blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Small Stephen

Drie eeuwen slavernij en het Nu

Op 1 juli 2013 is het precies 150 jaar geleden dat de slavernij in de toenmalige Nederlandse koloniën Suriname en de Nederlandse Antillen werd afgeschaft. Hoe zag het 18e-eeuwse Suriname eruit, waar kwamen weggelopen slaven terecht en welke invloed heeft het slavernijverleden op het heden? Vanavond spreken daarover specialisten in de slavernijgeschiedenis in debatcentrum Spui25 in  Amsterdam.
Prof. dr. Alex van Stipriaan promoveerde in 1991 cum laude op een studie over de plantagekolonie Suriname tijdens de slavernij. Hij is hoogleraaar Caraïbische geschiedenis aan de Erasmus Universiteit en heeft veel gepubliceerd over de geschiedenis en cultuur van Suriname, evenals over cultuurprocessen in wat wel de Black Atlantic wordt genoemd. Daarnaast is hij conservator Latijns Amerika & Caraïbisch gebied bij het Koninklijk Instituut voor de Tropen. Daar houdt hij zich bezig met onderzoek, internationaal werk en tentoonstellingen. Deze drie aspecten komen aan bod in een groot project waaraan hij nu al enkele jaren werkt over de Marrons in het Surinaamse binnenland. Daarnaast is hij actief op het vlak van internationaal gemeenschappelijk erfgoed en projecten over roots in de Afrikaanse diaspora. Hij is ook actief bezig in en met de Caraïbische gemeenschappen in Nederland.
Prof. dr. Stephen Small promoveerde in Sociologie aan de University of California. Hij is universitair docent Afro-American studies en vice-directeur bij het Institute for International Studies van de University of California in Berkeley. Daarnaast is hij bijzonder hoogleraar Nederlands slavernijverleden en erfenis vanwege de Stichting Nationaal Instituut voor Nederlands slavernijverleden en erfenis (NiNsee) aan de Universiteit van Amsterdam. Van 2004 tot 2007 was hij voorzitter van het Afro-American studies departement. Voordat hij werkzaam was bij Berkeley doceerde hij Geschiedenis en Sociologie aan de University of Massachusetts en aan de universiteiten van Warwick en Leicester in Engeland. Hij was gastonderzoeker aan de universiteiten van Bordeaux, Toulouse, Bahia (Brazilië) en Harare (Zimbabwe).
Drs. Suze Zijlstra studeerde in 2009 cum laude af in de onderzoeksmaster Geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam en in 2010 in de master History and Culture of the Dutch Golden Age aan het University College London. Momenteel doet zij promotie-onderzoek naar de ontwikkeling van machtsverhoudingen tussen etnische groepen die de kolonie Suriname bevolkten in de 17e eeuw. Haar onderzoek wordt bekostigd door het programma Promoties in de geesteswetenschappen van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).
.
Het debat staat onder leiding van Michiel van Kempen, hoogleraar Caraïbische literatuur aan de UvA.
Datum: donderdag 27 juni 2013
Aanvang: 20.00 uur

Amsterdam & slavernij



31 mei t/m 15 augustus 2013

Op 1 juli 2013 is het honderdvijftig jaar geleden dat de slavernij in Suriname en op de Nederlandse Antillen werd afgeschaft. Slavenhandel en slavernij maakten in de zeventiende en achttiende eeuw een belangrijk onderdeel uit van de Amsterdamse economie.
De weerslag hiervan is te vinden in de archieven van de stad, van families en van handelshuizen. Deze zomer besteedt het Stadsarchief uitgebreid aandacht aan de Amsterdamse betrokkenheid bij het slavernijverleden, met een themawebsite, presentaties in de Schatkamer en de Centrale Hal en een aantal bijeenkomsten.
Toegang is gratis
Foto uit 1949 van een voormalig slavenwoningcomplex (Archief Bank Insinger)
 
 

Bijeenkomsten

 

  • 24 juni: Première Slavenschip Leusden , sabi yu historia
    Maandag 24 juni gaat in het Stadsarchief Amsterdam de documentaire Slavenschip Leusden, sabi yu historia in première. Twee jonge Nederlandse filmmakers Carlien Megens en Erwin Veenstra zochten dit voorjaar mee naar de immateriële overblijfselen van de grootste Nederlandse scheepsramp aller tijden. Slavenschip Leusden verging in 1738 bij de monding van de Marowijnerivier. De bemanning overleefde de ramp, maar timmerde vóór het zichzelf in veiligheid bracht de luiken van het ruim dicht. Bijna 700 mensen verdronken in de buik van het schip. De première is besloten
  • 26 juni: Slavernijverleden op de kaart / Mapping slavery history
Vorig jaar presenteerden studenten Geschiedenis van de Vrije Universiteit onderleiding van Prof. Dienke Hondius de eerste kaart van slaveneigenaren woonachtig in Amsterdam ten tijde van de afschaffing van de slavernij in 1863. Het onderzoek ging door; nieuwe kaarten worden nu getoond. Een allereerste geprinte versie wordt aangeboden aan enkele bijzondere gasten, waaronder het bestuur van NiNSee, en prof.dr. Stephen Small.
Woensdag 26 juni 2013, 15.00-17.00 uur, Bodeplein (tweede verdieping Stadsarchief Amsterdam.
  • 30 juni: Symposium: Cultureel trauma? Trans-Atlantische Slavernij in perspectief

    Auguste François Biard – De slavenhandel
Tijdens dit symposium worden de gevolgen van de slavernij besproken vanuit een historische en sociaalpsychologische benadering en is er specifieke aandacht voor de manier waarop superioriteitsdenken en negatieve zelfbeelden aan opeenvolgende generaties worden doorgegeven – vanuit het gezichtspunt van witte en zwarte afstammelingen.

De Trans-Atlantische slavernij raakt immers beide groepen. Maar in het maatschappelijke debat lijkt slavernij vooral van betekenis te zijn voor de zwarte nazaten, terwijl de afschaffing van de slavernij mede door toedoen van witte voorouders tot stand is gekomen. Nadruk op een gedeelde geschiedenis kan de huidige maatschappelijke problemen die de erfenis van de slavernij veroorzaakt wegnemen. Zo kan de weg worden geplaveid voor een herdenking van de afschaffing van de slavernij door alle bevolkingsgroepen in ons land.

Dit symposium wordt georganiseerd in samenwerking met FORUM, de Vrije Universiteit en de Universiteit van Amsterdam, het Institute of Cultural Heritage & Knowledge en Patricia D. Gomes. Het is een van de kennisactiviteiten in het kader van de herdenking van 150 jaar slavernijverleden.
Datum: 30 juni 2013
Tijd: 10:00 – 18:00 uur

Hondius, Small, Van Stipriaan en Zijlstra over de slavernij

Suikerrietplantage

 

Lezingen en debat 150 jaar afschaffing slavernij
Op 1 juli 2013 is het precies 150 jaar geleden dat de slavernij in de toenmalige Nederlandse koloniën Suriname en de Nederlandse Antillen werd afgeschaft. Hoe zag het 18e-eeuwse Suriname eruit, waar kwamen weggelopen slaven terecht en welke invloed heeft het slavernijverleden op het heden?
In het Amsterdams Academisch Centrum Spui25 vindt op donderdag 27 juni om 20.00 uur daarover een bijeenkomst plaats, met specialisten in de materie. Zij geven lezingen en gaan met elkaar en met het publiek in debat.Programma


– Welkom en introductie sprekers door prof. dr. Michiel van Kempen, bijzonder hoogleraar West-Indische letteren (vanwege de Stichting Instituut ter Bevordering van de Surinamistiek)
Van Stipriaan

– Lezing ‘Wat is het geluid van stilte? Nederland en zijn slavernijverleden’ door prof. dr. Alex van Stipriaan, hoogleraar Caraïbische geschiedenis aan de Erasmus Universiteit

Small

– ‘The Legacy of Slavery is about the Future, not the Past’, lezing in het Engels door dr. Stephen Small, bijzonder hoogleraar Nederlands slavernijverleden aan de Universiteit van Amsterdam

Zijlstra

– ‘Slavernij in Suriname in de 17e eeuw’ door drs. Suze Zijlstra, promovenda Nieuwe geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam

– Discussie tussen sprekers onderling en met het publiek onder leiding van prof. dr. Michiel van Kempen

Van Kempen

– Einde bijeenkomst

 

De voertaal zal gedeeltelijk Engels zijn.
De bijeenkomst vindt plaats binnen de bijeenkomsten van de Illustere School van de Universiteit van Amsterdam.
Aanmelden is verplicht en kan via: www.spui25.nl

[De aangekondigde lezing van Dienke Hondius gaat niet door.]

Eigen helden identificeren voor herschrijving geschiedenis

door Audry Wajwakana

Paramaribo – Mindset is nodig om de eigen geschiedenis van een voormalig kolonie te herschrijven. Geschiedenis gaat niet alleen over het verleden. Zij gaat ook over de juiste informatie geven aan de volgende generatie. Dit gaven de inleiders Stephen Small en Sandew Hira het publiek mee bij de lezing ‘Public memory and indentured labour’, donderdagavond in het Lalla Rookh gebouw, waar het nieuwe museum over de geschiedenis van Hindostaanse contractarbeiders komt te staan.
Sandew Hira geeft tijdens zijn inleiding bij de lezing ‘Public Memory and indentured labour’ aan dat belangrijk is om te kijken naar de vele manieren waarop de geschiedenis tot nu toe is beschreven. (Foto: Stefano Tull)
Stephen Small van de Universiteit van Amsterdam, die vanwege de Internationale conferentie van de Anton de Kom Universiteit in Suriname is, beschreef zijn onderzoekingen naar slavenmusea in Amerika. Hierbij stelde hij enkele vragen over de totstandkoming van de geschiedenis zoals beschreven in verschillende Europese en Amerikaanse boeken en musea. “Meestal worden de verworvenheden van de Europese landen aangehaald. Men beschrijft en romantiseert over de architectuur, mooie huizen, mooie tuinen en kandelaars. Maar hoe die werkelijk tot stand zijn gekomen, daar schrijven de Europeanen liever niet over”, stelt hij. Tal van deze vormen zijn opgenomen in de geschiedenis, waardoor voormalige koloniën door de geschiedschrijving opnieuw zijn gekoloniseerd.
Volgens Hira zijn enkele Surinaamse wetenschappers in de afgelopen zes jaren bezig geweest met onderzoekingen en documentaires om de geschiedenis te herschrijven. Hierbij noemde hij Maarten Schalkwijk en Armand Zunder. “Het publiceren hierover maakt dat mensen hun eigen geschiedenis leren kennen. Maar, eenieder heeft de rol om die te veranderen”, zegt Hira. De helden uit de geschiedenis moeten geïdentificeerd worden en opgenomen worden in de geschiedenisboeken.
De lezing werd georganiseerd door de Nationale Stichting Hindostaanse Immigratie in verband met het jubileumjaar 140 jaar Hindostaanse Immigratie. Na de lezing mocht het publiek een kijkje nemen in het toekomstige museum. Stichtingsvoorzitter Farid Ketwaru, zegt voor een grotere uitdaging te staan om het museum met oude spullen van de immigranten te vullen. Het opzetten van het gebouw heeft zes jaar in beslag genomen. “En dit zonder overheidsmiddelen”, zegt Ketwaru trots bij de rondleiding.
[uit de Ware Tijd, 08/06/2013]

Tetary en Kajol

door Sandew Hira
Waren de vrouwen die uit India kwamen in de periode van contractarbeid mooi?
Wat een vraag! Moet ik daar echt op ingaan?Die vraag werd me gesteld toen ik aan vrienden een demo-versie liet zien van de nieuwe gedramatiseerde documentaire die OHM Nederland heeft laten maken over Tetary. Vincent Soekra deed de regie. Aijaz Khan van SKY televisie nam het camerawerk voor zijn rekening en ik maakte het script.De documentaire behandelt een bijzondere episode uit de geschiedenis van Suriname: de periode van contractarbeid en met name de opstand op werkkamp Zorg en Hoop in 1884. In het kader van de herschrijving van de geschiedenis gebruiken we het begrip werkkamp in plaats van plantage, omdat werkkamp een preciezere aanduiding is van de plek waar mensen onder dwang tewerkgesteld worden. Plantage heeft een romantische [sic] aureool.

Dit jaar is het 140 jaar geleden dat de eerste contractarbeiders aankwamen in Suriname om te zwoegen op de werkkampen waar vroeger tot slaaf gemaakte Afrikanen hebben gewerkt. De opstand op werkkamp Mariënburg is bekend. Die van Zorg en Hoop is vergeten. Bij die opstand zijn zeven mensen vermoord onder wie Tetary, een jonge moeder van 24 jaar. Tetary was de enige vrouwelijke leider in de veertig opstanden die tussen 1873 en 1916 zijn geweest op de werkkampen in Suriname. Ramjanee was de andere leider van de opstand op Zorg en Hoop.

Kajol Tahdil (Suriname)

Het verhaal wordt geïllustreerd met dramatische scènes die gespeeld worden door 25 jonge acteurs. Kajol Tahdil speelt Tetary en Ryan Dial speelt Ramjanee. Soerin Goerdayal is de wrede sardar. Na het zien van de documentaire krijg je een grondige hekel aan de man. Historica Tanya Sitaram draagt het hele verhaal met haar vertelling over Tetary en contractarbeid. Tanya is een nieuwe expert op het gebied van de Hindostaanse geschiedenis.

De vraag die ik kreeg was vanwege Kajol. In de Indiase film-industrie is Kajol de naam van een bekende beeldschone actrice, vergelijkbaar met Aishwariya Rai. Onze Kajol (Tahdil) woont in Suriname. Net als de Indiase Kajol is onze Kajol ook beeldschoon en foto- en filmgeniek. Ze spettert van het witte doek af.

Dus toen ik de documentaire liet zien, was de eerste reactie van mijn macho vrienden: “Dit is niet realistisch. Konden jullie geen lelijke vrouw casten.”
Ik: “Maar waarom zouden de Hindostaanse vrouwen tijdens contractarbeid lelijk zijn?”
Op één of andere manier is het beeld van onze voorouders van lelijke haveloze sloebers. Dat beeld klopt niet. Ze waren mooie haveloze sloebers.
Schoonheid zit niet in de kleren, maar in de geest.

Ik snap wel wat mijn vrienden bedoelen. Als je een gedramatiseerde documentaire maakt die gebaseerd is op ware gebeurtenissen, hoe realistisch moeten dan de drama-scènes zijn? Voor makers van zulke documentaires is het altijd een afweging tussen de feiten die bekend gemaakt moeten worden en de manier waarop dat moet gebeuren.

Neem het verschijnsel van de straffen op de plantages. Eén beeld zegt meer dan duizend woorden. In de documentaire laten we zien hoe contractarbeiders gestraft werden met zweepslagen. Voor het eerst wordt getoond hoe een Spaanse bok wordt gebonden. De Spaanse bok werd niet alleen tijdens slavernij toegepast, maar ook tijdens contractarbeid en werd kromboei genoemd. De touwen, de stok die tussen de benen gaat, het mondstuk waarmee de mond wordt gebonden. Dat is gebaseerd op feiten. Maar de straffen werden tijdens contractarbeid niet op de plantages uitgevoerd. Om productie-technische en dramatische redenen hebben we de straffen laten uitvoeren in het bijzijn van de arbeiders die moeten toekijken als hun lotgenoot gestraft wordt.
Mag dit? Is het niet in strijd met de waarheid?
Iedere documentaire-maker zal zeggen: natuurlijk mag het. Om de emotie van het straffen te tonen is het van belang om een scène te maken die de omstanders laat toekijken en die emotie uitdrukken.
De emoties en de straffen zijn gebaseerd op ware gebeurtenissen, de locatie niet.
Een lastig dilemma? Nee, eigenlijk niet. Iedere kijker kan dit begrijpen.

De Spaanse bok

De documentaire is een stuk herschrijving van de geschiedenis. Dat gebeurt niet alleen in boeken, maar ook op het witte doek en televisiescherm.

De documentaire wordt vertoond in het nieuwe deel van het Lalla Rookh Complex (gebouw 2, ballroom). Daar is ook het gebouw van het museum. Het museum is nu leeg. De grote uitdaging voor de toekomst is het vullen van het museum. Ik ben geweldig trots op de jongens van NSHI. Het geheel is tot stand gekomen zonder overheidssubsidie. Het is volledig gefinancierd uit eigen middelen die verkregen zijn door eigen inspanning. Het overgrote deel van de inkomsten bestaat uit de verhuur van het eerste gedeelte. Het overige deel is afkomstig uit sponsoring van het bedrijfsleven.

Het museum is deel van ‘public memory’, de manifestatie van geschiedenis (en daardoor van identiteit) in de publieke ruimte. Mijn goede vriend professor Stephen Small van de University of California Berkeley [Small is hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam – red. CU] is een specialist op dit gebied. Stephen is één van de keynote sprekers op de komende conferentie over slavernij en contractarbeid. Hij was één van de curatoren geweest van het Slavery Museum in Liverpool. Hij heeft veel onderzoek gedaan in Amerika naar ‘slaven’-musea en naar public memory.
’s Ochtends is hij bij de opening van de conferentie en ’s avonds zullen hij en ik een lezing houden in Lalla Rookh met de titel “Public memory and Indentured Labour. The history of indentured labour in museums and public places”. Hij vertelt het algemene plaatje en ik maak de koppeling met contractarbeid.

Eén van de objecten die in het museum tentoongesteld zullen worden zijn foto’s. Ik heb de afgelopen weken foto’s opgestuurd gekregen van diverse mensen. Eén foto is gemaakt door de secretaris van de gouverneur in 1911. Het is een collage van vier foto’s waarop te zien is hoe Hindostaanse contractarbeiders zich voorbereiden op de terugkeer naar India. Ze laten hun kleren drogen bij het Onafhankelijkheidsplein. Ze lopen in een groep naar de kade. Heel indrukwekkend.
Een andere foto is van de processie bij de 50-ste ‘viering’ (vandaag zeggen we: de herdenking) van de afschaffing van slavernij in 1913. Bij die processie is een Hindostaanse praalwagen te zien getrokken door een ezel.

NSHI zal nog met een oproep komen naar de gemeenschap om oude foto’s en objecten beschikbaar te stellen t.b.v. het museum. Daarmee zal het nieuwe verhaal over de geschiedenis van Hindostanen verteld worden.

Dhoti

Ik kreeg onlangs ook een foto-verrassing. Ik wil bij de première van Tetary een tastbare herinnering tonen aan mijn grootouders door me op die dag te kleden zoals mijn grootvader dat gewoon was te doen, met een dhoti en pagri. Naar aanleiding van die aankondiging in Starnieuws kreeg ik een foto toegestuurd van iemand die ik niet kende, John Ramnandanlal. Het foto was gemaakt in 1970. Vertederend mooi. Ze staan naast elkaar in een foto studio, mijn aja en aji. John had zijn telefoonnummer in Suriname achtergelaten op de achterkant van de foto. Ik belde hem op om te bedanken voor de grote verrassing en te vragen hoe hij aan die foto kwam. Het bleek dat hij vlak bij mijn grootouders had gewoond in de Van Drimmelenpolder in Nickerie.

Op de foto was te zien hoe mij aja zijn dhoti en pagri droeg. Kennelijk heb je daar verschillende manieren van dragen. Ik vroeg mijn vrienden van NSHI: wie kan me helpen om dat ding te wikkelen zodanig dat straks niet de hele zaak van mijn lijf valt en mijn dikke buik en alles daaronder bloot komt te staan. Niemand wist hoe die specifieke stijl van mijn aja te binden. Totdat Jan Soebhag zich aanmeldde. Hij weet het. Ik vertrouw op hem….

p.s. De documentaire Tetary wordt om technische redenen verschoven naar zaterdag 8 juni van 18.30-22.00 uur. Het programma bestaat uit de vertoning gevolgd door een paneldiscussie.
De lezing van Stephen en mij is op donderdag 6 juni van 19.30-21.00 uur. Beide evenementen vinden plaats op het Lalla Rookh Complex, Ballroom, gebouw 2.

[van Starnieuws, 3 juni 2013]

Gevolgen Nederlands slavernijverleden onder de loep

Ter herdenking van 150 jaar afschaffing van de slavernij in de Nederlandse koloniën organiseert het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis (NiNsee) op 30 juni in het Stadsarchief Amsterdam het internationale symposium ‘Cultural Trauma? Transatlantic slavery in perspective’. Wetenschappers als Ron Eyerman, Tom Segev, Ann Phoenix, Emily Raboteau en Abram de Swaan buigen zich tijdens dit symposium voor het eerst over het concept cultureel trauma in relatie tot het Nederlandse slavernijverleden.
Het concept cultureel trauma werd in de wetenschap in eerste instantie alleen gebruikt om de toestand van de Joodse slachtoffers van de Holocaust te duiden. Sinds enkele jaren wordt het in de Verenigde Staten en in het Verenigd Koninkrijk ook in verband gebracht met de achterstandspositie van de zwarte nakomelingen van de slavernij.
In Nederland is het concept cultureel trauma niet empirisch onderzocht. Het wordt wel gebruikt in discussies over slavernij. Soms als verklaring voor de kwetsbare maatschappelijke positie van de zwarte nakomelingen. Soms ook om een negatief beeld te creëren door klachten en eisen van zwarte nakomelingen over hun situatie weg te zetten als uitingen van slachtoffer-denken en getraumatiseerd gedrag.
Op basis van vergelijkend, empirisch onderzoek is Ron Eyerman (Yale University) er als eerste in geslaagd dit begrip te definiëren en toe te passen op de situatie van de zwarten in de VS. Ann Phoenix (London University) deelt haar inzichten over de invloed van het slavernijverleden op de intermenselijke relaties in het Verenigd Koninkrijk. Tom Segev gaat in op de manier waarop men in Israël omgaat met trauma’s van de Exodus en de Holocaust. De schrijfster Emily Raboteau bespreekt het concept cultureel trauma aan de hand van een analyse van de reggae muziek.
NiNsee-professor Stephen Small geeft een inhoudelijke samenvatting van de dag. De Amsterdamse wethouder Andrée van Es (o.a. diversiteit en integratie) sluit het symposium af .
Dit symposium wordt aangeboden door het NiNsee in samenwerking met de Vrije Universiteit, de Universiteit van Amsterdam, FORUM Instituut voor Multiculturele Vraagstukken, het Institute of Cultural Heritage & Knowledge en het Menasseh ben Israel Instituut. Voor volledig programma en aanmelding via http://www.forum.nl/agenda.

Internationale Conferentie Slavernij VOS en IISR

Louis Kalema – Slavendrijvers
Het programma voor de internationale conferentie welke georganiseerd wordt door Vereniging Ons Suriname en International Institute for Scientific Research (IISR) in het kader van 150 jaar afschaffing slavernij is nu definitief vastgesteld. De conferentie is ingebed in de Summer School on Black Europe die van 24 juni t/m 5 juli 2013 plaatsvindt in Amsterdam.
Het programma ziet er als volgt uit.

Vrijdag 28 juni vanaf 18.00 uur
Ontvangst van de internationale gasten. (Niet toegankelijk voor het publiek.)

Zaterdag 29 juni van 10.00-17.30 uur
Stephen Small (USA): Legacy of the struggle against slavery: how concepts, ideas and experiences of the resistance to slavery are expressed.
Kwame Nimako (Ned): The African response to slavery: the resistance to slavery in Africa.
Jeanne Henriquez (Curaçao): Tula and his legacy – the 1795 uprising on Curaçao.
Frank Dragtenstein (Ned): Marronage in the Caribbean: analysis and theory of resistance.
!Wegens persoonlijke omstandigheden kan Frank Dragtenstein zijn paper over marronage niet meer presenteren. In plaats daarvan zal Robert Justin Connell een paper presenteren met een vergelijking tussen marrons in Jamaica en Suriname. Connell is afgestudeerd aan de University of California Berkeley en werkt aan een dissertatie over marrons in Jamaica en Suriname. !

Zondag 30 juni van 10.00-17.30 uur
Rita Tjien Fooh (Sur): Women, resistance and slavery.
Rudy Uda (Ned): The culture of resistance: how resistance was expressed in culture during slavery.
Ramon Grosfoguel (USA): The Haitian revolution. Causes, description and immediate effects.
Livio Sansone (Ned/Brasil): Brazil – resistance and struggle in the largest slave society in the America’s.
Sandew Hira (Den Haag): Conceptualizing resistance to slavery: class, race and colonialism.

De voertaal is Engels.

Slavernij in de zuidelijke staten van de VS
 
Toegang: € 12,50 per dag
Studenten: € 7,50 per dag
Plaats: Vereniging Ons Suriname
Zeeburgerdijk 19-A
1093 SK Amsterdam
Klik hier om je aan te melden.
Meer informatie: +31 6 412 837 85
Email: info@iisr.nl
Bezoek de site: www.iisr.nl

Stephen Small & Gerard Spong & Slavernijclaim

 
Afgelopen vrijdag 5 oktober heeft Stephen Small Ph.D., als associate professor verbonden aan de University of California, Berkeley, de functie aanvaard van bijzonder Hoogleraar Nederlands Slavernijverleden en -erfenis aan de Universiteit van Amsterdam. Het initiatief voor deze nieuwe leerstoel is genomen door het Slavernij-instituut NiNsee, dat wegens stopzetting van de subsidie aan het eind van dit jaar zijn poorten moet sluiten. De keuze voor Small was misschien verrassend, maar hij heeft een uitgebreide kennis over de slavernij. Hij heeft boeken en essays geschreven over het slavernijverleden in het Caraïbisch gebied en de Verenigde Staten en over het zwarte tegenover het witte perspectief, hij is bekend met alle invalshoeken. Small heeft met een Jamaïcaanse vader en een Engelse moeder zowel zwarte als witte roots.
Helaas heb ik over deze oratie alleen nog maar het verslag kunnen lezen van de babbelzieke, obsessief-compulsieve Sandew Hira in zijn wekelijkse column op StarNieuws. Aangezien Small duidelijk niet gedekolonialiseerd hoeft te worden, leest Hira’s column als een grote loftrompet, waarschijnlijk wel terecht, maar gezien Hira’s gebruikelijk gekleurde stellingnames is enige reserve op zijn plaats. Want ook hier kan hij het weer niet nalaten zijn stokpaardje te berijden: “In Suriname is ons blikveld beperkt geweest tot wat de witte koloniale professoren in Nederland te melden hebben, en dat is niet veel meer dan dat het wel meeviel met slavernij in de Nederlandse koloniën.”
Afgaande dus op Hira moet ik begrijpen dat de oratie van Small een aantal opmerkelijke highlights bevatte, waarvan Hira – uiteraard als eerste – noemt: “Het eerste is dat in tegenstelling tot veel onderzoek naar het slavernijverleden hij zich voor een groot deel richt op de erfenis van dat verleden in het heden. Honderden jaren lang was ‘indeling op basis van ras’ het principe waarop de samenleving in de Nederlandse koloniën was ingericht. Racistische ideeën zijn geïnstitutionaliseerd en vastgelegd in politiek, economie en samenleving. Lang na de afschaffing van de slavernij is het idee van witte superioriteit vastgelegd in allerlei onderdelen van de samenleving. De keerzijde daarvan is het gevoel van zelfvernedering, zelfhaat en ‘mental slavery’ bij de gekoloniseerden. Ook dat is geïnstitutionaliseerd in allerlei delen van de koloniale samenleving, zelfs na de onafhankelijkheid van Suriname.”
“New perspectives on slavery and colonialism in the Caribbean”, Marten Schalkwijk en Stephen Small
Uiteraard haalt Hira ook aan wat Small zegt over herstelbetalingen: “Small doorbreekt taboes. Dat geld ook voor andere onderwerpen zoals herstelbetalingen. Small zet dat onomwonden op de onderzoeksagenda. Small geeft het voorbeeld van herstelbetalingen die uitbetaald zijn aan de slavendrijvers in Engeland bij de afschaffing van slavernij. Net als in Suriname hebben zij geld ontvangen als compensatie voor het verlies dat zij hebben geleden doordat hun misdaad was gestopt. Beschaafde naties compenseren de slachtoffers van een misdaad. Onbeschaafde naties compenseren de daders. In Engeland is uitgebreid onderzocht wie deze mensen zijn, waar ze woonden en wat ze met het geld hebben gedaan. Hij pleit ervoor om een soortgelijk onderzoek te doen in Nederland. Wat is er gebeurd met het geld dat de slavendrijvers hebben ontvangen als herstelbetaling? De Afrikanen die tot slaaf waren gemaakt hebben – net als in Engeland – geen cent herstelbetalingen ontvangen.”
Sandew Hira verdient een compliment dat vrijdag a.s. vanaf 17.00 uur de oratie van Small is te downloaden via  de website van Hira’s International Institute for Scientific Research: www.iisr.nl
Gerard Spong wil slavernijclaim indienen tegen Nederlandse Staat
Het is natuurlijk niet toevallig dat de van origine Surinaamse advocaat Gerard Spong zojuist via NCRV-radio heeft laten weten dat hij overweegt een schadeclaim in te dienen tegen de Nederlandse Staat vanwege de vier eeuwen lang gevoerde slavernijpraktijken. Ik weet niet of hij bij de oratie aanwezig was, maar hij heeft er ongetwijfeld kennis van genomen.
“Deze zomer bracht een onderzoeksgroep van de Vrije Universiteit in kaart waar in 1863, het jaar dat Nederland de slavernij afschafte, slaveneigenaren woonden. De eerste inventarisatie richtte zich op Amsterdam, een uitgebreider onderzoek volgt. Dit onderzoek is aanleiding voor een discussie over schadevergoeding in de Surinaamse en Antilliaanse gemeenschap in Nederland. Ik zou het de moeite waard vinden om samen met andere advocaten een zaak te beginnen”, zegt Spong. Volgens hem is het niet onaannemelijk dat de nazaten nu nog last hebben van de gevolgen van de slavernij. “De slavernij was een geïnstitutionaliseerd fenomeen dat honderden jaren heeft geduurd.” 

Spong roept andere advocaten op om samen met hem een rechtszaak te beginnen. Hij wil niet zelfstandig een rechtszaak beginnen omdat het volgens hem een te omvangrijke procedure is die vele jaren gaat duren.
Volgens Spong is een claim tegen de staat het meest voor de hand liggend. “De slavernij was een door de staat geaccordeerd instituut, waar de staat zelf ook aan meedeed.” De onderzoekers van de VU vonden in het Amsterdamse stadsarchief stukken waaruit blijkt dat de bank Insinger vroeger betrokken was bij de slavenhandel. Insinger is inmiddels opgegaan in de bank Insinger de Beaufort, die nog steeds bestaat. “Zo’n bank is een interessant object voor een claim”, zegt Spong. Volgens de advocaat lopen alle instellingen en families die hebben geprofiteerd van de slavernij het risico om een claim tegemoet te zien. “Er zitten veel juridische haken en ogen aan, dus we zullen revolutionair bezig moeten zijn.”
Wordt ongetwijfeld vervolgd.

Oratie van Professor Stephen Small

Op vrijdag 5 oktober 2012 houdt professor Stephen Small zijn oratie bij de Universiteit van Amsterdam, getiteld Living History; The Legacy of Slavery in the Netherlands. Small is in 2010 benoemd vanwege de Stichting Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis (NiNsee) tot Bijzonder hoogleraar Nederlands Slavernijverleden en erfenis. Voor het grootste deel van zijn tijd is hij werkzaam aan de University of California Berkeley. Het is wel triest dat Small zijn oratie houdt op een moment dat de organisatie die zijn leerstoel instelde, het NiNsee, zelf de geest heeft gegeven, als gevolg van de bezuinigingen van het kabinet-Rutte.

Datum : vrijdag 5 oktober 2012 des namiddags om 4.00 uur.
Locatie : Aula der Universiteit van Amsterdam, ingang Singel 411 , hoek Spui.

Symposium over religie en slavernij

Het Nationaal instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis (NiNsee) organiseert het jaarlijkse internationale symposium Trajectories of Emancipation met dit jaar het thema, Religion and Slavery.

Datum: 29 en 30 juni 2011
Locatie: Vrije Universiteit Amsterdam, Hoofdgebouw
Gelieve uw aanwezigheid per e-mail te bevestigen aan Amy Abdou: a.abdou@ninsee.nl

Programme
Tuesday 28 June 2011
17.00- 19.00 Arrival of participants, registration, and reception at NiNsee. Welcome Address- Artwell Cain, NiNsee
Wednesday 29 June 2011: Day 1
Location: Vrije Universiteit, hoofdgebouw room 14 A-05
10.00-10.30 Coffee/Tea
10.30-10.45 Opening Remarks- Susan Legêne
10.45-12.30 Morning Session
Keynote Speaker- Lewis Gordon
“Afro-Jewish Reflections from Passover: Religion, Enslavement, and Memorializing the Reparation of the World”
Theme: Church and State
Speakers: Susan Legêne, Kwame Nimako
12.30-14.00 Lunch
14.00-16.30 Afternoon Session
Theme: Inclusion of Multiple Perspectives
Speakers Hilary Beckles, Tiffany Ruby Patterson, Stephen Small
Wednesday 30 June 2010
Location: Vrije Universiteit, hoofdgebouw room 16 A-00 (Kerkzaal)
10.00-10.30 Coffee/Tea
10.30-12.30 Morning Session
Keynote Speaker – Ramon Grosfoguel
“Reflections on Bartolomé Las Casas’s famous debate with Gines de Sepúlveda on the status and suitability of indigenous peoples for slavery ”
Theme: Christianity and Slavery
Speakers Humphrey Lamur & Ruth Dors, Dienke Hondius
12.30-14.00 Lunch
14.00-16.30 Afternoon Session
Debate: Social and Moral responsibility within organized religions to address the legacy of slavery
Chair Kwame Nimako
Speakers: Stephen Small, Dienke Hondius, Lewis Gordon
16.45-

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter