blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Rossum Ruth van

Onthulling muurgedicht Derek Walcott in Den Haag groot succes

 Het gedicht met ervoor de sprekers, v.l.n.r. Michiel van Kempen, bijzonder hoogleraar Nederlands-Caraïbische literatuur, dan met pet Ida Does, maakster van de film over Walcott Poetry is an Island, Kim Emmanuel, secretary van de High Commissioner voor Saint Lucia, Mathias Voges, Gevolmachtigd Minister van Sint Maarten, dan Ernest Hilaire, High Commissioner van Saint Lucia, Ruth van Rossum van de Stichting ArchipelpoëZie, Perry Geerlings, directeur van het kabinet van de Gevolmachtigde Minister van Sint Maarten, en Joost Dekker, ontwerper van de letter waarin het gedicht is gezet. Foto © Herman Schartman. 
Vrijdagmiddag 21 maart 2014 onthulde de Stichting ArchipelpoëZie het zesde muurgedicht in de Haagse Archipelbuurt. Het is te zien op de zijmuur van het Rijksmonument Javastraat 4.  Midsummer, Tobago werd geschreven door de Caraïbische dichter Derek Walcott. Walcott ontving in 1992 de Nobelprijs voor Literatuur. Hij woont op Saint Lucia.
De gedichtenmuur is uitgevoerd in de nieuwe letter Diamant van ontwerper Joost Dekker.  Dekker ontwierp de letter tijdens een periode in Antwerpen. Naast elegante ronde lijnen toont de letter ook ‘diamant-achtige’ scherpere vormen.
Hilaire en Voges. Foto © Herman Schartman
De onthulling werd verricht door Zijne Excellentie de High Commissioner for Saint Lucia in The United Kingdom, dr. Ernest Hilaire, en door Zijne Excellentie de Gevolmachtigde Minister van Sint Maarten, de heer Mathias S. Voges. Zij lieten een grote schildering van de vlag van Saint Lucia (een markant blauw, geel en zwart patroon) zakken, waardoor het gedicht in zijn geheel zichtbaar werd.
Ook Marc Prins, directeur van Stadsdeel Centrum van de Gemeente Den Haag, woonde de feestelijkheden bij. Er waren korte toespraken van Michiel van Kempen, bijzonder hoogleraar Nederlands Caraïbische Letteren; van filmmaakster Ida Does, die de documentaire Poetry is an Island: Derek Walcott maakte; en van Joost Dekker, typograaf en ontwerper van de Diamant.
Michiel van Kempen. Foto © Herman Schartman
Walcott, zei Van Kempen, heeft het vermogen om onbevangen als een kind naar dingen te kijken – en om wat hij dan ziet in prachtige taal weer te geven. De High Commissioner vertelde hoe Walcott met zijn taal de Caraïbische sfeer als geen ander weet op te roepen en noemde Walcott één van de grootste levende dichters ter wereld.
’s Ochtends regende het onophoudelijk maar naarmate het tijdstip van de onthulling naderde trokken regen en bewolking weg en verscheen de zon, zodat de vele gasten het muurgedicht in stralend licht konden aanschouwen. Precies zoals de Stichting beoogt werd ook deze onthulling een moment voor ontmoetingen – van omwonenden, buurtgenoten, stadgenoten, en cultuurliefhebbers.
Dit jaar wil de Stichting ArchipelpoëZie nog drie muurgedichten aanbrengen.
Ida Does tijdens haar toespraak. Foto © Herman Schartman
Over de Stichting ArchipelpoëZie
De Stichting ArchipelpoëZie heeft tot doel de Archipelbuurt en daarmee Den Haag te verfraaien door op blinde muren poëzie te tonen. Hiermee levert zij een bijdrage aan de leefbaarheid, culturele beleving en uitstraling van buurt en stad. Tevens streeft zij ernaar de binding in de buurt versterken, door een gezamenlijk project te hebben dat duurzaam zichtbaar is. Als rode draad voor de muurgedichten is gekozen voor ‘De Verwondering’. We willen graag dat de gedichten een moment van verstilling, van rust en ruimte bieden – een adempauze, korte reflectie, een vraag, of een nieuw gezichtspunt, zodat de passant als het ware nieuwe lucht inademt en verblijd, verrast of geraakt zijn weg vervolgt. Niet alleen het gedicht en zijn schrijver, maar ook de letter en zijn ontwerper staan centraal in dit project. Een mooie letter is een kunstwerk op zich, vindt de Stichting. De Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten (KABK) Den Haag heeft een rijk verleden in het opleiden van letterontwerpers en veel ervan behoren tot de wereldtop. Op de gedichtenmuren zal uiteindelijk een bloemlezing van deze typografen te zien zijn. Het totale ontwerp van het project is in handen van De Ontwerpvloot.
Meer informatie over de stichting vindt u op de website www.archipelpoezie.nl

Eenzame uitvaart # 41 Den Haag: De heer Pieter Roberto Martina

SantaFamia-BPHOT3157

Den Haag, eenzame uitvaart nummer 41

De heer Pieter Roberto Martina
Maandag 17 februari 2014, 10.00 uur, Begraafplaats Westduin, Den Haag
Dichter van dienst: Ruth van Rossum
Op dinsdag 11 februari 2014 overleed Pieter Roberto Martina, 83 jaar oud. Hij is snel gevonden: toen hij niet op de gebruikelijke tijd aanbelde bij het Turkse gezin waar hij doordeweeks elke avond at, waarschuwden zij de politie. Hij zat rechtop op zijn bank. Een pot thee en een bordje boterhammen stonden nog op tafel.
Gerard van Poelgeest belt me zaterdagmiddag. De begrafenis zal maandag 17 februari plaatsvinden. Het wordt een wat bijzondere eenzame uitvaart. Tijl Beckand, presentator van een televisieprogramma over klassieke muziek, heeft de muziekcollectie van de overledene mogen inzien en maakte daaruit een keuze voor de uitvaart. De heer Martina hield veel van muziek en had een mooie collectie klassiek en Latin. Veel langspeelplaten. Eén van de vier gekozen muziekstukken zal maandag live worden vertolkt door een pianiste. Zaterdagavond en zondag veel mail- en telefooncontact met Sanne van het televisieprogramma. Ik maak me zorgen over het karakter van de uitvaart maar zij verzekert me dat het geen show zal worden.
Wat weten we? De heer Martina werd 14 december 1930 geboren op Curaçao en leefde sinds 1986 in Nederland. Zijn moeder was Nederlandse, zijn vader was van Curaçao. Hij heeft gevaren en ‘in de metaal’ gewerkt. Hij is nooit getrouwd geweest en had geen kinderen. Op het adres waar hij overleed woonde hij sinds 1996. Hij stierf een natuurlijke dood. De verdere informatie komt vooral van een buurvrouw en van het Turkse gezin. Zij beschrijven hem als een heel aardige man. Hij woonde ooit in bij een gezin met negen kinderen. Vroeger kwamen die nog wel eens langs, nu willen ze niet meer met hem te maken hebben. Ze komen niet op de begrafenis. De heer Martina was elke werkdag van 15.00 tot 19.00 uur bij het Turkse gezin, zij waren vroeger buren. Hij was lief voor de kinderen. Hij wilde wel altijd op tijd weer naar huis en ging dan meestal televisie kijken, daar hield hij van. In de weekends was hij thuis.
Curacao. Foto © H. Tiedeman
Ik heb één dag om het gedicht te maken. Nog niet eerder zo weinig tijd gehad. Zondag, vroeg in de ochtend, word ik wakker met een ‘wat als het niet lukt’-droom. Gedichten moeten voordragen. Die gedichten niet kunnen vinden. Op tijd willen zijn. Niet van huis weg kunnen komen. Allerhande onrust en paniek voegen zich bij de droomresten, als vissen in zo’n kolkende wentelende bal. Maar komaan: ademen, de dag aanvatten, en gewoon beginnen. De foto’s van het huis. Beelden van Curaçao. En vooral, de heer Martina. De zon schijnt binnen terwijl ik gestaag aan het werk ben. Meestal kies ik ook de muziek uit en ik merk dat ik het nu, gezien de zeer korte tijd, fijn vind dat iemand anders daar alle aandacht aan heeft kunnen geven.
Als ik maandag aankom op Begraafplaats Westduin is de uitvaart ervóór nog aan de gang. Ik ga zitten in de wachtruimte en kan via speakers en een scherm de gebeurtenissen binnen volgen. Uit de verhalen en de muziek maak ik op dat het een te jonge man was. Zijn muziek knalt me nog om de oren als de stoet het pad tussen de graven al heeft betreden, het heeft iets surrealistisch.
De uitvaart van de heer Martina krijgt meer tijd dan gebruikelijk, omdat de vleugel en de muziekinstallatie – met platenspeler – neergezet moeten worden. Mensen verzamelen zich rond en in de zaal. Gerard en Carlo van de gemeente Den Haag. De Turkse man en vrouw. De buurvrouw. Henk van Zuiden. En de mensen van het televisieprogramma. De sfeer is rustig, plechtig, en gedempt. Met de uitvaartleider nemen we de volgorde der dingen door.
Vooraan, in het midden van de ruimte, de kist. Er liggen mooie bloemen op. Eromheen staan hoge kaarsen. De indrukwekkende zeer zwart glanzende vleugel staat rechts voorin de ruimte. De pianiste en ik zitten daar, op de eerste rij aan de rechterkant van de zaal.
Tijl vertelt kort en ingetogen iets over de muziek van de heer Martina. Hij zet het eerste muziekstuk op, met enig haperen want dat doet een mens tegenwoordig niet meer dagelijks, elpees opzetten. We luisteren naar Valse Triste van Sibelius. Na het tweede muziekstuk draag ik het gedicht voor.
Manda spiritu bai
 
Voor Pieter Roberto Martina
Geboren 14 december 1930 op Curaçao
Overleden 11 februari 2014 in Den Haag
Hoe metaal ruikt als het wordt bewerkt. Het draaien,
het frezen. Kap op het hoofd. Een hoog snerpen met
koude vonken. Zware stalen platen onder de handen.
U had een eerder ander leven, doordrenkt van water.
Kromgekuste waaibomen en altijd schepen in verten.
Zout proeven op je huid en zelf vloeibaar kunnen zijn.
In een stad wonen tussen de mensen die dit kennen:
verre wortels hebben en warme geuren in het bloed,
de dingen vastpakken en proberen jezelf te ankeren.
We laten u nu gaan. Leggen handen op uw hout. Ver
weg bloeien agaven en glinstert een zee u tegemoet.
Manda spiritu bai – geest, vertrek rustig en reis goed.
Ik leg het gedicht en mijn boeket anemoontjes op de kist en laat mijn handen even rusten op de bovenkant. ‘s Zondags las ik over uitvaartrituelen op de Antillen. Men legde muntjes op de ogen van de dode. De lengte van de kinderen werd afgemeten met een touwtje, men knipte de touwtjes af, en legde die in de kist, zodat de dode later niet terug zou komen om iets te zoeken. En men neemt afscheid door de hand op de dode of op de kist te plaatsen.
De pianiste zet zich aan de vleugel en speelt Moments Musicaux nummer 3 van Schubert. Verstilde muziek. Het is mooi hoe de klanken de ruimte opzoeken en vullen.
Na het laatste muziekstuk – door de heer Martina kennelijk veel gedraaid, je hoort het lichte kraken en een kleine tik, het heeft iets ontroerends – worden de kaarsen uitgeblazen. We verzamelen ons achter de baar. De zon schijnt zelfs een beetje. Met zijn zessen lopen we achter de kist aan, over een prachtig pad onder hoge naaldbomen, naar het graf. Daar zijn we stil.
We praten nog wat na. De buurvrouw en de Turkse mensen vinden het goed, zoals het nu ging, ze waarderen deze aandacht voor de uitvaart. Mijn beeld, gevormd (of, realiseer ik me nu, vervormd) door de verhalen rond andere overledenen, was dat de heer Martina misschien nog niet zó eenzaam was – hij kwam jarenlang bij het Turkse gezin over de vloer, en had contact en vertrouwdheid. Maar de Turkse vrouw zegt stilletjes: heel verdrietig, die man, helemaal alleen.
@ gedicht en verslag Ruth van Rossum, 2014

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter