alles mee gezegd.
En de creolen dan? Die lezen ook weinig want ze weten alles al. Zoals men op de Antillen zegt: God weet alles maar de Surinamer weet meer.
2. De funeste invloed van Hollanders die hun ei in Nederland niet kunnen kwijtraken, op ons denken, doen en laten. Zij zijn het die de jeugd steeds voorhouden hoe armzalig wij wel schrijven en containers vol boeken uit Holland laten overkomen geschreven door mensen die in Nederland volstrekt onbekend zijn. Waarom zijn ze anders overtollig en slechts geschikt om gedumpt te worden? Ze zouden wel wijzer wezen daar in Holland dan boeken van Harry Mulisch en andere grootheden in grote aantallen naar Suriname te sturen. Lezing van de container boeken is geschikt om ons plezier in het lezen voor de rest van ons leven te vergallen. Ik had op de middelbare school een leraar die week in week uit doorzaagde over De kleine Johannes van Willem van Eeden. Zuid-Zuid-West en De Stille Plantage waren volgens hem geen literatuur en mochten ook niet op mijn literatuurlijst. Ik heb na de schoolbanken nooit meer een Nederlandse roman gelezen. Ene meneer Wim Rutgers schreef in OSO het blad voor Surinamistiek “Walther Donner’s schrijfdrang is groter dan zijn schrijftalent.” Waarom dan de kitsch van Walther Donner gelezen, waarvan prominente Surinaamse recensenten als Wilfred Lionarons, Ludwich van Mulier, Chitra Gajadin e.a. hoog opgeven van de waarde van zijn boeken voor de vorming van de Surinaamse mens. Natuurlijk zijn uitlatingen als die van meneer Wim Rutgers koren op de molen van de Surinamers die graag horen dat een andere Surinamer eigenlijk niet deugt. Ene meneer Snijders hoofdredacteur van Parbode schreef in een recensie van mijn boek Swietie Sranang dat het boek wemelt van de taalfouten. Niets interessants viel er over het boek te vermelden. De jeugd werd daarom afgeraden het te lezen. Vreemd genoeg denkt men in Nederland anders over deze zaken. Het boek werd door DBNL goed genoeg bevonden om in extenso opgenomen te worden op internet. Er zijn al zestien drukken verschenen en in Nederland zijn razend veel gekocht vooral door Hollanders die het als cadeau geven aan Surinaamse kennissen en een ieder vindt het prachtig de verhalen te lezen over de goede oude tijd. Meneer Snijders zegt aan de Surinaamse jeugd: ‘waste of time’ je kunt er niets van leren integendeel. Je taalgevoel zal zodanig worden aangetast dat je niet in staat zal zijn een roman of zelfs maar een short story te schrijven.
2. De buiten proporties geraakte invloed van het zwakke geslacht op onze vorming. Vrouwen houden nauwelijks van voetballen, politiek of vechten. De jongens houden juist van deze zaken. In mijn jonge jaren waren we gek op de boeken van Karl May en Gustav Aimard en Alexander Dumas etc. We hielden van voetbalboeken over Bas Pauwe en Andrade de man met de uitschuifbare benen etc. We verslonden deze boeken. Het ene na het andere. De mannelijke jeugd is nauwelijks anders geworden. Terwijl de juffrouw nu voor de klas staat te oreren over Mies die houdt van Jan en er toch vandoor gaat met Piet zitten de jongens te denken aan Maradonna en Pele en Ruud Gullit. Daardoor wordt het lezen van boeken compleet vergald. Als ze een boek in handen krijgen denken ze, och het zal wel van hetzelfde laken een pak wezen en leggen het neer.
3. De funeste invloed van half analfabeten in high places die hun positie niet aan het lezen maar aan een partijkaart te danken hebben. Zal ik eens enige van mijn ervaringen onthullen?
Ik vroeg eens aan een lerares om mijn boek Zeg nooit, Nooit te beoordelen. Zegt ze: in Suriname houdt men niet van detectives. Punt uit. Gek is dat. Het boek is zowel in het Spaans als het Engels en zelfs in het Russisch verschenen met veel succes. (De titel luidde vroeger Het Noodlot). Men raadplege internet maar.
Ik bood het boek De Loerdraaiers dat als ondertitel heeft: hoe neem ik een politieke tegenstander te grazen ter lezing aan een lerares. Zegt ze: “Dat is niet mijn genre.” Blijkbaar is Piet houdt van Mies wel haar genre. Als een jongen les krijgt van een dergelijke dame leest hij gegarandeerd nooit meer.
Ik bood mijn boek Life in these amazing West Indies ter beoordeling aan op het ministerie: “We keuren geen boeken goed die niet door een native writer zijn geschreven,” krijg ik te horen. Vreemd genoeg wordt dit boek nog steeds op scholen in Londen gelezen. Twee versies Vocabulary range 3000 words 100 bladzijden en vocabulary range 900 words 70 bladzijden.
Het ministerie van buitenlandse zaken kon dit boek gratis van mij krijgen om als relatiegeschenk te geven aan collega’s in de Caricom. Dit boek, zei ik, wordt in Londen gebruikt op de scholen waar veel West Indiërs op zitten. En met succes. Het zou best kunnen dienen als bruggenhoofd voor andere Surinaamse schrijvers in de Caribbean. Not interested.

Guillaume Pool vertelde aan de bijeenkomst dat hij, toen hij op het ministerie om medewerking kwam vragen voor zijn bibliotheek project, werd afgescheept met een aanbevelingsbrief om elders aan te kloppen voor steun. En Ismene Krishnadath zei vergoelijkend dat ze geen geld hebben om het lezen te bevorderen.. Zal ik iets vertellen? Toen doctor Lee president werd van Singapore zei hij aan zijn volk “Mijne mensen, vanaf dit moment gaan we alle beschikbare middelen werpen op onderwijs, onderwijs en nog eens onderwijs.” Dat wierp zijn vruchten af. Singapore behoort tot de welvarende landen. De lieden die het op Onderwijs voor het zeggen hebben, zouden wel wijzer wezen dan achter hun bureau vandaan te komen om bij de UNESCO of andere organisaties hulp te gaan zoeken voor iets waarvan ze het heil en het nut toch niet inzien.

Zal ik ten besluite een anekdote vertellen? Gevolg gevend aan een oproep van het CCS gericht tot de schrijvers om boeken te schenken, verschijn ik gewapend met een doos vol boeken ter plekke. Ondanks mijn talrijke in verschillende talen verschenen romans blijkt niemand van het personeel ooit van mij gehoord te hebben. Mag ik de boeken persoonlijk aan de directeur overhandigen? Oh neen. De functionaris blijkt moeilijker te spreken te krijgen dan president Barack Obama. Dan maar aan de onderdirectrice. De dame laat me weten dat ze me niet kan ontvangen daar ze het druk heeft. Ik maar terug met mijn boeken. Ik kom een paar maanden later op Curaçao aan en ga op bezoek bij de bibliotheek. Het personeel staat zich aan mij te vergapen als mijn naam wordt genoemd. De directrice komt ogenblikkelijk uit haar kamer om me te begroeten en kopieert hoogst persoonlijk Antilliaanse piano muziek voor me. Daar beseffen zij dat wij schrijvers hun broodwinning zijn. In Suriname zeggen ze: je denkt dat je geweldig bent! Had je nou gedacht dat personeel of directie van het CCS aan bezoekende kinderen- zo ze die zouden ontvangen- zouden zeggen “Jongelui, jullie moeten het boek eens lezen van Frits Wols over het Groene Labyrinth. Daar kunnen jullie veel van opsteken. We hebben het zelf gelezen en vonden het prachtig.” Kom nou!

[overgenomen van Masusaworld]

Op de bovenste foto Walther Donner

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter