blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Rijssen Jules

Surinamers in WO II: geen eenduidige strijd

Surinamers in Kijkduin, winter 1946. Collectie William Watson

 

door Guno Jones
In Teken en zie de Wereld heeft Jules Rijssen de herinneringen van oorlogsveteranen uit Suriname aan de vergetelheid ontrukt. Op basis van Oral History heeft de auteur bloot weten te leggen hoe deze veteranen, 31 mannen en zes vrouwen, betekenis hebben gehecht aan de Tweede Wereldoorlog. Eerder historiografisch werk heeft al in kaart gebracht dat militairen uit het toenmalige ‘rijksdeel’ Suriname in uiteenlopende geografische gebieden en functies bij de Tweede Wereldoorlog betrokken zijn geweest: als schutter of stads- en landwacht (in Suriname), als marinier en gunner, in het verzet in Nederland, als militair in Nederland en Europa, als verpleegkundige en in de strijd tegen het Japanse leger. Het vernieuwende karakter van dit boek is dat Rijssen een ‘geschiedenis in herinneringen’ in kaart heeft gebracht, door de veteranen zelf aan het woord te laten (p.11-12).
Deze rijk geïllustreerde studie laat zien waarom de gangbare kennisvorming over de Tweede Wereldoorlog en dekolonisatie tekortschiet. In de historiografie is sprake van schotten, waarin de geschiedenis van Nederland en de (voormalige) kolonies Suriname, de Nederlandse Antillen en ‘Nederlands-Indië’/Indonesië afzonderlijk worden beschreven. Teken en zie de wereld toont daarentegen de verwevenheid van Nederland en wat in het koloniale discours ‘de West’ en ‘de Oost’ heette: door bemiddeling van de Nederlandse regering waren militairen uit Suriname, vrouwen zowel als mannen, direct en actief betrokken bij ontwikkelingen in Indonesië, waar ze (vaak) via de VS en Australië heengingen.
Vera Cornelly Tjien Fooh.
Collectie Vera Levens-Tjien Fooh/Museum Suriname
Naast de reikwijdte kan Teken en zie de wereld gelezen worden als een kritiek op een universalisme dat de Tweede Wereldoorlog als een eenduidige strijd van ‘de goede legers’ (de geallieerden) tegen het absolute kwaad van de asmogendheden (Duitsland, Italië, Japan) voorstelt. De Surinaamse militairen, destijds Nederlanders, vochten vol overgave tegen het kwaad van de asmogendheden (vooral tegen Japan), maar maakten tegelijkertijd op indringende wijze kennis met het onrecht aan geallieerde kant, zoals kolonialisme, racisme en seksisme. Ze waren als ‘rijksgenoten’ én gekoloniseerden bij de Tweede Wereldoorlog betrokken; Juist die double consciousness (een concept waarmee W.E.B. Dubois verwijst naar de historische ervaringen van zwarte Amerikanen) brengt in dit boek een parallelle geschiedenis aan het licht en daarmee andere sociale, morele en politieke betekenissen van de Tweede Wereldoorlog. Nog beter is om (op z’n minst) te spreken over ‘parallelle geschiedenissen’ gelet op de uiteenlopende herinneringen van mannen en vrouwen.
De Prinses Irenebrigade trekt Utrecht binnen; op de bok een Surinamer.
Foto www.prinsesirenebrigade.nl
Die parallelle geschiedenissen komen in Teken en zie de wereld tot uiting in de ervaringen van de veteranen in de verschillende fases van hun inzet tijdens en na de Tweede Wereldoorlog. Bij de Tweede Wereldoorlog denkt men wellicht primair aan een gewapend conflict, maar die oorlog markeerde ook de ‘strijd’ om rolpatronen. Vrouwelijke militairen leerden telegraferen, schieten, exerceren en trucks besturen, banden verwisselen en olie verversen. Publieke activiteiten die destijds als ‘mannelijk’ werden gezien en de betreffende vrouwen soms op afwijzende reacties van mannelijke collega’s kwamen te staan, zoals veterane Esselien Bakrude-Bolwerk meemaakte (p.23). Bij de inzet van verpleegkundigen (die via de VS en Australië naar ‘Nederlands-Indië’ afreisden) was niet zozeer de functie een probleem maar wel de ‘bedreigingen’ van het overschrijden van de heersende fatsoensnormen aangaande vrouwelijke seksualiteit. Zo was het de taak van Theophila D’Hont-Berkenveld om ‘de jonge meiden onbeschadigd af te leveren in Australië’; ze moest, onder meer door middel van bed checks, zorgen dat de meisjes ‘goed’ bleven, wat betekende dat ze moest voorkomen dat ze zwanger raakten (p. 44-45). Een soortgelijke regulering van seksualiteit en voortplanting maakten de mannelijke collega’s niet mee.
Eerste deel van het Geuzenliedboek, waaraan Albert Helman
– actief in het verzet tegen de Duitsers – ook bijdroeg.
‘Onbeschadigd blijven’ betekende voor de mannelijke strijders iets heel anders, omdat ze op een andere wijze dan hun vrouwelijke collega’s in de oorlog gesitueerd waren. Zo werden ze nog voor hun inzet in de Tweede Wereldoorlog geconfronteerd met de segregatie in de VS en de ‘colour bar’ in Australië. De getuigenissen van, in woorden van veteraan August Hermelijn, ‘die verschrikkelijke discriminatie’ (p. 64) tijdens de trainingsperiode in het zuiden van de VS zijn legio onder de veteranen. Ze maakten kennis met segregatie door bordjes ‘coloured only, white only’, waarbij ook hun fysieke veiligheid gevaar liep: ‘Ik heb daar echt racisme ondervonden. Ik kom in een zaal in Mobile, Alabama om iets te kopen […] Die man trekt een pistool en zei: negro, one more step and you are a dead man! (veteraan André Neiden: p. 83). Soortgelijke verhalen vertellen de veteranen over Australië. Veteraan Iwan Dompig: ‘Het eerste wat luitenant De Gooyer tegen ons zei was: gaan jullie niet in de stad, want er is voor jullie als kleurling geen plaats in de stad’ (p. 39). Deze ervaringen onderstrepen dat het sociale onrecht niet alleen bij de asmogendheden plaatsvond, maar − in de vorm van structureel racisme − ook bij de geallieerden. Tezamen met het feit dat Suriname op koloniale wijze werd bestuurd door gouverneur Kielstra hebben ze ongetwijfeld als moreel kompas gefungeerd voor de houding van de Surinaamse militairen in de strijd. Zo vochten ze met volle overgave en succes tegen de Japanse bezetters, maar toen de Nederlandse regering hen na de capitulatie van Japan wilde inzetten in de strijd tegen het Indonesische nationalisme voelden ze zich misleid. Men had ‘getekend voor de strijd tegen de Japanners en niet tegen de Indonesiërs’, zoals Hugo Alberga het stelde (p. 16). Sommigen gaven gehoor aan de orders van de Nederlandse autoriteiten, maar uit veel getuigenissen komt naar voren dat men zich waar mogelijk onttrok aan deze strijd, terwijl enkelen overliepen naar Indonesische zijde. ‘Toen ze zeiden dat we tegen de Javanen moesten vechten, hebben wij geprotesteerd. In Suriname zijn ze onze buren en misschien vecht je tegen hun ouders of familie.’ (veteraan William Watson, p. 120).
Piet Wielemaker en George Spong
op vliegveld Tjililitan bij Batavia. Collectie George Spong

 

Hoewel het, gelet op de uiteenlopende herinneringen aan de rol van de Surinaamse militairen tijdens deze oorlog, de vraag blijft hoe algemeen deze ervaringen zijn rijst niettemin het beeld dat men zich niet senang voelde bij deze missie en dit conflict eerder als een koloniale oorlog dan als politionele acties beschouwde. Overigens wilden ook de Indonesische strijders, op instructie van Soekarno, de Surinaamse militairen (die formeel aan Nederlandse zijde stonden) zoveel mogelijk ontzien. Veteraan Iwan Dompig: ‘Op de bussen en trams hadden de Indonesiërs geschilderd: ‘Awas Orang Suriname, Surinamers oppassen! Deze zaak gaat jullie niet aan! En gelijk hadden ze […]. Zelfs ’s avonds riepen ze op de radio: Ini perkara Blanda poena, het is een gevecht tegen de Hollanders’ (p. 40). De ‘rijksgenoten uit de West’ bevonden zich dus middenin de Indonesische dekolonisatiestrijd en namen in die strijd, in vergelijking met de ‘Hollandse’ militairen, een aparte positie in.
In Teken en zie de Wereld heeft Jules Rijssen kortom ‘een andere kant’ van de Tweede Wereldoorlog en de dekolonisatie van Indonesië laten zien en getoond dat ieder historisch narratief, het heersende niet uitgezonderd, gesitueerd is. Daarmee doet dit boek een beroep op onderzoekers om deze geschiedenissen in breder verband te analyseren en daartoe ‘de bronnen’ opnieuw onder loep te nemen.
Jules Rijssen, Teken en zie de wereld; Oorlogsveteranen in Suriname. Amsterdam: KIT Publishers/Jules Rijssen, 2012. 127 p., isbn 978 94 6022 172 9, prijs € 24,50.
[uit Oso 2012.2]

 

Stichting Openluchtmuseum Fort Nieuw Amsterdam presenteert: ‘Opdat wij niet vergeten’

In Kruithuis 1740 in het Openluchtmuseum Fort Nieuw Amsterdam is het nu nog stil. Maar over een paar dagen worden hier verhalen verteld: Surinamers, mannen én vrouwen, die in de Tweede Wereldoorlog als militaire vrijwilligers overzee gingen, delen hun herinneringen, in woorden en beelden, omlijst door voorwerpen.

Op vrijdag 10 augustus a.s. om 10:30 uur is het museumcafé van het Openluchtmuseum de ontmoetingsplek voor Surinaamse oorlogsveteranen. Dan wordt het boek Teken en zie de wereld gepresenteerd, een uitgave van KITPublishers. En de documentaire Opdat wij niet vergeten van Fawaka Creations beleeft zijn première. Beide producties omlijsten de openstelling van de expositie Opdat wij niet vergeten.

In 2011 schonk de Federatie van Oud-strijders en Ex-militairen in Suriname haar collectie aan de Stichting Openluchtmuseum Fort Nieuw Amsterdam (SOFNA). Voorwaarde voor de aanvaarding van de schenking was deze collectie in een permanente expositie te tonen. SOFNA accepteerde de schenking die bestaat uit foto’s en enkele voorwerpen: een slaapmatje, een kompas, lintjes, een legerjasje, een sabel. Er is meer, vertellen de heren Dest en Van Russel van de Federatie. Maar die soms zeer dierbare dingen liggen nog bij mensen thuis, of bij de weduwen of de kinderen. Het blijkt voor sommigen moeilijk te zijn om er afstand van te doen. Dat is te begrijpen, het zijn tastbare getuigenissen van een ingrijpende periode in het leven van de toen jonge Surinamers.

De expositie kreeg de titel: Opdat wij niet vergeten. En wie luistert naar de verhalen, begrijpt waarom. Voor de gelijknamige documentaire interviewde Dave Edhard van Fawaka Creations enkele veteranen over de keuzes die ze maakten en waarom, hoe de oorlog hun leven heeft veranderd. Wie de documentaire bekijkt, kan misschien een heel klein beetje invoelen wat oorlog met mensen doet. Daarom is het belangrijk om niet te vergeten.

Bij de herdenking van de oorlogslachtoffers op 4 mei 2012 had de voorzitter van de Federatie dhr. Fred van Russel, de eer het boek Teken en zie de wereld van de auteur Jules Rijssen te mogen overhandigen aan de oud-strijders en ex-militairen of aan hun familie, nog voor de officiële presentatie. In het boek staan 37 verhalen met foto’s, herinneringen van Surinaamse mannen en vrouwen die als vrijwilligers en dienstplichtigen werden uitgezonden overzee in de Tweede Wereldoorlog en in de Korea-oorlog. Wie waren die militaire vrijwilligers? Wat gebeurde er met hen op de slagvelden? Hoe heeft die oorlog hun jonge levens direct beïnvloed? Wie waren de Surinamers die in Nederland in het verzet gingen? Welk effect had de Koreaanse oorlog op die jongens die na hun Nederlands-Indië-ervaring voor nog een ‘tour’ bijtekenden? Hoe hebben de ervaringen het verloop van hun verdere leven beïnvloed?

Het boek is opgedragen aan alle Surinamers die niet terugkwamen van de oorlog. Op 4 mei jl. tijdens de herdenking bij het Monument voor de Gevallenen gaf de heer Van Russel aan dat herdenking alleen niet genoeg is. Er moet meer bekendheid en waardering komen voor wat de veteranen hebben gedaan in de oorlog. Een bezoek aan Kruithuis 1740 kan hieraan bijdragen en is dan ook een must.

[Dagblad Suriname, 7 augustus 2012]

Oorlogsveteranen van Suriname

Dat Suriname een belangrijke rol heeft gespeeld in WOII is evident. Zo leverde Suriname meer dan 60% van het bauxiet die als grondstof diende voor het vervaardigen van militaire vliegtuigen in de VS. Honderden jonge mannen én vrouwen gingen als vrijwilligers en dienstplichtigen het leger in. Bekend zijn de Surinaamse gunners, die dienst deden op de marine- en koopvaardijschepen van het KNSM. Daarnaast gingen er ongeveer 400 Surinaamse militairen (mannen en vrouwen) naar Oost-Indië om te vechten tegen de Japanners. Velen keerden niet terug van het slagveld in Nederlands-Indië of Europa. En niet te vergeten de Surinamers die hun leven in het verzet gaven en zij die vanwege hun joodse etniciteit niet terugkwamen uit de concentratiekampen. Enkele jaren later werden dezelfde militairen die na hun demobilisatie in 1946 waren afgekeurd opnieuw goedgekeurd en ingezet voor de VNmissie in Korea(1950-1953). Ook tijdens deze missie sneuvelden en raakten Surinamers gewond op het slagveld bij Pusan in Korea.

Over de inzet en de ervaringen van de Surinaamse militairen is helaas vrij weinig bekend. Wie waren die militaire vrijwilligers die over zee gingen? Wat gebeurde met die jonge jongens en meisjes die in het zuiden van Amerika (bijvoorbeeld Florida) werden geconfronteerd met segregatie? Wat gebeurde met hen op de slagvelden? Hoe heeft die oorlog hun jonge levens direct beïnvloed? Wie waren de Surinamers die In Nederland in het verzet gingen? Welk effect had de Koreaanse-oorlog op die jongens die na hun Nederlands-Indië ervaring voor nog een ‘tour’ bijtekenden? Hoe hebben de ervaringen het verloop van hun verdere leven beïnvloed?

Auteur: Jules Rijssen
ISBN 9789460221729
Pagina’s: 128 pagina’s
Prijs: € 24.50
Uitgever: KIT, Amsterdam

Het Koninkrijk in de Tweede Wereldoorlog


Op 8 mei j.l. vond bij de vereniging Ons Suriname in Amsterdam een avond plaats over de overzeese gebiedsdelen van het Koninkrijk gedurende de Tweede Wereldoorlog, naar aanleiding van het verschijnen van het boek van Esther Captain en Guno Jones, Oorlogserfgoed overzee. Op de foto van links naar rechts Dorna van Rouveroy, Guno Jones, Esther Captain en interviewer Jules Rijssen. Foto @ Frank Consen.

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter