blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Rosenstand Ernesto E.

Balans: Arubaans letterkundig leven (11)

door Wim Rutgers

03 Toneel tussen 1954 en 1986

Het toneel heeft in de jaren tussen 1954 en 1986 een veelvoudige ontwikkeling doorgemaakt van verspreide naast elkaar bestaande of zelfs beconcurrerende groepen naar een samengaan in Mascaruba op 10 april 1961, na de opening van de centrale schouwburg Cas di Cultura in 1958; van religieus parochietoneel en licht amateurtoneel naar professionalisering; van veeltaligheid naar de ontwikkeling van het Papiamentstalige toneel; van uit Nederland ingevlogen tijdelijke Sticusa regisseurs naar eigen (professionele) regisseurs; van Europese oriëntatie naar regionale en Latijns-Amerikaanse oriëntatie; van vertaling en adaptatie van buitenlandse werken naar origineel werk; van aandacht voor historische thema’s zoals het Indianisme naar actueel sociaal betrokken toneel; van traditionele vormgeving naar experimentele presentaties; van een nationaal gerichte houding naar openheid voor internationale oriëntatie door het Internationaal Drama / Theatre Festival; van de schouwburg naar de buurten en de straat (teatro foro); van het spelen van bestaande stukken naar toneel in workshopvorm en vormingstheater. read on…

Balans: Arubaans letterkundig leven (9)

door Wim Rutgers

02 Autonoom op weg naar de Status Aparte
1954 – 1986

De toespraak van Koningin Wilhelmina op 6 december 1942 gaf ook het culturele leven op Aruba nieuwe impulsen. Relatief was het eiland gedurende de tijd van oorlogshandelingen welvarend en meer zelfstandig geworden. Dat had tot gevolg dat direct na de oorlog verschillende culturele groepen ontstonden. In 1946 al werd de Arubaanse Kunstkring opgericht die binnen tien jaar tijds zo’n driehonderd leden telde, waarbij het doel was om Aruba te laten kennis maken met internationale cultuur. read on…

Balans: Arubaans letterkundig leven (2)

door Wim Rutgers

01 Opmaat:De lange weg van kolonie naar autonomie
Een korte historische terugblik

De eerste bewijzen van het Papiaments op Aruba en van geschreven tekst dateren van het begin van de 19e eeuw. Door de grondpolitiek van de West-Indische Compagnie (1621-1792) was Aruba tot het begin van de negentiende eeuw niet meer dan een onbetekenend deel van de koloniale bezittingen van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Economisch diende het eiland slechts ter ondersteuning van het hoofdeiland Curaçao. Na Bonaire was Aruba een eiland van de derde rang in koloniale tijden. De koloniale aandacht was geheel op Curaçao gericht en zijn haven, op het zout van Bonaire, terwijl Aruba wat hout, geiten, schapen en paarden leverde. read on…

Balans: Arubaans letterkundig leven (1)

door Wim Rutgers

Balans; Arubaans Letterkundig Leven; De periode van Autonomie en Status Aparte; 1954 – 2015

[Bij wijze van Nieuwjaarsgeschenk bood prof. dr Wim Rutgers aan Caraïbisch Uitzicht een compleet nieuw boek over de letterkunde van Aruba aan. Het wordt hier in afleveringen geplaatst, met grote erkentelijkheid aan Wim Rutgers. In deze eerste aflevering Rutgers’ Woord Vooraf, zijn inleiding ‘Multilingualiteit en de literatuur van Aruba’ en de index van het boek.] read on…

Van Indianen en Arubanen (4 en slot)

door Fred de Haas

Het Indianismo
De weinige getuigen die zijn overgebleven van het Indiaanse verleden van Aruba zijn de geografische plaatsnamen en namen van planten en vruchten. Daarvan heeft de literatuur dan ook druk gebruik gemaakt. De uit Santo Domingo afkomstige Eduardo Curet schreef in de jaren 50: ‘Aruba, in jouw naam proef ik inheemse weemoed…’ en in zijn ‘Rapsodia indigenista arubana’ tuimelen de Indiaanse namen door elkaar: ‘Yamanota, Andicuri, Bushiribana, Casibari, Macuarima, Tarabana, Socotoro enz. read on…

Homenahe na Ernesto Rosenstand y Harry Zimmerman

Tambe lo duna homenahe na Ernesto E. Rosenstand cu presentacion di su buki Refrescando nos Papiamento recien presenta pa UNOCA. Ernesto a skirbi e obra den cuadro di Aña di Papiamento na 2013.
Lo rindi homenahe na Harry Zimmerman, Rey di Tumba di Corsou, biba pa hopi aña na Aruba y cu a contribui na cultura musical di Aruba y na Papiamento. Nos lenga materno Papiamento ta sigui desaroya y ta sigui avansa. Nos ta sigui reconoce y duna importancia na nos lenga materno cu edicion di diferente obra na Papiamento scirbi pa autornan di Aruba.
Pueblo di Aruba ta keda cordialmente invita pa presentacion di e obranan. Presentacion di e anochi aki ta den man di Mirto Laclé, gestor cultural, lingüista y literato, tel 7402044.

Luis H. Daal: dynamische duizendpoot

door Henry Habibe

Luis Henrique Daal werd in 1919 op Curaçao geboren. Al vrij vroeg begon hij zich als schrijver te ontplooien. Na 1936 begon zijn naam onder artikelen te prijken in alle op Curaçao verschijnende kranten, zowel in Papiamentstalige als in Spaans- en Nederlandstalige bladen. Hij zat op de Sint Vincentiusschool en volgde meer uitgebreid onderwijs op het Sint Thomas College. Daarna volgde hij buitenlandse cursussen en verwierf veel kennis als een autodidact over allerlei onderwerpen. Hij schreef voor verschillende kranten (ook voor buitenlandse bladen) en bekleedde de positie van hoofdredacteur en directeur van La Prensa. Daal vertrok in 1950 naar Spanje en vestigde zich in Madrid waar hij een cursus journalistiek ging volgen. Hij legde in 1953 het examen tolk-vertaler af. Tijdens zijn verblijf in Madrid publiceerde hij in verschillende tijdschriften en bladen. read on…

Ernesto Rosenstand

Portret van de Arubaanse schrijver Ernesto E. Rosenstand, gemaakt door de in Suriname werkzame fotograaf Nicolaas Porter. Nr. 133 in de reeks fotoportretten die Porter in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren maakt. Voor informatie kunt U mailen naar: nicolaasporter@hotmail.com. Wie de hele reeks wil zien kan hieronder klikken op het label Werkgroepportretten.

Hubert Booi en de literatura indianista

De rubriek Herlezen vraagt aandacht voor literatuur die langer geleden is verschenen en de moeite van het herlezen waard zijn. Vandaag: Hubert Booi. De Arubaanse criticus Henry Habibe rangschikte Hubert Boois werk bij de literatura indianista omdat hij er een diep gevoeld nationalisme en persoonlijke identificatie met de Indiaan in aantreft. In literaire overzichten wordt Hubert Booi algemeen genoemd, maar zijn werk werd tot nu toe nog maar heel weinig bestudeerd en geanalyseerd.

door Wim Rutgers

Op 29 maart 1955 voltooide Hubert Booi (*Bonaire 1919) de musical E perla di Caribe. Behalve de datum schreef hij onder zijn manuscript: Mihó mi n’ por (Beter kan ik het niet). Die voltooiing lijkt niets te vroeg als we bedenken dat De Trupialen al op 3 juni – dus na niet meer dan twee maanden repeteren – de première in het De Veer theater verzorgden.

E perla di Caribe telt vier bedrijven. Het is een musical, bestaande uit toneeldialogen die afgewisseld worden met liederen, zang en dans. De namen van de personages zijn ontleend aan Aruba’s geografie: Arashi, Bubali, Jukuri, Butucu, Buguruy, Basiruti, Macuarima – wat in de ‘literatura indianista’ gebruikelijk zou worden. Ook Ernesto Rosenstand deed dat, zowel in diens verhalen als in zijn toneelstukken.

Inhoud

Het Indiaanse jongetje Butucu vist uit de zee een vreemde carco op, die warm wordt en dan gaat praten. De carco zegt dat hij de vader van het eiland is, omdat hij op bevel van de Grote Geest een parel voortbracht die tot een klein eiland uitgroeide: e perla di Caribe! De carco is nu gekomen om het eilandje te beschermen tegen dreigende gevaren. Piraten in een grote boot met witte zeilen zijn voor de kust van Savaneta geland. Bij Boca Mahos vieren de Indianen hun oogstfeest. De Grote Geest heeft dit jaar overvloedig regen geschonken en de oogst is goed. Sjamaan Bushiribana vertelt tijdens dit feest het verhaal van de Grote Geest, de carco en diens parel die tot het eilandje Ora-Oubao uitgroeide.

Cacique Balashi wil het verhaal alleen geloven als de karko het hem zelf vertelt. Zodra de cacique dit gezegd heeft, komen de kinderen de carco brengen, die voor de tweede keer warm wordt en zijn waarschuwing nu voor de volwassenen herhaalt. De Caraïben bereiden zich door een oorlogsdans en door met rode verf gevechtstekeningen op het gezicht te schilderen voor op de mogelijke strijd: “Caribenan ta lucha duru / Ta pone diabel core bai / Cu nos Balashi, nos tin curashi / Y Aruba nunco lo no cai”

Het toneel verplaatst zich naar de tegenspelers. De Spaanse piraten zijn geland en begraven hun schatten in een grot aan het strand. Felipe, Antonio, Enrique en Juan zijn bang voor mogelijke Indianen en hun pijlen, want de kapitein heeft een Indiaan gevangen genomen en meegenomen naar het schip. Wowo di Warawara eist zijn gevangen broeder terug. Het lijkt even op vechten uit te draaien, maar de dappere Indianen doen de Spanjaarden terugdeinzen en in hun boot afdruipen. Nu kan het oogstfeest bij Boca Mahos eindelijk doorgaan. De vijand is weg, op twee piraten na die in Bushiribana’s grot drongen, maar door de tovenaar verblind werden zodat ze eeuwig zullen moeten ronddolen. De in de grot opgeborgen carco wordt te voorschijn gehaald. Hij wordt (voor de derde keer) warm en zegt dat het gevaar voorbij is.

Het feest wordt ingezet met ‘Ora-oubao’ – een lied dat de geschiedenis van Aruba in miniatuur verwoordt: “Indiannan Caribe / Audaz y famoso / A laga un herencia / Di balor tan costoso. / Un historia di un perla / Drumi den laman / Cu a bira un Isla / Aruba stimá.” Vervolgens brengt de jongste – Butucu – die de karko gevangen heeft, deze ook weer naar zee terug.

Dichtung und Wahrheit

Hubert Booi beschrijft de beroemde voorvaderen op ‘vleugels van de fantasie’, zoals hij zelf in zijn proloog schrijft. Het historische aspect moet inderdaad met een flinke korrel zout genomen worden, want Booi neemt er een humoristisch loopje mee. Zo laat Bushiribana in ‘shorthand’, vergezeld van zijn handtekening in de vorm van een grottekening, het nageslacht weten dat er in zijn grot twee blinde piraten voor eeuwig ronddwalen. Booi maakt van de priester Bushiribana een bovenaards personage, met zijn geitenbotten en een staf met een geitenkop erop. Hij praat met lugubere stem allerlei onverstaanbare taal en doet vreemde ceremoniële dingen. De hitte van de carco zou volgens een Indiaan mogelijk door kortsluiting ontstaan. Zo maakt hij er spel van met verzinsel en waarheid – in die volgorde. Er verschenen lovende recensies in Amigoe, Beurs- en Nieuwsberichten en de Arubaanse courant, waarin dit aspect eveneens benadrukt werd. Je weet niet hoe de Indianen leefden, maar toch …

Literatura indianista

Hubert Boois E perla di Caribe rekenen we tegenwoordig tot de ‘literatura indianista’, een term die we ontlenen aan Henry Habibe’s bespreking van Hubert Boois ‘E ultimo Caribe’, dat volgens Habibe “pa su tema, ta pertenesé na un konhunto di literatura indianista ku ta eksisti na henter Amérika latina, fo’i Argentina te Méxiko. Nos por bisa, trankil, ku e ta e úniko den su genero na nos idioma, o más konkretamente na Aruba, ja ku na Korsow no ta existi e género ei (indianismo) Den su afán romántiko Booi a buska un nota original pa Aruba (kolor lokal) i asina el a jega na identifiká su mes ku un indján: ‘e último Karibe’. I pa expresá asina su ‘nashonalismo’ e poeta a hasi uso di un rekurso masha frekwente den ‘Romantismo’ na Latino-Amérika: identifikashón ku un indjan.” (Watapana II-8, maart 1970: 4-7)

E ultimo Caribe Het bekende gedicht ‘E ultimo Caribe’ verscheen in het Arubaanse nummer van Simadan (1961) en in de verzamelbundel Muchila (1969). Hubert Booi wijst in dit gedicht op het historische gegeven dat de oorspronkelijke bewoners van Aruba in 1515 door Diego Salazar, op bevel van Diego Colón, werden weggevoerd naar Hispaniola, omdat daar een tekort aan werkkrachten was. Hubert Booi geeft aan dat zelfs de krijgszuchtige Caraïben [guereronan famoso] voor de wrede Europeaan moesten buigen en werden uitgeroeid of in slavernij gebracht. Het gedicht bevat een fel protest tegen de deportatie en uitroeiing van de Indianen door Europese kolonisators, de Spanjaarden. Daarbij laat Booi ‘de laatste Indiaan’ zelf aan het woord, in krachtige taal vol zelfbewustzijn en verzet. De Caraïbiër gaat liever dood dan dat hij in slavernij zal moeten buigen. Het gedicht begint met de ‘ik’ die spreekt, maar gaat aan het einde over in ‘wij’ – een veralgemening en vereenzelviging van de dichter met zijn hoofdpersonage. Het hoofdpersonage is geen eenling, maar spreekt namens een heel volk. Qua vorm sluit dit gedicht nog geheel aan bij een Europese literaire traditie, in zijn regelmaat van zes kwatrijnen, het consequent volgehouden gekruiste rijmschema en de alexandrijnen. Ritmisch blijken juist de meest betekenisvolle verzen zich te verzetten tegen dit regelmatige jambische metrum, waarmee het verzet van de Caraïbiër ook vormelijk gestalte krijgt. “Historia sí ta conta di un lamá gloryoso Nos gran lamá CARIBE, bao cielo tropical, Henrencia inborabel di guereronan famoso, Cu a larga pa recuerdo, nan nomber inmortal.”

Drie golven

Het thema van een romantisch-nationalistische identificatie met de Indiaan komt in de literatuurgeschiedenis van Aruba in drie golven voor en wel in alle drie genres. Voor het eerst treedt het vanaf de jaren vijftig op met een stuk als van Hubert Booi: E perla di Caribe (1955), met verhalen van Ernesto Rosenstand: Cuentanan Rubiano (1961) en bijvoorbeeld in het hiervoor al genoemde gedicht van Hubert Booi: ‘E ultimo Caribe’ [Simadan 1961]. Hier kan eveneens de naam van Robert Henriquez genoemd worden die in juli 1958 E prinses di Guadirikiri – een musical in vier bedrijven schreef, die echter nooit gepubliceerd werd. Het poëtische stuk, dat speelt in een paleis in de grotten van Guadirikiri, past helemaal in de sfeer van de ‘literatura indianista’ met zijn romantisering van het Indiaanse verleden.

Aan het einde van de jaren zestig en het begin jaren zeventig zien we het genre opnieuw in Hubert Booi: Amor di Kibaima (1969) en diens verhalen ‘E sombra den baranca (A re-ko)‘ (1971) en ‘Ken tabata Kibaima?’ (1972), en in de toneelstukken van Ernesto Rosenstand: Macuarima (1972) en Wadirikiri (1975).

Een derde golfbeweginkje ontstaat er nog na de status aparte als Tochi Kock: Aruba – e leyenda di su nomber (1986) en Philomena Wong: Na caminda pa independencia (1986) publiceren. Maar in het laatste werk is het al nauwelijks meer dan een motief en behoort het in zijn eigenlijke vorm al geheel tot het verleden. Vergelijkenderwijs meld ik hier ook nog even de studies van R.H. Nooijen: Het volk van de grote Manaure (1979) en Jossy Mansur: E Indiannan Caquetio (1981).

Caribe of cobarde

Het Indiaanse verleden speelt een grote rol in het bewustzijn. Of ze nu als historisch betrouwbaar of ontsproten aan de fantasie ten tonele worden gevoerd, de beroemde Indianen van Aruba’s verleden kennen slechts positieve eigenschappen. Het zijn goede kanobouwers en -vaarders, vissers en jagers, die een leven in tevredenheid leiden, voorafgaande aan de komst van de kolonisators die deze vreedzame harmonie wreed zullen verstoren. Maar als het eiland bedreigd wordt, ontwaakt de fiere strijder die zich tot het laatste verzet en die het woord ‘angst’ niet kent! E perla di Karibe drukt een romantisch gevoel zonder echt onderzoek naar het werkelijke leven van de Indianen uit. Het is minder zich een echt verdiepen in het verleden dan een romantisering daarvan en een nostalgische fantasie.

In Booi’s korte verhaal ‘E sombra den baranca (A re-ko)’ komt nog een ander thema naar voren: het boek der natuur, het sprekend verleden. De hoofdpersoon begeeft zich naar de rotsen van de Arikok om er zich één te voelen met de natuur en het verleden van de Indianen. Een oude Indiaan van de Overwal leert de moderne ‘ik’ dat de mens vroeger zes zintuigen had, maar dat de kolonisatoren de mens van het ‘innerlijk gevoel’ [sinti] hebben beroofd. Zo laten zich twee belangrijke motieven onderscheiden: de wijsheid van de echte Indianen van de Overwal, en een bezield één zijn en één voelen met de natuur.

Hubert Booi (*Bonaire 1919), “die het Papiamento beoefent in het vloeiende adagio-ritme dat wij reeds kennen van Juan de Castellanos uit de zestiende eeuw”, zoals Cola Debrot hem karakteriseerde, woont sinds 1937 op Aruba. Aanvankelijk werd hij door de fraters voorbereid om priester te worden. Hij leerde Latijn bij Pater Roghmans op Noord, maar het zou anders lopen. Hubert Booi is nu bekend als dichter en als kenner van het Papiamento. Hij werd waarnemend Hoofd van het Toeristenbureau en van de Arubaanse Voorlichtingsdienst (naast N.A. Piña). Vanaf 1963 werd hij Hoofd van het Bureau Cultuur en Opvoeding en vanaf 1978 tot aan zijn pensionering Hoofd van het Instituto di Cultura. Hubert Booi is een belangrijk promotor van het culturele leven als mede-oprichter van de Arubaanse Kunstkring en bestuurslid van de Sociedad Bolivariana. Hij schreef en speelde toneel, is autodidactisch kenner van talen, waaronder Russisch, en autodidactisch schilder. Als Papiamentstalig dichter schreef hij onder meer liederenteksten voor Padu Lampe en de tekst van het Bonaireaanse volkslied. Er is nog veel ongepubliceerd werk van hem in de Collectie Ito Tromp in de biblioteca Nacional, waaronder veel (gelegenheids)poëzie en liederen, en twee vertalingen: Un soño riba bispu di Pasku (Christmas Carroll) en een beginfragment van Romeo y Julieta (Romeo and Juliet). Zijn ‘Golgotha’ verscheen in de Antilliaanse cahiers; in 1969 publiceerde hij Muchila. Hij is vooral bekend wegens zijn musicals E perla di Karibe (1955) en Amor di Kibaima (1969).

Literatura Arubiano a crece y creando propio estilo

pa Quito Nicolaas

Loke antes tabata un sentimento, algo cu e pueblo tabata sinti y experencia a ser realisa den forma di nos Status Aparte na 1986. Si den añanan ’30 e idea y deseonan tabata dificil pa cumpli, entrante 1 januari 1986 esaki a bira realidad. Aruba a conoce hopi desaroyo desde a realisa su Status Aparte y e cambionan tabata riba tur tereno y bisto pa un y tur. Si antes e Arubiano tabata timido y reserva, diripiente nos a cera conoci cu un Arubiano sigur di su mes y bon articula. Loke cu ta resalta di e Literatura Arubiano cu e’la sobrebibi e crisis despues cu e refineria Lago a cera su portanan y tambe e insiguridad cu tabata reina den comunidad pa cu e status di Aruba como pais den Reino.

Papiamento
E cambionan riba tereno cultural a haci un impacto grandi, no solamente atraves di e actividadnan pero tambe esnan via television, biblioteca y librerianan. Construiendo un nacion ta nifica cu den enseñansa ta dedica atencion na historia y cultura di un pais. Riba tereno di Papiamento tambe nos a avansa basta. Awendia tin mas comprension y e conviccion cu mester inclui Papiamento na skol. Asina tambe Aruba ta traha na e identidad di su pueblo y duna esaki un cara y un curason. Nos idioma Papiamento mester sirbi den futuro como un instrumento di integracion y emancipacion di e diferente nacionalidnan den sociedad. Na vispera di Status Aparte na 1985, nos por a mira un explosion di autornan y obranan literario. No tin nada mas bunita cu un pais cu ta produci su poeta y escritornan, kendenan ta dedica nan mes na literatura y den nan idioma materna.

Durante e añanan cu a transcuri a mira diferente caranan desaparece fo’I e campo di literatura , esta escritornan cu a dicidi di stop di skirbi y otronan cu no tei mas hunto cu nos. E promedio di cada autor Arubiano ta un tres bukinan cu nan ta skirbi y despues ta pone e pen un banda. Literatura ta un tereno dynamico y por observa tambe cierto cambionan rapido cu ta sigui otro, mientras nos a conoce periodonan tambe di stagnacion cu casi no ta tin produccion literario. E hecho cu no tin continuidad por ta debi na diferente factornan, pero principalmente e hecho cu ainda e comunidad no ta asina leu cu nan ta aprecia y lesa obranan di nos propio autornan. Un conteo di e obranan cual a keda publica den e periodo di 1986 – 2011 ta indica cu tin mas tomonan di poesia compara cu novela, novelita of cuentanan cortico a keda publica. Esaki ta nifica cu poesia ta domina prosa y ta encera cu e cantidad di autornan cu ta dedica nan mes na prosa ta masha schaars y defacto no ta mas cu seis escritor.

Novela
Ultimo 25 aña mucho novela no a keda publica cu ta haci un bon comparacion posibel y asina mes mester distingui entre esnan pa hoben y adulto. Na 1986 a keda publica un di dos novela pa hobennan, esta :Wi-ki-ki-ri-ki-ki di Frances Kelly. Prome cu esei J. Daal a publica su obra Warwind cu tabata resultado di un forma di coperacion entre Cas Editorial Charuba y Uitgeverij Leopold. Sin embargo e genero aki di prosa no a sigui crece, manera lo a spera. Esaki considerando e cantidad di hobennan den e grupo di edad aki. Cu publicacion di e obranan Buscando felicidad (2002), Tres diferente ruta (2006) y Ursula (2011) di H.I. Hennep, e genero aki a keda rebiba. Den esei tabata un bon idea pa traduci e novelita Mosa´s eiland/ Isla di Mosa (2009) di e autora Desiree Correa cu ta contene un protesta contra e bida social cu di tur banda ta ser strangula.

Aparte cu durante ultimo añanan nos por señala un aumento leve di obranan di prosa, tog e cantidad ta keda poco. Esaki mientras cu den e decada di añanan ’60 y ’70 nos a cera conoci cu e novelita pa adultonan, esta Cuentanan Rubiano (1961) di Ernesto Rozenstand y e novela na Hulandes De witte pest (1978) di Angela Matthews. Posteriormente na 1981 e obranan di Jossy Mansur a sali riba mercado, e.o. E regreso y otro cuentanan cu ta contene mas bien cuentanan cortico tocante diferente tema. Pues den e añanan anterior un fundeshi a ser traha pa sigui construi ariba, pero esaki a resulta di no tabata bon fuerte ainda.tabata te na cabamento di e decada ’80 cu e novelita Regalo di Fantasia (1989) di F. Williams ta keda publica.

Decada 90
E decada di añanan ’90 ta habri cu e prome obra Cetilalma y otro cuentanan (1990) di J. Tromp. Na Hulanda entretanto e prome novela Zuidstraat (1992) di D. Henriquez ta ser edita y bo ta spera cu e procesonan aki – esun na Aruba y e otro na Hulanda – lo a reinforsa otro. Atrobe esaki no a resulta di ta asina y ta te na mediano di añanan ’90 a sali e siguiente obra Alma transparente (1994) di F. Williams, cu ta mas bien un coleccion di cuentanan cortico. Despues di un periodo di stabilidad di 1986 – 1996, nos ta mira un cambio den e clima literario na Aruba. Hustamente den e di dos parti di decada nobenta, nos por señala un berdadero explosion di obranan di prosa: Si t’ami mes (1996) di Richard de Veer, E Yamada (1997) di Frank Williams, Acompaña pa un Angel (1998) di Yolanda Croes, E biento di atardi (1998) di Jossy Tromp y Perdi riba laman (1999) di Yolanda Croes.

Mayoria di e novelanan cu a sali publica den añanan ´90 tabata basa riba sucesonan cu a tuma lugar na Aruba.Esaki ta conta sigur pa e obra ´E Yamada` cu ta trata e hecho cu diferente gruponan religioso riba e isla a keda lanta. Pero tambe por ehempel e novela Perdi riba laman di Yolanda Croes ta basa riba bida real y cual storia a keda construi haciendo uzo di e.o. e informenan den corant y di e famianan. Den e di dos parti di decada 2000 ta manera cu e produccion literario a pasa pa e aerea di Hulanda, unda den corto tempo cinco novela na papiamento of hulandes a keda publica. Akinan nos ta referi na e.o. Kralen uit de Cariben (2008) di I. Grovell y Dottie, de kleindochter van een oude slavin (2008) di R.V. Arrendell, di cual e ultimo aki ta mas bien un ego-documento. E hecho aki no ta kita afo cu e mesun fenomeno cu nos a registra den e di dos parti di decada ’90, a manifesta su mes na Aruba na 2008 cu tabata e Aña Cultural. Den e aña ei 18 obra literario a keda publica y ta muestra cu tin suficiente talento pa yega na un produccion literario aceptabel.


Estilo & tema
E estilo di mayoria di nos autornan a keda mescos cu antes, unda mas bien ta describi delaster un cos cu e personahe den e novela ta pasa aden. Aki aya tin un climax pasobra e ta haci e storia unabes mas interesante pa sigui lesa, pero te einan tambe. No tin un profundisacion di e storia atravez di e diferente temanan of liñeanan cu ta core den e storia. Casi bo no ta mira e cambionan cu un personahe ta pasa aden. E estilo di skirbi mes tin biaha por pasa pa uno masha passivo mes. Den esaki mester señala cu e influencia di nos autornan, dor di escritornan hulandes no a tuma luga den e caso di Aruba. Esaki por ta un indicacion cu nos autornan local ta decidido den mantene un propio estilo? Un propio estilo di skirbi cu sin embargo mester amplia su mes cu cierto tecnicanan. Un ehempel den esaki ta e obranan di J. Tromp cu su surealismo-magico, kende corectamente ta busca mas tanto un acercamento na e Literatura Spaño.

Hopi di locual a keda publica por ser categorisa como un cronica, den cual p.e. Ernesto Rosenstand den su buki Companashi (2006) ta relata con el a bandona Colombia y den kico tur el a pasa unabes cu el a yega Aruba.Nos ta topa tambe cu un ego-documento, esta esun di Richard de Veer Un siglo di recuerdo (2008), den cual e ta relata pa nos con e bida den siglo pasa tabata ta riba e isla. E ultimo aki ta un contraste compara cu su prome buki Si t´ami mes, unda e´la basa su mes riba e storianan di Compa Nanzi pero uzando personahenan den bida real na Aruba. Un otro novela cu mester menciona ta Tera di silencio (2004) di Quito Nicolaas, den cual e ta haci uzo di elementonan internacional – p.e. e asesinato di J.F. Kennedy – pa ilustra ki impacto esaki tabata tin riba e famia y e hobencito cu despues ta aparece como consehero di gobierno. Tambe e tecnica cu a ser utilisa den e novela aki, esta di uza un flash-back pa bay bek hopi mas den pasado.

E temanan principal cu tempo no a cambia mucho, teniendo cuenta cu e loke e comunidad ta gusta scucha y lesa. E pregunta ta si un escritor mester tene cuenta cu e aspecto comercial?Si un poëta mester transmiti e loke e ta sinti, observa y pensa na un dado momento, un escritor tambe mester narata e loke ta sosode rondo di dje. Riba tereno di prosa tambe nos por constata cu e desaroyonan den nos region a pasa bay, sin cu esaki tabata motibo pa inspira nos autornan pa skirbi algo al respecto. Obranan di e gigantenan manera Gabriel Garcia Marquez, Mario Vargas Llosa of di e Caribense V.S. Naipaul casi no ta tin influencia riba nos autornan local. For di esaki por deduci cu e bista di nos autornan, cu excepcion di algun, ta mucho pa paden dirigi ainda. Y e remarke aki ta conta mas bien pa e obranan skirbi na Papiamento cu esnan publica na Hulandes.

[E ultimo parti lo aparece 18-3-2012]

Voorbij de Indiaanse droom

De rubriek Herlezen vraagt aandacht voor boeken die langer geleden zijn verschenen en de moeite van het herlezen waard zijn. Suggesties? Laat het ons weten via ons emailadres. Vandaag een stuk over het werk van Ernesto E. Rosenstand, schrijver van Aruba.

door Wim Rutgers

Henry Habibe karakteriseerde de ‘literatura indianista’ als een romantisch-nationalistische stroming waarin de moderne mens zich met het grootse verleden van de Indiaanse voorouders identificeert. J. Lechner onderscheidt voor de literatuur van Latijns-Amerika nog het ‘indianismo’ van het latere ‘indigenismo’. In de Europese romantiek wordt de Indiaan in romans voornamelijk als exotische attractie voorgesteld. Het Indigenismo is van later datum en hoort tot het naturalisme dat de werkelijke situatie van de uitgebuite Indiaan en het protest daartegen formuleert. In de Caraïbische literatuur – met name in Cuba – wordt nog wel eens op het ‘siboneyismo’ gewezen – een stroming die deze vreedzame Indiaanse stam afscheidt van de oorlogszuchtige Caraiben.

In de literatuur van Aruba vallen drie momenten te onderscheiden waarop de ‘literatura indianista’ aandacht kreeg: in de jaren vijftig, in de jaren zeventig en nog een echo in de jaren tachtig. Hier schenken we aandacht aan de tweede en derde fase.

Ernesto Rosenstand: Kuentanan Rubiano verscheen in 1961 maar werd al in de jaren vijftig verteld. Het past geheel in het romantische indianismo. Rosenstand schetst er een pre-koloniaal Indiaans paradijs: het prachtige eiland in de schitterende zee; de harmonie van de mens met de natuur die voedsel in overvloed levert; het vreedzame door niets gestoorde leven. De Indianen kennen uitsluitend positieve eigenschappen met hun kennis en wijsheid, hun liefde en dapperheid:

“Promé ku Spañónan a yega nan tabata fiesta masha hopi mes. Nan tabata gusta kanta masha hopi. Nan bida tabata un fiesta kontinuo. Nan no tabata tin ningún klase di preokupashón. Nan tabata mes liber ku e párhanan den laira. E tribu di Makuarima tabata un famia grandi.” (Macuarima)

De komst van Ojeda in 1499 en de latere kolonisatie betekenden lijden en ellende, het einde en de dood voor de Arubaanse Indianen:

“…rasa di Indjan ku desgrasiadamente a disparsé foi nos isla … pa bira istoria, leyenda, algo máhiko … un brisa suabe den memoria di un pueblo moderno i bon eduká. Nan ta e outentiko Rubiano, nan ta esún ku por identifika nan mes ku nan lugá. Nan tabata doño di naturalesa i esklabo di nan mes. Nan tabata nos antepasadonan. Nan tabata esun ku berdaderamente por a stima e isla ‘ki. Nan ta tur esèi i ainda mas. Nan ta sombra di storia ku ta kai riba nos, ma kisas no un istoria, ma un leyenda di tempo pasá. Nan ta rekuèrdo di un Aruba felis i pintores¬ko i outentiko.” (E delaster Aruako)

Ernesto Rosenstand vertelde, net als Nilda Jesurun Pinto op Curaçao haar Compa Nanzi-verhalen voor de radio vertelde, zijn ‘historische’ Indianen-verhalen in het ‘ora infantil’ voor radio Kelkboom: “voor mij klinken alle Indiaanse namen zo mooi, zo melodieus, dat ze een gevoel van nostalgie in mij opwekken … ja, dat is het woord … nostalgie naar het verleden dat zo snel en zo compleet voorbij is.” Hij ziet het als een uitdaging de onbekende betekenis van mysterieuze woorden als Bushiribana, Bucuti en Balashi stukjes bij beetjes te ontrafelen. Hij voelt zich met het verleden verbonden als hij de ‘oude’ plaatsen bezoekt: de grot van Wadirikiri ‘waar je voelt dat je het verleden binnenstapt’; hij voelt de ziel van de Indiaan. Aan elke oude geografische naam is een verhaal verbonden. De in de jaren vijftig vertelde verhalen keren later in andere vorm terug. het verhaal van ‘Macuarima’ wordt in 1971 tot het gelijknamig toneelstuk omgewerkt; de musical Wadirikiri (1975) is op het gegeven van het gelijknamige verhaal uit Kuentanan Rubiano gebaseerd.

Macuarima
Het verhaal ‘Macuarima’ behandelt de Spaanse conquista: de dorst naar goud en de ijver om het ware geloof te verbreiden gingen hand in hand. De waardige leider Macuarima wordt aan deze Spaanse expansiedrift opgeofferd. Wegens de harde koloniale confrontatie en het protestkarakter hoort dit verhaal eerder in het ‘indigenismo’ dan in het ‘indianismo’ thuis.
Het gelijknamige toneelstuk Macuarima: historia o leyenda? beschrijft dezelfde confrontatie van de Indianen met de Spanjaarden. Aanvankelijk leven de Indianen onder leiding van cacique Macuarima in voorspoed en geluk. We horen van de legende van de Zonnegod die de Indianen ooit op een groot wit paard en blinkend van goud en zilver zal opzoeken. Dan verschijnen op 18 augustus 1499 de Spaanse conquistadores onder leiding van Olonso de Ojeda (afb. rechts). Deze plant vlag en kruis en neemt het eiland voor zijn vorsten in bezit. Ze nemen Balashi en Butucu gevangen, waarna de eerste vertelt dat er bij Bushiribana veel goud gevonden wordt. In een felle discussie verdedigt Macuarima zijn rechten op het eiland, maar het is tevergeefs. Hij zal liever sterven dan buigen voor de wil van de kolonisten en wordt ‘geofferd op het altaar van de cultuur’.

Wadirikiri
De pijprokende Shon Pe(dro) vertelt het geheim van Wadirikiri. Hij kent de mondelinge overlevering die door de ouden van de stam van generatie op generatie bewaard is. Als Wadirikiri achttien jaar oud is wordt ze verliefd op de uit Venezuela afkomstige Pluma Blanco. Haar vader, de cacique, die dat niet wil, beveelt de Indianen van de Overwal het eiland te verlaten. Als Pluma Blanco toch terugkomt, verbergt de cacique Wadirikiri in de grot aan de noordkant. Maar een kleine Indiaan verklapt het geheim. Pluma Blanco bevrijdt Wadirikiri en neemt haar mee naar het vasteland. Wadirikiri schrijft in de rots dat de zonnegod haar heeft meegenomen en dat ze ooit zal terugkomen als de Indianen een gat in de zoldering van de grot hakken zodat er licht naar binnen kan vallen.
Opvallend is het orale element van de verhalen, die steeds beginnen met een vertellende ‘ik’ in het heden die al snel luisteraar wordt door het procédé dat deze ‘ik’ een verteller invoert die de traditie en historie kent en die met zijn of haar verhaal het Arubaanse verleden laat herleven.

Wadirikiri, prinses van Ora Ubao

“Semper ku tin Rubiano sanguer indjan lo kore dor di benanan sano pa forma un pueblo nobo” “No tin nada mas tristu k’un pueblo sin pasado … p’esei Tene mi man i bini drenta un mundo ku a pasa mira un rasa k’a muri mira un rasa nos a mata”

De musical bezingt in poëtische taal de liefde van de dochter van cacique Macuarima en diens vrouw Kumana voor de van de overwal afkomstige Pluma Blanco (Witte Veder). Balashi vraagt de cacique evenwel eveneens Wadirikiri’s hand, niet uit liefde maar om Macuarima’s opvolger te kunnen worden. Wadirikiri weigert Balashi’s aanzoek omdat ze op Pluma Blanko verliefd is. Balashi zoekt hulp bij de kurandero Kudawecha die zegt: “Si bo kasa ku Pluma Blanko bo ta traisioná nos tribu.” Een huwelijk van een Arubaans meisje met een buitenlander wordt niet geaccepteerd! Wadirikiri wordt opgesloten in een donkere grot. Aan het einde komt Balashi’s zucht naar de macht aan het licht en besluit Macuarima hem van het eiland te verbannen. Vervolgens geeft hij dan toestemming tot het huwelijk van zijn dochter met haar geliefde en benoemt Pluma Blanco tot zijn opvolger. Daarmee wordt het probleem van een huwelijk van een Arubaans meisje met een buitenlander tot genoegen van alle partijen opgelost.

Ernesto E. Rosenstand (*Sta. Marta, Colombia 1931) groeide op in de streek van de grote Gabriel García Marquéz, waar Rosenstands vader bij de spoorwegen van de bananenplantages van de United Fruit Company werkte. Hij was op Aruba werkzaam in het onderwijs, als docent Spaans en bij de Inspectie en het Examenbureau. In de jaren vijftig vertelde hij kinderverhalen voor Radio Kelkboom, hij vertaalde, adapteerde en schreef originele stukken voor Mascaruba, Teatro Experimental Arubano en de kindertoneelgroep Chi-ku-cha. Hij schrijft ook na zijn pensionering nog proza en poëzie. Hoewel Ernesto Rosenstand docent Spaans is bedient hij zich literair uitsluitend van het Papiamento.

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter