blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Smit Paulette

Geniale anarchie: All chiefs no Indians

Machismo, intriges en machtswellust binnen de politieke context op Curaçao

Maandag 28 en dinsdag 29 januari 2013 in Paradiso Amsterdam
Boeli van Leeuwen
Wat is belangrijker, liefde voor de macht of liefde voor je geboortegrond? De nieuwe voorstelling van Stichting Julius Leeft!, Geniale Anarchie, is gebaseerd op het gelijknamige boek van de Antilliaanse schrijver Boeli van Leeuwen over de politieke en sociale verhoudingen op Curaçao in de tachtiger jaren.
De voorstelling heeft de vorm van een  geënsceneerde muzikale reading en neemt ons via de ogen van de schrijver en de politiek van de tachtiger jaren op Curaçao mee naar de politiek aldaar anno nu. Een reeks aan personages komt langs, zoals de jonge student politicologie Chevy, die mijmert over wat hij voor de toekomst zou kunnen betekenen, drie mannelijke politici en drie vrouwelijke ex-minister-presidenten die hun mening geven over wat er moet gebeuren met het eiland Curaçao of Mai de schoonmaakster die besluit dat ze een carnavalshit wil schrijven. Allen met hun eigen worsteling met fatale gevolgen.
Boeli van Leeuwen schreef in zijn boek: Wij zijn een volk van ongedisciplineerde, inventieve, natuurlijk begaafde mensen, die op geen enkele manier gebundeld kunnen worden tot een regiment. All chiefs, no Indians!Geniale Anarchie is liefde, seks, geweld en politiek gebracht met prikkelende teksten en swingende songs in een regie van John Leerdam met teksten van Paulette Smit, Guus Pengel en Manoushka Zeegelaar Breeveld.
De cast bestaat uit onder andere Frits Barend, Joop Daalmeijer, Bo Bojoh, Glenn Helberg, Kenneth Herdigein, Maartje van Weegen, Paulette Smit, Rick Nicolet en Raymi Sambo. Muzikale bijdragen komen van ondermeer Izaline Calister, Manoushka Zeegelaar Breeveld, Gerda Havertong, Jeannine la Rose en Anna Makaloy. De composities zijn van Harto Soemodihardjo.
Stichting Julius Leeft wil via theatrale opvoeringen maatschappelijke issues bij een breed publiek onder de aandacht brengen. Eerdere succesvolle producties waren onder andere De Tranen van Den Uyl, Dubbelspel, Amandla, Claus! en Hoe duur was de suiker?
Geniale Anarchie, maandag 28 en dinsdag 29 januari 2013 in Paradiso Amsterdam, 20.00 uur. Zie voor meer informatie www.juliusleeft.nl

Caraibisch machismo, bestaat dat nog?

Op vrijdag 15 juni 2012 organiseert de Vereniging Antilliaans Netwerk een culturele bijeenkomst getiteld: Caribisch Machismo, bestaat dat nog? Tijdens deze bijeenkomst wordt een theatrale vertelling opgevoerd over de Caribische man, zijn vrouwen, machismo, zijn overlevingsdrang en de dood, met o.a. Raymi Sambo, Paulette Smit, Kathleen Ferrier, Manoushka Zeegelaar Breeveld en Ed Verhoeff, onder regie van John Leerdam.

Tekening: Willem

Een inleiding op de vertelling wordt gegeven door de heer Walter Palm, erelid van de vereniging. Na afloop van het officiële gedeelte is er gelegenheid om onder het genot van een drankje verder te netwerken.

Locatie: De Balie (Leidseplein)
Adres: Kleine Gartmanplantsoen 10,  1017 RR Amsterdam
Aanvang: 20:00 uur. Inloop vanaf 19:15 uur Entree: Leden gratis, niet leden 12,50 euro p.p., studenten 5 euro (op vertoon van collegekaart)
U kunt zich aanmelden klik hier

Reading Hoe duur was de suiker?

Van slavernij naar moderne slavernij

De Stichting Julius Leeft! (SJL) presenteert in samenwerking met de Stadsschouwburg Amsterdam, op 30 juni en 1 juli Hoe duur was de suiker?. De voorstelling van 30 juni is volledig uitverkocht. Daarom is op 1 juli, om 15.00 uur, een extra matineevoorstelling, ook in de Stadsschouwburg van Amsterdam.

Hoe duur was de suiker? is een muzikale theatrale reading die volgens traditie van SJL een onderwerp behandelt uit de gezamenlijke geschiedenis van Nederland en de vroegere koloniën. In 2013 is het 150 jaar geleden dat Nederland de slavernij afschafte. Aan de vooravond van dat herdenkingsjaar heeft SJL zich laten inspireren door de succesvolle historische roman Hoe duur was de suiker? van de Surinaamse auteur Cynthia McLeod. Het verhaal over een Joodse plantersfamilie en hun slaven aan het eind van de 18e eeuw biedt voldoende stof voor reflecties op onze huidige maatschappij. De voorstelling kijkt niet alleen naar de rol van Nederland in de historische slavernij, maar vraagt ook of wij wel genoeg prioriteit geven aan bestrijding van de mensenhandel anno 2012. Zoals gebruikelijk bij de voorstellingen die John Leerdam regisseert voor SJL wordt het verhaal verteld als een geënsceneerde reading met muziek, zang en dans. En zoals gebruikelijk componeerde Harto Soemodihardjo ook dit keer speciale muziek voor deze voorstelling.

Cynthia Mc Leod. Foto © Nicolaas Porter

Deelnemers zijn o.a. Jandino Asporaat, Noraly Beyer, Izaline Calister, Job Cohen, Joop Daalmeijer, Gerda Havertong, Denise Jannah, Jetty Mathurin, Giovanca Ostiana, Jeffrey Spalburg, Lesley Vos en Maartje van Weegen. Teksten: Cynthia McLeod, Paulette Smit, Manoushka Zeegelaar Breeveld, Pieter Hilhorst. Liedteksten: Guus Pengel.

Acteurs op de planken voor bedreigde wetenschappers

Op 22 maart vindt in theater Kumulus in Maastricht de première van de theatervoorstelling De Verboden Wetenschapsmonologen plaats. De monologen vertellen het verhaal van academici die in hun eigen land vervolgd worden om hun werk en mening en nu een tijdelijke werkplek hebben aan Nederlandse universiteiten. Tussen 22 maart en 3 april 2012 trekt de voorstelling, geregisseerd door John Leerdam, langs vrijwel alle grote universiteitssteden.

De Verboden Wetenschapsmonologen

De monologen, geschreven door Pieter Hilhorst, Manoushka Zeegelaar Breeveld, Guus Pengel en Paulette Smit zijn geïnspireerd op de waargebeurde verhalen van gevluchte wetenschappers. De regie is in handen van politicus, cultureel activist en theaterproducent John Leerdam. De monologen worden uitgevoerd door de acteurs Raymi Sambo, Manoushka Zeegelaar Breeveld, Roger Goudsmit en Paulette Smit en begeleid door professionele musici. Eerder produceerde Leerdam onder andere de succesvolle muziektheater voorstellingen CLAUS! over het leven van prins Claus en Hoe duur was de suiker? naar het gelijknamige boek van Cynthia McLeod. Aansluitend reflecteren bekende schrijvers, politici en journalisten met het publiek op de voorstelling.

Tourschema

De voorstelling wordt in de volgende steden opgevoerd: Maastricht (22 maart), Enschede (23 maart), Utrecht (23 maart), Wageningen (26 maart), Leiden (26 maart), Groningen (27 maart), Rotterdam (28 maart) en Nijmegen (30 maart). Op 3 april vindt in de Amsterdamse Stadsschouwburg de afsluiting van de tour plaats.

Scholars at Risk

Dagelijks worden wetenschappers met de dood bedreigd vanwege hun gedachtegoed en vanwege hun positie in de maatschappij. Het UAF heeft daarom in het kader van het internationale Scholars at Risk-netwerk (SAR) het initiatief genomen voor de bescherming van Vervolgde Wetenschappers in Nederland.

In samenwerking met SAR en hoger onderwijsinstellingen biedt het UAF bedreigde wetenschappers de mogelijkheid om (tijdelijk) in Nederland hun werk voort te zetten. Zo blijft de kennis van kritische geesten uit landen met repressieve regimes behouden. Tegelijkertijd profiteren Nederlandse hoger onderwijsinstellingen van de bijdrage van moedige en inspirerende collega’s aan onderzoek, onderwijs, lezingen en andere activiteiten.

Als de situatie in het land van herkomst veilig is, keren de wetenschappers weer terug. Met de in Nederland opgedane kennis en contacten kunnen zij een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van hun land.

Voor meer informatie, speeldata en kaartverkoop kunt u kijken op www.uaf.nl/monologen.

Erich Zielinski: ‘Wat er ook gebeurt, het leven gaat door.’


door Els Moor

Eergisteren overleed de Antilliaanse auteur Erich Zielinski. In januari 2004 kwam bij uitgeverij In de Knipscheer De Engelenbron uit, debuutroman van de Curaçaose advocaat Erich Zielinski (Bonaire, 1942). Al in juli dat jaar verscheen de tweede druk. De roman had snel succes, mede door de lovende kritieken. Zielinski beschrijft de handel en wandel van personages in de kleurrijke wijk Otrobanda, het decor voor drugs- en andere actuele problematiek. Hij doet dat op een manier die literaire meerwaarde aan de roman geeft, waardoor die uitstijgt boven het genre van de thriller. Als gast van het Winternachtenfestival ‘Werelden in ontmoeting’, is Zielinski momenteel in ons land. Een mooie gelegenheid voor een gesprek over zijn boek.

Zielinski bezoekt Suriname voor de eerste keer. Hij geniet van wandelingen door Paramaribo, waar hij veel van de Caribische leefwijze herkent, maar ook nieuwe ervaringen heeft. Het multiculturele straatbeeld fascineert hem.

Voor het gesprek gaan we op buiten, naar de gerestaureerde oude koffieplantage Frederiksdorp op de rechteroever van de Commewijnerivier. Op het terras van het hotel van de familie Hagemeyer genieten we van een heerlijke maaltijd.

Erich Zielinski schudt literatuurcriticus Rob Schouten de hand

Het boek ligt op tafel en ik vraag Erich waarover het gaat. ‘Het gaat over de mens’, zegt hij en neemt een slok bier, ‘de mens in Otrobanda die in het leven staat en wat er ook gebeurt, dat leven gaat door.’ Hij vertelt dan met verve over de personages die ondanks veelsoortige problemen en tegenstrijdige omstandigheden, leven onder één dak, van een oud huis in Otrobanda, een vriendelijk huis met bomen op het achtererf en voorop een naambordje: De Engelenbron. Zielinski kent het huis; hij heeft er zelf enkele jaren gewoond tijdens zijn kindertijd. De titel – De Engelenbron – waarschuwt de lezers al dat het niet alleen gaat om een drugsgebonden thriller. Wie zijn die personages? De centrale figuur, die banden heeft met alle anderen, is Monchín, oud-politieman. Hij werd ontslagen toen hij tijdens werktijd spiernaakt gesignaleerd werd in een bordeel. Sindsdien probeert hij te overleven, hij is hét voorbeeld van de escapist, die met een vrolijk gezicht aan de realiteit voorbijgaat. Zo vist hij iedere zaterdag met een vissersboot en brengt strijk en zet een tas met inhoud aan Petchie, van wie iedereen weet dat hij banden heeft met de Colombiaanse drugsmaffia. Petchie heeft zijn bijnaam te danken aan het feit dat hij altijd een pet draagt om de bij zijn geboorte ontstane misvorming van zijn hoofd te maskeren. Zelfs als hij, getroffen door een kogel, stervende is, maakt hij een vragend gebaar om zijn pet. Een andere centrale figuur is Hendrik, de zakenman die gedeeltelijk verlamd het bed houdt en met veel liefde verzorgd wordt door zijn Surinaams-Hindostaanse tweede vrouw Rona. Monchín is zijn huurder in De Engelenbron, door wie hij ook te maken krijgt met Aura, een prostituee uit de Dominicaanse Republiek en haar dochter Linda Rosa die in relatie staat tot Petchie.

Door bemiddeling van Petchie slikt Linda Rosa ‘bolita’s’, waarmee ze naar Holland zal vliegen, maar op de airport, voor de ogen van haar moeder, sterft Linda als er een ‘bolita’ bost [knapt] in haar maag. Petchie krijgt later spijt en wil Aura geld van haar dochter overhandigen. In haar mateloze verdriet en woede schiet Aura Petchie dan dood met het wapen van Monchín dat hij ergens had achtergelaten. Daardoor wordt niet Aura, maar Monchín de gedoodverfde schuldige. Hendrik regisseert vanuit zijn bed de uitvoering van de oplossing om geruisloos en onzichtbaar van het lijk af te komen. Iedereen denkt immers dat Petchie naar Venezuela gevlucht is na de dood van Linda. Met veel moeite gooien de huisgenoten het extreem zware lichaam in de put op het achtererf, waarna nota bene de Colombiaanse drugsbaas het klusje klaart om de put dicht te metselen, zonder dat hij weet wat zich erin bevindt.

‘Vormen die drugstoestanden een leidmotief in je boek, zoals bijvoorbeeld in “Blinde muren” van Roué Hupsel’, vraag ik de schrijver. ‘Nee, de achtergronden waartegen het verhaal zich afspeelt zijn voor mij het belangrijkst. Het gaat om de mens in Otrobanda, vormgegeven in de personages onder het dak van De Engelenbron. Hun levens zijn met elkaar verbonden onder dat dak. Het leven gaat door. Als de Colombiaan zijn job gedaan heeft, vraagt hij aan Monchín: “Ga je zaterdag weer vissen?” Het antwoord is: “Ja, ik ga vissen.” De lezers weten dan dat alles gewoon doorgaat.’
Ik constateer dat Erich Zielinski absoluut nergens moraliseert in zijn verhaal. ‘Nee’, zegt hij met overtuiging, ‘als advocaat kijk ik naar de feiten. De lezer is de rechter.’
‘Je preekt niet; zelfs Frank Martinus Arion doet dat aan het einde van Dubbelspel‘, zeg ik. ‘Nee, er verandert uiteindelijk niets. We merken alleen dat er solidariteit is ontstaan op het eind. Iedereen moet verder, dus ze slaan de handen ineen. Wel heb ik geprobeerd om de personages uit te tillen boven de alledaagsheid van het leven.’ Ik bevestig dit en noem Monchín. ‘Ja’, knikt Erich en hij kijkt peinzend naar de gerestaureerde oude politiehuisjes aan de overkant van het mooi verzorgde erf, die nu dienst doen als hotelappartementen, ‘Monchín heeft een alter ego, broeder Abt, die zijn verlangens naar zuiverheid personifieert. En hij heeft zijn afgedankte politiemotorfiets. Die heeft hij zonder wielen op de put gemonteerd en regelmatig start hij de motor en raast door zijn fantasie. Met broeder Abt praat hij dan over de altiplano in de Andes en hij voelt de wind. Hij ziet Indianen met zwarte hoeden op zich afkomen, die weer verdwijnen achter de bergen. Eigenlijk wil Monchín, de vrouwenjager, in het klooster. Maar niet met z’n motorfiets. Die vergaat immers ook, net als de mens.’

‘Het universele thema van de vergankelijkheid heb je prachtig verwerkt’, zeg ik. ‘Ik zie mijn figuren altijd voor me’, zegt Erich, ‘ook Monchín. Er zijn momenten dat je tranen in je ogen krijgt, maar ook dat je lacht. Als de impotent geworden Hendrik ‘s avonds zijn vrouw de trap op hoort sluipen naar Monchín, en de fles whisky op het nachtkastje grijpt, krijg ik tranen in mijn ogen. Ook om de solidariteit van Monchín die Rona nooit echt van hem zal afpakken.’ En hij voegt eraan toe: ‘Je moet als schrijver niet blijven hangen aan de slaventijd. Dan groei je niet. Het verleden moet geen stepping stone zijn. Het gaat mij om de nieuwe Caribische mens in mijn werk. We hebben een rijke culturele samenleving dankzij het verleden, en er bestaan ook veel verhalen over. Maar dat is niet voor mij.’

‘Hoe werk je, hoe heb je dit boek geschreven?’ vraag ik. ‘Ik heb veel journalistiek werk gedaan naast mijn advocatenpraktijk. Het schrijven op zich is niet moeilijk voor mij. Met dit verhaal in mijn hoofd heb ik wel een jaar rondgelopen. Iedere dag wandelde ik toen, met een goede vriend. We spraken erover. Toen kreeg ik gele koorts en moest een tijdje thuisblijven. Ik begon te schrijven, met de hand, pen op papier. Een jaar lang. Mijn vriend tikte uit wat ik geschreven had en we spraken erover. Na dat jaar begon het pas echt: slijpen, polijsten, vervangen. Laat ‘s avonds belde ik vaak nog mijn vriend en besprak wat ik toegevoegd had. Zoals aan het personage Monchín: zijn gesprekken met broeder Abt en zijn motorfiets tillen hem uit boven het gewone escapisme. Als zijn buurvrouw staat te klagen over het lawaai waarvan haar baby niet kan slapen, wordt hij ineens paternalistisch en zegt bijna troostend: “Wees niet bang”.’ Zielinski moet er zelf weer om lachen.

Erich Zielinski, rechts, met staande Karin Amatmoekrim en links Diana Lebacs

‘Wim Rutgers in zijn recensie in Amigoe prees de structuur’, merk ik op. ‘Dat heeft inderdaad veel tijd gekost, om het zo te krijgen’, Zielinski knikt. ‘De figuren die eerst min of meer los zijn, komen terug en passen steeds meer aan elkaar. De losse stukken zijn eigenlijk niet los. Even leiden ze een eigen leven, dan komen ze bij elkaar, vermengd met typisch Caribische motieven, zoals de Heilige Maagd, die steeds weer terugkomt. Ook het verschijnsel dat iemands bijnaam zijn “echte” naam wordt.’
Die zorgvuldigheid zit ook in de taal van de roman, heb ik geconstateerd. ‘Ik heb de taal proberen uit te tillen boven de anekdote van de Antillen. Michel Angelo wordt genoemd, en Hendrik luistert op zijn bed naar Edith Piaf. Ik wilde geen regionale roman maken, maar vanuit mijn bekende omgeving existentieel bezig zijn met de qualité humaine. Tijdloze kwesties als wonen, voortplanting, liefde. Het universum is tijdloos. Bestaat er toeval in het universum? Een Latijns-Amerikaanse schrijver die ik bewonder om zijn “tijdloosheid” is Miguel Asturias (1899-1973) met zijn Hombres de maiz (1949).’

Erich Zielinski pakt zijn roman, neemt een slokje van de koffie die inmiddels het bier vervangen heeft en leest het slot voor van De Engelenbron:

Zielinski geheel links in gesprek met Isabel Hoving. Achter hem staande Tommy Wieringa in gesprek met Luc Devoldere.

‘Rona dweilde de vloer in huis. Het ontsmettingsmiddel met lavendel geurde langs de trap omhoog. Hendrik luisterde naar Piaf: “Et on danse, on danse, on danse…” Bewegingloos, de benen verlamd, de ogen gesloten. Aura kookte soep en proefde met de pollepel uit de pan. Zij zou straks een beetje soep brengen voor die twee daarbuiten bij de put.
De buurvrouw hees zich op het muurtje en schreeuwde: “Coño, begin je weer? De baby slaapt! Mierda!” Monchín liet zich niet storen en bracht de Harley Davidson op kruissnelheid.
Oso Blanco raapte zijn spullen bij elkaar en probeerde met zijn stem boven het gebrul van de motor uit te komen: “Tot zaterdag!”
Maar Monchín hoorde hem al lang niet meer.
“Broeder Abt”, sprak hij…’

[uit de Ware Tijd Literair, 11 maart 2006]

Zielinski in gesprek met acteurs Felix Burleson en Paulette Smit

 

Alle foto’s zijn gemaakt tijdens het erediner voor Derek Walcott in 2008, © Bert Nienhuis, Werkgroep Caraibische Letteren

Hoe duur was de suiker? on stage


Op 18 december 2011 vond de reading plaats van Cynthia Mc Leods historische roman Hoe duur was de suiker? onder regie van John Leerdam in het Amsterdamse De Balie. Een fotoreportage van de Stichting Julius Leeft.


Izaline Calister

Giovanca Ostiana

 

Van rechts naar links: John Leerdam, Cynthia Mc Leod, Job Cohen, Joan Ferrier

Jandino Asporaat

Denise Jannah en Cynthia Mc Leod



Gerda Havertong

Raymi Sambo

 

Job Cohen geeft een hartstochtelijke kus aan zijn “vrouw” Paulette Smit

Bo Bojoh

 

Regisseur John Leerdam temidden van meespelende Haagse journalisten, links Ton Elias en geheel rechts Joop Daalmeijer

Cynthia Mc Leod (midden) met rechts Noraly Beyer

Jeannine La Rose

 

Roger Goudsmit

Kathleen Ferrier

Jeffrey Spalburg

Manoushka Zeegelaar Breeveld

Gastspreeksters bekend schrijfstersconferentie

Van 8-12 mei wordt in Suriname de 13e conferentie van de Association of Caribbean WomenWriters and Scholars gehouden in samenwerking met het Instituut voor de Opleiding van Leraren en Schrijversgroep ’77. De conferentie met de titel The Caribbean, the Land and the People richt de blik, via het werk van schrijfsters, op het Caribisch gebied en op de mensen die deze regio bevolken Op de conferentie zullen ongeveer 50 presentaties worden gehouden door zowel buitenlandse als lokale sprekers. Zij zullen praten over de geografische ruimte als literaire ruimte, beeldvorming in kinderboeken, de publicatiewereld in het Caribisch gebied, de spanning tussen diaspora en land van herkomst, het land van herkomst als inspiratiebron, historische vrouwen en nog veel meer. Er zijn zeven schrijfsters uitgenodigd om een inleiding te verzorgen en een beeldend artieste die haar werk zal exposeren en een presentatie zal geven. Het gaat om Cynthia Mc Leod (Suriname), Sylviane Vayaboury (La Guyane), Joanne C Hillhouse (Antigua en Barbuda), Annie Paul (Jamaica), Rihana Jamaludin (Suriname/Nederland), Anouska Cock (Aruba), Paulette Smit (Curaçao/Nederland) en Kitling Tjon Pian Gi (Suriname). Vanaf februari kunnen lokale belangstellenden zich via het IOL inschrijven voor de conferentie. Vanaf volgende week zullen hiervoor de instructies op de website van het IOL worden gepost.

Update Congres Intellectuele Uitdaging

De conferentie die het Instituut voor de Opleiding van Leraren van 8-12 mei 2012, in samenwerking met Schrijversgroep ‘77 en de Association of Caribbean Women Writers and Scholars zal hosten krijgt steeds concretere vormen. De conferentie zal gehouden worden in Hotel Krasnapolsky en als lokatie voor het cultureel avondprogramma is Fort Zeelandia gekozen. Aan deze conferentie doen schrijfsters en wetenschappers uit het Caribische gebied en de diasporalanden mee. De volgende gastsprekers hebben reeds toegezegd: Cynthia Mc Leod (Suriname), Sylvane Vayabouri (La Guyane), Joanne C. Hillhouse (Antigua and Barbuda), Rihana Jamaludin (Nederland), Paulette Smit (Nederland), Anoushka Cock (Aruba), Annie Paul (Jamaica).

Naast hun presentaties zullen er zo’n 45 andere presentaties worden gehouden door zowel lokale als buitenlandse deelnemers. Reeds kan gezegd worden dat 15 presentaties komen van wetenschappers die verbonden zijn aan universiteiten in diasporalanden. De conferentie heeft een vier dagen durend cultureel avondprogramma waaronder een expositie met werk van Kit-Ling Tjon Pian Gi en presentatie van literaire kunstvormen. Na de conferentie volgt publicatie van een selectie van de papers door een Amerikaanse publisher van academisch werk.

Geïnteresseerde presentatoren kunnen nog tot 31 december 2011 een papervoorstel indienen. Het inhoudelijk programma wordt half januari bekendgemaakt. Let dan op de update op de verschillende websites o.a. www.iol-edu.sr. De nu bekend gemaakte inschrijvingsprijzen gelden alleen voor studenten. Niet-studenten betalen een iets hogere fee. De inschrijvingen lopen van half januari tot half april. Vol is vol. Wie eerst komt, die eerst maalt. Meer info: heneus@sr.net of ismene.krishnadath@gmail.com.

[bericht Schrijversgroep ’77]

Hoe duur was de suiker? “Van slavernij naar moderne slavernij”

De Stichting Julius Leeft! (SJL) presenteert op 18 december de muzikale geënsceneerde reading Hoe duur was de suiker? in De Balie.

Aan de vooravond van de herdenking van 150 jaar afschaffing van slavernij, is gekozen voor deze voorstelling die de gelijknamige historische roman van de Surinaamse auteur Cynthia Mc Leod verschenen bij uitgeverij Conserve, als uitgangspunt heeft. De regie is in handen van John Leerdam. Zoals gebruikelijk bij de voorstellingen die Leerdam de laatste jaren op de planken brengt, is hierbij wederom gekozen voor de beproefde vorm van een geënsceneerde reading met muzikale begeleiding. Dit keer in de wat intiemere setting van De Balie, platform voor cultureel en politiek debat.

In de roman van Mc Leod wordt het verhaal verteld van een Joodse plantersfamilie en hun slaven. Het boek wordt volgend jaar verfilmd door Jean van de Velde. In de toneelvoorstelling wordt gekeken naar de rol van Nederland zowel in de historische slavenhandel als in hedendaagse vormen van slavernij.

Muziek, zang en dans voegen elementen toe die het verhaal, zonder afbreuk te doen aan de boodschap, bij het publiek laten aankomen.

Harto Soemodihardjo componeert ook dit keer speciale muziek voor deze voorstelling.

Deelnemers zijn onder meer: Vastert van Aardenne, Gerda Havertong, Izaline Calister, Giovanca, Phi Nguyen, Denise Jannah, Roger Goudsmit, Paulette Smit en Manoushka Zeegelaar Breeveld. En: Jandino Asporaat, Job Cohen, Hein Jens, Maartje van Weegen en Joop Daalmeijer.

Teksten: Cynthia Mc Leod, Paulette Smit, Manoushka Zeegelaar Breeveld, Pieter Hilhorst, Yoeri Albrecht.
Liedteksten: Guus Pengel.

Datum: zondag 18 december 2011, 14.00 en 17.00 uur
Locatie: De Balie, Amsterdam

De voorstelling Hoe duur was de Suiker? is een samenwerking tussen Stichting Julius Leeft!, NiNsee en De Balie, mede mogelijk gemaakt door: Het Amsterdams Fonds voor de Kunst, NiNsee, Telesur, Forum, Paradiso en De Balie.

Theaterfoto’s Jean van Lingen op Aruba & Curaçao

Fotograaf van het multiculturele theater

Het TIN presenteert i.s.m. het MC Theater een fototentoonstelling met werk van Jean van Lingen. Van Lingen fotografeert sinds 1984 het multiculturele theater in Amsterdam. De tentoonstelling gaat deze zomer op reis naar Aruba & Curaçao en bezoekt de eilanden in het kader van de tournee van de voorstelling Claus! van Julius Leeft (regie John Leerdam).

Felix Burleson als Elzaro de doodsboodschapsvogel in De doodsboodschapsvogel van Edgar Cairo. Foto © Jean van Lingen

Van Lingen brengt het multiculturele theater in Amsterdam sinds 1984 in beeld en werkte voor theaterpioniers als Rufus Collins en Henk Tjon (De Nieuw Amsterdam), Felix de Rooij, Norman de Palm en later John Leerdam (Cosmic theater), David Greaves en Nita Liem (Jongerentheater Nultwintig en later Don’t Hit Mama).

Jean van Lingen (1954, Frankrijk) begon na een studie sociologie/antropologie begin jaren ’80 als fotograaf in de Amsterdamse jazzscene. Zijn eerste foto’s verschenen in dagbladen als de Volkskrant, Het Parool en De Waarheid.

Een selectie van zijn werk (samengesteld door Jean van Lingen i.s.m. MC en Theater Instituut Nederland) was t/m 19 december te zien in het MC Theater. Deze tentoonstelling is de eerste in een reeks fototentoonstellingen die het TIN tot eind 2011 organiseert.

V.l.n.r. Paulette Smit, Felix Burleson, Ignaro Petronilia en Bo Bojoh op de Derde Caraibische Letterendag; foto © Jean van Lingen

Aruba

De tentoonstelling is eerst te zien op Aruba en opent op 12 juli. Jean van Lingen en Henk Scholten (directeur TIN) zijn aanwezig bij de opening.

Cas di Cultura
Te zien van 12 t/m 20 juli
Openingstijden 8:30 – 16:00 uur en als er voorstellingen zijn

Curaçao

De tentoonstelling opent op Curaçao op 22 juli in de middag. Jean van Lingen en Henk Scholten (directeur TIN) zijn aanwezig bij de opening.

Galerie Mon Art
Te zien van 22 t/m 30 juli
Openingstijden 9:00 -19:00 uur

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter