blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Sandie Elviera

Na Nadia Raveles, nu ook Benjamin Mitrasingh overleden

De cultuurwereld is in enkele dagen twee cultuurmensen kwijt. Archeoloog en kunsthistoricus Benjamin Mitrasingh is vanochtend in het Academisch Ziekenhuis overleden. De voormalige directeur van het ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling is 75 jaar geworden. Ook cultuurkenner Nadia Raveles is niet meer. Zij is op zondag, 30 juni, overleden op 68-jarige leeftijd. read on…

Presentatie A Nyame in bomvol Unique

Paramaribo – “Ik had niet zoveel mensen verwacht,” zegt schrijver Julien Zaalman verheugd. De zaal in Unique was vrijdagavond bomvol bij de presentatie van zijn zesde pennenvrucht A Nyame, een uiteenzetting van de Winti-leer. In plaats van de 50 verwachte mensen, kwamen er ongeveer 150 mensen opdagen.“Ik heb voor meer dan SRD 3500 aan boeken verkocht, dat is voor mij het bewijs dat mijn levenswerk steeds meer ingang vindt,” meent Zaalman tevreden.

 

Enkele attributen die worden gebruikt tijdens een genezingsritueel in de wintireligie.
Foto @ Claudio Barker

Durf

Langzaam druppelt Unique vol. De dames van stichting Tata Kwasi ku Tata Tinsensi – waarvan Zaalman de voorzitter is – en panelleden zijn druk in de weer. Allen zijn te herkennen aan de ‘alakondre pangi’ die ze aanhebben. Precies om zeven uur start het programma met het volkslied. Achtereenvolgens komen Ismene Krishnadath, voorzitter van de schrijversgroep ’77 en Elviera Sandie, voorzitter van de commissie 2011 jaar van Afrikanen in Diaspora aan het woord. Krishnadath heeft het over de plaats, die het werk van Zaalman inneemt in de hedendaagse Surinaamse literatuur. “Zaalman schreef in 2002 zijn eerste spirituele roman getiteld August een Bonuman in de moderne Surinaamse literatuur. Krishnadath noemt een paar van Zaalman zijn boeken en de invloed die zij hebben gehad in Suriname. “Met zijn boeken haalt hij winti uit de taboesfeer en emancipeert daardoor de wintireligie. Ook start hij daardoor een brede maatschappelijke discussie over dit onderwerp.” Sandie vindt het boek een bijzondere prestatie. “Je moet durf hebben om dit te doen en ga zo door,” geeft zij als boodschap mee.

Reafrikanisering
Na de zang en dichtkunsten van kunstenaar Djinti is de zaal intussen volgelopen en volgen schrijver France Olivieira, theoloog Hesdy Zamuel en socioloog Harold Jap-A-Joe elkaar op. Allen becommentariëren het boek A Nyame vanuit hun discipline. Zamuel ziet het boek als een basis religieuze tekst die nader bestudering behoeft, omdat die zoals elke religieuze tekst paradoxen bevat. “Bij die analyse zouden de volgende vragen gesteld kunnen worden. Waar komt deze openbaring vandaan? In hoeverre is A Nyame te vergelijken met Brahma, of Akara met Atman in het hindoeïsme?”, vraagt Zamuel zich af. Hij meent verder dat de diverse elementen in het boek, winti verheffen tot een volwaardige dialoogpartner in de rij van godsdiensten en levensbeschouwingen in de wereld. Jap A Joe schets een sociologisch kader waarin het boek geplaatst kan worden. “Zaalman probeert met dit boek mijn inziens, winti te reafrikaniseren. Terwijl als ik beelden zie van de organisatie Fiti Fu Wini, dan zie ik dat zij het proberen te verchristelijken,” vertelt Jap A Joe. De socioloog legt uit dat reafrikanisering een uitdaging is want, van welk Afrika ga je uit? “Afrika van toen of Afrika van nu?”

Vragen
Na de presentatie was er tijd voor enkele vragen. Helaas is dat gedeelte vanwege gebrek aan tijd ingekort. “Dat vind ik jammer,” meent bezoekster Sherron Rodgers. “Je ziet dat mensen op zoek zijn naar antwoorden en dit soort gelegenheden lenen zich goed daarvoor.” Ook Charissa had wat vragen. “Ik vind dit zo geweldig en ik zit nu met zoveel vragen.” Rinaldo vond de avond leerrijk, maar de presentatie van Zamuel zware kost. “Maar juist daarom ga ik het boek kopen. Het is op een hoog niveau geschreven en ik ga rustig lezen om het te begrijpen.” Zowel Sherron als Rinaldo meent dat de uitgave van zo’n boek een bewonderenswaardig initiatief is van Zaalman. De auteur had dan ook de handen vol aan het signeren van zijn boek.

[uit de Ware Tijd, 16/04/2012]

Tak’ Tangi van Naks

Paramaribo – De organisatie Naks vierde gisteren voor de dertiende keer haar Tak’ Tangi in Fort Zeelandia. Bezoekers en leden van de organisatie, uitgedost in verschillende kleurrijke koto’s, kwamen gisteren tezamen voor de viering. Het doel van de Naks Tak’Tangi is om dank te brengen aan de voorouders die lang hebben gestreden om de slavernij af te schaffen. Ook dit jaar bestond de Tak’Tangi van Naks uit een plengoffer, een lezing door Hans Breeveld, zang, dans en dichtkunst.

Nadat het plengoffer door de groep Okobua was geschied, volgden er diverse speeches . Volgens Elviera Sandie roept het thema ‘Na yari fu Afrikansma Kulturu’ op tot versterking van samenwerking tussen de overheid en het bedrijfsleven. “Het geloof in eigen kunnen moet gestimuleerd worden en onze jongeren moeten wij weer in de schoolbanken zien te krijgen”, somt Sandie enkele doelstellingen op. Zodoende kan volgens haar een zekere mate van vernieuwing en verandering teweeg worden gebracht; daarna pas kan het land in ontwikkeling worden gebracht. Naks-voorzitter Siegmien Staphorst begon haar speech niet alvorens zij haar dank had uitgesproken aan diegenen die zijn voorgegaan. Ook zij gaf aan voorstander te zijn van een samenwerkingsverband tussen alle Afro-Surinaamse organisaties.



Deze jongerengroep van Naks bracht zang en dans ten gehore. (Foto: @ Claudio Barker)

Staphorst vindt het belangrijk dat de goede voorbeelden van deze belangrijke figuren worden nagevolgd. “Het lijkt soms alsof Afro- Surinaamse organisaties niet samenwerken, maar dat is het niet. Dat de winticultuur nu erkend zal worden is al een teken van een zekere samenwerking”, stelt Staphorst. Volgens haar gebeurt die samenwerking echter niet altijd zichtbaar. Volgens Hans Breeveld is het zeer belangrijk even terug te blikken naar wat de plus en minpunten zijn geweest. “Wi no mus du sani fra fra, maar ef’ wi wan gi grani na wan sani, dan wi mus du sani na tap wan frantwortu fasi”, zegt Breeveld, die zijn lezing in het Sranan gaf. Ook hij vindt samenwerking een machtig wapen voor vooruitgang. “De historie heeft genoeg scheiding gebracht tussen Afro-Surinamers, maar wij moeten nu ‘bruggen en wegen’ zien te creëren om elkaar beter te bereiken. Zo kunnen wij van elkaar leren.” Verder volgden er nog diverse dans- en zangoptredens van de verschillende groepen die verbonden zijn aan Naks. Naks is de oudste Afrikaans-Surinaamse organisatie en bestaat in mei 2012 65 jaar.

[uit de Ware Tijd, 02/07/2011]

Johanna Schouten-Elsenhout, ontrafeld door Eddy van der Hilst

door Christine Samsom

 

Op 8 maart jongstleden, de 100ste viering van de Internationale Dag van de Vrouw, werd in het perkje vóór het CCS-gebouw aan de Henck Arron-/Gravenstraat in Paramaribo een zogenaamd kopbeeld onthuld van onze bijzondere dichteres Johanna Schouten-Elsenhout (11-07-1910 – 23-07-1992), gemaakt door schilder/beeldhouwer Erwin de Vries. Direct nadat de prachtige mamio die het beeld bedekte, was verwijderd door voorzitter Eline Graanoogst van de Nationale Vrouwen Beweging (NVB) als initiatiefnemer, directeur Otto Ezechiëls van de Centrale Bank (CB) namens de sponsor, een achterkleindochter van de dichteres en de kunstenaar, ontstond er enige dyugudyugu rond Eddy van der Hilst en de wijze neerlandicus Hein Eersel. Oei, de spelling van het Sranan op de sokkel….! De fouten daarin maakten Eddy boos, nee, woedend! Maar dat was dan ook het enige minpuntje in het overigens gesmeerd verlopen programma dat aan de onthulling vooraf ging. Toespraken van de historica Mildred Caprino, de directeur van het CCS, Elviera Sandie, en de directeur van de NVB, Eugenia Velland-Uiterloo, werden op voortreffelijke wijze afgewisseld door gedichten van tante Jo: het prachtige ‘Mi Dren’, op muziek gezet door Romeo Kotzebue, gezongen door An Hensen, een ander gedicht gezongen door sisa Lisibeti Peroti die zichzelf begeleidde op een vingerpiano(otje), een voordracht door Celestine Raalte, alles aan elkaar geregen door Sieglien Spier. Sponsoring van kunst staat bij de CB hoog aangeschreven en met de financiering van het kopbeeld, werden volgens de heer Ezechiëls, de enige man die voor het voetlicht trad, dus twee vliegen in één klap geslagen: dichtkunst en beeldende kunst. Waarom werd gekozen voor 8 maart om het beeld te onthullen? De directeur van de NVB legde dat haarfijn uit: 8 maart is een strijddag: Zoals vrouwen 100 jaar geleden al streden voor hun rechten, een strijd die overigens nog lang niet voltooid is (we hoeven alleen maar te kijken naar het aantal vrouwen in DNA), zo streed Johanna Schouten-Elsenhout voor erkenning van het Sranan en van de afro-Surinaamse cultuur. Vorig jaar werd haar 100ste geboortedag herdacht en nu was ook de viering van 8 maart 100 jaar oud.

 

.

 

 

De onthulling van het kopbeeld van Johanna Schouten-Elsenhout is verricht door directeur van de Centrale bank van Suriname, Otto Ezechiels, voorzitter van de Nationale Vrouwen Beweging, Eline Graanoogst, een achterkleindochter van Schouten en de beeldende kunstenaar Erwin de Vries. Het kopbeeld is prominent geplaatst voor de Eddy Wessel gehoorzaal aan de Henk Arronstraat. (Foto: @ Claudio Barker)

 

 Als er iemand is in Sranan die diep is doorgedrongen in de poëzie van Johanna Schouten-Elsenhout, dan is het Eddy van der Hilst wel, de grote man achter Sranan Akademya. Dat blijkt weer uit de publicatie van de brochure Close Reading van het gedicht “Winti” van J. Schouten-Elsenhout, een uitgave van de Henri Frans de Ziel Stichting, waarmee de Trefossa-lezing 2010, door Eddy van der Hilst op 15 januari 2010 gehouden, in druk is verschenen. De Stichting wil met de uitgave ‘bijdragen aan de vergroting van de toegang tot kennis van de Surinaamse literatuur’. Eddy publiceert al jaren op dit gebied. Hij studeerde linguïstiek bij Prof. Jan Voorhoeve in Leiden, Nederland, met wie hij de grote voorraad odo’s die Johanna had verzameld, ordende en in 1974 uitgaf onder de titel Sranan Pangi bij Bureau Volkslektuur: ‘Foe gi frantwortoe’. Toen werd de ‘u’ nog als ‘oe’ geschreven en djari in plaats van dyari. Hij was lid van de spellingscommissie die in 1984 werd ingesteld om de regering te adviseren ten aanzien van de spelling van het Sranan volgens moderne inzichten. In 1986 werd de spelling per resolutie vastgelegd. In dat kader verzorgde hij de t.v.-cursus Skrifi Sranantongo bun, leysi en bun tu die later ook in boekvorm verscheen (1988). Verder werd hem door het RK-bisdom gevraagd om samen met pater Roest een vertaling te maken van de bijbellezingen (Leysipisi fu den sonde nanga fesadey). In 1997 verscheen een nieuwe bijbelvertaling in het Sranan en voor de Ahmadiya moslims vertaalde hij Kor’anverzen. Als geboren docent geeft hij nu les aan de Schrijversvakschool (en ik spreek hier uit ervaring) en is hij bezig aan een grammaticaboek voor niet-Sranan sprekers. Aan wie is de uitleg van het gedicht ‘Winti’ dan ook beter toevertrouwd dan aan Eddy van der Hilst? Na het gedicht enkele keren te hebben voorgelezen en eventueel onbekende woorden te hebben verklaard, maakt hij, omdat de dichteres geen hoofdletters, komma´s en punten heeft geplaatst, een verdeling in 4 zinnen met een onderverdeling in hoofd- en bijzinnen. De 3 eerste zinnen beschrijven elk een situatie, de laatste zin een wens die te maken heeft met die 3 situaties. Dit maakt het lezen direct veel makkelijker. Elke zin wordt nu uitgebreid behandeld wat de inhoud betreft. En dan blijkt pas, hoe belangrijk het gebruik van elk woord is, ook lidwoorden, hulpwerkwoorden. We deinen vanaf Braamspunt (Branspen) zachtjes mee op de golfjes (plana), die slaapverwekkend (dyonko) klotsen tegen de oever bij de Marinetrap (Matros´broki). Maar middenin de rivier wacht ons een gevaarlijke draaikolk die ons meesleurt, de diepte in. Woorden als Gebre en dyodyo verwijzen naar de Winticultuur en daarmee naar een diep probleem in de Surinaamse samenleving. Het is de natie, the spirit of the nation, die vanuit Nederland (sewinti) in slaap is gesust ten koste van het gevoel van eigenwaarde. De dichteres heeft de overtuiging, uitgedrukt in de wens ´mi winsi wan nyun dey opo fesi´, dat een nieuwe dag aanbreekt, waarin het zelfrespect opbloeit. Het gedicht werd geschreven in de 60-ger jaren van de vorige eeuw, waarin ons een paradijselijk Suriname werd voorgehouden dankzij veel geld uit Nederland, ten koste van ons zelfrespect. Eddy eindigt dan ook met ons de vraag voor te houden, waar de titel Winti op slaat: Is het de winti die Suriname uit onderworpenheid danst voor de (ex-)koloniale heerser of is het de winti, ´de razernij …..die zou moeten uitbreken tegen deze vernederende onderwerping´.

 

Ik heb deze Close Reading met ontroering gelezen, niet alleen omdat ik er veel van geleerd heb als het gaat om de diepere betekenis van het Sranan, maar vooral ook omdat de uitleg zoals Eddy die geeft, effect zal moeten hebben op het volk van dit dierbare land, effect dat Johanna volgens hem zo vurig wenste.

De IFLA-conferentie: netwerken op het internationale bibliotheekforum

(Hierboven: drie vertalingen uit het Zweeds door Corly Verlooghen)

 

door Elviera Sandie & Jane Smith

Het was een aangename eerste kennismaking van Suriname met de internationale bibliotheekwereld tijdens de 76ste conferentie van IFLA, the International Federation of Library Associations and Institutions. Een onafhankelijke niet-gouvernementele organisatie, die zich inzet voor de belangen van bibliotheek- en informatie-instellingen en haar gebruikers. De IFLA bestaat al 80 jaar en vertegenwoordigt ruim 500.000 bibliotheek- en informatiedeskundigen uit 150 landen.

Het Cultureel Centrum Suriname (CCS) is als enige Surinaamse organisatie sinds 1996 lid van de IFLA. Dit dankzij ondersteuning van de Vereniging van Openbare Bibliotheken (VOB) in Nederland, die steeds garant heeft gestaan voor betaling van de jaarlijkse contributie. Enkele professionals op het gebied van informatie in Suriname hebben een persoonlijk lidmaatschap.

Jane Smith en Elviera Sandie, directeur van respectievelijk de Universiteitsbibliotheek en het CCS, hebben ons land vertegenwoordigd op deze conferentie van 10-15 augustus in Göteborg, Zweden. Het thema van dit jaar was ‘Open access to knowledge, promoting sustainable progress’. De IFLA vindt het belangrijk dat iedereen tot waarachtige beleving van de vrijheid van meningsuiting komt, waarbij ze speciale aandacht heeft voor mensen met een beperking. Openbare faciliteiten zouden meer toegankelijk moeten worden gemaakt, waardoor iedereen kan interacteren.

De IFLA in detail

IFLA heeft een aantal kernactiviteiten ontwikkeld om zijn professionele werk uit te zetten, waarbij 55 secties en Special Interest Groups (SIG’s) zijn gestructureerd in 5 hoofdgroepen, namelijk: bibliotheektype, bibliotheekcollectie, bibliotheekdiensten, professionele ondersteuning en regio’s. Vier keer per jaar wordt het IFLA-informatiebulletin uitgegeven, waarbij de nieuwste ontwikkelingen binnen de organisatie worden belicht, alsook diverse artikelen worden gepubliceerd over een breed scala van onderwerpen. Het IFLA-hoofdkantoor is sinds 1971 gehuisvest in Den Haag/Nederland en de operationele activiteiten worden uitgezet via drie regionale kantoren: voor Afrika in Pretoria/Zuid-Afrika, voor Azië & Oceanië in Singapore en voor Latijns-Amerika en het Caraïbisch Gebied in Rio de Janeiro/Brazilië.

Verder biedt de IFLA een forum aan informatieprofessionals om kennis uit te wisselen, alsook internationale samenwerking, onderzoek en ontwikkeling op het gebied van bibliotheek- en informatiediensten te realiseren. Dit gebeurt middels workshops, seminars en trainingen. De IFLA wordt gefinancierd door verschillende organisaties en instituten, in het bijzonder nationale bibliotheken. IFLA-leden hebben tevens toegang tot grants gericht op institutionele versterking, alsook projectmatige financiering van hun ontwikkeling. Zo wordt er op jaarbasis een Access to Learning Award toegekend van US$. 1.000.000,- door de Bill en Melinda Gates foundation, speciaal gericht op het toegankelijk maken van computer- en internetfaciliteiten voor de gemeenschap via de openbare bibliotheek. Dit jaar is deze award toegekend aan een kleine openbare bibliotheek in Griekenland, die zich op bijzondere wijze inzet voor leesbevordering en computer/internetdiensten aan de gemeenschap, voornamelijk seniore burgers.

De CCS-bibliotheek heeft in 2009, dankzij financiering van de IDB, in zeven marron- en inheemse dorpen computertrainingen verzorgd aan ruim 700 jongeren in de leeftijd van 15 tot 25 jaar. Op grond van deze ervaring en het succes, kan het CCS in 2011 een projectvoorstel indienen bij de Bill en Melinda Gates foundation. Verder voert IFLA het Building Strong Library Associations-programma uit, dat erop gericht is capaciteitsversterking en duurzame bibliotheekontwikkeling te verwezenlijken. Zowel het CCS als de Universiteitsbibliotheek kunnen projecten indienen ter financiering door dit programma. Een andere uitdaging in dit kader is een actievere rol van zowel het CCS als de Universiteitsbibliotheek in verschillende commissies van de IFLA, in het bijzonder binnen de sectie van Latijns- Amerika en het Caraïbisch Gebied.

De conferentie

De Surinaamse delegatie heeft, dankzij een grant van onder andere NBD-Biblion (Nederland), tijdens deze conferentie goed kunnen netwerken met ruim 3500 collega’s uit alle werelddelen. Het programma was heel lijvig en divers, en werd afgewerkt tussen 8 en 19 uur. Naast de ruim 160 presentaties, vond er een grote expositie plaats met 80 boots en 150 poster presentaties. Hierbij werden nieuwe ontwikkelingen gepresenteerd alsook verslag gedaan van lopende projecten en activiteiten. Er zijn ook 14 satellietmeetings gehouden, terwijl zo’n 30 bibliotheken in Gotenburg gelegenheid hebben geboden voor veldbezoeken. Het hoogtepunt van elke IFLA-conferentie is de Algemene Leden Vergadering, die dit jaar onder meer heeft geresulteerd in de implementatie van het strategisch plan 2010-2015, terwijl tevens het IFLA-lidmaatschap enigszins werd aangepast. De keynote speech van Jan Eliasson (Zweedse diplomaat en president van de 60ste Algemene Vergadering van de Verenigde Naties) tijdens de openingsceremonie was bijzonder. Op grond van zijn ervaringen benadrukte hij de grote betekenis van de toegang tot kennis voor wereldvrede. De speciale attractie, een replica van de populaire Zweedse popgroep ABBA, was een spetterend eind van een vruchtbare conferentie.

Meer informatie over de IFLA is te vinden op www.ifla.org

[ontleend aan De Ware Tijd Literair, 16/10/2010]

Een Operagebouw aan Paramaribo’s waterkant?

door Rolf van der Marck

 

Dat dit de ultieme droom is van de Nederlandse sopraan en zangpedagoge Dieuwke Aalbers, die zojuist voor de tweede maal in Paramaribo is geweest met haar ‘missie’ om Surinaams zangtalent techniek en achtergrond te leren, leerde ons een artikel in de Ware Tijd van een dezer dagen.

Het is de tweede maal dat de zangpedagoge samen met de Surinaamse Nel Dahlberg leerlingen onderricht. “We startten het concept in 2009. Nel Dahlberg vroeg me om haar te ondersteunen, omdat ik aan het conservatorium heb gestudeerd. Maar liefst 140 mensen wilden de cursus volgen. Nel en ik hebben vervolgens via audities de beste zangers gekozen”, legt Aalbers uit. Dit jaar heeft de sopraan met dezelfde mensen gewerkt. Ze bouwt voort op wat ze hen al heeft aangeleerd. Dat bestaat uit notenleer, de geschiedenis van de artiesten en stemtechnieken.

Tekort aan muziekspecialisten
Volgens Elviera Sandie, directeur van het Cultureel Centrum Suriname (CCS), is het nodig dat deskundigen vanuit het buitenland naar Suriname komen. “Er is een tekort aan muziekspecialisten in Suriname. Mensen die het wel geleerd hebben blijven in eigen land, terwijl juist zíj kennis aan jongeren moeten overdragen”, aldus de directeur. Ook volgens Aalbers heeft Suriname behoefte aan geschoolde muziekleerkrachten.”Er is een gebrek aan leerkrachten die op een conservatorium hebben gestudeerd en die ook op een podium hebben gestaan. Als je nog nooit voor een groot publiek hebt gezongen, kun je die belangrijke kennis niet aan je leerlingen overbrengen. Verder zou men ook over de geschiedenis van de artiest moeten vertellen. Sommigen kennen niet eens de naam Mozart, laat staan zijn levensverhaal.”

Dieuwke Aalbers met haar Surinaamse leerlingen, 2010, foto @ de Ware Tijd

De Effendi Ketwaru Volksmuziekschool van het Cultureel Centrum Suriname (CCS) en Dieuwke Aalbers willen er geen afzonderlijke projecten van maken, maar zij willen zorgen voor continuïteit. “Het is belangrijk dat de mensen blijven groeien. Daarom wil ik ze ook blijven volgen. Eenmaal ik terug ben in Nederland kunnen ze me e-mailen (info@dieuwkeaalbers.nl) voor tips. En eind november kom ik terug”, vertelt Dieuwke Aalbers. “Surinamers zijn immers erg muzikaal, ik wil er veel meer uit halen. Mijn ultieme droom is om een mooi operagebouw te bouwen langs de waterkant. Waarom zou dat hier niet kunnen?”

Nog een lange weg te gaan
Bepaald een mooie droom, maar er zal nog héél veel water door de Surinamerivier stromen alvorens dit ooit realiteit zou kunnen worden. Haar inspanningen en die van Nel Dahlberg, respectievelijk de Effendi Ketwaru Volksmuziekschool, verdienen bewondering en aanmoediging, maar het is nog slechts een druppel op de gloeiende plaat. De Surinamers zijn zeker muzikaal, zo ontstond er er in het spoor van de in Paramaribo geldende (Europese) muziektraditie, voor een belangrijk deel door de inzet van de Herrnhutter zendelingen in Suriname, de Evangelische Broeder Gemeenschap Suriname (EBGS), vanaf de tweede helft van de 19e eeuw een klassieke muziektraditie die was gestoeld op de Europese klassieken, al dan niet gelardeerd met Surinaamse ingrediënten. Hierbij zijn namen te noemen als die van Helstone, Ketwaru, Dahlberg, Mühringen, Nelom, Snijders, en anderen.

Muziek van de zoutwaternegers
Het waren de paters en fraters die, zij het gebrekkig, de muziek- geschiedenis schreven van de Surinaamse indianen en van de uit Afrika geïmporteerde slaven die zij zoutwaternegers noemden. Aan de muziek van de creolen met een scheutje blank bloed, en van de Hindoestanen die na de afschaffing van de slavernij in 1863 als contractarbeiders uit India naar Suriname waren gereisd gingen zij geheel voorbij. “Alleen authentiek is interessant”, dat vond muziekvorser Herskovits die omstreeks 1930 een reeks beschrijvingen, teksten en transcripties van bosnegermuziek produceerde. De als heidens te boek staande winti-muziek kwam natuurlijk absoluut ‘nicht im Frage’. Complex verweven ritmes, meerstemmige zang en bijbehorende rituele dansen trof hij aan, dit alles naar Westafrikaans recept. Over de lichtvoetiger kawina-drumensembles repte hij niet, de feestmuziek kaseko moest nog worden uitgevonden maar zou evenmin zijn waardering hebben weggedragen.

Omstreeks 1800 waren er al negerorkesten die bestonden uit vrijverklaarde slaven. Zij speelden walsen en polka’s, salonmuziek voor de baas, maar langzamerhand pasten zij die aan hun eigen smaak aan, de stijl werd wat ritmischer. Hun vertrouwdheid met Europees repertoire en instrumenten kwam deze muzikanten goed van pas toen in 1825 de Militaire Kapel werd opgericht.

Monument voor Johannes Nicolaas Helstone op het Kerkplein, Paramaribo

De invloed van de Christelijke kerkmuziek
Christelijke kerkmuziek betekende voor velen een intensieve kennismaking met een Europese muziekopvatting. Vooral de Duitse Herrnhutters hadden veel succes, zij leerden hun bekeerlingen psalmen en gezangen, het Wilhelmus en andere vaderlandslievende liederen waaronder het onvermijdelijke Wien Neêrlands bloed. Het was wel even wennen, het tempo van de Surinamers lag al snel een stuk hoger dan de Duitsers graag hadden gezien. Kerkorganisten konden dan ook bogen op een brede achtergrond. Zoals Rudolf Adamson, hij begon als drummer bij een jazzband, zijn favoriete genres waren swing en ragtime. Als vijftienjarige zong hij in een jeugdkoor, daarna leerde hij orgel spelen, ritmisch en up-tempo. Ook het voorspel paste hij aan, geen partita’s en fuga’s maar eenvoudige aria’s, pakkende melodieën die de mensen kunnen meeneuriën. “En welke Surinamer kan dat bij Bach of Händel?”, vroeg Adamson zich af.

Het Surinaams Philharmonisch Orkest
Eind jaren veertig richtte Eddy Wessels in Suriname het Philharmonisch Orkest op dat werd bemand met musici uit de militaire kapel en andere ‘handige’ muzikanten die bijvoorbeeld ervaring hadden opgedaan met het begeleiden van stomme films. De vroegere bron van goede muzikanten, de Militaire Kapel, was inmiddels opgedroogd. Pas toen bij een belangrijke beëdiging de plaat met het Wilhelmus bleef ‘hangen’ werd het miltaire orkest opnieuw opgericht. Het Philharmonisch speelde pianoconcerten en symfonieën van Beethoven, de celloconcerten van Saint Saëns, concerten van Mozart, Les Préludes van Liszt voor een publiek van beter gesitueerde burgers in Paramaribo. Gaandeweg ontstond er nieuw repertoire doordat de vier Eddy’s, Mühringen, Snijders, Vervuurt en Wessels, nieuwe stukken schreven, hetzij in een strikt Europees idioom, hetzij op basis van Surinaamse volksmuziek.

Met het overlijden van dirigent Wessels ging ook het Surinaams Philharmonisch Orkest ter ziele, alleen drie blaaskapellen bleven over: de Militaire Kapel, de Politiekapel en Harmonie De Trekkers. Naast Europees en Amerikaans repertoire voor plechtige gelegenheden spelen zij volksliedjes in bewerkingen van de Surinaamse componisten.

Na het wegvallen van het Philharmonisch en het wegkwijnen van de Volksmuziekschool, is het Surinaamse muziekleven min of meer in slaap gedommeld, van een ‘klassiek’ repertoire is helaas nog maar nauwelijks sprake, alleen de populaire muziek mag zich verheugen in een blijvende belangstelling. De opkomst van de brassbands moet daarbij zeker worden genoemd en –niet te vergeten– de gospelkoren als gevolg van de enorme groei van de Volle Evangelie gemeenten. Maar behalve dat er geen orkesten meer zijn, zijn er ook geen ‘rolmodellen’ meer, zoals de hierboven genoemde Surinaamse ‘klassieke’ musici.

Monument voor Eddy Snijders tegenover Fort Zeelandia, Paramaribo

Taak voor het Directoraat Cultuur
Het is duidelijk dat hier een taak ligt voor het Directoraat Cultuur van het Ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling (Minov). Daar zouden plannen moeten worden ontwikkeld voor muziekeducatie in Suriname, om te beginnen met een curriculum dat kan worden gehanteerd op de lagere en middelbare scholen. Ook zou door het Directoraat Cultuur moeten worden toegewerkt naar een samengaan van de inmiddels herboren Volksmuziekschool Suriname en de Effendi Ketwaru Volksmuziekschool van het CCS, want dat is niet alleen een ongewenste versnippering van krachten, maar bovendien is Suriname (Paramaribo) gewoon te klein voor twee muziekscholen. Samenvoeging geeft dan wellicht ook uitzicht op een uit leerlingen geformeerd orkest, waarmee een oude traditie weer kan worden opgepakt, dit naar het voorbeeld van het door Eddy Snijders geformeerde en jarenlang geleide zeer succesvolle Jeugdorkest. Eerst als een en ander goed van de grond is gekomen kan er sprale zijn van muziekeducatie in Suriname, en nóg veel langer daarna (misschien) van een Operagebouw aan de waterkant van Paramaribo.

[Dit artikel is gelijktijdig gepubliceerd op wwwsurinamestemt.com]

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter