blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Schuringa Tammo

Finnisage expositie ZUIVER

De afgelopen weken was op de NDSM-werf in galerie Nieuw Dakota de tentoonstelling ZUIVER te zien. ZUIVER is een groepstentoonstelling met Surinaamse en Nederlandse kunstenaars ter afsluiting van een jarenlange culturele uitwisseling (2006-2014) tussen de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam en de Nola Hatterman Art Academy in Paramaribo. Nederlandse docenten gaven les in Paramaribo en Surinaamse studenten haalden hun bachelor in Amsterdam. De meesten keerden weer terug met een indrukwekkende ervaring en niet zonder de belofte van reciprociteit. read on…

A Kba, Ma A De Ete, alledaagse en eenmalige gebeurtenissen

Nola Hatterman en Rietveld: Vijf jaar uitwisseling en samenwerking

door Nicolaas Porter

Het begon allemaal met een verzoek van Rinaldo Klas, voorgelegd aan Tijmen van Grootheest, voorzitter van het college van de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam. Dit verzoek bracht een verbinding tussen beide kunstacademies tot stand. Precies vijf jaar geleden (een lustrum!) kwam de eerste Rietvelddocent (Christiaan Bastiaans) in Paramaribo verkennen. Welke bijdrage zou de Rietveldacademie kunnen leveren aan het Nola Hattermaninstituut zo wilde hij destijds weten. Tijd om eens te praten met twee van de inmiddels 36 docenten (sic) uit Amsterdam die hier les kwamen geven. Tammo Schuringa kwam hier voor het eerst in 2007 en Erik Mattijssen in 2009. Nu zijn ze er weer en dit keer wordt hun bezoek afgesloten met een expositie getiteld A Kba, Ma A De Ete.

Morcio Adjako

Wat waren jullie verwachtingen en wat viel jullie op toen je voor de eerste keer In Suriname en op het Nola Hatterman aankwamen?
Tammo: ‘Ik had geen verwachtingen. Ik was een beetje geïnformeerd, had wel wat gelezen maar ik was toch verbaasd om te zien dat Suriname geen zwarte samenleving is. Dat er ook Hindostanen, Javanen en inheemsen etc. woonden en dat deze mix door Nederlanders was samengesteld; ik had er eigenlijk geen idee van. Dat was eigenlijk mijn eerste verrassing. Als je in de Bijlmer rondloopt neem je dus onwillekeurig aan dat er alleen creolen in Suriname wonen. Achteraf mag je dat naïef noemen maar aan de andere kant stond ik ook erg open voor al deze eerste ervaringen.

Vergeleken met de Rietveld met 1000 leerlingen is het Nola Hatterman natuurlijk een hele kleine school. Dat wist ik natuurlijk wel maar toch overviel het me nog. Maar mij viel ook meteen de rijke schakering van het geheel op: ik keek mijn ogen uit: de jongeren van Matoekoe die hier komen werken, de vakantiecursussen voor jong talent. Het ging hier om veel meer dan een kunstacademie. Het Nola Hatterman bleek een sociale ontmoetingsplaats voor een grote verscheidenheid van mensen.’
Erik vult aan: ‘Inderdaad het is heel toegankelijk, een open huis. Het is een komen en gaan. Er lopen ook toeristen binnen die aanvankelijk voor het Fort Zeelandia komen, en daar is hier allemaal ruimte voor.
Ik was wel redelijk goed geïnformeerd toen ik hier aan kwam maar toch had ik tijd nodig om de eerste schok te boven te komen.’
Welke schok?
Erik : ‘De vreemde mix van vertrouwd en vreemd. Een samenleving die in veel opzichten niet met Europa te vergelijken is maar waar je toch ook met je eigen taal terecht kunt. Na een tijdje begon ik het erg leuk te vinden dat je zo makkelijk in contact met met mensen komt en spontaan met elkaar kan geinen. Tijdens mijn fietstochten naar het Nola Hatterman wordt er gezwaaid en geroepen. Het is een open samenleving, overal zie je al snel een ‘big smile’. De mensen zijn ook behulpzaam. Bijvoorbeeld op school: een jongen kon niet meer komen omdat hij naar het ziekenhuis moest. De andere studenten vragen dan, kunnen wij zijn werk niet afmaken?’

Xaviera

‘Minder prettig vind ik dat overal vuil op straat ligt. Dat was wel degelijk een schok voor mij.’
Beiden: ‘Je moet je verwachtingspatronen bijstellen. In het begin ben je ongeduldig, word je geconfronteerd met je eigen conventies waarvan je je niet eens bewust was dat je ze had.. Uiteindelijk komt alles goed maar niets gaat zoals jij het verwacht. De eerste les: leren incalculeren dat niet alles op jouw voorwaarden hoeft te gaan!’

Vertel eens wat over de lessen die jullie aan de studenten geven.
‘Bij het verzorgen van lessen is het eerste waar je eigenlijk tegen aan loopt dat beide instituten verschillende uitgangspunten hanteren. Het Nola wil vooral een solide basis aanbrengen door middel van waarneming: het tekenen naar model of het tekenen van correcte stillevens. Dat gebeurt overigens op nog veel meer plaatsen op de wereld. De Rietveld gaat van een heel ander standpunt uit. Wij als docenten stellen vragen aan de studenten, vragen die ook heel persoonlijk kunnen zijn. We weten van tevoren niet wat de antwoorden zullen zijn en we willen dat ook niet weten. We proberen voortdurend voorwaarden te scheppen waarbinnen de student zich heel individueel en heel persoonlijk kan ontwikkelen. Daardoor gaan de studenten het avontuur aan met de wereld maar ook met zichzelf. Dat kan tot teleurstellende resultaten leiden maar ook tot heel verrassende.
Welnu de meeste docenten en studenten van het Nola Hatterman zijn zo’n aanpak niet gewend. Vandaar dat de studenten aanvankelijk een afwachtende houding aannemen. We tasten elkaar voorzichtig af. Aanvankelijk zorgde dat voor een wat stroperig, langzaam begin maar nu zijn we hier voor de tweede keer en we merken dat de studenten bereid zijn in deze wat onzekere situatie de uitdaging aan te gaan . En is dat eenmaal een feit dan verbaas je je keer op keer over de kwaliteit die dan zichtbaar wordt. In dat opzicht kunnen de resultaten van de Surinaamse studenten glansrijk de vergelijking met de studenten van de Rietveld doorstaan!’

Wat zijn de problemen die jullie tegenkomen binnen dit uitwisselingsproject?

Erik: ‘Kijk, wij moeten nooit uit het oog verliezen dat wij hier te gast zijn en dat zorgt voor wat terughoudendheid als het gaat om het leveren van kritiek, maar absentie is soms best wel een probleem want als iemand wegblijft of zegt niet te kunnen komen, vinden we het nogal aanmatigend of arrogant om dan direct in te grijpen. Je overziet de achtergronden niet en je bent er als gastdocent maar zo kort. Dat maakt dit soort situaties best wel eens lastig. Vaak lijkt het alsof studenten volgzamer zijn naar de docenten toe, ook naar de Surinaamse docenten en blijven ze weg als ze niet vinden wat ze zoeken in plaats van kritiek op het geboden onderwijs of de docenten te geven. Het is ons ook opgevallen dat studenten groot belang hechten aan het certificaat dat ze kunnen behalen. In Nederland is dat veel meer bijzaak.’

Nehomia Lemmer

Kunnen jullie iets vertellen over de doelstellingen van dit samenwerkingsproject?
Tammo: ‘Wat mij betreft is een van de de kernen van dit project het ontdekken van talentvolle studenten die met een beurs op de Rietveld een verdere opleiding kunnen gaan volgen. Een andere kern vormt het stimuleren van studenten hier, dus ook zij die niet naar de Rietveld gaan voor verdere opleiding. Het is onze hoop en verwachting dat de studenten die wel gegaan zijn terugkeren naar Suriname om hier verder te werken aan hun persoonlijke loopbaan als kunstenaar maar ook te werken aan de verdere uitbouw en vernieuwing van het curriculum van het Nola. Inmiddels zijn er 5 studenten die nu een opleiding volgen aan de Rietveld.’
Wat voor garantie hebben jullie dat deze studenten ook daadwerkelijk terugkeren naar Suriname?
Erik: ‘Die garantie kunnen wij natuurlijk niet geven. Maar wat ons opvalt is dat de huidige generatie jonge Surinamers trots zijn op hun land en van hun land houden. Dat is in het verleden wel eens anders geweest. Deze liefde voor en betrokkenheid bij de ontwikkeling van Suriname geeft ons inziens voldoende basis voor de verwachting van terugkeer!’
Tammo: ‘Tot nu toe geven zowel docenten als studenten aan dat ze veel hebben aan deze uitwisseling met de Rietveld. Onze lessen hier maar ook in Amsterdam hebben tot doel de eigen wortels, de eigen culturele achtergronden te verkennen en uit te diepen. Het gaat om de eigen identiteit en die te onderzoeken. Wij realiseren ons dat, wat wij doen slechts een klein onderdeel is van dit proces maar we realiseren ons ook dat dit proces uiteindelijk zal bijdragen aan een inspirerende en fascinerende kunstontwikkeling in Suriname. Wat dat betreft is de ontwikkeling van kunst net zo belangrijk als economische ontwikkeling.’

Er zijn ook mensen die zeggen dat wat de Rietveld hier doet een vorm van neokolonialisme is. Wat vinden jullie hiervan?
Erik: ‘Dat sommige mensen dat denken is begrijpelijk vanuit het gedeelde verleden, maar niet in overeenstemming met de feiten. De vraag is uit Suriname gekomen en wat wij proberen is een antwoord te geven op deze vraag. We hebben onszelf niet opgedrongen. Wat echt neokoloniaal zou zijn is niet verder denken dan je neus lang is. Dat gaat op voor Suriname maar ook voor Nederland.’
Tammo: ‘Deze samenwerking is een enorme verrijking voor Surinamers en Nederlanders gelijk. Onze gezamenlijke doelstelling is om de kunsten naar een hoger niveau te tillen en dat kan uitsluitend als mensen elkaar kunnen ontmoeten en bereid zijn van elkaar te leren. Daar is niets neokoloniaals aan.’

Zie ook dit bericht

Volkse reclame?

door Gerard Boon

Schaafijs & Wilde Bussen; Straatkunst in Suriname is een heel mooi boek over de levendige cultuur van geschilderde reclames in Suriname. Met honderden foto’s van plaatjes op schaafijskarretjes, op bussen en op muren. De beelden vormen een kleurige, uitbundige, steeds veranderende, en gedeeltelijk bewegende bijdrage aan het stedelijk landschap. De schilderingen zijn vluchtig: deuken, blutsen, krassen, de felle zon, de hitte en de vochtigheid leiden tot verval. En tot vernieuwing en uitbreiding. In de wereld van deze verleiding gaat de zon nooit onder, wat direct werd geleefd gaat zich in een voorstelling verwijderen.

De visuele explosie dateert van de zeventiger en tachtiger jaren. Het begon met de bussen. Na de ondergang van het openbaar vervoer bloeide het particuliere busvervoer, de ‘wilde’ bussen. Bushouders lieten ze meer en meer beschilderen, om klanten te lokken. Ze sloten aan bij de belevingswereld van de beoogde passagiers en de tijdgeest. Motieven, stijl en portretten werden eerst vooral ontleend aan sterren uit de wereld van de muziek, film en politiek, zoals James Brown, Elvis Presley, Arnold Schwarzenegger of Gandhi, later ook Bin Laden, Saddam Hoessein, (samen met Bush) en Bouterse. Met het optreden van een ‘technisch perfect’ schilderende familie worden sinds 1995 ook sterren uit de Indiase filmwereld een thema. Bussen worden van binnen en van buiten, tot aan de spatlappen toe, overdekt met schilderingen. En met teksten als: “Catch me if you can”, “Don’t look for trouble”, of “Power of Love”.

Oogverblindende donkere vrouwen, in strakke, glimmende kleding en uitdagende poses zijn onder de beelden dominant. Dat geldt niet alleen voor de wilde bussen maar ook voor de schaafijskarren. De verkoop van schaafijs is een oude maar niet exclusieve Surinaamse vorm van straathandel: men schaaft ijsjes van stangen ijs op karretjes en maakt ze met siroop op smaak. De handel is een laagdrempelig beroep. Geïnspireerd door de bussen werd het beschilderen van de ijskarren een rage die zijn hoogtijdagen in de negentiger jaren beleefde. De karren werden toen groter; hoe groter en hoger de kar, hoe minder ambulant maar des te meer ruimte voor afbeeldingen en teksten. Naast pikante dames ook hier veel zwarte helden zoals Martin Luther King, Bob Marley, Ruud Gullit, Stevie Wonder, Mandela, Obama. Maar ook romantische paartjes en landschappen. Foto’s uit tijdschriften, stripfiguren en platenhoezen zijn vaak voorbeelden. Religieuze of andere stichtelijke woorden, spreuken met levenswijsheden, ook in het Surinaams, zijn vaak aan de binnenkant van de kar aangebracht, bijvoorbeeld: “Netheid is mijn naam”, “Bidt en werk”, “Ik zal zien”, of “Let them talk”.

Een ansichtkaart van de Keizerstraat uit 1905 toont aanbevelingen voor sigaren en fietsen. Reclames voor waren op wanden zijn al oud, tegenwoordig zijn in Suriname bijna alle muren bezet. Tussen de opdrachtgevers – de winkels en de merken – en de uitvoerders van de commerciële muurschilderingen opereren ook intermediairs, in Paramaribo zijn zo’n vijftien schildersploegen actief. Veel voorkomende beelden tonen bruine bonen in potten of een biermerk, soms worden hele hoekpanden aan één merk gewijd. Het is een hectische markt, een reclame-oorlog waarin schilders soms over elkaar heen schilderen. Dat ergert sommigen mateloos. Winkeliers maken het overtreden van de informele normen op dit gebied soms makkelijker door een wand of winkel die ze willen veranderen alvast wit te kalken

De foto’s in het boek zijn voor een groot deel gemaakt door twee van de drie samenstellers, die bij het KIT werken. Het plaatjesboek bevat ook serieuze beschouwingen die het een en ander in hun context plaatsen. De derde auteur van deze gezamenlijke essays is de bekende Surinaamse journaliste en publiciste Chandra van Binnendijk. Het lijkt alsof de samenstellers met iedereen gesproken hebben die zich met deze beelden bemoeid heeft, en vooral met de schilders. De grootste aandacht gaat uit naar het kleinste verschijnsel, de schaafijskarren. Tegenwoordig zijn er nog een stuk of twintig, vroeger wel vier keer zoveel. Daar zijn de schilders het minst professioneel, soms zijn ze zelf ook de ijsverkoper en eigenaar van de schaafijskar. De eigen inbreng van de maker is bij de karren groter dan bij de bussen of muren. Het boek is wat nostalgisch: men betreurt het verdwijnen van deze individualiteit, ‘de ziel’ en maakt zich zorgen over digitalisering. Een schaafijswagen geheel gehuld in bedrijfsreclames wordt een zorgelijke ontwikkeling genoemd.

De samenstellers noemen het volkskunst. De schilders komen uit alle bevolkingsgroepen en hebben zelden een (kunst)opleiding afgemaakt. Talenten ontwikkelen zich in de praktijk; de schilders zien het als een ambacht en verdienen er soms een aardige boterham aan, wat met “vrije kunst” slecht mogelijk is. Op het hoogtepunt van hun bekendheid emigreren ze trouwens vaak. Afgezien van de plaatjes van al die verleidelijke jongedames spelen vrouwen, behalve als toeschouwers en mogelijke kopers, in deze bedrijfstak geen enkele rol van betekenis.

Om dit nou ‘volkskunst’ te noemen, het blijft reclame. Dat de opdrachtgevers bij hun propaganda de creativiteit bevorderen is niet hun doel. Deze opvatting van ‘volkskunst’ of ‘straatkunst’ is ook anders dan in veel andere landen omdat er, naar de mening van de auteurs, in Suriname vrijwel geen grafitti voorkomt. Met dat laatste ben ik het niet eens. Maar dat zal komen omdat ik dit soort onbetaalde, vaak kritische, berichten al zo lang interessant vind. Ik weet nog goed dat ik bij mijn eerste bezoek aan Suriname in september 1979 kon lezen: “Ontsla de bazen”. Dergelijke geschreven interventies in de openbare ruimte zijn er sindsdien volgens mij altijd wel geweest hoewel het bij hun aard hoort dat ze vaak snel verwijderd worden. Sommige blijven trouwens wél langer zitten. Ik ben benieuwd of er op de sokkel van het standbeeld van koningin Wilhelmina aan de Waterkant bij Fort Zeelandia nog steeds het woord “SHIT” te lezen valt.

Schaafijs & Wilde Bussen; Straatkunst in Suriname
Tammo Schuringa, Paul Faber en Chandra van Binnendijk
KIT Publishers – Amsterdam
ISBN 978-9460220548
158 bladzijden

[geschreven voor Oerdigitaal Vrouwenblad]

Moonshinebus gaat open

Op vrijdag 8 oktober presenteren de Surinaamse reclameschilder André Sontosoemarto en busschilder Ramon Bruyning in de Tolhuistuin in Amsterdam-Noord hun laatste werk. In de Hollandse nazomer maakte ze samen een kolossale schildering op een oude Duitse stadsbus. De schildering is een eerbetoon aan ‘moonshine’; zelfgestookte drank zoals die over de hele wereld gemaakt wordt, vaak illegaal. Alcohol was een van de eerste menselijke uitvindingen; net na de speer, maar ver voor het wiel ontwikkelde we al manieren om onszelf in roes te brengen. Als enige diersoort met een zelfbewustzijn hebben we blijkbaar een diepe behoefte om dat bewustzijn te manipuleren. De schildering is een eerbetoon aan jenever, palenka, slivovitsj, rakija, mescal en chacha, en al die andere kunstige drankjes in de wereld. Deze zullen zeker vloeien tijdens de opening van de bus. Meer info: klik hier.
In samenwerking met Partizan Publik.Waar: Tolhuistuin, Tolhuisweg 1, Amsterdam-Noord
Wanneer: vrijdag 8 oktober, aanvang: 19:30
Entree: gratis

.

Parboreclame in de Johan Adolf Pengelstraat/hoek Fajalobistraat (restaurant Bei Wei), geschilderd door een schildersploeg van André Sontosoemarto
Uit: Schaafijs en wilde bussen, © KIT Publishers
Fotograaf: Tammo Schuringa, 2009

Tammo Schuringa over Schaafijs en wilde bussen

Klik op de afbeelding voor een groter formaat

Expositie Schaafijs & wilde bussen

Opening expositie Schaafijs & wilde bussen: Straatkunst in Suriname

Vanaf de jaren zeventig ontwikkelde zich in Suriname, met name in de hoofdstad Paramaribo, een verrassende vorm van popular art. Op de particuliere ‘wilde’ bussen, en op schaafijskarretjes werden schilderingen en teksten aangebracht, gaandeweg met een steeds uitbundiger uitstraling.

In dezelfde periode maakten reclameschilders een vergelijkbare ontwikkeling door. Anno 2010 bloeien deze vormen van straatkunst in Paramaribo als nooit tevoren. Honderden bussen vormen een rijdende tentoonstelling met afbeeldingen van afro-amerikaanse en Indiase sterren, treinen, trompetten en fraai gekalligrafeerde teksten; schaafijskarren geven kleurige accenten in het straatbeeld en complete gebouwen worden ingepakt in enorme hyperrealistische reclameschilderingen.

Deze straatkunst groeit nog steeds, zowel in omvang als in kwaliteit, en begeeft zich op het grensgebied van autonome en toegepaste kunst. Het maakt Paramaribo tot een levend en inspirerend openluchtmuseum. In dit boek wordt de geschiedenis van de Surinaamse straatkunst gereconstrueerd en maakt u kennis met de belangrijkste makers. Maar bovenal geeft Schaafijs & wilde bussen een overdonderende visuele impressie van deze weinig bekende kunstexplosie.

De opening van de expositie in Nederland opv4 juni om 17:00 uur bij CBK Zuidoost, Anton de Komplein 120, Amsterdam.

CBK Zuidoost presenteert van 4 juni t/m 19 augustus 2010 werk van 13 meesters van de Surinaamse straatkunst (Winston van der Bok, Ramon Bruyning, Ray Daal, Manoodj Gangadin, Johnny Khodabaks, Nishar Khodabaks, Bietje Kramer, Amatsoedir Mohamadigsan, Dennis Riebeek, Hendry Singoredjo, Elvis Sim Sjoe, André Sontosoemarto en Lloyd Wolff).

De schilderijen worden aangevuld met fotocollages van straatbeelden uit Suriname, tekstborden met achtergrondinformatie en een film met interviews met diverse schilders.

Artists in residence: Kwakoe Zomerfestival

Ramon Bruyning en André Sontosoemarto zijn twee weekenden aan het werk te zien op het Kwakoe Zomerfestival;zaterdag 31 juli, zondag 1 augustus, zaterdag 7 en zondag 8 augustus.

Schaafijs en Wilde bussen is nog te zien in Heden Hier (Den Haag) van 11 september t/m 25 oktober en in CBK Rotterdam.

Boekgegevens
Titel: Schaafijs & wilde bussen. Straatkunst in Suriname
Auteurs: Tammo Schuringa, Paul Faber en Chandra van Binnendijk,
ISBN 978 94 6022 054 8
Paperback, 160 pagina’s, € 19,50
Uitgever: KIT Publishers
Verkrijgbaar in boekhandel, bij de uitgever en via internet.

 

Schaafijs en wilde bussen

Op 12 maart 2010 wordt in Suriname het boek Schaafijs en wilde bussen over straatkunst in Suriname gepresenteerd tijdens de opening van de gelijknamige tentoonstelling in Fort Nieuw Amsterdam. Deze tentoonstelling opent op 4 juni in Amsterdam, en reist tot december door Nederland.

.
Schaafijswagen van Sherwood van Axwijk, geschilderd door Ramon Bruyning. Fotograaf: Paul Faber, 2009
Vanaf de jaren zeventig ontwikkelde zich in Suriname, met name in hoofdstad Paramaribo, een verrassende vorm van informele schilderkunst. Op de particuliere wilde bussen en op schaafijskarretjes werden schilderingen en teksten aangebracht die steeds uitbundiger werden. Tegelijkertijd maakten reclameschilders een vergelijkbare groei door. Anno 2010 bloeien deze vormen van straatkunst als nooit tevoren. Honderden bussen vormen een rijdende tentoonstelling vol Afro-Amerikaanse muzikanten en Indiase filmsterren, treinen, trompetten en fraai gekalligrafeerde teksten. Schaafijskarren vormen kleurige driedimensionale kunstwerken in het straatbeeld, en complete gebouwen worden ingepakt in hyperrealistische reclameschilderingen. In dit boek wordt de geschiedenis van de Surinaamse straatkunst gereconstrueerd en maakt u kennis met de belangrijkste makers. Maar bovenal geeft Schaafijs en wilde bussen een overdonderende visuele impressie van deze weinig bekende kunstexplosie.
Auteurs
Chandra van Binnendijk is redacteur, woonachtig in Suriname en co-auteur van o.a. Twintig jaar beeldende kunst in Suriname. Paul Faber is conservator Afrika in het Tropenmuseum Amsterdam en auteur van o.a. Twintig jaar beeldende kunst in Suriname. Tammo Schuringa is docent aan de Gerrit Rietveld Academie, Amsterdam en initiator van dit project. De vormgeving van het boek is in handen van Sabine Verschueren.
Tentoonstellingen Suriname en Nederland
De tentoonstelling staat van 12 maart tot eind april in Fort Nieuw Amsterdam, Suriname. Daarna is de tentoonstelling te zien in Nederland, bij Centrum Beeldende Kunst Zuidoost te Amsterdam, van 4 juni t/m 21 augustus. Vervolgens in oktober in Heden, Den Haag en in CBK, Rotterdam in november/december.
Tijdens de tentoonstelling in CBK komen twee Surinaamse schilders naar Nederland voor een artist-in-residenceprogramma.
.

Duoschildering: John Abraham & Bipasha Basu, schildering door Nishar Khodabaks Fotograaf: Tammo Schuringa, 2007

Chandra van Binnendijk, Paul Faber, Tammo Schuringa, Schaafijs en wilde bussen.
ISBN 9789460220548. € 19,50. Uitgegeven door KIT Publishers in samenwerking met CBK
Verkrijgbaar in boekhandel, of bij de uitgever KIT Publishers.

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter