blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Said Edward W.

Sarah Adams promoveerde op slavernijkritisch theater

Op donderdag 10 december 2020 verdedigde Sarah Adams haar proefschrift Repertoires of Slavery aan de Universiteit Gent. Vanwege de coronamaatregelen gebeurde dat online. De dissertatie brengt het netelige ideologische terrein van het abolitionisme in kaart door in te zoomen op wit Nederlandstalig theater tijdens een periode waarin hevig werd gedebatteerd over nationale identiteit, winstgevendheid, ras en mensenrechten. Promotor was prof. Kornee van der Haven.

read on…

Van Kempen over Helman en Rutgers over Beets

Lezingen Michiel van Kempen en Wim Rutgers
Studenten voor het Lala Rookhgebouw voor aanvang van de lezingen
Foto © Michiel van Kempen
 
door Jerry Dewnarain
Op 23, 24 en 25 april 2014 organiseerde de sectie Nederlands van het Instituut voor de Opleiding van Leraren (IOL) een workshop, waarbij prof. dr. Michiel van Kempen (Universiteit van Amsterdam), prof. dr. Wim Rutgers (Universiteit van Curaçao) en prof. dr. Koen Jaspaert (Katholieke Universiteit van Leuven) aanwezig waren. De workshop is bedoeld geweest als aanzet tot de Educatieve Master Nederlands. Dit artikel bespreekt in het kort de lezingen van  Michiel van Kempen en Wim Rutgers. Deze lezingen werden gehouden op 23 april in het Lala Rookh-gebouw.
Michiel van Kempen
Foto © W. Leeflang
Michiel van Kempens lezing ging over het algemeen over het leven en enkele werken van Albert Helman. Aan de hand van diverse verhaallijnen uit Helmans leven toont Van Kempen het belang dat Helman heeft gehad voor Suriname en het Caribisch gebied. Door middel van een powerpointpresentatie fietst de professor door het leven van Helman als een soort meester Furet van de Toverlantaarn. Hij werptvoor het publiek de vraag op of er een verband is tussen de Spaanse burgeroorlog en Suriname. Met deze hamvraag leidt Van Kempen immers zijn lezing in. Helman is op ongelooflijk veel plaatsen in de wereld aanwezig geweest waar de geschiedenis van twintigste eeuw plaatsvond. Van Kempen toont omslagen van zijn boeken zoals Zuid-Zuid-West en De stille plantage. Meerdere boeken worden belicht, die allemaal in het Letterkundig Museum in Den Haag zijn bewaard. Maar ook veel brieven zijn te vinden in het familiearchief. Helman correspondeerde heel veel met tijdschriften en kranten en wel op  luchtpostpapier.  In 1930 nam Helman afstand van het katholicisme.
Het archief van Albert Helman dat zich bevindt
in het Letterkundig Museum
Foto © Michiel van Kempen
Vervolgens vertrok hij naar Spanje waar hij jarenlang heeft gewoond. Hij was er correspondent van verschillende kranten. In Spanje ontmoette hij onder andere de secretaresse van Lenin en Mussolini Angelica Balabanova. Zij heeft Helmans ogen geopend voor de enorme repressie die er was in de Sovjet Unie onder leiding van Lenin en later Stalin. De linkse westerse wereld wilde hiervan namelijk niets weten, want hier werd de utopie gemaakt. Dat was volgens hen immers de ideale maatschappij. Op gegeven moment brak de Spaanse Burgeroorlog uit in juli 1936. Het was een zeer wrede strijd tussen het goed georganiseerde leger van generaal Franco, gesteund door  de fascisten Mussolini en Hitler en de republikeinse regering, gesteund en uitgebuit door Stalin. Helman koos partij tegen Franco. Hij  heeft zelfs deelgenomen aan een veldtocht, maar een oorlogmens was Helman niet. Hij verleent al gauw zijn kennis aan het opzetten van propaganda. Hierbij leert hij de bekende schrijver George Orwell kennen die als vrijwilliger aan de oorlog meedeed  tegen het Franco-regime. Hij is een van de vele bekenden die Helman tegen is gekomen in zijn leven. Uit de politiek, de literatuur, de beeldende kunsten heeft Helman wereldwijd bekende mensen gekend. Dat maakt dus het leven van Helman zo rijk en interessant. Helman heeft zelfs een boek over deze Spaanse burgeroorlog geschreven, De sfinx van Spanje. Het is een  leesbaar boek en een van de weinige boeken waarbij iemand van zeer nabij verslag doet over de Spaanse Burgeroorlog. Dit is dus de link die Suriname (lees Helman) heeft met de Spaanse Burgeroorlog. Al met al heeft  Michiel van Kempen  met zijn lezing een mooi beeld gegeven van een Surinaamse schrijver die al heel vroeg een wereldburger was en zelfs ook een goede diplomaat.
Wim Rutgers tijdens zijn lezing
Foto © Michiel van Kempen
De lezing van Wim Rutgers ging over de negentiende-eeuwse  Nederlandse schrijver Nicolaas Beets (1814-1903). Zijn uitgangspunt  was hoe je  literaire werken over  culturen van andere continentene  kunt benaderen vanuit puur Europees  perspectief zoals  wetenschapper Edward W. Said laat zien (1935-2003) in zijn boek Culture and Imperialism waarin hij het perspectief van Europse  literaire werken over andere culturen en continenten laat zien vanuit het imperialisme.. Als eigen voorbeeld neemt Wim Rutgers de familie Kegge uit het boek Camera Obscura in het Europese perspectief van de afschaffing van de slavernij. Said pleit voor een vorm van ‘contrapuntal reading’ volgens Rutgers.  In 1840 was er al veel verzet tegen de slavernij als entiteit. De dominee Beets werd lid van de ‘Maatschappij ter bevordering van de afschaffing van de slavernij’. Zijn verzet tegen de afschaffing  van de slavernij komt nergens voor in de Nederlandse literatuur en Beets wordt zelfs geromantiseerd. Zijn werk krijgt het predicaat van domineespoëzie.
Interessant is het dat Wim Rutgers in zijn lezing Nicolaas Beets verbindt met  Edward Said. We hopen dat veel studenten en leerkrachten erdoor aangezet zijn om het  werk van Said te gaan lezen en te zien dat er altijd verschillende gezichtspunten zijn van waaruit men kijkt naar periodes uit de geschiedenis.
IOL-studenten-Nederlands voor aanvang van de lezingen
Foto © Michiel van Kempen

 

Gasbommen, lemmetjes en rijst zetten (2)

Nut en noodzaak van taalverbastering in de literatuur

door Karin Amatmoekrim

Clark begreep precies waar het wrong.

Kleine ingrepen, zoals het vervangen van Surinaamse uitdrukkingen voor de Nederlandse variant, zoals gasbom (voor gasfles), lemmetje (voor limoen) en het veelvuldig gebruikte zetten (voor plaatsen, neerleggen, opscheppen – ‘zet een beetje rijst voor me’), waren in essentie niet klein. Het was een statement; met het vervangen van Surinaams-Nederlandse taalelementen wordt gesuggereerd dat het een minderwaardige want afwijkende versie van onze taal is. Het Algemeen Beschaafd Nederlands geldt daarbij als ijkpunt, en dat wat ervan afwijkt behoeft correctie.

Dat Clark in deze discussie weinig wederhoor vond, ook niet altijd van mij, heeft te maken met de staat van de postkoloniale literatuur in Nederland, of je kan ook zeggen; het ontbreken van een doorontwikkelde postkoloniale literatuur in Nederland.

Vanavond zal ik uitleggen waarom het belangrijk is dat er een discours plaats vindt over deze bijzondere situatie in het Nederlandstalige gebied, en wat de bijdrage van Clark Accords oeuvre daaraan is.

Laat me eerst helder krijgen wat ik bedoel met een postkoloniale literatuur.

Het postkolonialisme is een stroming in de literatuur die zich verzet tegen het westerse kolonialisme en de overblijfselen daarvan. Daartoe breekt het de oude discussies af en vervangt deze door een meer pluriform systeem, waarbij er gezocht wordt naar alternatieve benaderingen. Een postkoloniale literatuurbenadering maakt zichtbaar hoe eurocentrisch de gangbare literaire opvattingen zijn, en dat er ongelijke krachten van culturele representatie werkzaam zijn. Het dwingt herkenning af van de meer complexe culturele en politieke grenzen waarbinnen de literatuur gevangen zit.

Anders gezegd; de postkoloniale literatuur biedt een ander beeld van de wereld die we kennen, of denken te kennen. Het is hetzelfde verhaal, verteld vanuit een ander perspectief. Bijvoorbeeld de geschiedenis van de kolonie, verteld vanuit het gezichtspunt van de gekoloniseerde.

De postkoloniale kritiek beslaat verschillende disciplines zoals de filosofie, economie, antropologie, sociologie, en dus ook de literatuurwetenschap. Het verbindende postkoloniale element zijn de thema’s en de onderwerpen. In de postkoloniale kritiek wordt allereerst de dominante, westerse benadering afgewezen. De machtsverhoudingen die hieruit voort zijn gekomen zorgen ervoor dat de zienswijze van de gekoloniseerde gemarginaliseerd wordt, en dat de eigen cultuur en identiteit als inferieur wordt gezien. Een postkoloniale kritiek heeft deels ten doel om dit in die mate te veranderen dat de eigen identiteit, de eigen culturele uitingen en kunstvormen niet langer als minderwaardig maar juist als verrijkend gezien worden.

Nederland is uiteraard niet het enige westerse land met een koloniaal verleden. Maar terwijl de postkoloniale literatuur in bijvoorbeeld de Engelse en Franse taalgebieden al jarenlang onderwerp van discussie is, kraait er in Nederland zelden een haan naar. De Nigeriaanse schrijver Chinua Achebe, bijvoorbeeld, verkocht van zijn debuut Things Fall Apart meer dan tien miljoen exemplaren en wordt gezien als een van de belangrijkste schrijvers ter wereld. In 1975 gooide hij hardhandig een knuppel in het hoenderhok toen hij Joseph Conrad, die geldt als een instituut in de Engelse literatuur, “a bloody racist” noemde. Achebe’s  essay  over Conrad is daarmee een van de beslissende momenten in de postkoloniale literatuurkritiek.

Beelden van slavernij en exotisme vormen het object van de postkoloniale cultuurkritiek

Een paar jaar later publiceerde de Palestijnse literatuurwetenschapper Edward Saïd zijn beroemde boek over het Orientalisme, waarmee hij de westerse benadering van het Midden Oosten veroordeelde. Dat boek werd een van de meest invloedrijke werken in het postkolonialisme. Kritiek op Saïd kwam er in de vorm van de Indiase literatuurwetenschapper Homi Bhaba, die stelde dat er geen sprake is van vaststaande stereotiepen, zoals Saïd beschreef, maar juist van een constant spanningsveld tussen kolonisator en voormalig gekoloniseerde.

[vervolg, deel 3 klik hier]

Tussen Ratio en Geloof 3: Edward Said

Leven, werk en oriëntalisme
Lezingen

vrijdag 9 december 2011 – 19:30

Beursschouwburg│Beurskafee, A.Ortsstraat 20-28, 1000 Brussel

Gratis, reserveren aanbevolen

Dit is de derde avond in de reeks ‘Tussen Ratio en Geloof’. Edward Said (1935-2003) was een Palestijns-Amerikaans literatuurwetenschapper en voorvechter van de Palestijnse zaak. Saids gedachtegoed blijft tot op vandaag onderwerp van hevige discussie. Michiel Leezenberg (UvA en NRC Handelsblad) en Karel Arnaut (Max Planck Instituut) geven achtereenvolgens een lezing over het leven en werk van Said en over de academische erfenis van zijn begrip ‘orientalisme’ waarmee hij zijn kritiek op de Westerse perceptie van de Arabische wereld duidde. Hoe gaan jonge denkers vandaag om met Saids intellectuele nalatenschap?

Said is vandaag vooral bekend om zijn kritiek op de Westerse perceptie van de Arabische wereld. In zijn veelgeprezen, vaak geciteerde, maar ook fel bekritiseerde boek Orientalism uit 1978 schetst Said het ‘oriëntalisme’ als een invloedrijke, effectieve, Europees ideologische creatie, waarvan de wortels tot de oudheid zijn terug te brengen. Schrijvers, filosofen en koloniale bestuurders zouden de beeldvorming van het ‘vreemde’ van de oosterse cultuur, van de daar voorkomende gewoonten en godsdienstige overtuigingen, in dienst stellen van de macht.

Pas in 2005 werd het boek vertaald naar het Nederlands. Bij een herdruk van zijn werk liet Said geen kans onbenut om uit te leggen wat hij precies bedoelt met het begrip ‘orientalisme’. Kort voor zijn dood in 2003 vindt Said dat de beeldvorming van de Arabische wereld in het Westen er eerder op achteruit dan vooruit is gegaan. Hij nam toen de Amerikaanse inval in Irak, en de daarvoor gehanteerde argumenten als voorbeeld. Anderzijds vond Said de beeldvorming van het Westen in de Arabische wereld nauwelijks van meer accuraatheid getuigen.

“Ik ben ongelooflijk jaloers op de manier waarop Edward Said over het Oosten kan spreken. Ik ken niemand die zo helder en genuanceerd kan formuleren als hij.” Chokri Ben Chikatijdens De Leeskamer van HOB in Daarkom op 29/9/2011

Michiel Leezenberg – over het leven en werk van Said
Michiel Leezenberg is een Nederlands filosoof. Na te zijn afgestudeerd in klassieke talen, filosofie en algemene taalwetenschap, promoveerde Leezenberg in 1995. Hij verbleef enige tijd in het Midden-Oosten, keerde terug, publiceerde het met de Socrates-wisselbeker bekroonde Islamitische filosofie (2001) en is momenteel verbonden aan de afdeling Wijsbegeerte van de UvA. Sinds 2002 schrijft hij voor het NRC Handelsblad.

Karel Arnaut – over de academische erfenis van Said
Karel Arnautis antropoloog en Research Fellow aan het Max Planck Instituut voor de Studie van Religieuze en Etnische Diversiteit in Göttingen. Hij studeerde in Gent, Utrecht en Oxford en was voorheen verbonden aan de Vakgroep Afrikaanse Talen en Culturen (Universiteit Gent). Momenteel werkt hij op het thema superdiversiteit in stedelijke manifestaties van transnationale verbindingen tussen Europa en Afrika. Dit ligt in het verlengde van zijn vroeger werk over postkoloniale dynamieken met betrekking tot de beeldvorming, de maatschappelijke positie, en de diasporische identiteiten van Afrika(nen) in België en Europa. Voorheen focuste zijn onderzoek zich op transformaties van de publieke ruimte door jongeren in Ivoorkust (West-Afrika).

Tussen Ratio en Geloof
In het najaar van 2011 organiseren deBuren en MANA een reeks over grote universele denkers uit de islamitische wereld. Ze willen daarmee aantonen dat deze wereld geen verstarde entiteit of eenzijdig blok is. De recente revoluties in de Arabische wereld is een extra goede reden om het gedachtegoed van deze denkers niet verloren te laten gaan, en ook de hedendaagse theorieën rond de moderne islam voor het voetlicht te brengen.

Zie ook:
Tussen Ratio en Geloof #1: Nasr Abu Zayd
Tussen Ratio en Geloof #2: Fethullah Gülen
Tussen Ratio en Geloof #4: Tariq Ramadan


Organisatie: deBuren en MANA

Schilderij van Said door Robert Shetterly

Edward Said en Europese zelfhaat

In zijn column in NRC Handelsblad van vandaag, 17 juli 2010, schrijft Afshin Elian: ‘Na de dekolonisatie brak in Europa de tijd van zelfhaat en zelfverloochening aan.’ De man die daar voeding aan gaf was Edward Said. Maar Elian vindt – in navolging van o.m. Hafid Bouazza – het invloedrijke Orientalism maar intellectueel prutswerk. Wie Elians weinig subtiele Said-bashing wil lezen, klikke hier.

Emotioneel tussen Oost en West


Onlangs verscheen Ontheemd; Een jeugd in het Midden-Oosten, een autobiografie waarin de in Jeruzalem geboren Edward Said (1935-2003) een beeld van zijn jeugd schetst. Grotendeels bracht hij die door in Cairo en Libanon. Ontheemd is een emotionele terugblik, waarin de complexe relatie tussen de oosterse en westerse wereld op kritische wijze wordt beschreven. Het boek beschrijft de confronterende identiteitsworsteling van de jonge Said; hij richt de aandacht op de cultuurproblematiek waarmee hij zich zijn verdere leven met volle overtuiging heeft beziggehouden. Reden om deze autobiografie van meerdere kanten te belichten. Op maandag 17 mei wordt in academisch-cultureel centrum Spui25 in Amsterdam een inleiding tot het boek gegeven door filosoof Michiel Leezenberg. Aansluitend zullen Hassnae Bouazza en Rokes de Groot spreken. De avond wordt geleid door Margot Dijkgraaf, literatuurcriticus en directeur van SPUI25.

Aanvang: 20.00 uur

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter