blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Rijkaard Carlo

Keti Koti: afschaffing slavernij herdenken en vieren

Op zaterdag 23 juni 2012 presenteren de Denktank Sociale Cohesie Overvecht, Kosmopolis Utrecht en Tori Oso Utrecht een Keti Koti avond in de Johanneskerk in Utrecht-Overvecht. Met een bijzonder programma wordt aandacht besteed aan de slavernijgeschiedenis van betrokken gemeenschappen. Keti Koti (gebroken ketenen) is een Surinaamse feestdag waarbij de afschaffing van de slavernij wordt herdacht én gevierd.

 

Volgend jaar wordt de 150e verjaardag van de afschaffing van de slavernij in Nederland en tevens 300 jaar Vrede van Utrecht gevierd. In het verdrag van de Vrede van Utrecht zijn bepalingen opgenomen over de slavenhandel. Voor de stad Utrecht is het slavernijthema redelijk uniek, wat het extra interessant maakt om er aandacht aan te besteden, zeker vanuit het perspectief van een gedeelde geschiedenis. In opmaat naar 1 juli 2013 wordt in Utrecht al een aantal activiteiten georganiseerd die aandacht geven aan het Nederlandse slavernijverleden in Suriname, de Cariben en Nederlands-Indië.
Tijdens de Keti Koti avond kunnen bezoekers onder het genot van een Surinaamse maaltijd met elkaar van gedachten te wisselen over de betekenis van onze gezamenlijke slavernijgeschiedenis. Er wordt een drie-gangen-maaltijd geserveerd van pindasoep, Heri Heri en Bojo: traditionele Surinaamse gerechten die gangbaar waren in de slaventijd.Host van de avond is Mercedes Zandwijken, met bijdragen in dichtvorm en gesprek van Lydia Emanuels, Carlo Rijkaard, Esther Captain, Bright Richards en Wim Manuhutu. De muziek wordt door Taste4all (Apintidrum) verzorgd en een hoedenmodeshow door JaneSS.

De catering is in handen van Cornelly Chan A Hung (uit Overvecht) en oma Nel.
Op de bijeenkomst zijn ook stands van cultureel ondernemers: JOMI hair en beauty (natuurlijke producten op basis van planten uit Suriname), Lucinda’s Bookstore (Surinaams en Caribisch assortiment), oma Nel Kloof (Surinaamse koeken) en A Seti van Mireile Stadwijk (sieraden).

Datum: zaterdag 23 juni 2012
Locatie: Johannescentrum, Moezeldreef 400, Utrecht Overvecht
Inloop: vanaf 18:00 uur
Tijd: 18:30 – 22:30 uur
Toegang: 5,- euro (incl. diner)
Reserveren verplicht: torioso@gmail.com o.v.v. keti koti

Openbaar college bij Ons Suriname

Op 20 mei j.l. gaf Michiel van Kempen zijn laatste college van het academisch jaar 2010-2011 openbaar bij de Vereniging Ons Suriname in Amsterdam. Een verslag vindt u elders op deze blogspot, klik hier. De onderstaande foto-impressie werd gemaakt door Frank Consen.

V.l.n.r. Lieke Marsman, Franc Knipscheer, Michiel van Kempen, Raj Mohan, Blaka Mira

 

Michiel van Kempen interviewt Robert Vuijsje

 



Van Kempen en Aliefka Bijlsma

Uitgever Franc Knipscheer

Dichter Lieke Marsman, winnares van de Lucy C. en B.W. van der Hoogtprijs

Dichter Blaka Mira draagt voor in het Sranantongo
Dichter/zanger Raj Mohan met Sanne Landvreugd en Pablo Nahar

College literatuur en poëzie

door Stuart Rahan

Amsterdam – Tegelijkertijd met de uitvaartdienst van schrijver/columnist Clark Accord in Suriname, hield de Werkgroep Caraïbische Letteren in Amsterdam vrijdag een college over literatuur en poëzie. Er werd een minuut stilte gehouden ter nagedachtenis van de op vijftigjarige leeftijd overleden Accord, die ook veel betekend heeft voor de werkgroep.

Ook aanwezig: Antilliaans-Nederlandse schrijfster Aliefka Bijlsma en docent-brandweerman Percey Hanenberg

Hij zou binnenkort ook zitting nemen in een panel dat jonge opkomende schrijvers gaat adviseren op hun weg naar literaire roem. “Helaas kan Clark er niet meer bij zijn maar het werk gaat onder andere samenstelling door”, beloofde Michiel van Kempen van de Werkgroep, die de avond aan elkaar breide.

Schrijver Robert Vuijsje deelde zijn ervaringen naar aanleiding van zijn boek Alleen maar nette mensen. Terwijl in Nederland voornamelijk zwarte Surinaamse mannen en vrouwen het boek als denigrerend bestempelden, vond Vuijsje de reacties op Surinaamse scholen wel heel erg meevallen.

Veel lof was er voor zijn meest verkochte boek De Koningin van Paramaribo ofschoon de meeste kenners van Accords werk Bingo, zijn derde boek, in literair opzicht een veel beter product vinden. Maar de populariteit van het eerste boek sprak de meeste lezers aan, getuige de vertalingen in onder meer het Duits, Spaans en zelfs het Fins. Van Kempen vond het wel jammer dat De Koningin van Paramaribo niet in het Engels is verschenen. “Misschien kan het er nu wel van komen.” Het openbare literaire college werd gehouden in het gebouw van Vereniging Ons Suriname in Amsterdam.

Robert Vuijsje en Michiel van Kempen

Reconstructie
De avond begon met een reconstructie van de heftige discussies die ontstonden naar aanleiding van het boek van Robert Vuijsje, Alleen maar nette mensen. In dit verhaal is de van Joodse afkomst David, opgegroeid in het rijke en chique Amsterdam-Zuid, op zoek naar zijn ideale vrouw: een zwarte negerin met grote billen en die ook nog een sterke intellectuele achtergrond heeft. Maar dat is slechts een onderdeel van de vele (klassen)verschillen waarmee het moderne Nederland te kampen heeft. Het boek beleefde in 2008 zijn eerste druk maar de heftige discussies braken ruim een jaar later pas los toen het boek beloond werd met de prestigieuze Gouden Uil en op de shortlist terechtkwam van de Libris Literatuurprijs. Vuijsje moest zich sindsdien op allerlei fora verantwoorden voor zijn stereotype relaas rond zwarte achtergestelde jonge vrouwen in de Bijlmer, die zich voor een Breezer of belkaart in de kelderbox lieten gebruiken. Ondanks dat Van Kempen vroeg om de toen gevoerde discussie niet opnieuw te voeren, kon een deelnemer aan het openbare college zijn ongenoegen ook nu niet voor zich houden. Naar nu blijkt is mede door de opgelaaide anti- en sympathieën het boek nog steeds in trek bij lezers. Na drie jaar beleeft Alleen maar nette mensen zijn negenentwintigste druk en zijn er al meer dan honderdvijftigduizend exemplaren van verkocht.

Uitgever Franc Knipscheer, zaterdag in de OBA

Kunstmatige inseminatie
In het tweede gedeelte van het literaire college sprak Van Kempen met drie dichters en uitgever Franc Knipscheer (foto hierboven) van uitgeverij In de Knipscheer. Daarin werden de dilemma’s van zowel de dichter als de uitgever bij het schrijven en willen uitgeven van dichtbundels met de zaal gedeeld. Het blijkt dat uitgevers tegenwoordig niet zitten te springen om dichtbundels terwijl dichters, als hun werk toch wordt uitgegeven, het moeten doen met zeer kleine oplagen en beperkte voorschotten. Een oplage van vijfhonderd is standaard waar een voorschot van tweehonderdvijftig euro als normaal wordt gezien. Taal en concessies doen, waren voor alle drie dichters geen punt van discussie.

Anne-Marie van der Meer, medewerkster van literair theater Perdu, en dichter Lieke Marsman

Carlo “Blaka Mira” Rijkaard: “Surinaams is mijn moedertaal. Nederlands is vreemd voor mij. Het is hetzelfde als vader zijn van een kind geboren via kunstmatige inseminatie.” Rijkaard las voor uit zijn in eigen beheer uitgegeven Ini wan man na man. De jonge Lieke Marsman, die nooit eerder schreef en publiceerde, werd uit het niets door recensenten als veelbelovend gekwalificeerd. Voor haar is dichten makkelijker dan lange verhalen schrijven. Zanger/dichter Raj Mohan las met veel emotie uit zijn tweede bundel Tihá/ Troost. Als apotheose sloot Mohan de avond af met een muzikale improvisatie van een gedicht over zijn grootmoeder en de dood, een gedicht dat hij ook speciaal opdroeg aan Clark Accord. Daarin werd hij muzikaal bijgestaan door Sanne Landvreugd op saxofoon en Pablo Nahar op contrabas.

Pablo Nahar & Sanne Landvreugd

[tekst uit de Ware Tijd, 23/05/2011]

Foto’s: © Michiel van Kempen m.u.v. de tweede van boven: © Franc Knipscheer

Blaka Mira; een miniportret

Blaka Mira (Carlo Rijkaard). Foto: @ Simon Vinkenoog


door Nellie Bakboord

Toen ik eraan dacht de dichter Carlo Rijkaard te vragen waarom hij onder het pseudoniem, nom de plume ‘Blaka Mira’ zijn werken publiceert, lag mijn kopij al bij de redactie op het bureau. Vaak heeft een pseudoniem iets te maken met de echte naam van de schrijver. Letterlijk vertaald betekent Blaka Mira, zwarte mier. Ik miste de kans het Carlo te vragen.

Pseudoniem, oudgrieks, staat voor de naam die door een schrijver of kunstenaar wordt bedacht om de maker van het werk mee aan te duiden. Nom de plume is de Franse uitdrukking. Carlo presenteert vrijdag 20 mei zijn bundel gedichten Ini wan man na man/Ieder mens is uniek op een manifestatie waar meerdere dichters, schrijvers en uitgevers aanwezig zullen zijn bij de Vereniging Ons Suriname in Amsterdam.

De bundel was al eerder in Suriname gepresenteerd. Mijn nieuwsgierigheid werd behoorlijk geprikkeld omdat ik de naam Blaka Mira met een regelmaat voorbij zag gaan maar toen niet wist welke kunstenaar hierachter school.

Verteller
Carlo is niet alleen een veelbelovende dichter maar ook een rasechte verteller. “Van mijn vader geërfd. Dat zegt mijn moeder. Mijn vader was een echte toriman. Kinderen uit de buurt kwamen met veel interesse luisteren. Vaak zat er een spannende yorkatori tussen. Mijn vader, Leo Rijkaard, was destijds in Suriname geen onbekende. De oudere generatie zal hem misschien nog wel kennen van de AVROS. Tijdens een suma e l’lei moro tranga heeft mijn vader glansrijk gewonnen”.

Op jonge leeftijd was Carlo al heel erg actief met taal. Ondeugend lachend vertelt hij dat hij een gedicht in de vorm van een liefdesbrief had geschreven bestemd voor zijn buurmeisje. Via via belandde dit schrijven in handen van zijn moeder. Eindstand was een pak rammel.

Carlo kan hier gelukkig nog steeds uitbundig smakelijk over lachen. Hij zit op zijn praatstoel. Boordevol verhalen. Op de Clementschool vertelde hij in de pauzes op verzoek van klasgenootjes de ene tori na de andere. In ruil hiervoor wilde hij een lekker broodje batyaw of een lekkere bol van bollevrouw. Bijna nooit meer nam hij brood mee van huis.

Simon Vinkenoog
In Nederland draagt hij zijn gedichten voor op diverse door Surinamers georganiseerde culturele manifestaties. Hij wordt opgemerkt door de Nederlandse schrijver/dichter Simon Vinkenoog, die hem de ene lofuiting na de andere op de borst speld. Uit het hoofd citeert hij trots ‘welkom nieuwe Surinaams-Nederlandse dichter in de republiek der letteren die vele senioren, en senatoren, junioren en andere –oren telt waar ieder zijn zegje doet, en het soms ook echt toe doet’.

Zijn gedichten zijn veelal in het Sranantongo. Bij de vertaling in het Nederlands blijft de betekenis die hij aan het publiek wil overbrengen even krachtig. De odo, te kwi kwi wan pipa, en barba sa kon fu syi (wie niet waagt die niet wint) van de hand van Carlo is hier een goed voorbeeld van.

Zijn gedichtenbundel heeft hij in eigen beheer uitgegeven. Zijn werken omschrijft hij ‘met een vleugje romantiek geïnspireerd door mijn Afro-Surinaamse cultuur’. Hij bewondert de Surinaamse dichter Julius Defares, advocaat en volksdichter en noemt Faya Bro één van zijn diens meest bekende werken. Naast Carlo’s bed ligt standaard pen en papier. In zijn dromen krijgt hij woorden aangereikt die hij bij het wakker worden direct noteert. Een gedicht aan zijn moeder getiteld ‘Mama” omschrijft hij als een schilderij. Een portret in woorden.

[RNW]

Blaka Mira is op vrijdag 20 mei te horen bij de Vereniging Ons Suriname, Zeeburgerdijk 19a, Amsterdam. Aanvang 20.00 uur.

Franc Knipscheer over poëzie-uitgeven


Franc Knipscheer, verantwoordelijk uitgever van In de Knipscheer, de belangrijkste uitgeverij van Caraïbische poëzie in Nederland, spreekt vanavond over het uitgeven van poëzie bij de Vereniging Ons Suriname in Amsterdam. Hij gaat in gesprek met Michiel van Kempen en een drietal dichters (Lieke Marsman, Raj Mohan, Blaka Mira) na een openbaar college over en met Robert Vuijsje door Van Kempen. Aanvang: 20.00 uur.
De foto is genomen bij de Vereniging Ons Suriname op het promotiefeest van Van Kempen in 2002.

Dichters, schrijvers en uitgevers te gast bij Ons Suriname


Vrijdagavond 20 mei a.s. staat geheel in het teken van de literatuur bij de Vereniging Ons Suriname. Michiel van Kempen, bijzonder hoogleraar West-Indische Letteren aan de Universiteit van Amsterdam, wijdt zijn laatste college van het jaar aan een reconstructie van alle perikelen rond de roman Alleen maar nette mensen van Robert Vuijsje. Vervolgens zal Robert Vuijsje zelf reageren en in gesprek gaan met Van Kempen. Zoals dat ook met een ‘echt’ college gaat, mag de zaal actief deelnemen aan het college.

 

Voor de studenten die het vak ‘Caraïbische dromen’ hebben gevolgd aan de UvA bestaat er ook nog de mogelijkheid vragen te stellen aan een andere auteur van wie zij een boek hebben gelezen: de Antilliaans-Nederlandse auteur Aliefka Bijlsma.

 

Na de pauze is er een tafelgesprek over het uitgeven van poëzie. Drie dichters schuiven daarvoor aan: Raj Mohan, Lieke Marsman en Carlo Rijkaard, en uitgever Franc Knipscheer. Alle dichters dragen voor uit hun jongste werk.

 

De omlijstende jazzmuziek wordt verzorgd door Sanne Landvreugd (saxofoon) en Pablo Nahar (contrabas) (foto rechts).

 

Datum: vrijdag 20 mei 2011

Tijd: 20.00 uur

Plaats: Vereniging Ons Suriname

Hugo Olijfveldhuis

Zeeburgerdijk 19a

1093 SK Amsterdam

Tel. 020-6935057

Toegang vrij

 

Medewerkende auteurs:

 

Aliefka Bijlsma is de auteur van verschillende scenario’s en van de romans Gezandstraald (2008) en Mede namens mijn vrouw (2010), beide verschenen bij uitgeverij Augustus. Het eerste boek speelt zich af op Curaçao (waar Aliefka Bijlsma als diplomatendochter geboren is), het tweede in Brazilië. Voor haar eigen blogspot zie de links rechtsonder op deze pagina’s onder “Auteurs”.

 

Michiel van Kempen is bijzonder hoogleraar West-Indische Letteren aan de Universiteit van Amsterdam en auteur van romans en verhalenbundels. Zijn laatste boeken zijn Cityscapes + birdmen (2010, uitg. Voetnoot), Voor mij ben je hier (2010, Meulenhoff) en een geannoteerde heruitgave van Albert Helmans De sfinx van Spanje (2011, uitg. Schokland).

 

Franc Knipscheer is de uitgever van het huis In de Knipscheer, de belangrijkste uitgeverij van Caraïbische literatuur in Nederland (Edgar Cairo, Bea Vianen, Giselle Ecury, Astrid Roemer, Boeli van Leeuwen, Raj Mohan, Shrinivási, Michaël Slory, Bernardo Ashetu, Mala Kishoendajal enz. enz). Hij werd voor zijn verdiensten in 2001 door de Surinaamse regering geridderd in de Ere-orde van de Gele Ster.

 

Lieke Marsman debuteerde in 2010 bij uitgeverij Van Oorschot met de bundel Wat ik mijzelf graag voorhoud. Zij ontvangt voor die bundel eind mei in Leiden de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde (waarvan de Werkgroep Caraïbische Letteren deel uitmaakt).

 

Raj Mohan, zanger en dichter, net terug uit India, publiceerde bij In de Knipscheer twee bundels in het Nederlands en Sarnami: Bapauti/Erfenis (2008) en Tihá/Troost (2010). Hij treedt vaak op met de gitarist Lourens van Haaften en stelde een programma rond Indiase dans samen dat eind mei in Utrecht wordt gepresenteerd (klik op het label Mohan onder aan dit bericht voor meer info).

 

Carlo Rijkaard schrijft poëzie in het Nederlands en het Sranantongo onder de naam Blaka Mira. In 2009 verscheen in eigen beheer zijn debuutbundel Ini wan man na man/ Ieder mens is uniek, met een omslagillustratie van Iléne Themen. Het voorwoord ervan werd geschreven door Simon Vinkenoog.

Robert Vuijsje schreef het meest spraakmakende boek van de laatste drie jaar Alleen maar nette mensen (2008), bekroond met De Gouden Uil en de Inktaap en publiceerde dit jaar de verhalenbundel In het wild.

—-

De vorige week overleden schrijver Clark Accord zal op deze avond kort worden herdacht.

—-

 

De avond wordt georganiseerd in samenwerking met de Werkgroep Caraïbische Letteren

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter