blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Redmond Sophie

Laudatio voor Sylvia Kortram

Laudatio uitgesproken door promotor professor Alex van Stipriaan Luïscius, bij de promotie van Sylvia Marie Kortram tot doctor aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op 16 januari 2014.
Zeer geleerde doctor Kortram, beste Sylvia,
Ik wil je uit de grond van mijn hart gelukwensen met het behalen van deze titel. En mag ik daar meteen twee andere mensen bij betrekken. Namelijk in de eerste plaats je zoon Erlend, die waarschijnlijk nooit meer los komt van het beeld van een moeder die vergroeid is met haar computer, en van wie ik zeker weet dat hij onbeschrijfelijk trots op je is. En terecht natuurlijk! Hij is de enige die echt kan beoordelen hoeveel tijd en energie je in dit onderzoek hebt gestoken. Hij had vast best wel eens vaker met jou op de bank een spannende film willen bekijken als jij weer boven zat te studeren, maar hij zal ook gezien hebben hoeveel plezier jij bij jou studies had, hoeveel plezier je dat heeft gegeven.
De andere persoon die hier genoemd moet worden en aan wie deze dag ook een beetje is opgedragen, is dr. Inge Boer die helaas in 2004, alweer bijna tien jaar geleden, is overleden. Haar stimulerende kracht heeft er mede voor gezorgd dat jij vandaag hier staat, en daar wil ik haar graag postuum voor bedanken. Ik ben blij dat ik haar ook nog even heb mogen meemaken, ik vond haar een zeer warme en zeer enthousiasmerende vrouw.
Sylvia, in je voorwoord van je boek bedank je een groot aantal mensen die jou in de loop van je leven en zeker in de bijna twee decennia van je promotieonderzoek op enigerlei wijze hebben gesteund. Dat is ook terecht. Maar, laat ik jou nu eens bedanken voor je enorme kracht en doorzettingsvermogen en passie en niet te vergeten, je optimisme en je niet aflatende wetenschappelijke nieuwsgierigheid. Want die zijn de ware motor van dit hele project geweest en die tekenen jou ook als mens. Daardoor ligt er nu een boek dat nog veel belangrijker is dan jouw doctorstitel. Dat klinkt misschien onaardig, maar zo bedoel ik het niet. De doctorstitel is de beloning voor je intellect en voor al die eigenschappen die ik net opnoemde, en je zult de titel ook zeker maatschappelijk kunnen inzetten, maar dat is toch vooral iets voor jou als persoon. Daarentegen is het resultaat van je onderzoek, dit boek Meer dan arts alleen iets dat zal beklijven voor een grotere groep mensen en wat betekenis zal krijgen voor een grotere groep mensen. Het geeft inzicht in een heel bijzondere Surinaamse vrouw, dat heeft iedereen aan deze tafel ook gezegd, en haar veelzijdige werk. Het geeft inzicht in de Surinaamse samenleving in de eerste helft van de twintigste eeuw, en het geeft inzicht in sociale processen op het snijvlak van gender, etniciteit, klasse en cultuur in laat-koloniale samenlevingen meer in het algemeen. En bovenal toont het  hoe een mens in een complexe mix van agent of change en status quo, en dit geval nog koloniale status quo, haar eigen weg bewandelt en daarmee een rolmodel wordt voor velen.  Ik denk niet, Sylvia, dat de straat waar jij nu woont ooit naar jou vernoemd zal worden, zoals dat met Sophie Redmond wel is gebeurd, maar ik denk wél dat jij en je werk óók als rolmodel voor een aantal mensen zal gaan fungeren.
En daarmee raak ik aan een ander aspect van je onderzoek, namelijk de verwevenheid van jouzelf, en collega Oonk die had er eigenlijk al even over, met je onderwerp, jouw verwevenheid met Sophie Redmond. Ook jij bent nu dokter, al spel je dat woord net iets anders. Maar de gelijkenis gaat nog veel verder. Voordat je ooit van Sophie Redmond had gehoord, behalve dan als straatnaam, stond voor jou vast dat jouw toekomst in de gezondheidszorg zou gaan liggen. Nadat jij je mulodiploma had behaald, meldde je je als, ik denk als, 17- of 18-jarig meisje bij het Academisch Ziekenhuis in Paramaribo voor een opleiding als leerling-verpleegkundige. En die zou je vast ook hebben afgerond als niet in die jaren een groot deel van de Surinaamse bevolking, waaronder ook jouw familie, verhuisde naar Nederland. Ik geloof dat jij zelf daar niet zo heel erg zat te wachten op zo’n verhuizing maar, zoals dat in het Surinaams-Nederlands wordt genoemd, je moeder die toen al in Nederland zat, je moeder “liet je halen” en daarmee was je deel geworden van de geheel eigen, autonome dynamiek die massale migratie kan genereren.
In Nederland wilde je vervolgens gewoon doorgaan waar je gebleven was in je verpleegstersopleiding, maar dat accepteerde het ziekenhuis hier niet. Je moest terug naar af, wat opleiding betreft. En dat was je net iets teveel en je ging werken. Maar toen je een heel aantal jaren later sociale wetenschappen ging studeren, koos je daarbinnen toch weer voor de richting gezondheidsstudies. En toen je nog veel later consulent werd bij de Sociale Dienst werd jouw specialiteit opnieuw klanten met kwesties rond gezondheid, zowel lichamelijk als geestelijk. Het willen werken aan de gezondheid van je medemens is dus een element dat je altijd met Sophie Redmond hebt gedeeld.
Daarnaast was Sophie Redmond iemand die een enorm doorzettingsvermogen had en nooit bij de pakken is gaan neerzitten. En als dat voor nog iemand geldt dan geldt het zeker voor jou, Sylvia. Ik heb altijd versteld gestaan van jouw enorme innerlijke kracht. En die kracht die Jij en Sophie delen heeft jullie ook allebei het vertrouwen gegeven dat je je eigen weg kunt gaan. Sophie Redmond deed dat binnen de laat-koloniale Surinaamse samenleving, jij deed dat, niet alleen door stug door te gaan op je zelfgekozen studiepad, maar ook bijvoorbeeld door de vele reizen die je over de hele wereld hebt gemaakt. Één voorbeeld daarvan: als nog heel jonge zwarte vrouw reisde jij in de jaren zeventig in je eentje en met niet veel geld op zak, een half jaar door de Verenigde Staten. Ook door het toen nog tamelijk racistische Zuiden. Maar je kwam er glimlachend doorheen, zelfs al moest je zo nu en dan eens bij het Leger des heils logeren.
Ik denk dat hoe meer jij de mens Sophie Redmond bestudeerde, hoe meer ze ook een voorbeeld voor je is geworden. Sterker nog, ze kwam ook echt in je leven. Ik hoop dat je het niet erg vindt dat ik dit vertel, maar dat voorval is te mooi om niet met de mensen hier te delen. Op een gegeven moment, vlak voordat je naar Suriname zou gaan om een aantal mensen te gaan interviewen en om het oude huis van Sophie Redmond te gaan bezoeken waar je nog nooit geweest was, had je weer eens een hele lange vrije dag opgenomen en doorgebracht in het archief in Den Haag op zoek naar informatie over Sophie Redmonds leven. En toen je ’s avond doodmoe was gaan slapen in je eigen huis, verscheen Sophie Redmond in je droom, staand op een balkon van een typisch Surinaams houten huis. En Sophie Redmond zei te jou: “ga door, en als je iets en niet weet dan moet je het vragen.” Toen je enkele weken later voor het eerst in Suriname Sophie Redmonds huis ook in werkelijkheid zag, herkende je meteen het balkon wat in je droom was verschenen. En toen je vlak daarop Sophie’s weduwnaar interviewde en van hem een foto kreeg, stond Sophie daar precies in die hoek op dat balkon, zoals jij haar in je droom had gezien. Voor degenen die weten hoe belangrijk dromen zijn in de Afro-Surinaamse cultuur toont dit nog meer nabijheid van Sophie in Sylvia, in jouw leven.
Sylvia, ik kan nog heel lang doorgaan, dat zal ik hier niet doen. Je moet nu gaan genieten van wat je hebt bereikt en ik weet dat je daarna weer energiek verder zult gaan. En je hebt ons al een voorproefje gegeven, van nog twee biografieën die je wilt gaan schrijven, en die je dan ook nog eens gaat combineren met de biografie over  Sophie Redmond.
Ik wil nog één vergelijking maken tussen jou en Sophie Redmond. Een vergelijking die niét opgaat, of niet helemaal. Jouw proefschrift begint met een gedicht uit Aurora dat kort na het overlijden van Sophie werd gepubliceerd. Het zou mooi zijn geweest als ze die ode bij haar leven had gehoord. Daarom heb ik het laatste deel van die ode genomen, heb ik geparafraseerd in mijn eigen broko broko Sranan, en draag ik dat nu aan je voor:
Krioro datra Sylvia
Yu fesi wi syi dya
Na disi foto ete langa ten moro
Bika yu stuka doro sjoro
Dati yu exempel langa langa mag tan
Leki wan staar na hemel gi Holland nanga Sranan

Publieke leven en werk van de Creoolse arts Sophie Redmond onderzocht (2 en slot)

In de kolonie Suriname werd kolonialiteit van macht op verschillende niveaus toegepast. Het e.e.a.in de context van de studie geplaatst ziet er als volgt uit.

read on…

Publieke leven en werk van de Creoolse arts Sophie Redmond onderzocht (1)

Op 16 januari 2014 heeft Sylvia Kortram haar proefschrift over het publieke leven en werk van de Creoolse arts Sophie Redmond verdedigd, aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. De titel van het proefschrift luidt: Meer dan arts alleen; De maatschappelijke betekenis van huisarts Sophie Redmond in laat-koloniaal Suriname.

read on…

Sophie Redmond: meer dan arts alleen

Al in het vroegtwintigste-eeuwse Suriname legden vrouwen een bijl aan de wortels van de koloniale mannenmaatschappij door deze actief te betrekken bij de vrouwenemancipatie. Dat is een van de stellingen van Sylvia Marie Kortram in haar proefschrift ‘Meer dan arts alleen. De maatschappelijke betekenis van huisarts Sophie Redmond in laat-koloniaal Suriname.’

read on…

Sophie Redmond ‘inluider laatste fase koloniaal systeem’

door Stuart Rahan

Amsterdam – De bijzondere persoonlijkheid van dokter Sophie Redmond (1907-1955) was voor Sylvia Kortram de inspiratiebron voor nader sociaal, historisch en maatschappelijk onderzoek. Dat resulteerde donderdag in de promotie van Kortram aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit. Volgens de promovenda luidde Redmond, naast dat zij de eerste Surinaams-creoolse arts was, het einde in van het koloniale systeem halverwege de vorige eeuw.

read on…

Thea Doelwijt – Gi Sophie Redmond

Sophie, je moet die speld zien

Die gouden viool-speld
A moi, a switi
Bijna huil ik
Als ik naar hem kijk
Je hebt jonge vrouwen geïnspireerd
Oudere ook, maar nownow, luku…
Twee jonge radio-vrouwen
Van een Amsterdamse radiozender
Cheryl Vliet en Anita Plowell
Ze kwamen bij me langs
Omdat ik enkele stukken van jou
In een YWCA-boek heb gebundeld
En een tv-stuk rondom jou
Heb gemaakt, met Jan Venema
Jij werd gespeeld door Gerda Havertong
We hebben over jou gepraat, Sophie
Zondag 17 maart
Vrouwen die iets betekenen in Nederland
Zoals dr. Joyce Sylvester
Hebben het woord gevoerd
Goed, hè
Sranan uma willen eenheid en kracht
In een niet altijd aardige wereld
En toen kreeg ik… omdat jij altijd
Als zwarte vrouw viool speelde
Achter gesloten gordijnen, ja
Toen kreeg ik de gouden viool-speld
Voor jouw en mijn inzet hier en daar
Laten we doorgaan, Sophie
En onze vrouwenwereld sterk(er) maken

Burgemeester Joyce Sylvester: “Dokter Sophie Redmond inspireerde mij”

door Stuart Rahan

Amsterdam – In een overvolle zaal bij de Vereniging ‘Ons Suriname’ hield dr. Joyce Sylvester, burgemeester van Naarden, op zondag 17 maart de eerste dr. Sophie Redmond-lezing. De volgens Sylvester te vroeg overleden Sophie Redmond heeft haar in die mate geïnspireerd dat er enkele overeenkomsten zijn.

read on…

Dokter Sophie Redmond lezing in Amsterdam

Radio Double7fm en Vereniging Ons Suriname organiseren op zondag 17 maart 2013 voor de eerste keer de dokter Sophie Redmond lezing. Dr. Joyce Sylvester, waarnemend burgemeester van Naarden en eerste kamerlid zal spreken over de ‘inspiratie van Sophie Redmond’. Ook is er de vertoning van Een dikke zwarte vrouw als ik (1987), het gedramatiseerde levensverhaal van Sophie waarin Gerda Havertong Sophie Redmond speelt. Tot slot is er een interview met schrijfster/theatermaker Thea Doelwijt. read on…

De inspiratie van Sophie Redmond

Op zondag 17 maart verzorgt Joyce Sylvester, waarnemend burgemeester van Naarden en lid van de Eerste Kamer, de eerste dokter Sophie Redmondlezing. Zij zal onder meer spreken over ‘De inspiratie van Sophie Redmond’.

read on…

6de editie Sranan Art Xposed uit

Op 5 juli ging de zesde editie van het webmagazine SAX (Sranan Art Xposed) via het wereldwijde web de ‘deur’ uit. SAX, het webmagazine over Surinaamse kunst dat gratis via e-mail wordt verspreid, houdt al vanaf de eerste editie eind 2009 een uitgebreid en internationaal bestand van kunstliefhebbers en contacten op de hoogte van de dynamische Surinaamse kunstsector.

De laatste editie liet misschien wat langer op zich wachten, maar ‘it was well worth the wait’. SAX 6 is weer boordevol kunstnieuws en artikelen over Surinaamse kunstenaars die lokaal en international naam maken. In SAX nummer 6 leest u in de rubriek ‘Uitgesproken’ een artikel over Shaundell Horton, een talentvolle Surinaamse kunstenares die aan het begin van haar kunstcarrière staat. In de rubriek ‘Uit de collectie’ mogen de SAX-lezers in het huis van een enthousiaste Surinaamse kunstliefhebber meekijken naar de kunstcollectie waar zij een bijzondere band mee heeft. We blikken onder andere terug naar de expositie van Lillian de Vries-Abegg en de Boipili sieradenlaunch van Marcel Pinas.

In de rubriek ‘Op straat’ wordt we nog verder teruggegaan in de tijd met een bespreking van het werk van de beeldhouwer Jo Rens die jaren geleden enkele prachtige beelden maakte die in Paramaribo en Brokopondo te zien zijn. Bijzonder interessant is ook het initiatief ‘Switi Rauw’ van een groep lokale kunstenaars die met hun project, dat onder andere stadsverfraaiing ten doel heeft, nu een lege muur aan de Jessurunstraat van prachtige muurschilderingen voorzien heeft.

Buiten de grenzen kijkt SAX naar het nieuwe werk waar René Tosari mee bezig is en naar de exposities van Casper Hoogzaad die in Suriname met Surinaamse grondstoffen zijn eigen verf maakte. Ook een speciale bijdrage van kunstcriticus en curator Rob Perrée over de laatste tentoonstelling van Remy Jungerman in Amsterdam. Verder nog een artikel over Pearl Woei, de juwelenontwerpster die in de Verenigde Staten naam maakt en in de rubriek ‘Uitgelezen’ enkele publicaties die de moeite waard zijn.

Natuurlijk vindt u in SAX ook een locale en internationale kunstagenda die u op de hoogte houdt van huidige en toekomstige kunst gerelateerde activiteiten. Uiteraard gebeurt er veel meer binnen de Surinaamse kunstsector dan datgene dat twee keer per jaar in SAX wordt gepubliceerd. Daarom houdt de SAX-redactie er ook een blog http://srananart.wordpress.com/ op na waarin met grotere regelmaat interessante kunst ‘updates’ en artikelen gepost worden. Op het blog kunt u ook de nieuwe editie van SAX downloaden. En voor meer beeldmateriaal kunnen de SAX-liefhebbers terecht op de Flickr pagina http://www.flickr.com/photos/srananart/. En voor alle kunstliefhebbers die SAX nog niet ontvangen in hun inbox, meldt u zich alsnog aan op srananart@gmail.com , dan krijgt ook u voortaan gratis alle nieuwe edities van SAX per e-mail toegestuurd. Vermeldt u er dan ook bij of u liever de Nederlandse of de Engelse versie van het webmagazine ontvangt. Daarnaast zijn ook alle edities van het onafhankelijke webmagazine te downloaden op de website van de sponsor Readytex Art Gallery http://readytexartgallery.com/website/page.asp?menuid=70&site=arts
.

Sophie Redmond

Portret van de Surinaamse toneelschrijfster Sophie Redmond, gemaakt door de in Suriname werkzame fotograaf Nicolaas Porter. Nr. 90 in de reeks fotoportretten die Porter in opdracht van de Werkgroep Caraïbische Letteren maakt. Voor informatie kunt U mailen naar: nicolaasporter@hotmail.com. Wie de hele reeks wil zien kan hieronder klikken op het label Werkgroepportretten.

De betrokkenheid van een arts‑toneelschrijfster

De rubriek Herlezen vraagt aandacht voor boeken die langer geleden zijn verschenen en de moeite van het herlezen waard zijn. Suggesties? Laat het ons weten via ons emailadres. Vandaag een stuk over 4 toneelstukken van Sophie Redmond.

door Michiel van Kempen

Sophie Redmond was al zeventien jaar overleden toen Thea Doel­wijt in 1972 vier toneelstukken van haar bijeenbracht in een door de YWCA uitgegeven boekje. Het bekendste van die stukken is wel­licht Grontapoe na asitere (De wereld is een paardestaart) dat Sophie Redmond schreef samen met on­der­wijzeres, toneelspeelster en Shakespea­re‑vertaalster Paula Vel­der en CCS‑regisseur Paul Storm. Het gegeven is bekend: de hoog­moedige moeder van Jantje die zich verheven voelt boven het volk van het erf, moet op de knieën wanneer Jantje een ongeluk heeft ge­kregen en een van de vrou­wen van het erf bloed moet afstaan voor een bloedtrans­fusie. Op 8 maart jongstleden voerde de groep Spoedig Herstel het stuk weer op, dus zesendertig jaar na de pre­mière van 1950. Er moet dus wel iets bijzonders aan de hand zijn met dit stuk.

Die bijzonderheid zit hem niet in de actualiteit van het gegeven. De plaats die de bloedtransfusie inneemt is integen­deel juist het zwakke punt van het stuk. Als arts moest Sophie Redmond haar bood­schap kwijt. Het belang van het stuk was in 1950 dan ook niet in de laatste plaats gelegen in de voorlich­tende functie ervan. De bloedtransfusie moest op een bevatte­lijke manier voor het voetlicht ge­bracht worden en daar is Redmond toen zeker in geslaagd.

Maar voor de toeschouwer van 1986 is al de uitleg die in het eer­ste bedrijf gegeven wordt, overbodig. We weten nu wel hoe zo een transfusie in haar werk gaat. En hetzelfde geldt voor wat de dok­ter in het stuk enige malen nadrukkelijk komt melden: dat Jantje toch vooral zijn groenten moet opeten; ook die moraal ligt er te dik bovenop voor de toeschouwer van 1986. Met name het eerste be­drijf duurt daarom te lang en kan door een toneelgroep alleen maar boeiend gemaakt worden door een vlotte speeltrant, door eigen vond­sten in te passen en vooral: door er flink het mes in te zetten en gedeeltes te schrappen.

De vraag is natuurlijk of we dan het werk van Sophie Red­mond c.s. nog recht doen en of zij blij geweest zou zijn met derge­lijke ingre­pen. Het antwoord op die vraag is eenvoudig: ja. Geen enkel to­neel­stuk leeft voordat het door spelers op de planken wordt gezet. El­ke tijd stelt zijn eisen aan een stuk, de ene generatie haalt er dit uit, de andere dat. Een goed toneelstuk is tegen die interpretaties be­stand en houdt genoeg over wanneer er hier en daar in gecou­peerd wordt. Wat dat betreft is het toneel een paardestaart die van­daag zo waait, morgen zo…

Van Grontapoe na asitere was te voorspellen dat het eerste wat zou verouderen, de voorlichtende scènes waren. Opvoerenden moe­ten dan ook niet bang zijn daar rigoreus de schaar in te zetten. Thea Doelwijt zegt in een toelichting bij de boekuitgave van de vier stukken, dat een ander stuk, Misi Jana e go na stembus, voor een groot deel al improviserend tot stand is gekomen. Sophie Redmond zou dan ook de eerste zijn om een stuk aan te passen aan de eisen van het moment.

In de opvoering van Spoedig Herstel was het stuk enigszins aan­ge­past aan de samenstelling van de groep. Een scène in het laatste bedrijf tussen javanen op het erf was weggelaten. Een andere rol was toege­voegd: de typische kluchtfiguur van de oude man op strom­pe­lende benen die voortdurend commentaar geeft op de ge­beur­tenissen.

Het hele stuk draait in feite om dat laatste bedrijf: daar vindt de confrontatie plaats tussen de hoogmoedige moeder van Jantje en de erf­bewoners die haar duidelijk willen laten voelen, dat het gedrag van deze bekakte madam niet geaccep­teerd wordt. De eerste twee be­drij­ven ‑ de schildering van het karakter van Jantjes moeder, de uit­leg van de dokter over bloedtransfusie en de verjaardag van Jan­tje waarbij hij van de trap valt ‑ zijn een aanloop tot dat laatste bedrijf. Zij hebben een aantal lagere cruces (dramatische hoogte­pun­ten): de weigering van de moeder om het bosnegervriendje van Jan­tje op het jaardagsfeestje toe te laten, de ergernis van pa als hij oma met haar filariabenen niet op een stoel maar op de grond ziet zit­ten, het zich bemoeien van oma met de gang van zaken in huis, de opmerking van de moeder dat bloed van javanen niet bij anderen zou passen, het ongeluk van Jantje.

De groep Spoedig Herstel trachtte die bedrijven met enkele to­neel­vondsten te verrijken: als bijvoorbeeld de dokter zijn verba­zing over een opmerking van de moeder toont, laat hij een bretel sprin­gen (speelde het toeval hier een gelukkige rol?). Maar Spoedig Her­stel heeft het niet aangedurfd om flink in de eerste twee bedrij­ven te couperen, terwijl de dramati­sche hoogtepunten van die bedrijven toch in geen verhouding staan tot de dramatische spanning van het laat­ste bedrijf. In dat bedrijf ligt het hoogtepunt van het hele stuk en komt de hoogmoed voor de val. Nu blijkt de moeder, diegenen die zij geen groet waardig keurde, nodig te hebben. De negerin Jaja stelt het zo vast: `Mevrouw no sabi taki grontapoe na asitere, tide a wai so, tamara so’. Mevrouw moet van haar voet­stuk af komen. De erf­bewo­ners nemen het niet dat zij haar bediende stuurt. Zij moet zelf komen en in plaats van Nederlands `krin nengre’ spreken. Ook in die taal­hantering ‑ het laatste be­drijf is op enkele zinnen na ge­heel in het Sranantongo ‑ geeft Sophie Redmond haar kritiek op de hoog­moed van de hogere klassen.

Wat Grontapoe na asitere met enkele aanpassingen tot een nog al­tijd goed speelbaar stuk maakt is de zeggingskracht van het laatste bedrijf. Hier wordt het stuk uitgetild boven de actua­liteit van het jaar 1950. Wat Redmond hier vaststelt is tijde­loos, met wat zij zegt geeft zij de Surinaamse versie van datgene wat in het wereldto­neel al op diverse manieren is uitgebeeld. Het contrast tussen de hogere klassen en het gewone volk blijkt op niets gebaseerd wanneer de ge­zondheid en het leven van de mensen op het spel staan; de hoog­moed moet buigen voor de vrijgevigheid van de simpele mensen die niet meer vragen dan in hun waarde gelaten te worden en die in hun vrijgevig­heid hun waardigheid uitdragen. Het is deze universele thematiek van de waardigheid van de mens die in tijden van nood op de proef gesteld wordt, die het stuk zijn betekenisvolle bood­schap en kracht schenkt. Figuren als de moeder die een jurk voor haar dochter prefereert boven de volkse jakjes en koto’s, als de oma die met haar buba, haar filariabenen, op de grond zit en haar ont­nuchterend commen­taar geeft op de verbeelding van de moeder, als de erfvrouwen, zijn figuren van vlees en bloed, figuren die we nog da­gelijks kunnen tegenkomen, figuren die we in wat andere gedaan­te overal ter wereld tegenkomen. De taal die zij gebrui­ken komt niet uit hun mond, die taal komt uit hun hart en weerspie­gelt de be­trokken­heid van degene die de taal schreef.

Thea Doelwijt meldt niet hoeveel van de in boekvorm vastge­leg­de tekst door improvisaties bij de repetities inder­tijd is geboren. Die we­tenschap hebben we ook niet per se nodig om Sophie Red­monds be­trokkenheid bij het volk te peilen. Als arts en vrouw van en voor het volk zag Sophie Redmond die betrokkenheid eindigen toen zij in 1955 op 48‑jarige leeftijd het leven liet; als toneelschrijf­ster doet zij ons die betrok­kenheid nog immer ervaren wanneer in haar taal een stuk op de planken wordt gebracht.

[uit De geest van Waraku, 1993]

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter