blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Roos Paul François

Een verjaardagsboekje voor Paasman

door Hilde Neus

Bert Paasman heeft op 26 februari 2019 zijn tachtigste verjaardag gevierd. Ter gelegenheid daarvan is er een liber amicorum uitgekomen. In tegenstelling tot de publicatie ter gelegenheid van zijn afscheid als hoogleraar is dit vriendenboekje klein. Alle 23 stukken, bijdragen van enkele pagina’s, geschreven door naaste medewerkers en collega’s van Bert, die dus al weer een poos met emeritaat is. read on…

Bert Paasman 80

Bert Paasman, emeritus hoogleraar Koloniale en Postkoloniale Cultuur- en Literatuurgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam, wordt vandaag, dinsdag 26 februari 2019, 80 jaar. Met zijn colleges en lezingen en een lange reeks publicaties is hij een van de sleutelfiguren geworden binnen de studie van de literatuur van de Oost en de West. Twee dagen geleden werd hem in zijn woonplaats Putten een vriendenboek overhandigd. Bert Reinders maakte onderstaande foto’s. De teksten zijn van zijn oud-studenten Karin Amatmoekrim en Andrea Kieskamp en van Liesbeth Echteld, decaan van de Algemene Faculteit van de University of Curaçao. read on…

Ma Retraite

Wandeling naar de plantaadje Ma Retraite, gelegen achter Paramaribo; in den jaare 1787
Thans treeden wy den tuin van Ma Retraite binnen.
Myn zanglust kon hier licht een nieuwe schets beginnen;
Maar neen! ‘k heb my bepaald by myne wandeling:
Misschien dat ik, hierna, nog eens een veldlied zing
Van uwe vruchtbaarheid en schoone koffiboomen.
Daar komt de landman ons op ‘t gulst verwellekomen……..
door Carl Haarnack
Overigens kennen we in Nederland ook een ‘Ma Retraite’, een buitenplaats in de gemeente Zeist. Hier werd rond 1800 een herenhuis gebouwd. Daarnaast was er een koetshuis met ruimte voor zeven paarden, een koetsierswoning, orangerie, een tuinmanswoning, moes- en tuingronden, compleet met waterpartij. U zult begrijpen dat dit alles gebouwd werd door de familie Nepveu, ongetwijfeld betaald met de winsten uit Suriname. In 1779 overleed Jan Nepveu. Hij liet zijn niet onaanzienlijke kapitaal en zes plantages na aan zijn zoon Laurens Johannes Nepveu (1751-1823). Deze woonde niet in Suriname maar in Nederland. Kort voor zijn overlijden gaat het eigendom van de plantage Ma Retraite over op François Becker. In de loop der jaren is de plantage door uitgifte van nieuwe gronden aangegroeid tot 1288 akkers, inclusief het gebied aan de Suriname-rivier dat als ‘Land van Ma Retraite’ in de archieven wordt beschreven. Koffie en katoen waren de hoofdproducten.
De dichter Roos romantiseerde het leven van de slaven (“Uw juk is licht……..”). Na hun gedane arbeid werkten zij op kostgrondjes waar zij pinda en yams (knolgewassen) verbouwden. Ongetwijfeld heeft Roos, die zelf ook plantage-directeur was, een niet helemaal objectieve kijk op het slavenleven. In de roman ‘Codjo de brandstichter’ wordt ook de plantage Ma Retraite opgevoerd. De slaven zijn hier niet zo tevreden als bij Roos. De slaven lopen weg vanwege de wrede behandeling en verkiezen de onzekerheid van het zwervende bestaan boven het plantage-leven. Van Hoëvell, die pleitte voor afschaffing van de slavernij, schets het volgende beeld van Ma Retraite:
“Ten noorden der stad liggen de plantages ‘Ma Retraite’ en ‘Tourtonne,’ beide beplant met bananen, koffij en kakao. Ze voorzien voor een groot gedeelte in de behoefte aan bananen van Paramaribo. De rijweg naar Tourtonne is een der aangenaamste wandelwegen om de stad; een laan van zware oude tamarindeboomen biedt een verkwikkenden lommer, en de tusschen eene heerlijke tropische vegetatie verscholen landhuizen leveren hier, gelijk elders in de omstreken der stad, even bevallige als prachtige gezigten op”.
Ten tijde van de afschaffing van de slavernij is de plantage eigendom van ene S.A. Samuels. Het aantal slaven is behoorlijk teruggelopen. Samuels ontvangt in 1863 voor in totaal 69 slaven een schadeloosstelling (fl. 300,– per slaaf). In de jaren die volgen is de plantage is het bezit van verschillende generaties Samuels, Samuels-Gomperts en ene Levie.
Deze prachtige ansichtkaart dateert van rond 1900 en geeft ons een kijkje op de gebouwen van de plantage Ma Retraite. We zien de bakken waarop de cacao gedroogd werd. Op de achtergrond zien we de balen cacao en enkele arbeiders. Ook zien we links een rijtuig waar een paard voor gespannen is. Halverwege de 19e eeuw was men op de plantage volledig omgeschakeld naar cacao. Jaarlijks werd door 150 arbeiders zo’n 40.000 kilo cacao geproduceerd. De slavenmacht had plaatsgemaakt voor contractarbeiders. In 1864, een jaar na de afschaffing van de slavernij, waren enkele Chinese arbeiders aangetrokken. In de daarop volgende decennia werden zo’n honderd contractarbeiders uit India en meer dan driehonderd uit Java aangetrokken.
Knijp eens uw ogen een beetje toe als u de volgende keer door Ma Retraite loopt of rijdt. Misschien ziet u ergens schimmen uit het verleden. In Suriname is de geschiedenis nooit ver weg.

[Dit artikel werd eerder geplaatst in het blad Obsession]

Een planter 205 jaar na dato digitaal

In het laatste kwart van de eeuw was Suriname als wingewest zijn hoogtijda­gen voor­bij. Maar de cultuur bloeide op. Dat kan verklaard worden uit ver­schil­lende factoren: het ontstaan van een permanente landsbevolking, de toenemende inter­ra­ciale contacten, de sterkere beheer­sing van de plantage-economie vanuit Paramaribo, en de sterke oriëntatie op Europa waar de Verlichting stuwende impulsen gaf aan de interesse voor het intellectuele leven. Vooral dit laatste trok zijn sporen door de kolonie, waar het met name de joden waren die aan het culturele leven bijdroegen; zij zetten hun eigen organisaties op, maar maakten opmerkelijk genoeg ook deel uit van alle niet-joodse dichtgenootschappen. Uit adver­tenties voor boeken­veilingen kan worden opgemaakt dat velen die tot de bovenste klassen behoorden, over uitgebreide boekencollecties be­schik­ten. De moge­lijk­heden tot onderwijs groeiden, zij het nog niet spectaculair. W.J. Beeld­snyder Matroos startte een drukkerij in 1772 en begon twee jaar later met de uitgave van de eerste krant, de Weekelyksche Woensdaagsche Surinaamse Courant. Deze zou ge­volgd worden door verschillende andere, waarvan De Surinaam­sche Nieuwsvertelder (1785-1793) opviel door zijn scherpe, satirische stukken. De Surinaamsche Courant, die voor het eerst verscheen in 1790, zou in allerlei edities tot 1883 blijven bestaan. Echte boekhandels waren er nog niet, maar in 1783 kwam er wel een eerste open­bare biblio­theek. De vroegste berichten over toneelvoorstel­lin­gen dateren van het begin van de jaren ’70 van de 18de eeuw. Christenen en joden speelden overwe­gend de­zelfde Europese dra­ma’s en kluchten, maar hadden ieder hun eigen schouwburg en to­neel­groep, met als meest illustere gezel­schap het joodse De Verreezene Phoenix. Het genoot­schapsle­ven bloeide als nooit te voren: vrijmetselaarslo­ges schoten als paddestoelen uit de grond, er werden we­ten­schap­pelijke `collegies’ en verschil­lende literaire genoot­schappen opgericht, onder meer De Surinaam­sche Lettervrinden die vier bundels Letter­kundige Uit­spanningen uitbracht. In kringen van dit laatste genoot­schap vinden we de drie markantste persoonlijk­heden: de arts Jacob Voegen van Engelen, die ook het tijdschrift De Surinaam­sche Artz uitbracht, klerk en boekhouder Hendrik Schouten die een klein aantal satirische verzen schreef, en de man met het grootste oeuvre: de planter Paul François Roos.

In 1804 verscheen een uitgave die als de ‘verzamelde gedichten’ van Roos kan worden beschouwd: de Suri­naamsche men­gelpoëzy. De auteur had die zelf als een `defini­tieve keuze’ geredigeerd. Binnen de planterspoëzie die Suriname heeft voortgebracht, is het een centraal boek. Maar het is ook een zeldzaam boek, en wie het op een veiling aantreft, moet zijn portemonnee wijd opentrekken. Nu is de hele tekst ervan digitaal beschikbaar gemaakt door de Digitale Bibliotheek Nederlandse Letteren. Wie er eens in wil rondneuzen kan gratis en voor niets terecht door hier te klikken.

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter