blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: regenwoud

Suriname: 50 nieuwe plant- en diersoorten ontdekt

door Astrid van Oosterum

Paramaribo – Onderzoekers hebben tijdens een expeditie in Zuid-Suriname weer vijftig nieuwe plant- en diersoorten ontdekt. Dat meldt Conservation International Suriname (CIS) in een persbericht. Tussen de ontdekte dieren zit wederom een aantal zeer wonderlijke exemplaren, zoals de ‘chocolate tree frog’.
In 2012 haalde Suriname al internationaal het nieuws toen het CIS in de buurt van Kwamalasamutu meer dan veertig diersoorten ontdekte. Dinsdag worden de resultaten van de expeditie in Zuidoost-Suriname bekendgemaakt.
Een team van Surinaamse en internationale wetenschappers heeft in maart 2012 veldonderzoek gedaan in het gebied rond de Boven-Paloemeurivier, het Grensgebergte en Kasikasima. Vervolgens zijn deze gegevens verwerkt in een boek waarin de onderzoeksresultaten worden weergegeven. CIS publiceert met dit boek het vierde rapport in negen jaar tijd en zal de resultaten ook internationaal bekendmaken.
Het bergachtig gebied in Zuidoost-Suriname is met dit onderzoek voor het eerst zo grondig onderzocht door wetenschappers op het gebied van natuurlijk kapitaal. Met name de culturele waarde is in kaart gebracht. Uit de bevindingen is gebleken dat er maar liefst vijftig nieuwe plant- en diersoorten zijn ontdekt, waaronder zeer unieke exemplaren.
[uit de Ware Tijd, 17/08/2013]

WWF Guianas bezorgd om aantasting biodiversiteit

De afdeling Guianas van het Wereld Natuurfonds, WWF Guianas maakt zich bezorgd om de aantasting van de bio-diversiteit in Suriname door activiteiten van allerlei aard die onder meer in de kleinschalige goudsector ontplooid worden. Dit blijkt uit het Living Guianas Report 2012: State of the Guianas, dat enkele weken geleden is uitgekomen. Ook wereldwijd bezien spreken milieu-organisaties hun bezorgdheid uit over de toenemende bedreigingen van de biodiversiteit, zoals het toenemend urbanisme, de vervuiling en de overmatige bezoekersdruk in sommige natuurgebieden. Gezien het feit dat 22 mei de Internationale Dag van de Biodiversiteit is, wordt vandaag de gelegenheid aangegrepen om zich te buigen over de grote diversiteit aan plant- en diersoorten wereldwijd.

[uit De West, 22-5-2013]

Bundeling natuurgenezers op til

door Hugo den Boer

Paramaribo – Frits van Troon moet er niet aan denken dat kostbare kennis over traditionele geneeswijzen verloren gaat. Daarom wil de etnobotanicus er alles aan doen deze branche te bundelen en ordenen. Zondag aanstaande wisselt hij in het Naks-gebouw met andere natuurgenezers van gedachten over het opzetten van een gezamenlijk centrum.
Van Troon heeft zelf veel kennis van bomen en planten in Suriname. “Ik weet van veel planten de werkzame stoffen; of ze medicinaal zijn of giftig. Maar ik ken niet de juiste recepten zoals de medicijnmannen dat maken. De kennis is vaak mondeling doorgegeven, maar lijkt nu stilletjes aan verloren te gaan.” Hij zegt afgelopen jaar extra bewust te zijn geworden van de noodzaak tot bundelen en ordenen van de branche. “Mijn zoon had een verwonding die met de reguliere geneeskunde niet beter kon worden. Na lang zoeken heb ik uiteindelijk de juiste dresiman gevonden die mijn zoon heeft genezen.”
Kennisbehoud
Van Troon ziet verschillende oorzaken van de kennis aderlating. “Onze jeugd trekt naar de stad en heeft geen interesse in de traditionele geneeswijzen. De ouderen nemen ook de tijd niet om hun kennis te delen en door te geven aan de kinderen. Dan wordt de kennis in het graf meegenomen terwijl de aandoeningen voortleven.” Van Troon onderkent dat bepaalde genezers zelfs hun kennis bewust vasthouden. “Maar waarschijnlijk willen ze die kennis wel delen als er een financiële vergoeding tegenover staat.”
Concreet stelt Van Troon voor om een centrum te bouwen waar traditionele natuurgenezers van de verschillende culturele groepen vertegenwoordigd zijn. In het centrum moet naast kennisoverdracht deze kennis ook direct worden toepast.
[uit de Ware Tijd, 23/05/2013]

Inheemsen en Marrons krijgen eigen goudader

Paramaribo – Inheemse en Marrongemeenschappen krijgen binnenkort eigen gebieden waar naar goud mag worden gemijnd. Volgens minister Ginmardo Kromosoeto van Ruimte Ordening Grond & Bosbeheer, gaat het om speciale afgebakende gebieden. Voorkomen moet worden onder andere dat de leefgebieden van deze gemeenschappen nog langer worden bedreigd.
Door de toename van het mijnen naar goud de afgelopen jaren, komt milieuvernietiging er steeds vaker voor. Een goed voorbeeld is het natuurpark Brownsberg, dat dicht bij een aantal Marrongemeenschappen staat. Het natuurpark is lelijk verminkt door goudwinning, illegale wel te verstaan. “We willen community gold mining concessies uitgeven”, zegt Kromosoeto tegenover de Ware Tijd. Als model gelden de generaties oude gemeenschappelijke houtkapvergunningen.
Volgens dit model mogen alle leden van de gemeenschap hout kappen in nabijgelegen bosgebieden. Het idee van gemeenschappelijke goudwinning wordt samen met het Wereld Natuurfonds, WWF, uitgewerkt. Ook de gemeenschappen zelf worden betrokken bij de uitvoering. De gemeenschappen rond Brownsberg zeggen geen moeite te hebben met de natuurbescherming. Wel moet de centrale overheid helpen zoeken naar alternatieven.
[van De Waterkant, maandag 25 maart 2013]

Butterflies of Suriname. A natural history

door Evangeline Dulder
Na in het afgelopen jaar tweemaal een bezoek te hebben gebracht aan onze vlindertuin op Lelydorp en tijdens mijn vakantie aan een in Bendorf-Duitsland, raakte ik zo gefascineerd door de schoonheid van vlinders dat ik besloot om voor het jaar 2013 ‘vlinders’ als thema te nemen. Ik kocht allerlei spullen om dit thema uit te dragen. Ik vind het dan ook geen toeval dat mij gevraagd werd een stuk te schrijven over bovengenoemd boek. Dat heb ik met veel plezier gedaan.

Toen ik het boek in handen kreeg en er door bladerde, was het eerste dat in mij opkwam: wat een prachtig naslagwerk! De tekst is in het Engels. In het voorwoord geven de auteurs aan wat het doel is: de lezers achtergrondinformatie verschaffen over en ze inleiden tot de wereld van de vlinders van Suriname. Met dit boekwerk willen ze de volgende groepen bereiken: de bevolking van Suriname, toeristen en andere niet-professionals die geïnteresseerd zijn en uiteraard studenten biologie. Het idee voor het schrijven van dit naslagwerk ontstond toen de eerste auteur, Hajo B.P.E. Gernaat, per toeval in de collectie van ‘NCB Naturalis’ te Leiden een grote verzameling van niet beschreven vlindersoorten uit Suriname ontdekte. Vele waren meer dan honderd jaar geleden verzameld.

De infomatie in het boek is opgebouwd uit vier delen: Deel I handelt over de biologische naamgeving en classificatie, de geografie, de geologie en de bodems van Suriname. Er wordt gebruik gemaakt van de officiële Latijnse namen omdat er voor de meeste soorten geen volksnamen zijn. Daar waar die wel bekend zijn, worden ze vermeld. De Latijnse namen zijn nota bene  de enige namen die internationaal te gebruiken zijn. De lezers worden aangemoedigd om bij het lezen de namen tot tweemaal toe langzaam uit te spreken zodat ze die beter kunnen onthouden. Na uitleg over de naamgeving is er informatie over Suriname als deel van het Guyanaschild met zijn klimaat, geologie en bodems. Er is een tabel opgenomen met endemische planten- en diergroepen.

Deel II gaat over planten. Het begint met basiskennis over de anatomie en fysiologie van planten. Deze kennis is nodig zodat men de nauwe relaties tussen vlinders en planten kan begrijpen. De vlinderwijfjes leggen hun eitjes op planten die de voedingsplant zijn voor de rupsen die uitkomen. Maar planten hebben hun manieren om zich te verdedigen tegen vraat en aantasting. Op pagina 44 is er een lijst waarin opgenomen de plantenfamilies die als voedselplanten dienen voor vlinders en rupsen. Verder is er informatie over het tropisch regenbos als complex ecosysteem, waardoor de lezer een goed inzicht krijgt in de wijze waarop de relaties tussen planten en dieren verlopen. Er wordt ook aandacht besteed aan de diversiteit van planten in Suriname. Dit deel eindigt met een overzicht van de voornaamste habitats en vegetatietypen in Suriname.

Lepidoptera Uit: De uitlandsche kapellen, voorkomende in de drie waereld-deelen Asia, Africa en America. A Amsteldam :Chez Barthelmy Wild,1779-1782 [i.e. 1775-1782].

 

In deel III bespreekt men de functionele anatomie van vlinders, het verschil tussen de geslachten (seksen), de levenscyclus van de vlinder, de vlindertrek, de roofvijanden en de manier waarop vlinders zich tegen deze vijanden kunnen verdedigen. Als vijanden worden onder andere genoemd hagedissen, vogels, wespen, spinnen, vleermuizen en awari’s, maar ook virussen, bacteriën en schimmels. Op de pagina’s 108 en 109 is een tabel opgenomen met een overzicht van vogels die zich met vlinders voeden. Dit deel eindigt met de geschiedenis van de studies die er gedaan zijn met betrekking tot vlinders. Het begon met Maria Sibylla Merian die van 1699 tot 1701 in Suriname verbleef. Zij schreef over ‘De verandering der Surinaamsche insecten’. Carolus Linnaeus beschreef een vlindersoort uit de collectie van Maria Sibylla Merian. Uit de vele namen van mensen die studies gemaakt hebben wil ik nog noemen Piet Cramer, J.C. Fabricius, dr. Dirk Geyskes en onze eigen Heinrich B. Heyde.

 

Deel IV bevat een checklist en afbeeldingen van 150 vlindersoorten in Suriname. In deze lijst zijn de soorten geordend naar families en beschreven volgens de regels van het classificatiesysteem. En er is voldoende informatie gegeven over de verschillende voedselplanten.
De prachtige tekeningen en foto’s  prikkelen de lezer om op zoek te gaan naar de informatie die zij willen hebben over vlinders in Suriname. Voor mij is dit boek een bijzondere aanvulling van de collectie boeken over de Surinaamse fauna. Het is aan te bevelen dat de universiteitsbibliotheek en de bibliotheek van het IOL dit boek aanschaffen. En voor liefhebbers van vlinders, is het van onschatbare waarde.
Hajo B.P.E. Gernaat, Borgesius G. Beckels, Tinde van Andel: Butterflies of Suriname. A natural history. Amsterdam: KIT Publishers, 2012. ISBN 978 94 6022 171 2

Sjamaan Edje Alingo Doekoe: “Behoud traditionele geneeskunst”

Sjamaan Edje geeft een voordracht en healings-ritueel in jongerencentrum No Limit te Amsterdam op 28 april.

Op het moment dat de mens zijn respect voor obia verliest, verliest hij zijn respect voor de natuur. Obia is de bezielde kracht achter natuurverschijnselen als bossen, bomen en rivieren. Het is deze bezielde kracht die de sjamaan helpt bij zijn diagnose en behandeling van ziekten. Met de ontheiliging van de natuur wordt niet alleen de natuur bedreigd, maar ook de mens.

Het Surinaamse oerwoud is rijk aan geneeskrachtige planten. Helaas dreigt de kennis over deze planten te verdwijnen nu nieuwe generaties binnenlandbewoners hun heil zoeken in de grote stad en obia mede door toedoen van de kerk geridiculiseerd is.

Aan het woord is Edje Alingo Doekoe. Edje is een obiaman, een sjamaan uit Pikin Slee een dorp in het middelpunt van Suriname. Hij is op tournee in Nederland om te pleiten voor het behoud van de kennis van de traditionele geneeswijzen en het tropische regenwoud. Maar Edje is veel meer dan alleen een sjamaan. Eigenlijk is levenskunstenaar veel beter van toepassing. Het verhaal van Edje heeft veel weg zoals we dat kennen in een archetypisch heldenepos. Tegenwoordig bekleedt hij de functie van basja in zijn dorp. Een basja is een gezagsdrager in Pikin Slee. Men heeft veel respect voor hem, maar dat is niet altijd zo geweest. Toen Edje in 1982 Rastafari omhelsde, moest hij zijn toevlucht zoeken in het bos. De dorpelingen associeerden het gebruik van marihuana met gewelddadige criminaliteit en daarom moest hij gaan. Net als zijn voorvaders die wegliepen van de slavenplantages, wist hij te overleven in het bos.

Edje en de andere rasta’s in het dorp leven zo natuurlijk mogelijk. Ze verbouwen zelf hun groente, hebben een afkeer van gefabriceerd voedsel en dankzij Rastafari heeft Edje letterlijk zijn geweer aan de bomen gehangen. Doden past niet binnen zijn Rasta-leefwijze. Destijds vond hij nauwelijks gehoor voor zijn visie, tegenwoordig hangt de wereld aan zijn lippen. Het is in het Pikin Slee van tegenwoordig een komen en gaan van toeristen. Het dorp kent een heus museum. Op initiatief van Edje en vier andere rasta’s van het kunstenaarscollectief Totomboti werd het museum opgericht om de cultuur van de Samaaka-gemeenschap te bewaren. Daarnaast ontpopten de leden van Totomboti zich tot moderne kunstenaars en meubelmakers. Als gevolg hiervan genieten de leden van Totomboti en Edje in het bijzonder veel aanzien, zonder dat ze concessies hebben gedaan in hun Rasta-leefwijze.

En zo is Edje een voorbeeld geworden voor de jeugd. Als je trouw blijft aan je principes, aan je eigen visioen, zul je ondanks de vele en zware beproevingen, toch je doel bereiken. Nu heeft Edje een nieuwe droom. Hij wil in Pikin Slee een medische kliniek oprichten waar het beste van de westerse geneeswijze wordt gecombineerd met het beste van de traditionele geneeswijze. Deze samenwerking is in zijn ogen noodzakelijk omdat hiermee weer de mens centraal komt te staan in de behandeling en niet langer de ziekte. Omdat Edje in zijn geneeskunst afhankelijk is van kruiden die in het bos groeien, maakt hij zich grote zorgen over de roofbouw op het tropische regenwoud. Daarom zoekt hij ook steun in Nederland om het tropische regenwoud te behouden. De gezondheid van de mens mag niet meer losgezien worden van de gezondheid van de natuur. Een spirituele her-verbinding met de natuur is noodzakelijk.

In navolging van zijn succesvolle verschijning bij TedX in Maastricht zal Edje op 28 april een voordracht compleet met een helingritueel voor de aanwezigen, houden.
Plaats: No Limit, Geldershoofd 80 1103 BG Amsterdam-Zuidoost
Tijd: 17-19.00
Telefoon 020-3989525
Info en opgave: 06-20625115 (Roland van Reenen) 06-11760224 (Shahida Albitrouw) roworld2004@hotmail.com
Vrijwillige bijdrage
Catering aanwezig

Brommerstad Bolivia kiest visvrouw van het jaar

door Marcel Haenen

Dansend in voor de gelegenheid speciaal gemaakte klederdracht streden vijftien Indiaanse vrouwen afgelopen zondagavond in het Boliviaanse oerwoudoord Trinidad – de hoofdstad van de noordelijke provincie Beni – om de titel visvrouw 2007. Het was een spannend spektakel. Vijftien exotische vrouwen hielden een parade met tropische riviervissen. Ondertussen staken leden van de gemeenschap die de vrouwen vertegenwoordigden vuurwerk af en speelde het orkest Los Ases del Beni opzwepende muziek. Het publiek langs de kant genoot van heerlijk Boliviaans bier en veel gegrilde vis zoals pacú of tambaquí. En aan het eind van de avond slingerde iedereen zich op zijn brommer. Want in het ongeveer 90.000 inwoners tellende Trinidad verplaatst vrijwel iedereen zich op een knalpot. Het is heel gewoon om een voltallig helmenloos gezin op één motorfiets voorbij te zien flitsen.

Beni is indianengebied. De inheemse bewoners leven van hun kostgrondjes en van de vis die ze vangen in de grootste Amazone rivier van Bolivia de Rio Mamore. Daar zwemt ook de prachtige roze rivierdolfijn Inia geoffrensis humboldtiana die af en toe puffend aan de oppervlakte verschijnt. De indianen leven in kleine gemeenschappen zonder stromend water of elektriciteit. Hoewel, bij sommige bamboehutten hangt een zonnepaneel. De elektriciteit die zo wordt opgewekt, gebruiken de indianen onder meer om op een televisie naar DVD films te kunnen kijken.
Vooral door de aanwezigheid van vele verschillende indianenstammen is Bolivia een van de kleurrijkste landen van Zuid-Amerika. Het afgelopen weekeinde vierde Aymara indiaan Evo Morales dat hij anderhalf jaar aan de macht is. Hij is de eerste indiaan die het in Bolivia tot dit ambt heeft geschopt. Een feit waarop de meeste Bolivianen nog steeds reuze trots zijn.

Maar in Beni valt het wel mee met de bewondering voor Evo. De inwoners klagen over inflatie, gebrek aan werk en de falende hulpverlening nadat deze provincie begin dit jaar onder water liep. De indianen van Beni sluiten zich in meerderheid aan bij de relatief rijke buren in de provincie Santa Cruz die naar meer autonomie streven. In het centrum van Trinidad zijn de pilaren voor het gebouw van het openbaar ministerie vol gekalkt met teksten waarin Evo dood wordt gewenst. Evo is een hond, staat er. Evo is een communist. En Evo is een teringindiaan.
Het racisme is groot in Bolivia. Veel indianen leven nog steeds in grote armoede en worden uitgebuit als dienstmeisjes of boerenknechten. Morales zei dit weekeinde dat hij voor het einde van zijn ambtstermijn in 2011 een einde wil maken aan de slavernij waarin indianen op sommige plekken leven.
In het zuiden van het land – in de regio Chaco – wonen volgens onderzoek van de Organisatie van Amerikaanse Staten nog zo’n duizend Guaraní families onder middeleeuwse omstandigheden. Ze werken op boerderijen als landbouwers, hoeden het vee of zijn kindhoertjes. Tegen de grootgrondbezitters moeten de slaven papa of mama zeggen en meestal genieten ze alleen kost en inwoning en geen salaris. Ze hebben geen bewegingsvrijheid.
Veel indianen hebben de achternaam van hun ‘eigenaren’. Als ze hun werk niet naar behoren uitvoeren, krijgen ze zweepslagen. Sommige boerderijen worden in de Chaco verkocht met inbegrip van de slaven.
De strategie van de Boliviaanse regering bestaat eruit om land te onteigenen en ter beschikking te stellen aan de indianen. Zo krijgen ze niet alleen een eigen plek terug maar worden ook in staat gesteld hun eigen voedsel te verbouwen.
Maar indianenpresident of niet, volgens de Interamerikaanse Commissie voor de Mensenrechten van de OAS zijn de autoriteiten nog veel te laks in het uitvoeren van maatregelen die een einde moeten maken aan de indianenslavernij.
,,Apoita aiko chepiaguive cheyambae”, heet de studie waarin het treurige lot wordt beschreven. Het is guaraní en betekent: ik wil vrij zijn, zonder eigenaar.
Zo en nu gaan we weer het donkere, internetloze bos in. Kijken of het echt zo makkelijk is
piranha’s te vangen.

[uit NRC, dinsdag 24 juli 2007]

 

Surinaams regenwoud: weer 46 nieuwe diersoorten ontdekt

Waterkever uit Venezuela die sterk lijkt op een nieuwe soort uit Suriname

Drie weken onderzoek in een oerwoud in het zuidwesten van Suriname heeft 46 nieuwe diersoorten opgeleverd. De meest opvallende nieuwe dieren zijn de ‘cowboykikker’, de ‘gepantserde meerval’ en de ‘gekleurde sabelsprinkhaan’.

Drie afgelegen gebieden aan de Kutari- en Sipaliwini-rivier werden onderzocht. Hier zijn geen wegen en er komen nauwelijks mensen. In totaal troffen de onderzoekers van Conservation International ongeveer 1300 diersoorten aan in het oerwoud, waarvan er dus 46 nooit eerder waren gezien.

Eén van die 46 dieren is de ‘gepantserde meerval’ (foto hierboven). Bijna was deze vis in de pan beland, tot een van de onderzoekers het dier in de gaten kreeg en tot de conclusie kwam dat het een nieuwe soort is. De meerval heeft een pantser met scherpe punten. Volgens de onderzoekers geen overbodige luxe als je in een rivier zwemt samen met enorme piranha’s.

Aansporen

De ‘cowboykikker‘ heeft zijn naam gekregen vanwege een spoor op iedere hiel, dat lijkt op de metalen prikkers aan de hiel van de laars waarmee cowboys hun paarden aansporen. Ook vonden de onderzoekers een prachtig gekleurde sabelsprinkhaan (foto hieronder). Het is de enige sprinkhaansoort waarvan bekend is dat ze een chemische stof afscheiden om zichzelf tegen vogels en roofdieren te beschermen.

Het gebied bleek een paradijs voor entomologen, met prachtige en bijzondere insecten waar je maar keek. “Ik hoefde niet eens op zoek te gaan naar mieren, ze sprongen gewoon bovenop me”, vertelt Dr. Leeanne Alonso. “Ook de andere onderzoekers waren onder de indruk van de grote diversiteit van vogels en zoogdieren in het gebied. Je kunt heel dichtbij de dieren komen. Een camera legde zelfs een jaguar vast op zo’n 100 meter buiten ons kamp.”

Naast bijzondere diersoorten bestudeerden de onderzoekers ook rotstekeningen van de vroegste bewoners van het gebied. Uit recent onderzoek is gebleken dat er 5000 jaar geleden al mensen woonden in dit gebied.

[tekst van NOS.nl]

Suriname op doek

door Désirée Martis

In het Natuurhistorisch Museum Rotterdam is zaterdag 21 januari een tentoonstelling geopend van de Rotterdamse kunstenaar Casper Hoogzaad. De tentoonstelling met als titel ‘Suriname’ verbeeldt de geheimzinnige wereld van exotische planten en vruchten uit het tropische bos van Suriname.

Casper Hoogzaad (foto rechts) verbleef afgelopen jaren regelmatig in het regenwoud in Suriname op zoek naar planten, vruchten en zaden om te schilderen. “Suriname fascineert mij zo omdat het oerwoud er nog zo puur is. Ik heb hier zuiverheid gevonden. Ook de bewoners van het land inspireren mij.”

Milieuvriendelijk
Tijdens zijn zoektocht in de binnenlanden van Suriname sloot Hoogzaad vriendschappen met Inheemsen en Marrons. Van hen leerde hij veel over hun rijke plantenwereld. Hij vond daar ook nieuwe grondstoffen voor de verf, die hij zelf maakt. De grondstoffen die Hoogzaad gebruikt zijn niet schadelijk voor het milieu. Aan een basis van eitempera en pigmenten voegt de schilder kristallen en mineralen toe afkomstig uit het regenwoud. Zijn schilderijen krijgen daardoor een mysterieuze gloed.

 

Een van de schilderijen van Casper Hoogzaad. Foto: Casper Hoogzaad

Herinnering aan het oerwoud

‘Ik schilder een fictieve plantenwereld, die de werkelijkheid aanraakt’, zegt hij over zijn werk. “Mijn schilderijen zijn een tastbare herinnering aan het oerwoud. De realiteit van mijn werk is dat ik schilder met de grond waarop ik sta. Suriname zit in mijn verf. Suriname zit in mijn schilderij.”

Bij de expositie verschijnt ook het boek Suriname, met tekeningen en schilderijen van Casper Hoogzaad. (50 pagina’s, ISBN 978-90-813084-0-3). De tentoonstelling van Casper Hoogzaad in het Natuurhistorisch Museum Rotterdam duurt tot en met 15 april 2012.

[RNW, 22 januari 2012]

Baanbrekende Surinaamse bosbouwkennis gebundeld

door Eliézer Pross

Paramaribo – De rijkdom aan wetenschappelijke kennis die in Suriname sedert de zestiger jaren van de vorige eeuw is opgedaan op het gebied van duurzame bosbouw, is nu eindelijk vastgelegd in het boek Sustainable Management of Tropical Rainforests: The Celos Management System (CMS). Het gaat om baanbrekend werk dat internationaal wordt erkend en zijn verdiensten reeds bewijst.

“Het is inderdaad baanbrekend werk. Wij waren naar Brazilië in 2009 toen ik nog geen minister was. En daar mochten wij een groot bosbedrijf bezoeken dat geheel volgens het Celos Management Systeem werkt”, zei minister Simon Martosatiman van Ruimtelijke Ordening en Grond- en Bosbeheer (RGB) in gesprek met de Ware Tijd.

De bewindsman legt uit dat CMS, ondermeer, een strategie inhoudt waarbij bossen verantwoord worden geoogst en zodanig worden herbeplant dat er sprake is van “verbetering”. Het CMS-systeem is vooral in buurlanden en de regio bekend, en is over de jaren heen gezamenlijk ontwikkeld tussen Nederlandse en Surinaamse deskundigen. Het boek is de afgelopen vijf jaren voorbereid, en is tot stand gekomen uit de samenwerking tussen diverse organisaties als Tropenbos International Suriname, World Wildlife Fund (WWF) en het Centrum voor Agrarisch Onderzoek in Suriname (Celos).

Tijdens de officiële presentatie van het boek gisteren, waren naast Martosatiman en toppers van zijn ministerie, ook de Nederlandse Ambassadeur in Suriname, Aart Jacobi, de top van Celos, de Anton De Kom Universiteit van Suriname en ondernemers uit de bosbouwwereld aanwezig. De minister zegt dat er in Suriname vrij duurzaam wordt gewerkt in de bosbouwsector. “De meeste vernieling van bos vindt plaats in de kleinschalige goudwinning”, aldus de bewindsman die verder ervoor pleitte dat de onderzoekswerkzaamheden worden voortgezet.

[naar de Ware Tijd, 21/01/2012]

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter