blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Raalte Celestine

Anansi: Stoelriemen vast!

Eigentijdse verhalen van Surinaamse schrijvers. Deze anansitoribundel is voortgekomen uit een project van de Ambassade van het Koninkrijk der Nederlanden in Paramaribo en uitgevoerd door de Schrijversvakschool Paramaribo in maart 2016. read on…

‘Mijn creaties zijn antwoorden die ik krijg’

Interview – Celestine Raalte (66) is één van de bekendste woordkunstenaars in Suriname. Zij beoefent de voordrachtkunst, schrijft literair werk en heeft zich ook het modeontwerpen eigen gemaakt. Onlangs sloot zij in de Congreshal een periode van 23 jaar unieke koto- en hoedencreaties af met een modeshow getiteld ‘Van Koto naar Couture’. “Als je te veel ballast hebt, te veel vracht, kom je niet snel vooruit.” read on…

Van koto naar couture

Vandaag vindt in de Congreshal, Mr. F.H.T. Lim A Postraat, Paramaribo, de modeshow Van koto naar couture plaats. read on…

Nieuwe Dobru Neti

Op vrijdag 27 maart 2015 is er weer een nieuwe Dobru Neti in Souoso, Costerstraat 20a, Paramaribo. Medewerkenden zijn Zulile Blinker & Kokolampu, Milaisa Breeveld, Ori, Tjafuru, Celestine Raalte, dj Earl da Pearl, mc Peter Waterberg, Ivor Mitchell & Band. read on…

Columns van CAT

Osopasi is de nieuwste publicatie van Carry-Ann Tjong Ayong. Het boek bevat een selectie van haar columns. De presentatie is op zondag 18 mei in het sfeervolle Sukru Oso aan de Cornelis Jongbawstraat 16a. Er zijn voordrachten en optredens van Tolin Alexander, Bongo Charley, Celestine Raalte, Pieter van der Hijden en Ronald Snijders.

U bent van harte welkom. Aanvang 19.00u.

Rosita Bouterse – Gedicht voor Dr Sylvia Marie Kortram

Gedicht uitgesproken door paranimf mr.dr. Rosita Bouterse op 16 januari 2014, bij de receptie van dr. Sylvia Marie Kortram, na de promotieplechtigheid aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
 
Dr Kortram temidden van haar paranimfen, gekleed in de Akwenda modelijn van Celestine Raalte
 
 
Blaka Rowsu / Zwarte Roos
Wanneer het Beest
verhaalt van Het Systeem
dat zegevieren moet.
Wanneer Het Almachtige Licht
verdrongen lijkt
en kinderen schreien
aan hun moeders borst,
verscheept vanuit het Vaderland.
Wanneer wij dwalen langs
duistere wegen van nieuwe grond.
Scheuren en barsten ons deel zijn.
Dan verschijnt zij, Blaka Rowsu / Zwarte Roos
in vol ornaat
en verguld van een liefde die ons allen omvat.
En in het schijnsel van de maan
daar aan de waterkant,
vertelt zij Ons Verhaal,
ons verhaal van kracht en samenzijn,
van vertrouwen-in-elkaar,
van geloof-in-eigen-kunnen.
 Soso Lobi, Blaka Rowsu !
Rosita Bouterse draagt haar gedicht voor; haar moeder (een tante van Sylvia Kortram)
en haar zusje luisteren aandachtig
Publiek en leden van de promotiecommissie tijdens de voordracht

 

Foto’s Jonathan Hoost en Joke van Vlijmen

Laudatio voor Sylvia Kortram

Laudatio uitgesproken door promotor professor Alex van Stipriaan Luïscius, bij de promotie van Sylvia Marie Kortram tot doctor aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op 16 januari 2014.
Zeer geleerde doctor Kortram, beste Sylvia,
Ik wil je uit de grond van mijn hart gelukwensen met het behalen van deze titel. En mag ik daar meteen twee andere mensen bij betrekken. Namelijk in de eerste plaats je zoon Erlend, die waarschijnlijk nooit meer los komt van het beeld van een moeder die vergroeid is met haar computer, en van wie ik zeker weet dat hij onbeschrijfelijk trots op je is. En terecht natuurlijk! Hij is de enige die echt kan beoordelen hoeveel tijd en energie je in dit onderzoek hebt gestoken. Hij had vast best wel eens vaker met jou op de bank een spannende film willen bekijken als jij weer boven zat te studeren, maar hij zal ook gezien hebben hoeveel plezier jij bij jou studies had, hoeveel plezier je dat heeft gegeven.
De andere persoon die hier genoemd moet worden en aan wie deze dag ook een beetje is opgedragen, is dr. Inge Boer die helaas in 2004, alweer bijna tien jaar geleden, is overleden. Haar stimulerende kracht heeft er mede voor gezorgd dat jij vandaag hier staat, en daar wil ik haar graag postuum voor bedanken. Ik ben blij dat ik haar ook nog even heb mogen meemaken, ik vond haar een zeer warme en zeer enthousiasmerende vrouw.
Sylvia, in je voorwoord van je boek bedank je een groot aantal mensen die jou in de loop van je leven en zeker in de bijna twee decennia van je promotieonderzoek op enigerlei wijze hebben gesteund. Dat is ook terecht. Maar, laat ik jou nu eens bedanken voor je enorme kracht en doorzettingsvermogen en passie en niet te vergeten, je optimisme en je niet aflatende wetenschappelijke nieuwsgierigheid. Want die zijn de ware motor van dit hele project geweest en die tekenen jou ook als mens. Daardoor ligt er nu een boek dat nog veel belangrijker is dan jouw doctorstitel. Dat klinkt misschien onaardig, maar zo bedoel ik het niet. De doctorstitel is de beloning voor je intellect en voor al die eigenschappen die ik net opnoemde, en je zult de titel ook zeker maatschappelijk kunnen inzetten, maar dat is toch vooral iets voor jou als persoon. Daarentegen is het resultaat van je onderzoek, dit boek Meer dan arts alleen iets dat zal beklijven voor een grotere groep mensen en wat betekenis zal krijgen voor een grotere groep mensen. Het geeft inzicht in een heel bijzondere Surinaamse vrouw, dat heeft iedereen aan deze tafel ook gezegd, en haar veelzijdige werk. Het geeft inzicht in de Surinaamse samenleving in de eerste helft van de twintigste eeuw, en het geeft inzicht in sociale processen op het snijvlak van gender, etniciteit, klasse en cultuur in laat-koloniale samenlevingen meer in het algemeen. En bovenal toont het  hoe een mens in een complexe mix van agent of change en status quo, en dit geval nog koloniale status quo, haar eigen weg bewandelt en daarmee een rolmodel wordt voor velen.  Ik denk niet, Sylvia, dat de straat waar jij nu woont ooit naar jou vernoemd zal worden, zoals dat met Sophie Redmond wel is gebeurd, maar ik denk wél dat jij en je werk óók als rolmodel voor een aantal mensen zal gaan fungeren.
En daarmee raak ik aan een ander aspect van je onderzoek, namelijk de verwevenheid van jouzelf, en collega Oonk die had er eigenlijk al even over, met je onderwerp, jouw verwevenheid met Sophie Redmond. Ook jij bent nu dokter, al spel je dat woord net iets anders. Maar de gelijkenis gaat nog veel verder. Voordat je ooit van Sophie Redmond had gehoord, behalve dan als straatnaam, stond voor jou vast dat jouw toekomst in de gezondheidszorg zou gaan liggen. Nadat jij je mulodiploma had behaald, meldde je je als, ik denk als, 17- of 18-jarig meisje bij het Academisch Ziekenhuis in Paramaribo voor een opleiding als leerling-verpleegkundige. En die zou je vast ook hebben afgerond als niet in die jaren een groot deel van de Surinaamse bevolking, waaronder ook jouw familie, verhuisde naar Nederland. Ik geloof dat jij zelf daar niet zo heel erg zat te wachten op zo’n verhuizing maar, zoals dat in het Surinaams-Nederlands wordt genoemd, je moeder die toen al in Nederland zat, je moeder “liet je halen” en daarmee was je deel geworden van de geheel eigen, autonome dynamiek die massale migratie kan genereren.
Promotor en nieuwe doctor, met haar paranimfen
gekleed in de Akwenda modelijn van Celestine Raalte
In Nederland wilde je vervolgens gewoon doorgaan waar je gebleven was in je verpleegstersopleiding, maar dat accepteerde het ziekenhuis hier niet. Je moest terug naar af, wat opleiding betreft. En dat was je net iets teveel en je ging werken. Maar toen je een heel aantal jaren later sociale wetenschappen ging studeren, koos je daarbinnen toch weer voor de richting gezondheidsstudies. En toen je nog veel later consulent werd bij de Sociale Dienst werd jouw specialiteit opnieuw klanten met kwesties rond gezondheid, zowel lichamelijk als geestelijk. Het willen werken aan de gezondheid van je medemens is dus een element dat je altijd met Sophie Redmond hebt gedeeld.
Daarnaast was Sophie Redmond iemand die een enorm doorzettingsvermogen had en nooit bij de pakken is gaan neerzitten. En als dat voor nog iemand geldt dan geldt het zeker voor jou, Sylvia. Ik heb altijd versteld gestaan van jouw enorme innerlijke kracht. En die kracht die Jij en Sophie delen heeft jullie ook allebei het vertrouwen gegeven dat je je eigen weg kunt gaan. Sophie Redmond deed dat binnen de laat-koloniale Surinaamse samenleving, jij deed dat, niet alleen door stug door te gaan op je zelfgekozen studiepad, maar ook bijvoorbeeld door de vele reizen die je over de hele wereld hebt gemaakt. Één voorbeeld daarvan: als nog heel jonge zwarte vrouw reisde jij in de jaren zeventig in je eentje en met niet veel geld op zak, een half jaar door de Verenigde Staten. Ook door het toen nog tamelijk racistische Zuiden. Maar je kwam er glimlachend doorheen, zelfs al moest je zo nu en dan eens bij het Leger des heils logeren.
Ik denk dat hoe meer jij de mens Sophie Redmond bestudeerde, hoe meer ze ook een voorbeeld voor je is geworden. Sterker nog, ze kwam ook echt in je leven. Ik hoop dat je het niet erg vindt dat ik dit vertel, maar dat voorval is te mooi om niet met de mensen hier te delen. Op een gegeven moment, vlak voordat je naar Suriname zou gaan om een aantal mensen te gaan interviewen en om het oude huis van Sophie Redmond te gaan bezoeken waar je nog nooit geweest was, had je weer eens een hele lange vrije dag opgenomen en doorgebracht in het archief in Den Haag op zoek naar informatie over Sophie Redmonds leven. En toen je ’s avond doodmoe was gaan slapen in je eigen huis, verscheen Sophie Redmond in je droom, staand op een balkon van een typisch Surinaams houten huis. En Sophie Redmond zei te jou: “ga door, en als je iets en niet weet dan moet je het vragen.” Toen je enkele weken later voor het eerst in Suriname Sophie Redmonds huis ook in werkelijkheid zag, herkende je meteen het balkon wat in je droom was verschenen. En toen je vlak daarop Sophie’s weduwnaar interviewde en van hem een foto kreeg, stond Sophie daar precies in die hoek op dat balkon, zoals jij haar in je droom had gezien. Voor degenen die weten hoe belangrijk dromen zijn in de Afro-Surinaamse cultuur toont dit nog meer nabijheid van Sophie in Sylvia, in jouw leven.
Sylvia, ik kan nog heel lang doorgaan, dat zal ik hier niet doen. Je moet nu gaan genieten van wat je hebt bereikt en ik weet dat je daarna weer energiek verder zult gaan. En je hebt ons al een voorproefje gegeven, van nog twee biografieën die je wilt gaan schrijven, en die je dan ook nog eens gaat combineren met de biografie over  Sophie Redmond.
Ik wil nog één vergelijking maken tussen jou en Sophie Redmond. Een vergelijking die niét opgaat, of niet helemaal. Jouw proefschrift begint met een gedicht uit Aurora dat kort na het overlijden van Sophie werd gepubliceerd. Het zou mooi zijn geweest als ze die ode bij haar leven had gehoord. Daarom heb ik het laatste deel van die ode genomen, heb ik geparafraseerd in mijn eigen broko broko Sranan, en draag ik dat nu aan je voor:
Krioro datra Sylvia
Yu fesi wi syi dya
Na disi foto ete langa ten moro
Bika yu stuka doro sjoro
Dati yu exempel langa langa mag tan
Leki wan staar na hemel gi Holland nanga Sranan
Foto’s: Jonathan Hoost

Celestine Raalte – Puwema

Mi sdon ini a son e brenki
mi awarakoko fingalinga
m’e frifi en t’a kba m’o weri
en na mi fingalingafinga
den frafra geri krerekrere
nanga bogobogo anga lanpu
e gro leki trutru tru konpe
na sey a frustu broko skotu
bifo mi opo mi gorogoro
f’ bar’ tak’dyaktikakalaka
e koyri lek’ ba kownu a prasi
pakanifowru e strey lon
nanga a kayakayakaka
f’ swar’ a dyakti kakalaka
[verschenen als ‘Klankgedicht’ op de blogspot van de Schrijversvakschool Paramaribo]

 

Sophie Redmond ‘inluider laatste fase koloniaal systeem’

door Stuart Rahan

Amsterdam – De bijzondere persoonlijkheid van dokter Sophie Redmond (1907-1955) was voor Sylvia Kortram de inspiratiebron voor nader sociaal, historisch en maatschappelijk onderzoek. Dat resulteerde donderdag in de promotie van Kortram aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit. Volgens de promovenda luidde Redmond, naast dat zij de eerste Surinaams-creoolse arts was, het einde in van het koloniale systeem halverwege de vorige eeuw.
Een blijde dr. Sylvia Kortram (m) met haar diploma. Zij kreeg morele ondersteuning van haar paranimfen Rosita Bouterse en Mildred Braam-Creebsburg De dames zij gekleed volgens de Akwenda modelijn van Celestine Raalte. Foto: Stuart Rahan  
Redmond legde al vroeg in de twintigste eeuw een bijl aan de wortels van de koloniale mannenmaatschappij door actieve deelname aan de vrouwenemancipatie. Kortrams proefschrift heeft dan ook als titel: ‘Meer dan arts alleen. De maatschappelijke betekenis van huisarts Sophie Redmond in laat-koloniaal Suriname.’ Redmond wilde als huisvrouw niet in de schaduw van haar man leven en koos ervoor medicijnen te gaan studeren.
“Sophie Redmond profileerde zich als een ‘agent of change’ op verschillende maatschappelijke gebieden”, zei Sylvia Kortram in haar verdediging. De ‘dokteres’, zoals Redmond bij het volk bekend stond, maakte daarbij gebruik van massamedia en interpersoonlijke communicatie om haar doelgroepen te bereiken. De artsenpraktijk was er een van maar op de radio en het toneel liet zij zich van haar betrokkenheid kennen. Sophie Redmond heeft een gezicht gegeven aan de vrouwenemancipatie.
Uit handen van Alex van Stipriaan, historicus en hoogleraar Caribische geschiedenis nam dr. Sylvia Kortram haar diploma in ontvangst. Speciaal voor deze gelegenheid bemoedigde voordrachtkunstenares Celestine Raalte Kortram met enkele gedichten in Sranantongo.
[uit de Ware Tijd, 17/01/2014]

Celestine Raalte heeft weinig mime nodig

Fri Yeye, het theaterstuk in het kader van 150 jaar afschaffing slavernij


door Ruth San A Jong
Celestine Raalte, de schrijfster en actrice in dit stuk heeft weinig mime nodig om je te raken, te snijden, met haar woorden. Gisteravond zat ik voorovergebogen naar het theaterstuk Fri Yeye te kijken. Ze heeft een sigaar als decor waarbij ze het hele stuk door paft, een zwarte hoofddoek en wat authentieke houten meubels die zij gebruikt om je in die oude Surinaamse sfeer te brengen. Fri Yeye (Vrije Geest): een relaas van een buurtoma die het nodig vindt om op 1 juli haar kleindochter te ontgoochelen over de ‘viering’ van Keti Koti.
“Wat je doet is papegaaienwerk.” De dialogen beginnen scherp. Botsingen tussen de zogenaamde moderne kijk op de slavernij en de historie komen tot uiting in de relatie tussen de twee karakters.
Oma: Wat doe je met je vrijheid! Je voorouders hebben land gekocht, zodat ze weer een thuis hadden. Wat gebeurt er met het land dat jullie is nagelaten? Land waar bloed, zweet en tranen hebben gevloeid. Jullie zijn de weg kwijt.
Bernadetta: Ach vrouw! Wat weet u? U weet niet eens hoe u hier bent beland, dan komt u mij de les lezen.Wie bent u, jij of je? Als m’n vriend hier was had hij je zo eruit gezet. Met al je verhalen.
Fri Yeye sleurt je ook door de verzwegen geschiedenis:
De moordenaars! Ze waren bezorgd over ‘Leusden’, hun schip en het goud. Ik, ik voelde smart, galbittere smart. Ik was gebroken: 650 zielen die dolen voor de Marowijnerivier
… ik weet niet eens hoe ze heten. Ze hadden ook een vader en een moeder
en al de onschuldige kinderen. Geen woord van die Hollandertjes. Geen woord over de dood van de Afrikaanse mannen, vrouwen, en kinderen. Geen woord van die WIC’ers met hun VOC-mentaliteit. Mensenrechten bestonden niet voor de Afrikanen.
Alle typische fenomenen van het zwarte mentale ‘brandmerk’ gaan langs en zeker ook de eigen ervaring. De tragiek is voelbaar, het lijden en de liefde van de buurtoma is tastbaar.
Hillegonda: U bedoelt de verdeel en heersformule. De racist Willi Lynch heeft een handboek geschreven Hoe maak je van een Afrikaan een slaaf? En hoe zorg je ervoor dat een slaaf, slaafs blijft. Vertel oma, hoe werkte dat in uw tijd?
Oma: Stel je voor, ik ben die slavendrijver. Jou geef ik wat kapotte kleding. Iets meer te eten en jou verneder ik minder. In het bijzijn van de andere slaven. Ik ransel Bernadetta af totdat ze neervalt. Dan vertel ik aan haar dat jij me hebt verteld, dat ze gestolen heeft. Ik zorg ervoor dat jullie elkaar niet meer vertrouwen. Zo zorg ik ervoor dat de oude slaaf de jongere niet vertrouwt. Dat de man en de vrouw elkaar wantrouwen. Hetzelfde doe ik met de donker- gekleurde en de lichtgekleurde slaven. Ik zaai overal wantrouwen. De iets beter behandelde slaven mogen lichter werk doen. De vrouw werkt in en om het huis. De man wordt beul. De zwarte beul wordt opgedragen zijn vader, moeder, zuster, broeder af te ranselen. De zwarte beul wordt opgedragen zijn zuster vast te binden, zodat de smerige verkrachter zijn gang kan gaan. De zwarte beul wordt opgedragen van de weggelopen slaven die doodgeschoten zijn, de armen geroosterd mee te nemen als bewijs dat de prooi is gevangen.

 

“A switi fu yere fa yu e taki Sranan. Tan Prodo nanga a tongo yere mi gudu.” Het stuk is alles wat Celestine Raalte is en ademt. Het woord ‘ding’ is een gevoelsmatig woord. Dit stuk is háár ‘ding’, haar manier van denken, haar protest tegen de witte superioriteit, haar irritatie over hoe zwarten met elkaar omgaan en tegelijkertijd haar trots, haar respect voor cultuur, haar identiteit. Ik voel mij door dit theater gesteund in mijn gedachtegang dat ik niet meedoe aan de ‘koto-cultuur’ bij 1 juli- vieringen, omdat de koto ontworpen was om die zwarte vrouw er lelijk uit te laten zien. Vooralsnog om de vrijheid van spreken te ontnemen. De angisa werd gebruikt om te communiceren. Ik zal nooit een traditie in stand houden die in eerste instantie een vernederend doel had. Wat het relaas nog meer benadrukt, is dat wij tradities goed moeten overwegen voor we ze voortzetten.
Oma: Kalebassen zijn hier in huis als souvenirs. Weet je wat de functie is van een kalebas?
Bernadetta: Ik heb voor een glas gekozen. Ik leef in een vrij land en ik ben gelukkig vrij geboren.
Het is een verademing wanneer bij goedgeschreven toneelstukken het geluid goed is. Dit stuk had nergens anders dan in On Stage gespeeld moeten worden. Nergens anders, niet op de Nederlandse bühne, maar hier, op de Surinaamse bodem, voor en door Surinamers gespeeld. Je moet vooral elke emotie van de stemmen goed op je trommelvliezen laten kleven.
Complimenten voor mijn talentvolle vriend Alexander Tolin die bij elke regie groeit (als ik dat mag zeggen). De mooie zang van Marianne Cornett en de jeugdige nieuwsgierigheid naar het verleden van Sade Rozenblad waren subliem. Een mooie symbiose van drie generaties vrouwen met een eigen wil, eigen gedachten en eigen vrijheid. Dit stuk is te confronterend voor de hedendaagse ‘missionaris’ of  ‘gekerstende’. Want wat zeker gebeurt, is dat het een innerlijk conflict oproept. Althans voor diegenen die de woorden echt tot zich laten doordringen. Ik verklaar dat zenuwachtige gelach van het publiek als een reactie op de heftigheid van de dialogen. Het is nu eenmaal zo: we lachen bij toneelstukken, Surinamers lachen ernstige situaties weg.
Dankjewel Celestine Raalte, ik buig voor je. Ik buig samen met je voor onze overgrootouders, brand samen kaarsjes met je, ook al ken ik hun namen niet. Ik buig.

[van de blogspot van Ruth San A Jong]

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter