blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Slagveer Jozef

Hans Valk: Over een Nederlandse kolonel en een coup in Suriname (1980)

door Jeoffrey van Woensel

Kolonel Hans Valk (1928-2012) was het eigengereide hoofd van de Nederlandse Militaire Missie in Suriname. Die was in november 1975 na het verkrijgen van de onafhankelijkheid ingesteld om te helpen bij de opbouw van de Surinaamse  krijgsmacht. Valk was recht voor zijn raap, had een kwajongensachtig gevoel voor humor, lustte een goede borrel en kon goed opschieten met zowel de officieren als de onderofficieren van het Surinaamse leger. Een goed gevoel voor diplomatie – hij was ook landmachtattaché en lag overhoop met de Nederlandse ambassadeur – had hij echter niet.

read on…

Over een Nederlandse kolonel, een staatsgreep in Suriname en geheime documenten

door Ellen de Vries

Vreugde over de onafhankelijkheid van Suriname in 1975 sloeg al snel om in ongenoegen over de wanorde in het land en het leger. De republiek was nog niet eens toe aan het houten jubileum, toen sergeanten onder leiding van sergeant Desi Bouterse in de vroege ochtend van 25 februari 1980 de macht grepen. De marinebasis, het munitiedepot en de Memre Buku-kazerne werden overvallen; met een kanon schoten de coupplegers het monumentale politiebureau aan puin. De staatsgreep werd omgedoopt tot ‘ingreep’; voor sommigen was dat synoniem aan revolutie.

read on…

Verzwegen werkelijkheid: waarom zijn journalisten zo bevreesd?

door Jerry Dewnarain

Op 2 november 2018 kopte Starnieuws met de volgende lead (eerste alinea). ‘Ter gelegenheid van de Internationale Dag tegen Straffeloosheid van Misdrijven tegen Journalisten, 2 november, stelt essayist Theo Para de volledige tekst van Verzwegen werkelijkheid. De rechtsorde onder Bouterse, zijn nieuwe boek, via Starnieuws ter beschikking van de Surinaamse lezer.’ Het boek is een verzamelbundel van eerder geschreven columns en een tweetal nieuwe stukken. Antoine de Kom (kleinzoon van de verzetsstrijder Anton de Kom) heeft het voorwoord geschreven. read on…

Poëzie over 8 december 1982

De Ware Tijd Literair van 9 december 2017, met poëzie i.v.m. 8 december.

KOEL JE VERDRIET
TOT IJSKOUDE HAAT
OF DROOG HET
TOT DE BITTERE AMANDEL
VAN EEN GEDICHT

Eva Essed (Nederland, 1929) read on…

Jozef Slagveer – Ik

Ik had mij
een pak
van de christenen
aangemeten
maar het zat
zo slap
aan het lichaam
van een neger read on…

De Vrije Stem; Onafhankelijk weekblad voor Suriname

(De) Vrije Stem, 1960-1969 (weekblad), 1969-1982 (dagblad)

Op zaterdag 2 april 1960 verschijnt de eerste aflevering van het weekblad De Vrije Stem. Onafhankelijk weekblad voor Suriname, met als hoofdredacteur E.Th. Waaldijk (1921-2005). De oprichting van dit blad is een initiatief van drie personen: Waaldijk, Rudy Bedacht (geb. 1932) en Frits Pengel. Tijdens haar bestaan (1960-1982) stelt De Vrije Stem zich altijd kritisch op, vaak kritischer dan de andere kranten. Onder het redacteurschap van Waaldijk biedt het weekblad veel ruimte aan literatuur en cultuur van progressieve signatuur. read on…

‘Ik herdenk mezelf’

Jozef Slagveer, een van de vijftien slachtoffers van de Decembermoorden, was journalist. Hij was fanatiek in zijn werk en kreeg het geregeld aan de stok met de autoriteiten. In 1980 werd hem door de militaire machthebbers gevraagd mee te helpen aan de opbouw van zijn land. Hij ging in op hun verzoek, maar twee jaar later brak hij zijn band met het militaire gezag vanwege corruptie en machtswellust. Dat werd hem niet in dank afgenomen. Slagveer hield een dagboek bij. De situatie inspireerde hem ook tot het schrijven van gedichten. Een gedicht uit zijn dagboek: read on…

Fri Vrijheid Freedom Gedichten rond 1 juli

 

door Jerry Dewnarain

Poëzie is kunst en kunst is kunstigheid en kunstigheid is vakmanschap, dat voorop. Maar poëzie biedt ook schoonheid en – waarom niet – troost. Voor het verleden is poëzie een onschatbare informatiedrager, omdat ze momenten en attitudes, in schuld en onschuld, vastlegt, zoals de periode van de slavernij of de strijd om freedom (vrijheid) op elk gebied. Voor het heden is ze een bezweerder van angsten, een aanjager van dromen, een opwekker van doden, een magazijnbeheerder voor de mensen van morgen en overmorgen.
Foto @ Nicolaas Porter
Fri Vrijheid Freedom Gedichten rond 1 juli is een dichtbundel samengesteld door de Commissie ‘Jaar van de Surinaamse poëzie’. De bundel is uitgegeven in juli 2013 door de Schrijversgroep ’77. De gedichten zijn voor mensen die van mening zijn dat een vaderland, een volkslied en een vlag (bijvoorbeeld op het omslag van een dichtbundel) alles met zelfbewustzijn of identiteit te maken hebben. Voor hen die een andere mening hebben, zijn de meeste van de tweeënzeventig bladzijden die de dichtbundel telt nutteloze pagina’s. Voor mensen die van mening zijn dat een geloof of hoop alle raadsels en verscheurdheden voor hen zal oplossen, is Fri… wellicht poëzie met begrijpelijke zinnen.
Identiteit ontleent men voor een groot deel aan zijn taal. De taal is een waardevol ijkpunt voor een gedeelde belevenis en een gedeeld geheugen. Taal is het domein van dromen, taal is wat je moeder je meegaf. Als de taal de ziel is van de identiteit, en dat is de taal voor een groot deel, en als de poëzie de ziel is van de taal, en dat is ze, dan is uiteindelijk de poëzie datgene waar het voortbestaan van eigen cultuur mee staat en valt. De kracht van de taal als bindende factor is enorm.
Fri… telt 48 gedichten waarvan de meeste, vijfentwintig, in het Nederlands zijn geschreven. Tien in het Sranan, zes in het Engels, twee in het Surinaams-Javaans en één gedicht in de talen Sarnámi, Saramakaans, Aukaans, Hindi en het Spaans. De diversiteit aan talen in de dichtbundel is te danken aan het ‘Vrijheid-Libertad project’ van de Nederlandse dichteres Marion Bloem. In 2011 nodigde zij geïnteresseerden uit de hele wereld uit om vertalingen van haar gedicht (pp. 24 en 25) te maken. In Fri… zijn de vertalingen van het gedicht van Marion Bloem in de Surinaamse talen te lezen. Het ligt aan de lezer om te beoordelen welke vertaling het gedicht van Bloem het best benadert, een gedicht vol tegenstrijdigheden over het begrip ‘vrijheid’.
De gedichten hebben als thema ‘Vrijheid’, maar wat is vrijheid? Vrijheid beleeft eenieder op eigen wijze. Dit merken wij ook aan de gedichten in deze bundel. Elk gedicht uit op eigen manier de beleving van vrijheid. Enkele voorbeelden: ‘Vrijheid is de ultieme vorm van laten gaan/ Wanneer je de kunst verstaat om los te laten ben je onaantastbaar/ Angst om verlies is er niet meer/ Geen gebondenheid in vlees en bloed’ (p. 50). Vrijheid is in deze strofe het loslaten van bijvoorbeeld een geliefd persoon die er niet meer is. En dan: ‘Ik ben bevrijd/ Gesjouw van al die ballasten/ Vaker bezocht door de ongewenste gasten/ Ik kan nu mezelf zijn’… (p. 12). Vrij zijn van alle hebi’s en ongewenste gasten bezorgt deze persoon een vredig leven zonder pijn. Vrijheid kan ook op een hoger niveau worden bereikt: ‘Draag mij/ in armen van warmte/ hef mij/ op handen van licht/ voer mij/ op golven van stilte/ naar de zee van liefde/ waar vrijheid is’… (p. 38). Goddelijke liefde kan ook zorgen voor een andere vorm van bevrijding: geestelijke bevrijding. De meeste gedichten gaan over de letterlijke betekenis van vrijheid, namelijk wanneer iemand de vrijheid wordt geschonken. Niet verrassend, want de voorflap van de bundel geeft immers aan dat het gedichten betreft rond 1 juli: ‘Slavernij…/ […] Kettingen om armen en benen/ De zichtbare tekens/ Men was niet vrij om te gaan en staan/ Niet vrij om te denken/ Of een eigen mening te hebben’ (p. 40).
Dit maakt de bundel in zijn geheel nogal cliché. De meeste gedichten ontbreekt het aan originaliteit. Of hoe je er tegen aankijkt, want poëtisch zijn sommige helemaal niet, maar eerder proza: ‘Verschillende volkeren kwamen…/ Gekneveld, geboeid of op contract/ met hun geestelijke bagage/ cultuur en eigen taal./ Ze kregen in ’t nieuwe land/ identiteit en onderdak.// In deze Babylonische spraakverwarring/ leerden ze elkaar accepteren/ met plussen en minnen./ Konden ze elkaar tenslotte verstaan/ in een Surinaamse taal.’ (p. 43) Deze strofen zijn meningen of stukjes geschiedenis die net zo goed proza kunnen zijn. In een goed gedicht heeft de taal altijd iets bijzonders, is beeldend, of is keihard, of raadselachtig, enzovoort. Ook is er een gedicht dat wel poëtisch genoemd mag worden, maar helemaal niet bij het thema van de bundel past. ‘’k Heb een vrijheid ervaren/ in het diepst van een droom/ toen ‘k, de armen gespreid/ en het hoofd geheven/ zonder schaamte mij overgaf/ naakt, aan de zee/ die ons meetrekt, opneemt/ en wiegt tot wij schoon zijn…’ (p. 39). Misschien had de redactie op moeten letten en duidelijker aanwijzingen moeten geven over de doelstelling en het thema van de bundel.
Jozef Slagveer. Fotoportret door Nicolaas Porter
Jozef Slagveer (1940-1982) benadert – vind ik – het thema het best in Fri…. Daarom kies ik zijn gedicht uit deze bundel voor aparte bespreking. Slagveer heeft overigens ook nog een eigen interpretatie over wat een gedicht is (zie het gedicht hieronder). Poëtisch gezien is ‘Ik ben vrij’ (p. 18) ook een mooi gedicht. Er is onder andere sprake van metrum en ritme al in de eerste strofe: ‘Dit is mijn laatste wens/ De vrijheid te betasten/ Oprecht te kunnen zeggen/ Ik ben vrij’. De regelmatige afwisseling van beklemtoonde lettergrepen in deze strofe is duidelijk. Deze lettergrepen zijn soms sterk beklemtoond en soms weer zwakker. In strofe twee wordt de vrijheid verweven met het eenheidsgevoel wat de andere gedichten in deze bundel niet hebben. ‘Ik ben vrij/ Ik ben Surinamer/ En geen neger/ Geen hindustaan/ Maar kind/ Van dit land/ En geen slaaf’. Het gaat de dichter hier om het Surinamer zijn, zonder onderscheid te maken in ras of verschil in historisch verleden. De dichter is eindelijk vrij, omdat hij zich als kind van het land voelt, overal bij hoort. Hij zit niet met verbitterde gevoelens die te maken hebben met zijn verleden.
De meeste gedichten in Fri… wekken bij mij wel dat gevoel op. Ook staan ze op zichzelf. Ze zijn individualistisch. Het collectivisme ontbreekt en dat is ook belangrijk om je vrij te kunnen voelen, vooral als de meeste gedichten in Fri… aangeven dat men eeuwenlang onderworpen is geweest. In de derde strofe kijkt de dichter naar de toekomst. Hij heeft het verleden losgelaten en heeft een plan met zijn land: ‘Ik ben vrij/ Om de tepels/ Van Suriname/ Te beschermen’. Een betere metafoor dan ‘tepels’ kon Slagveer mijns inziens niet bedenken. De meest voor de handliggende interpretatie is het grondgebied, maar ze kunnen ook verwijzen naar de Surinaamse bodemschatten of de multiculturele samenleving. De wens om vrij te zijn wordt in de laatste strofe bestendigd: ‘Neem mijn rijkdom/ Papier en pen/ Mijn vrouw – / Maar laat mijn/ Laatste wens zijn/ In a nen foe mi afo/ De vrijheid te betasten/ Oprecht te kunnen zeggen/ Ik ben vrij/ Ik ben Surinamer.’ Dit gedicht stamt uit een periode toen Suriname nog een Nederlandse kolonie was, maar hard op weg was naar het verwerven van zijn zelfstandigheid (eind jaren zestig). Ik vind het knap van de schrijver dat hij in zijn gedicht behalve het thema vrijheid óók het eenheidsgevoel tussen de verschillende bevolkingsgroepen probeert aan te wakkeren. Een mooi voorbeeld voor eenieder die echt vrij wil zijn in een multicultureel land als Suriname! 
Volgt nog een gedicht van Jozef Slagveer. Dat gedicht gaat over wat het voor Slagveer zelf betekent:
powema
pe wortoe e kaba
pe dronlofroe e tapoe
dape mi powema
e bigin foe waka
pe man nanga oema
e brasa makandra
skin nanga skin
de swari libi
dape mi powema
e bigin foe taki
powema na libi
èn moro lek dati
[bron: www.dbnl.org]
gedichten
waar woorden ophouden
waar het geroffel van de drums stopt
daar begint mijn gedicht
zijn verhaal
waar man en vrouw
elkaars lichamen omarmen
en het leven leven
daar begint mijn gedicht
te spreken
gedichten zijn het leven
en meer dan dat
[vertaling: Eddy van der Hilst]

Jozef Slagveer

Portret van de Surinaamse schrijver en journalist Jozef Slagveer, gemaakt door de in Suriname werkzame fotograaf Nicolaas Porter. Nr. 157 in de reeks fotoportretten die Porter in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren maakt. Klik op afbeelding voor groter formaat. Voor informatie kunt U mailen naar: nicolaasporter@hotmail.com. Wie de hele reeks wil zien kan hieronder klikken op het label Werkgroepportretten.

Jozef Slagveer: Tranen van een journalist

“Huil niet wanneer de zon schijnt, opdat je de sterren niet ziet.”

Toen men mij vroeg of ik genegen zou zijn een boek te schrijven over het leven van de journalist Jozef Slagveer, realiseerde ik mij terdege, dat het gewoon geen eenvoudige taak is een dergelijk moeilijk onderwerp op boeiende wijze te behandelen. Maar deze beklemming verdween spoedig toen ik overdacht wat ik in zijn dagboek zou kunnen opnemen. Het was of er in mijn geest een luikje openging, waaruit een stroom van herinneringen te voorschijn kwam. Het geeft het verhaal van een dichterschrijver-journalist, dat te snel – of misschien te laat opgroeide, de beschrijving van een leven dat veel tragedie bevatte, niet alleen voor hem – maar ook voor velen die hem dierbaar waren. Ik heb het niet gemakkelijk gevonden de deuren van het verleden te openen en dingen te vertellen die de meeste mensen zelfs aan vrienden niet zouden willen openbaren, of schrijven, om door vreemden te worden gelezen.

Waarom schrijf ik deze korte biografie. Er zijn verschillende redenen. Om te beginnen geloof ik dat het schrijven mij zal helpen mezelf klaarheid te verschaffen aangaande mijn houding tot de wereld om mij heen. Ik geloof dat het ertoe zal bijdragen mijn rechtschapenheid in eigen ogen te herstellen. Maar ook dat het anderen zal helpen. En dit rechtvaardigt naar ik meen, het openen van de deuren van een verleden, dat mij, die het doorleeft heeft, soms – wanneer ik er op terugzie, volkomen ongelooflijk onbestaanbaar voorkomt.

Ik heb lang nagedacht over de manier hoe het levensverhaal van de journalist Jozef Slagveer te beginnen. Ik zou kunnen aanvangen op het ogenblik van hilariteit, toen hij in 1968 debuut maakte met zijn novelle De verpletterde droomIk zou dan ook kunnen beginnen op het afschuwelijke moment, toen hij voor een open venster stond met tijden van verschrikking en vernedering. Misschien is de juiste manier om het te vertellen zoals het gebeurde. Jozef heeft nooit zijn eigen leven geleefd; het werd bepaald voor hij geboren was.

Zijn ouders waren hopeloos verzot op de kerk. Zijn moeder die positieve denkbeelden had over invloeden voor de geboorte, bracht zoveel tijd in de kerk door als ze maar kon. Ze wenste dat Jozef naar het klooster ging – en omdat zij het heilig beeld van Sint Jozef in de kerk tot vereren toe bewonderde, werd hij naar hem genoemd toen hij eindelijk op 25 januari 1940 ter wereld kwam: Jozef Hubertus Maria. Zijn vader had hem een andere toekomst bedacht. Zijn droom was hem als een grote dichter-schrijver te zien. Jozef heeft vaak getracht de oorsprong van de sterke liefde van zijn ouders voor de dichtkunst op te sporen. Misschien was dat het gevolg van onvervulde dromen, waarvan hij als kind nooit iets geweten heeft. Zijn vader, een man met een sterke wil en toch een gemoedsmens, voelde dat schrijvers degenen zijn met werkelijk talent. Hoe dan ook, zover als mijn herinnering teruggaat was de dichtkunst zijn leven.

Wat Jozef in zijn kinderjaren het meest voor voelde was angst en eenzaamheid. Hij was bang zijn ouders te ontstemmen. Hoewel ze veeleisend waren en veel van hem hielden. Hun toewijding aan zijn loopbaan was voor hen steeds de wonderpoort. Zijn gevoel van eenzaamheid was moeilijk te verklaren. Hij was eenzaam, waarom wist hij niet. Hij voelde zich altijd ontoereikend, en hield nooit van de jongen die hij was. Op de Sint Antonius-school te Mary’s Hope, een basisschool, die hij in zijn jeugdjaren bezocht, werd hij altijd Hubert genoemd. In zijn geboorteplaats Totness, stond hij bekend als Hubertus. Als ik in de tijd terug kijk, weet ik dat hij reeds op zijn vijftiende kon dichten. Het eerste gedicht in zijn jonge jaren was:

Totness

hier ben ik geboren
tussen de erebogen
van de kokospalmen
uit de schoot
van een negerin
hier klonken
de eerste vreugde‑
kreten van mijn vader
en de vroedvrouw
terwijl mijn huilen
moeders hijgen
eenzaam begeleidde
hier wil ik sterven
met erebogen
van kokospalmen
dit is mijn land
mijn eigen land
niemand die me
dit ontnemen kan

Jozef heeft een grote liefde gehad voor Totness. Na de basisschool vertrok hij naar Paramaribo om de Mulo-school te bezoeken. Op de Sint Paulusschool had Jozef nog de dromen van zijn moeder om het priesterambt te bekleden. Na zijn middelbare school (AMS) vertrok hij naar Nederland, met de bedoeling het kloosterleven in te gaan. Maar in Nederland ontdekte hij al gauw dat het niet zijn roeping was. Voor Jozef was het dan ontzettend moeilijk zich zelf te ontvluchten. Hij liet zich toen inschrijven op de Academie en Werkcentrum voor Expressie en ontving een journalistenopleiding aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Na zijn opleiding in de journalistiek ging hij werken bij verschillende dag- en weekbladen en hij debuteerde als dichter in 1959 in de dichtershoek van het Algemeen Handelsblad in Nederland. Ook studeerde hij M.O.-Nederlands en schreef schetsen voor het dagblad Trouw. Hij was tevens hoofdredacteur van Djogo, orgaan van het Surinaams Verbond.

Jozef Slagveer keerde in 1967 terug naar Suriname en werkte op de Hoofdafdeling Pers- en Voorlichting van het ministerie van Onderwijs. Tijdens zijn loopbaan als pers- en voorlichtingsman aan dit ministerie, is hij zich gaan wijden aan het theaterleven. In de jaren 1967 en 1969 schreef hij verschillende toneelstukken die hij heeft laten opvoeren. Enkele van zijn stukken werden in zijn geboortedistrict opgevoerd.

Zijn trots verzette zich er tegen ooit zijn gevoelens te laten blijken. Hij leerde zijn angst en afkeer maskeren met voorgewende onverschilligheid en een manier van doen als sprak eigenlijk alles vanzelf. Hij zocht het avontuur nimmer, maar was er zich van bewust, dat het altijd op de loer lag om hem te overrompelen. De meest alledaagse dingen eindigden bij hem dikwijls in hevige gebeurtenissen. Hij werd voorzichtig en trachtte vooraf te peilen of er in een bepaalde daad mogelijkheden voor emotionele belevenissen verborgen zaten. Het had echter geen zin dit te doen, want op de een of andere manier wist het avontuur hem toch weer te vangen. Zijn vader was opgetogen en zijn moeder bezorgd, hij zelf in het begin gealarmeerd, later berustend. Zo kreeg hij de roep nergens voor terug te deinzen, hoewel hij in werkelijkheid gevecht op gevecht met zichzelf moest leveren om de situatie de baas te blijven.

Eerste persbureau in Suriname
Na zijn ontslag als Pers- en Voorlichtingsman aan het Ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling, begon hij met een nieuwsagentschap. Het was het eerste Algemeen Persbureau in Suriname. Het persbureau Informa werd in 1971 een feit. Het was de eerste keer in zijn leven, dat hij bewust toegaf aan iets, waarvan hij vooraf wist, dat het loerende avontuur een kans zou krijgen. Aan de Heerenstraat waar hij met zijn persbureau begon, publiceerde hij het Informa-bulletin en het weekblad Aktueel. Daarnaast verzorgde hij een informatief radioprogramma, onder dezelfde naam van het weekblad Aktueel.  [Aanvulling redactie CU: na de militaire coup van 1980 werd Slagveer perswoordvoerder voor de militairen. Hij werd door hen vermoord bij de decembermoorden van 1982.]

Desi Bouterse en Jozef Slagveer

De beste journalist in Suriname
Jozef was een van de beste journalisten in Suriname. Hij was een journalist met een open blik. Hij was altijd als eerste bij het nieuws. Jozef heeft tijdens de regeerperiode van NPK-2, waar Henck Arron de leiding had, een financieel schandaal aan de grote klok gehangen. Willy Soemita, toen minister van Landbouw, belandde in de gevangenis. Het Soemita-dossier Smeergelden affaire die de journalist Jozef Slagveer publiceerde, viel als een slag bij de toenmalige NPK-regering. Jozef was radicaal en schreef de dingen zoals ze zijn. Hij werd daardoor niet overal met een glimlach ontvangen. Hij ging vaak uit op de achtergrond van het nieuws en wist zich nooit uit het veld te slaan.

Zijn publicaties
Jozefs eerste gedichtenbundel was een ode aan zijn geboorte district Coronie. Kosoe dron verscheen in 1969. Hierna verschenen de volgende publicaties:
De verpletterde droom
Sibi busi
Cocaïne doodt Paramaribo
Een vrouw zoals ik
De nacht van de revolutie enz.

8 december 1982
Een zwarte bladzijde in de geschiedenis van Suriname. Jozef die het toenmalige militairbewind kompleet ondersteunde, werd samen met 14 andere burgers op barbaarse wijze vermoord door de militaire machthebbers. Zijn dood is een schok geweest voor de journalistiek in Suriname, niet alleen maar ook voor de Coronianen. Na zijn dood, was de persvrijheid in Suriname opgehouden te bestaan, en werd pas in 1991 tijdelijk hersteld. Suriname heeft na de dood van deze bekende journalist nooit meer een persbureau gehad. Ook de jurist Riedewald, en Gonçalves, districtsgenoten, werden gerekend tot de slachtoffers van de decembermoorden.

[van Coronianen in beeld, website Coronie] Bouterse en Horb laten Slagveer onder druk een verklaring afleggen

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter