blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Rijk Peter de

‘Caribisch Nederland 2016’ in Podium Mozaïek

Op zondagmiddag 20 november 2016 presenteert Uitgeverij In de Knipscheer voor de zesde achtereenvolgende keer haar jaarlijks kleurrijk boekenfeest met nieuwe boeken van overzee. Met film, muziek, voordracht en interview door en/of over o.a. Jeanette Bos, Eric de Brabander, Albert Helman, Michiel van Kempen, Diana Lebacs, Clyde Lo A Njoe, Margarita Molina, Chesley Rach, Jacques Thönissen, Robert Harman Sordam. read on…

Stemmen uit de wereldliteratuur

door Jerry Dewnarain

Hilde Neus drukte mij een boek in de hand na een dWTL-bespreking. Ik keek naar de voorflap en deze deed mij denken aan een aantal boeken van Pieter Steinz zoals Gids voor de wereldliteratuur in 416 schrijvers, 104 meesterwerken, 26 one-book wonders, 52 boekwebben, 26 thema’s, 26 quizzen en 52 landkaarten (2015), Lezen &cetera. Gids voor de wereldliteratuur (2003), of zijn bekende Het web van de wereldliteratuur. Welke 100 boeken hebben de literaire X-factor? (2007). read on…

Van Kempen over Helman

Michiel van Kempen is maandagmiddag te gast voor het radiogesprek dat de Openbare Bibliotheek Amsterdam uitzendt. Hij wordt geïnterviewd door Peter de Rijk over zijn pasverschenen Helman-biografie. Het gesprek is te beluisteren via AmsterdamFM. read on…

Geen bezoek tijdens werktijd

Bespreking van Ezra de Haan, Zoeken naar Slory

door Guus Bauer

Er zijn maar een paar zaken echt van belang in het (literaire) leven. De liefde, ja, ja, maar ook het kunnen opbrengen van enthousiasme, in de breedste zin van het woord, tot aan het, helaas zonder uitzondering, bittere einde. Ook als je zoals redacteur, dichter, schrijver, recensent en interviewer Ezra de Haan (1957) reeds de zes kruisjes nadert, is het de kunst om de verbazing, de verwondering nog toe te laten. Het helpt de mens in de strijd tegen de veroudering, tegen de lethargie. Niet achter de geraniums blijven zitten, maar op zoek naar de passiebloemen. read on…

Dingen gebeuren nu eenmaal

De rode appel van Giselle Ecury
 
door Ezra de Haan
Giselle Ecury geïnterviewd door Peter de Rijk
Foto © In de Knipscheer
De rode appel is alweer het vijfde boek van Giselle Ecury. Ze debuteerde met de gedichtenbundel Terug die tijd (2005). In 2006 verscheen haar eerste roman Erfdeel en drie jaar later Glas in lood. Haar tweede gedichtenbundel, Vogelvlucht, volgde in 2010. Een thema dat Ecury bezighoudt en dat in veel van haar werk voorkomt zijn de twee culturen die zij in zich draagt. Ze werd in 1953 geboren op het eiland Aruba. Begin 1960 vertrok het gezin naar Nederland waar haar moeder vandaan kwam. Ondanks haar Hollandse opvoeding ontkwam ze niet aan de Antilliaanse invloeden van haar Arubaanse vader en aan die van haar achtergrond.Mooi geschreven en zeer waarschijnlijk op Ecury’s persoonlijke ervaring gebaseerd is in De rode appel de beschrijving van Nico’s beleving van de aankomst in Nederland. Voor iemand die Curaçao gewend is, komt Nederland over als ‘een immens groot akkerland met af en toe een plaats, waar je doorheen moest sukkelen.’ De afstanden die ze moet afleggen zijn groot. ‘Dat was ik op Curaçao niet gewend. Daar was alleen de tocht naar Westpunt tijdrovend.’ Zelf wordt hij bekeken als een vreemde, zelfs door familie. ‘Echt iemand van daar hè. Je bent donkerder dan wij hier zijn.’ Zelfs zijn taal wordt gekeurd.‘Jullie Nederlands is… hoe zal ik het zeggen? Scherper, hè Jan, vind je niet? En melodieuzer, ’wendde ze zich tot mijn oom.’

Curaçao Westpunt. Foto © Sunshine Landvreugd
Wanneer je deze passage naast die van een andere aankomst zet, die van Joke, de geliefde van Nico, op Curaçao, merk je meteen hoe goed het inlevingsvermogen van Ecury is. Wat voor Nico Dushi Kòrsu is, een eiland vol prachtige, kleurrijke gebouwen, in een azuurblauwe zee, is voor Joke een naar kerosine stinkend eiland. En die houding van haar verandert niet, integendeel.

‘Steeds vaker at ik alleen en zodra ik de porch betrad, mopperde Joke op de warmte, de beperkte infrastructuur van het eiland, de wind. Ze miste haar familie, of wilde net als haar vriendinnen in Holland weer eens uitgebreid winkelen in een grote stad, of lekker naar de kermis.’

Giselle Ecury speelt de verschillen tussen mensen op voorbeeldige wijze uit. Je ziet conflicten ontstaan en ook, en dat is misschien wel het meest interessante, hoe mensen ze vervolgens oplossen. Desnoods alleen voor zichzelf. Het gaat in deze kloeke roman om Nick en Elisabeth. Beiden woonachtig in Nederland en met een gedeeld verleden dat zich op Curaçao heeft afgespeeld. Hun vriendschap en intieme gesprekken zorgen voor de ontwikkelingen in dit boek. Nick voelt zich benadeeld door zijn ouders. Nooit kreeg hij, voor zijn gevoel, de warmte en aandacht die zijn broers en zus wel kregen. Jaren loopt hij ermee rond en pas als zijn ouders 50 jaar getrouwd zijn, komt de waarheid boven tafel.

Natuurlijk moet hij die onthutsende kennis kwijt aan Elisabeth. Het telefoongesprek maakt echter gevoelens bij haar los die Nick nooit kon bevroeden. Ook zij heeft een verleden en voelt dat ze daar niet langer mee rond kan blijven lopen zonder er iets mee te doen. Haar au-pairtijd in Zuid-Frankrijk was een wilde periode in haar leven. Ze was een typisch kind van de jaren zestig en zeventig dat met een hoofd vol van feministische idealen en dromen over een seksuele revolutie domweg deed wat ze wilde.

‘Ik moest aan Marie-Cécile denken, kon dit niet maken, al had ik maling aan haar. Met het losmaken van mijn jurk had hij mij geopenbaard. Gevoelens waarvan ik het bestaan niet had kunnen vermoeden. Overspel! Van het woord huiverde ik. Ik wilde alles weer dichtritsen. Overspel. Wie dat woord ooit had verzonnen, wist niet waar hij het over had. Hier zat niets speels in, het was ondraaglijk. Overmacht. Overdaad.
En tóch dacht ik telkens. Ik wíl het. Als het dan mag gebeuren, dan met hem. Nu.’

Rutger Hauer en Monique van de Ven in Turks fruit
Ook Elisabeth gaat terug naar haar verleden om te zien wat de gevolgen zijn van de daden van toen. Daarmee komt ook deze roman op Frans grondgebied, iets wat wel vaker in de romans van Ecury gebeurt. De auteur voelt zich merkbaar op haar gemak wanneer ze over Frankrijk of Curaçao schrijft. Hierdoor kan ze alle aandacht geven aan haar personages en hun queeste naar hun verleden. Die tijd weet ze verrassend goed tot leven te brengen. Zo plaatst ze de voorlichting van haar moeder naast de literatuur van die dagen. ‘Je doet “het” alleen als je erg van een jongen houdt en alleen als je al getrouwd bent.’ Elisabeth had daar niet uit begrepen hóé je zou moeten vrijen, alleen dat je het zou moeten- of mogen.’ … ‘Maar in Turks Fruit van Jan Wolkers, dat ze jaren later gelezen had voor haar eindexamen, verliep alles volledig anders.’

Door verschillende periodes in het leven van Elisabeth met elkaar te laten kruisen vormt zich ook een beeld van hoe ze haar leven later als een vijftiger bekijkt. Juist dat scharnieren van tijdsgewrichten is een van de factoren waardoor dit verhaal boven zichzelf uit wordt getild. Er is zoveel veranderd in vijftig jaar dat zelfs mensen die het hebben meegemaakt er vol verbazing op terugblikken.

‘Zo was het vroeger. Hoe wisten meisjes zoals ik, wat er te koop was in de wereld? Een kind van tien begrijpt tegenwoordig veel meer dan ik toen.’

Los van het geslaagde tijdsbeeld en de zeer goed getypeerde locaties in deze roman gaat het, zoals eerder gezegd, om de levens van Nick en Elisabeth. In hoeverre wordt hun leven bepaald door hun ouders en maakt het vervolgens eigenlijk uit of het je ouders wel zijn? Is de opvoeding niet belangrijker dan bloedverwantschap?

Giselle Ecury heeft met De rode appel een roman geschreven die tot nadenken dwingt. Het schijnbaar gemak waarmee ze haar boeken schrijft, geeft de lezer daar alle ruimte toe. Het enige puntje van kritiek zou de kleinere rol van Nick in dit boek kunnen zijn. Blijkbaar voelde de auteur zich toch meer thuis in de rol van een vrouw of zag ze meer kansen in de zeer gedetailleerde beschrijvingen van Elisabeths liefdesleven. Natuurlijk kan het ook zo zijn dat ik zozeer genoot van de passages over de treurige jeugd van Nick op Curaçao dat ik er niet genoeg van kreeg… Duidelijk is wel dat Giselle Ecury zo langzamerhand een eigen plek binnen de Nederlandse literatuur, en die van Curaçao, aan het veroveren is.

 

Letterij sluit met Goudkust herdenkingsjaar afschaffing slavernij af

In het kader van ‘Hoezo Haarlem & Slavernij’ en als afsluiting van ‘150 jaar afschaffing slavernij (1863-2013)’ houdt Marcel van Engelen op woensdag 11 december een lezing over de Nederlandse slavenhandel in Afrika. Met een gastoptreden van Wijnand Stomp.

Marcel van Engelen studeerde Communicatiewetenschap aan de Universiteit van Amsterdam en Post-doctoraal Journalistiek aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. In 2001 ontving hij de journalistieke aanmoedigingsprijs (Het gouden pennetje). Hij was jarenlang journalist bij Het Parool (1998-2005), eerst als verslaggever later als redactiechef. Zijn debuut De Gelukzoeker werd verkozen tot een van beste journalistieke boeken in 2008 en 2009 (shortlist M.J. Brusseprijs). Hij werkte de afgelopen vier jaar aan Het Kasteel van Elmina; in het spoor van de Nederlandse slavenhandel in Afrika, dat onlangs is verschenen bij uitgeverij De Bezige Bij.
Wijnand Stomp kwam op zijn twaalfde van Curaçao naar Nederland (Haarlem) en ontwikkelde zich tot theatermaker. Hij maakte vier verhalen-cd’s en schreef in 1997 het prentenboek Lisa en de Bruine Prins (uitgeverij Sjaloom). In 2010 verscheen bij uitgeverij Holland zijn verhalenbundel Mister Anansi leert de wereld lachen. Hij is de oprichter van het jeugdtheatergezelschap Kalebas. Behalve theatervoorstellingen voor kinderen staat hij ook op het toneel met ‘Stomp XL’, een theaterprogramma voor volwassenen dat onder meer gaat over het slavenverleden van zijn voorzaten en over een droom over de slaaf Tula, een van de leiders van de grote slavenopstand op Curaçao in 1795.
Wijnand Stomp

 

Voorts aandacht voor ‘Bezoek van een Haarlemmer aan Suriname en Curaçao in 1861 en 1862’.
‘Letterij, programma met schrijvers’ is een samenwerking tussen Uitgeverij In de Knipscheer en de Pletterij. De maandelijkse schrijversavonden van Letterij worden thematisch samengesteld, zoveel mogelijk naar aanleiding van recent bij Nederlandse uitgeverijen te verschijnen boeken, die inhoudelijk grenzeloos zijn. Uitgever Franc Knipscheer is de host van de avond. De interviews worden gehouden door Peter de Rijk.
Locatie: Pletterij, Lange Herenvest 122, Haarlem. Aanvang: 20.00 uur. Zaal open: 19.30 uur. Toegang 5 euro.
Toegang € 10,00 incl. Eat & Greet met Marcel van Engelen en Wijnand Stomp.  Aanvang 18.30 uur.
Beperkt aantal plaatsen. Vooraf reserveren. reserveren@pletterij.nl of bel 023 542 3540.

Speelbal op de woedende golven van het lot

1961: het Amerikaanse oorlogsschip Gearing leidt het gekaapte
passagiersschip Santa Maria naar het Braziliaanse Recife
Over De supermarkt van Vieira van Eric de Brabander
door Peter de Rijk
De mens is geneigd te denken dat hij zijn leven kan plannen. Die illusie van ‘maakbaarheid’ zorgt voor driftig uitstippelen, voor dromen over later en uiteindelijk de grote kater als het allemaal anders loopt… Eric de Brabander toont ons dat met zijn derde roman De supermarkt van Vieira. Hij maakt in dit boek dankbaar gebruik van een waar gebeurd verhaal, dat van kaping van het Portugese passagiersschip de Santa Maria in 1961. Maar zijn roman gaat verder dan die kaping. Eric de Brabander bedacht de gevolgen voor hen die meededen aan die kaping, mensen zoals João Vieira. Zijn familie kwam pas vijftig jaar na de beruchte kaping achter zijn verblijfplaats en wat er van hem was geworden…
Eric de Brabander
Eric de Brabander debuteerde met de roman Het hiernamaals van Doña Lisa in 2009. De reactie van de pers was zeer enthousiast. De Zuid-Amerikaanse literatuur klonk door in het boek, maar ook de Antilliaanse en vergelijkingen met Márquez, Arion en Zielinksi lagen dan ook voor de hand. De Brabanders tweede boek, met wederom een lange titel, Hot Brazilian Wax en het Requiem van Arthur Booi (2011) was vooral een schokkend boek. Desalniettemin ontving ook dit boek veel positieve kritieken. De supermarkt van Vieira toont de vaart waarmee De Brabander zich ontwikkelt. Hij zet zijn vorige twee boeken in de schaduw van de derde. De reden daarvan is de vorm, die meer van de lezer vraagt. Het levert literatuur op van hoge kwaliteit.
Het verhaal start in 1951, in Angola, in het Afrika van Portugal. We maken kennis met João Vieira die op dat moment nog in dienst van het leger is. Hij wordt een moordenaar tot zijn eigen verbijstering, en die van de lezer die amper twee bladzijden gelezen heeft. ‘Zijn geweer ging af zonder dat hij dat echt gewild had.’ De dode is een neger die hem met een steen had bedreigd. Zijn bloed zal het leven van João veranderen. Hij leert dat een mensenleven weinig waard is.
‘Er gebeurt helemaal niets mee, soldaat. Niets. Mijn secretaresse Fátima, die je zojuist hebt zien zitten, tikt het uit en stopt het in een grote ordner en die zet ze in de kast. En als we ooit eens verhuizen, dan belanden al die ordners op de vuilnisbelt.’
In de  volgende twee hoofdstukken merken we dat de auteur met grote sprongen door de tijd heen schiet. We gaan van Antwerpen in 1953 naar Curaçao in 2011. We zijn bij de tewaterlating van de oceaanstomer Santa Maria, en de eerste dode die daarbij valt, en we leren Franciso, de eigenaar van een supermarkt kennen. Het is een man die overal handel in ziet, zelfs in verrotte mango’s, iemand die zijn personeel onderbetaalt, illegaal drank stookt en graag domino speelt onder het genot van een goed glas rum. Als in Arions Dubbelspelbiedt het gesprek tussen de spelers inzicht in hun denkwereld.
‘Er wordt door een minderheid geschreeuwd om onafhankelijkheid en de meerderheid reageert apathisch. Als dit zo doorgaat, is er binnenkort geen democratisch Curaçao meer over, dan wonen we met z’n allen in Apenland, met King Kong als president. Dan heb je geen rimpeltjes meer maar huizenhoge golven. Overal.’
António de Oliveira Salazar

 

Francisco heeft geen weet van wat zich in het verleden heeft afgespeeld, weet slechts dat zijn vader van de ene op de andere dag verdween. Tot hij vanuit Brazilië door zijn broer wordt gebeld. Een broer van wie hij, tot op dat moment, nooit op de hoogte was. Het is een van de vele verrassende momenten in deze roman. Verrassingen die onder andere voortkomen uit de steeds weer wisselende locaties en momenten in de tijd. Zo leren we veel over de invloed van Salazar op Angola. Hij rooft de kolonie leeg en misbruikt zijn bevolking en ook in Portugal blijkt terreur het middel om de macht te behouden. De Brabander maakt duidelijk hoe de kaping van de Santa Maria een logisch gevolg is van het gedrag van Salazar.
Operatie Dulcinea gaat de actie heten en moet het begin van de omverwerping van de dictaturen van Spanje en Portugal zijn. De eerste haven die het schip aandoet is Willemstad en die simpele reden zorgt ervoor dat een man op Curaçao bij de kaping betrokken raakt. De lezer herinnert zich op dat moment het begin van het boek en weet dat João in contact staat met de Onafhankelijke Nationale Beweging van Humbert Delgado. Hij heeft meer dan één appeltje met de regering Salazar te schillen. Zijn vader is door hen gedegradeerd en ‘door de stront gehaald’. Zijn oom was door hen vermoord en zijn vader werd uiteindelijk door de PIDE voor de ogen van zijn moeder doodgeknuppeld. João heeft alle reden om zijn bestaan op het spel te zetten.
En vervolgens wordt João een speelbal op de woedende golven van het lot. Schaamte en schande spelen in het verloop van dit verhaal een grote rol. Ze zorgen ervoor dat iemand voorbij het punt komt dat hij nog terug kan komen.
‘Je haalt twee elementaire begrippen door elkaar. Schaamte… en schande. Schaamte dat is iets waar dit hele eiland van overloopt. Alles bedekt. Niks in de openbaarheid.
Niets wordt hier op de man af gezegd. Zoals het werkelijk is. De mensen hier lopen als kakkerlakken over dit eiland, de harde vleugels als rugdekking gebruikend voor eenieder die hen met schande  zou willen overladen.’
De supermarkt van Vieira is een belangrijk boek in het oeuvre van Eric de Brabander. In de roman gaat hij voorbij aan de drempels van plaats of tijd. Deze schrijver passeert ook de schaamte wanneer hij ‘la conditon humaine’ in beeld wil brengen. Als een passagiersschip stoomt hij door, nietsontziend, tot zijn verhaal helder wordt.

Toespraak Ronny Lobo bij boekpresentatie Bouwen op drijfzand

door Ronny Lobo

Ronny Lobo biedt zijn boek aan aan de Gevolmachtige Minister
van Curaçao  Marvelyne Wiles. Foto © Nico van der Ven

De afgelopen 35 jaar heb ik als architect een verhaal proberen te vertellen met ruimte en materiaal, het helaas steeds schaarser wordende verhaal dat we architectuur noemen. In mijn praktijk werd ik steeds geconfronteerd met de vele verhalen van opdrachtgevers, aannemers, leveranciers, de overheid en andere betrokkenen. Vooral het verhaal van mijn opdrachtgevers, dat zich voor mijn ogen afspeelde intrigeerde mij. B.v. hoe een dominante man het voor mij niet kon verbergen dat zijn timide vrouw feitelijk de belangrijkste beslissingen nam. Ook het noodlot bij mijn opdrachtgevers bleef niet uit, zoals het met ruzie uit elkaar gaan, nog voordat de eerste steen was gelegd of, erger nog, het overlijden van één van mijn opdrachtgeefsters, vlak voordat ze de sleutel van haar huis van de aannemer mocht ontvangen (haar man compenseerde al gauw zijn verdriet door in het nieuwe huis met een meisje uit zijn stamkroeg te gaan wonen). Of het verhaal van een aannemer die zichzelf per ongeluk opblies met vuurwerk. Ik had al gauw door dat de levensverhalen van al die mensen waar ik mee werkte, dezelfde waren als van alle andere mensen op de wereld, ook die in mijn eigen familie- en vriendenkring.

Een architectuurontwerp van Lobo: Flagstones
Op een goeie dag vond ik dat het tijd werd om deze verhalen op te schrijven. Ook om eindelijk zelf een keer opdrachtgever te zijn en wel van mezelf. Maar vanuit mijn eigen vak geschreven, in de vorm van een architectuurroman. Dat het een liefdesroman geworden is, is de schuld van de personages in het boek, die zonder dat ik daar als architect voldoende grip op kon houden, hun gevoelens de vrije loop lieten. Denkt u bij het lezen asjeblieft niet dat ik als architect zo’n enerverend leven heb gehad als de hoofdpersoon Kenzo.

Goethe

Schrijfproces

Bijna 230 jaar geleden zei de Duitse dichter Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832): Alle wijze gedachten zijn al duizenden keren gedacht, maar om ze ons eigen te maken, moeten wij ze steeds weer opnieuw en oprecht overdenken zodat ze wortel te schieten in onze persoonlijke ervaring. In analogie hiermee zegt men in de literaire wereld vaak dat alles al ooit geschreven is. Ik aanvaardde de uitdaging om te proberen mijn verhaal zodanig op te schrijven dat u er, ondanks uw jarenlange leeservaring, plezier aan kunt beleven.
Goethe noemde architectuur “bevroren muziek”, daarmee een link makend tussen architectuur en muziek. Al schrijvend ontdekte ik de overeenkomsten tussen literatuur en architectuur. Begrippen als tijd, ruimte, gebeurtenis, vorm, ritme, verhoudingen en kleur, worden in vrijwel alle kunstzinnige uitingen gebruikt. Ook in de literatuur, vooral in poëzie. Bij vrijwel allemaal probeert de maker met zo weinig mogelijk middelen zoveel mogelijk te zeggen. Bij architectuur zijn het de bouwmaterialen, bij muziek de noten, bij literatuur de woorden. Er is echter één groot verschil, bij architectuur maak je het ontwerp op verzoek, ja soms zelfs op bevel van een opdrachtgever. Niemand heeft mij gevraagd om een roman te schrijven. Er is nog een verschil. Voordat ik mijn eerste concrete opdracht in de architectuur uitvoerde, had ik zes jaar in Delft geleerd hoe het moest. Met het schrijven begon ik terwijl ik de kunst en de techniek ervan nergens had geleerd. Schoorvoetend begon ik met reisverhalen en gedichten, die waarschijnlijk nooit gepubliceerd zullen worden. Daarna met een papiamentstalig kinderboek met de titel E biahe di Tobias. Nu mijn debuutroman.
Toen ik het eerste manuscript naar mijn gevoel af had kreeg ik van een vriendin van mij, taalkundige Ini Statia, het advies om het compleet te herschrijven. Het deed me denken aan mijn studietijd, wanneer de hoogleraar met zijn dikke 6B potlood door je mooie ontwerp ging krassen. Ook wijlen Erich Zielinski en Frank Martinus, die het proces als schrijver al meerdere malen hadden meegemaakt, gaven kritisch commentaar. Vele tekstblokken belandden in de prullenbak, nota bene om het verhaal te verbeteren.
Ronald Bos – met blote voeten – legt Ronny Lobo uit hoe wij dat in
Nederland allemaal doen

Nadat het manuscript met hun adviezen helemaal herschreven was kwam ik via Ini terecht bij Pim Wiersinga, hier in de zaal, die zei ‘het kan een goede roman worden’. Hij gaf me de probleempunten aan en adviseerde om professionele coaching te zoeken (zelf kreeg hij het te druk, omdat hij verliefd werd). Ini verwees mij naar Ronald Bos van het Nederlands Letterenfonds, waar ik coaching aanvroeg. Die liet het manuscript door drie experts lezen die gelukkig ook allemaal vonden dat er voldoende potentie zat in het verhaal. Peter de Rijk werd aangewezen als mijn coach. Die heeft ervoor gezorgd dat ik, om het met zijn woorden te zeggen, meer peper bij het gerecht heb gedaan. Nadat we samen via e-mail het hele manuscript hadden doorgeworsteld verliep de ingang bij uitgeverij In de Knipscheer als vanzelfsprekend. Die zette Jim Rotteveel in als redacteur, die nogmaals elk woord omdraaide.

Het meest intrigerende van het schrijfproces vond ik het feit dat alles wat je opschrijft, moet kloppen met de werkelijkheid, terwijl het hele verhaal fictief is. Je mag dus veel verzinnen behalve onzin. Om de werkelijkheid te benaderen moet je research doen waar je enorm veel van leert. Dat is vooral de verrijking van mezelf geweest die ik bij het schrijven voelde. Niet alleen meer kennis opdoen van de materiële werkelijkheid, meer ook van de psychologie van de personages, hun passies, leed en hun ziekten.

Pim Wiersinga. Foto © Michiel van Kempen

 

Alle goede componisten, schrijvers en architecten zijn zich ervan bewust dat in hun artistieke creaties echte kwaliteit nooit bereikt wordt door toeval. Het is gewoon veel discipline opbrengen en hard werken. Maar je moet vooral aan de slag gaan! Picasso was hierin zeer extreem. Hij zei: als ik weet wat ik ga schilderen, hoef ik het niet meer te schilderen. Zo is het eigenlijk met schrijven ook.
Goede architectuur, muziek en romans hebben nog iets met elkaar gemeen. Ze zijn allemaal afhankelijk van deelname van het publiek – geen architectuur zonder gebruikers – geen muziek zonder luisteraars, Izaline kan dat bevestigen – geen boeken zonder lezers. Ik hoop daarom dat mijn boek het grote publiek bevalt. Vergeet vooral niet om mij jullie kritische commentaar te sturen. Hier put ik weer inspiratie uit voor het volgende manuscript.

 

Dankwoord
Behalve Ini Statia, Pim Wiersinga, Ronald Bos, Peter de Rijk, Erich Zielinski en Frank Martinus, die ik hiervoor genoemd heb, wil ik vooral de proeflezers Audrey Linzey, Nel Casimiri en mijn zus Sonia Vinck-Lobo bedanken en natuurlijk mijn vrouw Denise die mij met geduld en liefde constant stimuleerde. Zonder hun hulp zou het wellicht niet zover zijn gekomen.
Daarnaast dank ik de vele mensen in mijn omgeving waaronder familie, vrienden, opdrachtgevers en aannemers die mij tot deze roman inspireerden.
Mijn dank gaat eveneens uit naar het Prins Bernard Cultuur Fonds Caribisch Gebied die heeft bijgedragen aan mijn aanwezigheid hier.
Dank U
Ronny Lobo
8 september 2013

“Een droom die ik heb”

Testament
Ik ben geen fervente kerkganger, maar zou meneer de pastoor toch nog wat woorden kwijt willen aan mijn graf, zeg hem dan dat ik zei, dat hij aan alle aanwezigen aangeeft, dat ze minder moeten zeuren en meer van elkaar moeten houden.
 
 

Caraïbisch boekenprogramma met voordrachten, interviews, beeld en muziek

Onder de titel ‘Een droom die ik heb’ organiseert Uitgeverij In de Knipscheer op 13 oktober een gevarieerd boekenprogramma met schrijvers uit of over de Antillen. Eric de Brabander komt over uit Curaçao en presenteert zijn derde roman De supermarkt van Vieira. Van Nydia Ecury, geboren op Aruba in 1926 en in 2012 overleden op Curaçao, verschijnt haar eerste nog door haarzelf samengestelde Nederlandstalige gedichtenbundel Een droom die ik heb. Over het 19de eeuwse Suriname publiceert Janny de Heer haar grote historische roman Gentleman in slavernij. Karin Lachmising komt speciaal uit Suriname voor de lancering van haar debuut, de gedichtenbundel Nergens groeit een boom die haar aarde niet vindt.
Michael Slory. Foto © Ruth San A Jong
Rogeria Burgers houdt haar documentaire cd Aan de waterkant ten doop met een bijzonder interview met de grote Surinaamse dichter Michael Slory.
Dit alles wordt muzikaal omlijst door de groep FTTP (Flower to the People) van de (van Surinaamse komaf zijnde) gitarist/componist Frank Ong-Alok. Van hem verschijnt dan het prentenboek-met-cd Bloemies.
Datum: zondagmiddag 13 oktober 2013, zaal open 14.30 uur; programma 15.00 tot 17.15 uur
Locatie: Theater van ‘t Woord OBA (Openbare Bibliotheek Amsterdam) Oosterdokskade 143, 1011 DL Amsterdam
Frank Ong-Alok. Foto © Wim Stad

 

Presentatie Franc Knipscheer, interviews Peter de Rijk
Reserveren kan uitsluitend door overmaking van € 5,00 op ING bank 3647173 t.n.v. Uitgeverij In de Knipscheer o.v.v. uw e-mailadres.
Na afloop signeren de auteurs voor belangstellenden hun boeken.
Uw kaarten liggen voor u klaar op zondag 13 oktober vanaf 14.00 uur bij Theater van ’t Woord (7de etage)

Antilliaans boekenfestijn

Op zondag 8 september vindt er een Antilliaans boekenfestijn plaats in het Amsterdamse Podium Mozaïek, met de schrijvers Jopi Hart en Ronny Lobo uit Curaçao, Jacques Thönissen uit Aruba en Giselle Ecury, muzikaal omlijst door Izaline Calister.
Izaline Calister. Foto © Michiel van Kempen
Een gevarieerd Antilliaans schrijversprogramma met film, voordracht, lezing, interview en muziek rond hun nieuwe boeken bij Uitgeverij In de Knipscheer. In het programma wordt kort stilgestaan bij het overlijden op Curaçao van Els Langenfeld en Elis Juliana in juni van dit jaar, en via hen bij ‘150 jaar afschaffing slavernij’.
Presentatie: Franc Knipscheer | interviews: Peter de Rijk | zangeres Izaline Calister wordt begeleid door gitarist Ulrich de Jesus.
Plaats: Podium Mozaïek
Bos en Lommerweg 191, Amsterdam
Datum: zondag 8 september 2013
Aanvang: 15.00 uur
Prijs online/voorverkoop   € 5.00
prijs (deur)   € 7.50
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter