blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Samson René

In memoriam René Samson

Op vrijdag 5 juli j.l. is totaal onverwachts in Amsterdam overleden de componist René Samson. Hij is ‘na een val van zijn fiets niet meer opgestaan’, zo laten zijn naasten in een overlijdensbericht weten, ‘en laat ons in verbijstering achter’. Hij is 71 jaar oud geworden. In opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren schreef hij in 2013 Kultuurtuin Kawina. read on…

Kameropera René Samson in première

De Surinaams-Nederlandse componist René Samson schreef een opera, die nu in een bezetting als kameropera, op 4 mei zijn première zal beloeven en vervolgens nog drie maal zal worden opgevoerd in de Amsterdamse Uilenburger syngagoge.
Het Ware Geweld is een opera over politieke verleiding en verzet. Een land is in chaos en ontreddering. Een nieuwe partij met een krachtige leider biedt een makkelijke en aantrekkelijke uitweg. Waar dat toe leidt, beleven we aan de hand van het relaas van twee mannen die aanvankelijk allebei medestanders van de partij zijn. De een wordt steeds fanatieker, de ander gaat twijfelen en pleegt uiteindelijk een aanslag op de leider. Zij komen tegenover elkaar te staan als rechter en beklaagde. Na het doodvonnis en de executie van de laatste, vragen we ons vertwijfeld af, hoe wij zouden hebben gehandeld.
Het Ware Geweld daagt toeschouwers uit keuzes te maken in tijden van politieke chaos. Persoonlijke ervaringen van librettist Olaf Mulder als kind, bronnenonderzoek en ontroerende gesprekken met overlevenden in Duitsland vormen de basis van het libretto. Componist René Samson heeft spannende muziek gecomponeerd, soms verleidelijk, soms onheilspellend, in lijn met het dramatische gegeven.
René Samson
Foto © Jean van Lingen

 

Het Ware Geweld wordt semi-scenisch en als kameropera opgevoerd door:
Marijke Beversluis, regie en spel
Een instrumentaal ensemble, bestaande uit:
Gerben Houba, tenor
Jacobien Rozemond, viool
Michel Poels, bariton
Doris Hochscheid, cello
Frans van Ruth, piano
Niels Meliefste, slagwerk
Instudering: Henry Kelder
Voorstellingen in de Uilenburger Synagoge, Nieuwe Uilenburgerstraat 91 in Amsterdam, op
Zondag 4 mei in het kader van Theater Na De Dam, om 21.00 uur
Zondag 11 mei, matinee, om 15.00 uur
Maandag 12 mei in het kader van de Leo Smit Stichting, om 20.15 uur
Woensdag 14 mei om 20.15 uur
Een gefilmd vraaggesprek met Nelleke Noordervliet vormt de basis voor een facultatieve nabespreking.
Kaarten à € 20,00 te bestellen via website: www.operahetwaregeweld.nl
of vóór aanvang aan de zaal.
Er zijn enkel nog kaarten beschikbaar voor maandag 12 mei!!
Scène uit Cultuurtuin kawina van René Samson op teksten van Slory en Ashetu
bij de lustrumviering van de Werkgroep Caraïbische Letteren. Foto © Jean van Lingen

René Samson
René Samson (1948) stamt uit een oude Surinaams-Joodse familie waarin hij opgroeide tussen muziek (klassiek en jazz), dans, toneel en literatuur. Hij studeerde scheikunde en was vele jaren werkzaam als chemicus. Hij bleef wel actief musiceren: als fluitist had hij les van Hans van de Weyer en Eleonore Pameijer en speelde hij in verschillende orkesten. Op zijn veertigste begon hij te componeren. Daartoe nam hij lessen bij Leo Samama en Klaas de Vries. Vanaf 1998 wordt zijn werk regelmatig uitgevoerd. Hij ontving in 2013 een opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren bij gelegenheid van het eerste lustrum van de Werkgroep.

Olaf Mulder
Olaf Mulder houdt zich vanaf 1995 bezig met muziektheater als librettist en dramaturg. Zijn opleiding als psychoanalyticus vormt hierbij de basis van zijn werk. Naast het ontwerpen van originele libretti, bewerkte hij oratoria tot opera’s en klassieke opera’s tot eigentijds muziektheater. Hij werkt als dramaturg samen met verschillende regisseurs. Daarbij schrijft hij vertalingen, dramaturgische verhandelingen en teksten in proza en poëzie.

Jaarverslag 2012-2013

Jaarverslag Werkgroep Caraïbische Letteren Verenigingsjaar 2012-2013

Het bestuur van de werkgroep Caraïbische Letteren bestond aan het begin van het verenigingsjaar uit Peter Meel (voorzitter), Igma van Putte-de Windt (vice-voorzitter), Kirsten Dorrestijn (secretaris), Michiel van Kempen (penningmeester) en de leden Carl Haarnack, Paulette Smit, Noraly Beyer en Matthijs Ponte.
In de loop van het jaar vond een tweetal wisselingen plaats. Aart Broek kwam de werkgroep versterken en nam de functie van penningmeester van Michiel van Kempen over. De laatste bleef aan als lid. In de korte periode dat hij aanzit als penningmeester heeft de werkgroep al ruimhartig mogen profiteren van de deskundigheid van Aart Broek.
Kirsten Dorrestijn nam onder dankzegging afscheid van de werkgroep. Gedurende een aantal jaren verzorgde zij tot volle tevredenheid van het bestuur het secretariaat van de werkgroep. In de vacature die zij heeft achtergelaten, is nog niet voorzien. Het secretariaat werd sinds haar vertrek bij toerbeurt door leden van het bestuur waargenomen.

Het bestuur kwam in het verslagjaar vier maal bijeen om activiteiten voor te bereiden: op 14 januari 2013, 19 augustus 2013, 23 september 2013 en 21 november 2013. De meeste aandacht ging tijdens deze vergaderingen uit naar de organisatie van de vijfde letterendag (zie hieronder). In het bijzonder de financiering en logistiek van deze ambitieuze onderneming eisten veel van het bestuur. Los van de plenaire bijeenkomsten vergaderde het bestuur regelmatig en petit comité met derden.

 

Cola Debrot als student

Cola Debrot

Belangrijkste activiteiten

De derde Cola Debrotlezing werd op 21 juni 2013 in de Openbare Bibliotheek Amsterdam uitgesproken door dichter, schrijver en forensisch psychiater Antoine de Kom. In een diep ernstige maar tegelijk speelse beschouwing verkende De Kom de herinnering aan en doorwerking van de slavernij, met tal van subtiele en tot nadenken stemmende terzijdes. De Kom beëindigde zijn ‘In de straten van de hemel’ met een pleidooi voor Surfri – een onbaatzuchtige houding die een einde moet maken aan overheersing en onderwerping, vroeger en nu, en de deur dient te openen naar werkelijke vrijheid. Michiel van Kempen interviewde De Kom na het uitspreken van de lezing over zijn werk.
De Cola Debrotlezing sloot aan bij de vele activiteiten die in 2013 plaatsvonden in het kader van de herdenking van 150 jaar afschaffing van de slavernij in het Koninkrijk der Nederlanden. Een licht bewerkte tekst van de lezing werd gepubliceerd in de 55-ste jaargang van Hollands Maandblad, nr. 789/790, augustus/ september 2013.

De vijfde Caraïbische Letterendag markeerde het lustrum van de werkgroep Caraïbische Letteren. In een uitverkocht Theater van ‘t Woord was het publiek op 6 december 2013 getuige van drie wereldpremières. Speciaal voor de viering van het lustrum en in opdracht van de werkgroep schreven de componisten René Samson en Randal Corsen muziek op poëzie van Surinaamse en Antilliaanse dichters. René Samson bracht onder de titel Cultuurtuin kawina een energiek stuk ten gehore met zang, slagwerk en dans op gedichten van Michaël Slory en Bernardo Ashetu. Randal Corsen – Edison-winnaar en componist van de eerste opera in het Papiamentu, Katibu di Shon – gaf met zang, percussie, gitaar en piano een jazz-interpretatie van poëzie van Lucille Berry-Haseth. Margriet Hoenderdos componeerde kort voor het overlijden van de Surinaams-Nederlandse dichter Hans Faverey een muziekstuk getiteld De lussen van Hans Faverey. Het werk kwam in nauwe samenwerking met de dichter tot stand. Ook deze compositie voor blazerskwintet werd deze avond voor het eerst voor publiek uitgevoerd.
Maar het lustrum bood meer. Naast een recital van de pianist Alwin Toppenberg – die het publiek op aanstekelijke wijze entertainde met walsen en tumba’s – trad Dave MacDonald op met zijn elfkoppige Tiri Fu Bari band. De groep speelde composities op teksten van de Surinaamse dichters Trefossa, Dobru en Shrinivási in een mix van muziekstijlen. Presentatrice Noraly Beyer omschreef het treffend: ‘Poëzie gaat zweven met muziek en muziek krijgt vleugels door de poëzie.’ Lilian Gonçalves-Ho Kan You, de eerste voorzitter van de werkgroep, stelde het in haar feestrede weer anders: ‘De werkgroep Caraïbische Letteren is waarschijnlijk de meest dynamische werkgroep van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde’. De lustrumviering kwam tot stand met steun van het Amsterdams Fonds voor de Kunsten en de Openbare Bibliotheek Amsterdam.

Een groot succes blijft de blogspot van de werkgroep. Sinds 2009 bezochten bijna 2,5 miljoen bezoekers Caraïbisch Uitzicht (http://caraibischeletteren.blogspot.nl/), dat een keur aan informatie bevat over activiteiten op het gebied van de Caraïbische letteren. Het feit dat de blog steeds meer transformeert tot een database waarin over uiteenlopende zaken en personen gegevens zijn terug te vinden, stemt tot tevredenheid, maar vraagt ook om onderhoud. Het bestuur heeft zich in het verslagjaar gebogen over kwesties als het laden van de blog, de structuur van de website waarmee de blog is geïntegreerd en de beschikbare zoekfuncties. Een ander punt van aandacht betrof de mogelijkheden die kunnen worden gecreëerd om gerichter discussies uit te lokken over actuele onderwerpen. De werkgroep verwacht in 2014 in ieder geval een aantal technische aanpassingen te kunnen doorvoeren die de gebruiksvriendelijkheid van de blog zullen verbeteren.

Peter Meel
Secretaris a.i.

Cultuur Top Vijf 2013 Werkgroep (5)

Het eind van het volle jaar 2013 zit er bijna op. Caraïbisch Uitzicht vroeg alle leden van het Bestuur, de Adviesraad van de Werkgroep Caraïbische Letteren en de mensen die dit jaar een opdracht kregen om hun top-vijf van culturele evenementen die zij het afgelopen jaar hebben bijgewoond of de beste boeken die zij lazen. Vandaag de vijfde aflevering: bijzonder hoogleraar Nederlands-Caraïbische literatuur en Werkgroepsbestuurslid Michiel van Kempen.

Dave MacDonalds Tiriband op de Lustrumviering
1. 
De Lustrumviering van de Werkgroep Caraïbische Letteren op 6 december was voor mij het absolute hoogtepunt van het jaar, en misschien wel van het bestaan van de Werkgroep. Buitengewoon hoge kwaliteit, buitengewoon divers, bomvolle zaal, geweldige sfeer. En dat het mogelijk is composities in opdracht van deze kwaliteit “af te dwingen”! Petje af voor Randal Corsen (die dit jaar ook nog tekende voor de eerste Antilliaanse opera Katibu di shon!) en René Samson.

2.

 

Wat een teleurstelling toen Maria João Pires wegens ziekte geen pianoconcert van Chopin kon spelen in Boedapest. En wat een buitengewone verrassing toen de voor mij volstrekt onbekende Dénes Várjon in haar plaats een virtuoze Mozart neerzette, met een wit overhemd flapperend uit zijn broeksband. Fijnzinnig begeleid door het  Boedapest Festivalorkest onder leiding van Iván Fischer.
3.
Tommy Wieringa’s roman Dit zijn de namen – je moet toch wel een hansworst van een minister-president zijn, wil je nog volhouden dat moderne auteurs niet over de sociale actualiteit schrijven; Wieringa’s prachtige roman over vluchtelingen en corruptie bewijst hoe dat op het hoogste niveau kan.
4.
De aanschaf van Reizen en lotgevallen van Gustaaf Westerman in de Nederlandsch Westindische bezittingen (1843) van A.E. van Noothoorn, de Gentse uitgave bij Snoeck Ducaju en Zoon; niet in Van Doorne & Van Kempen 1995!, wel in de Universiteitsbibliotheek Gent. En van Een Beschavingswerk (1923) van Ultimus (R.A.P.C. O’Ferrall), de eerste in Suriname uitgegeven moderne roman, die ik al wel had gelezen en uitvoerig beschreven in Een geschiedenis van de Surinaamse literatuur. Jaren gezocht en nu gevonden. Het eenvoudige geluk van de verzamelaar.
5.
Van de vele exposities over 150 jaar herdenking slavernij was voor mij de prachtigste die over het boek en de slavernij bij de afdeling Bijzondere Collecties van de Universiteitsbibliotheek van Amsterdam. Ik heb héél veel “West-Indische” boeken in mijn leven gezien, maar nog nooit zoveel moois, unieks en onbekends bij elkaar.

Cultuur Top Vijf 2013 Werkgroep (3)

Het eind van het volle jaar 2013 zit er bijna op. Caraïbisch Uitzicht vroeg alle leden van het Bestuur, de Adviesraad van de Werkgroep Caraïbische Letteren en de mensen die dit jaar een opdracht kregen om hun top-vijf van culturele evenementen die zij het afgelopen jaar hebben bijgewoond of de beste boeken die zij lazen. Vandaag de derde aflevering: componist René Samson, die in opdracht Cultuurtuin kawina schreef.

1.

Tsjechov – Verhalen 1894/1903 (van Oorschot deel V)

Over Tsjechov kunnen we kort zijn. Hij is de ongeslagen meester van het niet-beoordelend observeren van zijn medemens in al diens klein- en grootheid. In kleine vignetten openbaart Tsjechov werelden van leed, onnozelheid, opgeblazenheid en verslagenheid aan ons. Wie wil weten hoe de wereld in elkaar steekt hoeft niet verder te zoeken.
2.
Karen Joy Fowler – We are all completely besides ourselves (roman).
Ik had nooit eerder iets gelezen van Karen Fowler. Het is een verhaal dat vele kanten uitwaaiert. De hoofdpersonen zijn jonge mensen die in de illegaliteit van de Dieren Bevrijdingsbeweging terecht komen. Op zichzelf is dat een club die mijn sympathie absoluut niet heeft. Ik vond het bijzonder dat de schrijfster erin slaagde mij “in te pakken” ondanks mijn antipathie voor de activiteiten van de hoofdpersonen.
3.
Dave Eggers – The Circle (roman).
In The Circle beschrijft Dave Eggers een bedrijf dat als twee druppels water lijkt op het huidige Google, maar dan over een jaar of twintig, dertig. Begrippen als privacy hebben hun betekenis totaal verloren. “Transparantie” is de nieuwe godsdienst. Het niet-uiten van een gedachte of gevoel wordt gezien als een vorm van diefstal. Rond deze thema’s creëert Eggers een volmaakte dystopie. Ik kreeg het Spaans benauwd van het lezen van dit boek.
4.

Morton Feldman – Rothko’s Chapel (voor koor, altviool en ensemble).
Ik zette de CD met Morton Feldman’s Rothko Chapel op en had bij de eerste toon al letterlijk het gevoel alsof er een zware last van mijn schouders werd weggenomen. Over het algemeen sta ik zeer sceptisch tegenover de rage van de nieuwe spiritualiteit in de hedendaagse gecomponeerde muziek: Pärt, Gorecki, Joep Franssens ….. sorry, aan mij is het allemaal niet besteed. Bij Feldman had ik het gevoel dat ik binnengevoerd werd in een wereld waar ik wel wilde zijn: een plek waar ’t gaat om de wezenlijke dingen van het leven.
5.
Lezing over laat-19de-eeuwse muzikale uitvoeringspraktijken.
Laat-19de-eeuwse muzikale uitvoeringspraktijken. Ik ken ze: de mensen die niet moe worden te herhalen dat moderne uitvoerende musici allemaal één pot nat zijn, allemaal technocraten die zonder enige bezieling spelen en alleen maar uit zijn op technische perfectie en verder niets. Heel vermoeiend! Op het genoemde symposium in het Geelvinckmuseum werden oude opnames (wasrollen, pianolarollen enz. uit het einde van de 19de of het begin van de 20ste eeuw) vergeleken met moderne opnames van hetzelfde stuk. Ik werd (net als bij Feldman) meteen al bij de eerste noot overspoeld door emoties: dit was inderdaad een totaal andere wereld dan de onze: één waar de inzet bij het musiceren inderdaad van veel persoonlijker aard was dan in onze wereld. Ik voel me niet bekeerd tot het “Romanticisme” maar toch wel voldoende geïnspireerd om op verder onderzoek uit te gaan.
6.
Uitreiking van de Nobelprijs Chemie 2013 aan Karplus, Levitt en Warshel voor hun werk aan numerieke simulatie van moleculaire dynamica.
Nobelprijs Chemie 2013. Ik heb me altijd beroemd op mijn fijne neus voor het maken van foute keuzes; zo ook in mijn beroepsleven. Tijdens mijn studie Chemie had ik het best naar mijn zin maar ik was ervan overtuigd dat in de onderwerpen waar ik me mee bezig hield, alles wat echt belangrijk was al vijftig jaar geleden was gedaan. Mijn collega’s en ik waren veroordeeld tot het berekenen van de 17de decimaal achter de komma; althans, dat dacht ik toen. In de kamer naast mij zaten drie slimme boys te werken aan dingen waarvan ze in al hun publicaties beweerden dat het revolutionaire nieuwe vergezichten zou openen. Ik geloofde geen moer van hun claims en beschuldigde ze van vrome leugens. Dit jaar hebben ze de Nobelprijs gekregen. Als de heren van het Nobelcomité niet hebben zitten pitten, is dus bewezen dat ik daverend ongelijk had met mijn vroegere scepsis: niet alleen een goede neus voor foute keuzes, maar ook al voor foute oordelen.
Hoe zit het dan met mijn rekenvaardigheid? De Werkgroep had me om mijn culturele top-vijf gevraagd,  en ik kom aankakken met zes dingen. De vraag is of wetenschap in dezelfde categorie thuis hoort als de Schone Kunsten. Laat ik daar dit op zeggen: wat mij in de eerste plaats in de Natuurwetenschap interesseert, is niet of ze Nuttig is of Waar, maar vooral of ze Mooi is. Conclusie: ik heb zes in plaats van vijf items in de categorie Schone Kunsten opgevoerd en moet dus terug naar de lagere school voor rekenles.

‘Muziek laat poëzie zweven’

 door Otti Thomas
 Amsterdam – Het verzoek om werk van Caribische dichters op muziek te zetten, leidde deels tot herkenbare, maar vooral ook tot ongebruikelijke en gedurfde nieuwe composities. Het resultaat was afgelopen vrijdag te horen tijdens de vijfde editie van de Caraïbische Letterendag in Amsterdam.
“De werkgroep Caraïbische Letteren is waarschijnlijk de meest dynamische werkgroep van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde,” zei Lilian Conçalves-Ho Kang You, de eerste voorzitter van de werkgroep, halverwege het programma in de Openbaar Bibliotheek van Amsterdam. “We geven uitvoering aan onze missie om artistieke vernieuwing te stimuleren met gedichten op muziek.”
Uitvoering van De lussen van Faverey voor blaaskwintet van Margriet Hoenderdos
Van artistieke vernieuwing was er zeker sprake. In De Lussen van Hans Faverey bijvoorbeeld. Het was de eerste keer dat de compositie ten gehore werd gebracht, hoewel Margriet Hoenderdos het stuk al in 1990 schreef in samenwerking met de Surinaams-Nederlandse dichter Faverey. Met een schijnbaar gebrek aan onderlinge afstemming tussen de partijen voor althobo, klarinet, basklarinet, fagot en hoorn werd een ode gebracht aan de complexiteit van zijn gedichten. De consistente herhaling van deze disharmonie zorgde voor een enigszins herkenbaar patroon, vergelijkbaar met de terugkerende bewegingen in Favery’s taalgebruik.
V.l.n.r. mezzosopraan Fanny Alofs, componist René Samson en koorleden Hanna Samson en Ella Rombouts en slagwerkster Tatiaana Koleva in Cultuurtuin Kawina van Samson
Gedurfd was ook Cultuurtuin Kawina, een compositie van de Surinamer René Samson op gedichten van landgenoten Michaël Slory en Bernardo Ashetu voor een ongebruikelijk gezelschap van een mezzosopraan, slagwerker, een achtergrondkoortje en drie dansers. Alweer leek de uitvoering weinig samenhang te hebben op het eerste gezicht of gehoor. Toch bleek de mezzosopraan geschikt voor een dramatische roep om hulp in het gedicht Waar ben je van Ashetu en werd zijn gedicht Kinderspel ondersteund door de bewegingen van de dansers.
Het Randal Corsen Quatet met v.l.n.r. Randal Corsen, Jeanninne La Rose, Vernon Chatlein en Jean-Jacques Rojer
Aanstekelijk
In vergelijking met beide voorgenoemde uitvoeringen waren de composities van Curaçaoënaar Randal Corsen een stuk toegankelijker. Ook dit waren allerminst ‘gewone’ liedjes, maar de relatie tussen de muziek en de tekst was wel duidelijker. Corsen transformeerde de gedichten van de Curaçaose Lucille Berry-Haseth tot kleine opera’s. De partijen voor piano, percussie en gitaar waren soms tot het minimaal noodzakelijk beperkt, bijvoorbeeld in het liefdesgedicht Konfiansa of in Misterio, waarin de zin van het leven centraal staat. Maar in Pesadia (Nachtmerrie) over het persoonlijk onvermogen om de tambú te dansen als gevolg van het verbod, klonk de percussie onheilspellend. Het enthousiasme van Corsen, Vernon Chatlein, Jean-Jacques Rojer en vooral zangeres Jeannine La Rose werkt bovendien aanstekelijk.
Alwin Toppenberg
Datzelfde was het geval tijdens de eerste en de laatste voordracht van de avond. Alwin Toppenberg had overduidelijk veel plezier bij het spelen van zes bekende walsen op piano, waaronder Atardi van Rudy Plaate en zijn eigen Much’i Scol. En de Titi-band onder leiding van de Surinaamse componist en gitarist Dave MacDonald zorgde voor een passende en feestelijke afsluiting met muziek op teksten van dichters Trefossa, R. Dobru en Shrinivási.
Presentatrice Noraly Beyer, bestuurslid van de werkgroep Caraïbische Letteren had een treffende omschrijving van de avond. “Poëzie gaat zweven met muziek en muziek krijgt vleugels door de poëzie.”
[uit Amigoe, 9 december 2013]
Foto’s: Jean van Lingen
 
 
De Tiri-band van Dave MacDonald

 

Lustrumviering in foto’s

De viering van het eerste lustrum van de Caraïbische Letterendagen van de Werkgroep Caraïbische Letteren, in beelden gevangen door Jean van Lingen.

Een tot de nok toe gevulde zaal
Alwin Toppenberg
Randal Corsen en Jeannine la Rose
Randal Corsen, pianist, bandleider en componist
Jean-Jacques Rojer, gitaren
Vernon Chatlein, percussie
Eerste voorzitter Lilian Gonçalves-Ho Kang You
Cultuurtuin kawina, voor slagwerk, mezzosopraan, koor en ballet; muziek van René Samson
Slagwerkster Tatina Koleva
Mezzosopraan Fanny Alofs en componist René Samson
Manoushka Zeegelaar, John Leerdam, Maarten van Hinte en Paulette Smit
Bas Geerts
Blaaskwintet speelt De lussen van Faverey van Margriet Hoenderdos
Robert-Harman Sordam van de Tiri-band
De Tiri-band van Dave MacDonald
Lucas Shepherd van de Tiri-band
Raj Mohan van de Tiri-band
Dave MacDonald
Raj Mohan, Lesley Joseph, Rolanda van Embricqs; tekst van Trefossa
Tekst van R. Dobru
Dave MacDonald en Sanne Landvreugd
Rolanda van Embricqs
De presentatie was in handen van Noraly Beyer
Bloemen bij de finale

Bernardo Ashetu – Als tranen

Werkelijk, ik maakte slaatjes
van je verdriet, maar at ze altijd
buiten op, buiten de warme kamer
in de natte trieste kou.
En als een listige dandy verkleed
maakte ik lelies van je vochtige
rozen die ik één voor één heb ver-
sierd met parels die blinken als
tranen.
[Opgenomen in de bundel Yanacuna (1962) en in de onuitgegeven bundel Glimlach; postuum opgedragen door Michiel van Kempen aan de nagedachtenis van de zuster van Bernardo Ashetu, Alice van Dijk-van Ommeren, overleden te Den Haag, 26 september 2013. Vrijdag a.s., 6 december, vindt tijdens de Lustrumviering van de Werkgroep Caraïbische Letteren de première plaats van Cultuurtuin kawina van de Surinaams-Nederlandse componist René Samson, een werk dat deels is gebaseerd op de poëzie van Ashetu. De avond is uitverkocht.]
Charles Wilbert White – Negro (1949)

René Samson over Kultuurtuin kawina

Op vrijdag 6 december gaat Kultuurtuin kawina in première, bij de viering van het eerste lustrum van de Werkgroep Caraïbische Letteren. Het stuk is geschreven door de Surinaams-Nederlandse componist René Samson. Hij componeerde een uniek stuk met zang, slagwerk en dans op gedichten van Michael Slory en Bernardo Ashetu. Hieronder volgt zijn toelichtende tekst.

René Samson, tweede van links, luistert aandachtig naar de uitvoering van zijn compositie Sporen in de Oude Dorpskerk van Abcoude

 


Aantekeningen van de componist over Kultuurtuin kawina voor mezzosopraan en slagwerk

Het begon allemaal met een telefoontje van Michiel van Kempen: of ik er zin in had een stuk te schrijven gebaseerd op de poëzie van Michaël Slory en Bernardo Ashetu? Michiel en ik kennen elkaar al jaren. Mijn vriendin en ik waren aanwezig bij de verdediging van zijn proefschrift en het memorabele feest na afloop (mijn moeder zaliger zou zeggen: ai baja, feesten … dat a sabi) en daarna bleven we elkaar bij vele plezierige sociale evenementen ontmoeten. Hij wist van mijn adoratie voor Slory’s poëzie. Ik had hem waarschijnlijk verteld dat mijn vader mij vol vuur grote delen uit Slory’s Koroni Kawina uit het hoofd reciteerde (ai baja, gedichten lezen… na dat a ben sabi). Op de kleine jongen die ik toen was, maakte dat een diepe indruk. Michiel vertelde mij over Bernardo Ashetu van wiens werk ik toen nog nooit gehoord had. Wat ik van Ashetu las, overtuigde me vanaf de allereerste kennismaking: een diepe geest. Ik kon me geen mooiere compositieopdracht voorstellen.

 

Hoe pak je zo iets aan? Bij mij begint dat vaak met nadenken over de instrumentatie. Ik wilde in elk geval iets met die prachtige teksten doen, dus een zanger of zangeres was absoluut noodzakelijk. Wat verder? Een piano? De door-de-eeuwen-beproefde combi van zingende dame of heer, bevallig gedrapeerd in de bocht van een concertvleugel? Als dat goed genoeg is voor Schubert, zou ’t voor Reneetje Samson toch ook moeten voldoen? Op de een of andere manier dreven mijn muzikale impulsen me toch een andere kant op. Ik bleef maar de ritmische klanken van een apintiedrum horen bij veel van de gedichten die ik las. Waarom weerstand bieden aan zo iets? Zangeres en slagwerker; dat moest ’t worden. Om behalve een ritmisch ook een melodisch element in mijn gereedschapskist te hebben, wilde ik een slagwerker hebben die zeer goed uit de voeten kan met de marimba: een fantastisch flexibel en veelzijdig instrument. Fanny Alofs en Tatiana Koleva (de laatste een virtuoze marimba-expert) leken me geknipt voor deze job.
Behalve dat m’n jejeeen apintiedrum hoorde, zag m’n geestesoog ook dansende vrouwen en mannen; niet zo vreemd eigenlijk voor een Surinaamse jeje. Precies in diezelfde tijd had ik intensief contact met dansgroep LeineRoebana en ontmoette daar danser/choreograaf Michael Jahoda. Hij vertelde mij enthousiast over zijn leertraject bij het befaamde Alvin Ayley American Dance Theatre. Hij leek me dè man voor dit project.

Blueprints (2010) van Michael Jahoda

 

Mijn intensieve herlezing van Slory’s en Ashetu’s gedichten confronteerden mij met de rijkdom en gelaagdheid van hun werk. Het begon tot me door te dringen dat beide dichters vele poëtische personae in zich verenigden. Bij Slory zag ik behalve een echte Surinaamse kawinadichter, ook een verfijnde geest die de schoonheid van de natuur en van de vrouw bezong. Bij Ashetu zag ik soms beelden die me aan de Italiaanse commedia dell’ arte-traditie deden denken, maar ook veel gedichten waarin ik de stem van een beschadigd kind meende te horen.
Mijn muziek kon niet anders zijn dan een reflectie van de rijkdom en verscheidenheid die ik in al die gedichten vond. Sommige van mijn stukken staan vrij dicht bij de kawinatraditie; in andere stukken zal de ervaren luisteraar moeiteloos de stijl van de Europese kunstmuziek van de afgelopen honderd jaar herkennen; zoals de toonzetting van één van Ashetu’s gedichten (Amatijo) die een directe parafrase is van Arnold Schönbergs Pierrot lunaire. In weer een ander Ashetu gedicht (Marcel) kon ik de onweerstaanbare neiging niet onderdrukken om een stuk Nederlandse tekst (“God alleen …”) te versurinaamsen (“Gado nomo ….”) in de context van een gestileerde quasi-Surinaamse bazuinkoraal.
Ik kan alleen hopen dat het publiek even veel lol zal beleven aan het beluisteren van Kultuurtuin kawina als ik had tijdens mijn compositiearbeid.
(René Samson, november 2013)

René Samson (rechts) met partner, en met letterkundige Michiel van Kempen (links) en de musicologe Odilia Vermeulen, kleindochter van Alphons Diepenbrock en dochter van Matthijs Vermeulen, op de Citadel van Namen, België in 2005.

 

Over de componist
René Samson, geboren en getogen in Suriname, kwam de eerste helft van zijn professionele leven aan de kost als chemicus. Op z’n 40stejaar begon hij te componeren, min of meer als autodidact. Na een moeizaam begin wordt zijn werk nu met enige regelmaat uitgevoerd op concertpodia in Nederland en elders door gerenommeerde professionele uitvoerende musici. Voor meer gedetailleerde informatie (lijst van werken, concertagenda, uitgebrachte CD’s, recensies, enzovoorts) zie zijn website: www.renesamson.nl 

Klik hier voor het gehele programma van de lustrumviering op 6 december 2013 en voor informatie over het bestellen van kaarten.

 

Bernardo Ashetu – ‘t Lampje

Er brandde één
verschrikkelijk lampje
tot diep in de nacht.
Verbazend veel
suikergoed bracht ik mee
voor m’n kleine zoon.
Z’n ontwaken was
helder groen en mijn
adem afschuw’lijke pijn.
[Dit gedicht is één van de gedichten die door René Samson op muziek zijn gezet, een compositie die bij de lustrumviering van de Werkgroep Caraïbische Letteren op 6 december a.s. in wereldpremière gaat.]

 

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter