blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Porter Nicolaas

The whiteness of gender and people of colour

by Helen Weeres

I, the writer of this paper, am a white woman and I will not deny that this affects the writing and analysis performed in this paper. Due to my being white I have lived a life of certain privilege and obliviousness, so please keep this in mind as a critical perspective on my writing as you are reading this paper. Additionally, I admit that I am not necessarily the person that should be given the opportunity to write a paper on this topic that might be published online, for I believe that a person of colour would provide the reader with more ‘real’ and insightful thoughts on this specific topic. read on…

Dean Bowen – Gedicht

Zonder titel

ik ben herboren tussen zwarte lichamen,
onder een dek, herboren, zag niet de oceaan die me bracht naar waar je
dit lijf wilde werken
tot de botten ontbloot
het schip uit zeeland was vigilante gedoopt
en wij zouden onszelf breken voor jou
we kaapten het schip,
maakten van onszelf een vrijheid in het jaar van jullie vader 1780 read on…

Change is good

by Bonnie van der Lee

History is present
If I would have to summarize this course I would say that during it we’ve talked about the history of slavery and colonialism and in particular how this is still seen and felt today. Due to the fact that we had guest lecturers every week this gave us a unique insight into multiple different fields and opinions. This essay will focus on protecting cultural heritage through dance (Aminata Cairo), change through activism and preserving of black history (Mitchell Esajas) while also taking into account the actuality of slavery past (Wayne Modest). read on…

Diversiteitsbeleid is een hol modewoord om subsidiepotten open te breken

door Seada Nourhussen

Dagelijks krijg ik e-mailtjes met verzoeken om zitting te nemen in een panel, een debat te leiden of een lezing te geven. Ik zou er mijn baan van kunnen maken.

Maar meestal zeg ik nee. Vooral om ‘in debat’ te gaan over racisme. Want in Nederland is racisme geen feit of onrecht dat bestreden moet worden, maar een enigma dat tot in de eeuwigheid bediscussieerd moet worden. Clubs die in hun doelstellingen ‘iets met diversiteit’ hebben opgenomen komen ook vaak bij me aankloppen. Ze zijn compleet wit, maar hebben spatjes andere kleuren nodig op een podium. Staat leuk op de website en klinkt goed in het jaarverslag. Want dat is ‘diversiteit’: een paar mensen die niet wit zijn tijdelijk het gevoel geven dat ze meetellen. En weer door met de status quo. read on…

Henry Louis Gates Jr. on Identity, History and the Most Amazing Facts

by Lily Rothman

The scholar is busy with a new book, 100 Amazing Facts About the Negro, a forthcoming anthology and the fourth season of Finding Your Roots. read on…

Beschaving en identiteit; de moeizame strijd tegen “kolonialisme in de psyche”

door Anneke Visée

“als een koele warmende bries uit asia
is je zaad in sranan gevallen
china, india en indonesia
hebben samengespannen
hebben je geschonken aan mijn land
als ik afrika en amerika
kan oculeren in je takken
zal de wereld jaloersen op het nieuwe ras
vijf sterren zullen zich dan eindelijk
hebben verenigd tot één”
(Uit gedicht “Eén ster” van de Surinaamse dichter en politicus Robin ‘Dobru’ Raveles) read on…

Bernardo Ashetu en de magnetische pool

door Klaas de Groot

Kort na de Tweede Wereldoorlog maakt de jeugdige Hendrik George (Henk) van Ommeren zijn eerste scheepsreis op de Koningin Juliana langs de Surinaamse kust, vertelt Michiel van Kempen in een Bzzlletin artikel uit 1998. Van Ommeren is dan nog geen twintig, hij is van 1929. Na de ULO in zijn geboorteplaats Paramaribo, aan de Hendrikschool, afgerond te hebben, heeft hij een telegrafistencursus op het vliegveld Zanderij gevolgd. read on…

In Memoriam Els Moor 14 maart 2014

door Albert Roessingh

Lieve Els,

Laten we eerst vaststellen dat je de manier waarop we hier afscheid van je nemen absoluut niet gewild zou hebben. Want je wilde in alle stilte, zonder enige bombarie of poeha, heengaan. Dat we het niettemin toch doen heeft een reden….

We doen dat omdat er zoveel mensen je ontzettend dankbaar zijn en dat willen we niet onder stoelen of banken steken. We doen dat omdat Suriname – zoals iemand me schreef – een bijzondere vrouw heeft verloren. En daar moesten we, wilden we gezamenlijk aandacht aan schenken. read on…

Toni Morrison in een Caraïbische anthologie?

door Jules Rijssen en Lucia Nankoe

In de Ware Tijd Literair van 1 maart 2014 verscheen met als titel ‘Vlieg terug naar Afrika’ een recensie van Hilde Neus over het boek De slaaf vliegt weg onder redactie van Lucia Nankoe en Jules Rijssen (Arnhem: uitgeverij LM Publishers, december 2013). [Klik hier]
Een gemiste kans van de recensent om een unieke publicatie te bespreken, hoe de doorwerking van de slavernij wordt verbeeld in het werk van hedendaagse Caraïbische kunstenaars. Het is een gemiste kans indien de inleiding tot de bundel die als sleutel dient niet goed wordt gebruikt oftewel gelezen. Natuurlijk kan de bundel gelezen worden zonder de inleiding te raadplegen en dan wordt de lezer geconfronteerd met het thema doorwerking en verbeelding van de slavernij in verschillende kunstgenres te weten: poëzie, het korte verhaal, essays, fragmenten van historische romans, biografische portretten, storytelling, theater, cinematografie. Verschillende genres die over hetzelfde thema gaan, want dat is de essentie van een anthologie, zoals we weten.
George Padmore
De lezer maakt in De slaaf vliegt weg ook kennis met het denkwerk van Caraïbische en Afrikaanse filosofen én letterkundigen die bij velen uit het Caraïbisch Gebied onbekend (gebleven) zijn. Bijvoorbeeld het denkkader van de grondleggers van de invloedrijke Négritude-beweging die in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw in Parijs opbloeide met Caraïbische vertegenwoordigers in de personen van George Padmore (Trinidad), Aimé Césaire (Martinique), Léon-Gontran Damas (Frans-Guyana). De invloed van deze beweging was en is nog steeds terug te vinden in artistiek werk van verschillende kunstenaars en niet alleen bij hen die afkomstig zijn uit het Caraïbisch Gebied. In onze bundel is er ook prachtig werk opgenomen van Léon-Gontran Damas en van Ina Césaire; ja, de talentvolle dochter van Aimé.
Ook wordt er geschreven door de auteur Ernest Pépin (Guadeloupe) over de visie van de in 2011 overleden Caraïbische denker en essayist Édouard Glissant (Martinique), over de identiteit en ontwikkeling van de Caraïbische cultuur. Glissant bedacht hiervoor het concept Antillianité. Zijdelings wordt het denkwerk over meervoudige Caraïbische identiteiten van de onlangs overleden Brits-Jamaicaanse socioloog, cultuurwetenschapper en grondlegger van de British Cultural Studies – ook bekend als The Birmingham School of Cultural Studies – Stuart Hall aangestipt.
Het is wederom een gemiste kans dat de recensent de inleiding niet goed heeft gelezen en daardoor de opzet van de bundel versmalt tot slechts de vraag welke rol historische romans vervullen in de beeldvorming met betrekking tot de slavernijgeschiedenis. Dat was daadwerkelijk het onderwerp van het symposium uit 2009 in de Muiderkerk te Amsterdam. We hebben op pagina 8 aangegeven, met het oog op 150 jaar afschaffing Nederlandse slavernij (sommigen onder ons praten liever over 140 jaar), het thema van de beeldvorming op te rekken naar kunst in het algemeen. En niet alleen de historische roman te beschouwen, omdat deze slechts één cultuurbron is. De lezer wordt op het verkeerde been gezet door de recensent doordat ze vermeldt welke teksten ontbreken in plaats van aan te geven wat er wel wordt gepresenteerd. Waarom de magnifieke Noord-Amerikaanse Toni Morrison in een Caraïbische anthologie opnemen?
Nicolaas Porter – Facing truth
De mens krijgt culturele informatie vanuit verschillende kunstbronnen van waaruit beïnvloeding uitgaat. Op basis van deze beïnvloeding en ontstane (positieve of negatieve) beeldvorming wordt vaak het debat gevoerd. En niet alleen aan de keukentafel, onder de markt of bij de bushalte. Maar ook op heuse maatschappelijke en wetenschappelijke podia. Daarnaast hebben wij ook aangegeven dat kunst fungeert als doorgeefluik én bewaarders [sic] van nationale en individuele identiteiten en idem herinneringen.
De bloemlezing De slaaf vliegt weg richt zich niet slechts op kenners. Neen, met de bundel willen wij ook de lezer bereiken die geen of geringe kennis heeft van het wetenschappelijke debat over bijvoorbeeld de complexe processen van beeldvorming en taal die zich in ons denken voltrekken. En met dat doel hebben wij gepoogd dit in begrijpelijk taalgebruik te beschrijven.
Maar ook hier constateren wij dat de recensent de theoretische discussie over beeldvorming verengt en versimpelt. Ze schrijft: ‘Mijns inziens betekent het begrip beeldvorming binnen het literaire kader het ontstaansproces van een beeld (in fictie) over een persoon of groep mensen dat niet noodzakelijkerwijs met de werkelijkheid of de feiten overeen hoeft te komen. Als de samenstellers bedoelen dat beeldvorming een visualisatie is die bestaat uit het vertalen van een gedachte naar een beeld of uitdrukkingsvorm, dan klopt de bundel wel.’
In onze Caraïbische bundel komen literaire kaders en verschillende kunstgenres ter sprake. Daarnaast bespreken we in onze beschrijving over beeldvorming de kunstzinnige wereld en de realiteit van het leven van alledag. Mede vanuit dát perspectief moet de inleiding tot de bloemlezing gelezen worden. Hiermee overstijgen we de gedachte dat (literaire) kunst een weerspiegeling is van de samenleving en de actualiteit. Ten derde gaan wij ook in op de kracht en invloed van taal. Want taal beïnvloedt niet alleen in hoge mate onze gedachten maar stuurt ze ook aan.
Ten vierde, nog een gemiste kans om thema’s als familie, taal, overleveringen, tradities, opvoeding, opleiding, levensvisie, en -houding, geschiedenis, politieke verhoudingen en samenleving die de kunstenaars in de bundel beïnvloeden en hoe deze aspecten terugkomen in hun werk niet aan te halen.
Hilde Neus bespreekt geen van de bijdragen uit De slaaf vliegt weg diepgaand en haalt alleen Surinaamse auteurs aan op Suzanne Diop na.
Het beoordelen en appreciëren van het werk vraagt dus het nodige van de lezer en/of toeschouwer om overeenkomsten en parallellen tussen verschillende Caraïbische landen te zien.
De slaaf die terugvliegt naar Afrika behoort daardoor tot één van de denkconstructies die tot op heden opgaat voor grote delen van het immense Caraïbisch Gebied dat zich uitstrekt tot de metropolen van West-Europa en de Verenigde Staten.
Ten slotte: ‘terug naar Afrika’, is dat cynisch bedoeld door de recensent, vroeg een lezer over de kop. Ziedaar de sturing van taal!
Wij hebben een Caraïbische bloemlezing samengesteld met bijdragen van beeldend kunstenaars als Letitia Brunst (Suriname), Frank Creton (Suriname), Remy Jungerman (Suriname), Natasja Kensmil (Nederland), Elis Juliana (Curaçao), Ras Ishi Butcher (Barbados) en literaire bijdragen van Rudy Bedacht (Suriname), Ina Césaire (Martinique), Fausten Charles (Trinidad), Léon-Gontran Damas (Frans-Guyana), Gilda Dannarag (Suriname), Margot Dijkgraaf (Nederland), Suzanne Diop (Senegal), Glenn Helberg (Curaçao), Rihana Jamaludin (Suriname), Cynthia Mc Leod (Suriname), Lucia Nankoe (Suriname), Quito Nicolaas (Almere), Anil Ramdas (Suriname), Jules Rijssen (Suriname), Ernest Pépin (Guadeloupe) en Ini Statia (Aruba). En de vertalers: Carmen Lie, Henne van der Kooy en France Olivieira. Het woord is nu aan de lezers!
Nederland, 9 maart 2014

 

De onbegrijpelijke maar mooie taal van Antoine de Kom

door Nicolaas Porter

Hyacinth Rigaud – De nieuwe kleren van de keizer

 

De nieuwe kleren van de keizer is een sprookje, opgetekend door Hans Christian Andersen. Het verscheen in 1837. In dit sprookje wordt de keizer bedrogen door twee kleermakers die hem nieuwe kleren aansmeren die alleen maar door heel slimme mensen gezien kunnen worden. De keizer gelooft dat anderen de kleren kunnen zien en besluit – helemaal in zijn blootje – zichzelf aan het volk te vertonen. Het volk ziet de keizer naakt rondlopen, maar niemand durft er iets van te zeggen, totdat een klein jongetje uitroept: ‘Hé, kijk, de keizer loopt in z’n blootje!’
Dit sprookje kwam onmiddellijk in mij op toen ik voor de eerste keer de nieuwe gedichtenbundel, Ritmisch zonder string, van Antoine de Kom las. Daarmee wil ik niet de rol op mij nemen van het kleine jongetje in het sprookje, maar laat ik het dan toch maar gewoon onverbloemd zeggen: ik snapte er geen reet van! Als je zoiets overkomt als min of meer ervaren recensent van poëzie, dan heb je een aantal opties: de eerste makkelijkste optie is de opdracht, iets over de bundel te schrijven. De tweede optie bestaat uit iets zeggen in de trant van: volgens mij is de dichter een behoorlijk ingewikkeld warhoofd. De derde, moeilijkste, optie is toegeven dat je de ballen verstand hebt van poëzie of gewoon vaststellen dat je een domkop bent.
Nu ken ik ook het andere werk van Antoine de Kom waaruit te concluderen valt dat hij alles behalve een warhoofd is. Ik ken ook mijzelf goed genoeg om vast te stellen dat ik meestal over een redelijke intelligentie beschik. Nu weet ik ook uit ervaring dat poëzie iets is waar je een tijdje mee moet leven. Daarom nam ik de bundel mee naar bed en las ik er elke dag een gedeelte uit. Soms meerdere keren. Maar hoe ik ook mijn best deed, het meeste werk bleef een min of meer gesloten boek voor mij. Wat uiteindelijk overbleef was een gevoel voor de schoonheid die uit het taalgebruik van de dichter oprees. Plotseling realiseerde ik me dat je van de aanwezigheid van een vrouw kan genieten zonder haar werkelijk te begrijpen. Iets wat veel mannen dagelijks ervaren! Het kost ons mannen vaak jaren van toewijding om werkelijk door te dringen tot het gedachtepatroon van een vrouw. Maar zoveel tijd had ik niet gekregen van de redactie en ik besloot op zoek te gaan naar een gedicht wat mijn ervaring enigszins benaderde, een gedicht waarin ik schoonheid en liefde kon ervaren. Toen kwam ik uit bij het eerste gedicht in de bundel:
je haar is zilver en je bed
van goud. dit huis ons uur
waar je vingers verdwalen
nu mijn onderbuik zichzelf te buiten gaat.
je peinst je
denkt aan alles dacht je
midden in fel zoeklicht tussen
bladeren het regende
in stromen toen veranderden tuin en tuin
in wat die werd –
een uitgestrekt groen veld
vlak bij de zee waar vogels
op het smalle strand paarse druiven
komen stelen, druiven die groeien
langs de rotswand.
je stond daar klaar met lange
witte vellen in je handen.
je droeg een mantelpak, laag uitgesneden
blouse.
je legde alle vellen een voor een
verdwenen vellen achter de glazen
katheder. stoelen zwegen onbezet.
toen kwamen ze.
Dit gedicht ontroert me, raakt me ergens diep van binnen, maar vraagt u me alstublieft niet waarom. Want ik moet u het antwoord schuldig blijven. Wat ik wel kan zeggen: dit gedicht bracht me weer terug naar de kern van alle poëzie: de schoonheid en de kracht van het onzegbare! In die zin is de nieuwe bundel van Antoine de Kom een aanrader voor alle mensen die van poëzie houden want hoe onbegrijpelijk soms de schoonheid van een door en door geïndividualiseerde en intieme taal, gesproken vanuit een onkenbaar hart ook is, het blijft een verheffende en mystieke ervaring. Tot slot wil ik mij verontschuldigen tegenover Antoine de Kom. Ik realiseer me heel goed dat dit stukje in een bepaald opzicht meer over mijzelf gaat dan over zijn bundel, maar zonder deze persoonlijke ontboezemingen kon ik zijn doordringende poëzie niet recht in de ogen kijken. Voorlopig blijft zijn bundel een onmisbaar onderdeel van mijn nachtkastje. Dat is iets wat zeker is.
Antoine de Kom: Ritmisch zonder string; omslagontwerp Brigitte Slangen, omslagbeeld Wilgo Vijfhoven, boekverzorging Hannie Pijnappels. Amsterdam-Antwerpen: Em. Querido’s uitgeverij bv, 2013. isbn 978 90 214 4733 9.
Antoine de Kom is met deze bundel genomineerd voor de belangrijkste poëzieprijs van Nederland, de VSB-poëzieprijs. Eindejaar wordt bekend wie van de vijf genomineerden de prijs krijgt.
  • RSS
  • Facebook
  • Twitter