blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Roozer Johan

Activering Archeologische Dienst Minov

Met het voornemen het archeologiebestel aanmerkelijk te verbeteren, heeft minister Ashwin Adhin van Onderwijs en Volksontwikkeling (Minov) de Archeologische Dienst geactiveerd. Dat meldt het departement donderdag aan GFC Nieuws.

read on…

Rappa en Sombra op OS Tammenga

In verband met vaderdag organiseerde de Openbare School Tammenga op vrijdag 13 juni een gedichtenochtendvoor leerlingen en ouders. Speciale genodigden waren Ernst Geffery, Rappa, Asyla Ten Holt (kunstenares/dichter uit Curacao), S. Sombra, Yvonne Raveles en Johan Roozer. read on…

Ingekomen reacties

door Christine F. Samsom

 
Dat er op een uitgesproken mening in de Ware Tijd Literair reacties komen is niet ongewoon. Daar zijn we altijd blij mee. Het betekent dat de literaire pagina goed wordt gelezen. Discussies kunnen tot meer diepgang leiden. Dat er op de ‘Srefidensi/Zelfdenken’-special van zaterdag 25 januari 2014 drie reacties kwamen was toch een verrassing.
Eva Essed-Fruin
Erg blij zijn we met de verduidelijking van Eva Essed-Fruin over Trefossa’s betrokkenheid bij ons volkslied in zijn huidige vorm, waarbij zij putte uit haar rijke ervaring. Hieronder haar reactie:
‘Jammer dat je niet even de pagina’s 101-104 van Ala poewema foe Trefossa (1977) hebt opgeslagen, waarin de totstandkoming van het volkslied wordt beschreven. Aan Henny de Ziel is nooit verzocht een Nederlandstalige strofe te dichten. De toenmalige Raad van Ministers wilde de tweede strofe van het door dominee Hoekstra geschreven volkslied als eerste gebruiken en vroeg via Frank Essed aan Henny om een strofe in het Sranan te maken, wat hij binnen enkele dagen deed. Deze door hem geschreven tekst is de officiële geworden. Omdat De Ziel de Nederlandse tekst erg negatief vond heeft hij enkele regels gewijzigd. De twee eerste en de laatste regel heeft hij gehandhaafd, de regels “Doch dat elk zich dan ook schame/ Die zijn ere maakt te schand!/ Recht en waarheid te betrachten,/ Zeed’lijk rein en vroom en vrij,/ Al wat slecht is te verachten,”, verving hij door “Hoe wij hier ook samen kwamen/ Aan zijn grond zijn wij verpand./ Strijdend houden we in gedachten:/ Recht en waarheid maken vrij:/ Al wat goed is te betrachten,”. Het woordje “strijdend” heeft de Raad van Ministers vervangen door “werkend”. De eerste strofe is hoogstens een bewerking van de traditionele tekst, waarbij de stijl van Hoekstra zoveel mogelijk is gehandhaafd. Het is beslist onjuist om Trefossa op grond hiervan stijfheid in het Nederlands te verwijten. Deze strofe is ook niet opgenomen in Ala poewema…, alleen in de commentaar.’ Tot zover Eva Essed-Fruin…
Hilde Neus. Foto © Michiel van Kempen
Neerlandicus Hilde Neus heeft zich de kritiek op de lezing van Lila Gobardhan erg aangetrokken:
‘Soms ga je naar een activiteit met bepaalde verwachtingen, maar je kunt je ook laten verrassen. Ik was dan ook teleurgesteld over de bespreking van Lila Gobardhans lezing door Els Moor. Haar bespreking bestaat uit opmerkingen over wat ze aan kwaliteit van het Sranan binnen de Trefossa-poëzie had verwacht, maar tegelijkertijd is haar artikel voornamelijk een opsomming van zaken die al eerder besproken zijn, vooral door Hein Eersel. De opdracht aan de verzorger van de Trefossa-lezing is niet uitsluitend een analyse van het werk van Trefossa. Vene zijn lezing (2011) bijvoorbeeld ging daar niet uitsluitend over en Eddy van der Hilst (2010) analyseerde werk van Johanna Schouten-Elsenhout. Aan de inleidster was gevraagd om over Trefossa en taal te praten; een brede opdracht. Mijns inziens heeft ze dat op zeer indringende wijze gedaan door vooral de dagboeken als bron te gebruiken, geheel in de traditie van haar werk als onderzoekster van archieven. Al eerder is daar kort uit geciteerd in het Mutyama-nummer over Trefossa (1990), maar die citaten werden niet binnen zo’n uitgebreide context geplaatst. Cynthia Abrahams heeft in 2010 het Trefossa-archief waartoe de dagboeken behoren mogen overdragen aan het Nationaal Archief van Suriname (NAS).
Het sterke van de lezing van Gobardhan was vooral dat ze liet zien hoe Trefossa zich als persoon al op jonge leeftijd uitdrukte op een nadenkende en zelfs poëtische wijze, die duidelijk de voorbode was van de verbinding tussen zijn levenshouding, het benaderen van talen en hoe hij daarmee omging in zijn kunst. Iemand met een andere dispositie en minder introspectie had geen sonnetten van zulke kwaliteit kunnen produceren. Zijn zwakke gesteldheid maakte dat hij alles overdacht en zijn leven zag in uitdagingen. Die is hij ook aangegaan met taal. Door het lezen van de dagboeken en de inbeddingen van citaten in Gobardhans lezing, blijkt dat hij al vanaf zijn jonge jaren worstelde en zijn producten niet uit zijn mouw schudde. Hij heeft veel moeite gehad om over kleine dingen heen te stappen, dingen die later heel wat groter bleken te zijn (zijn hartproblemen). We hebben een breder beeld gekregen van de mens achter deze grote kunstenaar. Misschien was een aantal zaken reeds bekend, maar de precaire wijze waarop de dichter daar zelf mee omging was dat beslist niet. Er zijn stromingen binnen de literatuur die een literair werk als autonoom gegeven willen zien, zonder welke biografische gegevens van de auteur dan ook daarbij te betrekken. Maar uit deze lezing bleek duidelijk hoe het leven van de man en de levenslust waarmee hij zijn problemen oppakte en er kleine dingen van maakte, zijn werk heeft getekend.’
Alphons Levens
Alphons Levens, actief lid van de Schrijversgroep ’77 en publicist, is niet blij met de opmerking van Johan Roozer tijdens de zesde Trefossa-lezing, dat er ‘weinig is gebeurd op literair gebied’ en stelt zich op achter het artikel ‘Van de redactie’: ‘Ik ben het volkomen eens met “Van de redactie. Srefidensi in de literatuur” in de Ware Tijd Literair. Ik zat namelijk op woensdagavond 15 januari 2014 (…) in het auditorium van Self Reliance en wist ook niet wat ik hoorde toen Johan Roozer dat zei.’ Waarvan akte…

Srefidensi in de literatuur

van de redactie van De Ware Tijd Literair
 
Op woensdag 15 januari 2014 waren drie redactieleden van dWTL aanwezig bij de zesde Trefossa-lezing van de Henri Frans de Ziel Stichting. De lezing met als titel: ‘Levenslust is ’t heenstappen over kleine dingen’ Trefossa en taal’ werd gehouden door Lila Gobardhan-Rambocus. Elders op deze pagina gaan we nader op deze lezing in.
Voor Lila Gobardhan de beurt kreeg, waren er verschillende inleidende sprekers, betrokkenen bij de stichting, onder wie Hein Eersel (die zelf de Trefossa-lezing van 2009 heeft gehouden  over ‘Canon, Cultuur en vertaling’). Hij wenste nu het publiek een ‘goed literair jaar’ toe. Wat houdt dat in? De voorzitter van de stichting, Johan Roozer, wees ons erop dat er in het afgelopen jaar weinig literair werk is verschenen, dat er weinig gebeurd is op literair gebied.  Zou Roozer hiemee bedoelen dat er geen romans of gedichtenbudels zijn verschenen van hoge literaire kwaliteit, zoals in 1957 de gedichtenbuindel , Trotji, van Trefossa?
Er is wél veel verschenen het afgelopen jaar. De ontwikkeling van de Surinaamse leeswereld gaat steeds meer de richting op van ‘literaire srefidensi’. Zo is er de Clark Accord Foundation (CAF) die in mei 2013 de bundel met verhalen van jonge schrijvers, Ston Oso, het resultaat van een schrijfwedstrijd publiceerde met de bedoeling om  jongeren liefde voor schrijven en literatuur bij te brengen. Het titelverhaal is van de eerste-prijs-winnares Hetty Amatodja (schrijversnaam Hetty Amat). Dit succes heeft deze jonge schrijfster geïnspireerd om door te gaan; er is al een kinderboekje van haar verschenen, Bruno de zwervershond en binnenkort komt er een verhalenbundel van haar met fantasievolle verhalen die ook in de realiteit wortelen, op de markt. Andere jeugdboekenschrijvers durven taboes te doorbreken  en maatschappelijke problemen  te behandelen. Het boek Laat me niet alleen van Indra Hu over het hiv-aids-probleem is een pakkend voorbeeld.
En dan de kinderboekenfestivals die nu al tien jaar gehouden worden  op verschillende plaatsen in het land. Op  creatieve manieren wordt er veel gedaan aan leesbevordering. Op ieder festival verschijnen er weer nieuwe boeken, geschreven vanuit Surinaamse situaties, in Surinaams Nederlands en met herkenbare beeldende illustraties.  Wij van dWTL besteden er veel aandacht aan en hebben zelfs een jeugdredactie.
En dan is er de Schrijversvakschool onder leiding van Ruth San A Jong die zelf een bundel met verhalen over de dood heeft uitgebracht, De laatste parade,  mooi gedaan en een gedurfd onderwerp. Onlangs zijn er drie studenten afgestudeerd aan de Schrijversvakschool, onder andere Karin Lachmising die kort daarna bij In de Knipscheer uitkwam met een dichtbundel, Nergens groeit een boom die haar aarde niet vindt, met bijzondere gedichten, van hoge kwaliteit. Belangrijk is ook de in 2013  uitgegeven grammatica van het Sranan Taki Sranantongo bun door Eddy van der Hilst. Geen literair boek, maar wel een ondersteuning voor degenen die in het Sranantongo willen schrijven of dichten.  Van binnen uit, vanuit Suriname, zijn er dus activiteiten om jonge schrijvers te motiveren en verder te helpen en verschijnen er veel goede kinderboeken voor alle leeftijdsgroepen, van kleuters tot en met adolescenten. Wie vroeg begint te lezen en er plezier in heeft, blijft het doen! Suriname is niet alleen Paramaribo,  en het leespubliek bestaat niet alleen uit elite en intellectuelen. In de districten en het binnenland wordt ook veel gedaan aan leesbevordering.
In 2011 was er bij de Henri Frans de Ziel Stichting wél aandacht voor literaire diversiteit die te maken heeft met de Surinaamse culturen. Ismene Krishnadath, schrijfster en voorzitter van de Schrijversgroep 77 kreeg toen de Henri Frans de Ziel Literatuur- en cultuurprijs, vanwege haar schrijverschap, maar ook in verband met activiteiten in verband met leesbevordering  op scholen. In haar dankwoord zei Ismene toen: ‘Bij S77 propageren we al jarenlang het idee van ‘Diversity is power’. We helpen de wereld alleen vooruit wanneer wij inclusief denken, alleen een plaats en een eigen waarde geven binnen het spectrum van het bestaan. Dit geldt ook voor literatuur. Er is een overvloed aan literaire vormen waar het gewone volk prima mee uit de voeten kan, maar waar wij, van de zogenaamde literaire scène, te weinig mee doen’.
Diversity is power
Onze conclusie is: het Surinaamse literaire leven is aan het veranderen. Literatuur is niet meer het kunstgebied voor de elite, maar het leesplezier van ‘gewone mensen’ neemt toe door tal van projecten.  De Henri Frans de Ziel Stichting kan in deze een voorbeeld nemen aan hun eigen Trefossa, die de volkstaal, het Sranan, opwaardeerde door zijn prachtige gedichten in die taal, beeldend van klank en ritmisch, die onderwijzer was en leraar en ….. een bescheiden mens, de uitvinder van het woord ‘Srefidensi’!

 

Commissie moet cultureel erfgoed beschermen

Minister Ashwin Adhin (Minov) met leden van de
commissie behoud Surinaams erfgoed.
(Foto: Minov)
Surinaams cultureel erfgoed wordt ernstig bedreigd door het feit dat er onvoldoende besef is van de waarde van het culturele erfgoed en de afwezigheid van de toepasselijke wetten. Om deze situatie te veranderen heeft de minister van Onderwijs en Volksontwikkeling (Minov), Ashwin Adhin, donderdag een commissie ingesteld die verantwoordelijk is voor het behoud van Suriname’s cultureel erfgoed op eigen bodem, zegt de Minov-voorlichting.De commissie wordt voorgezeten door een vertegenwoordiger van het Minov en zal aan de Minov-minister rapporteren. Afgevaardigden van de ministeries die onder meer verantwoordelijk zijn voor de culturele aangelegenheden, handhaving van de verordening van 7 Februari 1952 (G.B. 1952 no.14) en internationale betrekkingen, hebben zitting in de groep.

De commissie bestaat uit A. Tjojosemito (Buitenlandse Zaken), S. Ponit (Defensie), A. Amirullah-Moeniralam (Justitie en Politie), J.Moestro (Financiën) en de voorzitter is J.Roozer (Minov/Directoraat Cultuur).

Wereldwijd zijn er steeds meer landen die nationale wetgeving maken tot bescherming en behoud van hun cultureel erfgoed. Deze wetgeving richt zich ter voorkoming van het verlies van voorwerpen van bijzondere cultuur historische en wetenschappelijke waarde. Op 7 februari 1952 is de laatste aanzet gegeven tot het behoud van Surinaams cultureel erfgoed. De voorlichting van Minov geeft aan dat de wet die toen in werking trad, sindsdien nooit is aangepast en niet voldoet aan de huidige internationale inzichten ten aanzien van het tegengaan van illegale handel en uitvoer van cultuurgoederen.

[uit Starnieuws, 24 januari 2014]

Bouw oorlogsmonument doorgedrukt: ‘Het is powerplay van Herrenberg’

door Audry Wajwakana
 .
Paramaribo – “Met de voortzetting van de bouw van het oorlogsmonument aan de Waterkant worden bestaande wetten overtreden”, reageert Johan Roozer, secretaris van Commissie Monumentenzorg Suriname furieus. Volgens Roozer heeft de commissie ‘Monument van de gesneuvelde militairen 1986-1992’ niet de juiste instanties bewandeld en is het stuk, om het monument te bouwen, wild geoccupeerd.
Aan de Waterkant werken arbeiders aan het ‘Monument van de gesneuvelde militairen 1986-1992’. Het nieuwe monument ligt op enkele meters afstand van het Monument der Gevallenen.  Foto: Stefano Tull.
Slaan figuur
Hij geeft aan dat de Waterkant valt onder de Werelderfgoedlijst van Unesco die door Stichting Gebouwd Erfgoed Suriname wordt beheerd. Bij eventuele veranderingen, ook het plaatsen van monumenten, moet de beheerder eerst op de hoogte gesteld worden. Die koppelt terug met de Unesco. “Gesneuvelde militairen in de binnenlandse oorlog en de Waterkant hebben totaal niets met elkaar te maken. Internationaal slaan wij weer een modderfiguur en wordt hiermee bewezen dat effectief communiceren nog altijd een slecht ontwikkelde eigenschap is van bepaalde Surinamers”, zegt hij fel. “Ik heb geen moeite met geen enkele monument, maar laten we nu eindelijk volgens de geldende regels werken. Dit is powerplay van Herrenberg”, zegt Roozer.Brieven
In een brief naar directeur Stanley Sidoel van het Directoraat Cultuur en het ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling wees Monumentenzorg eind vorige maand op het effect van dergelijke handelingen op de positie van Suriname op de Unesco Werelderfgoedlijst. Het ministerie van Openbare Werken (OW), die voor de bouw van het monument zorgt, staakte vorige week zaterdag dientengevolge de bouwwerkzaamheden. Per brief liet OW-directeur Mark Rommy de commissie ‘Monument van de gesneuvelde militairen 1986-1992’ toen weten dat er geen toestemming is verleend van instanties voor de bouw. Henk Herrenberg heeft de toestemming uiteindelijk bij het Kabinet van de President gekregen, waarna OW donderdag de werkzaamheden hervatte. Deze handeling komt op het moment dat Suriname op de vingers is getikt door de Unesco over het uitblijven van maatregelen om zijn plaats op de Werelderfgoedlijst te behouden.
 
 
Actoren
Minister Ashwin Adhin van het ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling waaronder het Directoraat Cultuur valt, blijft op de vlakte over het onderwerp. Volgens hem is het nog onduidelijk wie toestemming moet geven. “We gaan dit na met de verschillende actoren en kijken welke afspraken gemaakt zijn”, geeft hij aan. Directeur Stephen Fokke van Stichting Gebouwd Erfgoed die de beheerder is van de Werelderfgoedsite, is met verlof en heeft via zijn secretaresse laten weten voorlopig niet in de publiciteit te treden. In een eerder interview gaf hij echter aan dat de overheid voldoende bewust is van de impact van zulke handelingen op de kwaliteit van de Werelderfgoedsite. Maar “de overheid speelt don manmet ons”. Alle veranderingen van het Onafhankelijkheidsplein en de Waterkant dienen met Stichting Gebouwd Erfgoed Suriname opgenomen te worden. Hoewel minister Soewarto Moestadja leden van de Commissie Monument Gesneuvelde Militairen en Burgers tijdens de Binnenlandse Oorlog woensdag heeft geïnstalleerd, is de bouw van het monument maandag 28 oktober aangevangen.
[uit de Ware Tijd, 16/11/2013]

Standaardisatie Saamaka Tongo kent vele aspecten

 
 

door Audry Wajwakana

Kenneth Lazo
Paramaribo – Om te komen tot één spelling- en schrijfwijze voor de Saamaka Tongo dient er rekening gehouden te worden met de vele varianten en klanken van de taal. Dat gaven delen van het goed opgekomen publiek donderdagavond mee aan Stichting Saamaka Akademiya, bij de lezing ‘De media en Saamaka Tongo’. Het is precies een jaar geleden dat de stichting het proces heeft ingezet om de taal samen met het directoraat Cultuur te institutionaliseren.
Marijke Agwenze, voorzitter Stichting Saamaka Akademiya
Invloed
Inleider Kenneth Lazo schetste de huidige positie van de Saamaka Tongo in de media. Als radio- en televisiepresentator heeft hij waargenomen dat de taal het best aan bod komt bij de radio. “Dat komt door de overheid die voorlichtingsprogramma’s vertaalde. Ook ngo’s hebben meegewerkt door hun boodschap via dit medium te verspreiden”, zegt hij. De reikwijdte van de verschillende radiozenders vanuit Paramaribo en community radiozenders in de verschillende dorpen heeft hieraan ook meegeholpen. Bij de televisie gaat dat er ietwat anders aan toe, vanwege de beperkte reikwijdte en zendmasten die in het binnenland ontbreken.
Waldi Ajaiso
De binnenlandbewoners hebben deze opgevangen middels video-opnames en gebruikgemaakt van dvd-spelers om beeldinformatie te krijgen. “Als we kijken naar de relatie tussen taal en cultuur, zien we dat veel Afrikaanse films in trek zijn bij marrons vanwege de cultuurovereenkomsten”, haalt Lazo aan. Hierdoor hebben ze interesse voor de inhoud van die films. “Jongeren in Paramaribo hebben daarop ingespeeld door de inhoud van de films te vertalen.” Dat is volgens de inleider ook een manier om te zien welke invloed de taal via het medium televisie heeft op mensen. “Een wereld gaat open voor die mensen”, zegt hij. Als bewoner uit Santigron heeft hij meerdere keren meegemaakt dat de mensen uren over de inhoud van een film kunnen discussiëren.
Rapper Scrappy W bewijst met het lied Super Saamaka hoe trots hij is op zijn culturele identiteit. Bij de lezing ‘De media en de Saamaka Tongo’ bracht hij het lied a capella ten gehore. Foto: Claudio Barker.
Bijdrage
Bij de discussieronde van de lezing is echter afgeweken van het thema ‘De media en Saamaka Tongo’. Vanwege de complexheid en moeilijkheidsgraad van de taal, riep Johan Roozer van het directoraat Cultuur andere organisaties en Saamaka-mensen op om hun bijdrage te leveren aan het proces.
Johan Roozer van het Directoraat Cultuur
“De taal is een stukje erfgoed, waarin heel wat geschiedenis verborgen is”, geeft hij de aanwezigen aan. Vanwege het emancipatieproces dat zich bij verschillende marrongroepen voltrekt, vindt hij dat er haast geboden is om de normering van de taal bij wet te laten vastleggen. “Mensen worden oud en het doorgeven van verhalen geschiedt op een traditionele manier die voor de niet-Saamaka onbegrijpelijk is.” Ondanks dat algemeen bekend is dat de letters ‘g’ en ‘r’ niet in de taal voorkomen, hebben de verschillende Saamaka-woorden vele uitspraakmogelijkheden. Los van die mogelijkheden hebben de verschillende Saamaka-dorpen ook andere intonaties..
[uit de Ware Tijd, 21/09/2013]
Een deel van het publiek
Alle foto’s, tenzij anders aangegeven: @ Stichting Saamaka Akademiya

Schrijversgroep ’77 presenteert gedichtenbundel Fri

De gedichtenbundel Fri met 48 gedichten is een uitgave van de Schrijversgroep’77 in verband met de herdenking van 150 jaar afschaffing van de slavernij. Het idee voor de bundel ontstond in 2012. Een commissie onder leiding van Johan Roozer, waarvan verder Arlette Codfried en Sombra lid waren, riep dichters op hun emoties rond vrijheid te verwoorden.

Hein Eersel zal op uitnodiging van de Schrijversgroep’77 zijn licht laten schijnen op de bundel. Er zullen tien gedichten uit deze bundel worden voorgedragen. Naast bekende dichters zoals Sombra en Alphons Levens hebben ook nieuwe dichters werk aangedragen, zoals Cobi Pengel, Rose-Marie Maître, Hermien Wimpell, Josta Vaseur, Judith Ruimwijk, John Verwey, Patricia Rotgans, Raoel Doelahasori en Jennifer Lawson.

Alphons Levens

Ook is een uniek project opgenomen, waarbij het Nederlandstalig gedicht Vrijheid in vijf Surinaamse talen is vertaald door onder andere Dorus Vrede, Jit Narain en Kadi Kartokromo. Ook zal eindredacteur Robby Parabirsing (Rappa) vertellen hoe de productie van manuscript tot eindproduct is verlopen. Dit is vooral interessant voor opkomende dichters die meer willen weten over de mogelijkheden om hun werk te publiceren.

Op woensdag 26 juni 2013 zal de Schrijversgroep’77 de gedichtenbundel ‘Fri’ in Tori Oso aan de Frederik Derbystraat presenteren. Aanvangstijd: 20.00 uur.

8 maart gedichtenbundel

In het kader van het Jaar van de Poëzie is op 8 maart een poëziebundel aangeboden aan Nadia Chong A Fong. Er is voor gekozen om de bundel aan te bieden aan een gewone Surinaamse vrouw, omdat gewone vrouwen vaak anoniem blijven, terwijl zij de pijlers vormen van de samenleving. De bundel werd aangeboden door Johan Roozer, voorzitter van de Trefossastichting en initiatiefnemer van het project, Arlette Codfried, samenstelster van de bundel en Sombra, commissielid ‘Jaar van de Poëzie’. De aanbieding is gefilmd door ATV. De bundel bevat 43 gedichten van 32 dichters. Er zijn gedichten in het Nederlands, Engels, Sarnami, Javaans en Saramaccaans. Van de drie laatste talen is een vertaling van de gedichten opgenomen.

De grafische vormgeving van het verzamelwerk had beter gekund. De teksten lijken zonder esthetische overwegingen op het vel geplaatst. Ook vreemd is het ontbreken van enige tekst op de omslag. Er is wel een fraaie Coroniaanse bloem te zien, maar geen titel of andere informatie. Ook een inhoudsopgave met de namen van de auteurs en gedichten had het boek overzichtelijker gemaakt. De bundel zal niet commercieel worden aangewend. Alle dichters van wie werk is opgenomen krijgen een exemplaar. Vermeldenswaard is dat Maria Landvoort (ps Sylvana Dankerlui – op de foto) in deze bundel haar debuut maakt als poëet.

Trefossalezing Venetiaan gepubliceerd

Op de avond van de 4e Trefossalezing, 14 januari 2012, werd de publicatie van de 3e Trefossalezing gepresenteerd. In 2011 verzorgde drs R.R. Venetiaan deze lezing onder de titel Trefossa ten speri. In de lezing wordt ingegaan op de yeye speri (geestverwanten) van Trefossa. Venetiaan gaat op zoek naar dichters die antwoord hebben gegeven op de trotji [aanhef] van Trefossa. Hij noemt Isselt, Raalte en Slory onder de kop Vier daggetijden. Hij bespreekt verder Dobru en Zapata Jaw, onder Identiteiten, die zijns inziens invulling hebben gegeven aan de verwachting die de voorzang van Trefossa heeft opgeroepen. Tenslotte bespreekt hij Johanna Schouten Elsenhout onder het blok Namens alle Sranan dichters. Schoutenhout zong haar eigen trotji. Door de vele gedichten in de publicatie maken die tot een poëziefeest. In de publicatie zijn ook opgenomen de laudatio (door Johan Roozer) en de toespraak van de laureaat (Ismene Krishnadath) van 2011.

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter