blog | werkgroep caraïbische letteren
Posts tagged with: Poel Ieme van der

Afscheidscollege Ieme van der Poel

Ieme van der Poel. Foto © Michiel van Kempen
Na een dienstverband van ruim 28 jaar gaat Prof. dr. Ieme van der Poel, hoogleraar in de Franse Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam, met emeritaat. Op vrijdag 16 mei om 15.00 uur zal zij haar afscheidscollege geven, getiteld Pioniers of paria’s? ‘Gastarbeiders’ in de literaire verbeelding.
Ieme van der Poel heeft als bijzondere leeropdracht Postkoloniale literatuur meegekregen. Zij publiceerde veel over postkoloniale theorie, Franse intellectuele geschiedenis en auteurs uit Noord-Afrika, met name uit de Maghreb (Assia Djebar en vele anderen). Zij leidde het NWO-research project: “Diasporic Writing: A Comparative History of the New Moroccan Literatures in French, Spanish and Dutch”, 2006-2010. In 2004 werd Van der Poel door de Franse minister van Cultuur geslagen tot Chevalier dans l´ordre des Arts et des Lettres.
De voorzitter van het Departement Taal- en Letterkunde van de Universiteit van Amsterdam, prof. dr. H.A. van der Liet, nodigt collega’s en belangstellenden van harte uit dit college en de receptie na afloop daarvan bij te wonen.
Plaats afscheidscollege: Aula van de Universiteit van Amsterdam
Singel 411 (hoek Spui), Amsterdam
Plaats receptie: idem
Het wordt op prijs gesteld als collega-hoogleraren in toga aan het cortège deelnemen
Ieme van der Poel geeft college aan promovendi in de Caraïbische literatuur, 2012.
Foto © Michiel van Kempen

Promovendi Surinamistiek & Antilleanistiek bijeen

De Vereniging Ons Suriname bood gastvrijheid tijdens het vijfde promovendiweekend van de leerstoel West-Indische Letteren aan de Universiteit van Amsterdam, op zaterdag 22 en zondag 23 september j.l. Uit alle windstreken waren de promovendi weer bij elkaar gekomen om op zaterdag te luisteren naar PHD-colleges van specialisten op terreinen die voor de post-koloniale literatuur van belang zijn. Op zondag kwamen de promovendi zelf met publieke presentaties. Daarvan hierboven een verslag. Hier een foto-impressie van de besloten bijeenkomst op zaterdag door Michiel van Kempen.

Hersenkraken: Carl Haarnack
In de schaduw op een zonnige zaterdag
V.l.n.r. Ellen de Vriies, Maarten De Pourcq, Joe Fortin, Jos de Roo, Anja en Paul Hollanders
Prof. Ieme van der Poel (UvA) sprak over waarom “creolisering” niet geldt voor Noord-Afrika
Diner in restaurant De Ponteneur
Dr Maarten de Pourcq (RUNijmegen) sprak over intertekstualiteit
Jos de Roo en Mieke Groen naast hun promotor prof. Michiel van Kempen
Radjin Gena en Bert Paasman in gesprek met Mieke Groen
Prof. Susan Legêne (Vrije Universiteit) sprak over gematerialiseerde geschiedenis
Prof. em. Bert Paasman (UvA) hield de slotrede over zijn onderzoek in Guyana naar Elisabeth Maria Post. Tim de Wolf luistert.

Is het postkolonialisme dood?

‘Het postkolonialisme is dood’, verklaarde de Leuvense hoogleraar Theo D’haen in zijn eerste lezing op het colloquium (Post)koloniaal nieuws, dat op vrijdag 28 oktober j.l. werd gehouden in het Amsterdamse politiek-cultureel centrum Spui25, ter gelegenheid van het eerste lustrum van de leerstoel West-Indische Letteren. Maar zijn collega’s weerspraken die opvatting met verve: Ieme van der Poel (UvA) over sprak over de verwerking van postkoloniale stereotypen in de Franse exotische iconografie en Franstalige strips. Ena Jansen (VU/UvA) bekeek de verwerking van het slavernijverleden in een nog uit te komen roman van de grote Zuid-Afrikaanse schrijver André Brink. Wim Rutgers (Universiteit van Curaçao) keek naar de nieuwe Masters Literatuur en schoolboeken op de voormalige Antillen. Pamela Pattynama (UvA) analyseerde de film Ver Van Familie van Marion Bloem als document van Indische herinnering. En leerstoelhouder Michiel van Kempen besprak trans-atlantische invloeden op de canon van de West aan de hand van werk van Albert Helman en Clark Accord. De zaal zat vol en kreeg op de door prof. Marita Mathijsen geopende middag, een fraaie staalkaart getoond van hoe de literatuurwetenschap tegenwoordig omgaat met de cultuur van voormalige koloniën. Is het postkolonialisme dood? Discussie wordt vervolgd. Een foto-impressie.

Theo D’haen


Ieme van der Poel

 

Ena Jansen

 

Wim Rutgers

 

Pamela Pattynama

 

Michiel van Kempen

 

Een deel van het publiek

Colloquium (Post)koloniaal nieuws

Op 28 oktober 2011 wordt in politiek-cultureel centrum Spui25 een colloquium georganiseerd bij gelegenheid van 5 jaar bijzonder leerstoel West-Indische Letteren aan de Universiteit van Amsterdam. Deze leerstoel, in 2006 ingesteld door de Stichting Instituut ter Bevordering van de Surinamistiek, wordt bezet door Michiel van Kempen (foto rechts) en is onlangs door het College van Bestuur van de UvA voor een nieuwe periode herbevestigd. Nederlandse, Vlaamse en Antilliaanse hoogleraren in de postkoloniale literatuurstudie geven tijdens het colloquium korte inleidingen uit de wetenschapspraktijk over de recente stand in de postkoloniale literatuurstudie.

Programma

14.30-15.00 inloop

15.00-15.10 Opening door Marita Mathijsen, voorzitter van het curatorium van de leerstoel; welkomstwoord Michiel van Kempen

15.10-15.35 Rosemarie Buikema (UU) – (Titel wordt nog bekendgemaakt)

15.35-16.00 Theo D’haen (KUL) – Het einde van het postkolonialisme?

16.00-16.25 Ieme van der Poel (UvA) – De kat van de rabbijn: koloniale nostalgie of strategisch oriëntalisme?

16.25-16.40 Pauze

16.40-17.05 Ena Jansen (VU/UvA; foto rechts, samen met Adriaan van Dis) – Zuid-Afrikaanse slavernijromans en identiteitskwesties in post-apartheid Zuid-Afrika

17.05-17.30 Wim Rutgers (UC) – Meer gelijk dan eigen; vergelijking in onderwijs en onderzoek

17.30-17.55 Pamela Pattynama (UvA; foto rechts) – Indo nostalgie

17.55-18.20 Michiel van Kempen (UvA) – Hoe de Caraïbische literaire canon trans-atlantisch wordt beïnvloed

18.20-19.00 Borrel

Locatie: Spui25, aan het Spui in Amsterdam
Graag vooraf aanmelden bij Spui25, via deze link

Onderste twee foto’s: @ Michiel van Kempen

Cynthia Abrahams promoveert op R. Dobru

Op woensdag 24 november 2010 hoopt Cynthia Abrahams-Devid haar proefschrift over R. Dobru te verdedigen aan de Universiteit van Amsterdam. De titel van haar dissertatie luidt Wan bon ˗ Wan Sranan ˗ Wan Pipel; Robin ‘Dobru’ Raveles, Surinamer, dichter, politicus, 1935-1983. Promotor is prof. dr Michiel van Kempen, copromotor prof. dr em. Bert Paasman. De andere leden van de promotiecommissie zijn prof. dr Ena Jansen (Vrije Universiteit en UvA), prof. dr em. Humphrey Lamur (UvA), dr Peter Meel (Universiteit Leiden), prof. dr Jack Menke (Anton de Kom-Universiteit van Suriname), prof. dr Ieme van der Poel (UvA), prof. dr Wim Rutgers (Universiteit van de Nederlandse Antillen) en prof. dr Gloria Wekker (Universiteit Utrecht).

Cynthia Abrahams gaat uitvoerig in op het leven van R. Dobru, diens ontwikkeling als nationalistisch politicus en dichter, en de vele internationale – en dan met name Caraïbische ˗ contacten die hij in de loop der jaren ontwikkelde. De handelseditie van haar proefschrift zal in de loop van 2011 verschijnen bij Rozenberg Publishers.

De openbare promotieplechtigheid vindt plaats in de aula van de Universiteit van Amsterdam,
Singel 411
1012 WN Amsterdam
Aanvangstijd: 13.00 uur precies.
In de directe omgeving van de aula is geen parkeergelegenheid. Vanaf CS komen trams 1, 2 en 5 langs de aula.
.

Cynthia Abrahams, eerste rij in het midden, temidden van haar collega-promovendi in de West-Indische letteren; staand derde van links promotor Van Kempen.

Wikipedia meldt over R. Dobru:
R. Dobru (Paramaribo, 29 maart 1935 – aldaar, 17 november 1983), pseudoniem van Robin Ewald Raveles, was een Surinaams dichter, schrijver en politicus (Statenlid voor de PNR en na 1980 een half jaar onderminister voor Cultuur). Zijn pseudoniem betekent: dubbele R, een verwijzing naar de initialen van zijn voor- en achternaam.

Als dichter en voordrachtskunstenaar was R. Dobru dé representant van het nationalisme, met name met het gedicht ‘Wan’ (de meeste mensen noemen het ‘Wan bon’ – Eén boom) uit zijn debuutbundel Matapi [Cassavepers] (1965), een gedicht dat door zijn eenvoudige woordkeus en structuur gemakkelijk gememoriseerd kan worden en dat veel Surinamers dan ook van buiten kennen. Het werd in veel talen vertaald. Dobru stimuleerde velen tot schrijven in het Sranan en Surinaams-Nederlands en werd door velen nagevolgd. Hij was redactielid van het tijdschrift Moetete (1968-69). Zijn proza in Wasoema [Wasvrouw] verzamelde schetsen uit het leven op een erf van Paramaribo (1967), De plee (wc) en andere verhalen (1968) en de korte roman Oema soso [Enkel de vrouw] (1968) is levendig, maar lijdt aan een teveel aan gepreek. Zijn politieke mémoires verschenen in 1969: Wan monki fri [Een stukje bevrijding]. Hij schreef voorts twee Surinaamse keukenmeidenromans zoals Bos mi esesi [Omhels me snel] die vooral belangrijk zijn om hun levendig Surinaams-Nederlands en een bundel Anansi-Tori [Spinvertellingen] (1979). Zijn poëzie heeft in de vroege jaren enkele zuivere gedichten opgeleverd, maar verviel meer en meer in het afwikkelen van een recept. Hij speelde in op de politieke actualiteit, bijvoorbeeld met het gedicht ‘Gooi een stoel’ toen er op 11 juni 1979 in de Staten van Suriname een vechtpartij uitbrak waarbij er met stoelen werd gesmeten. De invloed van Cuba, Mao en Kim Il Sung leverden de laatste jaren enkel nog politiek getinte publicaties op.

Dobru schreef altijd over twee vaste thema’s: liefde en revolutie. Met de coup van 1980 ging hij enthousiast mee en hij werd op handen gedragen. Van militaire wandaden nam hij nooit afstand. Zijn beste gedichten werden bijeengebracht in Boodschappen uit de zon (1982). Postuum werd hem in 1989 de Gouden Ster van de Revolutie toegekend. In 2006 kreeg hij, eveneens postuum, de Gaanman Gazon Matodja Award.

De R. Dobru-stichting die zijn gedachtegoed levend wil houden, publiceerde een kalender met zijn gedichten, maar liet verder zelden iets van zich horen. In 2006 liet Yvonne Raveles-Resida, weduwe van R. Dobru en voorzitter van de stichting, aan de Nederlandse ambassade weten dat hun verzoek om een gedicht van R. Dobru ter verfraaiing op het hek te mogen aanbrengen niet werd gehonoreerd vanwege de slechte behandeling van Surinaamse staatsburgers in Nederland.
.

De Dobrustraat in de Paramaribose wijk Tourtonne, foto @ Michiel van Kempen

De periodieke pers in (post)koloniale samenlevingen

Op vrijdag 21 mei 2010 organiseert de redactie van TS. Tijdschrift voor Tijdschriftstudies in Utrecht een symposium over (post)koloniale kranten en tijdschriften. Uit recente publicaties over de Indische en Surinaamse pers is gebleken dat de journalistiek in de Nederlandse koloniën een heel eigen dynamiek en problematiek kende. Kranten en tijdschriften vormen niet alleen een belangrijke bron van informatie over de koloniale geschiedenis; het medium van de (post)koloniale periodieke pers vormt in zichzelf een belangwekkend onderzoeksobject. Tijdens het symposium worden lezingen over de Nederlandse koloniën afgewisseld met bijdragen over andere (met name Franstalige) gebieden.

Programma:

* 9.30 uur: Registratie en welkom

* Sessie 1 (10.00-11:15 uur)
Keynote: Angelie Sens (directeur Persmuseum): ‘Tijdschriften van onder de Kankantri en Klapperboom. De periodieke pers in Suriname en Nederlands-Indië/Indonesië.’
Désirée Schyns (Hogeschool Gent): ‘Geschiedenis voor een groot publiek. De Algerijnse onafhankelijkheidsoorlog (1954-1962) in Historia Magazine (1971-1974)’

* Sessie 2 (11.30-12:30 uur)
Adrienne Zuiderweg (Universiteit van Amsterdam): ‘Nieuwsgaring in Batavia tijdens de VOC.’
Gerard Termorshuizen (KITLV): ‘”Indië is eigenlijk Europa geworden”; Over Indische kranten en tijdschriften (1900-1942).’

V.l.n.r. Pamela Pattynama, Inge Dharmowijono, Adrienne Zuiderweg

Lunchpauze

* Sessie 3 (13.30-14:45 uur)
Keynote: Ieme van der Poel (Universiteit van Amsterdam): ‘Op zoek naar 20.000 doden: de vergeten geschiedenis van de Congo-Océan (1921-1934) door de ogen van de Franse koloniale pers.’
Emmanuelle Radar (Universiteit Utrecht): ‘Louis Roubaud en Le Petit parisien: kritiek op het Franse kolonialisme begin jaren 1930.’

* Sessie 4 (15.00-16.00 uur)
Yasmina el Haddad (Universiteit van Amsterdam): ‘Het literaire tijdschrift Al-Môtamid: eenheid in verscheidenheid.’
Fouad Laroui (Universiteit van Amsterdam): ‘Souffles, een postkoloniaal tijdschrift met een grote blinde vlek.’

Plaats: Universiteit Utrecht, Drift 21, Sweelinckzaal.
Kosten voor deelname (i.v.m. lunch en koffie/thee) bedragen 10 euro, ter plaatse te betalen. Aanmelden kan tot 7 mei via redactie@tijdschriftstudies.nl.

Tijdschriften en kranten in koloniale samenlevingen

TS-symposium 2010: De periodieke pers in (post)koloniale samenlevingen

Op 21 mei 2010 organiseert TS. Tijdschrift voor Tijdschriftstudies een symposium over de (post)koloniale pers. Kranten en tijdschriften vormen niet alleen een belangrijke bron van informatie over de koloniale geschiedenis; het medium van de (post)koloniale periodieke pers vormt in zichzelf een belangwekkend onderzoeksobject, zoals blijkt uit recente publicaties over de Indische en Surinaamse pers.

Dr. Angelie Sens, directeur van het Persmuseum, zal tijdens het symposium een keynote lezing houden over de rol, ontwikkeling en impact van de Nederlandstalige koloniale pers. Zij zal onder meer ingaan op de specifieke vragen en problemen die het onderzoek naar dergelijke bronnen met zich meebrengt.

De organisatoren hopen dat ook onderzoekers die zich specialiseren in andere taalgebieden een bijdrage zullen leveren. Een deel van het symposium zal daarom een internationale en comparatische invalshoek krijgen.

Prof. dr. Ieme van der Poel (Universiteit van Amsterdam) heeft zich bereid verklaard de keynote lezing voor deze sessie te verzorgen.

De redactie van TS nodigt tijdschriftonderzoekers uit voorstellen in te dienen voor lezingen over de (post)koloniale pers in de breedste zin van het woord. Bijdragen hoeven zich niet te beperken tot het Nederlandse taalgebied en kunnen zich ook richten op Europese periodieken die zich mengen in (post)koloniale kwesties en debatten. Voorstellen kunnen nog tot 1 februari a.s. worden gemaild naar redactie@tijdschriftstudies.nl.

Het symposium zal plaatsvinden op vrijdag 21 mei in de Sweelinckzaal, Drift 21, Utrecht. Nadere informatie en het programma zullen worden bekendgemaakt via http://www.tijdschriftstudies.nl/.

De organisatie van het smposium is in handen van Arja Firet (Universiteit Utrecht) en Maaike Koffeman (Radboud Universiteit Nijmegen).

  • RSS
  • Facebook
  • Twitter